Elohim Bijbel

Spreuken 12

12345678910111213141516171819202122232425262728293031

Spreuken van Salomo: tucht, woorden en de weg van de rechtvaardige

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

1Wie tucht liefheeft, heeft kennis lief, maar wie terechtwijzing haat, is dom.
אֹהֵ֣ב
(ohev)
wie liefheeft
מ֭וּסָר
(musar)
tucht
אֹ֣הֵֽב
(ohev)
heeft lief
דָּ֑עַת
(daat)
kennis
וְשֹׂנֵ֖א
(vesone)
en wie haat
תוֹכַ֣חַת
(tokhachat)
terechtwijzing
בָּֽעַר
(baar)
dom
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מוּסָר (musar), ‘tucht’: ook ‘onderricht’ of ‘vermaning’.

בַּעַר (ba’ar), ‘dom’: dom als een dier, zonder inzicht.

2De goede krijgt welbehagen van Yahweh, maar de man van listige plannen veroordeelt Hij.
ט֗וֹב
(tov)
goede
יָפִ֣יק
(yafiq)
krijgt
רָ֭צוֹן
(ratson)
welbehagen
מֵיְהוָ֑ה
(meYahweh)
van Yahweh
וְאִ֖ישׁ
(veish)
en man van
מְזִמּ֣וֹת
(mezimot)
listige plannen
יַרְשִֽׁיעַ
(yarshia)
veroordeelt Hij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מְזִמּוֹת (mezimmot), ‘listige plannen’: het enkelvoud מְזִמָּה (mezimmah) betekent ‘doordachtheid’ (Spr. 1:4).

Het meervoud wordt in kwade zin gebruikt: de man die berekenend kwaad bedenkt.

Zo ook Spr. 14:17.

יַרְשִׁיעַ (yarshia), ‘veroordeelt Hij’: Hij verklaart hem schuldig.

3Een mens staat niet vast door goddeloosheid, maar de wortel van de rechtvaardigen wankelt niet.
לֹא
(lo)
niet
יִכּ֣וֹן
(yikon)
staat vast
אָדָ֣ם
(adam)
mens
בְּרֶ֑שַׁע
(beresha)
door goddeloosheid
וְשֹׁ֥רֶשׁ
(veshoresh)
en wortel van
צַ֝דִּיקִ֗ים
(tsadiqim)
rechtvaardigen
בַּל
(bal)
niet
יִמּֽוֹט
(yimot)
wankelt
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
4Een sterke vrouw is de kroon van haar man, maar een vrouw die schande brengt, is als verrotting in zijn beenderen.
אֵֽשֶׁת
(eshet)
vrouw van
חַ֭יִל
(chayil)
kracht
עֲטֶ֣רֶת
(ateret)
kroon van
בַּעְלָ֑הּ
(balah)
haar man
וּכְרָקָ֖ב
(ukheraqav)
en als verrotting
בְּעַצְמוֹתָ֣יו
(beatsmotav)
in zijn beenderen
מְבִישָֽׁה
(mevisha)
die schande brengt
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אֵשֶׁת־חַיִל (eshet chayil), ‘sterke vrouw’: een vrouw van kracht en waarde.

Zie ook Spr. 31:10.

In Ruth 3:11 vertalen wij dezelfde woorden met ‘bekwame vrouw’.

5De gedachten van de rechtvaardigen zijn recht. De leiding van de goddelozen is bedrog.
מַחְשְׁב֣וֹת
(machshevot)
gedachten van
צַדִּיקִ֣ים
(tsadiqim)
rechtvaardigen
מִשְׁפָּ֑ט
(mishpat)
recht
תַּחְבֻּל֖וֹת
(tachbulot)
leiding van
רְשָׁעִ֣ים
(reshaim)
goddelozen
מִרְמָֽה
(mirma)
bedrog
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

תַּחְבֻּלוֹת (tachbulot), ‘leiding’: zie bij Spr. 11:14.

Het woord kan hier ook ‘listen’ betekenen.

6De woorden van de goddelozen liggen op de loer naar bloed, maar de mond van de oprechten bevrijdt hen.
דִּבְרֵ֣י
(divrei)
woorden van
רְשָׁעִ֣ים
(reshaim)
goddelozen
אֱרָב
(erav)
op de loer liggen
דָּ֑ם
(dam)
bloed
וּפִ֥י
(ufi)
en mond van
יְ֝שָׁרִ֗ים
(yesharim)
oprechten
יַצִּילֵֽם
(yatsilem)
bevrijdt hen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אֲרֹב־דָּם (arov dam), ‘op de loer liggen naar bloed’: de woorden zelf zijn een hinderlaag voor het leven van de onschuldige.

7Keer de goddelozen om, en zij zijn er niet meer, maar het huis van de rechtvaardigen blijft staan.
הָפ֣וֹךְ
(hafokh)
omkeren
רְשָׁעִ֣ים
(reshaim)
goddelozen
וְאֵינָ֑ם
(veeinam)
en zij zijn niet
וּבֵ֖ית
(uveit)
en huis van
צַדִּיקִ֣ים
(tsadiqim)
rechtvaardigen
יַעֲמֹֽד
(yaamod)
blijft staan
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
8Een man wordt geprezen naar zijn doorzicht, maar wie verdraaid is van hart, wordt een voorwerp van minachting.
לְֽפִי
(lefi)
naar
שִׂ֭כְלוֹ
(sikhlo)
zijn doorzicht
יְהֻלַּל
(yehulal)
wordt geprezen
אִ֑ישׁ
(ish)
man
וְנַעֲוֵה
(venaave)
maar verdraaide van
לֵ֝֗ב
(lev)
hart
יִהְיֶ֥ה
(yihye)
wordt
לָבֽוּז
(lavuz)
tot minachting
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
9Beter gering geacht te zijn en een dienaar te hebben, dan zich te laten eren en brood te missen.
ט֣וֹב
(tov)
beter
נִ֭קְלֶה
(niqle)
gering geacht
וְעֶ֣בֶד
(veeved)
en een dienaar
ל֑וֹ
(lo)
voor zich
מִ֝מְּתַכַּבֵּ֗ד
(mimetakabed)
dan wie zich eert
וַחֲסַר
(vachasar)
en mist
לָֽחֶם
(lachem)
brood
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

נִקְלֶה (niqleh), ‘gering geacht’: iemand die weinig aanzien heeft.

מִתְכַּבֵּד (mitkabbed), ‘zich laat eren’: wie zich groot voordoet, maar geen brood heeft.

10De rechtvaardige kent de ziel van zijn dier, maar de barmhartigheid van de goddelozen is wreed.
יוֹדֵ֣עַ
(yodea)
kent
צַ֭דִּיק
(tsadiq)
rechtvaardige
נֶ֣פֶשׁ
(nefesh)
ziel van
בְּהֶמְתּ֑וֹ
(behemto)
zijn dier
וְֽרַחֲמֵ֥י
(verachamei)
en barmhartigheid van
רְ֝שָׁעִ֗ים
(reshaim)
goddelozen
אַכְזָרִֽי
(akhzari)
wreed
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

נֶפֶשׁ (nefesh), ‘ziel’: hier het leven van het dier en wat het nodig heeft.

יוֹדֵעַ (yodea), ‘kent’: hij weet wat zijn dier nodig heeft en zorgt ervoor.

11Wie zijn grond bewerkt, wordt verzadigd met brood, maar wie lege dingen najaagt, is zonder hart.
עֹבֵ֣ד
(oved)
wie bewerkt
אַ֭דְמָתוֹ
(admato)
zijn grond
יִֽשְׂבַּֽע
(yisba)
wordt verzadigd met
לָ֑חֶם
(lachem)
brood
וּמְרַדֵּ֖ף
(umeradef)
en wie najaagt
רֵיקִ֣ים
(reiqim)
lege dingen
חֲסַר
(chasar)
is zonder
לֵֽב
(lev)
hart
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De spreuk is bijna gelijk aan Spr. 28:19.

12De goddeloze begeert het net van de kwaden, maar de wortel van de rechtvaardigen geeft.
חָמַ֣ד
(chamad)
begeert
רָ֭שָׁע
(rasha)
goddeloze
מְצ֣וֹד
(metsod)
net van
רָעִ֑ים
(raim)
kwaden
וְשֹׁ֖רֶשׁ
(veshoresh)
en wortel van
צַדִּיקִ֣ים
(tsadiqim)
rechtvaardigen
יִתֵּֽן
(yiten)
geeft
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing

Moeilijke tekst.

מְצוֹד (metsod) is ‘net’ of ‘vangst’.

De tweede helft heeft geen voorwerp: ‘de wortel van de rechtvaardigen geeft’.

Wij voegen niets toe.

Sommige oude vertalingen lezen anders.

13In de overtreding van de lippen zit een kwade valstrik, maar de rechtvaardige komt uit de nood.
בְּפֶ֣שַׁע
(befesha)
door overtreding van
שְׂ֭פָתַיִם
(sefatayim)
lippen
מוֹקֵ֣שׁ
(moqesh)
valstrik van
רָ֑ע
(ra)
kwaad
וַיֵּצֵ֖א
(vayetse)
maar komt uit
מִצָּרָ֣ה
(mitsara)
nood
צַדִּֽיק
(tsadiq)
rechtvaardige
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
14Van de vrucht van zijn mond wordt een man verzadigd met goed, en de daad van de handen van een mens wordt hem teruggegeven.
מִפְּרִ֣י
(miperi)
van vrucht van
פִי
(pi)
mond van
אִ֭ישׁ
(ish)
man
יִשְׂבַּע
(yisba)
wordt verzadigd
ט֑וֹב
(tov)
goed
וּגְמ֥וּל
(ugemul)
en daad van
יְדֵי
(yedei)
handen van
אָ֝דָ֗ם
(adam)
mens
יָשִׁ֥יב
(yashiv)
wordt teruggegeven
לֽוֹ
(lo)
hem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing

Ketiv (wat er geschreven staat) is יָשׁוּב (yashuv), ‘keert terug’.

Qere (wat men leest) is יָשִׁיב (yashiv), ‘men brengt terug’.

Wij volgen de qere.

Zie ook Spr. 13:2 en 18:20.

15De weg van de zot is recht in zijn eigen ogen, maar wie naar raad luistert, is wijs.
דֶּ֣רֶךְ
(derekh)
weg van
אֱ֭וִיל
(evil)
zot
יָשָׁ֣ר
(yashar)
recht
בְּעֵינָ֑יו
(beeinav)
in zijn ogen
וְשֹׁמֵ֖עַ
(veshomea)
en wie luistert
לְעֵצָ֣ה
(leetsa)
naar raad
חָכָֽם
(chakham)
wijze
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
16De ergernis van de zot wordt dezelfde dag bekend, maar wie schande bedekt, is slim.
אֱוִ֗יל
(evil)
zot
בַּ֭יּוֹם
(bayom)
op de dag
יִוָּדַ֣ע
(yivada)
wordt bekend
כַּעְס֑וֹ
(kaso)
zijn ergernis
וְכֹסֶ֖ה
(vekhose)
en wie bedekt
קָל֣וֹן
(qalon)
schande
עָרֽוּם
(arum)
slimme
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

עָרוּם (arum), ‘slim’: in Spreuken meestal in goede zin, de slimheid die zich beheerst.

Het hoort bij orma, ‘slimheid’ of ‘sluwheid’.

17Wie betrouwbaarheid uitblaast, verkondigt gerechtigheid, maar een getuige van leugens is bedrog.
יָפִ֣יחַ
(yafiach)
blaast uit
אֱ֭מוּנָה
(emuna)
betrouwbaarheid
יַגִּ֣יד
(yagid)
verkondigt
צֶ֑דֶק
(tsedeq)
gerechtigheid
וְעֵ֖ד
(veed)
maar getuige van
שְׁקָרִ֣ים
(sheqarim)
leugens
מִרְמָֽה
(mirma)
bedrog
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
18Er is er die onbezonnen spreekt als zwaardsteken, maar de tong van de wijzen is genezing.
יֵ֣שׁ
(yesh)
er is
בּ֭וֹטֶה
(bote)
die onbezonnen spreekt
כְּמַדְקְר֣וֹת
(kemadqerot)
als steken van
חָ֑רֶב
(charev)
zwaard
וּלְשׁ֖וֹן
(uleshon)
maar tong van
חֲכָמִ֣ים
(chakhamim)
wijzen
מַרְפֵּֽא
(marpe)
genezing
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

בּוֹטֶה (boteh), ‘onbezonnen spreekt’: wie zonder nadenken woorden zegt die steken als een zwaard.

19De lip van de waarheid staat vast voor altijd, maar de tong van de leugen duurt slechts een ogenblik.
שְֽׂפַת
(sefat)
lip van
אֱ֭מֶת
(emet)
waarheid
תִּכּ֣וֹן
(tikon)
staat vast
לָעַ֑ד
(laad)
voor altijd
וְעַד
(vead)
maar tot
אַ֝רְגִּ֗יעָה
(argia)
een ogenblik
לְשׁ֣וֹן
(leshon)
tong van
שָֽׁקֶר
(shaqer)
leugen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אַרְגִּיעָה (argiah), ‘een ogenblik’: letterlijk ‘tot ik in een oogwenk’.

20Bedrog zit in het hart van wie kwaad smeden, maar voor wie vrede raden is er vreugde.
מִ֭רְמָה
(mirma)
bedrog
בְּלֶב
(belev)
in het hart van
חֹ֣רְשֵׁי
(choreshei)
smeden van
רָ֑ע
(ra)
kwaad
וּֽלְיֹעֲצֵ֖י
(uleyoatsei)
en voor raadgevers van
שָׁל֣וֹם
(shalom)
vrede
שִׂמְחָֽה
(simcha)
vreugde
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
21Geen onheil overkomt de rechtvaardige, maar de goddelozen zijn vol kwaad.
לֹא
(lo)
niet
יְאֻנֶּ֣ה
(yeune)
overkomt
לַצַּדִּ֣יק
(latsadiq)
de rechtvaardige
כָּל
(kal)
enig
אָ֑וֶן
(aven)
onheil
וּ֝רְשָׁעִ֗ים
(ureshaim)
maar goddelozen
מָ֣לְאוּ
(maleu)
zijn vol
רָֽע
(ra)
kwaad
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

יְאֻנֶּה (ye’unneh), ‘overkomt’: een zeldzame vorm; ‘wordt toegestaan’ of ‘overkomt’.

22Leugenlippen zijn een gruwel voor Yahweh, maar wie betrouwbaarheid doen, zijn Zijn welbehagen.
תּוֹעֲבַ֣ת
(toavat)
gruwel van
יְ֭הוָה
(Yahweh)
Yahweh
שִׂפְתֵי
(siftei)
lippen van
שָׁ֑קֶר
(shaqer)
leugen
וְעֹשֵׂ֖י
(veosei)
en wie doen
אֱמוּנָ֣ה
(emuna)
betrouwbaarheid
רְצוֹנֽוֹ
(retsono)
Zijn welbehagen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
23Een slimme mens bedekt kennis, maar het hart van de dwazen roept zotheid uit.
אָדָ֣ם
(adam)
mens
עָ֭רוּם
(arum)
slimme
כֹּ֣סֶה
(kose)
bedekt
דָּ֑עַת
(daat)
kennis
וְלֵ֥ב
(velev)
maar hart van
כְּ֝סִילִ֗ים
(kesilim)
dwazen
יִקְרָ֥א
(yiqra)
roept uit
אִוֶּֽלֶת
(ivelet)
zotheid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אִוֶּלֶת (ivvelet), ‘zotheid’: wat de evil, ‘zot’, kenmerkt.

24De hand van de ijverigen heerst, maar de slappe wordt tot dwangarbeid.
יַד
(yad)
hand van
חָרוּצִ֥ים
(charutsim)
ijverigen
תִּמְשׁ֑וֹל
(timshol)
heerst
ו֝רְמִיָּ֗ה
(vrmiya)
en slappe
תִּהְיֶ֥ה
(tihye)
wordt
לָמַֽס
(lamas)
tot dwangarbeid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

רְמִיָּה (remiyyah), ‘slap’: zie bij Spr. 10:4.

מַס (mas), ‘dwangarbeid’: arbeid die iemand moet verrichten voor een ander.

25Zorg in het hart van een man buigt hem neer, maar een goed woord verblijdt hem.
דְּאָגָ֣ה
(deaga)
zorg
בְלֶב
(belev)
in het hart van
אִ֣ישׁ
(ish)
man
יַשְׁחֶ֑נָּה
(yashchena)
buigt hem neer
וְדָבָ֖ר
(vedavar)
en woord
ט֣וֹב
(tov)
goed
יְשַׂמְּחֶֽנָּה
(yesamechena)
verblijdt hem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
26De rechtvaardige gaat zijn naaste voor, maar de weg van de goddelozen laat hen dwalen.
יָתֵ֣ר
(yater)
gaat voor
מֵרֵעֵ֣הוּ
(mereehu)
van zijn naaste
צַדִּ֑יק
(tsadiq)
rechtvaardige
וְדֶ֖רֶךְ
(vederekh)
maar weg van
רְשָׁעִ֣ים
(reshaim)
goddelozen
תַּתְעֵֽם
(tatem)
laat hen dwalen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing

Moeilijke tekst.

יָתֵר (yater) kan komen van tur, ‘verkennen’ (‘hij verkent het voor zijn naaste’), of betekenen ‘hij is voortreffelijker dan’.

Wij vertalen ‘gaat voor’, wat beide lezingen dekt.

27De slappe braadt zijn wild niet, maar kostbaar vermogen van een mens is de ijverige.
לֹא
(lo)
niet
יַחֲרֹ֣ךְ
(yacharokh)
braadt
רְמִיָּ֣ה
(remiya)
slappe
צֵיד֑וֹ
(tseido)
zijn wild
וְהוֹן
(vehon)
en vermogen van
אָדָ֖ם
(adam)
mens
יָקָ֣ר
(yaqar)
kostbaar
חָרֽוּץ
(charuts)
ijverige
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing

יַחֲרֹךְ (yacharokh), ‘braadt’: een woord dat maar één keer voorkomt.

Het kan ook ‘opjagen’ betekenen.

De tweede helft is kort en moeilijk: ‘kostbaar vermogen van een mens is de ijverige’.

28Op het pad van gerechtigheid is leven, en op de weg van haar baan is geen dood.
בְּאֹֽרַח
(beorach)
op het pad van
צְדָקָ֥ה
(tsedaqa)
gerechtigheid
חַיִּ֑ים
(chayim)
leven
וְדֶ֖רֶךְ
(vederekh)
en weg van
נְתִיבָ֣ה
(netiva)
haar baan
אַל
(al)
geen
מָֽוֶת
(mavet)
dood
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing

אַל־מָוֶת (al mavet), ‘geen dood’: de medeklinkers kunnen ook gelezen worden als ‘naar de dood’ (el mavet).

Dat past slecht bij de tegenstelling, daarom volgen wij de Masoretische klinkers.