Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Korach en zijn aanhang komen in opstand
1Korach, de zoon van Jishar, de zoon van Kehat, de zoon van Levi, nam mee. Dat waren Datan en Abiram, de zonen van Eliab, en On, de zoon van Pelet, zonen van Ruben.
וַיִּקַּ֣ח
(vayiqach)
en nam
קֹ֔רַח
(qorach)
Korach
בֶּן
(ben)
zoon van
יִצְהָ֥ר
(yitshar)
Jishar
בֶּן
(ben)
zoon van
קְהָ֖ת
(qehat)
Kehat
בֶּן
(ben)
zoon van
לֵוִ֑י
(levi)
Levi
וְדָתָ֨ן
(vedatan)
en Datan
וַאֲבִירָ֜ם
(vaaviram)
en Abiram
בְּנֵ֧י
(benei)
zonen van
אֱלִיאָ֛ב
(eliav)
Eliab
וְא֥וֹן
(veon)
en On
בֶּן
(ben)
zoon van
פֶּ֖לֶת
(pelet)
Pelet
בְּנֵ֥י
(benei)
zonen van
רְאוּבֵֽן
(reuven)
Ruben
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
יִצְהָר (Yitshar), ‘Jishar’: zie Exod. 6:18 en 6:21; Korach is een kleinzoon van Kehat.
Datan en Abiram horen bij de stam Ruben.
On wordt in dit verhaal verder niet meer genoemd (vergelijk Num. 26:9).
Lezing
In het Hebreeuws staat ‘en Korach nam’ zonder voorwerp.
Wij vertalen ‘nam mee’ en laten de namen volgen die in de zin staan.
Aanvullend
Jasher 84:1 bevestigt dat Korach de zoon van Jishar, de zoon van Kehat, de zoon van Levi was.
2Zij stonden op tegenover Mozes, samen met 250 mannen van de zonen van Israël. Dat waren leiders van de gemeenschap, afgevaardigden van de samenkomst, mannen met een naam.
וַיָּקֻ֨מוּ֙
(vayaqumu)
en zij stonden op
לִפְנֵ֣י
(lifnei)
voor het aangezicht van
מֹשֶׁ֔ה
(moshe)
Mozes
וַאֲנָשִׁ֥ים
(vaanashim)
en mannen
מִבְּנֵֽי
(mibenei)
van de zonen van
יִשְׂרָאֵ֖ל
(yisrael)
Israël
חֲמִשִּׁ֣ים
(chamishim)
vijftig
וּמָאתָ֑יִם
(umatayim)
en tweehonderd
נְשִׂיאֵ֥י
(nesiei)
leiders van
עֵדָ֛ה
(eda)
de gemeenschap
קְרִאֵ֥י
(qeriei)
afgevaardigden van
מוֹעֵ֖ד
(moed)
de samenkomst
אַנְשֵׁי
(anshei)
mannen van
שֵֽׁם
(shem)
naam
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
אַנְשֵׁי שֵׁם (anshei shem), ‘mannen met een naam’: bekende mannen, zoals in Gen. 6:4.
3Zij verzamelden zich tegen Mozes en Aäron en zeiden tegen hen: „Jullie gaan te ver! Want heel de gemeenschap, allemaal, is heilig, en Yahweh is in hun midden. Waarom verheffen jullie je dan boven de vergadering van Yahweh?”
וַיִּֽקָּהֲל֞וּ
(vayiqahalu)
en zij verzamelden zich
עַל
(al)
tegen
מֹשֶׁ֣ה
(moshe)
Mozes
וְעַֽל
(veal)
en tegen
אַהֲרֹ֗ן
(aharon)
Aäron
וַיֹּאמְר֣וּ
(vayomru)
en zij zeiden
אֲלֵהֶם֮
(alehem)
tot hen
רַב
(rav)
genoeg
לָכֶם֒
(lakhem)
voor jullie
כִּ֤י
(ki)
want
כָל
(kal)
heel
הָֽעֵדָה֙
(haeda)
de gemeenschap
כֻּלָּ֣ם
(kulam)
allen
קְדֹשִׁ֔ים
(qedoshim)
heilig
וּבְתוֹכָ֖ם
(uvetokham)
en in hun midden
יְהוָ֑ה
(Yahweh)
Yahweh
וּמַדּ֥וּעַ
(umadua)
en waarom
תִּֽתְנַשְּׂא֖וּ
(titnaseu)
verheffen jullie je
עַל
(al)
boven
קְהַ֥ל
(qehal)
de vergadering van
יְהוָֽה
(Yahweh)
Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
רַב־לָכֶם (rav lakhem), ‘Jullie gaan te ver’: letterlijk ‘veel voor jullie’.
Mozes zegt hetzelfde in vers 7 tegen Korach.
קְהַל יְהוָה (qehal Yahweh), ‘de vergadering van Yahweh’: de samengekomen gemeenschap.
5Hij sprak tot Korach en heel zijn aanhang: „Morgen zal Yahweh laten weten wie van Hem is en wie de heilige is. Hij zal hem tot Zich laten naderen. Wie Hij kiest, die zal Hij tot Zich laten naderen.
וַיְדַבֵּ֨ר
(vaydaber)
en hij sprak
אֶל
(el)
tot
קֹ֜רַח
(qorach)
Korach
וְאֶֽל
(veel)
en tot
כָּל
(kal)
heel
עֲדָתוֹ֮
(adato)
zijn aanhang
לֵאמֹר֒
(lemor)
zeggende
בֹּ֠קֶר
(boqer)
morgen
וְיֹדַ֨ע
(veyoda)
en zal laten weten
יְהוָ֧ה
(Yahweh)
Yahweh
אֶת
(et)
(obj.)
אֲשֶׁר
(asher)
wie
ל֛וֹ
(lo)
van Hem
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
הַקָּד֖וֹשׁ
(haqadosh)
de heilige
וְהִקְרִ֣יב
(vehiqriv)
en Hij zal laten naderen
אֵלָ֑יו
(elav)
tot Hem
וְאֵ֛ת
(veet)
en (obj.)
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
wie
יִבְחַר
(yivchar)
Hij kiest
בּ֖וֹ
(bo)
hem
יַקְרִ֥יב
(yaqriv)
Hij zal laten naderen
אֵלָֽיו
(elav)
tot Hem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
עֲדָתוֹ (adato), ‘zijn aanhang’: het woord is hetzelfde als ‘gemeenschap’ (edah).
Voor de mensen die Korach volgen vertalen wij ‘aanhang’ (verzen 5, 6, 11 en 16).
7Doe er vuur in en leg er morgen wierook op voor het aangezicht van Yahweh. Dan zal de man die Yahweh kiest, de heilige zijn. Jullie gaan te ver, zonen van Levi!”
וּתְנ֣וּ
(utenu)
en doe
בָהֵ֣ן
(bahen)
daarin
אֵ֡שׁ
(esh)
vuur
וְשִׂימוּ֩
(vesimu)
en leg
עֲלֵיהֶ֨ן
(aleihen)
daarop
קְטֹ֜רֶת
(qetoret)
wierook
לִפְנֵ֤י
(lifnei)
voor het aangezicht van
יְהוָה֙
(Yahweh)
Yahweh
מָחָ֔ר
(machar)
morgen
וְהָיָ֗ה
(vehaya)
en het zal zijn
הָאִ֛ישׁ
(haish)
de man
אֲשֶׁר
(asher)
die
יִבְחַ֥ר
(yivchar)
kiest
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
ה֣וּא
(hu)
hij
הַקָּד֑וֹשׁ
(haqadosh)
de heilige
רַב
(rav)
genoeg
לָכֶ֖ם
(lakhem)
voor jullie
בְּנֵ֥י
(benei)
zonen van
לֵוִֽי
(levi)
Levi
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
8Mozes zei tegen Korach: „Luister toch, zonen van Levi!
וַיֹּ֥אמֶר
(vayomer)
en zei
מֹשֶׁ֖ה
(moshe)
Mozes
אֶל
(el)
tot
קֹ֑רַח
(qorach)
Korach
שִׁמְעוּ
(shimu)
luister
נָ֖א
(na)
toch
בְּנֵ֥י
(benei)
zonen van
לֵוִֽי
(levi)
Levi
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
9Is het te weinig voor jullie dat de Elohim van Israël jullie heeft afgezonderd van de gemeenschap van Israël? Hij deed dit om jullie tot Zich te laten naderen. Hij deed het ook om de dienst van de tabernakel van Yahweh te doen en voor de gemeenschap te staan om hen te dienen?
הַמְעַ֣ט
(hamat)
is het te weinig
מִכֶּ֗ם
(mikem)
voor jullie
כִּֽי
(ki)
dat
הִבְדִּיל֩
(hivdil)
afzonderde
אֱלֹהֵ֨י
(elohei)
de Elohim van
יִשְׂרָאֵ֤ל
(yisrael)
Israël
אֶתְכֶם֙
(etkhem)
jullie
מֵעֲדַ֣ת
(meadat)
van de gemeenschap van
יִשְׂרָאֵ֔ל
(yisrael)
Israël
לְהַקְרִ֥יב
(lehaqriv)
om te laten naderen
אֶתְכֶ֖ם
(etkhem)
jullie
אֵלָ֑יו
(elav)
tot Zich
לַעֲבֹ֗ד
(laavod)
om te doen
אֶת
(et)
(obj.)
עֲבֹדַת֙
(avodat)
de dienst van
מִשְׁכַּ֣ן
(mishkan)
de tabernakel van
יְהוָ֔ה
(Yahweh)
Yahweh
וְלַעֲמֹ֛ד
(velaamod)
en om te staan
לִפְנֵ֥י
(lifnei)
voor het aangezicht van
הָעֵדָ֖ה
(haeda)
de gemeenschap
לְשָׁרְתָֽם
(lesharetam)
om hen te dienen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
De Levieten zijn van de gemeenschap afgezonderd voor de dienst bij de tabernakel (Num. 8:14).
13Is het te weinig dat je ons hebt laten optrekken uit een land dat overvloeit van melk en honing? Om ons in de woestijn te laten sterven? Moet je jezelf ook nog als heerser over ons opwerpen?
הַמְעַ֗ט
(hamat)
is het te weinig
כִּ֤י
(ki)
dat
הֶֽעֱלִיתָ֨נוּ֙
(heelitanu)
je liet optrekken ons
מֵאֶ֨רֶץ
(meerets)
uit een land
זָבַ֤ת
(zavat)
overvloeiend van
חָלָב֙
(chalav)
melk
וּדְבַ֔שׁ
(udevash)
en honing
לַהֲמִיתֵ֖נוּ
(lahamitenu)
om ons te doden
בַּמִּדְבָּ֑ר
(bamidbar)
in de woestijn
כִּֽי
(ki)
dat
תִשְׂתָּרֵ֥ר
(tistarer)
je jezelf heerser maakt
עָלֵ֖ינוּ
(aleinu)
over ons
גַּם
(gam)
ook
הִשְׂתָּרֵֽר
(histarer)
heerser maken
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Datan en Abiram gebruiken de woorden ‘een land dat overvloeit van melk en honing’ voor Egypte.
14Bovendien: naar een land dat overvloeit van melk en honing heb je ons niet gebracht. En je hebt ons geen erfdeel van akkers en wijngaarden gegeven. Wil je de ogen van deze mannen uitsteken? Wij komen niet!”
אַ֡ף
(af)
bovendien
לֹ֣א
(lo)
niet
אֶל
(el)
naar
אֶרֶץ֩
(erets)
een land
זָבַ֨ת
(zavat)
overvloeiend van
חָלָ֤ב
(chalav)
melk
וּדְבַשׁ֙
(udevash)
en honing
הֲבִ֣יאֹתָ֔נוּ
(haviotanu)
heb je ons gebracht
וַתִּ֨תֶּן
(vatiten)
en je gaf
לָ֔נוּ
(lanu)
ons
נַחֲלַ֖ת
(nachalat)
erfdeel van
שָׂדֶ֣ה
(sade)
akker
וָכָ֑רֶם
(vakharem)
en wijngaard
הַעֵינֵ֞י
(haeinei)
de ogen van
הָאֲנָשִׁ֥ים
(haanashim)
de mannen
הָהֵ֛ם
(hahem)
die
תְּנַקֵּ֖ר
(tenaqer)
zul je uitsteken
לֹ֥א
(lo)
niet
נַעֲלֶֽה
(naale)
wij zullen omhoog gaan
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
תְּנַקֵּר (tenaqqer), ‘uitsteken’: de ogen uitsteken, dat wil zeggen: blind maken (Richt. 16:21).
Het kan ook beeldspraak zijn: ‘wil je ons misleiden?’
Wij vertalen letterlijk.
לֹא נַעֲלֶה (lo na’aleh), ‘wij komen niet’: letterlijk ‘wij gaan niet omhoog’.
15Mozes werd zeer kwaad en zei tegen Yahweh: „Wend U niet naar hun graanoffer. Ik heb niet één ezel van hen genomen en ik heb niet één van hen kwaad gedaan.”
וַיִּ֤חַר
(vayichar)
en ontbrandde
לְמֹשֶׁה֙
(lemoshe)
voor Mozes
מְאֹ֔ד
(meod)
zeer
וַיֹּ֨אמֶר֙
(vayomer)
en hij zei
אֶל
(el)
tot
יְהוָ֔ה
(Yahweh)
Yahweh
אַל
(al)
niet
תֵּ֖פֶן
(tefen)
wend U
אֶל
(el)
naar
מִנְחָתָ֑ם
(minchatam)
hun graanoffer
לֹ֠א
(lo)
niet
חֲמ֨וֹר
(chamor)
een ezel
אֶחָ֤ד
(echad)
één
מֵהֶם֙
(mehem)
van hen
נָשָׂ֔אתִי
(nasati)
ik nam
וְלֹ֥א
(velo)
en niet
הֲרֵעֹ֖תִי
(hareoti)
ik deed kwaad
אֶת
(et)
(obj.)
אַחַ֥ד
(achad)
één
מֵהֶֽם
(mehem)
van hen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
מִנְחָתָם (minchatam), ‘hun graanoffer’: hier de wierookoffers die zij morgen brengen (vers 17).
Het is hetzelfde woord als ‘graanoffer’ in Lev. 2:1.
17Neem ieder zijn vuurpan, leg er wierook op en breng ieder zijn vuurpan voor het aangezicht van Yahweh: 250 vuurpannen. Ook jij en Aäron, ieder zijn vuurpan.”
וּקְח֣וּ
(uqechu)
en neem
אִ֣ישׁ
(ish)
ieder
מַחְתָּת֗וֹ
(machtato)
zijn vuurpan
וּנְתַתֶּ֤ם
(unetatem)
en leg
עֲלֵיהֶם֙
(aleihem)
daarop
קְטֹ֔רֶת
(qetoret)
wierook
וְהִקְרַבְתֶּ֞ם
(vehiqravtem)
en breng
לִפְנֵ֤י
(lifnei)
voor het aangezicht van
יְהוָה֙
(Yahweh)
Yahweh
אִ֣ישׁ
(ish)
ieder
מַחְתָּת֔וֹ
(machtato)
zijn vuurpan
חֲמִשִּׁ֥ים
(chamishim)
vijftig
וּמָאתַ֖יִם
(umatayim)
en tweehonderd
מַחְתֹּ֑ת
(machtot)
vuurpannen
וְאַתָּ֥ה
(veata)
en jij
וְאַהֲרֹ֖ן
(veaharon)
en Aäron
אִ֥ישׁ
(ish)
ieder
מַחְתָּתֽוֹ
(machtato)
zijn vuurpan
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
18Zij namen ieder hun vuurpan, deden er vuur in, legden er wierook op en gingen bij de ingang van de tent van samenkomst staan. Mozes en Aäron deden dat ook.
וַיִּקְח֞וּ
(vayiqchu)
en zij namen
אִ֣ישׁ
(ish)
ieder
מַחְתָּת֗וֹ
(machtato)
zijn vuurpan
וַיִּתְּנ֤וּ
(vayitenu)
en zij deden
עֲלֵיהֶם֙
(aleihem)
daarop
אֵ֔שׁ
(esh)
vuur
וַיָּשִׂ֥ימוּ
(vayasimu)
en zij legden
עֲלֵיהֶ֖ם
(aleihem)
daarop
קְטֹ֑רֶת
(qetoret)
wierook
וַֽיַּעַמְד֗וּ
(vayaamdu)
en zij gingen staan
פֶּ֛תַח
(petach)
de ingang van
אֹ֥הֶל
(ohel)
de tent van
מוֹעֵ֖ד
(moed)
samenkomst
וּמֹשֶׁ֥ה
(umoshe)
en Mozes
וְאַהֲרֹֽן
(veaharon)
en Aäron
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
19Korach riep heel de gemeenschap tegen hen bijeen bij de ingang van de tent van samenkomst. Toen verscheen de heerlijkheid van Yahweh aan heel de gemeenschap.
וַיַּקְהֵ֨ל
(vayaqhel)
en riep bijeen
עֲלֵיהֶ֥ם
(aleihem)
tegen hen
קֹ֨רַח֙
(qorach)
Korach
אֶת
(et)
(obj.)
כָּל
(kal)
heel
הָ֣עֵדָ֔ה
(haeda)
de gemeenschap
אֶל
(el)
naar
פֶּ֖תַח
(petach)
de ingang van
אֹ֣הֶל
(ohel)
de tent van
מוֹעֵ֑ד
(moed)
samenkomst
וַיֵּרָ֥א
(vayera)
en verscheen
כְבוֹד
(kevod)
de heerlijkheid van
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
אֶל
(el)
aan
כָּל
(kal)
heel
הָעֵדָֽה
(haeda)
de gemeenschap
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
22Zij wierpen zich op hun gezicht neer en zeiden: „O El, Elohim van de geesten van alle vlees! Eén man zondigt, en U zult toornen op heel de gemeenschap?”
וַיִּפְּל֤וּ
(vayipelu)
en zij vielen
עַל
(al)
op
פְּנֵיהֶם֙
(peneihem)
hun gezichten
וַיֹּ֣אמְר֔וּ
(vayomru)
en zij zeiden
אֵ֕ל
(el)
El
אֱלֹהֵ֥י
(elohei)
Elohim van
הָרוּחֹ֖ת
(haruchot)
de geesten
לְכָל
(lekhal)
van alle
בָּשָׂ֑ר
(basar)
vlees
הָאִ֤ישׁ
(haish)
de man
אֶחָד֙
(echad)
één
יֶחֱטָ֔א
(yecheta)
zondigt
וְעַ֥ל
(veal)
en over
כָּל
(kal)
heel
הָעֵדָ֖ה
(haeda)
de gemeenschap
תִּקְצֹֽף
(tiqtsof)
zult U toornen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
אֵל אֱלֹהֵי הָרוּחֹת לְכָל־בָּשָׂר (El Elohei haruchot lekhol basar), ‘El, Elohim van de geesten van alle vlees’: alle levende wezens hebben hun geest van Hem.
26Hij sprak tot de gemeenschap: „Ga toch weg bij de tenten van deze goddeloze mannen en raak niets aan van wat van hen is. Anders worden jullie weggevaagd vanwege al hun zonden.”
וַיְדַבֵּ֨ר
(vaydaber)
en hij sprak
אֶל
(el)
tot
הָעֵדָ֜ה
(haeda)
de gemeenschap
לֵאמֹ֗ר
(lemor)
zeggende
ס֣וּרוּ
(suru)
wijk
נָ֡א
(na)
toch
מֵעַל֩
(meal)
weg van
אָהֳלֵ֨י
(aholei)
de tenten van
הָאֲנָשִׁ֤ים
(haanashim)
de mannen
הָֽרְשָׁעִים֙
(hareshaim)
goddeloze
הָאֵ֔לֶּה
(haele)
deze
וְאַֽל
(veal)
en niet
תִּגְּע֖וּ
(tigeu)
raakt aan
בְּכָל
(bekhal)
iets van alles
אֲשֶׁ֣ר
(asher)
wat
לָהֶ֑ם
(lahem)
van hen
פֶּן
(pen)
anders
תִּסָּפ֖וּ
(tisafu)
jullie worden weggevaagd
בְּכָל
(bekhal)
om al
חַטֹּאתָֽם
(chatotam)
hun zonden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
27Zij trokken zich terug van rondom de woning van Korach, Datan en Abiram. Datan en Abiram kwamen naar buiten en gingen bij de ingang van hun tenten staan, met hun vrouwen, hun zonen en hun kleintjes.
וַיֵּעָל֗וּ
(vayealu)
en zij trokken zich terug
מֵעַ֧ל
(meal)
weg van
מִשְׁכַּן
(mishkan)
de woning van
קֹ֛רֶח
(qorech)
Korach
דָּתָ֥ן
(datan)
Datan
וַאֲבִירָ֖ם
(vaaviram)
en Abiram
מִסָּבִ֑יב
(misaviv)
rondom
וְדָתָ֨ן
(vedatan)
en Datan
וַאֲבִירָ֜ם
(vaaviram)
en Abiram
יָצְא֣וּ
(yatseu)
kwamen naar buiten
נִצָּבִ֗ים
(nitsavim)
staande
פֶּ֚תַח
(petach)
de ingang van
אָֽהֳלֵיהֶ֔ם
(aholeihem)
hun tenten
וּנְשֵׁיהֶ֥ם
(unesheihem)
en hun vrouwen
וּבְנֵיהֶ֖ם
(uveneihem)
en hun zonen
וְטַפָּֽם
(vetapam)
en hun kleintjes
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
30Maar stel dat Yahweh iets nieuws schept. En de grond opent haar mond en slokt hen op met alles wat van hen is. En zij dalen levend af naar de Sjeol. Dan zullen jullie weten dat deze mannen Yahweh geminacht hebben.”
וְאִם
(veim)
en als
בְּרִיאָ֞ה
(beria)
iets nieuws
יִבְרָ֣א
(yivra)
Hij schept
יְהוָ֗ה
(Yahweh)
Yahweh
וּפָצְתָ֨ה
(ufatseta)
en opent
הָאֲדָמָ֤ה
(haadama)
de grond
אֶת
(et)
(obj.)
פִּ֨יהָ֙
(piha)
haar mond
וּבָלְעָ֤ה
(uvalea)
en slokt op
אֹתָם֙
(otam)
hen
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
כָּל
(kal)
alles
אֲשֶׁ֣ר
(asher)
wat
לָהֶ֔ם
(lahem)
van hen
וְיָרְד֥וּ
(veyaredu)
en zij dalen af
חַיִּ֖ים
(chayim)
levend
שְׁאֹ֑לָה
(sheola)
naar de Sjeol
וִֽידַעְתֶּ֕ם
(vidatem)
dan zullen jullie weten
כִּ֧י
(ki)
dat
נִֽאֲצ֛וּ
(niatsu)
minachtten
הָאֲנָשִׁ֥ים
(haanashim)
de mannen
הָאֵ֖לֶּה
(haele)
deze
אֶת
(et)
(obj.)
יְהוָֽה
(Yahweh)
Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)