Elohim Bijbel

Hosea 6

1234567891011121314

Een oproep tot terugkeer en het antwoord van Yahweh

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Laten wij terugkeren

1„Kom, laten wij terugkeren tot Yahweh. Want Hij heeft verscheurd, en Hij zal ons genezen. Hij heeft geslagen, en Hij zal ons verbinden.
לְכוּ֙
(lekhu)
gaat
וְנָשׁ֣וּבָה
(venashuva)
en laten wij terugkeren
אֶל
(el)
tot
יְהוָ֔ה
(Yahweh)
Yahweh
כִּ֛י
(ki)
want
ה֥וּא
(hu)
Hij
טָרָ֖ף
(taraf)
heeft verscheurd
וְיִרְפָּאֵ֑נוּ
(veyirpaenu)
en Hij zal ons genezen
יַ֖ךְ
(yakh)
Hij heeft geslagen
וְיַחְבְּשֵֽׁנוּ
(veyachbeshenu)
en Hij zal ons verbinden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Wij nemen aan dat het volk spreekt, of de profeet namens het volk: dit is een oproep tot terugkeer.

De woorden staan daarom zwart tussen aanhalingstekens.

Yahweh antwoordt in vers 4.

טָרָף (taraf), ‘verscheuren’: hetzelfde werkwoord als in 5:14, waar Yahweh zegt: ‘Ik verscheur’.

2Na twee dagen doet Hij ons herleven; op de derde dag richt Hij ons op, en wij zullen leven voor Zijn aangezicht.
יְחַיֵּ֖נוּ
(yechayenu)
Hij zal ons doen herleven
מִיֹּמָ֑יִם
(miyomayim)
na twee dagen
בַּיּוֹם֙
(bayom)
op de dag
הַשְּׁלִישִׁ֔י
(hashelishi)
de derde
יְקִמֵ֖נוּ
(yeqimenu)
Hij zal ons oprichten
וְנִחְיֶ֥ה
(venichye)
en wij zullen leven
לְפָנָֽיו
(lefanav)
voor Zijn aangezicht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

‘Na twee dagen … op de derde dag’ betekent een korte tijd: het volk verwacht snel herstel.

3Laten wij kennen, laten wij najagen om Yahweh te kennen. Zijn opgang is vast als de dageraad. Hij komt tot ons als de regen, als de late regen die de aarde bevochtigt.”
וְנֵדְעָ֣ה
(venedea)
en laten wij kennen
נִרְדְּפָ֗ה
(nirdefa)
laten wij najagen
לָדַ֨עַת֙
(ladaat)
om te kennen
אֶת
(et)
(obj.)
יְהוָ֔ה
(Yahweh)
Yahweh
כְּשַׁ֖חַר
(keshachar)
als de dageraad
נָכ֣וֹן
(nakhon)
vast
מֽוֹצָא֑וֹ
(motsao)
Zijn opgang
וְיָב֤וֹא
(veyavo)
en Hij zal komen
כַגֶּ֨שֶׁם֙
(kageshem)
als de regen
לָ֔נוּ
(lanu)
tot ons
כְּמַלְק֖וֹשׁ
(kemalqosh)
als de late regen
י֥וֹרֶה
(yore)
die bevochtigt
אָֽרֶץ
(arets)
de aarde
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מַלְקוֹשׁ (malqosh), ‘late regen’: de regen in het voorjaar, in maart en april, die de oogst laat rijpen.

Wat moet Ik met je doen?

4„Wat moet Ik met je doen, Efraïm? Wat moet Ik met je doen, Juda? Jullie trouw is als een wolk in de morgen, als de dauw die vroeg verdwijnt.
מָ֤ה
(ma)
wat
אֶֽעֱשֶׂה
(eese)
zal Ik doen
לְּךָ֙
(lekha)
met jou
אֶפְרַ֔יִם
(efrayim)
Efraïm
מָ֥ה
(ma)
wat
אֶעֱשֶׂה
(eese)
zal Ik doen
לְּךָ֖
(lekha)
met jou
יְהוּדָ֑ה
(yehuda)
Juda
וְחַסְדְּכֶם֙
(vechasdekhem)
en jullie trouw
כַּֽעֲנַן
(kaanan)
als een wolk van
בֹּ֔קֶר
(boqer)
de morgen
וְכַטַּ֖ל
(vekhatal)
en als de dauw
מַשְׁכִּ֥ים
(mashkim)
vroeg
הֹלֵֽךְ
(holekh)
gaat weg
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

חֶסֶד (chesed), ‘trouw’: verbondstrouw.

Yahweh zegt dat de trouw van het volk niet duurt, zoals een wolk en dauw in de morgen verdwijnen.

5Daarom heb Ik hen neergehouwen door de profeten; Ik heb hen gedood met de woorden van Mijn mond. En de oordelen over jou gaan uit als het licht.
עַל
(al)
daarom
כֵּ֗ן
(ken)
(zo)
חָצַ֨בְתִּי֙
(chatsavti)
Ik heb neergehouwen
בַּנְּבִיאִ֔ים
(baneviim)
door de profeten
הֲרַגְתִּ֖ים
(haragtim)
Ik heb hen gedood
בְּאִמְרֵי
(beimrei)
met woorden van
פִ֑י
(pi)
Mijn mond
וּמִשְׁפָּטֶ֖יךָ
(umishpateikha)
en de oordelen over jou
א֥וֹר
(or)
licht
יֵצֵֽא
(yetse)
gaan uit
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing

De overgeleverde tekst leest ‘jouw oordelen’ (וּמִשְׁפָּטֶיךָ, umishpatekha); het woord ‘als’ vóór ‘licht’ staat er niet.

Sommige oude vertalingen lezen anders: ‘Mijn oordeel gaat uit als het licht’.

Wij volgen de overgeleverde tekst.

6Want Ik heb behagen in trouw en niet in slachtoffers, en in kennis van Elohim meer dan in brandoffers.
כִּ֛י
(ki)
want
חֶ֥סֶד
(chesed)
trouw
חָפַ֖צְתִּי
(chafatsti)
Ik heb behagen
וְלֹא
(velo)
en niet
זָ֑בַח
(zavach)
in slachtoffer
וְדַ֥עַת
(vedaat)
en kennis van
אֱלֹהִ֖ים
(Elohim)
Elohim
מֵעֹלֽוֹת
(meolot)
meer dan brandoffers
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

חֶסֶד (chesed), ‘trouw’; זֶבַח (zevach), ‘slachtoffer’; דַּעַת אֱלֹהִים (da'at Elohim), ‘kennis van Elohim’ (vergelijk 4:1 en 4:6).

Yahweh zegt niet dat offers verkeerd zijn, maar dat trouw en kennis van Elohim voorgaan. Vergelijk Matt. 9:13 en 12:7.

Trouweloos als Adam

7Maar zij hebben, als Adam, het verbond overtreden. Daar zijn zij trouweloos tegen Mij geweest.
וְהֵ֕מָּה
(vehema)
en zij
כְּאָדָ֖ם
(keadam)
als Adam
עָבְר֣וּ
(averu)
zij overtraden
בְרִ֑ית
(berit)
verbond
שָׁ֖ם
(sham)
daar
בָּ֥גְדוּ
(bagedu)
zij handelden trouweloos
בִֽי
(bi)
tegen Mij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

כְּאָדָם (ke'adam) is onzeker: ‘als Adam’ (zo vertalen wij), ‘als mensen’ of ‘bij Adam’.

Adam is ook een stad aan de Jordaan (Joz. 3:16).

Lezing

Wij lezen ‘als Adam’: net als de eerste mens overtraden zij het gebod van Yahweh (Gen. 2:16–17).

De klinkers van het Hebreeuws zijn later toegevoegd; de medeklinkers laten de andere lezingen toe.

8Gilead is een stad van boosdoeners, bevlekt met bloed.
גִּלְעָ֕ד
(gilad)
Gilead
קִרְיַ֖ת
(qiryat)
stad van
פֹּ֣עֲלֵי
(poalei)
werkers van
אָ֑וֶן
(aven)
onheil
עֲקֻבָּ֖ה
(aquba)
bevlekt
מִדָּֽם
(midam)
met bloed
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Gilead: Gilead is het bergland ten oosten van de Jordaan, tussen de Jarmoek en de Dode Zee.

Uitleg

עֲקֻבָּה (aqubbah), ‘bevlekt’: het woord komt van ‘hiel’, ‘voetspoor’.

Wij begrijpen: vol bloedsporen.

De betekenis is niet helemaal zeker.

9Als rovers die iemand opwachten, zo is de bende van de priesters: op de weg naar Sichem moorden zij. Want zij hebben schanddaden gedaan.
וּכְחַכֵּ֨י
(ukhechakei)
en als het wachten van
אִ֜ישׁ
(ish)
man
גְּדוּדִ֗ים
(gedudim)
bendes
חֶ֚בֶר
(chever)
gezelschap van
כֹּֽהֲנִ֔ים
(kohanim)
priesters
דֶּ֖רֶךְ
(derekh)
weg
יְרַצְּחוּ
(yeratsechu)
zij moorden
שֶׁ֑כְמָה
(shekhma)
naar Sichem
כִּ֥י
(ki)
want
זִמָּ֖ה
(zima)
schanddaad
עָשֽׂוּ
(asu)
zij hebben gedaan
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Sichem: Sichem lag bij het huidige Nablus, tussen de bergen Gerizim en Ebal.

Uitleg

De tekst is moeilijk.

Letterlijk: ‘als het wachten van een man van bendes, een gezelschap van priesters’.

Sichem was een vluchtstad (Joz. 20:7).

זִמָּה (zimmah), ‘schanddaad’: een schandelijke daad, soms ook seksueel van aard.

10In het huis van Israël heb Ik iets afschuwelijks gezien. Daar is de hoererij van Efraïm; Israël is onrein geworden.
בְּבֵית֙
(beveit)
in het huis van
יִשְׂרָאֵ֔ל
(yisrael)
Israël
רָאִ֖יתִי
(raiti)
Ik heb gezien
שַׁעֲרֽוּרִיָּ֑ה
(shaaruriya)
iets afschuwelijks
שָׁ֚ם
(sham)
daar
זְנ֣וּת
(zenut)
hoererij van
לְאֶפְרַ֔יִם
(leefrayim)
Efraïm
נִטְמָ֖א
(nitma)
is onrein geworden
יִשְׂרָאֵֽל
(yisrael)
Israël
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing

Het geschreven woord (ketiv) is שעריריה (sha'arirya); het voorgelezen woord (qere) is שַׁעֲרוּרִיָּה (sha'arurya).

Wij volgen de qere.

Beide woorden betekenen ‘iets afschuwelijks’.

11Ook voor jou, Juda, is een oogst bestemd, wanneer Ik het lot van Mijn volk keer.
גַּם
(gam)
ook
יְהוּדָ֕ה
(yehuda)
Juda
שָׁ֥ת
(shat)
is bestemd
קָצִ֖יר
(qatsir)
oogst
לָ֑ךְ
(lakh)
voor jou
בְּשׁוּבִ֖י
(beshuvi)
als Ik keer
שְׁב֥וּת
(shevut)
lot van
עַמִּֽי
(ami)
Mijn volk
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

שׁוּב שְׁבוּת (shuv shevut), ‘het lot keren’: het herstel van het volk na het oordeel, ook ‘terugbrengen van de ballingen’.

De toespraak van Yahweh loopt door in 7:1.