Elohim Bijbel

Romeinen 2

12345678910111213141516

Het oordeel van Elohim naar de werken, de wet en het geweten, de Jood en de besnijdenis van het hart

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Wie oordeelt, veroordeelt zichzelf

1Daarom ben je niet te verontschuldigen, o mens, ieder die oordeelt. Want waarin je de ander oordeelt, veroordeel je jezelf, want jij die oordeelt, doet dezelfde dingen.
Διὸ
(Dio)
daarom
ἀναπολόγητος
(anapologetos)
niet te verontschuldigen
εἶ
(ei)
ben je
ὦ
(o)
o
ἄνθρωπε
(anthrope)
mens
πᾶς
(pas)
ieder
ὁ
(ho)
die
κρίνων
(krinon)
oordeelt
ἐν
(en)
in
ᾧ
(ho)
wat
γὰρ
(gar)
want
κρίνεις
(krineis)
je oordeelt
τὸν
(ton)
de
ἕτερον
(heteron)
ander
σεαυτὸν
(seauton)
jezelf
κατακρίνεις
(katakrineis)
veroordeel je
τὰ
(ta)
de
γὰρ
(gar)
want
αὐτὰ
(auta)
dezelfde dingen
πράσσεις
(prasseis)
doe je
ὁ
(ho)
die
κρίνων
(krinon)
oordeelt
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὦ ἄνθρωπε (o anthrope), ‘o mens’: Paulus spreekt een gesprekspartner aan met ‘jij’.

Het Grieks zegt hier niet wie dat is; in vers 17 noemt de aangesprokene zich Jood. κρίνω (krino), ‘oordelen’; κατακρίνω (katakrino), ‘veroordelen’. ἀναπολόγητος (anapologetos), ‘niet te verontschuldigen’: zoals in 1:20.

‘Daarom’ verwijst terug naar hoofdstuk 1.

Zie ookRom 2:17
2Wij weten dat het oordeel van Elohim naar waarheid is over hen die zulke dingen doen.
οἴδαμεν
(oidamen)
wij weten
δὲ
(de)
maar
ὅτι
(hoti)
dat
τὸ
(to)
het
κρίμα
(krima)
oordeel
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
ἐστιν
(estin)
is
κατὰ
(kata)
volgens
ἀλήθειαν
(aletheian)
waarheid
ἐπὶ
(epi)
over
τοὺς
(tous)
hen
τὰ
(ta)
de
τοιαῦτα
(toiauta)
dergelijke dingen
πράσσοντας
(prassontas)
doen
Bron: SBLGNT
Uitleg

κρίμα (krima), ‘oordeel’. κατὰ ἀλήθειαν (kata aletheian), ‘naar waarheid’: een oordeel dat klopt met de feiten.

3Maar denk jij, o mens die oordeelt over hen die zulke dingen doen en ze zelf doet, dat jij het oordeel van Elohim zult ontvluchten?
λογίζῃ
(logize)
denk je
δὲ
(de)
maar
τοῦτο
(touto)
dit
ὦ
(o)
o
ἄνθρωπε
(anthrope)
mens
ὁ
(ho)
die
κρίνων
(krinon)
oordeelt
τοὺς
(tous)
hen
τὰ
(ta)
de
τοιαῦτα
(toiauta)
dergelijke dingen
πράσσοντας
(prassontas)
doen
καὶ
(kai)
en
ποιῶν
(poion)
doet
αὐτά
(auta)
die dingen
ὅτι
(hoti)
dat
σὺ
(sy)
jij
ἐκφεύξῃ
(ekpheuxe)
zult ontvluchten
τὸ
(to)
het
κρίμα
(krima)
oordeel
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
Bron: SBLGNT
Uitleg

λογίζομαι (logizomai), ‘rekenen, menen’: hetzelfde werkwoord als ‘toerekenen’ in 4:3. ἐκφεύγω (ekfeugo), ‘ontvluchten’.

De Griekse zin is een vraag.

4Of veracht je de rijkdom van Zijn goedheid, verdraagzaamheid en geduld, terwijl je niet weet dat de goedheid van Elohim je tot bekering leidt?
ἢ
(e)
of
τοῦ
(tou)
de
πλούτου
(ploutou)
rijkdom
τῆς
(tes)
van de
χρηστότητος
(chrestotetos)
goedheid
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
καὶ
(kai)
en
τῆς
(tes)
van de
ἀνοχῆς
(anoches)
verdraagzaamheid
καὶ
(kai)
en
τῆς
(tes)
van het
μακροθυμίας
(makrothymias)
geduld
καταφρονεῖς
(kataphroneis)
veracht je
ἀγνοῶν
(agnoon)
niet wetend
ὅτι
(hoti)
dat
τὸ
(to)
de
χρηστὸν
(chreston)
goedheid
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
εἰς
(eis)
tot
μετάνοιάν
(metanoian)
bekering
σε
(se)
je
ἄγει
(agei)
leidt
Bron: SBLGNT
Uitleg

χρηστότης (chrestotes), ‘goedheid’; ἀνοχή (anoche), ‘verdraagzaamheid’, hetzelfde woord als in 3:25; μακροθυμία (makrothymia), ‘geduld’, letterlijk ‘lang van gemoed’. μετάνοια (metanoia), ‘bekering’: verandering van denken.

5Maar door je hardheid en je onbekeerlijke hart stapel je voor jezelf toorn op, op de dag van de toorn en van de onthulling van het rechtvaardige oordeel van Elohim,
κατὰ
(kata)
volgens
δὲ
(de)
maar
τὴν
(ten)
de
σκληρότητά
(skleroteta)
hardheid
σου
(sou)
jouw
καὶ
(kai)
en
ἀμετανόητον
(ametanoeton)
onbekeerlijk
καρδίαν
(kardian)
hart
θησαυρίζεις
(thesaurizeis)
stapel je op
σεαυτῷ
(seauto)
voor jezelf
ὀργὴν
(orgen)
toorn
ἐν
(en)
op
ἡμέρᾳ
(hemera)
dag
ὀργῆς
(orges)
van toorn
καὶ
(kai)
en
ἀποκαλύψεως
(apokalypseos)
van onthulling
δικαιοκρισίας
(dikaiokrisias)
van rechtvaardig oordeel
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
Bron: SBLGNT
Uitleg

σκληρότης (sklerotes), ‘hardheid’. ἀμετανόητος (ametanoetos), ‘zonder bekering’. θησαυρίζω (thesaurizo), ‘opstapelen’: een schat verzamelen; het hangt samen met θησαυρός (thesauros), ‘schat’. δικαιοκρισία (dikaiokrisia), ‘rechtvaardig oordeel’: een samenstelling van δίκαιος (dikaios), ‘rechtvaardig’, en κρίσις (krisis), ‘oordeel’.

De zin loopt door in vers 6.

Lezing

De SBLGNT markeert hier een variant bij het woord ‘onthulling’; wij volgen de SBLGNT.

Zie ookRom 2:6

Elohim vergeldt ieder naar zijn werken

6die ieder zal vergelden naar zijn werken:
ὃς
(hos)
die
ἀποδώσει
(apodosei)
zal vergelden
ἑκάστῳ
(hekasto)
aan ieder
κατὰ
(kata)
volgens
τὰ
(ta)
de
ἔργα
(erga)
werken
αὐτοῦ
(autou)
zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

Dit lijkt op Ps. 62:13 (in de Nederlandse telling 62:12): ‘U vergeldt ieder naar zijn werk’, en op Spr. 24:12: ‘Hij vergeldt de mens naar zijn daad’.

Paulus noemt geen bron. ἀποδίδωμι (apodidomi), ‘vergelden’.

Zie ook Ps. 62:13; Spr. 24:12.

7aan hen die met volharding in goed werk heerlijkheid, eer en onvergankelijkheid zoeken, eeuwig leven;
τοῖς
(tois)
aan hen
μὲν
(men)
inderdaad
καθ’
(kath’)
volgens
ὑπομονὴν
(hypomonen)
volharding
ἔργου
(ergou)
van werk
ἀγαθοῦ
(agathou)
goed
δόξαν
(doxan)
heerlijkheid
καὶ
(kai)
en
τιμὴν
(timen)
eer
καὶ
(kai)
en
ἀφθαρσίαν
(aphtharsian)
onvergankelijkheid
ζητοῦσιν
(zetousin)
zoekend
ζωὴν
(zoen)
leven
αἰώνιον
(aionion)
eeuwig
Bron: SBLGNT
Uitleg

In de verzen 7–10 heeft het Grieks geen eigen werkwoord: ‘zal vergelden’ uit vers 6 werkt door. ὑπομονή (hypomone), ‘volharding’. ἀφθαρσία (aftharsia), ‘onvergankelijkheid’. ζωὴ αἰώνιος (zoe aionios), ‘eeuwig leven’.

Zie ookRom 2:6
8maar aan hen die uit zelfzucht zijn en de waarheid niet gehoorzamen, maar de onrechtvaardigheid gehoorzamen: toorn en woede.
τοῖς
(tois)
aan hen
δὲ
(de)
maar
ἐξ
(ex)
uit
ἐριθείας
(eritheias)
zelfzucht
καὶ
(kai)
en
ἀπειθοῦσι
(apeithousi)
ongehoorzaam zijn
τῇ
(te)
aan de
ἀληθείᾳ
(aletheia)
waarheid
πειθομένοις
(peithomenois)
gehoorzamend
δὲ
(de)
maar
τῇ
(te)
aan de
ἀδικίᾳ
(adikia)
onrechtvaardigheid
ὀργὴ
(orge)
toorn
καὶ
(kai)
en
θυμός
(thymos)
woede
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐριθεία (eritheia), ‘zelfzucht’: eigenbelang, zoals in Gal. 5:20. ὀργή (orge), ‘toorn’; θυμός (thymos), ‘woede’: twee woorden voor Elohims toorn die elkaar versterken.

Lezing

De SBLGNT markeert hier varianten bij ‘niet gehoorzamen’ en bij ‘toorn en woede’; wij volgen de SBLGNT.

Zie ookGal 5:20
9Verdrukking en benauwdheid over elke ziel van een mens die het kwade bewerkt, van de Jood eerst en ook van de Griek.
θλῖψις
(thlipsis)
verdrukking
καὶ
(kai)
en
στενοχωρία
(stenochoria)
benauwdheid
ἐπὶ
(epi)
over
πᾶσαν
(pasan)
elke
ψυχὴν
(psychen)
ziel
ἀνθρώπου
(anthropou)
van een mens
τοῦ
(tou)
die
κατεργαζομένου
(katergazomenou)
bewerkt
τὸ
(to)
het
κακόν
(kakon)
kwade
Ἰουδαίου
(Ioudaiou)
van de Jood
τε
(te)
zowel
πρῶτον
(proton)
eerst
καὶ
(kai)
als
Ἕλληνος
(Hellenos)
van de Griek
Bron: SBLGNT
Uitleg

θλῖψις (thlipsis), ‘verdrukking’; στενοχωρία (stenochoria), ‘benauwdheid’, letterlijk ‘te weinig ruimte’.

‘De Jood eerst en ook de Griek’: zoals in 1:16; ‘Griek’ staat hier voor de volken.

10Maar heerlijkheid, eer en vrede voor ieder die het goede bewerkt, voor de Jood eerst en ook voor de Griek.
δόξα
(doxa)
heerlijkheid
δὲ
(de)
maar
καὶ
(kai)
en
τιμὴ
(time)
eer
καὶ
(kai)
en
εἰρήνη
(eirene)
vrede
παντὶ
(panti)
aan ieder
τῷ
(to)
die
ἐργαζομένῳ
(ergazomeno)
bewerkt
τὸ
(to)
het
ἀγαθόν
(agathon)
goede
Ἰουδαίῳ
(Ioudaio)
aan de Jood
τε
(te)
zowel
πρῶτον
(proton)
eerst
καὶ
(kai)
als
Ἕλληνι
(Helleni)
aan de Griek
Bron: SBLGNT
Uitleg

Dit vers loopt parallel met vers 9: tegenover verdrukking en benauwdheid staan heerlijkheid, eer en vrede.

Zie ookRom 2:9
11Want bij Elohim is er geen aanzien van de persoon.
οὐ
(ou)
niet
γάρ
(gar)
want
ἐστιν
(estin)
is
προσωπολημψία
(prosopolempsia)
aanzien van de persoon
παρὰ
(para)
bij
τῷ
(to)
de
θεῷ
(theo)
Elohim
Bron: SBLGNT
Uitleg

προσωπολημψία (prosopolempsia), ‘aanzien van de persoon’: letterlijk ‘het gezicht aannemen’, partijdigheid.

Het Hebreeuwse beeld is ‘het gezicht opheffen’.

Zie ook Deut. 10:17; Gal. 2:6.

De wet en het geweten

12Want allen die zonder wet gezondigd hebben, zullen ook zonder wet verloren gaan. En allen die in de wet gezondigd hebben, zullen door de wet geoordeeld worden.
Ὅσοι
(Hosoi)
allen die
γὰρ
(gar)
want
ἀνόμως
(anomos)
zonder wet
ἥμαρτον
(hemarton)
zondigden
ἀνόμως
(anomos)
zonder wet
καὶ
(kai)
ook
ἀπολοῦνται
(apolountai)
zullen verloren gaan
καὶ
(kai)
en
ὅσοι
(hosoi)
allen die
ἐν
(en)
in
νόμῳ
(nomo)
wet
ἥμαρτον
(hemarton)
zondigden
διὰ
(dia)
door
νόμου
(nomou)
wet
κριθήσονται
(krithesontai)
zullen geoordeeld worden
Bron: SBLGNT
Uitleg

νόμος (nomos), ‘wet’: Hebreeuws tora, ‘onderwijs, instructie’.

Vanaf hier staat ‘wet’ vaak zonder lidwoord; het gaat in de eerste plaats om de wet van Mozes. ἀνόμως (anomos), ‘zonder wet’. ἐν νόμῳ (en nomo), ‘in de wet’: binnen het gebied van de wet. ἀπόλλυμι (apollymi), ‘verloren gaan’.

13Want niet de hoorders van de wet zijn rechtvaardig bij Elohim, maar de daders van de wet zullen rechtvaardig verklaard worden.
οὐ
(ou)
niet
γὰρ
(gar)
want
οἱ
(hoi)
de
ἀκροαταὶ
(akroatai)
hoorders
νόμου
(nomou)
van wet
δίκαιοι
(dikaioi)
rechtvaardig
παρὰ
(para)
bij
τῷ
(to)
de
θεῷ
(theo)
Elohim
ἀλλ’
(all’)
maar
οἱ
(hoi)
de
ποιηταὶ
(poietai)
daders
νόμου
(nomou)
van wet
δικαιωθήσονται
(dikaiothesontai)
zullen rechtvaardig verklaard worden
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀκροατής (akroates), ‘hoorder’; ποιητής (poietes), ‘dader’. δικαιόω (dikaioo), ‘rechtvaardig verklaren’: een rechterlijk woord, ‘vrijspreken’.

Zie ook Jak. 1:22–25.

Lezing

De SBLGNT markeert hier varianten bij het woord ‘wet’ en bij ‘Elohim’ (met of zonder lidwoord); wij volgen de SBLGNT.

14Want wanneer volken die geen wet hebben, van nature de dingen van de wet doen, zijn zij, hoewel zij geen wet hebben, zichzelf een wet.
ὅταν
(hotan)
wanneer
γὰρ
(gar)
want
ἔθνη
(ethne)
volken
τὰ
(ta)
die
μὴ
(me)
niet
νόμον
(nomon)
wet
ἔχοντα
(echonta)
hebben
φύσει
(physei)
van nature
τὰ
(ta)
wat
τοῦ
(tou)
van de
νόμου
(nomou)
wet
ποιῶσιν
(poiosin)
doen
οὗτοι
(houtoi)
dezen
νόμον
(nomon)
wet
μὴ
(me)
niet
ἔχοντες
(echontes)
hebbend
ἑαυτοῖς
(heautois)
voor zichzelf
εἰσιν
(eisin)
zijn
νόμος
(nomos)
wet
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἔθνη (ethne), ‘volken’: hier mensen uit de niet-Joodse volken. φύσει (fysei), ‘van nature’.

‘Wet’ staat in dit vers drie keer zonder lidwoord (de wet van Mozes); ‘de dingen van de wet’ is wat de wet voorschrijft. ἑαυτοῖς εἰσιν νόμος (heautois eisin nomos), ‘zijn zichzelf een wet’.

Lezing

De SBLGNT markeert hier een variant bij het werkwoord ‘doen’; wij volgen de SBLGNT.

15Zij tonen het werk van de wet, geschreven in hun harten. Hun geweten getuigt met hen mee, en de gedachten onder elkaar klagen aan of ook verdedigen,
οἵτινες
(hoitines)
zij die
ἐνδείκνυνται
(endeiknyntai)
tonen
τὸ
(to)
het
ἔργον
(ergon)
werk
τοῦ
(tou)
van de
νόμου
(nomou)
wet
γραπτὸν
(grapton)
geschreven
ἐν
(en)
in
ταῖς
(tais)
de
καρδίαις
(kardiais)
harten
αὐτῶν
(auton)
hun
συμμαρτυρούσης
(symmartyrouses)
mee getuigend
αὐτῶν
(auton)
hun
τῆς
(tes)
het
συνειδήσεως
(syneideseos)
geweten
καὶ
(kai)
en
μεταξὺ
(metaxy)
onder
ἀλλήλων
(allelon)
elkaar
τῶν
(ton)
de
λογισμῶν
(logismon)
gedachten
κατηγορούντων
(kategorounton)
aanklagend
ἢ
(e)
of
καὶ
(kai)
ook
ἀπολογουμένων
(apologoumenon)
verdedigend
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐνδείκνυμι (endeiknymi), ‘tonen’. γραπτός (graptos), ‘geschreven’. συνείδησις (syneidesis), ‘geweten’: letterlijk ‘het mee-weten’. λογισμός (logismos), ‘gedachte, overweging’. κατηγορέω (kategoreo), ‘aanklagen’; ἀπολογέομαι (apologeomai), ‘zich verdedigen’.

De Griekse zin loopt door in vers 16.

Zie ook Jer. 31:33; 2 Kor. 3:3.

16op de dag waarop Elohim de verborgen dingen van de mensen oordeelt, volgens mijn goede boodschap, door de Messias Yeshua.
ἐν
(en)
op
ἡμέρᾳ
(hemera)
dag
ὅτε
(hote)
wanneer
κρίνει
(krinei)
oordeelt
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
τὰ
(ta)
de
κρυπτὰ
(krypta)
verborgen dingen
τῶν
(ton)
van de
ἀνθρώπων
(anthropon)
mensen
κατὰ
(kata)
volgens
τὸ
(to)
de
εὐαγγέλιόν
(euangelion)
goede boodschap
μου
(mou)
mijn
διὰ
(dia)
door
Χριστοῦ
(Christou)
de Messias
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
Bron: SBLGNT
Uitleg

κρυπτά (krypta), ‘verborgen dingen’. κατὰ τὸ εὐαγγέλιόν μου (kata to euangelion mou), ‘volgens mijn goede boodschap’: de boodschap die Paulus verkondigt.

Lezing

De SBLGNT markeert hier varianten bij ‘de dag waarop’, bij ‘oordeelt’ en bij ‘de Messias Yeshua’; wij volgen de SBLGNT.

De Jood en de wet

17Maar als jij jezelf Jood noemt, op de wet steunt en in Elohim roemt,
Εἰ
(Ei)
als
δὲ
(de)
maar
σὺ
(sy)
jij
Ἰουδαῖος
(Ioudaios)
Jood
ἐπονομάζῃ
(eponomaze)
je noemt
καὶ
(kai)
en
ἐπαναπαύῃ
(epanapaue)
je steunt
νόμῳ
(nomo)
op wet
καὶ
(kai)
en
καυχᾶσαι
(kauchasai)
je roemt
ἐν
(en)
in
θεῷ
(theo)
Elohim
Bron: SBLGNT
Uitleg

De Griekse voorwaarde ‘als jij …’ loopt van vers 17 tot en met vers 20 en wordt in vers 21 hervat met ‘jij dan’.

Wij houden de lange zin, maar verdelen hem over de verzen. ἐπονομάζω (eponomazo), ‘noemen’; ἐπαναπαύομαι (epanapauomai), ‘steunen, rusten’; καυχάομαι (kauchaomai), ‘roemen’.

Lezing

De SBLGNT markeert hier varianten bij het begin van het vers en bij ‘de wet’; wij volgen de SBLGNT.

18en de wil kent en toetst wat van belang is, onderwezen uit de wet,
καὶ
(kai)
en
γινώσκεις
(ginoskeis)
ken je
τὸ
(to)
de
θέλημα
(thelema)
wil
καὶ
(kai)
en
δοκιμάζεις
(dokimazeis)
toets je
τὰ
(ta)
wat
διαφέροντα
(diapheronta)
van belang is
κατηχούμενος
(katechoumenos)
onderwezen
ἐκ
(ek)
uit
τοῦ
(tou)
de
νόμου
(nomou)
wet
Bron: SBLGNT
Uitleg

θέλημα (thelema), ‘wil’: het Grieks zegt niet ‘van Elohim’, maar dat ligt in de zin. τὰ διαφέροντα (ta diaferonta), ‘wat van belang is’: ook ‘wat verschilt’ of ‘wat uitmunt’. κατηχέω (katecheo), ‘onderwijzen’.

19je ervan overtuigd bent dat jij een gids bent van blinden, een licht voor hen die in het duister zijn,
πέποιθάς
(pepoithas)
overtuigd bent
τε
(te)
en
σεαυτὸν
(seauton)
jezelf
ὁδηγὸν
(hodegon)
gids
εἶναι
(einai)
te zijn
τυφλῶν
(typhlon)
van blinden
φῶς
(phos)
licht
τῶν
(ton)
van hen
ἐν
(en)
in
σκότει
(skotei)
duister
Bron: SBLGNT
20een opvoeder van onverstandigen, een leraar van kleine kinderen, die in de wet de vorm van de kennis en van de waarheid hebt —
παιδευτὴν
(paideuten)
opvoeder
ἀφρόνων
(aphronon)
van onverstandigen
διδάσκαλον
(didaskalon)
leraar
νηπίων
(nepion)
van kleine kinderen
ἔχοντα
(echonta)
hebbend
τὴν
(ten)
de
μόρφωσιν
(morphosin)
vorm
τῆς
(tes)
van de
γνώσεως
(gnoseos)
kennis
καὶ
(kai)
en
τῆς
(tes)
van de
ἀληθείας
(aletheias)
waarheid
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
νόμῳ
(nomo)
wet
Bron: SBLGNT
Uitleg

παιδευτής (paideutes), ‘opvoeder’. νήπιοι (nepioi), ‘kleine kinderen’, zoals in 1 Kor. 3:1. μόρφωσις (morfosis), ‘vorm, gestalte’: de wet geeft de vorm van kennis en waarheid.

Het streepje aan het eind laat zien dat de Griekse zin hier afbreekt en in vers 21 opnieuw begint.

21jij dan, die een ander onderwijst, onderwijs je jezelf niet? Jij die verkondigt niet te stelen, steel je?
ὁ
(ho)
de
οὖν
(oun)
dan
διδάσκων
(didaskon)
onderwijzend
ἕτερον
(heteron)
ander
σεαυτὸν
(seauton)
jezelf
οὐ
(ou)
niet
διδάσκεις
(didaskeis)
onderwijs je
ὁ
(ho)
de
κηρύσσων
(kerysson)
verkondigend
μὴ
(me)
niet
κλέπτειν
(kleptein)
te stelen
κλέπτεις
(klepteis)
steel je
Bron: SBLGNT
Uitleg

Verzen 21–23 zijn in het Grieks een rij vragen. διδάσκω (didasko), ‘onderwijzen’; κηρύσσω (kerysso), ‘verkondigen’; κλέπτω (klepto), ‘stelen’.

Zie ook Exod. 20:15; Deut. 5:19.

22Jij die zegt geen overspel te plegen, pleeg je overspel? Jij die een afschuw hebt van de afgodsbeelden, beroof je tempels?
ὁ
(ho)
de
λέγων
(legon)
zeggend
μὴ
(me)
niet
μοιχεύειν
(moicheuein)
overspel te plegen
μοιχεύεις
(moicheueis)
pleeg je overspel
ὁ
(ho)
de
βδελυσσόμενος
(bdelyssomenos)
walgend van
τὰ
(ta)
de
εἴδωλα
(eidola)
afgodsbeelden
ἱεροσυλεῖς
(hierosyleis)
beroof je tempels
Bron: SBLGNT
Uitleg

μοιχεύω (moicheuo), ‘overspel plegen’. βδελύσσομαι (bdelyssomai), ‘een afschuw hebben van’. εἴδωλα (eidola), ‘afgodsbeelden’. ἱεροσυλέω (hierosyleo), ‘tempels beroven’: het woord hoort bij ἱερόσυλος, ‘tempelrover’ (Hand. 19:37).

Zie ook Exod. 20:14; Deut. 5:18; Hand. 19:37.

23Jij die roemt in de wet, onteer je Elohim door de overtreding van de wet?
ὃς
(hos)
die
ἐν
(en)
in
νόμῳ
(nomo)
wet
καυχᾶσαι
(kauchasai)
roem je
διὰ
(dia)
door
τῆς
(tes)
de
παραβάσεως
(parabaseos)
overtreding
τοῦ
(tou)
van de
νόμου
(nomou)
wet
τὸν
(ton)
de
θεὸν
(theon)
Elohim
ἀτιμάζεις
(atimazeis)
onteer je
Bron: SBLGNT
Uitleg

παράβασις (parabasis), ‘overtreding’: letterlijk ‘het overschrijden’ van een grens.

24Want de naam van Elohim wordt door jullie gelasterd onder de volken, zoals geschreven staat.
τὸ
(to)
de
γὰρ
(gar)
want
ὄνομα
(onoma)
naam
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
δι’
(di’)
om
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
βλασφημεῖται
(blasphemeitai)
wordt gelasterd
ἐν
(en)
onder
τοῖς
(tois)
de
ἔθνεσιν
(ethnesin)
volken
καθὼς
(kathos)
zoals
γέγραπται
(gegraptai)
geschreven staat
Bron: SBLGNT
Uitleg

Aanhaling van Jes. 52:5.

Ons Hebreeuws heeft: ‘en voortdurend, de hele dag, wordt Mijn naam geminacht’.

Hier staat: ‘de naam van Elohim wordt door jullie gelasterd onder de volken’.

De woorden ‘door jullie’ en ‘onder de volken’ staan niet in ons Jes. 52:5.

Een vergelijkbare gedachte staat in Ezech. 36:20–23.

Het citaat staat zwart: Paulus haalt het aan. βλασφημέω (blasfemeo), ‘lasteren’.

Zie ook Jes. 52:5; Ezech. 36:20–23.

Besnijdenis van het hart

25Want besnijdenis is zeker nuttig als je de wet doet. Maar als je een overtreder van de wet bent, is je besnijdenis onbesnedenheid geworden.
Περιτομὴ
(Peritome)
besnijdenis
μὲν
(men)
zeker
γὰρ
(gar)
want
ὠφελεῖ
(ophelei)
is nuttig
ἐὰν
(ean)
als
νόμον
(nomon)
wet
πράσσῃς
(prasses)
je doet
ἐὰν
(ean)
als
δὲ
(de)
maar
παραβάτης
(parabates)
overtreder
νόμου
(nomou)
van wet
ᾖς
(es)
je bent
ἡ
(he)
de
περιτομή
(peritome)
besnijdenis
σου
(sou)
jouw
ἀκροβυστία
(akrobystia)
onbesnedenheid
γέγονεν
(gegonen)
is geworden
Bron: SBLGNT
Uitleg

περιτομή (peritome), ‘besnijdenis’; ἀκροβυστία (akrobystia), ‘onbesnedenheid’, letterlijk ‘voorhuid’. παραβάτης (parabates), ‘overtreder’.

Zie ook Gen. 17:10–14.

26Als dan de onbesnedenheid de rechtsvoorschriften van de wet bewaart, zal zijn onbesnedenheid dan niet tot besnijdenis gerekend worden?
ἐὰν
(ean)
als
οὖν
(oun)
dan
ἡ
(he)
de
ἀκροβυστία
(akrobystia)
onbesnedenheid
τὰ
(ta)
de
δικαιώματα
(dikaiomata)
rechtsvoorschriften
τοῦ
(tou)
van de
νόμου
(nomou)
wet
φυλάσσῃ
(phylasse)
bewaart
οὐχ
(ouch)
niet
ἡ
(he)
de
ἀκροβυστία
(akrobystia)
onbesnedenheid
αὐτοῦ
(autou)
zijn
εἰς
(eis)
tot
περιτομὴν
(peritomen)
besnijdenis
λογισθήσεται
(logisthesetai)
zal gerekend worden
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀκροβυστία (akrobystia) staat hier voor de onbesnedenen, de mensen uit de volken. δικαιώματα τοῦ νόμου (dikaiomata tou nomou), ‘rechtsvoorschriften van de wet’: wat de wet als recht vaststelt. λογίζομαι (logizomai), ‘rekenen’: ‘tot besnijdenis gerekend worden’.

Lezing

De SBLGNT markeert hier een variant bij ‘niet’; wij volgen de SBLGNT.

27En zal de onbesnedenheid die van nature is en de wet volbrengt, jou oordelen, die met letter en besnijdenis een overtreder van de wet bent?
καὶ
(kai)
en
κρινεῖ
(krinei)
zal oordelen
ἡ
(he)
de
ἐκ
(ek)
uit
φύσεως
(physeos)
natuur
ἀκροβυστία
(akrobystia)
onbesnedenheid
τὸν
(ton)
de
νόμον
(nomon)
wet
τελοῦσα
(telousa)
volbrengend
σὲ
(se)
jou
τὸν
(ton)
die
διὰ
(dia)
door
γράμματος
(grammatos)
letter
καὶ
(kai)
en
περιτομῆς
(peritomes)
besnijdenis
παραβάτην
(parabaten)
overtreder
νόμου
(nomou)
van wet
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐκ φύσεως (ek fyseos), ‘van nature’. γράμμα (gramma), ‘letter’: het geschreven woord; διά (dia) kan ‘met’ of ‘ondanks’ betekenen. τελέω (teleo), ‘volbrengen’.

28Want niet wie het in het zichtbare is, is een Jood, en ook niet de besnijdenis die in het zichtbare, in het vlees, is;
οὐ
(ou)
niet
γὰρ
(gar)
want
ὁ
(ho)
de
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
het
φανερῷ
(phanero)
zichtbare
Ἰουδαῖός
(Ioudaios)
Jood
ἐστιν
(estin)
is
οὐδὲ
(oude)
noch
ἡ
(he)
de
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
het
φανερῷ
(phanero)
zichtbare
ἐν
(en)
in
σαρκὶ
(sarki)
vlees
περιτομή
(peritome)
besnijdenis
Bron: SBLGNT
Uitleg

φανερός (faneros), ‘zichtbaar’; κρυπτός (kryptos), ‘verborgen’.

Het Grieks heeft bij ‘besnijdenis’ geen werkwoord: ‘noch is de zichtbare besnijdenis in het vlees (besnijdenis)’.

29maar wie het in het verborgene is, is een Jood, en besnijdenis is die van het hart, in de Geest, niet in de letter. Zijn lof is niet van mensen, maar van Elohim.
ἀλλ’
(all’)
maar
ὁ
(ho)
de
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
het
κρυπτῷ
(krypto)
verborgene
Ἰουδαῖος
(Ioudaios)
Jood
καὶ
(kai)
en
περιτομὴ
(peritome)
besnijdenis
καρδίας
(kardias)
van hart
ἐν
(en)
in
πνεύματι
(pneumati)
Geest
οὐ
(ou)
niet
γράμματι
(grammati)
letter
οὗ
(hou)
van wie
ὁ
(ho)
de
ἔπαινος
(epainos)
lof
οὐκ
(ouk)
niet
ἐξ
(ex)
uit
ἀνθρώπων
(anthropon)
mensen
ἀλλ’
(all’)
maar
ἐκ
(ek)
uit
τοῦ
(tou)
de
θεοῦ
(theou)
Elohim
Bron: SBLGNT
Uitleg

περιτομὴ καρδίας (peritome kardias), ‘besnijdenis van het hart’: zie Deut. 10:16; Deut. 30:6; Jer. 4:4. ἐν πνεύματι οὐ γράμματι (en pneumati ou grammati), ‘in de Geest, niet in de letter’: πνεῦμα kan hier de Geest van Elohim zijn of de innerlijke geest van de mens; wij schrijven ‘Geest’ met een hoofdletter.

Vergelijk 2 Kor. 3:6. ἔπαινος (epainos), ‘lof’. Ἰουδαῖος (Ioudaios), ‘Jood’, hangt samen met de naam Juda, die in Gen. 29:35 bij ‘loven’ hoort; Paulus kan op dit verband zinspelen.

Zie ook Deut. 10:16; Deut. 30:6; Jer. 4:4; Gen. 29:35; 2 Kor. 3:6.