Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
De Tien Woorden
1Elohim sprak al deze woorden:
וַיְדַבֵּ֣ר
(vaydaber)
en sprak
אֱלֹהִ֔ים
(Elohim)
Elohim
אֵ֛ת
(et)
(obj.)
כָּל
(kal)
al
הַדְּבָרִ֥ים
(hadevarim)
de woorden
הָאֵ֖לֶּה
(haele)
deze
לֵאמֹֽר
(lemor)
om te zeggen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Dit zijn de ‘Tien Woorden’ (Deut. 4:13; 10:4).
De telling verschilt per traditie: in de joodse telling is vers 2 het eerste woord, andere tradities rekenen vers 3–6 als één woord of splitsen vers 17.
4Je zult geen gesneden beeld voor jezelf maken, en geen enkele afbeelding van wat boven in de hemel is, of op de aarde beneden, of in het water onder de aarde.
לֹֽ֣א
(lo)
niet
תַֽעֲשֶׂ֨ה
(taase)
zul je maken
לְךָ֥
(lekha)
voor jou
פֶ֨סֶל֙
(pesel)
gesneden beeld
וְכָל
(vekhal)
en elke
תְּמוּנָ֔ה
(temuna)
afbeelding
אֲשֶׁ֤ר
(asher)
van wat
בַּשָּׁמַ֨יִם֙
(bashamayim)
in de hemel
מִמַּ֔עַל
(mimaal)
boven
וַאֲשֶׁ֥ר
(vaasher)
en van wat
בָּאָ֖רֶץ
(baarets)
op de aarde
מִתָּ֑חַת
(mitachat)
beneden
וַאֲשֶׁ֥ר
(vaasher)
en van wat
בַּמַּ֖יִם
(bamayim)
in het water
מִתַּ֥חַת
(mitachat)
onder
לָאָֽרֶץ
(laarets)
de aarde
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
5Je zult je niet voor hen neerbuigen en hen niet dienen. Want Ik, Yahweh, je Elohim, ben een na-ijverige El, die de schuld van de vaderen bezoekt aan de kinderen, aan het derde en het vierde geslacht van hen die Mij haten,
לֹֽא
(lo)
niet
תִשְׁתַּחֲוֶ֥ה
(tishtachave)
zul je buigen
לָהֶ֖ם
(lahem)
voor hen
וְלֹ֣א
(velo)
en niet
תָעָבְדֵ֑ם
(taavedem)
dien hen
כִּ֣י
(ki)
want
אָֽנֹכִ֞י
(anokhi)
Ik
יְהוָ֤ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֶ֨יךָ֙
(eloheikha)
je Elohim
אֵ֣ל
(el)
El
קַנָּ֔א
(qana)
na-ijverig
פֹּ֠קֵד
(poqed)
bezoekend
עֲוֺ֨ן
(avon)
schuld van
אָבֹ֧ת
(avot)
vaderen
עַל
(al)
over
בָּנִ֛ים
(banim)
kinderen
עַל
(al)
over
שִׁלֵּשִׁ֥ים
(shileshim)
derden
וְעַל
(veal)
en over
רִבֵּעִ֖ים
(ribeim)
vierden
לְשֹׂנְאָֽי
(lesoneay)
die Mij haten
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
קַנָּא (qanna), ‘na-ijverig’, wil zeggen dat Yahweh geen deling van trouw duldt.
De ‘derde en vierde generatie’ zijn de nakomelingen die in één huishouden leefden.
10maar de zevende dag is een sabbat voor Yahweh, je Elohim. Dan mag je geen enkel werk doen, jij niet, je zoon niet, je dochter niet, je dienaar niet, je dienares niet, je vee niet en de vreemdeling die binnen je poorten is niet.
וְי֨וֹם֙
(veyom)
en dag
הַשְּׁבִיעִ֔י
(hashevii)
de zevende
שַׁבָּ֖ת
(shabat)
sabbat
לַיהוָ֣ה
(laYahweh)
voor Yahweh
אֱלֹהֶ֑יךָ
(eloheikha)
je Elohim
לֹֽ֣א
(lo)
niet
תַעֲשֶׂ֨ה
(taase)
zul je doen
כָל
(kal)
enig
מְלָאכָ֜ה
(melakha)
werk
אַתָּ֣ה
(ata)
jij
וּבִנְךָֽ֣
(uvinkha)
en je zoon
וּבִתֶּ֗ךָ
(uvitekha)
en je dochter
עַבְדְּךָ֤
(avdekha)
je dienaar
וַאֲמָֽתְךָ֙
(vaamatekha)
en je dienares
וּבְהֶמְתֶּ֔ךָ
(uvehemtekha)
en je vee
וְגֵרְךָ֖
(vegerekha)
en je vreemdeling
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
die
בִּשְׁעָרֶֽיךָ
(bishareikha)
binnen je poorten
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
11Want in zes dagen heeft Yahweh de hemel en de aarde gemaakt, de zee en alles wat erin is. En op de zevende dag heeft Hij gerust. Daarom heeft Yahweh de sabbatdag gezegend en geheiligd.
כִּ֣י
(ki)
want
שֵֽׁשֶׁת
(sheshet)
zes
יָמִים֩
(yamim)
dagen
עָשָׂ֨ה
(asa)
maakte
יְהוָ֜ה
(Yahweh)
Yahweh
אֶת
(et)
(obj.)
הַשָּׁמַ֣יִם
(hashamayim)
de hemel
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
הָאָ֗רֶץ
(haarets)
de aarde
אֶת
(et)
(obj.)
הַיָּם֙
(hayam)
de zee
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
כָּל
(kal)
alles
אֲשֶׁר
(asher)
wat
בָּ֔ם
(bam)
daarin
וַיָּ֖נַח
(vayanach)
en rustte
בַּיּ֣וֹם
(bayom)
op de dag
הַשְּׁבִיעִ֑י
(hashevii)
de zevende
עַל
(al)
op grond
כֵּ֗ן
(ken)
hiervan
בֵּרַ֧ךְ
(berakh)
zegende
יְהוָ֛ה
(Yahweh)
Yahweh
אֶת
(et)
(obj.)
י֥וֹם
(yom)
dag van
הַשַּׁבָּ֖ת
(hashabat)
de sabbat
וַֽיְקַדְּשֵֽׁהוּ
(vayqadeshehu)
en heiligde hem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
De sabbat wordt hier gegrond in de schepping; vergelijk Gen. 2:2–3.
17Je zult het huis van je naaste niet begeren. Je zult de vrouw van je naaste niet begeren, noch zijn dienaar, noch zijn dienares, noch zijn os, noch zijn ezel, noch iets wat van je naaste is.”
לֹ֥א
(lo)
niet
תַחְמֹ֖ד
(tachmod)
zul je begeren
בֵּ֣ית
(beit)
huis van
רֵעֶ֑ךָ
(reekha)
je naaste
לֹֽא
(lo)
niet
תַחְמֹ֞ד
(tachmod)
zul je begeren
אֵ֣שֶׁת
(eshet)
vrouw van
רֵעֶ֗ךָ
(reekha)
je naaste
וְעַבְדּ֤וֹ
(veavdo)
en zijn dienaar
וַאֲמָתוֹ֙
(vaamato)
en zijn dienares
וְשׁוֹר֣וֹ
(veshoro)
en zijn os
וַחֲמֹר֔וֹ
(vachamoro)
en zijn ezel
וְכֹ֖ל
(vekhol)
en alles
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
wat
לְרֵעֶֽךָ
(lereekha)
van je naaste
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
18Heel het volk zag de donderslagen en de fakkels, het hoorngeluid en de rokende berg. Toen het volk dat zag, beefde het en bleef op een afstand staan.
וְכָל
(vekhal)
en heel
הָעָם֩
(haam)
het volk
רֹאִ֨ים
(roim)
ziende
אֶת
(et)
(obj.)
הַקּוֹלֹ֜ת
(haqolot)
de donderslagen
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
הַלַּפִּידִ֗ם
(halapidim)
de fakkels
וְאֵת֙
(veet)
en (obj.)
ק֣וֹל
(qol)
geluid van
הַשֹּׁפָ֔ר
(hashofar)
de ramshoorn
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
הָהָ֖ר
(hahar)
de berg
עָשֵׁ֑ן
(ashen)
rokend
וַיַּ֤רְא
(vayar)
en zag
הָעָם֙
(haam)
het volk
וַיָּנֻ֔עוּ
(vayanuu)
en beefden
וַיַּֽעַמְד֖וּ
(vayaamdu)
en stonden
מֵֽרָחֹֽק
(merachoq)
op afstand
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
הַקּוֹלֹת (haqolot), ‘de stemmen’, is hier ‘de donderslagen’ (vergelijk 19:16).
20Mozes zei tot het volk: „Wees niet bang. Want Elohim is gekomen om jullie op de proef te stellen, en opdat de vrees voor Hem jullie voor ogen staat, zodat jullie niet zondigen.”
וַיֹּ֨אמֶר
(vayomer)
en zei
מֹשֶׁ֣ה
(moshe)
Mozes
אֶל
(el)
tot
הָעָם֮
(haam)
het volk
אַל
(al)
niet
תִּירָאוּ֒
(tirau)
vrees
כִּ֗י
(ki)
want
לְבַֽעֲבוּר֙
(levaavur)
om
נַסּ֣וֹת
(nasot)
op de proef te stellen
אֶתְכֶ֔ם
(etkhem)
jullie
בָּ֖א
(ba)
is gekomen
הָאֱלֹהִ֑ים
(haElohim)
Elohim
וּבַעֲב֗וּר
(uvaavur)
en opdat
תִּהְיֶ֧ה
(tihye)
zal zijn
יִרְאָת֛וֹ
(yirato)
Zijn vrees
עַל
(al)
op
פְּנֵיכֶ֖ם
(peneikhem)
jullie gezicht
לְבִלְתִּ֥י
(levilti)
opdat niet
תֶחֱטָֽאוּ
(techetau)
jullie zondigen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
24Een altaar van aarde moet je voor Mij maken, en daarop zul je je brandoffers en je vredeoffers slachten, je kleinvee en je runderen. Op elke plaats waar Ik Mijn naam laat gedenken, kom Ik tot je en zegen Ik je.
מִזְבַּ֣ח
(mizbach)
altaar van
אֲדָמָה֮
(adama)
aarde
תַּעֲשֶׂה
(taase)
zul je maken
לִּי֒
(li)
voor Mij
וְזָבַחְתָּ֣
(vezavachta)
en slacht
עָלָ֗יו
(alav)
daarop
אֶת
(et)
(obj.)
עֹלֹתֶ֨יךָ֙
(oloteikha)
je brandoffers
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
שְׁלָמֶ֔יךָ
(shelameikha)
je vredeoffers
אֶת
(et)
(obj.)
צֹֽאנְךָ֖
(tsonkha)
je kleinvee
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
בְּקָרֶ֑ךָ
(beqarekha)
je runderen
בְּכָל
(bekhal)
op elke
הַמָּקוֹם֙
(hamaqom)
plaats
אֲשֶׁ֣ר
(asher)
waar
אַזְכִּ֣יר
(azkir)
Ik laat gedenken
אֶת
(et)
(obj.)
שְׁמִ֔י
(shemi)
Mijn naam
אָב֥וֹא
(avo)
zal Ik komen
אֵלֶ֖יךָ
(eleikha)
tot jou
וּבֵרַכְתִּֽיךָ
(uverakhtikha)
en zal je zegenen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Het altaar is eenvoudig van aarde.
Yahweh belooft Zijn aanwezigheid op elke plek waar Hij Zijn naam laat gedenken.