Elohim Bijbel

Hosea 4

1234567891011121314

De rechtszaak van Yahweh tegen priesters en volk

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Een rechtszaak tegen het land

1Hoor het woord van Yahweh, zonen van Israël. Want Yahweh heeft een rechtszaak met de bewoners van het land: er is geen waarheid, geen trouw en geen kennis van Elohim in het land.
שִׁמְע֥וּ
(shimu)
hoor
דְבַר
(devar)
het woord van
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
בְּנֵ֣י
(benei)
zonen van
יִשְׂרָאֵ֑ל
(yisrael)
Israël
כִּ֣י
(ki)
want
רִ֤יב
(riv)
rechtszaak
לַֽיהוָה֙
(laYahweh)
voor Yahweh
עִם
(im)
met
יוֹשְׁבֵ֣י
(yoshevei)
bewoners van
הָאָ֔רֶץ
(haarets)
het land
כִּ֠י
(ki)
want
אֵין
(ein)
er is niet
אֱמֶ֧ת
(emet)
waarheid
וְֽאֵין
(veein)
en er is niet
חֶ֛סֶד
(chesed)
trouw
וְאֵֽין
(veein)
en niet
דַּ֥עַת
(daat)
kennis van
אֱלֹהִ֖ים
(Elohim)
Elohim
בָּאָֽרֶץ
(baarets)
in het land
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

רִיב (riv), ‘rechtszaak’: Yahweh treedt op als aanklager tegen Zijn volk.

אֱמֶת (emet), ‘waarheid’; חֶסֶד (chesed), ‘trouw’: verbondstrouw; דַּעַת אֱלֹהִים (da'at Elohim), ‘kennis van Elohim’: Elohim kennen en doen wat Hij zegt, niet alleen over Hem weten. Het woord ‘kennis’ komt ook voor in vers 6.

2Er is vervloeking en leugen, moord, diefstal en overspel. Zij breken door alle grenzen, en bloedvergieten raakt aan bloedvergieten.
אָלֹ֣ה
(alo)
vervloeking
וְכַחֵ֔שׁ
(vekhachesh)
en liegen
וְרָצֹ֥חַ
(veratsoach)
en moorden
וְגָנֹ֖ב
(veganov)
en stelen
וְנָאֹ֑ף
(venaof)
en overspel plegen
פָּרָ֕צוּ
(paratsu)
zij breken door
וְדָמִ֥ים
(vedamim)
en bloedvergieten
בְּדָמִ֖ים
(bedamim)
aan bloedvergieten
נָגָֽעוּ
(nagau)
raakt
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
3Daarom treurt het land, en elke bewoner ervan kwijnt weg, met de dieren van het veld en de vogels van de hemel. Ook de vissen van de zee worden weggenomen.
עַל
(al)
daarom
כֵּ֣ן
(ken)
(zo)
תֶּאֱבַ֣ל
(teeval)
treurt
הָאָ֗רֶץ
(haarets)
het land
וְאֻמְלַל֙
(veumlal)
en kwijnt weg
כָּל
(kal)
elke
יוֹשֵׁ֣ב
(yoshev)
bewoner van
בָּ֔הּ
(bah)
daarin
בְּחַיַּ֥ת
(bechayat)
met de dieren van
הַשָּׂדֶ֖ה
(hasade)
het veld
וּבְע֣וֹף
(uveof)
en met de vogels van
הַשָּׁמָ֑יִם
(hashamayim)
de hemel
וְגַם
(vegam)
en ook
דְּגֵ֥י
(degei)
de vissen van
הַיָּ֖ם
(hayam)
de zee
יֵאָסֵֽפוּ
(yeasefu)
worden weggenomen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Tegen de priesters

4„Maar laat niemand twisten, en laat niemand een ander terechtwijzen. Jouw volk is als wie met de priester twist.
אַ֥ךְ
(akh)
maar
אִ֛ישׁ
(ish)
man
אַל
(al)
niet
יָרֵ֖ב
(yarev)
laat twisten
וְאַל
(veal)
en niet
יוֹכַ֣ח
(yokhach)
laat terechtwijzen
אִ֑ישׁ
(ish)
man
וְעַמְּךָ֖
(veamekha)
en jouw volk
כִּמְרִיבֵ֥י
(kimrivei)
is als twisters met
כֹהֵֽן
(kohen)
de priester
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De Hebreeuwse tekst van dit vers is moeilijk.

Letterlijk staat er: ‘jouw volk is als twisters met een priester’.

Wij begrijpen: het volk is zo ver van Yahweh dat het zelfs twist met de priester, die het zou moeten onderwijzen.

Vanaf dit vers nemen wij aan dat Yahweh zelf spreekt: in vers 5 zegt de spreker ‘Ik breng je moeder tot zwijgen’ en dit sluit aan op ‘jouw volk’ in vers 4. Vers 10 spreekt over Yahweh in de derde persoon; vers 10 en 11 staan daarom zwart.

5Overdag zul je struikelen, en 's nachts struikelt ook de profeet met je mee. Ik breng je moeder tot zwijgen.
וְכָשַׁלְתָּ֣
(vekhashalta)
en je zult struikelen
הַיּ֔וֹם
(hayom)
overdag
וְכָשַׁ֧ל
(vekhashal)
en zal struikelen
גַּם
(gam)
ook
נָבִ֛יא
(navi)
profeet
עִמְּךָ֖
(imekha)
met jou
לָ֑יְלָה
(layela)
's nachts
וְדָמִ֖יתִי
(vedamiti)
en Ik breng tot zwijgen
אִמֶּֽךָ
(imekha)
je moeder
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

‘Je moeder’ is het volk als geheel (vergelijk Hos. 2:4).

6Mijn volk wordt tot zwijgen gebracht door gebrek aan kennis. Omdat jij de kennis hebt verworpen, verwerp Ik jou als priester voor Mij. Je bent de wet van je Elohim vergeten; ook Ik vergeet je zonen.
נִדְמ֥וּ
(nidmu)
zijn tot zwijgen gebracht
עַמִּ֖י
(ami)
Mijn volk
מִבְּלִ֣י
(mibeli)
zonder
הַדָּ֑עַת
(hadaat)
de kennis
כִּֽי
(ki)
want
אַתָּ֞ה
(ata)
jij
הַדַּ֣עַת
(hadaat)
de kennis
מָאַ֗סְתָּ
(maasta)
hebt verworpen
וְאֶמְאָֽסְאךָ֙
(veemasekha)
en Ik verwerp jou
מִכַּהֵ֣ן
(mikahen)
als priester
לִ֔י
(li)
voor Mij
וַתִּשְׁכַּח֙
(vatishkach)
en je vergat
תּוֹרַ֣ת
(torat)
wet van
אֱלֹהֶ֔יךָ
(eloheikha)
je Elohim
אֶשְׁכַּ֥ח
(eshkach)
Ik zal vergeten
בָּנֶ֖יךָ
(baneikha)
je zonen
גַּם
(gam)
ook
אָֽנִי
(ani)
Ik
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

דָּמָה (damah), ‘tot zwijgen brengen’: ook ‘vernietigen, ten onder laten gaan’.

Hetzelfde werkwoord staat in vers 5.

תּוֹרָה (torah), ‘wet’: het woord betekent ook ‘onderwijs’. De priesters moesten het volk onderwijzen.

7Naarmate zij talrijker werden, zondigden zij zo meer tegen Mij. Hun eer verander Ik in schande.
כְּרֻבָּ֖ם
(kerubam)
naarmate zij talrijk werden
כֵּ֣ן
(ken)
zo
חָֽטְאוּ
(chateu)
zij zondigden
לִ֑י
(li)
tegen Mij
כְּבוֹדָ֖ם
(kevodam)
hun eer
בְּקָל֥וֹן
(beqalon)
in schande
אָמִֽיר
(amir)
Ik verander
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing

De overgeleverde tekst leest ‘Ik verander’ (אָמִיר, amir).

Sommige oude vertalingen lezen anders: ‘zij hebben hun eer verwisseld voor schande’.

Wij volgen de overgeleverde tekst.

8Zij eten de zonde van Mijn volk, en elk van hen richt zijn begeerte op hun schuld.
חַטַּ֥את
(chatat)
zonde van
עַמִּ֖י
(ami)
Mijn volk
יֹאכֵ֑לוּ
(yokhelu)
zij eten
וְאֶל
(veel)
en naar
עֲוֺנָ֖ם
(avonam)
hun schuld
יִשְׂא֥וּ
(yisu)
verheffen zij
נַפְשֽׁוֹ
(nafsho)
zijn begeerte
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

חַטָּאת (chatat), ‘zonde’: het woord betekent ook ‘zondoffer’.

De priesters aten van de zondoffers (Lev. 6:19).

Het kan betekenen dat zij van de zonde van het volk leven en daarom willen dat het volk schuldig blijft.

נֶפֶשׁ (nefesh), ‘begeerte’: het woord betekent ook ‘ziel’ of ‘leven’.

9Het zal gaan met het volk zoals met de priester. Ik zal hem straffen voor zijn wegen en zijn daden aan hem vergelden.”
וְהָיָ֥ה
(vehaya)
en het zal zijn
כָעָ֖ם
(kaam)
als het volk
כַּכֹּהֵ֑ן
(kakohen)
als de priester
וּפָקַדְתִּ֤י
(ufaqadti)
en Ik zal straffen
עָלָיו֙
(alav)
over hem
דְּרָכָ֔יו
(derakhav)
zijn wegen
וּמַעֲלָלָ֖יו
(umaalalav)
en zijn daden
אָשִׁ֥יב
(ashiv)
Ik zal terugbetalen
לֽוֹ
(lo)
hem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Hoererij en afgoderij

10Zij zullen eten, maar niet verzadigd worden. Zij hebben gehoereerd, maar zullen zich niet vermenigvuldigen. Want zij hebben Yahweh verlaten, zonder nog op Hem te letten.
וְאָֽכְלוּ֙
(veakhelu)
en zij zullen eten
וְלֹ֣א
(velo)
en niet
יִשְׂבָּ֔עוּ
(yisbau)
verzadigd worden
הִזְנ֖וּ
(hiznu)
zij hoereerden
וְלֹ֣א
(velo)
en niet
יִפְרֹ֑צוּ
(yifrotsu)
zij zullen zich vermenigvuldigen
כִּֽי
(ki)
want
אֶת
(et)
(obj.)
יְהוָ֥ה
(Yahweh)
Yahweh
עָזְב֖וּ
(azevu)
zij verlieten
לִשְׁמֹֽר
(lishmor)
om te letten
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

לִשְׁמֹר (lishmor), ‘om te letten’: het voorwerp ontbreekt.

Wij vertalen vrij ‘zonder nog op Hem te letten’.

Sommigen verbinden het werkwoord met het begin van vers 11.

11Hoererij, wijn en most nemen het hart weg.
זְנ֛וּת
(zenut)
hoererij
וְיַ֥יִן
(veyayin)
en wijn
וְתִיר֖וֹשׁ
(vetirosh)
en most
יִֽקַּֽח
(yiqach)
neemt weg
לֵֽב
(lev)
hart
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
12„Mijn volk raadpleegt zijn houtblok, en zijn staf geeft hem uitleg. Want een geest van hoererij heeft hen laten dwalen; zij hebben gehoereerd en zijn weggegaan van hun Elohim.
עַמִּי֙
(ami)
Mijn volk
בְּעֵצ֣וֹ
(beetso)
bij zijn hout
יִשְׁאָ֔ל
(yishal)
vraagt
וּמַקְל֖וֹ
(umaqlo)
en zijn staf
יַגִּ֣יד
(yagid)
maakt bekend
ל֑וֹ
(lo)
hem
כִּ֣י
(ki)
want
ר֤וּחַ
(ruach)
geest van
זְנוּנִים֙
(zenunim)
hoererijen
הִתְעָ֔ה
(hita)
heeft laten dwalen
וַיִּזְנ֖וּ
(vayiznu)
en zij hoereerden
מִתַּ֥חַת
(mitachat)
van onder
אֱלֹהֵיהֶֽם
(eloheihem)
hun Elohim
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

‘Houtblok’ en ‘staf’: waarschijnlijk een houten afgodsbeeld en een waarzeggersstaf.

Het volk vraagt raad aan hout in plaats van aan Yahweh.

רוּחַ (ruach), ‘geest’: ook ‘wind’. Hier is het een geest die tot hoererij brengt.

13Op de toppen van de bergen brengen zij offers. Op de heuvels laten zij offerrook opstijgen, onder eik, populier en terebint, want hun schaduw is goed. Daarom hoereren jullie dochters en plegen jullie schoondochters overspel.
עַל
(al)
op
רָאשֵׁ֨י
(rashei)
toppen van
הֶהָרִ֜ים
(heharim)
de bergen
יְזַבֵּ֗חוּ
(yezabechu)
zij offeren
וְעַל
(veal)
en op
הַגְּבָעוֹת֙
(hagevaot)
de heuvels
יְקַטֵּ֔רוּ
(yeqateru)
zij laten rook opgaan
תַּ֣חַת
(tachat)
onder
אַלּ֧וֹן
(alon)
eik
וְלִבְנֶ֛ה
(velivne)
en populier
וְאֵלָ֖ה
(veela)
en terebint
כִּ֣י
(ki)
want
ט֣וֹב
(tov)
goed
צִלָּ֑הּ
(tsilah)
zijn schaduw
עַל
(al)
op
כֵּ֗ן
(ken)
zo
תִּזְנֶ֨ינָה֙
(tizneina)
hoereren
בְּנ֣וֹתֵיכֶ֔ם
(benoteikhem)
jullie dochters
וְכַלּוֹתֵיכֶ֖ם
(vekhaloteikhem)
en jullie schoondochters
תְּנָאַֽפְנָה
(tenaafna)
plegen overspel
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De namen van de bomen zijn niet zeker: אַלּוֹן (allon), ‘eik’; לִבְנֶה (livneh), ‘populier’; אֵלָה (elah), ‘terebint’.

De offers op bergen en heuvels doen denken aan de verboden hoogten (Deut. 12:2).

14Ik zal jullie dochters niet straffen wanneer zij hoereren, en jullie schoondochters niet wanneer zij overspel plegen. Want de mannen zelf gaan apart met de hoeren en offeren met de tempelhoeren. Een volk zonder inzicht komt ten val.”
לֹֽא
(lo)
niet
אֶפְק֨וֹד
(efqod)
Ik zal straffen
עַל
(al)
over
בְּנוֹתֵיכֶ֜ם
(benoteikhem)
jullie dochters
כִּ֣י
(ki)
want
תִזְנֶ֗ינָה
(tizneina)
zij hoereren
וְעַל
(veal)
en over
כַּלּֽוֹתֵיכֶם֙
(kaloteikhem)
jullie schoondochters
כִּ֣י
(ki)
want
תְנָאַ֔פְנָה
(tenaafna)
zij plegen overspel
כִּי
(ki)
want
הֵם֙
(hem)
zij
עִם
(im)
met
הַזֹּנ֣וֹת
(hazonot)
de hoeren
יְפָרֵ֔דוּ
(yefaredu)
gaan apart
וְעִם
(veim)
en met
הַקְּדֵשׁ֖וֹת
(haqedeshot)
de tempelhoeren
יְזַבֵּ֑חוּ
(yezabechu)
offeren
וְעָ֥ם
(veam)
en een volk
לֹֽא
(lo)
niet
יָבִ֖ין
(yavin)
inzicht heeft
יִלָּבֵֽט
(yilavet)
komt ten val
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

קְדֵשׁוֹת (qedeshot), ‘tempelhoeren’: letterlijk ‘gewijde vrouwen’, vrouwen die bij de eredienst van afgoden hoorden.

Een waarschuwing aan Juda

15Als jij, Israël, hoereert, laat Juda zich dan niet schuldig maken. Ga niet naar Gilgal, trek niet op naar Bet-Awen, en zweer niet: ‘Zo waar Yahweh leeft!’
אִם
(im)
als
זֹנֶ֤ה
(zone)
hoerend
אַתָּה֙
(ata)
jij
יִשְׂרָאֵ֔ל
(yisrael)
Israël
אַל
(al)
niet
יֶאְשַׁ֖ם
(yesham)
laat schuldig worden
יְהוּדָ֑ה
(yehuda)
Juda
וְאַל
(veal)
en niet
תָּבֹ֣אוּ
(tavou)
komt
הַגִּלְגָּ֗ל
(hagilgal)
naar Gilgal
וְאַֽל
(veal)
en niet
תַּעֲלוּ֙
(taalu)
trek op
בֵּ֣ית
(beit)
huis van
אָ֔וֶן
(aven)
onheil
וְאַל
(veal)
en niet
תִּשָּׁבְע֖וּ
(tishaveu)
zweer
חַי
(chay)
levend is
יְהוָֽה
(Yahweh)
Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Gilgal (bij Jericho?; ligging onzeker): Het is niet zeker welk Gilgal hier bedoeld is.

Een mogelijkheid is het Gilgal bij Jericho (Jozua 4:19).

Dit is niet zeker.

Zie Gilgal (bij Betel?; ligging onzeker): Een andere mogelijkheid is een Gilgal in het bergland bij Betel, vermoedelijk bij het huidige Jiljilya.

Dit is niet zeker.

Zie Bet-Aven (ligging onzeker): Bet-Aven (Bet-Awen) lag ten oosten van Betel, bij Ai.

De precieze plaats is niet bekend.

Uitleg

בֵּית אָוֶן (Bet-Awen), ‘huis van onheil’: spottende naam voor Betel, ‘huis van El’, waar Jerobeam een gouden kalf plaatste (1 Kon. 12:29).

16Want Israël is weerspannig als een weerspannige koe. Zal Yahweh hen nu weiden als een lam in de ruime weide?
כִּ֚י
(ki)
want
כְּפָרָ֣ה
(kefara)
als koe
סֹֽרֵרָ֔ה
(sorera)
weerspannig
סָרַ֖ר
(sarar)
is weerspannig
יִשְׂרָאֵ֑ל
(yisrael)
Israël
עַתָּה֙
(ata)
nu
יִרְעֵ֣ם
(yirem)
zal Hem weiden
יְהוָ֔ה
(Yahweh)
Yahweh
כְּכֶ֖בֶשׂ
(kekheves)
als lam
בַּמֶּרְחָֽב
(bamerchav)
in ruimte
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De zin kan een vraag zijn (zo vertalen wij) of een stelling: ‘nu zal Yahweh hen weiden als een lam’.

17Efraïm is verbonden met afgodsbeelden. Laat hem met rust.
חֲב֧וּר
(chavur)
verbonden met
עֲצַבִּ֛ים
(atsabim)
afgodsbeelden
אֶפְרָ֖יִם
(efrayim)
Efraïm
הַֽנַּֽח
(hanach)
laat
לֽוֹ
(lo)
hem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אֶפְרַיִם (Efraïm): de grootste stam van het Noordrijk.

Hosea gebruikt de naam voor het hele Noordrijk Israël.

18Als hun drank op is, blijven zij hoereren. Haar beschermers beminnen schande: ‘Geef!’
סָ֖ר
(sar)
is voorbij
סָבְאָ֑ם
(saveam)
hun drank
הַזְנֵ֣ה
(hazne)
hoerend
הִזְנ֔וּ
(hiznu)
zij hoereren
אָהֲב֥וּ
(ahavu)
zij beminnen
הֵב֛וּ
(hevu)
geef
קָל֖וֹן
(qalon)
schande
מָגִנֶּֽיהָ
(magineiha)
haar beschermers
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing

De tekst van dit vers is moeilijk.

Letterlijk staat er: ‘voorbij is hun drank; hoererij hoereren zij; zij beminnen, geef, schande, haar schilden’.

‘Schilden’ zijn hier de beschermers, de leiders.

Wij houden de woorden in de volgorde van het Hebreeuws en lezen ‘Geef!’ als hun roep.

19De wind heeft haar in zijn vleugels gewikkeld, en zij zullen beschaamd worden door hun offers.
צָרַ֥ר
(tsarar)
heeft gewikkeld
ר֛וּחַ
(ruach)
wind
אוֹתָ֖הּ
(otah)
haar
בִּכְנָפֶ֑יהָ
(bikhnafeiha)
in haar vleugels
וְיֵבֹ֖שׁוּ
(veyevoshu)
en zij zullen beschaamd worden
מִזִּבְחוֹתָֽם
(mizivchotam)
om hun offers
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

רוּחַ (ruach), ‘wind’: ook ‘geest’.

‘Haar’ slaat waarschijnlijk op het volk, Efraïm.