Terugkeer, het gebod dichtbij en de keuze tussen leven en dood
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Terugkeer en herstel
1Wanneer al deze woorden over je komen, de zegen en de vloek die ik je heb voorgelegd, en je ze ter harte neemt onder alle volken waarheen Yahweh, je Elohim, je heeft verdreven,
וְהָיָה֩
(vehaya)
en het zal zijn
כִֽי
(ki)
wanneer
יָבֹ֨אוּ
(yavou)
zullen komen
עָלֶ֜יךָ
(aleikha)
over je
כָּל
(kal)
al
הַדְּבָרִ֣ים
(hadevarim)
de woorden
הָאֵ֗לֶּה
(haele)
deze
הַבְּרָכָה֙
(haberakha)
de zegen
וְהַקְּלָלָ֔ה
(vehaqelala)
en de vloek
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
die
נָתַ֖תִּי
(natati)
ik heb gegeven
לְפָנֶ֑יךָ
(lefaneikha)
voor je
וַהֲשֵׁבֹתָ֙
(vahashevota)
en je zult terugbrengen
אֶל
(el)
tot
לְבָבֶ֔ךָ
(levavekha)
je hart
בְּכָל
(bekhal)
onder al
הַגּוֹיִ֔ם
(hagoyim)
de volken
אֲשֶׁ֧ר
(asher)
waarheen
הִדִּיחֲךָ֛
(hidichakha)
heeft verdreven jou
יְהוָ֥ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֶ֖יךָ
(eloheikha)
je Elohim
שָֽׁמָּה
(shama)
daarheen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Met ‘de zegen en de vloek’ wordt teruggewezen naar Deut. 28:1–14 en 28:15–68.
שׁוּב אֶל־לֵבָב (shuv el levav), letterlijk ‘terugbrengen naar het hart’: erover nadenken en het zich aantrekken. Wij vertalen ‘ter harte nemen’.
2en je keert terug tot Yahweh, je Elohim, en je luistert naar Zijn stem in alles wat ik je vandaag gebied, jij en je zonen, met heel je hart en met heel je ziel,
וְשַׁבְתָּ֞
(veshavta)
en je zult terugkeren
עַד
(ad)
tot
יְהוָ֤ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֶ֨יךָ֙
(eloheikha)
je Elohim
וְשָׁמַעְתָּ֣
(veshamata)
en je zult luisteren
בְקֹל֔וֹ
(beqolo)
naar Zijn stem
כְּכֹ֛ל
(kekhol)
volgens alles
אֲשֶׁר
(asher)
wat
אָנֹכִ֥י
(anokhi)
ik
מְצַוְּךָ֖
(metsavekha)
gebied jou
הַיּ֑וֹם
(hayom)
vandaag
אַתָּ֣ה
(ata)
jij
וּבָנֶ֔יךָ
(uvaneikha)
en je zonen
בְּכָל
(bekhal)
met heel
לְבָבְךָ֖
(levavekha)
je hart
וּבְכָל
(uvekhal)
en met heel
נַפְשֶֽׁךָ
(nafshekha)
je ziel
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
3dan zal Yahweh, je Elohim, je gevangenschap keren en Zich over je ontfermen. Hij zal terugkeren en je bijeenbrengen uit alle volken waarheen Yahweh, je Elohim, je verstrooid heeft.
וְשָׁ֨ב
(veshav)
en Hij zal keren
יְהוָ֧ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֶ֛יךָ
(eloheikha)
je Elohim
אֶת
(et)
(obj.)
שְׁבוּתְךָ֖
(shevutekha)
je gevangenschap
וְרִחֲמֶ֑ךָ
(verichamekha)
en Hij zal Zich ontfermen over jou
וְשָׁ֗ב
(veshav)
en Hij zal terugkeren
וְקִבֶּצְךָ֙
(veqibetskha)
en Hij zal je bijeenbrengen
מִכָּל
(mikal)
uit al
הָ֣עַמִּ֔ים
(haamim)
de volken
אֲשֶׁ֧ר
(asher)
waarheen
הֱפִֽיצְךָ֛
(hefitsekha)
heeft verstrooid jou
יְהוָ֥ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֶ֖יךָ
(eloheikha)
je Elohim
שָֽׁמָּה
(shama)
daarheen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
שְׁבוּת (shevut), ‘gevangenschap’.
De uitdrukking ‘de gevangenschap keren’ betekent ook: het lot ten goede keren.
Het Hebreeuws kan dus gaan over het terugbrengen van de ballingen én over het herstel van hun lot.
Wij houden de letterlijke weergave.
שׁוּב (shuv), ‘terugkeren’, staat in de verzen 1–10 zeven keer, waarvan twee keer in vers 3: eerst keert Yahweh de gevangenschap, dan keert Hij terug om hen bijeen te brengen. Het is het sleutelwoord van dit gedeelte.
4Als je verdrevenen aan het einde van de hemel zijn, vandaar zal Yahweh, je Elohim, je bijeenbrengen en vandaar zal Hij je halen.
אִם
(im)
als
יִהְיֶ֥ה
(yihye)
zal zijn
נִֽדַּחֲךָ֖
(nidachakha)
je verdrevene
בִּקְצֵ֣ה
(biqtse)
aan het einde van
הַשָּׁמָ֑יִם
(hashamayim)
de hemel
מִשָּׁ֗ם
(misham)
vandaar
יְקַבֶּצְךָ֙
(yeqabetskha)
zal bijeenbrengen jou
יְהוָ֣ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֶ֔יךָ
(eloheikha)
je Elohim
וּמִשָּׁ֖ם
(umisham)
en vandaar
יִקָּחֶֽךָ
(yiqachekha)
zal nemen jou
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
קְצֵה הַשָּׁמַיִם (qetseh hashamayim), ‘het einde van de hemel’: de verste uithoek van de wereld, zoals de horizon waar hemel en aarde elkaar lijken te raken (ook Deut. 4:32).
5Yahweh, je Elohim, zal je brengen naar het land dat je vaders in bezit hebben gehad, en jij zult het in bezit nemen. Hij zal je goed doen en je talrijker maken dan je vaders.
וֶהֱבִֽיאֲךָ֞
(veheviakha)
en zal brengen jou
יְהוָ֣ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֶ֗יךָ
(eloheikha)
je Elohim
אֶל
(el)
naar
הָאָ֛רֶץ
(haarets)
het land
אֲשֶׁר
(asher)
dat
יָרְשׁ֥וּ
(yareshu)
in bezit namen
אֲבֹתֶ֖יךָ
(avoteikha)
je vaders
וִֽירִשְׁתָּ֑הּ
(virishtah)
en je zult het in bezit nemen
וְהֵיטִֽבְךָ֥
(veheitivkha)
en Hij zal goed doen aan jou
וְהִרְבְּךָ֖
(vehirbekha)
en Hij zal je talrijk maken
מֵאֲבֹתֶֽיךָ
(meavoteikha)
meer dan je vaders
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
6Yahweh, je Elohim, zal je hart besnijden en het hart van je nageslacht. Zodat je Yahweh, je Elohim, liefhebt met heel je hart en met heel je ziel, opdat je leeft.
וּמָ֨ל
(umal)
en Hij zal besnijden
יְהוָ֧ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֶ֛יךָ
(eloheikha)
je Elohim
אֶת
(et)
(obj.)
לְבָבְךָ֖
(levavekha)
je hart
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
לְבַ֣ב
(levav)
het hart van
זַרְעֶ֑ךָ
(zarekha)
je nageslacht
לְאַהֲבָ֞ה
(leahava)
om lief te hebben
אֶת
(et)
(obj.)
יְהוָ֧ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֶ֛יךָ
(eloheikha)
je Elohim
בְּכָל
(bekhal)
met heel
לְבָבְךָ֥
(levavekha)
je hart
וּבְכָל
(uvekhal)
en met heel
נַפְשְׁךָ֖
(nafshekha)
je ziel
לְמַ֥עַן
(lemaan)
opdat
חַיֶּֽיךָ
(chayeikha)
je leven
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
מָל (mal), ‘besnijden’: het hart besnijden betekent dat Yahweh zelf het hart open maakt voor gehoorzaamheid.
Eerder moest Israël dit zelf doen (Deut. 10:16); hier belooft Yahweh het te doen.
9Yahweh, je Elohim, zal je overvloed geven in al het werk van je hand, in de vrucht van je schoot, de vrucht van je vee en de vrucht van je grond, ten goede. Want Yahweh zal Zich weer over je verheugen, ten goede, zoals Hij Zich over je vaders verheugde.
וְהוֹתִֽירְךָ֩
(vehotirekha)
en Hij zal overvloed geven aan jou
יְהוָ֨ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֶ֜יךָ
(eloheikha)
je Elohim
בְּכֹ֣ל
(bekhol)
in al
מַעֲשֵׂ֣ה
(maase)
het werk van
יָדֶ֗ךָ
(yadekha)
je hand
בִּפְרִ֨י
(bifri)
in de vrucht van
בִטְנְךָ֜
(bitnekha)
je schoot
וּבִפְרִ֧י
(uvifri)
en in de vrucht van
בְהֶמְתְּךָ֛
(behemtekha)
je vee
וּבִפְרִ֥י
(uvifri)
en in de vrucht van
אַדְמָתְךָ֖
(admatekha)
je grond
לְטוֹבָ֑ה
(letova)
ten goede
כִּ֣י
(ki)
want
יָשׁ֣וּב
(yashuv)
zal terugkeren
יְהוָ֗ה
(Yahweh)
Yahweh
לָשׂ֤וּשׂ
(lasus)
om zich te verheugen
עָלֶ֨יךָ֙
(aleikha)
over jou
לְט֔וֹב
(letov)
ten goede
כַּאֲשֶׁר
(kaasher)
zoals
שָׂ֖שׂ
(sas)
Hij zich verheugde
עַל
(al)
over
אֲבֹתֶֽיךָ
(avoteikha)
je vaders
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
הוֹתִיר (hotir), ‘overvloed geven’: letterlijk ‘laten overblijven’, dus meer geven dan nodig is.
10Dat zal zijn wanneer je luistert naar de stem van Yahweh, je Elohim, door Zijn geboden en Zijn voorschriften te houden. Ze staan geschreven in dit boek van de wet. Wanneer je terugkeert tot Yahweh, je Elohim, met heel je hart en met heel je ziel.
כִּ֣י
(ki)
wanneer
תִשְׁמַ֗ע
(tishma)
je zult luisteren
בְּקוֹל֙
(beqol)
naar de stem van
יְהוָ֣ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֶ֔יךָ
(eloheikha)
je Elohim
לִשְׁמֹ֤ר
(lishmor)
om te houden
מִצְוֺתָיו֙
(mitsvotav)
Zijn geboden
וְחֻקֹּתָ֔יו
(vechuqotav)
en Zijn voorschriften
הַכְּתוּבָ֕ה
(haketuva)
het geschrevene
בְּסֵ֥פֶר
(besefer)
in het boek van
הַתּוֹרָ֖ה
(hatora)
de wet
הַזֶּ֑ה
(haze)
dit
כִּ֤י
(ki)
wanneer
תָשׁוּב֙
(tashuv)
je zult terugkeren
אֶל
(el)
tot
יְהוָ֣ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֶ֔יךָ
(eloheikha)
je Elohim
בְּכָל
(bekhal)
met heel
לְבָבְךָ֖
(levavekha)
je hart
וּבְכָל
(uvekhal)
en met heel
נַפְשֶֽׁךָ
(nafshekha)
je ziel
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
תּוֹרָה (torah), ‘wet’: letterlijk ‘onderwijs’ of ‘richting’.
‘Dit boek van de wet’ is wat Mozes heeft opgeschreven (Deut. 31:9).
12Het is niet in de hemel, zodat je zou zeggen: „Wie gaat voor ons naar de hemel omhoog om het voor ons te halen? Wie laat het ons horen, zodat wij het doen?”
לֹ֥א
(lo)
niet
בַשָּׁמַ֖יִם
(bashamayim)
in de hemel
הִ֑וא
(hi)
het
לֵאמֹ֗ר
(lemor)
zeggende
מִ֣י
(mi)
wie
יַעֲלֶה
(yaale)
zal opstijgen
לָּ֤נוּ
(lanu)
voor ons
הַשָּׁמַ֨יְמָה֙
(hashamayma)
naar de hemel
וְיִקָּחֶ֣הָ
(veyiqacheha)
en zal het nemen
לָּ֔נוּ
(lanu)
voor ons
וְיַשְׁמִעֵ֥נוּ
(veyashmienu)
en zal het ons laten horen
אֹתָ֖הּ
(otah)
(obj.) het
וְנַעֲשֶֽׂנָּה
(venaasena)
en wij zullen het doen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Paulus haalt de verzen 12–14 aan in Rom. 10:6–8.
Hij volgt daar de Griekse tekst van het Nieuwe Testament; het Hebreeuws van Deuteronomium geeft de woorden zoals wij ze hier vertalen.
13Het is ook niet aan de overkant van de zee, zodat je zou zeggen: „Wie steekt voor ons de zee over om het voor ons te halen? Wie laat het ons horen, zodat wij het doen?”
וְלֹֽא
(velo)
en niet
מֵעֵ֥בֶר
(meever)
aan de overkant van
לַיָּ֖ם
(layam)
de zee
הִ֑וא
(hi)
het
לֵאמֹ֗ר
(lemor)
zeggende
מִ֣י
(mi)
wie
יַעֲבָר
(yaavar)
zal oversteken
לָ֜נוּ
(lanu)
voor ons
אֶל
(el)
naar
עֵ֤בֶר
(ever)
de overkant van
הַיָּם֙
(hayam)
de zee
וְיִקָּחֶ֣הָ
(veyiqacheha)
en zal het nemen
לָּ֔נוּ
(lanu)
voor ons
וְיַשְׁמִעֵ֥נוּ
(veyashmienu)
en zal het ons laten horen
אֹתָ֖הּ
(otah)
(obj.) het
וְנַעֲשֶֽׂנָּה
(venaasena)
en wij zullen het doen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
16Ik gebied je vandaag om Yahweh, je Elohim, lief te hebben, in Zijn wegen te wandelen en Zijn geboden, Zijn voorschriften en Zijn rechtsregels te houden. Dan zul je leven en talrijk worden. En Yahweh, je Elohim, zal je zegenen in het land waar je heen gaat om het in bezit te nemen.
אֲשֶׁ֨ר
(asher)
dat
אָנֹכִ֣י
(anokhi)
ik
מְצַוְּךָ֮
(metsavekha)
gebied jou
הַיּוֹם֒
(hayom)
vandaag
לְאַהֲבָ֞ה
(leahava)
om lief te hebben
אֶת
(et)
(obj.)
יְהוָ֤ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֶ֨יךָ֙
(eloheikha)
je Elohim
לָלֶ֣כֶת
(lalekhet)
om te wandelen
בִּדְרָכָ֔יו
(bidrakhav)
in Zijn wegen
וְלִשְׁמֹ֛ר
(velishmor)
en om te houden
מִצְוֺתָ֥יו
(mitsvotav)
Zijn geboden
וְחֻקֹּתָ֖יו
(vechuqotav)
en Zijn voorschriften
וּמִשְׁפָּטָ֑יו
(umishpatav)
en Zijn rechtsregels
וְחָיִ֣יתָ
(vechayita)
en je zult leven
וְרָבִ֔יתָ
(veravita)
en je zult talrijk worden
וּבֵֽרַכְךָ֙
(uverakhkha)
en zal je zegenen
יְהוָ֣ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֶ֔יךָ
(eloheikha)
je Elohim
בָּאָ֕רֶץ
(baarets)
in het land
אֲשֶׁר
(asher)
dat
אַתָּ֥ה
(ata)
jij
בָא
(ba)
gaande
שָׁ֖מָּה
(shama)
daarheen
לְרִשְׁתָּֽהּ
(lerishtah)
om het in bezit te nemen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
18dan maak ik je vandaag bekend dat je zeker zult omkomen. Je zult niet lang leven op de grond waar je naartoe gaat, over de Jordaan, om die in bezit te nemen.
הִגַּ֤דְתִּי
(higadti)
ik maak bekend
לָכֶם֙
(lakhem)
aan jullie
הַיּ֔וֹם
(hayom)
vandaag
כִּ֥י
(ki)
dat
אָבֹ֖ד
(avod)
omkomen
תֹּאבֵד֑וּן
(tovedun)
jullie zullen omkomen
לֹא
(lo)
niet
תַאֲרִיכֻ֤ן
(taarikhun)
jullie zullen verlengen
יָמִים֙
(yamim)
dagen
עַל
(al)
op
הָ֣אֲדָמָ֔ה
(haadama)
de grond
אֲשֶׁ֨ר
(asher)
die
אַתָּ֤ה
(ata)
jij
עֹבֵר֙
(over)
overstekend
אֶת
(et)
(obj.)
הַיַּרְדֵּ֔ן
(hayarden)
de Jordaan
לָבֹ֥א
(lavo)
om te komen
שָׁ֖מָּה
(shama)
daarheen
לְרִשְׁתָּֽהּ
(lerishtah)
om die in bezit te nemen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Jordaan: De Jordaan stroomt van het Hermongebergte door het meer van Galilea naar de Dode Zee.
Uitleg
תַאֲרִיכֻן יָמִים (ta’arikhun yamim), ‘de dagen verlengen’: lang leven.
Wij vertalen ‘lang leven’.
Dit is het tegenovergestelde van de belofte in vers 20.
19Ik neem vandaag de hemel en de aarde tot getuigen tegen je. Het leven en de dood heb ik je voorgelegd, de zegen en de vloek. Kies dan het leven, zodat je leeft, jij en je nageslacht,
הַעִידֹ֨תִי
(haidoti)
ik heb als getuige genomen
בָכֶ֣ם
(bakhem)
tegen jullie
הַיּוֹם֮
(hayom)
vandaag
אֶת
(et)
(obj.)
הַשָּׁמַ֣יִם
(hashamayim)
de hemel
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
הָאָרֶץ֒
(haarets)
de aarde
הַחַיִּ֤ים
(hachayim)
het leven
וְהַמָּ֨וֶת֙
(vehamavet)
en de dood
נָתַ֣תִּי
(natati)
ik heb gegeven
לְפָנֶ֔יךָ
(lefaneikha)
voor je
הַבְּרָכָ֖ה
(haberakha)
de zegen
וְהַקְּלָלָ֑ה
(vehaqelala)
en de vloek
וּבָֽחַרְתָּ֙
(uvacharta)
en je zult kiezen
בַּֽחַיִּ֔ים
(bachayim)
het leven
לְמַ֥עַן
(lemaan)
opdat
תִּחְיֶ֖ה
(tichye)
je leeft
אַתָּ֥ה
(ata)
jij
וְזַרְעֶֽךָ
(vezarekha)
en je nageslacht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Hemel en aarde worden als getuigen genomen, zoals in Deut. 4:26 en 31:28; zie ook Deut. 32:1.
De keuze voor het leven is de keuze voor Yahweh: Hem liefhebben, naar Zijn stem luisteren en je aan Hem hechten (vers 20).
20door Yahweh, je Elohim, lief te hebben, naar Zijn stem te luisteren en je aan Hem te hechten. Want Hij is je leven en de lengte van je dagen. Zodat je kunt wonen op de grond die Yahweh aan je vaders, aan Abraham, Isaak en Jakob, gezworen heeft hun te geven.
לְאַֽהֲבָה֙
(leahava)
om lief te hebben
אֶת
(et)
(obj.)
יְהוָ֣ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֶ֔יךָ
(eloheikha)
je Elohim
לִשְׁמֹ֥עַ
(lishmoa)
om te luisteren
בְּקֹל֖וֹ
(beqolo)
naar Zijn stem
וּלְדָבְקָה
(uledaveqa)
en om je te hechten
ב֑וֹ
(bo)
aan Hem
כִּ֣י
(ki)
want
ה֤וּא
(hu)
Hij
חַיֶּ֨יךָ֙
(chayeikha)
je leven
וְאֹ֣רֶךְ
(veorekh)
en de lengte van
יָמֶ֔יךָ
(yameikha)
je dagen
לָשֶׁ֣בֶת
(lashevet)
om te wonen
עַל
(al)
op
הָאֲדָמָ֗ה
(haadama)
de grond
אֲשֶׁר֩
(asher)
die
נִשְׁבַּ֨ע
(nishba)
zwoer
יְהוָ֧ה
(Yahweh)
Yahweh
לַאֲבֹתֶ֛יךָ
(laavoteikha)
aan je vaders
לְאַבְרָהָ֛ם
(leavraham)
aan Abraham
לְיִצְחָ֥ק
(leyitschaq)
aan Isaak
וּֽלְיַעֲקֹ֖ב
(uleyaaqov)
en aan Jakob
לָתֵ֥ת
(latet)
om te geven
לָהֶֽם
(lahem)
aan hen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
דָּבַק (davaq), ‘zich hechten’, zoals in Deut. 13:5 en 10:20.
Het land is gezworen aan Abraham, Isaak en Jakob (Gen. 15:18; 26:3; 35:12).