Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Yeshua roept Zijn twaalf leerlingen
1Hij riep Zijn twaalf leerlingen bij Zich. Hij gaf hun gezag over onreine geesten, om ze uit te drijven en om elke ziekte en elke kwaal te genezen.
Καὶ
(Kai)
en
προσκαλεσάμενος
(proskalesamenos)
bij Zich roepend
τοὺς
(tous)
de
δώδεκα
(dodeka)
twaalf
μαθητὰς
(mathetas)
leerlingen
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
ἔδωκεν
(edoken)
gaf
αὐτοῖς
(autois)
hun
ἐξουσίαν
(exousian)
gezag
πνευμάτων
(pneumaton)
over geesten
ἀκαθάρτων
(akatharton)
onreine
ὥστε
(hoste)
zodat
ἐκβάλλειν
(ekballein)
uit te drijven
αὐτὰ
(auta)
ze
καὶ
(kai)
en
θεραπεύειν
(therapeuein)
te genezen
πᾶσαν
(pasan)
elke
νόσον
(noson)
ziekte
καὶ
(kai)
en
πᾶσαν
(pasan)
elke
μαλακίαν
(malakian)
kwaal
Bron: SBLGNT
Uitleg
ἐξουσία (exousia), ‘gezag’: zie 8:9. ἀκάθαρτος (akathartos), ‘onrein’: een onreine geest is een boze geest.
De twaalf leerlingen vormen een getal dat doet denken aan de twaalf stammen van Israël.
2Dit zijn de namen van de twaalf apostelen: eerst Simon, die Petrus genoemd wordt, en zijn broer Andreas, Jakobus de zoon van Zebedeüs en zijn broer Johannes,
τῶν
(ton)
van de
δὲ
(de)
maar
δώδεκα
(dodeka)
twaalf
ἀποστόλων
(apostolon)
apostelen
τὰ
(ta)
de
ὀνόματά
(onomata)
namen
ἐστιν
(estin)
zijn
ταῦτα
(tauta)
deze
πρῶτος
(protos)
eerst
Σίμων
(Simon)
Simon
ὁ
(ho)
die
λεγόμενος
(legomenos)
genoemd
Πέτρος
(Petros)
Petrus
καὶ
(kai)
en
Ἀνδρέας
(Andreas)
Andreas
ὁ
(ho)
de
ἀδελφὸς
(adelphos)
broer
αὐτοῦ
(autou)
zijn
Ἰάκωβος
(Iakobos)
Jakobus
ὁ
(ho)
de
τοῦ
(tou)
van de
Ζεβεδαίου
(Zebedaiou)
Zebedeüs
καὶ
(kai)
en
Ἰωάννης
(Ioannes)
Johannes
ὁ
(ho)
de
ἀδελφὸς
(adelphos)
broer
αὐτοῦ
(autou)
zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg
ἀπόστολος (apostolos), ‘apostel’: iemand die gezonden wordt.
3Filippus en Bartolomeüs, Tomas en Matteüs de tollenaar, Jakobus de zoon van Alfeüs, en Taddeüs,
Φίλιππος
(Philippos)
Filippus
καὶ
(kai)
en
Βαρθολομαῖος
(Bartholomaios)
Bartolomeüs
Θωμᾶς
(Thomas)
Tomas
καὶ
(kai)
en
Μαθθαῖος
(Maththaios)
Matteüs
ὁ
(ho)
de
τελώνης
(telones)
tollenaar
Ἰάκωβος
(Iakobos)
Jakobus
ὁ
(ho)
de
τοῦ
(tou)
van de
Ἁλφαίου
(Halphaiou)
Alfeüs
καὶ
(kai)
en
Θαδδαῖος
(Thaddaios)
Taddeüs
Bron: SBLGNT
Uitleg
Ἀλφαῖος (Alfeüs) is een nieuwe naam in ons boek.
Matteüs de tollenaar: zie 9:9.
Lezing
In latere handschriften (Textus Receptus, Byzantijnse tekst) staat hier ‘Lebbeüs, bijgenaamd Taddeüs’; de SBLGNT heeft alleen ‘Taddeüs’.
4Simon de Zeloot en Judas Iskariot, die Hem ook heeft overgeleverd.
Σίμων
(Simon)
Simon
ὁ
(ho)
de
Καναναῖος
(Kananaios)
Zeloot
καὶ
(kai)
en
Ἰούδας
(Ioudas)
Judas
ὁ
(ho)
de
Ἰσκαριώτης
(Iskariotes)
Iskariot
ὁ
(ho)
die
καὶ
(kai)
ook
παραδοὺς
(paradous)
overleverde
αὐτόν
(auton)
Hem
Bron: SBLGNT
Uitleg
Καναναῖος (Kananaios) komt van een Aramees woord voor ‘ijveraar’ (qan’ana); het betekent dus niet ‘uit Kana’.
Wij vertalen ‘de Zeloot’ (ζηλωτής, zelotes), zoals Luc. 6:15 en Mark. 3:18 hem noemen.
Ἰσκαριώτης (Iskariotes), ‘Iskariot’: waarschijnlijk ‘man uit Kerijot’ (vergelijk Joz. 15:25); dat is niet zeker. παραδίδωμι (paradidomi), ‘overleveren’: zie 4:12.
9Schaf geen goud, zilver of koper aan voor in jullie gordels,
μὴ
(me)
niet
κτήσησθε
(ktesesthe)
schaf aan
χρυσὸν
(chryson)
goud
μηδὲ
(mede)
noch
ἄργυρον
(argyron)
zilver
μηδὲ
(mede)
noch
χαλκὸν
(chalkon)
koper
εἰς
(eis)
in
τὰς
(tas)
de
ζώνας
(zonas)
gordels
ὑμῶν
(hymon)
jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg
Wij vertalen κτάομαι (ktaomai) letterlijk als ‘aanschaffen’. χαλκός (chalkos) is ‘koper’ en staat hier voor koperen munten. ζώνη (zone), ‘gordel’: een band om het middel, waarin men geld kon dragen.
10en geen reistas voor onderweg, geen twee hemden, geen sandalen en geen staf. Want de arbeider is zijn voedsel waard.
μὴ
(me)
niet
πήραν
(peran)
reistas
εἰς
(eis)
voor
ὁδὸν
(hodon)
onderweg
μηδὲ
(mede)
noch
δύο
(dyo)
twee
χιτῶνας
(chitonas)
hemden
μηδὲ
(mede)
noch
ὑποδήματα
(hypodemata)
sandalen
μηδὲ
(mede)
noch
ῥάβδον
(rhabdon)
staf
ἄξιος
(axios)
waard
γὰρ
(gar)
want
ὁ
(ho)
de
ἐργάτης
(ergates)
arbeider
τῆς
(tes)
van het
τροφῆς
(trophes)
voedsel
αὐτοῦ
(autou)
zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg
πήρα (pera), ‘reistas’: een tas voor onderweg. χιτών (chiton), ‘hemd’: het lange kledingstuk dat men onder de mantel droeg. τροφή (trophe), ‘voedsel’: zie 3:4.
18Ook zullen jullie omwille van Mij voor stadhouders en koningen gebracht worden, tot een getuigenis voor hen en voor de volken.
καὶ
(kai)
en
ἐπὶ
(epi)
voor
ἡγεμόνας
(hegemonas)
stadhouders
δὲ
(de)
maar
καὶ
(kai)
en
βασιλεῖς
(basileis)
koningen
ἀχθήσεσθε
(achthesesthe)
zullen worden gebracht
ἕνεκεν
(heneken)
omwille van
ἐμοῦ
(emou)
Mij
εἰς
(eis)
tot
μαρτύριον
(martyrion)
getuigenis
αὐτοῖς
(autois)
voor hen
καὶ
(kai)
en
τοῖς
(tois)
voor de
ἔθνεσιν
(ethnesin)
volken
Bron: SBLGNT
Uitleg
ἡγεμών (hegemon), ‘stadhouder’: een bestuurder die namens de keizer een gebied regeerde.
Zo heet ook Pilatus in 27:2. μαρτύριον (martyrion), ‘getuigenis’: zie 8:4.
19Maar wanneer zij jullie overleveren, maak je dan geen zorgen over hoe of wat jullie moeten spreken. Want op dat uur zal jullie gegeven worden wat jullie moeten spreken.
23Wanneer zij jullie vervolgen in deze stad, vlucht naar de volgende. Voorwaar, Ik zeg jullie: jullie zullen beslist niet klaar zijn met de steden van Israël voordat de Mensenzoon komt.
ὅταν
(hotan)
wanneer
δὲ
(de)
maar
διώκωσιν
(diokosin)
zij vervolgen
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
de
πόλει
(polei)
stad
ταύτῃ
(taute)
deze
φεύγετε
(pheugete)
vlucht
εἰς
(eis)
naar
τὴν
(ten)
de
ἑτέραν
(heteran)
andere
ἀμὴν
(amen)
voorwaar
γὰρ
(gar)
want
λέγω
(lego)
Ik zeg
ὑμῖν
(hymin)
jullie
οὐ
(ou)
niet
μὴ
(me)
beslist
τελέσητε
(telesete)
zult afmaken
τὰς
(tas)
de
πόλεις
(poleis)
steden
τοῦ
(tou)
van het
Ἰσραὴλ
(Israel)
Israël
ἕως
(heos)
totdat
ἂν
(an)
ook
ἔλθῃ
(elthe)
komt
ὁ
(ho)
de
υἱὸς
(huios)
Zoon
τοῦ
(tou)
van de
ἀνθρώπου
(anthropou)
mens
Bron: SBLGNT
Uitleg
τελέω (teleo), ‘voltooien, ten einde brengen’: wij vertalen letterlijk ‘klaar zijn met’.
Wat Yeshua met de komst van de Mensenzoon bedoelt, laat de tekst open.
25Het is genoeg voor de leerling dat hij wordt als zijn leraar, en voor de knecht dat hij wordt als zijn heer. Als zij de heer van het huis Beëlzebul hebben genoemd, hoeveel te meer zijn huisgenoten!
ἀρκετὸν
(arketon)
genoeg
τῷ
(to)
voor de
μαθητῇ
(mathete)
leerling
ἵνα
(hina)
dat
γένηται
(genetai)
wordt
ὡς
(hos)
als
ὁ
(ho)
de
διδάσκαλος
(didaskalos)
leraar
αὐτοῦ
(autou)
zijn
καὶ
(kai)
en
ὁ
(ho)
de
δοῦλος
(doulos)
knecht
ὡς
(hos)
als
ὁ
(ho)
de
κύριος
(kyrios)
heer
αὐτοῦ
(autou)
zijn
εἰ
(ei)
als
τὸν
(ton)
de
οἰκοδεσπότην
(oikodespoten)
heer van het huis
Βεελζεβοὺλ
(Beelzeboul)
Beëlzebul
ἐπεκάλεσαν
(epekalesan)
hebben genoemd
πόσῳ
(poso)
hoeveel
μᾶλλον
(mallon)
meer
τοὺς
(tous)
de
οἰκιακοὺς
(oikiakous)
huisgenoten
αὐτοῦ
(autou)
zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg
Βεελζεβούλ (Beelzeboul), ‘Beëlzebul’: de naam lijkt op Baäl-Zebub, de god van Ekron (2 Kon. 1:2–3).
De betekenis is niet zeker. οἰκοδεσπότης (oikodespotes) is de heer van het huis; Yeshua bedoelt Zichzelf. οἰκιακοί (oikiakoi), ‘huisgenoten’.
27Wat Ik jullie zeg in het donker, zeg dat in het licht. En wat jullie in het oor horen, verkondig dat vanaf de daken.
ὃ
(ho)
wat
λέγω
(lego)
Ik zeg
ὑμῖν
(hymin)
jullie
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
het
σκοτίᾳ
(skotia)
donker
εἴπατε
(eipate)
zeg
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
het
φωτί
(photi)
licht
καὶ
(kai)
en
ὃ
(ho)
wat
εἰς
(eis)
in
τὸ
(to)
het
οὖς
(ous)
oor
ἀκούετε
(akouete)
jullie horen
κηρύξατε
(keryxate)
verkondig
ἐπὶ
(epi)
op
τῶν
(ton)
de
δωμάτων
(domaton)
daken
Bron: SBLGNT
28Wees niet bang voor hen die het lichaam doden maar de ziel niet kunnen doden. Wees liever bang voor Hem die zowel ziel als lichaam kan laten omkomen in de Gehenna.
καὶ
(kai)
en
μὴ
(me)
niet
φοβεῖσθε
(phobeisthe)
wees bang
ἀπὸ
(apo)
voor
τῶν
(ton)
de
ἀποκτεννόντων
(apoktennonton)
doden
τὸ
(to)
het
σῶμα
(soma)
lichaam
τὴν
(ten)
de
δὲ
(de)
maar
ψυχὴν
(psychen)
ziel
μὴ
(me)
niet
δυναμένων
(dynamenon)
kunnen
ἀποκτεῖναι
(apokteinai)
doden
φοβεῖσθε
(phobeisthe)
wees bang
δὲ
(de)
maar
μᾶλλον
(mallon)
liever
τὸν
(ton)
de
δυνάμενον
(dynamenon)
kunnende
καὶ
(kai)
zowel
ψυχὴν
(psychen)
ziel
καὶ
(kai)
als
σῶμα
(soma)
lichaam
ἀπολέσαι
(apolesai)
laten omkomen
ἐν
(en)
in
γεέννῃ
(geenne)
Gehenna
Bron: SBLGNT
Uitleg
ψυχή (psyche) kan ‘ziel’ en ‘leven’ betekenen.
Hier staat het tegenover het lichaam, dus ‘ziel’; in vers 39 vertalen wij ‘leven’. γέεννα (geenna), ‘Gehenna’: van het Hebreeuwse גֵּי הִנֹּם (ge-hinnom), het dal van Hinnom ten zuiden van Jeruzalem (Joz. 15:8; Jer. 7:31).
35Want Ik ben gekomen om een mens tegen zijn vader te verdelen, en een dochter tegen haar moeder, en een schoondochter tegen haar schoonmoeder.
ἦλθον
(elthon)
Ik kwam
γὰρ
(gar)
want
διχάσαι
(dichasai)
te verdelen
ἄνθρωπον
(anthropon)
mens
κατὰ
(kata)
tegen
τοῦ
(tou)
de
πατρὸς
(patros)
vader
αὐτοῦ
(autou)
zijn
καὶ
(kai)
en
θυγατέρα
(thygatera)
dochter
κατὰ
(kata)
tegen
τῆς
(tes)
de
μητρὸς
(metros)
moeder
αὐτῆς
(autes)
haar
καὶ
(kai)
en
νύμφην
(nymphen)
schoondochter
κατὰ
(kata)
tegen
τῆς
(tes)
de
πενθερᾶς
(pentheras)
schoonmoeder
αὐτῆς
(autes)
haar
Bron: SBLGNT
Uitleg
Het citaat is Micha 7:6.
Het Hebreeuws heeft ‘de zoon veracht zijn vader, de dochter staat op tegen haar moeder, de schoondochter tegen haar schoonmoeder’; de Griekse tekst heeft ‘een mens tegen zijn vader’ en ‘verdelen’ (διχάζω, dichazo).
41Wie een profeet ontvangt omdat hij een profeet is, zal het loon van een profeet krijgen. En wie een rechtvaardige ontvangt omdat hij een rechtvaardige is, zal het loon van een rechtvaardige krijgen.
ὁ
(ho)
de
δεχόμενος
(dechomenos)
ontvangende
προφήτην
(propheten)
profeet
εἰς
(eis)
in
ὄνομα
(onoma)
naam
προφήτου
(prophetou)
van een profeet
μισθὸν
(misthon)
loon
προφήτου
(prophetou)
van een profeet
λήμψεται
(lempsetai)
zal krijgen
καὶ
(kai)
en
ὁ
(ho)
de
δεχόμενος
(dechomenos)
ontvangende
δίκαιον
(dikaion)
rechtvaardige
εἰς
(eis)
in
ὄνομα
(onoma)
naam
δικαίου
(dikaiou)
van een rechtvaardige
μισθὸν
(misthon)
loon
δικαίου
(dikaiou)
van een rechtvaardige
λήμψεται
(lempsetai)
zal krijgen
Bron: SBLGNT
Uitleg
εἰς ὄνομα (eis onoma), letterlijk ‘in de naam van’: wij schrijven ‘omdat hij een profeet is’. μισθός (misthos), ‘loon’.
42En wie een van deze kleinen alleen een beker koud water te drinken geeft omdat hij een leerling is: voorwaar, Ik zeg jullie, hij zal zijn loon beslist niet verliezen.”
καὶ
(kai)
en
ὃς
(hos)
wie
ἂν
(an)
ook
ποτίσῃ
(potise)
te drinken geeft
ἕνα
(hena)
één
τῶν
(ton)
van de
μικρῶν
(mikron)
kleinen
τούτων
(touton)
deze
ποτήριον
(poterion)
beker
ψυχροῦ
(psychrou)
van koud
μόνον
(monon)
alleen
εἰς
(eis)
in
ὄνομα
(onoma)
naam
μαθητοῦ
(mathetou)
van een leerling
ἀμὴν
(amen)
voorwaar
λέγω
(lego)
Ik zeg
ὑμῖν
(hymin)
jullie
οὐ
(ou)
niet
μὴ
(me)
beslist
ἀπολέσῃ
(apolese)
zal verliezen
τὸν
(ton)
het
μισθὸν
(misthon)
loon
αὐτοῦ
(autou)
zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg
Het Grieks heeft alleen ψυχροῦ (psychrou), ‘koud’; ‘water’ voegt het Nederlands toe.