Elohim Bijbel

Matteüs 3

12345678910111213141516171819202122232425262728

Johannes de Doper en de doop van Yeshua

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Johannes de Doper in de woestijn

1In die dagen kwam Johannes de Doper en verkondigde in de woestijn van Judea,
Ἐν
(En)
in
δὲ
(de)
maar
ταῖς
(tais)
de
ἡμέραις
(hemerais)
dagen
ἐκείναις
(ekeinais)
die
παραγίνεται
(paraginetai)
kwam
Ἰωάννης
(Ioannes)
Johannes
ὁ
(ho)
de
βαπτιστὴς
(baptistes)
doper
κηρύσσων
(kerysson)
verkondigend
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
de
ἐρήμῳ
(eremo)
woestijn
τῆς
(tes)
van de
Ἰουδαίας
(Ioudaias)
Judea
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Woestijn van Judea: De woestijn van Judea is het dorre gebied tussen het bergland van Judea en de Dode Zee, met de benedenloop van de Jordaan.

De plek waar Johannes optrad, wordt niet precies genoemd.

Uitleg

βαπτιστής (baptistes), ‘doper’, van βαπτίζω (baptizo), ‘onderdompelen, dopen’. κηρύσσω (kerysso), ‘verkondigen’: als een heraut een boodschap uitroepen; wij vertalen het overal zo.

Zie ook Mark. 1:2–8; Luc. 3:1–18; Joh. 1:19–28.

2en zei: „Bekeer jullie, want het koninkrijk van de hemelen is nabij gekomen.”
καὶ
(kai)
en
λέγων
(legon)
zeggend
Μετανοεῖτε
(Metanoeite)
bekeer jullie
ἤγγικεν
(engiken)
is nabij gekomen
γὰρ
(gar)
want
ἡ
(he)
het
βασιλεία
(basileia)
koninkrijk
τῶν
(ton)
van de
οὐρανῶν
(ouranon)
hemelen
Bron: SBLGNT
Uitleg

μετανοεῖτε (metanoeite), ‘bekeer jullie’, van μετανοέω (metanoeo): van denken veranderen.

Het gaat om een andere richting in denken en leven, een terugkeer tot Elohim, zoals het Hebreeuwse שׁוּב (shuv), ‘zich omkeren’ (Joël 2:12).

βασιλεία τῶν οὐρανῶν (basileia ton ouranon), ‘het koninkrijk van de hemelen’: ‘hemelen’ staat in het meervoud, zoals het Hebreeuwse שָׁמַיִם (shamayim). Matteüs schrijft elders ook ‘het koninkrijk van Elohim’ (Matt. 12:28).

ἤγγικεν (engiken), ‘is nabij gekomen’, staat in de voltooide tijd: het is dichtbij gekomen en is er nu.

3Want dit is degene over wie gesproken is door de profeet Jesaja, toen hij zei: „Een stem van iemand die roept in de woestijn: ‘Maak de weg van Yahweh gereed, maak Zijn paden recht.’”
οὗτος
(houtos)
dit
γάρ
(gar)
want
ἐστιν
(estin)
is
ὁ
(ho)
degene
ῥηθεὶς
(rhetheis)
gesprokene
διὰ
(dia)
door
Ἠσαΐου
(Esaiou)
Jesaja
τοῦ
(tou)
de
προφήτου
(prophetou)
profeet
λέγοντος
(legontos)
zeggend
Φωνὴ
(Phone)
stem
βοῶντος
(boontos)
van een roepende
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
de
ἐρήμῳ
(eremo)
woestijn
Ἑτοιμάσατε
(Hetoimasate)
maak gereed
τὴν
(ten)
de
ὁδὸν
(hodon)
weg
κυρίου
(kyriou)
van Yahweh
εὐθείας
(eutheias)
recht
ποιεῖτε
(poieite)
maak
τὰς
(tas)
de
τρίβους
(tribous)
paden
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het citaat is Jes. 40:3.

Het Hebreeuws heeft ‘Een stem roept: baan in de woestijn de weg van Yahweh’; de Griekse tekst heeft ‘Een stem van iemand die roept in de woestijn’ en verbindt ‘in de woestijn’ dus met de roepende. κυρίου (kyriou), ‘van de Heer’, is vertaald als Yahweh, zoals in het Hebreeuws (יהוה).

Zie ook Mal. 3:1; Mark. 1:2–3; Luc. 3:4–6; Joh. 1:23.

4Johannes droeg zelf kleding van kamelenhaar en een leren gordel om zijn heupen. Sprinkhanen en wilde honing waren zijn voedsel.
αὐτὸς
(autos)
hij zelf
δὲ
(de)
maar
ὁ
(ho)
de
Ἰωάννης
(Ioannes)
Johannes
εἶχεν
(eichen)
had
τὸ
(to)
de
ἔνδυμα
(endyma)
kleding
αὐτοῦ
(autou)
zijn
ἀπὸ
(apo)
van
τριχῶν
(trichon)
haren
καμήλου
(kamelou)
van een kameel
καὶ
(kai)
en
ζώνην
(zonen)
gordel
δερματίνην
(dermatinen)
leren
περὶ
(peri)
om
τὴν
(ten)
de
ὀσφὺν
(osphyn)
heupen
αὐτοῦ
(autou)
zijn
ἡ
(he)
de
δὲ
(de)
maar
τροφὴ
(trophe)
voedsel
ἦν
(en)
was
αὐτοῦ
(autou)
zijn
ἀκρίδες
(akrides)
sprinkhanen
καὶ
(kai)
en
μέλι
(meli)
honing
ἄγριον
(agrion)
wilde
Bron: SBLGNT
Uitleg

Ook Elia droeg een leren gordel om zijn heupen (2 Kon. 1:8).

ἀκρίδες (akrides), ‘sprinkhanen’: dieren die volgens Lev. 11:22 gegeten mochten worden.

5Toen trokken Jeruzalem en heel Judea en heel de omgeving van de Jordaan naar hem toe.
τότε
(tote)
toen
ἐξεπορεύετο
(exeporeueto)
trok uit
πρὸς
(pros)
naar
αὐτὸν
(auton)
hem
Ἱεροσόλυμα
(Hierosolyma)
Jeruzalem
καὶ
(kai)
en
πᾶσα
(pasa)
heel
ἡ
(he)
de
Ἰουδαία
(Ioudaia)
Judea
καὶ
(kai)
en
πᾶσα
(pasa)
heel
ἡ
(he)
de
περίχωρος
(perichoros)
omgeving
τοῦ
(tou)
van de
Ἰορδάνου
(Iordanou)
Jordaan
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

Zie Judea: Judea is de Griekse en Romeinse naam voor het zuiden van het land, rond Jeruzalem en Betlehem.

Het komt overeen met het oude Juda.

Zie Jordaan: De Jordaan stroomt van het Hermongebergte door het meer van Galilea naar de Dode Zee.

6Zij werden door hem gedoopt in de rivier de Jordaan en beleden hun zonden.
καὶ
(kai)
en
ἐβαπτίζοντο
(ebaptizonto)
werden gedoopt
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
Ἰορδάνῃ
(Iordane)
Jordaan
ποταμῷ
(potamo)
rivier
ὑπ’
(hyp’)
door
αὐτοῦ
(autou)
hem
ἐξομολογούμενοι
(exomologoumenoi)
belijdend
τὰς
(tas)
de
ἁμαρτίας
(hamartias)
zonden
αὐτῶν
(auton)
hun
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Jordaan: De Jordaan stroomt van het Hermongebergte door het meer van Galilea naar de Dode Zee.

Johannes tegen de Farizeeën en Sadduceeën

7Johannes zag veel Farizeeën en Sadduceeën naar zijn doop komen. Hij zei tegen hen: „Nageslacht van adders, wie heeft jullie erop gewezen om te vluchten voor de komende toorn?
Ἰδὼν
(Idon)
ziende
δὲ
(de)
maar
πολλοὺς
(pollous)
velen
τῶν
(ton)
van de
Φαρισαίων
(Pharisaion)
Farizeeën
καὶ
(kai)
en
Σαδδουκαίων
(Saddoukaion)
Sadduceeën
ἐρχομένους
(erchomenous)
komend
ἐπὶ
(epi)
naar
τὸ
(to)
de
βάπτισμα
(baptisma)
doop
αὐτοῦ
(autou)
zijn
εἶπεν
(eipen)
hij zei
αὐτοῖς
(autois)
tot hen
Γεννήματα
(Gennemata)
nageslacht
ἐχιδνῶν
(echidnon)
van adders
τίς
(tis)
wie
ὑπέδειξεν
(hypedeixen)
wees erop
ὑμῖν
(hymin)
jullie
φυγεῖν
(phygein)
te vluchten
ἀπὸ
(apo)
van
τῆς
(tes)
de
μελλούσης
(mellouses)
komende
ὀργῆς
(orges)
toorn
Bron: SBLGNT
Uitleg

Φαρισαῖοι (Farizeeën) en Σαδδουκαῖοι (Sadduceeën) waren twee groepen in het Joodse volk, met verschillende opvattingen over de wet en de overlevering.

ἐχιδνῶν (echidnon), ‘van adders’: gifslangen. γεννήματα (gennemata), ‘nageslacht’: zoals het Hebreeuwse זֶרַע (zera) in Jes. 1:4, ‘nageslacht van kwaaddoeners’.

Zie ookJes 1:4
8Breng dan vrucht voort die bij de bekering past.
ποιήσατε
(poiesate)
breng voort
οὖν
(oun)
dus
καρπὸν
(karpon)
vrucht
ἄξιον
(axion)
passend
τῆς
(tes)
bij de
μετανοίας
(metanoias)
bekering
Bron: SBLGNT
9En denk er niet aan om bij jullie zelf te zeggen: ‘Wij hebben Abraham als vader.’ Want ik zeg jullie: Elohim kan uit deze stenen kinderen voor Abraham doen opstaan.
καὶ
(kai)
en
μὴ
(me)
niet
δόξητε
(doxete)
denk
λέγειν
(legein)
te zeggen
ἐν
(en)
bij
ἑαυτοῖς
(heautois)
jullie zelf
Πατέρα
(Patera)
vader
ἔχομεν
(echomen)
wij hebben
τὸν
(ton)
de
Ἀβραάμ
(Abraam)
Abraham
λέγω
(lego)
ik zeg
γὰρ
(gar)
want
ὑμῖν
(hymin)
jullie
ὅτι
(hoti)
dat
δύναται
(dynatai)
kan
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
ἐκ
(ek)
uit
τῶν
(ton)
de
λίθων
(lithon)
stenen
τούτων
(touton)
deze
ἐγεῖραι
(egeirai)
doen opstaan
τέκνα
(tekna)
kinderen
τῷ
(to)
voor de
Ἀβραάμ
(Abraam)
Abraham
Bron: SBLGNT
10De bijl ligt al aan de wortel van de bomen. Elke boom die geen goede vrucht voortbrengt, wordt omgehakt en in het vuur geworpen.
ἤδη
(ede)
al
δὲ
(de)
maar
ἡ
(he)
de
ἀξίνη
(axine)
bijl
πρὸς
(pros)
bij
τὴν
(ten)
de
ῥίζαν
(rhizan)
wortel
τῶν
(ton)
van de
δένδρων
(dendron)
bomen
κεῖται
(keitai)
ligt
πᾶν
(pan)
elke
οὖν
(oun)
dus
δένδρον
(dendron)
boom
μὴ
(me)
niet
ποιοῦν
(poioun)
voortbrengend
καρπὸν
(karpon)
vrucht
καλὸν
(kalon)
goede
ἐκκόπτεται
(ekkoptetai)
wordt omgehakt
καὶ
(kai)
en
εἰς
(eis)
in
πῦρ
(pyr)
vuur
βάλλεται
(balletai)
wordt geworpen
Bron: SBLGNT

Hij die na mij komt

11Ik doop jullie met water tot bekering. Maar Hij die na mij komt, is sterker dan ik. Ik ben niet waardig om Zijn sandalen te dragen. Hij zal jullie dopen met de Heilige Geest en vuur.
Ἐγὼ
(Ego)
ik
μὲν
(men)
wel
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
βαπτίζω
(baptizo)
doop
ἐν
(en)
in
ὕδατι
(hydati)
water
εἰς
(eis)
tot
μετάνοιαν
(metanoian)
bekering
ὁ
(ho)
de
δὲ
(de)
maar
ὀπίσω
(opiso)
achter
μου
(mou)
mij
ἐρχόμενος
(erchomenos)
komende
ἰσχυρότερός
(ischyroteros)
sterker
μού
(mou)
dan ik
ἐστιν
(estin)
is
οὗ
(hou)
van wie
οὐκ
(ouk)
niet
εἰμὶ
(eimi)
ben
ἱκανὸς
(hikanos)
waardig
τὰ
(ta)
de
ὑποδήματα
(hypodemata)
sandalen
βαστάσαι
(bastasai)
te dragen
αὐτὸς
(autos)
Hij
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
βαπτίσει
(baptisei)
zal dopen
ἐν
(en)
in
πνεύματι
(pneumati)
Geest
ἁγίῳ
(hagio)
heilige
καὶ
(kai)
en
πυρί
(pyri)
vuur
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἱκανός (hikanos), ‘geschikt, goed genoeg’: wij vertalen ‘waardig’. ἐν ὕδατι (en hydati): ‘in water’ of ‘met water’; het Grieks ἐν kan beide betekenen.

Zie ook Mark. 1:7–8; Luc. 3:16; Joh. 1:26–27.

12Zijn wan is in Zijn hand. Hij zal Zijn dorsvloer grondig reinigen en Zijn graan in de schuur verzamelen. Het kaf zal Hij verbranden met onuitblusbaar vuur.”
οὗ
(hou)
van wie
τὸ
(to)
de
πτύον
(ptyon)
wan
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
de
χειρὶ
(cheiri)
hand
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
καὶ
(kai)
en
διακαθαριεῖ
(diakathariei)
zal grondig reinigen
τὴν
(ten)
de
ἅλωνα
(halona)
dorsvloer
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
καὶ
(kai)
en
συνάξει
(synaxei)
zal verzamelen
τὸν
(ton)
het
σῖτον
(siton)
graan
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
εἰς
(eis)
in
τὴν
(ten)
de
ἀποθήκην
(apotheken)
schuur
τὸ
(to)
het
δὲ
(de)
maar
ἄχυρον
(achyron)
kaf
κατακαύσει
(katakausei)
zal verbranden
πυρὶ
(pyri)
met vuur
ἀσβέστῳ
(asbesto)
onuitblusbaar
Bron: SBLGNT
Uitleg

πτύον (ptyon), ‘wan’: een soort vork of schop om gedorst graan in de wind te gooien, zodat het kaf wegwaait. ἅλων (halon), ‘dorsvloer’: de vlakke plek waar het graan werd gedorst. ἄχυρον (achyron), ‘kaf’: de lege doppen van het graan.

Zie ook Luc. 3:17.

Zie ookLuc 3:17

Yeshua wordt gedoopt

13Toen kwam Yeshua uit Galilea naar de Jordaan, naar Johannes, om door hem gedoopt te worden.
Τότε
(Tote)
toen
παραγίνεται
(paraginetai)
komt
ὁ
(ho)
de
Ἰησοῦς
(Iesous)
Yeshua
ἀπὸ
(apo)
van
τῆς
(tes)
de
Γαλιλαίας
(Galilaias)
Galilea
ἐπὶ
(epi)
naar
τὸν
(ton)
de
Ἰορδάνην
(Iordanen)
Jordaan
πρὸς
(pros)
tot
τὸν
(ton)
de
Ἰωάννην
(Ioannen)
Johannes
τοῦ
(tou)
om
βαπτισθῆναι
(baptisthenai)
gedoopt te worden
ὑπ’
(hyp’)
door
αὐτοῦ
(autou)
hem
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Galilea: Galilea is het noorden van het land, ten westen van de Jordaan en het meer van Galilea.

Nazaret en Kapernaüm liggen in dit gebied.

Zie Jordaan: De Jordaan stroomt van het Hermongebergte door het meer van Galilea naar de Dode Zee.

Uitleg

Zie ook Mark. 1:9–11; Luc. 3:21–22; Joh. 1:29–34.

14Maar Johannes probeerde Hem tegen te houden en zei: „Ik heb het nodig om door U gedoopt te worden, en komt U naar mij?”
ὁ
(ho)
de
δὲ
(de)
maar
Ἰωάννης
(Ioannes)
Johannes
διεκώλυεν
(diekolyen)
probeerde tegen te houden
αὐτὸν
(auton)
Hem
λέγων
(legon)
zeggend
Ἐγὼ
(Ego)
ik
χρείαν
(chreian)
behoefte
ἔχω
(echo)
heb
ὑπὸ
(hypo)
door
σοῦ
(sou)
U
βαπτισθῆναι
(baptisthenai)
gedoopt te worden
καὶ
(kai)
en
σὺ
(sy)
U
ἔρχῃ
(erche)
komt
πρός
(pros)
naar
με
(me)
mij
Bron: SBLGNT
15Yeshua antwoordde en zei tegen hem: „Laat het nu gebeuren, want zo past het ons alle gerechtigheid te vervullen.” Toen liet hij Hem begaan.
ἀποκριθεὶς
(apokritheis)
antwoordend
δὲ
(de)
maar
ὁ
(ho)
de
Ἰησοῦς
(Iesous)
Yeshua
εἶπεν
(eipen)
zei
πρὸς
(pros)
tot
αὐτόν
(auton)
hem
Ἄφες
(Aphes)
laat gebeuren
ἄρτι
(arti)
nu
οὕτως
(houtos)
zo
γὰρ
(gar)
want
πρέπον
(prepon)
passend
ἐστὶν
(estin)
is
ἡμῖν
(hemin)
ons
πληρῶσαι
(plerosai)
te vervullen
πᾶσαν
(pasan)
alle
δικαιοσύνην
(dikaiosynen)
gerechtigheid
τότε
(tote)
toen
ἀφίησιν
(aphiesin)
laat begaan
αὐτόν
(auton)
Hem
Bron: SBLGNT
Uitleg

δικαιοσύνη (dikaiosyne), ‘gerechtigheid’: wat in de ogen van Elohim goed en recht is. ἡμῖν (hemin), ‘ons’: Yeshua en Johannes samen. πρέπον (prepon), ‘passend, gepast’.

16Toen Yeshua gedoopt was, kwam Hij meteen uit het water omhoog. En zie: de hemelen gingen open, en Hij zag de Geest van Elohim als een duif neerdalen en op Hem komen.
βαπτισθεὶς
(baptistheis)
gedoopt zijnde
δὲ
(de)
maar
ὁ
(ho)
de
Ἰησοῦς
(Iesous)
Yeshua
εὐθὺς
(euthys)
meteen
ἀνέβη
(anebe)
kwam omhoog
ἀπὸ
(apo)
uit
τοῦ
(tou)
het
ὕδατος
(hydatos)
water
καὶ
(kai)
en
ἰδοὺ
(idou)
zie
ἠνεῴχθησαν
(eneochthesan)
gingen open
οἱ
(hoi)
de
οὐρανοί
(ouranoi)
hemelen
καὶ
(kai)
en
εἶδεν
(eiden)
Hij zag
πνεῦμα
(pneuma)
Geest
θεοῦ
(theou)
van Elohim
καταβαῖνον
(katabainon)
neerdalend
ὡσεὶ
(hosei)
als
περιστερὰν
(peristeran)
duif
ἐρχόμενον
(erchomenon)
komend
ἐπ’
(ep’)
op
αὐτόν
(auton)
Hem
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het Grieks heeft bij εἶδεν (eiden), ‘zag’, geen onderwerp.

Wij lezen Yeshua, omdat Hij zojuist uit het water is gekomen; zie ook Joh. 1:32–33, waar Johannes getuigt dat hij de Geest zag neerdalen.

πνεῦμα θεοῦ (pneuma theou), ‘Geest van Elohim’: zie Gen. 1:2, waar de Geest van Elohim boven het water zweefde, en Jes. 42:1.

17En zie: een stem uit de hemelen zei: „Dit is Mijn geliefde Zoon, in wie Ik behagen heb.”
καὶ
(kai)
en
ἰδοὺ
(idou)
zie
φωνὴ
(phone)
stem
ἐκ
(ek)
uit
τῶν
(ton)
de
οὐρανῶν
(ouranon)
hemelen
λέγουσα
(legousa)
zeggend
Οὗτός
(Houtos)
deze
ἐστιν
(estin)
is
ὁ
(ho)
de
υἱός
(huios)
Zoon
μου
(mou)
Mijn
ὁ
(ho)
de
ἀγαπητός
(agapetos)
geliefde
ἐν
(en)
in
ᾧ
(ho)
wie
εὐδόκησα
(eudokesa)
Ik heb behagen
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het Grieks zegt alleen ‘een stem uit de hemelen’.

Wij lezen de stem van de Vader, omdat de stem zegt ‘Mijn Zoon’.

De woorden doen denken aan Ps. 2:7 (‘Mijn zoon ben jij’) en Jes. 42:1 (‘Mijn uitverkorene, in wie Mijn ziel behagen heeft’). ἀγαπητός (agapetos), ‘geliefde’: vergelijk Gen. 22:2, ‘je zoon, je enige, die je liefhebt’.

Zie ook Mark. 1:11; Luc. 3:22.