Elohim Bijbel

Exodus 24

12345678910111213141516171819202122232425262728293031323334353637383940

Het verbond wordt bezegeld

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Roeping tot de berg

1Hij zei tot Mozes: „Kom omhoog naar Yahweh, jij en Aäron, Nadab en Abihu, en zeventig van de oudsten van Israël, en buig je neer van veraf.
וְאֶל
(veel)
en tot
מֹשֶׁ֨ה
(moshe)
Mozes
אָמַ֜ר
(amar)
hij zei
עֲלֵ֣ה
(ale)
kom omhoog
אֶל
(el)
tot
יְהוָ֗ה
(Yahweh)
Yahweh
אַתָּה֙
(ata)
jij
וְאַהֲרֹן֙
(veaharon)
en Aäron
נָדָ֣ב
(nadav)
Nadab
וַאֲבִיה֔וּא
(vaavihu)
en Abihu
וְשִׁבְעִ֖ים
(veshivim)
en zeventig
מִזִּקְנֵ֣י
(miziqnei)
van de oudsten van
יִשְׂרָאֵ֑ל
(yisrael)
Israël
וְהִשְׁתַּחֲוִיתֶ֖ם
(vehishtachavitem)
en buig je neer
מֵרָחֹֽק
(merachoq)
van veraf
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Nadab en Abihu zijn zonen van Aäron (6:23).

De zeventig oudsten vertegenwoordigen het volk.

2Mozes alleen zal naar Yahweh naderen, maar zij mogen niet naderen, en het volk mag niet met hem opgaan.”
וְנִגַּ֨שׁ
(venigash)
en nader
מֹשֶׁ֤ה
(moshe)
Mozes
לְבַדּוֹ֙
(levado)
alleen
אֶל
(el)
tot
יְהוָ֔ה
(Yahweh)
Yahweh
וְהֵ֖ם
(vehem)
maar zij
לֹ֣א
(lo)
niet
יִגָּ֑שׁוּ
(yigashu)
zullen naderen
וְהָעָ֕ם
(vehaam)
en het volk
לֹ֥א
(lo)
niet
יַעֲל֖וּ
(yaalu)
zal opgaan
עִמּֽוֹ
(imo)
met hem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Het volk neemt het verbond aan

3Mozes kwam en vertelde het volk alle woorden van Yahweh en alle rechtsregels. Heel het volk antwoordde met één stem: „Alle woorden die Yahweh gesproken heeft, zullen wij doen.”
וַיָּבֹ֣א
(vayavo)
en kwam
מֹשֶׁ֗ה
(moshe)
Mozes
וַיְסַפֵּ֤ר
(vaysaper)
en vertelde
לָעָם֙
(laam)
aan het volk
אֵ֚ת
(et)
(obj.)
כָּל
(kal)
alle
דִּבְרֵ֣י
(divrei)
woorden van
יְהוָ֔ה
(Yahweh)
Yahweh
וְאֵ֖ת
(veet)
en (obj.)
כָּל
(kal)
alle
הַמִּשְׁפָּטִ֑ים
(hamishpatim)
rechtsregels
וַיַּ֨עַן
(vayaan)
en antwoordde
כָּל
(kal)
heel
הָעָ֜ם
(haam)
het volk
ק֤וֹל
(qol)
met stem
אֶחָד֙
(echad)
één
וַיֹּ֣אמְר֔וּ
(vayomru)
en zeiden
כָּל
(kal)
alle
הַדְּבָרִ֛ים
(hadevarim)
woorden
אֲשֶׁר
(asher)
die
דִּבֶּ֥ר
(diber)
gesproken heeft
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
נַעֲשֶֽׂה
(naase)
zullen wij doen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Het volk neemt de woorden van Yahweh met één stem aan.

Zo begint de verbondssluiting, die in vers 8 met bloed wordt bezegeld.

4Mozes schreef alle woorden van Yahweh op. Hij stond ’s morgens vroeg op en bouwde onder aan de berg een altaar, met twaalf gewijde stenen voor de twaalf stammen van Israël.
וַיִּכְתֹּ֣ב
(vayikhtov)
en schreef
מֹשֶׁ֗ה
(moshe)
Mozes
אֵ֚ת
(et)
(obj.)
כָּל
(kal)
alle
דִּבְרֵ֣י
(divrei)
woorden van
יְהוָ֔ה
(Yahweh)
Yahweh
וַיַּשְׁכֵּ֣ם
(vayashkem)
en stond vroeg op
בַּבֹּ֔קֶר
(baboqer)
's morgens
וַיִּ֥בֶן
(vayiven)
en bouwde
מִזְבֵּ֖חַ
(mizbeach)
een altaar
תַּ֣חַת
(tachat)
onder
הָהָ֑ר
(hahar)
de berg
וּשְׁתֵּ֤ים
(ushteim)
en twee
עֶשְׂרֵה֙
(esre)
tien
מַצֵּבָ֔ה
(matseva)
gewijde stenen
לִשְׁנֵ֥ים
(lishneim)
voor twee
עָשָׂ֖ר
(asar)
tien
שִׁבְטֵ֥י
(shivtei)
stammen van
יִשְׂרָאֵֽל
(yisrael)
Israël
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Het altaar staat aan de voet van de berg (de Sinaï).

Zie 19:2.

Uitleg

De twaalf gewijde stenen (מַצֵּבָה, matstsevah) staan voor de twaalf stammen.

5Hij zond jonge mannen van de zonen van Israël, en zij offerden brandoffers en slachtten stieren als vredeoffers voor Yahweh.
וַיִּשְׁלַ֗ח
(vayishlach)
en zond
אֶֽת
(et)
(obj.)
נַעֲרֵי֙
(naarei)
jongemannen van
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
יִשְׂרָאֵ֔ל
(yisrael)
Israël
וַיַּֽעֲל֖וּ
(vayaalu)
en zij offerden
עֹלֹ֑ת
(olot)
brandoffers
וַֽיִּזְבְּח֞וּ
(vayizbechu)
en slachtten
זְבָחִ֧ים
(zevachim)
slachtoffers van
שְׁלָמִ֛ים
(shelamim)
vredeoffers
לַיהוָ֖ה
(laYahweh)
voor Yahweh
פָּרִֽים
(parim)
stieren
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
6Mozes nam de helft van het bloed en deed het in schalen, en de andere helft van het bloed sprenkelde hij op het altaar.
וַיִּקַּ֤ח
(vayiqach)
en nam
מֹשֶׁה֙
(moshe)
Mozes
חֲצִ֣י
(chatsi)
de helft van
הַדָּ֔ם
(hadam)
het bloed
וַיָּ֖שֶׂם
(vayasem)
en deed
בָּאַגָּנֹ֑ת
(baaganot)
in schalen
וַחֲצִ֣י
(vachatsi)
en de helft van
הַדָּ֔ם
(hadam)
het bloed
זָרַ֖ק
(zaraq)
sprenkelde
עַל
(al)
op
הַמִּזְבֵּֽחַ
(hamizbeach)
het altaar
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
7Hij nam het boek van het verbond en las het aan het volk voor. Zij zeiden: „Alles wat Yahweh gesproken heeft, zullen wij doen en gehoorzamen.”
וַיִּקַּח֙
(vayiqach)
en nam
סֵ֣פֶר
(sefer)
boek van
הַבְּרִ֔ית
(haberit)
het verbond
וַיִּקְרָ֖א
(vayiqra)
en las voor
בְּאָזְנֵ֣י
(beazenei)
in de oren van
הָעָ֑ם
(haam)
het volk
וַיֹּ֣אמְר֔וּ
(vayomru)
en zeiden
כֹּ֛ל
(kol)
alles
אֲשֶׁר
(asher)
wat
דִּבֶּ֥ר
(diber)
gesproken heeft
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
נַעֲשֶׂ֥ה
(naase)
zullen wij doen
וְנִשְׁמָֽע
(venishma)
en zullen wij horen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Het ‘boek van het verbond’ (סֵפֶר הַבְּרִית) is de geschreven vorm van de woorden uit 20:22–23:33.

נַעֲשֶׂה וְנִשְׁמָע (na‘aseh wenishma‘), letterlijk ‘wij zullen doen en horen’, betekent ‘doen en gehoorzamen’.

8Mozes nam het bloed en sprenkelde het over het volk en zei: „Zie, het bloed van het verbond dat Yahweh met jullie gesloten heeft op grond van al deze woorden.”
וַיִּקַּ֤ח
(vayiqach)
en nam
מֹשֶׁה֙
(moshe)
Mozes
אֶת
(et)
(obj.)
הַדָּ֔ם
(hadam)
het bloed
וַיִּזְרֹ֖ק
(vayizroq)
en sprenkelde
עַל
(al)
op
הָעָ֑ם
(haam)
het volk
וַיֹּ֗אמֶר
(vayomer)
en zei
הִנֵּ֤ה
(hine)
zie
דַֽם
(dam)
bloed van
הַבְּרִית֙
(haberit)
het verbond
אֲשֶׁ֨ר
(asher)
dat
כָּרַ֤ת
(karat)
sloot
יְהוָה֙
(Yahweh)
Yahweh
עִמָּכֶ֔ם
(imakhem)
met jullie
עַ֥ל
(al)
op grond van
כָּל
(kal)
alle
הַדְּבָרִ֖ים
(hadevarim)
woorden
הָאֵֽלֶּה
(haele)
deze
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Het bloed over het volk bezegelt het verbond.

Vergelijk Hebr. 9:18–20.

De oudsten zien Elohim van Israël

9Toen gingen Mozes en Aäron, Nadab en Abihu en zeventig van de oudsten van Israël omhoog,
וַיַּ֥עַל
(vayaal)
en ging op
מֹשֶׁ֖ה
(moshe)
Mozes
וְאַהֲרֹ֑ן
(veaharon)
en Aäron
נָדָב֙
(nadav)
Nadab
וַאֲבִיה֔וּא
(vaavihu)
en Abihu
וְשִׁבְעִ֖ים
(veshivim)
en zeventig
מִזִּקְנֵ֥י
(miziqnei)
van de oudsten van
יִשְׂרָאֵֽל
(yisrael)
Israël
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Zie ookEx 24:1
10en zagen Elohim van Israël. Onder Zijn voeten was iets als een plaveisel van saffier, zo helder als de hemel zelf.
וַיִּרְא֕וּ
(vayiru)
en zagen
אֵ֖ת
(et)
(obj.)
אֱלֹהֵ֣י
(elohei)
Elohim van
יִשְׂרָאֵ֑ל
(yisrael)
Israël
וְתַ֣חַת
(vetachat)
en onder
רַגְלָ֗יו
(raglav)
Zijn voeten
כְּמַעֲשֵׂה֙
(kemaase)
als het werk van
לִבְנַ֣ת
(livnat)
plaveisel van
הַסַּפִּ֔יר
(hasapir)
de saffier
וּכְעֶ֥צֶם
(ukheetsem)
en als het wezen van
הַשָּׁמַ֖יִם
(hashamayim)
de hemel
לָטֹֽהַר
(latohar)
in zuiverheid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De ‘saffier’ (סַפִּיר, sappir) is een blauwe edelsteen, waarschijnlijk lapis lazuli.

Het is een beeld van helderheid en schoonheid.

De oudsten zagen ‘Elohim van Israël’; zij zagen alleen wat onder Zijn voeten was.

Zie ook 33:20.

11Tegen de leiders van de zonen van Israël strekte Hij Zijn hand niet uit; zij aanschouwden Elohim, aten en dronken.
וְאֶל
(veel)
en tegen
אֲצִילֵי֙
(atsilei)
de leiders van
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
יִשְׂרָאֵ֔ל
(yisrael)
Israël
לֹ֥א
(lo)
niet
שָׁלַ֖ח
(shalach)
strekte Hij uit
יָד֑וֹ
(yado)
Zijn hand
וַֽיֶּחֱזוּ֙
(vayechezu)
en zij aanschouwden
אֶת
(et)
(obj.)
הָ֣אֱלֹהִ֔ים
(haElohim)
Elohim
וַיֹּאכְל֖וּ
(vayokhlu)
en aten
וַיִּשְׁתּֽוּ
(vayishtu)
en dronken
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אֲצִילֵי (atsile) betekent ‘leiders’ of ‘vooraanstaanden’.

De maaltijd na het verbond: zij aten en dronken in Zijn aanwezigheid.

Mozes op de berg

12Yahweh zei tot Mozes: „Kom omhoog naar Mij op de berg en blijf daar, dan zal Ik je de stenen tafelen geven, met de wet en het gebod die Ik geschreven heb om hen te onderwijzen.”
וַיֹּ֨אמֶר
(vayomer)
en zei
יְהוָ֜ה
(Yahweh)
Yahweh
אֶל
(el)
tot
מֹשֶׁ֗ה
(moshe)
Mozes
עֲלֵ֥ה
(ale)
kom omhoog
אֵלַ֛י
(elay)
tot Mij
הָהָ֖רָה
(hahara)
de berg op
וֶהְיֵה
(vehye)
en wees
שָׁ֑ם
(sham)
daar
וְאֶתְּנָ֨ה
(veetena)
en Ik zal geven
לְךָ֜
(lekha)
aan jou
אֶת
(et)
(obj.)
לֻחֹ֣ת
(luchot)
tafelen van
הָאֶ֗בֶן
(haeven)
de steen
וְהַתּוֹרָה֙
(vehatora)
en de wet
וְהַמִּצְוָ֔ה
(vehamitsva)
en het gebod
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
dat
כָּתַ֖בְתִּי
(katavti)
Ik geschreven heb
לְהוֹרֹתָֽם
(lehorotam)
om hen te onderwijzen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De stenen tafelen met de wet en het gebod zijn ook die van 31:18 en 32:15–16.

13Mozes stond op met Jozua, zijn dienaar, en Mozes ging op naar de berg van Elohim.
וַיָּ֣קָם
(vayaqam)
en stond op
מֹשֶׁ֔ה
(moshe)
Mozes
וִיהוֹשֻׁ֖עַ
(vihoshua)
en Jozua
מְשָׁרְת֑וֹ
(meshareto)
zijn dienaar
וַיַּ֥עַל
(vayaal)
en ging op
מֹשֶׁ֖ה
(moshe)
Mozes
אֶל
(el)
naar
הַ֥ר
(har)
berg van
הָאֱלֹהִֽים
(haElohim)
Elohim
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Jozua is de dienaar van Mozes; zie 17:9–13; 33:11.

14Tegen de oudsten zei hij: „Blijf hier op ons wachten tot wij naar jullie terugkeren. Zie, Aäron en Chur zijn bij jullie; wie een zaak heeft, mag zich tot hen wenden.”
וְאֶל
(veel)
en tot
הַזְּקֵנִ֤ים
(hazeqenim)
de oudsten
אָמַר֙
(amar)
hij zei
שְׁבוּ
(shevu)
blijf
לָ֣נוּ
(lanu)
voor ons
בָזֶ֔ה
(baze)
hier
עַ֥ד
(ad)
tot
אֲשֶׁר
(asher)
dat
נָשׁ֖וּב
(nashuv)
wij terugkeren
אֲלֵיכֶ֑ם
(aleikhem)
tot jullie
וְהִנֵּ֨ה
(vehine)
en zie
אַהֲרֹ֤ן
(aharon)
Aäron
וְחוּר֙
(vechur)
en Chur
עִמָּכֶ֔ם
(imakhem)
met jullie
מִי
(mi)
wie
בַ֥עַל
(baal)
meester van
דְּבָרִ֖ים
(devarim)
zaken
יִגַּ֥שׁ
(yigash)
zal naderen
אֲלֵהֶֽם
(alehem)
tot hen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Chur is ook bij de strijd tegen Amalek genoemd (17:10–12).

15Mozes ging de berg op, en de wolk bedekte de berg.
וַיַּ֥עַל
(vayaal)
en ging op
מֹשֶׁ֖ה
(moshe)
Mozes
אֶל
(el)
naar
הָהָ֑ר
(hahar)
de berg
וַיְכַ֥ס
(vaykhas)
en bedekte
הֶעָנָ֖ן
(heanan)
de wolk
אֶת
(et)
(obj.)
הָהָֽר
(hahar)
de berg
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
16De heerlijkheid van Yahweh rustte op de berg Sinaï, en de wolk bedekte hem zes dagen. Op de zevende dag riep Hij Mozes uit de wolk.
וַיִּשְׁכֹּ֤ן
(vayishkon)
en rustte neer
כְּבוֹד
(kevod)
heerlijkheid van
יְהוָה֙
(Yahweh)
Yahweh
עַל
(al)
op
הַ֣ר
(har)
berg
סִינַ֔י
(sinay)
Sinaï
וַיְכַסֵּ֥הוּ
(vaykhasehu)
en bedekte hem
הֶעָנָ֖ן
(heanan)
de wolk
שֵׁ֣שֶׁת
(sheshet)
zes
יָמִ֑ים
(yamim)
dagen
וַיִּקְרָ֧א
(vayiqra)
en riep
אֶל
(el)
tot
מֹשֶׁ֛ה
(moshe)
Mozes
בַּיּ֥וֹם
(bayom)
op de dag
הַשְּׁבִיעִ֖י
(hashevii)
de zevende
מִתּ֥וֹךְ
(mitokh)
uit het midden van
הֶעָנָֽן
(heanan)
de wolk
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Sinaï: De berg Sinaï wordt van oudsher gezocht bij de Gebel Musa, in het zuiden van het schiereiland Sinaï.

Uitleg

De ‘heerlijkheid’ (כָּבוֹד, kavod) van Yahweh is Zijn zichtbare aanwezigheid; hier in een wolk.

17Het aanzien van de heerlijkheid van Yahweh was als een verterend vuur op de top van de berg, in de ogen van de zonen van Israël.
וּמַרְאֵה֙
(umare)
en het aanzien van
כְּב֣וֹד
(kevod)
heerlijkheid van
יְהוָ֔ה
(Yahweh)
Yahweh
כְּאֵ֥שׁ
(keesh)
als vuur
אֹכֶ֖לֶת
(okhelet)
verterend
בְּרֹ֣אשׁ
(berosh)
op de top van
הָהָ֑ר
(hahar)
de berg
לְעֵינֵ֖י
(leeinei)
voor de ogen van
בְּנֵ֥י
(benei)
de zonen van
יִשְׂרָאֵֽל
(yisrael)
Israël
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
18Mozes ging de wolk in en ging de berg op. Mozes bleef veertig dagen en veertig nachten op de berg.
וַיָּבֹ֥א
(vayavo)
en kwam
מֹשֶׁ֛ה
(moshe)
Mozes
בְּת֥וֹךְ
(betokh)
in het midden van
הֶעָנָ֖ן
(heanan)
de wolk
וַיַּ֣עַל
(vayaal)
en ging op
אֶל
(el)
naar
הָהָ֑ר
(hahar)
de berg
וַיְהִ֤י
(vayhi)
en was
מֹשֶׁה֙
(moshe)
Mozes
בָּהָ֔ר
(bahar)
op de berg
אַרְבָּעִ֣ים
(arbaim)
veertig
י֔וֹם
(yom)
dag
וְאַרְבָּעִ֖ים
(vearbaim)
en veertig
לָֽיְלָה
(layela)
nacht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Zie ook Deut. 9:9–11; 10:10.