Elohim Bijbel

Efeziërs 5

123456

Navolgers van Elohim, kinderen van het licht, vervuld met de Geest, mannen en vrouwen en het geheimenis van de Messias en de gemeente

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Wandelen in liefde

1Word dus navolgers van Elohim, als geliefde kinderen,
γίνεσθε
(ginesthe)
wordt
οὖν
(oun)
dus
μιμηταὶ
(mimetai)
navolgers
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
ὡς
(hos)
als
τέκνα
(tekna)
kinderen
ἀγαπητά
(agapeta)
geliefde
Bron: SBLGNT
Uitleg

μιμητής (mimetes), ‘navolger’: iemand die een voorbeeld volgt. ἀγαπητά (agapeta), ‘geliefd’.

In de verzen 1–2 loopt de gedachte van 4:32 (‘zoals ook Elohim … vergeven heeft’) door.

Zie ook Ef. 4:32.

Zie ookEf 4:32
2en wandel in liefde, zoals ook de Messias ons liefgehad heeft. Hij heeft Zichzelf voor ons overgegeven als gave en slachtoffer aan Elohim, tot een aangename geur.
καὶ
(kai)
en
περιπατεῖτε
(peripateite)
wandelt
ἐν
(en)
in
ἀγάπῃ
(agape)
liefde
καθὼς
(kathos)
zoals
καὶ
(kai)
ook
ὁ
(ho)
de
Χριστὸς
(Christos)
Messias
ἠγάπησεν
(egapesen)
liefhad
ἡμᾶς
(hemas)
ons
καὶ
(kai)
en
παρέδωκεν
(paredoken)
gaf over
ἑαυτὸν
(heauton)
Zichzelf
ὑπὲρ
(hyper)
voor
ἡμῶν
(hemon)
ons
προσφορὰν
(prosphoran)
gave
καὶ
(kai)
en
θυσίαν
(thysian)
slachtoffer
τῷ
(to)
aan de
θεῷ
(theo)
Elohim
εἰς
(eis)
tot
ὀσμὴν
(osmen)
geur
εὐωδίας
(euodias)
van aangenaamheid
Bron: SBLGNT
Uitleg

περιπατέω (peripateo), ‘wandelen’: zie 4:1. προσφορά (prosfora), ‘gave’; θυσία (thysia), ‘slachtoffer’. ὀσμὴ εὐωδίας (osme euodias), ‘aangename geur’: de uitdrukking uit de offerwet, bijvoorbeeld Lev. 1:9.

De SBLGNT markeert twee varianten, bij ἡμᾶς en ἡμῶν.

Zie ook Lev. 1:9.

Zie ookLev 1:9

Niet met ontucht en hebzucht

3Maar ontucht en alle onreinheid of hebzucht: laat dat onder jullie zelfs niet genoemd worden, zoals het heiligen betaamt,
Πορνεία
(Porneia)
ontucht
δὲ
(de)
maar
καὶ
(kai)
en
ἀκαθαρσία
(akatharsia)
onreinheid
πᾶσα
(pasa)
alle
ἢ
(e)
of
πλεονεξία
(pleonexia)
hebzucht
μηδὲ
(mede)
zelfs niet
ὀνομαζέσθω
(onomazestho)
laat genoemd worden
ἐν
(en)
onder
ὑμῖν
(hymin)
jullie
καθὼς
(kathos)
zoals
πρέπει
(prepei)
het betaamt
ἁγίοις
(hagiois)
aan heiligen
Bron: SBLGNT
Uitleg

πορνεία (porneia), ‘ontucht’: seksuele immoraliteit in het algemeen. ἀκαθαρσία (akatharsia), ‘onreinheid’; πλεονεξία (pleonexia), ‘hebzucht’: altijd meer willen hebben.

‘Zelfs niet genoemd’: er zelfs niet over spreken alsof het gewoon is. ἅγιοι (hagioi), ‘heiligen’: zie 1:1.

De SBLGNT markeert bij ‘ἀκαθαρσία πᾶσα’ een variant.

Zie ook Ef. 1:1; Ef. 4:19.

4en ook schandelijkheid, dwaze praat of scherts, dingen die niet passen, maar liever dankzegging.
καὶ
(kai)
en
αἰσχρότης
(aischrotes)
schandelijkheid
καὶ
(kai)
en
μωρολογία
(morologia)
dwaze praat
ἢ
(e)
of
εὐτραπελία
(eutrapelia)
scherts
ἃ
(ha)
wat
οὐκ
(ouk)
niet
ἀνῆκεν
(aneken)
past
ἀλλὰ
(alla)
maar
μᾶλλον
(mallon)
liever
εὐχαριστία
(eucharistia)
dankzegging
Bron: SBLGNT
Uitleg

αἰσχρότης (aischrotes), ‘schandelijkheid’; μωρολογία (morologia), ‘dwaze praat’; εὐτραπελία (eutrapelia), ‘scherts’: het woord kon ook ‘gevat gepraat’ betekenen.

De SBLGNT markeert hier een variant.

5Want dit weten jullie goed: geen enkele ontuchtige, onreine of hebzuchtige, die een afgodendienaar is, heeft een erfenis in het koninkrijk van de Messias en van Elohim.
τοῦτο
(touto)
dit
γὰρ
(gar)
want
ἴστε
(iste)
weten jullie
γινώσκοντες
(ginoskontes)
wetend
ὅτι
(hoti)
dat
πᾶς
(pas)
elk
πόρνος
(pornos)
ontuchtige
ἢ
(e)
of
ἀκάθαρτος
(akathartos)
onreine
ἢ
(e)
of
πλεονέκτης
(pleonektes)
hebzuchtige
ὅ
(ho)
wat
ἐστιν
(estin)
is
εἰδωλολάτρης
(eidololatres)
afgodendienaar
οὐκ
(ouk)
niet
ἔχει
(echei)
heeft
κληρονομίαν
(kleronomian)
erfenis
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
het
βασιλείᾳ
(basileia)
koninkrijk
τοῦ
(tou)
van de
Χριστοῦ
(Christou)
Messias
καὶ
(kai)
en
θεοῦ
(theou)
van Elohim
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἴστε γινώσκοντες (iste ginoskontes): twee vormen van ‘weten’ naast elkaar, ‘jullie weten, kennend’; het Griekse ἴστε kan ook een gebod zijn (‘weet dit’).

De SBLGNT markeert bij ἴστε en bij ὅ een variant. εἰδωλολάτρης (eidololatres), ‘afgodendienaar’.

In het Grieks staat één lidwoord voor ‘Messias en Elohim’: ‘het koninkrijk van de Messias en van Elohim’.

Vergelijk Gal. 5:19–21.

Zie ook Gal. 5:19.

6Laat niemand jullie misleiden met lege woorden, want om deze dingen komt de toorn van Elohim over de zonen van de ongehoorzaamheid.
Μηδεὶς
(Medeis)
niemand
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
ἀπατάτω
(apatato)
laat misleiden
κενοῖς
(kenois)
met lege
λόγοις
(logois)
woorden
διὰ
(dia)
om
ταῦτα
(tauta)
deze dingen
γὰρ
(gar)
want
ἔρχεται
(erchetai)
komt
ἡ
(he)
de
ὀργὴ
(orge)
toorn
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
ἐπὶ
(epi)
over
τοὺς
(tous)
de
υἱοὺς
(huious)
zonen
τῆς
(tes)
van de
ἀπειθείας
(apeitheias)
ongehoorzaamheid
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀπατάω (apatao), ‘misleiden’. ὀργή (orge), ‘toorn’. υἱοὶ τῆς ἀπειθείας (huioi tes apeitheias), ‘zonen van de ongehoorzaamheid’: zie 2:2.

Zie ook Ef. 2:2.

Zie ookEf 2:2
7Word dus geen deelgenoten van hen.
μὴ
(me)
niet
οὖν
(oun)
dus
γίνεσθε
(ginesthe)
wordt
συμμέτοχοι
(symmetochoi)
deelgenoten
αὐτῶν
(auton)
van hen
Bron: SBLGNT
Uitleg

συμμέτοχος (symmetochos), ‘deelgenoot’: wie met anderen aan iets meedoet.

Vergelijk 3:6, waar hetzelfde woord ‘medegenoten van de belofte’ geeft.

Zie ook Ef. 3:6.

Zie ookEf 3:6

Kinderen van het licht

8Want eens waren jullie duisternis, maar nu zijn jullie licht in de Heer. Wandel als kinderen van het licht,
ἦτε
(ete)
waren
γάρ
(gar)
want
ποτε
(pote)
eens
σκότος
(skotos)
duisternis
νῦν
(nyn)
nu
δὲ
(de)
maar
φῶς
(phos)
licht
ἐν
(en)
in
κυρίῳ
(kyrio)
de Heer
ὡς
(hos)
als
τέκνα
(tekna)
kinderen
φωτὸς
(photos)
van licht
περιπατεῖτε
(peripateite)
wandelt
Bron: SBLGNT
Uitleg

σκότος (skotos), ‘duisternis’; φῶς (fos), ‘licht’. τέκνα φωτός (tekna fotos), ‘kinderen van het licht’: mensen die tot het licht horen.

9want de vrucht van het licht is in alle goedheid en gerechtigheid en waarheid,
ὁ
(ho)
de
γὰρ
(gar)
want
καρπὸς
(karpos)
vrucht
τοῦ
(tou)
van het
φωτὸς
(photos)
licht
ἐν
(en)
in
πάσῃ
(pase)
alle
ἀγαθωσύνῃ
(agathosyne)
goedheid
καὶ
(kai)
en
δικαιοσύνῃ
(dikaiosyne)
gerechtigheid
καὶ
(kai)
en
ἀληθείᾳ
(aletheia)
waarheid
Bron: SBLGNT
Uitleg

καρπός (karpos), ‘vrucht’: zie Gal. 5:22–23. ἀγαθωσύνη (agathosyne), ‘goedheid’.

De SBLGNT markeert bij φωτός een variant.

Zie ook Gal. 5:22.

10terwijl jullie toetsen wat de Heer welgevallig is.
δοκιμάζοντες
(dokimazontes)
toetsend
τί
(ti)
wat
ἐστιν
(estin)
is
εὐάρεστον
(euareston)
welgevallig
τῷ
(to)
aan de
κυρίῳ
(kyrio)
Heer
Bron: SBLGNT
Uitleg

δοκιμάζω (dokimazo), ‘toetsen’: onderzoeken en goedkeuren, zoals een metaal. εὐάρεστος (euarestos), ‘welgevallig’.

11En neem geen deel aan de onvruchtbare werken van de duisternis, maar ontmasker ze liever.
καὶ
(kai)
en
μὴ
(me)
niet
συγκοινωνεῖτε
(synkoinoneite)
neemt deel
τοῖς
(tois)
aan de
ἔργοις
(ergois)
werken
τοῖς
(tois)
de
ἀκάρποις
(akarpois)
onvruchtbare
τοῦ
(tou)
van de
σκότους
(skotous)
duisternis
μᾶλλον
(mallon)
liever
δὲ
(de)
maar
καὶ
(kai)
ook
ἐλέγχετε
(elenchete)
ontmaskert
Bron: SBLGNT
Uitleg

συγκοινωνέω (sygkoinoneo), ‘deelnemen aan’. ἄκαρπος (akarpos), ‘onvruchtbaar’. ἐλέγχω (elencho), ‘ontmaskeren’: aan het licht brengen, ook ‘terechtwijzen’ of ‘overtuigen’; wij gebruiken ‘ontmaskeren’ zoals in Joh. 3:20 en in vers 13.

Zie ook Joh. 3:20.

12Want wat door hen in het verborgen gebeurt, is zelfs beschamend om te zeggen.
τὰ
(ta)
de
γὰρ
(gar)
want
κρυφῇ
(kryphe)
in het verborgen
γινόμενα
(ginomena)
gebeurde dingen
ὑπ’
(hyp’)
door
αὐτῶν
(auton)
hen
αἰσχρόν
(aischron)
schandelijk
ἐστιν
(estin)
is
καὶ
(kai)
zelfs
λέγειν
(legein)
om te zeggen
Bron: SBLGNT
Uitleg

κρυφῇ (krufe), ‘in het verborgen’. αἰσχρόν (aischron), ‘schandelijk, beschamend’.

13Maar alles wat ontmaskerd wordt, wordt door het licht openbaar gemaakt,
τὰ
(ta)
de
δὲ
(de)
maar
πάντα
(panta)
alles
ἐλεγχόμενα
(elenchomena)
ontmaskerd wordend
ὑπὸ
(hypo)
door
τοῦ
(tou)
het
φωτὸς
(photos)
licht
φανεροῦται
(phaneroutai)
wordt openbaar gemaakt
Bron: SBLGNT
Uitleg

φανερόω (fanerooo), ‘openbaar maken’: zichtbaar maken.

De verzen 13–14 zijn in het Grieks moeilijk te volgen; wij houden de Griekse volgorde.

14want alles wat openbaar wordt, is licht. Daarom wordt gezegd: „Word wakker, slaper, en sta op uit de doden, en de Messias zal over je schijnen.”
πᾶν
(pan)
alles
γὰρ
(gar)
want
τὸ
(to)
het
φανερούμενον
(phaneroumenon)
openbaar wordende
φῶς
(phos)
licht
ἐστιν
(estin)
is
διὸ
(dio)
daarom
λέγει
(legei)
wordt gezegd
Ἔγειρε
(Egeire)
word wakker
ὁ
(ho)
de
καθεύδων
(katheudon)
slapende
καὶ
(kai)
en
ἀνάστα
(anasta)
sta op
ἐκ
(ek)
uit
τῶν
(ton)
de
νεκρῶν
(nekron)
doden
καὶ
(kai)
en
ἐπιφαύσει
(epiphausei)
zal schijnen
σοι
(soi)
over je
ὁ
(ho)
de
Χριστός
(Christos)
Messias
Bron: SBLGNT
Uitleg

φανερούμενον (faneroumenon) kan lijdend zijn (‘wat openbaar gemaakt wordt’) of een middelvorm (‘wat zichtbaar wordt’).

De woorden tussen aanhalingstekens worden ingeleid met ‘wordt gezegd’ (λέγει): het Grieks noemt geen onderwerp en geen vindplaats; ze worden zonder vermelding van een bron aangehaald. ἐπιφαύσκω (epifausko), ‘schijnen over, licht geven’.

Het citaat staat zwart.

Wijs wandelen, vervuld met de Geest

15Kijk dus nauwkeurig hoe jullie wandelen: niet als onwijzen, maar als wijzen,
Βλέπετε
(Blepete)
kijkt
οὖν
(oun)
dus
ἀκριβῶς
(akribos)
nauwkeurig
πῶς
(pos)
hoe
περιπατεῖτε
(peripateite)
wandelen jullie
μὴ
(me)
niet
ὡς
(hos)
als
ἄσοφοι
(asophoi)
onwijzen
ἀλλ’
(all’)
maar
ὡς
(hos)
als
σοφοί
(sophoi)
wijzen
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀκριβῶς (akribos), ‘nauwkeurig’. σοφός (sofos), ‘wijs’; ἄσοφος (asofos), ‘onwijs’.

De SBLGNT markeert de woordvolgorde ‘nauwkeurig hoe’ als variant.

16terwijl jullie de gunstige tijd uitkopen, want de dagen zijn boos.
ἐξαγοραζόμενοι
(exagorazomenoi)
uitkopend
τὸν
(ton)
de
καιρόν
(kairon)
gunstige tijd
ὅτι
(hoti)
omdat
αἱ
(hai)
de
ἡμέραι
(hemerai)
dagen
πονηραί
(ponerai)
boos
εἰσιν
(eisin)
zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐξαγοράζω (exagorazo), ‘uitkopen, vrijkopen’: zoals in Gal. 3:13 en 4:5. καιρός (kairos), ‘gunstige tijd’: een bepaald, passend ogenblik.

‘De tijd uitkopen’: elke gelegenheid benutten. πονηρός (poneros), ‘boos’: zie 6:13.

Zie ook Gal. 3:13; Kol. 4:5.

17Word daarom niet onverstandig, maar begrijp wat de wil van de Heer is.
διὰ
(dia)
om
τοῦτο
(touto)
dit
μὴ
(me)
niet
γίνεσθε
(ginesthe)
wordt
ἄφρονες
(aphrones)
onverstandig
ἀλλὰ
(alla)
maar
συνίετε
(syniete)
begrijpt
τί
(ti)
wat
τὸ
(to)
de
θέλημα
(thelema)
wil
τοῦ
(tou)
van de
κυρίου
(kyriou)
Heer
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἄφρων (afron), ‘onverstandig’. συνίημι (syniemi), ‘begrijpen’.

De SBLGNT markeert bij συνίετε een variant.

18En word niet dronken van wijn, waarin bandeloosheid is, maar word vervuld met de Geest,
καὶ
(kai)
en
μὴ
(me)
niet
μεθύσκεσθε
(methyskesthe)
wordt dronken
οἴνῳ
(oino)
van wijn
ἐν
(en)
in
ᾧ
(ho)
dat
ἐστιν
(estin)
is
ἀσωτία
(asotia)
bandeloosheid
ἀλλὰ
(alla)
maar
πληροῦσθε
(plerousthe)
wordt vervuld
ἐν
(en)
met
πνεύματι
(pneumati)
Geest
Bron: SBLGNT
Uitleg

μεθύσκομαι (methyskomai), ‘dronken worden’. ἀσωτία (asotia), ‘bandeloosheid’: een leven zonder maat. πληρόω (pleroo), ‘vervullen’: zie 1:23. ἐν πνεύματι (en pneumati), ‘met de Geest’: wij schrijven ‘Geest’ met hoofdletter; ἐν kan ook ‘in’ of ‘door’ betekenen.

De verzen 19–21 hangen in het Grieks als bijzinnen aan ‘word vervuld’.

Zie ook Ef. 1:23.

Zie ookEf 1:23
19terwijl jullie onder elkaar spreken in psalmen, lofzangen en geestelijke liederen. Zing en speel met jullie hart voor de Heer,
λαλοῦντες
(lalountes)
sprekend
ἑαυτοῖς
(heautois)
onder elkaar
ψαλμοῖς
(psalmois)
psalmen
καὶ
(kai)
en
ὕμνοις
(hymnois)
lofzangen
καὶ
(kai)
en
ᾠδαῖς
(odais)
liederen
πνευματικαῖς
(pneumatikais)
geestelijke
ᾄδοντες
(adontes)
zingend
καὶ
(kai)
en
ψάλλοντες
(psallontes)
spelend
τῇ
(te)
met het
καρδίᾳ
(kardia)
hart
ὑμῶν
(hymon)
jullie
τῷ
(to)
voor de
κυρίῳ
(kyrio)
Heer
Bron: SBLGNT
Uitleg

ψαλμός (psalmos), ‘psalm’; ὕμνος (hymnos), ‘lofzang’; ᾠδή (ode), ‘lied’. ψάλλω (psallo), ‘een snaarinstrument bespelen’, ook ‘psalmen zingen’.

‘Geestelijke liederen’ (ᾠδαὶ πνευματικαί): liederen die door de Geest gegeven worden.

De SBLGNT markeert twee varianten, bij ἑαυτοῖς en ψάλλοντες.

Vergelijk Kol. 3:16.

Zie ook Kol. 3:16.

Zie ookKol 3:16
20en dank altijd voor alles, in de naam van onze Heer Yeshua de Messias, aan Elohim en Vader.
εὐχαριστοῦντες
(eucharistountes)
dankend
πάντοτε
(pantote)
altijd
ὑπὲρ
(hyper)
voor
πάντων
(panton)
alles
ἐν
(en)
in
ὀνόματι
(onomati)
naam
τοῦ
(tou)
van de
κυρίου
(kyriou)
Heer
ἡμῶν
(hemon)
onze
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
Χριστοῦ
(Christou)
de Messias
τῷ
(to)
aan de
θεῷ
(theo)
Elohim
καὶ
(kai)
en
πατρί
(patri)
Vader
Bron: SBLGNT
Uitleg

εὐχαριστέω (eucharisteo), ‘danken’.

‘In de naam van onze Heer Yeshua de Messias’: in Zijn naam.

Onderschikt aan elkaar

21Onderschik jullie aan elkaar, in ontzag voor de Messias.
ὑποτασσόμενοι
(hypotassomenoi)
zich onderschikkend
ἀλλήλοις
(allelois)
aan elkaar
ἐν
(en)
in
φόβῳ
(phobo)
ontzag
Χριστοῦ
(Christou)
voor de Messias
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὑποτάσσω (hypotasso), ‘zich onderschikken’: zich onder een ander plaatsen, in een rangorde.

Wij gebruiken dit woord ook in de verzen 22 en 24 (zie 1:22).

Dit vers is het slot van de reeks verzen 18–21 en wordt in het Grieks met een deelwoord aangesloten; het begint ook het gedeelte over de huishouding (5:22–6:9). φόβος (fobos), ‘ontzag, vrees’: ‘in ontzag voor de Messias’.

Zie ook Ef. 1:22; Kol. 3:18.

Vrouwen en mannen

22Vrouwen, onderschik jullie aan jullie eigen mannen, als aan de Heer.
Αἱ
(Hai)
de
γυναῖκες
(gynaikes)
vrouwen
τοῖς
(tois)
aan de
ἰδίοις
(idiois)
eigen
ἀνδράσιν
(andrasin)
mannen
ὡς
(hos)
als
τῷ
(to)
aan de
κυρίῳ
(kyrio)
Heer
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het Grieks heeft in dit vers geen werkwoord: ‘de vrouwen aan hun eigen mannen, als aan de Heer’.

Het werkwoord volgt uit ‘zich onderschikken’ in vers 21; wij vullen het aan (‘onderschik jullie’).

De SBLGNT markeert bij ἀνδράσιν een variant.

Vergelijk Kol. 3:18.

Zie ook Ef. 5:21; Kol. 3:18.

23Want de man is het hoofd van de vrouw, zoals ook de Messias het hoofd is van de gemeente. Hijzelf is de Redder van het lichaam.
ὅτι
(hoti)
want
ἀνήρ
(aner)
man
ἐστιν
(estin)
is
κεφαλὴ
(kephale)
hoofd
τῆς
(tes)
van de
γυναικὸς
(gynaikos)
vrouw
ὡς
(hos)
zoals
καὶ
(kai)
ook
ὁ
(ho)
de
Χριστὸς
(Christos)
Messias
κεφαλὴ
(kephale)
hoofd
τῆς
(tes)
van de
ἐκκλησίας
(ekklesias)
gemeente
αὐτὸς
(autos)
Hijzelf
σωτὴρ
(soter)
Redder
τοῦ
(tou)
van het
σώματος
(somatos)
lichaam
Bron: SBLGNT
Uitleg

κεφαλή (kefale), ‘hoofd’: het Griekse woord kan ook ‘bron, oorsprong’ betekenen, zoals in 1 Kor. 11:3; wat Paulus hier bedoelt, wordt verschillend verstaan. σωτήρ (soter), ‘Redder’.

De SBLGNT markeert bij αὐτός een variant.

Zie ook Ef. 1:22; 1 Kor. 11:3.

24Maar zoals de gemeente zich aan de Messias onderschikt, zo ook de vrouwen aan de mannen, in alles.
ἀλλὰ
(alla)
maar
ὡς
(hos)
zoals
ἡ
(he)
de
ἐκκλησία
(ekklesia)
gemeente
ὑποτάσσεται
(hypotassetai)
zich onderschikt
τῷ
(to)
aan de
Χριστῷ
(Christo)
Messias
οὕτως
(houtos)
zo
καὶ
(kai)
ook
αἱ
(hai)
de
γυναῖκες
(gynaikes)
vrouwen
τοῖς
(tois)
aan de
ἀνδράσιν
(andrasin)
mannen
ἐν
(en)
in
παντί
(panti)
alles
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὑποτάσσεται (hypotassetai), ‘zich onderschikt’: het Grieks kan een middelvorm of een lijdende vorm zijn. ἐν παντί (en panti), ‘in alles’.

De SBLGNT markeert bij ὡς en bij τοῖς een variant.

25Mannen, heb jullie vrouwen lief, zoals ook de Messias de gemeente heeft liefgehad en Zichzelf voor haar heeft overgegeven,
Οἱ
(Hoi)
de
ἄνδρες
(andres)
mannen
ἀγαπᾶτε
(agapate)
heb lief
τὰς
(tas)
de
γυναῖκας
(gynaikas)
vrouwen
καθὼς
(kathos)
zoals
καὶ
(kai)
ook
ὁ
(ho)
de
Χριστὸς
(Christos)
Messias
ἠγάπησεν
(egapesen)
liefhad
τὴν
(ten)
de
ἐκκλησίαν
(ekklesian)
gemeente
καὶ
(kai)
en
ἑαυτὸν
(heauton)
Zichzelf
παρέδωκεν
(paredoken)
gaf over
ὑπὲρ
(hyper)
voor
αὐτῆς
(autes)
haar
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀγαπάω (agapao), ‘liefhebben’: zie 2:4. παρέδωκεν ἑαυτόν (paredoken heauton), ‘Zichzelf overgegeven’: zoals in vers 2.

De SBLGNT markeert bij γυναῖκας een variant.

Zie ook Ef. 5:2.

Zie ookEf 5:2
26opdat Hij haar zou heiligen, na haar gereinigd te hebben met het bad van het water door het woord,
ἵνα
(hina)
opdat
αὐτὴν
(auten)
haar
ἁγιάσῃ
(hagiase)
Hij heiligt
καθαρίσας
(katharisas)
gereinigd hebbend
τῷ
(to)
met het
λουτρῷ
(loutro)
bad
τοῦ
(tou)
van het
ὕδατος
(hydatos)
water
ἐν
(en)
in
ῥήματι
(rhemati)
woord
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἁγιάζω (hagiazo), ‘heiligen’: voor Elohim afzonderen. καθαρίζω (katharizo), ‘reinigen’. λουτρόν (loutron), ‘bad’: een waterbad of wassing. ῥῆμα (rhema), ‘gesproken woord’; ἐν ῥήματι (en rhemati) kan ‘door het woord’ of ‘met het woord’ zijn: de tekst zegt niet precies welk woord bedoeld is.

27opdat Hijzelf de gemeente heerlijk aan Zichzelf zou voorstellen, zonder vlek of rimpel of iets van dien aard, maar opdat zij heilig en onberispelijk zou zijn.
ἵνα
(hina)
opdat
παραστήσῃ
(parastese)
Hij zou voorstellen
αὐτὸς
(autos)
Hijzelf
ἑαυτῷ
(heauto)
aan Zichzelf
ἔνδοξον
(endoxon)
heerlijk
τὴν
(ten)
de
ἐκκλησίαν
(ekklesian)
gemeente
μὴ
(me)
niet
ἔχουσαν
(echousan)
hebbend
σπίλον
(spilon)
vlek
ἢ
(e)
of
ῥυτίδα
(rhytida)
rimpel
ἤ
(e)
of
τι
(ti)
iets
τῶν
(ton)
van de
τοιούτων
(toiouton)
dergelijke dingen
ἀλλ’
(all’)
maar
ἵνα
(hina)
opdat
ᾖ
(e)
zij is
ἁγία
(hagia)
heilig
καὶ
(kai)
en
ἄμωμος
(amomos)
onberispelijk
Bron: SBLGNT
Uitleg

παρίστημι (paristemi), ‘voorstellen’, zoals een bruid of een offer wordt aangeboden. ἔνδοξος (endoxos), ‘heerlijk’. σπίλος (spilos), ‘vlek’; ῥυτίς (rhytis), ‘rimpel’. ἄμωμος (amomos), ‘onberispelijk’: zie 1:4.

De SBLGNT markeert bij αὐτός een variant.

Zie ook Ef. 1:4.

Zie ookEf 1:4
28Zo zijn ook de mannen verplicht hun eigen vrouwen lief te hebben als hun eigen lichamen. Wie zijn eigen vrouw liefheeft, heeft zichzelf lief.
οὕτως
(houtos)
zo
ὀφείλουσιν
(opheilousin)
zijn verplicht
καὶ
(kai)
ook
οἱ
(hoi)
de
ἄνδρες
(andres)
mannen
ἀγαπᾶν
(agapan)
lief te hebben
τὰς
(tas)
de
ἑαυτῶν
(heauton)
eigen
γυναῖκας
(gynaikas)
vrouwen
ὡς
(hos)
als
τὰ
(ta)
de
ἑαυτῶν
(heauton)
eigen
σώματα
(somata)
lichamen
ὁ
(ho)
hij die
ἀγαπῶν
(agapon)
liefheeft
τὴν
(ten)
de
ἑαυτοῦ
(heautou)
eigen
γυναῖκα
(gynaika)
vrouw
ἑαυτὸν
(heauton)
zichzelf
ἀγαπᾷ
(agapa)
heeft lief
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὀφείλω (ofeilo), ‘verplicht zijn’.

De SBLGNT markeert bij καί een variant.

29Want niemand heeft ooit zijn eigen vlees gehaat, maar hij voedt en koestert het, zoals ook de Messias de gemeente,
οὐδεὶς
(oudeis)
niemand
γάρ
(gar)
want
ποτε
(pote)
ooit
τὴν
(ten)
het
ἑαυτοῦ
(heautou)
eigen
σάρκα
(sarka)
vlees
ἐμίσησεν
(emisesen)
haatte
ἀλλὰ
(alla)
maar
ἐκτρέφει
(ektrephei)
voedt
καὶ
(kai)
en
θάλπει
(thalpei)
koestert
αὐτήν
(auten)
het
καθὼς
(kathos)
zoals
καὶ
(kai)
ook
ὁ
(ho)
de
Χριστὸς
(Christos)
Messias
τὴν
(ten)
de
ἐκκλησίαν
(ekklesian)
gemeente
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐκτρέφω (ektrefo), ‘voeden, grootbrengen’; θάλπω (thalpo), ‘koesteren, warm houden’.

Het Grieks laat het werkwoord van de laatste woorden weg (‘zoals ook de Messias de gemeente’); het volgt uit ‘voedt en koestert’.

De SBLGNT markeert bij Χριστός een variant.

30want wij zijn leden van Zijn lichaam.
ὅτι
(hoti)
omdat
μέλη
(mele)
leden
ἐσμὲν
(esmen)
zijn wij
τοῦ
(tou)
van het
σώματος
(somatos)
lichaam
αὐτοῦ
(autou)
van Hem
Bron: SBLGNT
Uitleg

μέλη (mele), ‘leden’ van een lichaam.

De SBLGNT markeert bij αὐτοῦ een variant.

31„Daarom zal een mens zijn vader en zijn moeder verlaten en zich hechten aan zijn vrouw, en de twee zullen tot één vlees zijn.”
ἀντὶ
(anti)
in plaats van
τούτου
(toutou)
dit
καταλείψει
(kataleipsei)
zal verlaten
ἄνθρωπος
(anthropos)
mens
τὸν
(ton)
de
πατέρα
(patera)
vader
καὶ
(kai)
en
τὴν
(ten)
de
μητέρα
(metera)
moeder
καὶ
(kai)
en
προσκολληθήσεται
(proskollethesetai)
zal zich hechten
τῇ
(te)
aan de
γυναικὶ
(gynaiki)
vrouw
αὐτοῦ
(autou)
van hem
καὶ
(kai)
en
ἔσονται
(esontai)
zullen zijn
οἱ
(hoi)
de
δύο
(dyo)
twee
εἰς
(eis)
tot
σάρκα
(sarka)
vlees
μίαν
(mian)
één
Bron: SBLGNT
Uitleg

Aanhaling van Gen. 2:24.

Ons Hebreeuws heeft: ‘Daarom verlaat een man zijn vader en zijn moeder, hecht hij zich aan zijn vrouw en worden zij tot één vlees’.

De Griekse tekst heeft ‘een mens’ (ἄνθρωπος), ‘zal verlaten’ en ‘zal zich hechten’, en ‘de twee’ zullen tot één vlees zijn.

Het citaat staat zwart.

De SBLGNT markeert in dit vers meerdere varianten.

Zie ook Gen. 2:24; Matt. 19:5.

32Dit geheimenis is groot. Ik zeg het echter met het oog op de Messias en op de gemeente.
τὸ
(to)
het
μυστήριον
(mysterion)
geheimenis
τοῦτο
(touto)
dit
μέγα
(mega)
groot
ἐστίν
(estin)
is
ἐγὼ
(ego)
ik
δὲ
(de)
maar
λέγω
(lego)
zeg
εἰς
(eis)
met het oog op
Χριστὸν
(Christon)
de Messias
καὶ
(kai)
en
εἰς
(eis)
met het oog op
τὴν
(ten)
de
ἐκκλησίαν
(ekklesian)
gemeente
Bron: SBLGNT
Uitleg

μυστήριον (mysterion), ‘geheimenis’: zie 1:9.

Paulus noemt het geheimenis groot en zegt dat hij het ‘met het oog op de Messias en de gemeente’ bedoelt.

Wat precies ‘dit geheimenis’ is, de woorden van Gen. 2:24 of de eenheid van man en vrouw, zegt de tekst niet.

Zie ook Ef. 1:9.

33Maar ook jullie: ieder afzonderlijk moet zijn eigen vrouw zo liefhebben als zichzelf, en de vrouw moet ontzag hebben voor de man.
πλὴν
(plen)
echter
καὶ
(kai)
ook
ὑμεῖς
(hymeis)
jullie
οἱ
(hoi)
de
καθ’
(kath’)
per
ἕνα
(hena)
één
ἕκαστος
(hekastos)
ieder
τὴν
(ten)
de
ἑαυτοῦ
(heautou)
eigen
γυναῖκα
(gynaika)
vrouw
οὕτως
(houtos)
zo
ἀγαπάτω
(agapato)
moet liefhebben
ὡς
(hos)
als
ἑαυτόν
(heauton)
zichzelf
ἡ
(he)
de
δὲ
(de)
maar
γυνὴ
(gyne)
vrouw
ἵνα
(hina)
opdat
φοβῆται
(phobetai)
zij ontzag heeft
τὸν
(ton)
voor de
ἄνδρα
(andra)
man
Bron: SBLGNT
Uitleg

πλήν (plen), ‘echter, maar’. φοβέομαι (fobeomai), ‘ontzag hebben voor’: ook ‘vrezen’; vergelijk φόβος in vers 21. καθ᾿ ἕνα ἕκαστος (kath’ hena hekastos), ‘ieder afzonderlijk’.

Zie ook Ef. 5:21.

Zie ookEf 5:21