Elohim Bijbel

Hooglied 2

12345678

De lelie en de lente

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

De bruid

1Ik ben een bloem van de Saron, een lelie van de dalen.
אֲנִי֙
(ani)
ik
חֲבַצֶּ֣לֶת
(chavatselet)
bloem van
הַשָּׁר֔וֹן
(hasharon)
de Saron
שֽׁוֹשַׁנַּ֖ת
(shoshanat)
lelie van
הָעֲמָקִֽים
(haamaqim)
de dalen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

De Saron is de vruchtbare kustvlakte ten noorden van Jaffa, in het huidige Israël.

Uitleg

חֲבַצֶּלֶת (chavatselet), ‘bloem’: een bloem van het veld, misschien een krokus of narcis.

De soort is onzeker.

שׁוֹשַׁנַּת (shoshannat), ‘lelie’: een bloem, misschien een lelie of lotus. De soort is onzeker.

Het Hebreeuws heeft ‘de bloem van de Saron’. Wij vertalen ‘een bloem’, omdat het geen aanduiding van één bepaalde bloem lijkt.

De bruidegom

2Als een lelie tussen de doornen, zo is mijn vriendin tussen de dochters.
כְּשֽׁוֹשַׁנָּה֙
(keshoshana)
als een lelie
בֵּ֣ין
(bein)
tussen
הַחוֹחִ֔ים
(hachochim)
de doornen
כֵּ֥ן
(ken)
zo
רַעְיָתִ֖י
(rayati)
mijn vriendin
בֵּ֥ין
(bein)
tussen
הַבָּנֽוֹת
(habanot)
de dochters
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

De bruid

3Als een appelboom tussen de bomen van het woud, zo is mijn geliefde tussen de zonen. In zijn schaduw verlangde ik en ik zat; zijn vrucht is zoet voor mijn gehemelte.
כְּתַפּ֨וּחַ֙
(ketapuach)
als een appelboom
בַּעֲצֵ֣י
(baatsei)
tussen de bomen van
הַיַּ֔עַר
(hayaar)
het woud
כֵּ֥ן
(ken)
zo
דּוֹדִ֖י
(dodi)
mijn geliefde
בֵּ֣ין
(bein)
tussen
הַבָּנִ֑ים
(habanim)
de zonen
בְּצִלּוֹ֙
(betsilo)
in zijn schaduw
חִמַּ֣דְתִּי
(chimadti)
ik verlangde
וְיָשַׁ֔בְתִּי
(veyashavti)
en ik zat
וּפִרְי֖וֹ
(ufiryo)
en zijn vrucht
מָת֥וֹק
(matoq)
zoet
לְחִכִּֽי
(lechiki)
voor mijn gehemelte
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

תַּפּוּחַ (tappuach), ‘appelboom’: de boom is onzeker; ook mogelijk ‘abrikoos’ of ‘citrusboom’.

בְּצִלּוֹ חִמַּדְתִּי (betsillo chimmadti), ‘in zijn schaduw verlangde ik’: chamad is ‘begeren, behagen scheppen in’.

4Hij heeft mij gebracht naar het huis van de wijn, en zijn vaandel boven mij is liefde.
הֱבִיאַ֨נִי֙
(heviani)
heeft mij gebracht
אֶל
(el)
naar
בֵּ֣ית
(beit)
het huis van
הַיָּ֔יִן
(hayayin)
de wijn
וְדִגְל֥וֹ
(vediglo)
en zijn vaandel
עָלַ֖י
(alay)
boven mij
אַהֲבָֽה
(ahava)
liefde
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

דֶּגֶל (degel), ‘vaandel’: een teken of banier.

Hier staat het over haar: de liefde is zijn teken boven haar.

5Steun mij met rozijnenkoeken, verkwik mij met appels, want ik ben ziek van liefde.
סַמְּכ֨וּנִי֙
(samekhuni)
steun mij
בָּֽאֲשִׁישׁ֔וֹת
(baashishot)
met rozijnenkoeken
רַפְּד֖וּנִי
(rapeduni)
verkwik mij
בַּתַּפּוּחִ֑ים
(batapuchim)
met appels
כִּי
(ki)
want
חוֹלַ֥ת
(cholat)
ziek van
אַהֲבָ֖ה
(ahava)
liefde
אָֽנִי
(ani)
ik
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אֲשִׁישׁוֹת (ashishot), ‘rozijnenkoeken’: samengeperste druiven.

Zie ook 2 Sam. 6:19.

Het woord kan ook ‘kruiken’ zijn.

רַפְּדוּנִי (rappeduni), ‘verkwik mij’: de betekenis is onzeker; ook ‘maak mijn bed op’ of ‘ondersteun mij’.

חוֹלַת אַהֲבָה (cholat ahavah), ‘ziek van liefde’: de liefde heeft haar krachteloos gemaakt.

6Zijn linkerhand is onder mijn hoofd en zijn rechterhand omhelst mij.
שְׂמֹאלוֹ֙
(semolo)
zijn linker
תַּ֣חַת
(tachat)
onder
לְרֹאשִׁ֔י
(leroshi)
mijn hoofd
וִימִינ֖וֹ
(vimino)
en zijn rechter
תְּחַבְּקֵֽנִי
(techabeqeni)
omhelst mij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

In het Hebreeuws staat ‘zijn linker’ en ‘zijn rechter’; het woord ‘hand’ ontbreekt.

Wij vullen ‘hand’ aan, omdat het Nederlands dat nodig heeft.

7Ik laat jullie zweren, dochters van Jeruzalem, bij de gazellen of bij de hinden van het veld. Jullie mogen de liefde niet opwekken en niet wakker maken, totdat zij het wil.
הִשְׁבַּ֨עְתִּי
(hishbati)
ik laat zweren
אֶתְכֶ֜ם
(etkhem)
jullie
בְּנ֤וֹת
(benot)
dochters van
יְרוּשָׁלִַ֨ם֙
(yerushaliam)
Jeruzalem
בִּצְבָא֔וֹת
(bitsvaot)
bij de gazellen
א֖וֹ
(o)
of
בְּאַיְל֣וֹת
(beaylot)
bij de hinden van
הַשָּׂדֶ֑ה
(hasade)
het veld
אִם
(im)
als
תָּעִ֧ירוּ
(tairu)
jullie opwekken
וְֽאִם
(veim)
en als
תְּעֽוֹרְר֛וּ
(teoreru)
jullie wakker maken
אֶת
(et)
(obj.)
הָאַהֲבָ֖ה
(haahava)
de liefde
עַ֥ד
(ad)
totdat
שֶׁתֶּחְפָּֽץ
(shetechpats)
zij wil
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

Uitleg

אִם (im), ‘als’: in een eed betekent dit ‘nooit’.

Wij vertalen daarom ‘jullie mogen niet’.

Dit vers komt terug in 3:5 en, zonder de eed bij de gazellen, in 8:4.

שֶׁתֶּחְפָּץ (shetechpats), ‘totdat zij het wil’: de liefde zelf bepaalt het moment.

De komst van de geliefde

8De stem van mijn geliefde! Zie, daar komt hij, springend over de bergen, huppelend over de heuvels.
ק֣וֹל
(qol)
de stem van
דּוֹדִ֔י
(dodi)
mijn geliefde
הִנֵּה
(hine)
zie
זֶ֖ה
(ze)
deze
בָּ֑א
(ba)
komt
מְדַלֵּג֙
(medaleg)
springend
עַל
(al)
over
הֶ֣הָרִ֔ים
(heharim)
de bergen
מְקַפֵּ֖ץ
(meqapets)
huppelend
עַל
(al)
over
הַגְּבָעֽוֹת
(hagevaot)
de heuvels
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Vanaf dit vers vertelt de bruid wat haar geliefde zegt.

In vers 10–14 staan zijn woorden.

9Mijn geliefde lijkt op een gazelle of op een hertenjong. Zie, daar staat hij achter onze muur, hij kijkt door de vensters, hij tuurt door de tralies.
דּוֹמֶ֤ה
(dome)
lijkt
דוֹדִי֙
(dodi)
mijn geliefde
לִצְבִ֔י
(litsvi)
op een gazelle
א֖וֹ
(o)
of
לְעֹ֣פֶר
(leofer)
op een jong van
הָֽאַיָּלִ֑ים
(haayalim)
de herten
הִנֵּה
(hine)
zie
זֶ֤ה
(ze)
deze
עוֹמֵד֙
(omed)
staat
אַחַ֣ר
(achar)
achter
כָּתְלֵ֔נוּ
(katelenu)
onze muur
מַשְׁגִּ֨יחַ֙
(mashgiach)
kijkend
מִן
(min)
door
הַֽחֲלֹּנ֔וֹת
(hachalonot)
de vensters
מֵצִ֖יץ
(metsits)
turend
מִן
(min)
door
הַֽחֲרַכִּֽים
(hacharakim)
de tralies
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

עֹפֶר הָאַיָּלִים (ofer ha’ayyalim), ‘hertenjong’: letterlijk ‘jong van de herten’.

חֲרַכִּים (charakkim), ‘tralies’: het woord komt maar één keer voor; de betekenis is onzeker, ook ‘traliewerk’.

10Mijn geliefde antwoordde en zei tegen mij: „Sta op, mijn vriendin, mijn mooie, en ga.
עָנָ֥ה
(ana)
antwoordde
דוֹדִ֖י
(dodi)
mijn geliefde
וְאָ֣מַר
(veamar)
en zei
לִ֑י
(li)
tegen mij
ק֥וּמִי
(qumi)
sta op
לָ֛ךְ
(lakh)
voor jou
רַעְיָתִ֥י
(rayati)
mijn vriendin
יָפָתִ֖י
(yafati)
mijn mooie
וּלְכִי
(ulekhi)
en ga
לָֽךְ
(lakh)
voor jou
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

לָךְ (lakh), ‘voor jou’: dit woord versterkt het gebod ‘ga’, vergelijk Gen. 12:1 (‘Ga voor jezelf’).

Wij laten het onvertaald.

11Want zie, de winter is voorbij, de regen is over, hij is weggegaan.
כִּֽי
(ki)
want
הִנֵּ֥ה
(hine)
zie
הַסְּתָ֖יו
(hasetav)
de winter
עָבָ֑ר
(avar)
is voorbij
הַגֶּ֕שֶׁם
(hageshem)
de regen
חָלַ֖ף
(chalaf)
is over
הָלַ֥ךְ
(halakh)
is weggegaan
לֽוֹ
(lo)
heen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

הַסְּתָו (hassetav), ‘de winter’: het woord komt maar één keer voor; het is het regenseizoen.

Lezing

Geschreven (ketiv) staat הסתו (hassetav).

Gelezen (qere) wordt הַסְּתָיו (hassetav).

De betekenis is gelijk.

12De bloemen zijn te zien in het land. De tijd van het zingen is gekomen. De stem van de tortelduif is te horen in ons land.
הַנִּצָּנִים֙
(hanitsanim)
de bloemen
נִרְא֣וּ
(niru)
zijn gezien
בָאָ֔רֶץ
(baarets)
in het land
עֵ֥ת
(et)
tijd van
הַזָּמִ֖יר
(hazamir)
het zingen
הִגִּ֑יעַ
(higia)
is gekomen
וְק֥וֹל
(veqol)
en de stem van
הַתּ֖וֹר
(hator)
de tortelduif
נִשְׁמַ֥ע
(nishma)
is gehoord
בְּאַרְצֵֽנוּ
(beartsenu)
in ons land
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

עֵת הַזָּמִיר (et hazamir), ‘de tijd van het zingen’: zamir betekent ‘zang’, maar het kan ook van een ander woord komen en ‘snoeien’ betekenen.

Het volgende deel van het vers noemt de stem van de tortelduif.

הַתּוֹר (hattor), ‘de tortelduif’: dezelfde letters als in 1:10, waar ‘sieraden’ staat.

13De vijgenboom laat zijn onrijpe vruchten rijpen. De wijnstokken met bloesem geven geur. Sta op, mijn vriendin, mijn mooie, en ga.
הַתְּאֵנָה֙
(hateena)
de vijgenboom
חָֽנְטָ֣ה
(chaneta)
laat rijpen
פַגֶּ֔יהָ
(pageiha)
zijn onrijpe vruchten
וְהַגְּפָנִ֥ים
(vehagefanim)
en de wijnstokken
סְמָדַ֖ר
(semadar)
bloesem
נָ֣תְנוּ
(natenu)
zij geven
רֵ֑יחַ
(reiach)
geur
ק֥וּמִי
(qumi)
sta op
לָ֛ךְ
(lakh)
voor jou
רַעְיָתִ֥י
(rayati)
mijn vriendin
יָפָתִ֖י
(yafati)
mijn mooie
וּלְכִי
(ulekhi)
en ga
לָֽךְ
(lakh)
voor jou
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

חָנְטָה פַגֶּיהָ (chanetah faggeiha), ‘laat zijn onrijpe vruchten rijpen’: de vroege groene vijgen worden zacht en geurig.

סְמָדַר (semadar), ‘bloesem’: het woord komt maar drie keer voor (vers 13, vers 15 en 7:13); de betekenis is onzeker, waarschijnlijk de bloesem van de wijnstok.

Lezing

Geschreven (ketiv) staat לכי (lekhi).

Gelezen (qere) wordt לָךְ (lakh).

Wij volgen de gelezen vorm.

14Mijn duif, in de spleten van de rots, in de schuilplaats van de steile helling: laat mij je aanblik zien, laat mij je stem horen. Want je stem is zoet en je aanblik is bevallig.”
יוֹנָתִ֞י
(yonati)
mijn duif
בְּחַגְוֵ֣י
(bechagvei)
in de spleten van
הַסֶּ֗לַע
(hasela)
de rots
בְּסֵ֨תֶר֙
(beseter)
in de schuilplaats van
הַמַּדְרֵגָ֔ה
(hamadrega)
de steile helling
הַרְאִ֨ינִי֙
(harini)
laat mij zien
אֶתּ
(et)
(obj.)
מַרְאַ֔יִךְ
(marayikh)
je aanblik
הַשְׁמִיעִ֖ינִי
(hashmiini)
laat mij horen
אֶת
(et)
(obj.)
קוֹלֵ֑ךְ
(qolekh)
je stem
כִּי
(ki)
want
קוֹלֵ֥ךְ
(qolekh)
je stem
עָרֵ֖ב
(arev)
zoet
וּמַרְאֵ֥יךְ
(umareikh)
en je aanblik
נָאוֶֽה
(nave)
bevallig
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מַדְרֵגָה (madregah), ‘steile helling’: letterlijk ‘trap’; een rotshelling met treden, zoals in Ezech. 38:20.

De betekenis is onzeker.

מַרְאַיִךְ (mar’ayikh), ‘je aanblik’: hoe je eruitziet; ook ‘je gezicht’.

15Vang voor ons de vossen, de kleine vossen, verwoesters van wijngaarden, en onze wijngaarden hebben bloesem.
אֶֽחֱזוּ
(echezu)
vang
לָ֨נוּ֙
(lanu)
voor ons
שֽׁוּעָלִ֔ים
(shualim)
vossen
שֽׁוּעָלִ֥ים
(shualim)
vossen
קְטַנִּ֖ים
(qetanim)
kleine
מְחַבְּלִ֣ים
(mechabelim)
verwoesters van
כְּרָמִ֑ים
(keramim)
wijngaarden
וּכְרָמֵ֖ינוּ
(ukherameinu)
en onze wijngaarden
סְמָדַֽר
(semadar)
bloesem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Wie dit zegt, is niet aangegeven.

Het gebod is meervoud: het kan een woord van de geliefde zijn of van de bruid.

Daarom staat er geen aparte kop.

שׁוּעָלִים (shu’alim), ‘vossen’: ook ‘jakhalzen’.

סְמָדַר (semadar), ‘bloesem’: zie vers 13.

De bruid

16Mijn geliefde is van mij en ik ben van hem, die weidt tussen de lelies.
דּוֹדִ֥י
(dodi)
mijn geliefde
לִי֙
(li)
voor mij
וַאֲנִ֣י
(vaani)
en ik
ל֔וֹ
(lo)
voor hem
הָרֹעֶ֖ה
(haroe)
die weidt
בַּשּׁוֹשַׁנִּֽים
(bashoshanim)
tussen de lelies
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

הָרֹעֶה בַּשּׁוֹשַׁנִּים (haro’eh bashoshannim), ‘die weidt tussen de lelies’: het is onzeker of dit zijn kudde bedoelt of zijn eigen verblijf tussen de bloemen.

Zie ook 6:3.

17Totdat de dag ademt en de schaduwen vluchten: keer terug! Wees gelijk, mijn geliefde, aan een gazelle of aan een hertenjong op de bergen van Beter.
עַ֤ד
(ad)
totdat
שֶׁיָּפ֨וּחַ֙
(sheyafuach)
de dag ademt
הַיּ֔וֹם
(hayom)
het
וְנָ֖סוּ
(venasu)
en vluchten
הַצְּלָלִ֑ים
(hatselalim)
de schaduwen
סֹב֩
(sov)
keer terug
דְּמֵה
(deme)
wees gelijk
לְךָ֨
(lekha)
voor jou
דוֹדִ֜י
(dodi)
mijn geliefde
לִצְבִ֗י
(litsvi)
aan een gazelle
א֛וֹ
(o)
of
לְעֹ֥פֶר
(leofer)
aan een jong van
הָאַיָּלִ֖ים
(haayalim)
de herten
עַל
(al)
op
הָ֥רֵי
(harei)
de bergen van
בָֽתֶר
(bater)
Beter
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

שֶׁיָּפוּחַ הַיּוֹם (sheyafuach hayyom), ‘dat de dag ademt’: de dag ‘blaast’, de koele wind komt op.

Het kan de avond of de morgen zijn.

סֹב (sov), ‘keer terug’: letterlijk ‘draai om’.

הָרֵי בָתֶר (harei vater), ‘de bergen van Beter’: bater betekent ‘deling, kloof’. Het kan een plaatsnaam zijn of ‘bergen van kloven’. Wij laten het als naam staan; de ligging is onzeker.