Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
De bruid
1Ik ben een bloem van de Saron, een lelie van de dalen.
אֲנִי֙
(ani)
ik
חֲבַצֶּ֣לֶת
(chavatselet)
bloem van
הַשָּׁר֔וֹן
(hasharon)
de Saron
שֽׁוֹשַׁנַּ֖ת
(shoshanat)
lelie van
הָעֲמָקִֽים
(haamaqim)
de dalen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
De Saron is de vruchtbare kustvlakte ten noorden van Jaffa, in het huidige Israël.
Uitleg
חֲבַצֶּלֶת (chavatselet), ‘bloem’: een bloem van het veld, misschien een krokus of narcis.
De soort is onzeker.
שׁוֹשַׁנַּת (shoshannat), ‘lelie’: een bloem, misschien een lelie of lotus. De soort is onzeker.
Het Hebreeuws heeft ‘de bloem van de Saron’. Wij vertalen ‘een bloem’, omdat het geen aanduiding van één bepaalde bloem lijkt.
3Als een appelboom tussen de bomen van het woud, zo is mijn geliefde tussen de zonen. In zijn schaduw verlangde ik en ik zat; zijn vrucht is zoet voor mijn gehemelte.
כְּתַפּ֨וּחַ֙
(ketapuach)
als een appelboom
בַּעֲצֵ֣י
(baatsei)
tussen de bomen van
הַיַּ֔עַר
(hayaar)
het woud
כֵּ֥ן
(ken)
zo
דּוֹדִ֖י
(dodi)
mijn geliefde
בֵּ֣ין
(bein)
tussen
הַבָּנִ֑ים
(habanim)
de zonen
בְּצִלּוֹ֙
(betsilo)
in zijn schaduw
חִמַּ֣דְתִּי
(chimadti)
ik verlangde
וְיָשַׁ֔בְתִּי
(veyashavti)
en ik zat
וּפִרְי֖וֹ
(ufiryo)
en zijn vrucht
מָת֥וֹק
(matoq)
zoet
לְחִכִּֽי
(lechiki)
voor mijn gehemelte
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
תַּפּוּחַ (tappuach), ‘appelboom’: de boom is onzeker; ook mogelijk ‘abrikoos’ of ‘citrusboom’.
בְּצִלּוֹ חִמַּדְתִּי (betsillo chimmadti), ‘in zijn schaduw verlangde ik’: chamad is ‘begeren, behagen scheppen in’.
7Ik laat jullie zweren, dochters van Jeruzalem, bij de gazellen of bij de hinden van het veld. Jullie mogen de liefde niet opwekken en niet wakker maken, totdat zij het wil.
הִשְׁבַּ֨עְתִּי
(hishbati)
ik laat zweren
אֶתְכֶ֜ם
(etkhem)
jullie
בְּנ֤וֹת
(benot)
dochters van
יְרוּשָׁלִַ֨ם֙
(yerushaliam)
Jeruzalem
בִּצְבָא֔וֹת
(bitsvaot)
bij de gazellen
א֖וֹ
(o)
of
בְּאַיְל֣וֹת
(beaylot)
bij de hinden van
הַשָּׂדֶ֑ה
(hasade)
het veld
אִם
(im)
als
תָּעִ֧ירוּ
(tairu)
jullie opwekken
וְֽאִם
(veim)
en als
תְּעֽוֹרְר֛וּ
(teoreru)
jullie wakker maken
אֶת
(et)
(obj.)
הָאַהֲבָ֖ה
(haahava)
de liefde
עַ֥ד
(ad)
totdat
שֶׁתֶּחְפָּֽץ
(shetechpats)
zij wil
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.
Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.
Uitleg
אִם (im), ‘als’: in een eed betekent dit ‘nooit’.
Wij vertalen daarom ‘jullie mogen niet’.
Dit vers komt terug in 3:5 en, zonder de eed bij de gazellen, in 8:4.
שֶׁתֶּחְפָּץ (shetechpats), ‘totdat zij het wil’: de liefde zelf bepaalt het moment.
13De vijgenboom laat zijn onrijpe vruchten rijpen. De wijnstokken met bloesem geven geur. Sta op, mijn vriendin, mijn mooie, en ga.
הַתְּאֵנָה֙
(hateena)
de vijgenboom
חָֽנְטָ֣ה
(chaneta)
laat rijpen
פַגֶּ֔יהָ
(pageiha)
zijn onrijpe vruchten
וְהַגְּפָנִ֥ים
(vehagefanim)
en de wijnstokken
סְמָדַ֖ר
(semadar)
bloesem
נָ֣תְנוּ
(natenu)
zij geven
רֵ֑יחַ
(reiach)
geur
ק֥וּמִי
(qumi)
sta op
לָ֛ךְ
(lakh)
voor jou
רַעְיָתִ֥י
(rayati)
mijn vriendin
יָפָתִ֖י
(yafati)
mijn mooie
וּלְכִי
(ulekhi)
en ga
לָֽךְ
(lakh)
voor jou
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
חָנְטָה פַגֶּיהָ (chanetah faggeiha), ‘laat zijn onrijpe vruchten rijpen’: de vroege groene vijgen worden zacht en geurig.
סְמָדַר (semadar), ‘bloesem’: het woord komt maar drie keer voor (vers 13, vers 15 en 7:13); de betekenis is onzeker, waarschijnlijk de bloesem van de wijnstok.
14Mijn duif, in de spleten van de rots, in de schuilplaats van de steile helling: laat mij je aanblik zien, laat mij je stem horen. Want je stem is zoet en je aanblik is bevallig.”
יוֹנָתִ֞י
(yonati)
mijn duif
בְּחַגְוֵ֣י
(bechagvei)
in de spleten van
הַסֶּ֗לַע
(hasela)
de rots
בְּסֵ֨תֶר֙
(beseter)
in de schuilplaats van
הַמַּדְרֵגָ֔ה
(hamadrega)
de steile helling
הַרְאִ֨ינִי֙
(harini)
laat mij zien
אֶתּ
(et)
(obj.)
מַרְאַ֔יִךְ
(marayikh)
je aanblik
הַשְׁמִיעִ֖ינִי
(hashmiini)
laat mij horen
אֶת
(et)
(obj.)
קוֹלֵ֑ךְ
(qolekh)
je stem
כִּי
(ki)
want
קוֹלֵ֥ךְ
(qolekh)
je stem
עָרֵ֖ב
(arev)
zoet
וּמַרְאֵ֥יךְ
(umareikh)
en je aanblik
נָאוֶֽה
(nave)
bevallig
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
מַדְרֵגָה (madregah), ‘steile helling’: letterlijk ‘trap’; een rotshelling met treden, zoals in Ezech. 38:20.
De betekenis is onzeker.
מַרְאַיִךְ (mar’ayikh), ‘je aanblik’: hoe je eruitziet; ook ‘je gezicht’.
16Mijn geliefde is van mij en ik ben van hem, die weidt tussen de lelies.
דּוֹדִ֥י
(dodi)
mijn geliefde
לִי֙
(li)
voor mij
וַאֲנִ֣י
(vaani)
en ik
ל֔וֹ
(lo)
voor hem
הָרֹעֶ֖ה
(haroe)
die weidt
בַּשּׁוֹשַׁנִּֽים
(bashoshanim)
tussen de lelies
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
הָרֹעֶה בַּשּׁוֹשַׁנִּים (haro’eh bashoshannim), ‘die weidt tussen de lelies’: het is onzeker of dit zijn kudde bedoelt of zijn eigen verblijf tussen de bloemen.
17Totdat de dag ademt en de schaduwen vluchten: keer terug! Wees gelijk, mijn geliefde, aan een gazelle of aan een hertenjong op de bergen van Beter.
עַ֤ד
(ad)
totdat
שֶׁיָּפ֨וּחַ֙
(sheyafuach)
de dag ademt
הַיּ֔וֹם
(hayom)
het
וְנָ֖סוּ
(venasu)
en vluchten
הַצְּלָלִ֑ים
(hatselalim)
de schaduwen
סֹב֩
(sov)
keer terug
דְּמֵה
(deme)
wees gelijk
לְךָ֨
(lekha)
voor jou
דוֹדִ֜י
(dodi)
mijn geliefde
לִצְבִ֗י
(litsvi)
aan een gazelle
א֛וֹ
(o)
of
לְעֹ֥פֶר
(leofer)
aan een jong van
הָאַיָּלִ֖ים
(haayalim)
de herten
עַל
(al)
op
הָ֥רֵי
(harei)
de bergen van
בָֽתֶר
(bater)
Beter
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
שֶׁיָּפוּחַ הַיּוֹם (sheyafuach hayyom), ‘dat de dag ademt’: de dag ‘blaast’, de koele wind komt op.
Het kan de avond of de morgen zijn.
סֹב (sov), ‘keer terug’: letterlijk ‘draai om’.
הָרֵי בָתֶר (harei vater), ‘de bergen van Beter’: bater betekent ‘deling, kloof’. Het kan een plaatsnaam zijn of ‘bergen van kloven’. Wij laten het als naam staan; de ligging is onzeker.