Elohim Bijbel

Ester 3

12345678910

Haman en het besluit om de Joden te vernietigen

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Haman wordt verheven

1Na deze gebeurtenissen verhief koning Ahasveros Haman, de zoon van Hammedata, de Agagiet. Hij verhoogde hem en zette zijn zetel boven alle oversten die bij hem waren.
אַחַ֣ר
(achar)
na
הַדְּבָרִ֣ים
(hadevarim)
de zaken
הָאֵ֗לֶּה
(haele)
deze
גִּדַּל֩
(gidal)
verhief
הַמֶּ֨לֶךְ
(hamelekh)
de koning
אֲחַשְׁוֵר֜וֹשׁ
(achashverosh)
Ahasveros
אֶת
(et)
(obj.)
הָמָ֧ן
(haman)
Haman
בֶּֽן
(ben)
zoon van
הַמְּדָ֛תָא
(hamedata)
Hammedata
הָאֲגָגִ֖י
(haagagi)
de Agagiet
וַֽיְנַשְּׂאֵ֑הוּ
(vaynaseehu)
en verhoogde hem
וַיָּ֨שֶׂם֙
(vayasem)
en plaatste
אֶת
(et)
(obj.)
כִּסְא֔וֹ
(kiso)
zijn zetel
מֵעַ֕ל
(meal)
boven
כָּל
(kal)
alle
הַשָּׂרִ֖ים
(hasarim)
de oversten
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
die
אִתּֽוֹ
(ito)
bij hem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אֲגָגִי (Agagi), ‘Agagiet’: iemand die verbonden is met Agag.

Agag was een koning van de Amalekieten (1 Sam. 15:8).

De tekst zegt niet of Haman van hem afstamt of uit een volk of plaats met die naam komt.

2Alle dienaren van de koning die in de poort van de koning waren, knielden en wierpen zich neer voor Haman. Want zo had de koning het over hem bevolen. Maar Mordechai knielde niet en wierp zich niet neer.
וְכָל
(vekhal)
en alle
עַבְדֵ֨י
(avdei)
dienaren van
הַמֶּ֜לֶךְ
(hamelekh)
de koning
אֲשֶׁר
(asher)
die
בְּשַׁ֣עַר
(beshaar)
in de poort van
הַמֶּ֗לֶךְ
(hamelekh)
de koning
כֹּרְעִ֤ים
(koreim)
knielden
וּמִֽשְׁתַּחֲוִים֙
(umishtachavim)
en wierpen zich neer
לְהָמָ֔ן
(lehaman)
voor Haman
כִּי
(ki)
want
כֵ֖ן
(ken)
zo
צִוָּה
(tsiva)
had geboden
ל֣וֹ
(lo)
over hem
הַמֶּ֑לֶךְ
(hamelekh)
de koning
וּמָ֨רְדֳּכַ֔י
(umardokhay)
en Mordechai
לֹ֥א
(lo)
niet
יִכְרַ֖ע
(yikhra)
knielde
וְלֹ֥א
(velo)
en niet
יִֽשְׁתַּחֲוֶֽה
(yishtachave)
wierp zich neer
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

כָּרַע (kara), ‘knielen’, en הִשְׁתַּחֲוָה (hishtachavah), ‘zich neerwerpen’: de twee houdingen van eerbetoon aan een hoge.

Mordechai doet geen van beide.

De tekst zegt hier niet waarom; zie vers 4 en 5.

Mordechai buigt niet

3De dienaren van de koning die in de poort van de koning waren, zeiden tegen Mordechai: „Waarom overtreed je het gebod van de koning?”
וַיֹּ֨אמְר֜וּ
(vayomru)
en zeiden
עַבְדֵ֥י
(avdei)
dienaren van
הַמֶּ֛לֶךְ
(hamelekh)
de koning
אֲשֶׁר
(asher)
die
בְּשַׁ֥עַר
(beshaar)
in de poort van
הַמֶּ֖לֶךְ
(hamelekh)
de koning
לְמָרְדֳּכָ֑י
(lemardokhay)
tot Mordechai
מַדּ֨וּעַ֙
(madua)
waarom
אַתָּ֣ה
(ata)
jij
עוֹבֵ֔ר
(over)
overtreedt
אֵ֖ת
(et)
(obj.)
מִצְוַ֥ת
(mitsvat)
het gebod van
הַמֶּֽלֶךְ
(hamelekh)
de koning
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
4Zij zeiden het dag na dag tegen hem, maar hij luisterde niet naar hen. Toen vertelden zij het aan Haman, om te zien of de woorden van Mordechai stand zouden houden. Want hij had hun verteld dat hij een Jood was.
וַיְהִ֗י
(vayhi)
en het was
כְּאָמְרָ֤ם
(keameram)
bij hun zeggen
אֵלָיו֙
(elav)
tot hem
י֣וֹם
(yom)
dag
וָי֔וֹם
(vayom)
en dag
וְלֹ֥א
(velo)
en niet
שָׁמַ֖ע
(shama)
luisterde
אֲלֵיהֶ֑ם
(aleihem)
naar hen
וַיַּגִּ֣ידוּ
(vayagidu)
en zij vertelden
לְהָמָ֗ן
(lehaman)
aan Haman
לִרְאוֹת֙
(lirot)
om te zien
הֲיַֽעַמְדוּ֙
(hayaamdu)
of zouden standhouden
דִּבְרֵ֣י
(divrei)
de woorden van
מָרְדֳּכַ֔י
(mardokhay)
Mordechai
כִּֽי
(ki)
want
הִגִּ֥יד
(higid)
had verteld
לָהֶ֖ם
(lahem)
aan hen
אֲשֶׁר
(asher)
dat
ה֥וּא
(hu)
hij
יְהוּדִֽי
(yehudi)
Jood
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De tekst zegt niet wat Mordechai de dienaren had verteld behalve dat hij een Jood was.

Lezing

Het geschreven Hebreeuws (ketiv) heeft בְּאָמְרָם (be’amram), ‘in hun zeggen’; de mondelinge lezing (qere) is כְּאָמְרָם (ke’amram), ‘toen zij zeiden’.

De betekenis blijft gelijk.

Wij volgen de qere.

5Haman zag dat Mordechai niet knielde en zich niet voor hem neerwierp. Haman werd vol woede.
וַיַּ֣רְא
(vayar)
en zag
הָמָ֔ן
(haman)
Haman
כִּי
(ki)
dat
אֵ֣ין
(ein)
niet
מָרְדֳּכַ֔י
(mardokhay)
Mordechai
כֹּרֵ֥עַ
(korea)
knielde
וּמִֽשְׁתַּחֲוֶ֖ה
(umishtachave)
en zich neerwierp
ל֑וֹ
(lo)
voor hem
וַיִּמָּלֵ֥א
(vayimale)
en werd vervuld
הָמָ֖ן
(haman)
Haman
חֵמָֽה
(chema)
van woede
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
6Het was in zijn ogen te gering om alleen de hand aan Mordechai te slaan, want zij hadden hem het volk van Mordechai bekendgemaakt. Haman zocht naar een manier om alle Joden die in heel het koninkrijk van Ahasveros waren, het volk van Mordechai, te vernietigen.
וַיִּ֣בֶז
(vayivez)
en het was verachtelijk
בְּעֵינָ֗יו
(beeinav)
in zijn ogen
לִשְׁלֹ֤ח
(lishloch)
om uit te steken
יָד֙
(yad)
hand
בְּמָרְדֳּכַ֣י
(bemardokhay)
tegen Mordechai
לְבַדּ֔וֹ
(levado)
alleen
כִּֽי
(ki)
want
הִגִּ֥ידוּ
(higidu)
hadden verteld
ל֖וֹ
(lo)
hem
אֶת
(et)
(obj.)
עַ֣ם
(am)
het volk van
מָרְדֳּכָ֑י
(mardokhay)
Mordechai
וַיְבַקֵּ֣שׁ
(vayvaqesh)
en zocht
הָמָ֗ן
(haman)
Haman
לְהַשְׁמִ֧יד
(lehashmid)
om te vernietigen
אֶת
(et)
(obj.)
כָּל
(kal)
alle
הַיְּהוּדִ֛ים
(hayehudim)
de Joden
אֲשֶׁ֛ר
(asher)
die
בְּכָל
(bekhal)
in heel
מַלְכ֥וּת
(malkhut)
het koninkrijk van
אֲחַשְׁוֵר֖וֹשׁ
(achashverosh)
Ahasveros
עַ֥ם
(am)
het volk van
מָרְדֳּכָֽי
(mardokhay)
Mordechai
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Het lot wordt geworpen

7In de eerste maand, dat is de maand Nisan, in het twaalfde jaar van koning Ahasveros, wierp men de pur, dat is het lot, voor Haman. Men deed het van dag tot dag en van maand tot maand, tot de twaalfde maand, dat is de maand Adar.
בַּחֹ֤דֶשׁ
(bachodesh)
in de maand
הָרִאשׁוֹן֙
(harishon)
de eerste
הוּא
(hu)
dat
חֹ֣דֶשׁ
(chodesh)
de maand
נִיסָ֔ן
(nisan)
Nisan
בִּשְׁנַת֙
(bishnat)
in het jaar
שְׁתֵּ֣ים
(sheteim)
twee
עֶשְׂרֵ֔ה
(esre)
tien
לַמֶּ֖לֶךְ
(lamelekh)
van koning
אֲחַשְׁוֵר֑וֹשׁ
(achashverosh)
Ahasveros
הִפִּ֣יל
(hipil)
wierp men
פּוּר֩
(pur)
pur
ה֨וּא
(hu)
dat
הַגּוֹרָ֜ל
(hagoral)
het lot
לִפְנֵ֣י
(lifnei)
voor
הָמָ֗ן
(haman)
Haman
מִיּ֧וֹם
(miyom)
van dag
לְי֛וֹם
(leyom)
tot dag
וּמֵחֹ֛דֶשׁ
(umechodesh)
en van maand
לְחֹ֥דֶשׁ
(lechodesh)
tot maand
שְׁנֵים
(sheneim)
twee
עָשָׂ֖ר
(asar)
tien
הוּא
(hu)
dat
חֹ֥דֶשׁ
(chodesh)
de maand
אֲדָֽר
(adar)
Adar
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

פּוּר (pur), ‘lot’: het woord wordt in 9:26 verklaard bij de naam van het feest Purim.

De maand Nisan valt ongeveer in maart en april; Adar, de twaalfde maand, ongeveer in februari en maart.

Het twaalfde jaar is vijf jaar na het zevende jaar van 2:16.

Het Hebreeuws heeft ‘hij wierp’ zonder naam. Wij schrijven ‘men wierp’.

Haman bij de koning

8Haman zei tegen koning Ahasveros: „Er is één volk, verspreid en afgezonderd onder de volken in alle provincies van uw koninkrijk. Hun wetten verschillen van die van alle volken. De wetten van de koning houden zij niet. Het is voor de koning niet gepast hen te laten blijven.
וַיֹּ֤אמֶר
(vayomer)
en zei
הָמָן֙
(haman)
Haman
לַמֶּ֣לֶךְ
(lamelekh)
tot de koning
אֲחַשְׁוֵר֔וֹשׁ
(achashverosh)
Ahasveros
יֶשְׁנ֣וֹ
(yeshno)
er is
עַם
(am)
volk
אֶחָ֗ד
(echad)
één
מְפֻזָּ֤ר
(mefuzar)
verspreid
וּמְפֹרָד֙
(umeforad)
en afgezonderd
בֵּ֣ין
(bein)
tussen
הָֽעַמִּ֔ים
(haamim)
de volken
בְּכֹ֖ל
(bekhol)
in alle
מְדִינ֣וֹת
(medinot)
provincies van
מַלְכוּתֶ֑ךָ
(malkhutekha)
uw koninkrijk
וְדָתֵיהֶ֞ם
(vedateihem)
en hun wetten
שֹׁנ֣וֹת
(shonot)
verschillend
מִכָּל
(mikal)
van alle
עָ֗ם
(am)
volk
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
דָּתֵ֤י
(datei)
de wetten van
הַמֶּ֨לֶךְ֙
(hamelekh)
de koning
אֵינָ֣ם
(einam)
niet
עֹשִׂ֔ים
(osim)
doende
וְלַמֶּ֥לֶךְ
(velamelekh)
en voor de koning
אֵין
(ein)
niet
שֹׁוֶ֖ה
(shove)
gepast
לְהַנִּיחָֽם
(lehanicham)
om hen te laten blijven
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Haman noemt het volk niet bij naam.

Hij beschrijft het als ‘één volk, verspreid en afgezonderd’.

9Als het de koning goed lijkt, laat dan worden geschreven dat zij vernietigd moeten worden. Dan zal ik 10.000 talenten zilver wegen in de handen van wie het werk doen, om het in de schatkamers van de koning te brengen.”
אִם
(im)
als
עַל
(al)
over
הַמֶּ֣לֶךְ
(hamelekh)
de koning
ט֔וֹב
(tov)
goed
יִכָּתֵ֖ב
(yikatev)
laat worden geschreven
לְאַבְּדָ֑ם
(leabedam)
om hen te vernietigen
וַעֲשֶׂ֨רֶת
(vaaseret)
en tien
אֲלָפִ֜ים
(alafim)
duizend
כִּכַּר
(kikar)
talent
כֶּ֗סֶף
(kesef)
zilver
אֶשְׁקוֹל֙
(eshqol)
zal ik wegen
עַל
(al)
op
יְדֵי֙
(yedei)
de handen van
עֹשֵׂ֣י
(osei)
doeners van
הַמְּלָאכָ֔ה
(hamelakha)
het werk
לְהָבִ֖יא
(lehavi)
om te brengen
אֶל
(el)
naar
גִּנְזֵ֥י
(ginzei)
de schatkamers van
הַמֶּֽלֶךְ
(hamelekh)
de koning
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

כִּכָּר (kikkar), ‘talent’: een groot gewicht, ongeveer 34 kilogram. 10.000 talenten zijn dus ongeveer 340.000 kilogram (340 ton) zilver.

10De koning nam zijn ring van zijn hand en gaf hem aan Haman, de zoon van Hammedata, de Agagiet, de vijand van de Joden.
וַיָּ֧סַר
(vayasar)
en nam weg
הַמֶּ֛לֶךְ
(hamelekh)
de koning
אֶת
(et)
(obj.)
טַבַּעְתּ֖וֹ
(tabato)
zijn ring
מֵעַ֣ל
(meal)
van
יָד֑וֹ
(yado)
zijn hand
וַֽיִּתְּנָ֗הּ
(vayitenah)
en gaf hem
לְהָמָ֧ן
(lehaman)
aan Haman
בֶּֽן
(ben)
zoon van
הַמְּדָ֛תָא
(hamedata)
Hammedata
הָאֲגָגִ֖י
(haagagi)
de Agagiet
צֹרֵ֥ר
(tsorer)
vijand van
הַיְּהוּדִֽים
(hayehudim)
de Joden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

טַבַּעַת (tabbaat), ‘ring’: de zegelring waarmee brieven werden verzegeld.

De koning geeft Haman zijn macht om namens hem te besluiten.

11De koning zei tegen Haman: „Het zilver is aan jou gegeven, en ook het volk, om ermee te doen wat goed is in jouw ogen.”
וַיֹּ֤אמֶר
(vayomer)
en zei
הַמֶּ֨לֶךְ֙
(hamelekh)
de koning
לְהָמָ֔ן
(lehaman)
aan Haman
הַכֶּ֖סֶף
(hakesef)
het zilver
נָת֣וּן
(natun)
is gegeven
לָ֑ךְ
(lakh)
aan jou
וְהָעָ֕ם
(vehaam)
en het volk
לַעֲשׂ֥וֹת
(laasot)
om te doen
בּ֖וֹ
(bo)
ermee
כַּטּ֥וֹב
(katov)
zoals goed is
בְּעֵינֶֽיךָ
(beeineikha)
in jouw ogen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

De brieven worden verstuurd

12Op de dertiende dag van de eerste maand werden de schrijvers van de koning geroepen. Er werd geschreven naar alles wat Haman beval: aan de satrapen van de koning, aan de landvoogden over elke provincie en aan de oversten van elk volk. Het ging naar elke provincie in haar eigen schrift en naar elk volk in zijn eigen taal. Het werd geschreven in naam van koning Ahasveros en verzegeld met de ring van de koning.
וַיִּקָּרְאוּ֩
(vayiqareu)
en werden geroepen
סֹפְרֵ֨י
(soferei)
schrijvers van
הַמֶּ֜לֶךְ
(hamelekh)
de koning
בַּחֹ֣דֶשׁ
(bachodesh)
in de maand
הָרִאשׁ֗וֹן
(harishon)
de eerste
בִּשְׁלוֹשָׁ֨ה
(bishlosha)
op drie
עָשָׂ֣ר
(asar)
tien
יוֹם֮
(yom)
dag
בּוֹ֒
(bo)
ervan
וַיִּכָּתֵ֣ב
(vayikatev)
en werd geschreven
כְּֽכָל
(kekhal)
naar alles
אֲשֶׁר
(asher)
wat
צִוָּ֣ה
(tsiva)
had geboden
הָמָ֡ן
(haman)
Haman
אֶ֣ל
(el)
aan
אֲחַשְׁדַּרְפְּנֵֽי
(achashdarpenei)
satrapen van
הַ֠מֶּלֶךְ
(hamelekh)
de koning
וְֽאֶל
(veel)
en aan
הַפַּח֞וֹת
(hapachot)
de landvoogden
אֲשֶׁ֣ר
(asher)
die
עַל
(al)
over
מְדִינָ֣ה
(medina)
provincie
וּמְדִינָ֗ה
(umedina)
en provincie
וְאֶל
(veel)
en aan
שָׂ֤רֵי
(sarei)
oversten van
עַם֙
(am)
volk
וָעָ֔ם
(vaam)
en volk
מְדִינָ֤ה
(medina)
provincie
וּמְדִינָה֙
(umedina)
en provincie
כִּכְתָבָ֔הּ
(kikhtavah)
naar haar schrift
וְעַ֥ם
(veam)
en volk
וָעָ֖ם
(vaam)
en volk
כִּלְשׁוֹנ֑וֹ
(kilshono)
naar zijn taal
בְּשֵׁ֨ם
(beshem)
in naam van
הַמֶּ֤לֶךְ
(hamelekh)
de koning
אֲחַשְׁוֵרֹשׁ֙
(achashverosh)
Ahasveros
נִכְתָּ֔ב
(nikhtav)
is geschreven
וְנֶחְתָּ֖ם
(venechtam)
en verzegeld
בְּטַבַּ֥עַת
(betabaat)
met de ring van
הַמֶּֽלֶךְ
(hamelekh)
de koning
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אֲחַשְׁדַּרְפְּנִים (achashdarpenim), ‘satrapen’: de hoogste bestuurders over een groot gebied van het rijk.

פַּחוֹת (pachot), ‘landvoogden’: bestuurders van een kleiner gebied.

Beide woorden komen uit het Perzisch of het Akkadisch.

De brieven worden geschreven op de dertiende dag van de eerste maand. Zij noemen de dertiende dag van de twaalfde maand (vers 13), dus ongeveer 11 maanden later.

13Door de boden werden brieven gestuurd naar alle provincies van de koning. Men moest alle Joden vernietigen, doden en laten omkomen, van jongen tot oude, kleine kinderen en vrouwen. Het moest op één dag gebeuren: de dertiende van de twaalfde maand, dat is de maand Adar. Hun bezit moest worden geplunderd.
וְנִשְׁל֨וֹחַ
(venishloach)
en werden gestuurd
סְפָרִ֜ים
(sefarim)
brieven
בְּיַ֣ד
(beyad)
door de hand van
הָרָצִים֮
(haratsim)
de boden
אֶל
(el)
naar
כָּל
(kal)
alle
מְדִינ֣וֹת
(medinot)
provincies van
הַמֶּלֶךְ֒
(hamelekh)
de koning
לְהַשְׁמִ֡יד
(lehashmid)
om te vernietigen
לַהֲרֹ֣ג
(laharog)
te doden
וּלְאַבֵּ֣ד
(uleabed)
en te laten omkomen
אֶת
(et)
(obj.)
כָּל
(kal)
alle
הַ֠יְּהוּדִים
(hayehudim)
de Joden
מִנַּ֨עַר
(minaar)
van jongen
וְעַד
(vead)
tot
זָקֵ֜ן
(zaqen)
oude
טַ֤ף
(taf)
kleine kinderen
וְנָשִׁים֙
(venashim)
en vrouwen
בְּי֣וֹם
(beyom)
op dag
אֶחָ֔ד
(echad)
één
בִּשְׁלוֹשָׁ֥ה
(bishlosha)
op drie
עָשָׂ֛ר
(asar)
tien
לְחֹ֥דֶשׁ
(lechodesh)
van de maand
שְׁנֵים
(sheneim)
twee
עָשָׂ֖ר
(asar)
tien
הוּא
(hu)
dat
חֹ֣דֶשׁ
(chodesh)
de maand
אֲדָ֑ר
(adar)
Adar
וּשְׁלָלָ֖ם
(ushelalam)
en hun buit
לָבֽוֹז
(lavoz)
te plunderen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

טַף (taf), ‘kleine kinderen’: de jongste kinderen.

De drie werkwoorden ‘vernietigen, doden en laten omkomen’ staan ook samen in 7:4 en 8:11.

14Een afschrift van het geschrift moest als besluit in elke provincie worden gegeven, bekend aan alle volken, zodat zij op die dag gereed zouden zijn.
פַּתְשֶׁ֣גֶן
(patshegen)
afschrift van
הַכְּתָ֗ב
(haketav)
het geschrift
לְהִנָּ֤תֵֽן
(lehinaten)
om gegeven te worden
דָּת֙
(dat)
als besluit
בְּכָל
(bekhal)
in elke
מְדִינָ֣ה
(medina)
provincie
וּמְדִינָ֔ה
(umedina)
en provincie
גָּל֖וּי
(galuy)
bekend
לְכָל
(lekhal)
aan alle
הָֽעַמִּ֑ים
(haamim)
de volken
לִהְי֥וֹת
(lihyot)
om te zijn
עֲתִדִ֖ים
(atidim)
gereed
לַיּ֥וֹם
(layom)
voor de dag
הַזֶּֽה
(haze)
deze
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
15De boden gingen haastig uit, op het woord van de koning. Het besluit werd gegeven in Sjoesjan, de burcht. De koning en Haman gingen zitten om te drinken, maar de stad Sjoesjan was in verwarring.
הָֽרָצִ֞ים
(haratsim)
de boden
יָצְא֤וּ
(yatseu)
gingen uit
דְחוּפִים֙
(dechufim)
haastig
בִּדְבַ֣ר
(bidvar)
op het woord van
הַמֶּ֔לֶךְ
(hamelekh)
de koning
וְהַדָּ֥ת
(vehadat)
en het besluit
נִתְּנָ֖ה
(nitena)
werd gegeven
בְּשׁוּשַׁ֣ן
(beshushan)
in Sjoesjan
הַבִּירָ֑ה
(habira)
de burcht
וְהַמֶּ֤לֶךְ
(vehamelekh)
en de koning
וְהָמָן֙
(vehaman)
en Haman
יָשְׁב֣וּ
(yashevu)
zaten
לִשְׁתּ֔וֹת
(lishtot)
om te drinken
וְהָעִ֥יר
(vehair)
en de stad
שׁוּשָׁ֖ן
(shushan)
Sjoesjan
נָבֽוֹכָה
(navokha)
was verward
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Susa (Sjoesjan): Susa (Sjoesjan) was een van de hoofdsteden van Elam en later van het Perzische rijk, in het zuidwesten van het huidige Iran.

Uitleg

נָבוֹכָה (navochah), ‘in verwarring’: de stad weet niet wat zij moet denken van het besluit, terwijl de koning en Haman drinken.