Elohim Bijbel

Numeri 20

123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536

Meriba, Edom en de dood van Aäron

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

De dood van Mirjam en water uit de rots

1De zonen van Israël, heel de gemeenschap, kwamen in de eerste maand in de woestijn Zin. Het volk bleef in Kades. Daar stierf Mirjam en daar werd zij begraven.
וַיָּבֹ֣אוּ
(vayavou)
en zij kwamen
בְנֵֽי
(benei)
de zonen van
יִ֠שְׂרָאֵל
(yisrael)
Israël
כָּל
(kal)
heel
הָ֨עֵדָ֤ה
(haeda)
de gemeenschap
מִדְבַּר
(midbar)
de woestijn van
צִן֙
(tsin)
Zin
בַּחֹ֣דֶשׁ
(bachodesh)
in de maand
הָֽרִאשׁ֔וֹן
(harishon)
de eerste
וַיֵּ֥שֶׁב
(vayeshev)
en bleef
הָעָ֖ם
(haam)
het volk
בְּקָדֵ֑שׁ
(beqadesh)
in Kades
וַתָּ֤מָת
(vatamat)
en stierf
שָׁם֙
(sham)
daar
מִרְיָ֔ם
(miryam)
Mirjam
וַתִּקָּבֵ֖ר
(vatiqaver)
en werd begraven
שָֽׁם
(sham)
daar
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Kades (Kades-Barnea) ligt waarschijnlijk bij Ain Qudeirat, in het noorden van de Sinaï, vlak bij de grens tussen Egypte en Israël.

De ligging is niet helemaal zeker.

De woestijn Zin ligt in het zuiden van Kanaän, ten noorden van de Sinaï.

Zie Woestijn Zin: De woestijn Zin lag in het zuiden van Kanaän, bij Kades.

De grenzen zijn niet precies bekend.

Uitleg

De tekst noemt het jaar niet.

Wij vertalen ‘in de eerste maand’ zoals het er staat.

2Er was geen water voor de gemeenschap. Zij verzamelden zich tegen Mozes en tegen Aäron.
וְלֹא
(velo)
en niet
הָ֥יָה
(haya)
was
מַ֖יִם
(mayim)
water
לָעֵדָ֑ה
(laeda)
voor de gemeenschap
וַיִּקָּ֣הֲל֔וּ
(vayiqahalu)
en zij verzamelden zich
עַל
(al)
tegen
מֹשֶׁ֖ה
(moshe)
Mozes
וְעַֽל
(veal)
en tegen
אַהֲרֹֽן
(aharon)
Aäron
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
3Het volk twistte met Mozes. Zij zeiden: „Waren wij maar gestorven, toen onze broeders stierven voor het aangezicht van Yahweh!
וַיָּ֥רֶב
(vayarev)
en twistte
הָעָ֖ם
(haam)
het volk
עִם
(im)
met
מֹשֶׁ֑ה
(moshe)
Mozes
וַיֹּאמְר֣וּ
(vayomru)
en zij zeiden
לֵאמֹ֔ר
(lemor)
zeggende
וְל֥וּ
(velu)
en och
גָוַ֛עְנוּ
(gavanu)
waren wij gestorven
בִּגְוַ֥ע
(bigva)
toen stierven
אַחֵ֖ינוּ
(acheinu)
onze broeders
לִפְנֵ֥י
(lifnei)
voor het aangezicht van
יְהוָֽה
(Yahweh)
Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

גָּוַע (gava), ‘sterven’: het woord staat voor het natuurlijke sterven (ook in vers 29).

Zij denken aan de mannen die eerder stierven; vergelijk Num. 17:14.

4Waarom hebben jullie de vergadering van Yahweh naar deze woestijn gebracht, om hier te sterven, wij en ons vee?
וְלָמָ֤ה
(velama)
en waarom
הֲבֵאתֶם֙
(havetem)
hebben jullie gebracht
אֶת
(et)
(obj.)
קְהַ֣ל
(qehal)
de vergadering van
יְהוָ֔ה
(Yahweh)
Yahweh
אֶל
(el)
naar
הַמִּדְבָּ֖ר
(hamidbar)
de woestijn
הַזֶּ֑ה
(haze)
deze
לָמ֣וּת
(lamut)
om te sterven
שָׁ֔ם
(sham)
daar
אֲנַ֖חְנוּ
(anachnu)
wij
וּבְעִירֵֽנוּ
(uveirenu)
en ons vee
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
5Waarom hebt u ons uit Egypte laten optrekken, om ons naar deze slechte plaats te brengen? Het is geen plaats om te zaaien, en er zijn geen vijgen, wijnstokken en granaatappels. En er is geen water om te drinken.”
וְלָמָ֤ה
(velama)
en waarom
הֶֽעֱלִיתֻ֨נוּ֙
(heelitunu)
hebt u ons laten optrekken
מִמִּצְרַ֔יִם
(mimitsrayim)
uit Egypte
לְהָבִ֣יא
(lehavi)
om te brengen
אֹתָ֔נוּ
(otanu)
ons
אֶל
(el)
naar
הַמָּק֥וֹם
(hamaqom)
de plaats
הָרָ֖ע
(hara)
slechte
הַזֶּ֑ה
(haze)
deze
לֹ֣א
(lo)
niet
מְק֣וֹם
(meqom)
plaats van
זֶ֗רַע
(zera)
zaad
וּתְאֵנָ֤ה
(uteena)
en vijg
וְגֶ֨פֶן֙
(vegefen)
en wijnstok
וְרִמּ֔וֹן
(verimon)
en granaatappel
וּמַ֥יִם
(umayim)
en water
אַ֖יִן
(ayin)
er is niet
לִשְׁתּֽוֹת
(lishtot)
om te drinken
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.

Uitleg

Wij vertalen ‘u’ omdat het volk hier tot één man spreekt, tot Mozes, de leider.

In vers 4 staat het meervoud ‘jullie’ voor Mozes en Aäron samen.

6Mozes en Aäron gingen weg van de vergadering, naar de ingang van de tent van samenkomst, en vielen op hun gezicht. Toen verscheen de heerlijkheid van Yahweh aan hen.
וַיָּבֹא֩
(vayavo)
en kwam
מֹשֶׁ֨ה
(moshe)
Mozes
וְאַהֲרֹ֜ן
(veaharon)
en Aäron
מִפְּנֵ֣י
(mipenei)
van voor
הַקָּהָ֗ל
(haqahal)
de vergadering
אֶל
(el)
naar
פֶּ֨תַח֙
(petach)
de ingang van
אֹ֣הֶל
(ohel)
de tent van
מוֹעֵ֔ד
(moed)
samenkomst
וַֽיִּפְּל֖וּ
(vayipelu)
en zij vielen
עַל
(al)
op
פְּנֵיהֶ֑ם
(peneihem)
hun gezicht
וַיֵּרָ֥א
(vayera)
en verscheen
כְבוֹד
(kevod)
de heerlijkheid van
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
אֲלֵיהֶֽם
(aleihem)
aan hen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
7Yahweh sprak tot Mozes:
וַיְדַבֵּ֥ר
(vaydaber)
en sprak
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
אֶל
(el)
tot
מֹשֶׁ֥ה
(moshe)
Mozes
לֵּאמֹֽר
(lemor)
zeggende
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
8„Neem de staf. Roep de gemeenschap bijeen, jij en je broer Aäron. Jullie moeten voor hun ogen tot de rots spreken, en zij zal haar water geven. Zo laat je water voor hen uit de rots komen, en zo geef je de gemeenschap en hun vee te drinken.”
קַ֣ח
(qach)
neem
אֶת
(et)
(obj.)
הַמַּטֶּ֗ה
(hamate)
de staf
וְהַקְהֵ֤ל
(vehaqhel)
en roep bijeen
אֶת
(et)
(obj.)
הָעֵדָה֙
(haeda)
de gemeenschap
אַתָּה֙
(ata)
jij
וְאַהֲרֹ֣ן
(veaharon)
en Aäron
אָחִ֔יךָ
(achikha)
je broer
וְדִבַּרְתֶּ֧ם
(vedibartem)
en jullie zullen spreken
אֶל
(el)
tot
הַסֶּ֛לַע
(hasela)
de rots
לְעֵינֵיהֶ֖ם
(leeineihem)
voor hun ogen
וְנָתַ֣ן
(venatan)
en zij zal geven
מֵימָ֑יו
(meimav)
haar water
וְהוֹצֵאתָ֨
(vehotseta)
en je zult laten uitgaan
לָהֶ֥ם
(lahem)
voor hen
מַ֨יִם֙
(mayim)
water
מִן
(min)
uit
הַסֶּ֔לַע
(hasela)
de rots
וְהִשְׁקִיתָ֥
(vehishqita)
en je zult laten drinken
אֶת
(et)
(obj.)
הָעֵדָ֖ה
(haeda)
de gemeenschap
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
בְּעִירָֽם
(beiram)
hun vee
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing

הַמַּטֶּה (hammatteh), ‘de staf’, heeft een lidwoord.

Wij nemen aan dat het de staf van Aäron is die voor het getuigenis werd bewaard (Num. 17:25).

Vers 9 zegt dat Mozes hem ‘van voor het aangezicht van Yahweh’ nam.

Daar staat niet van wie de staf was.

9Mozes nam de staf van voor het aangezicht van Yahweh, zoals Hij hem had geboden.
וַיִּקַּ֥ח
(vayiqach)
en nam
מֹשֶׁ֛ה
(moshe)
Mozes
אֶת
(et)
(obj.)
הַמַּטֶּ֖ה
(hamate)
de staf
מִלִּפְנֵ֣י
(milifnei)
van voor het aangezicht van
יְהוָ֑ה
(Yahweh)
Yahweh
כַּאֲשֶׁ֖ר
(kaasher)
zoals
צִוָּֽהוּ
(tsivahu)
Hij hem gebood
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Zie ookNum 17:25
10Mozes en Aäron riepen de vergadering bijeen voor de rots. Hij zei tot hen: „Luister toch, jullie opstandigen! Moeten wij voor jullie water uit deze rots laten komen?”
וַיַּקְהִ֜לוּ
(vayaqhilu)
en zij riepen bijeen
מֹשֶׁ֧ה
(moshe)
Mozes
וְאַהֲרֹ֛ן
(veaharon)
en Aäron
אֶת
(et)
(obj.)
הַקָּהָ֖ל
(haqahal)
de vergadering
אֶל
(el)
naar
פְּנֵ֣י
(penei)
voor
הַסָּ֑לַע
(hasala)
de rots
וַיֹּ֣אמֶר
(vayomer)
en hij zei
לָהֶ֗ם
(lahem)
tot hen
שִׁמְעוּ
(shimu)
luister
נָא֙
(na)
toch
הַמֹּרִ֔ים
(hamorim)
de opstandigen
הֲמִן
(hamin)
is het van
הַסֶּ֣לַע
(hasela)
de rots
הַזֶּ֔ה
(haze)
deze
נוֹצִ֥יא
(notsi)
laten wij uitgaan
לָכֶ֖ם
(lakhem)
voor jullie
מָֽיִם
(mayim)
water
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

הַמֹּרִים (hammorim), ‘opstandigen’: van מָרָה (marah), ‘in opstand komen, weerspannig zijn’.

Het woord komt terug in vers 24: ‘jullie zijn in opstand gekomen’.

Het water komt na het slaan, niet na het spreken. In Exod. 17:6 moest Mozes de rots wel slaan.

11Mozes hief zijn hand op en sloeg twee keer met zijn staf op de rots. Er kwam veel water uit, en de gemeenschap dronk, en hun vee ook.
וַיָּ֨רֶם
(vayarem)
en hief op
מֹשֶׁ֜ה
(moshe)
Mozes
אֶת
(et)
(obj.)
יָד֗וֹ
(yado)
zijn hand
וַיַּ֧ךְ
(vayakh)
en sloeg
אֶת
(et)
(obj.)
הַסֶּ֛לַע
(hasela)
de rots
בְּמַטֵּ֖הוּ
(bematehu)
met zijn staf
פַּעֲמָ֑יִם
(paamayim)
tweemaal
וַיֵּצְאוּ֙
(vayetseu)
en kwamen uit
מַ֣יִם
(mayim)
water
רַבִּ֔ים
(rabim)
veel
וַתֵּ֥שְׁתְּ
(vatesht)
en dronk
הָעֵדָ֖ה
(haeda)
de gemeenschap
וּבְעִירָֽם
(uveiram)
en hun vee
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Yahweh spreekt over Mozes en Aäron

12Yahweh zei tot Mozes en tot Aäron: „Omdat jullie Mij niet hebben geloofd, om Mij heilig te houden voor de ogen van de zonen van Israël. Daarom zullen jullie deze vergadering niet brengen naar het land dat Ik hun heb gegeven.”
וַיֹּ֣אמֶר
(vayomer)
en zei
יְהוָה֮
(Yahweh)
Yahweh
אֶל
(el)
tot
מֹשֶׁ֣ה
(moshe)
Mozes
וְאֶֽל
(veel)
en tot
אַהֲרֹן֒
(aharon)
Aäron
יַ֚עַן
(yaan)
omdat
לֹא
(lo)
niet
הֶאֱמַנְתֶּ֣ם
(heemantem)
jullie hebben geloofd
בִּ֔י
(bi)
in Mij
לְהַ֨קְדִּישֵׁ֔נִי
(lehaqdisheni)
om Mij te heiligen
לְעֵינֵ֖י
(leeinei)
voor de ogen van
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
יִשְׂרָאֵ֑ל
(yisrael)
Israël
לָכֵ֗ן
(lakhen)
daarom
לֹ֤א
(lo)
niet
תָבִ֨יאוּ֙
(taviu)
zullen jullie brengen
אֶת
(et)
(obj.)
הַקָּהָ֣ל
(haqahal)
de vergadering
הַזֶּ֔ה
(haze)
deze
אֶל
(el)
naar
הָאָ֖רֶץ
(haarets)
het land
אֲשֶׁר
(asher)
dat
נָתַ֥תִּי
(natati)
Ik heb gegeven
לָהֶֽם
(lahem)
aan hen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

הֶאֱמַנְתֶּם (heemantem), ‘jullie hebben geloofd’: vertrouwen op Yahweh.

Het volgende woord, לְהַקְדִּישֵׁנִי (lehaqdisheni), is ‘om Mij heilig te houden’: letterlijk ‘om Mij te heiligen’.

Lezing

De tekst zegt niet precies wat de fout van Mozes en Aäron was.

Wij laten het zoals het er staat: zij geloofden niet, zij hielden Yahweh niet heilig voor de ogen van het volk.

13Dit is het water van Meriba, waar de zonen van Israël met Yahweh twistten en Hij Zich heilig toonde onder hen.
הֵ֚מָּה
(hema)
zij
מֵ֣י
(mei)
het water van
מְרִיבָ֔ה
(meriva)
Meriba
אֲשֶׁר
(asher)
dat
רָב֥וּ
(ravu)
twistten
בְנֵֽי
(benei)
de zonen van
יִשְׂרָאֵ֖ל
(yisrael)
Israël
אֶת
(et)
met
יְהוָ֑ה
(Yahweh)
Yahweh
וַיִּקָּדֵ֖שׁ
(vayiqadesh)
en Hij werd geheiligd
בָּֽם
(bam)
onder hen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Meriba bij Kades: de ligging staat niet vast.

Uitleg

מְרִיבָה (meriva), ‘twist’, van רִיב (riv), ‘twisten’.

Het woord ‘Meriba’ is dus ook een naam.

Vergelijk Exod. 17:7, waar de plaats Massa en Meriba heet.

Dat is een andere plaats dan hier.

וַיִּקָּדֵשׁ (vayyiqqadesh), ‘Hij werd geheiligd’: Yahweh liet zien dat Hij heilig is, doordat Hij het oordeel over Mozes en Aäron uitsprak.

Edom weigert de doortocht

14Vanuit Kades stuurde Mozes boden naar de koning van Edom: „Zo zegt uw broer Israël: U kent al de moeite die ons heeft getroffen.
וַיִּשְׁלַ֨ח
(vayishlach)
en zond
מֹשֶׁ֧ה
(moshe)
Mozes
מַלְאָכִ֛ים
(malakhim)
boden
מִקָּדֵ֖שׁ
(miqadesh)
vanuit Kades
אֶל
(el)
naar
מֶ֣לֶךְ
(melekh)
de koning van
אֱד֑וֹם
(edom)
Edom
כֹּ֤ה
(ko)
zo
אָמַר֙
(amar)
zegt
אָחִ֣יךָ
(achikha)
uw broer
יִשְׂרָאֵ֔ל
(yisrael)
Israël
אַתָּ֣ה
(ata)
u
יָדַ֔עְתָּ
(yadata)
kent
אֵ֥ת
(et)
(obj.)
כָּל
(kal)
al
הַתְּלָאָ֖ה
(hatelaa)
de moeite
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
die
מְצָאָֽתְנוּ
(metsaatenu)
ons heeft getroffen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Kades: Kades (Kades-Barnea) ligt in het noorden van de Sinaïwoestijn, ten zuiden van de Negev.

Zie Seïr: Seïr (Edom) is het bergland ten zuiden van de Dode Zee, in het zuiden van het huidige Jordanië.

Uitleg

Edom is het volk van Ezau, de broer van Jakob (Gen. 36:1).

Daarom noemt Mozes Israël ‘uw broer’.

Mozes spreekt de koning aan met ‘u’.

מַלְאָכִים (malakhim), ‘boden’: mensen die een boodschap brengen. In vers 16 betekent מַלְאָךְ (malakh) ‘engel’.

תְּלָאָה (telaah), ‘moeite’: wat het volk onderweg heeft meegemaakt.

15Onze vaderen zijn afgedaald naar Egypte en wij hebben lange tijd in Egypte gewoond. De Egyptenaren hebben ons en onze vaderen kwaad gedaan.
וַיֵּרְד֤וּ
(vayeredu)
en zij daalden af
אֲבֹתֵ֨ינוּ֙
(avoteinu)
onze vaderen
מִצְרַ֔יְמָה
(mitsrayma)
naar Egypte
וַנֵּ֥שֶׁב
(vaneshev)
en wij woonden
בְּמִצְרַ֖יִם
(bemitsrayim)
in Egypte
יָמִ֣ים
(yamim)
dagen
רַבִּ֑ים
(rabim)
vele
וַיָּרֵ֥עוּ
(vayareu)
en deden kwaad
לָ֛נוּ
(lanu)
aan ons
מִצְרַ֖יִם
(mitsrayim)
de Egyptenaren
וְלַאֲבֹתֵֽינוּ
(velaavoteinu)
en aan onze vaderen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.

16Wij riepen om hulp tot Yahweh en Hij hoorde onze stem. Hij stuurde een engel en leidde ons uit Egypte. Zie, nu zijn wij in Kades, een stad aan het uiterste van uw grens.
וַנִּצְעַ֤ק
(vanitsaq)
en wij riepen om hulp
אֶל
(el)
tot
יְהוָה֙
(Yahweh)
Yahweh
וַיִּשְׁמַ֣ע
(vayishma)
en Hij hoorde
קֹלֵ֔נוּ
(qolenu)
onze stem
וַיִּשְׁלַ֣ח
(vayishlach)
en Hij zond
מַלְאָ֔ךְ
(malakh)
een engel
וַיֹּצִאֵ֖נוּ
(vayotsienu)
en leidde ons uit
מִמִּצְרָ֑יִם
(mimitsrayim)
uit Egypte
וְהִנֵּה֙
(vehine)
en zie
אֲנַ֣חְנוּ
(anachnu)
wij
בְקָדֵ֔שׁ
(beqadesh)
in Kades
עִ֖יר
(ir)
een stad van
קְצֵ֥ה
(qetse)
het uiterste van
גְבוּלֶֽךָ
(gevulekha)
uw grens
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.

Zie Kades: Kades (Kades-Barnea) ligt in het noorden van de Sinaïwoestijn, ten zuiden van de Negev.

Uitleg

Met ‘een engel’ is de Engel van Yahweh bedoeld die Israël uit Egypte leidde (Exod. 23:20).

17Laat ons toch door uw land trekken. Wij trekken niet door akker of wijngaard en wij drinken geen water uit een put. Wij gaan over de koningsweg. Wij wijken niet af naar rechts of naar links, totdat wij door uw gebied zijn getrokken.”
נַעְבְּרָה
(nabera)
laat ons doortrekken
נָּ֣א
(na)
toch
בְאַרְצֶ֗ךָ
(beartsekha)
door uw land
לֹ֤א
(lo)
niet
נַעֲבֹר֙
(naavor)
wij zullen trekken
בְּשָׂדֶ֣ה
(besade)
door akker
וּבְכֶ֔רֶם
(uvekherem)
en wijngaard
וְלֹ֥א
(velo)
en niet
נִשְׁתֶּ֖ה
(nishte)
wij zullen drinken
מֵ֣י
(mei)
water van
בְאֵ֑ר
(beer)
een put
דֶּ֧רֶךְ
(derekh)
de weg van
הַמֶּ֣לֶךְ
(hamelekh)
de koning
נֵלֵ֗ךְ
(nelekh)
wij zullen gaan
לֹ֤א
(lo)
niet
נִטֶּה֙
(nite)
wij zullen afwijken
יָמִ֣ין
(yamin)
rechts
וּשְׂמֹ֔אול
(usemovl)
en links
עַ֥ד
(ad)
tot
אֲשֶֽׁר
(asher)
dat
נַעֲבֹ֖ר
(naavor)
wij zijn doorgetrokken
גְּבוּלֶֽךָ
(gevulekha)
uw gebied
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

De koningsweg liep over het plateau van het huidige Jordanië, van noord naar zuid.

Uitleg

דֶּרֶךְ הַמֶּלֶךְ (derekh hammelekh), ‘de koningsweg’: de grote hoofdweg die door Edom en Moab liep, ten oosten van de Jordaan.

18Edom zei tot hem: „Je mag niet door mijn land trekken, anders ga ik je met het zwaard tegemoet.”
וַיֹּ֤אמֶר
(vayomer)
en zei
אֵלָיו֙
(elav)
tot hem
אֱד֔וֹם
(edom)
Edom
לֹ֥א
(lo)
niet
תַעֲבֹ֖ר
(taavor)
je zult doortrekken
בִּ֑י
(bi)
door mij
פֶּן
(pen)
anders
בַּחֶ֖רֶב
(bacherev)
met het zwaard
אֵצֵ֥א
(etse)
ga ik uit
לִקְרָאתֶֽךָ
(liqratekha)
je tegemoet
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

בִּי (bi), ‘door mij’: letterlijk staat er ‘door mij heen’.

Edom bedoelt zijn land.

19De zonen van Israël zeiden tot hem: „Wij gaan over de gebaande weg omhoog. Als ik en mijn vee van uw water drinken, dan betaal ik ervoor. Het is niets bijzonders: ik wil alleen te voet doortrekken.”
וַיֹּאמְר֨וּ
(vayomru)
en zeiden
אֵלָ֥יו
(elav)
tot hem
בְּנֵֽי
(benei)
de zonen van
יִשְׂרָאֵ֘ל
(yisrael)
Israël
בַּֽמְסִלָּ֣ה
(bamsila)
over de gebaande weg
נַעֲלֶה֒
(naale)
wij gaan omhoog
וְאִם
(veim)
en als
מֵימֶ֤יךָ
(meimeikha)
van uw water
נִשְׁתֶּה֙
(nishte)
wij drinken
אֲנִ֣י
(ani)
ik
וּמִקְנַ֔י
(umiqnay)
en mijn vee
וְנָתַתִּ֖י
(venatati)
dan geef ik
מִכְרָ֑ם
(mikhram)
de prijs ervan
רַ֥ק
(raq)
alleen
אֵין
(ein)
er is niet
דָּבָ֖ר
(davar)
een zaak
בְּרַגְלַ֥י
(beraglay)
op mijn voeten
אֶֽעֱבֹֽרָה
(eevora)
laat mij doortrekken
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מְסִלָּה (mesillah), ‘gebaande weg’: een weg die is aangelegd en opgehoogd.

אֵין דָּבָר (ein davar), ‘het is niets’: er is geen bijzondere zaak, ik wil alleen doortrekken.

20Hij zei: „Je mag niet doortrekken.” Edom trok hem tegemoet met een talrijk volk en een sterke hand.
וַיֹּ֖אמֶר
(vayomer)
en hij zei
לֹ֣א
(lo)
niet
תַעֲבֹ֑ר
(taavor)
je zult doortrekken
וַיֵּצֵ֤א
(vayetse)
en trok uit
אֱדוֹם֙
(edom)
Edom
לִקְרָאת֔וֹ
(liqrato)
hem tegemoet
בְּעַ֥ם
(beam)
met een volk
כָּבֵ֖ד
(kaved)
zwaar
וּבְיָ֥ד
(uveyad)
en met een hand
חֲזָקָֽה
(chazaqa)
sterk
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
21Edom weigerde Israël toe te staan door zijn gebied te trekken. Israël week van hem af.
וַיְמָאֵ֣ן
(vaymaen)
en weigerde
אֱד֗וֹם
(edom)
Edom
נְתֹן֙
(neton)
te geven
אֶת
(et)
(obj.)
יִשְׂרָאֵ֔ל
(yisrael)
Israël
עֲבֹ֖ר
(avor)
doortocht
בִּגְבֻל֑וֹ
(bigvulo)
door zijn gebied
וַיֵּ֥ט
(vayet)
en week af
יִשְׂרָאֵ֖ל
(yisrael)
Israël
מֵעָלָֽיו
(mealav)
van hem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

De dood van Aäron op de berg Hor

22Zij braken op uit Kades. De zonen van Israël, heel de gemeenschap, kwamen bij de berg Hor.
וַיִּסְע֖וּ
(vayisu)
en zij braken op
מִקָּדֵ֑שׁ
(miqadesh)
van Kades
וַיָּבֹ֧אוּ
(vayavou)
en kwamen
בְנֵֽי
(benei)
de zonen van
יִשְׂרָאֵ֛ל
(yisrael)
Israël
כָּל
(kal)
heel
הָעֵדָ֖ה
(haeda)
de gemeenschap
הֹ֥ר
(hor)
Hor
הָהָֽר
(hahar)
de berg
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

De berg Hor (הֹר הָהָר, Hor hahar) ligt aan de grens van Edom.

De ligging is onzeker.

Een oude overlevering noemt de Jebel Harun, bij Petra in het huidige Jordanië.

Zie Kades: Kades (Kades-Barnea) ligt in het noorden van de Sinaïwoestijn, ten zuiden van de Negev.

Zie Berg Hor: De berg Hor lag aan de grens van Edom.

Van oudsher wordt hij gezocht bij de Jebel Haroen, bij Petra in Jordanië.

Dit is niet zeker.

23Yahweh sprak tot Mozes en tot Aäron bij de berg Hor, aan de grens van het land Edom:
וַיֹּ֧אמֶר
(vayomer)
en zei
יְהוָ֛ה
(Yahweh)
Yahweh
אֶל
(el)
tot
מֹשֶׁ֥ה
(moshe)
Mozes
וְאֶֽל
(veel)
en tot
אַהֲרֹ֖ן
(aharon)
Aäron
בְּהֹ֣ר
(behor)
bij de berg
הָהָ֑ר
(hahar)
Hor
עַל
(al)
aan
גְּב֥וּל
(gevul)
de grens van
אֶֽרֶץ
(erets)
het land van
אֱד֖וֹם
(edom)
Edom
לֵאמֹֽר
(lemor)
zeggende
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Berg Hor: De berg Hor lag aan de grens van Edom.

Van oudsher wordt hij gezocht bij de Jebel Haroen, bij Petra in Jordanië.

Dit is niet zeker.

Zie Seïr: Seïr (Edom) is het bergland ten zuiden van de Dode Zee, in het zuiden van het huidige Jordanië.

Zie ookNum 33:37
24„Aäron zal verzameld worden bij zijn volk. Hij zal niet komen in het land dat Ik aan de zonen van Israël heb gegeven. Want jullie zijn in opstand zijn gekomen tegen Mijn bevel bij het water van Meriba.
יֵאָסֵ֤ף
(yeasef)
hij zal worden verzameld
אַהֲרֹן֙
(aharon)
Aäron
אֶל
(el)
bij
עַמָּ֔יו
(amav)
zijn volk
כִּ֣י
(ki)
want
לֹ֤א
(lo)
niet
יָבֹא֙
(yavo)
hij zal komen
אֶל
(el)
naar
הָאָ֔רֶץ
(haarets)
het land
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
dat
נָתַ֖תִּי
(natati)
Ik heb gegeven
לִבְנֵ֣י
(livnei)
aan de zonen van
יִשְׂרָאֵ֑ל
(yisrael)
Israël
עַ֛ל
(al)
vanwege
אֲשֶׁר
(asher)
dat
מְרִיתֶ֥ם
(meritem)
jullie zijn opstandig geweest
אֶת
(et)
(obj.)
פִּ֖י
(pi)
Mijn bevel
לְמֵ֥י
(lemei)
bij het water van
מְרִיבָֽה
(meriva)
Meriba
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

יֵאָסֵף אֶל־עַמָּיו (jeasef el ammav), ‘hij zal verzameld worden bij zijn volk’: een vaste uitdrukking voor sterven (Gen. 25:8).

מְרִיבָה (meriva), ‘twist’: dezelfde naam als in vers 13.

25Neem Aäron en zijn zoon Eleazar mee en breng hen omhoog, de berg Hor op.
קַ֚ח
(qach)
neem
אֶֽת
(et)
(obj.)
אַהֲרֹ֔ן
(aharon)
Aäron
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
אֶלְעָזָ֖ר
(elazar)
Eleazar
בְּנ֑וֹ
(beno)
zijn zoon
וְהַ֥עַל
(vehaal)
en laat opgaan
אֹתָ֖ם
(otam)
hen
הֹ֥ר
(hor)
de berg
הָהָֽר
(hahar)
Hor
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Berg Hor: De berg Hor lag aan de grens van Edom.

Van oudsher wordt hij gezocht bij de Jebel Haroen, bij Petra in Jordanië.

Dit is niet zeker.

26Trek Aäron zijn kleren uit en trek ze zijn zoon Eleazar aan. Aäron zal verzameld worden en daar sterven.”
וְהַפְשֵׁ֤ט
(vehafshet)
en trek uit
אֶֽת
(et)
(obj.)
אַהֲרֹן֙
(aharon)
Aäron
אֶת
(et)
(obj.)
בְּגָדָ֔יו
(begadav)
zijn kleren
וְהִלְבַּשְׁתָּ֖ם
(vehilbashtam)
en kleed aan
אֶת
(et)
(obj.)
אֶלְעָזָ֣ר
(elazar)
Eleazar
בְּנ֑וֹ
(beno)
zijn zoon
וְאַהֲרֹ֥ן
(veaharon)
en Aäron
יֵאָסֵ֖ף
(yeasef)
zal worden verzameld
וּמֵ֥ת
(umet)
en zal sterven
שָֽׁם
(sham)
daar
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Met ‘zijn kleren’ zijn de heilige priesterkleren bedoeld (Exod. 29:29).

Eleazar volgt zijn vader op als hogepriester.

27Mozes deed zoals Yahweh had geboden. Zij gingen de berg Hor op, voor de ogen van heel de gemeenschap.
וַיַּ֣עַשׂ
(vayaas)
en deed
מֹשֶׁ֔ה
(moshe)
Mozes
כַּאֲשֶׁ֖ר
(kaasher)
zoals
צִוָּ֣ה
(tsiva)
gebood
יְהוָ֑ה
(Yahweh)
Yahweh
וַֽיַּעֲלוּ֙
(vayaalu)
en zij gingen op
אֶל
(el)
naar
הֹ֣ר
(hor)
de berg
הָהָ֔ר
(hahar)
Hor
לְעֵינֵ֖י
(leeinei)
voor de ogen van
כָּל
(kal)
heel
הָעֵדָֽה
(haeda)
de gemeenschap
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Berg Hor: De berg Hor lag aan de grens van Edom.

Van oudsher wordt hij gezocht bij de Jebel Haroen, bij Petra in Jordanië.

Dit is niet zeker.

28Mozes trok Aäron zijn kleren uit en trok ze zijn zoon Eleazar aan. Daar, boven op de berg, stierf Aäron. Mozes en Eleazar daalden van de berg af.
וַיַּפְשֵׁט֩
(vayafshet)
en trok uit
מֹשֶׁ֨ה
(moshe)
Mozes
אֶֽת
(et)
(obj.)
אַהֲרֹ֜ן
(aharon)
Aäron
אֶת
(et)
(obj.)
בְּגָדָ֗יו
(begadav)
zijn kleren
וַיַּלְבֵּ֤שׁ
(vayalbesh)
en kleedde aan
אֹתָם֙
(otam)
hen
אֶת
(et)
(obj.)
אֶלְעָזָ֣ר
(elazar)
Eleazar
בְּנ֔וֹ
(beno)
zijn zoon
וַיָּ֧מָת
(vayamat)
en stierf
אַהֲרֹ֛ן
(aharon)
Aäron
שָׁ֖ם
(sham)
daar
בְּרֹ֣אשׁ
(berosh)
op de top van
הָהָ֑ר
(hahar)
de berg
וַיֵּ֧רֶד
(vayered)
en daalde af
מֹשֶׁ֛ה
(moshe)
Mozes
וְאֶלְעָזָ֖ר
(veelazar)
en Eleazar
מִן
(min)
van
הָהָֽר
(hahar)
de berg
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
29Heel de gemeenschap zag dat Aäron was gestorven. Heel het huis van Israël beweende Aäron 30 dagen.
וַיִּרְאוּ֙
(vayiru)
en zagen
כָּל
(kal)
heel
הָ֣עֵדָ֔ה
(haeda)
de gemeenschap
כִּ֥י
(ki)
dat
גָוַ֖ע
(gava)
was gestorven
אַהֲרֹ֑ן
(aharon)
Aäron
וַיִּבְכּ֤וּ
(vayivku)
en zij beweenden
אֶֽת
(et)
(obj.)
אַהֲרֹן֙
(aharon)
Aäron
שְׁלֹשִׁ֣ים
(sheloshim)
dertig
י֔וֹם
(yom)
dag
כֹּ֖ל
(kol)
heel
בֵּ֥ית
(beit)
het huis van
יִשְׂרָאֵֽל
(yisrael)
Israël
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Het volk rouwt 30 dagen om Aäron.

Zie ook Deut. 34:8.