Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
De dood van Mirjam en water uit de rots
1De zonen van Israël, heel de gemeenschap, kwamen in de eerste maand in de woestijn Zin. Het volk bleef in Kades. Daar stierf Mirjam en daar werd zij begraven.
וַיָּבֹ֣אוּ
(vayavou)
en zij kwamen
בְנֵֽי
(benei)
de zonen van
יִ֠שְׂרָאֵל
(yisrael)
Israël
כָּל
(kal)
heel
הָ֨עֵדָ֤ה
(haeda)
de gemeenschap
מִדְבַּר
(midbar)
de woestijn van
צִן֙
(tsin)
Zin
בַּחֹ֣דֶשׁ
(bachodesh)
in de maand
הָֽרִאשׁ֔וֹן
(harishon)
de eerste
וַיֵּ֥שֶׁב
(vayeshev)
en bleef
הָעָ֖ם
(haam)
het volk
בְּקָדֵ֑שׁ
(beqadesh)
in Kades
וַתָּ֤מָת
(vatamat)
en stierf
שָׁם֙
(sham)
daar
מִרְיָ֔ם
(miryam)
Mirjam
וַתִּקָּבֵ֖ר
(vatiqaver)
en werd begraven
שָֽׁם
(sham)
daar
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Kades (Kades-Barnea) ligt waarschijnlijk bij Ain Qudeirat, in het noorden van de Sinaï, vlak bij de grens tussen Egypte en Israël.
De ligging is niet helemaal zeker.
De woestijn Zin ligt in het zuiden van Kanaän, ten noorden van de Sinaï.
Zie Woestijn Zin: De woestijn Zin lag in het zuiden van Kanaän, bij Kades.
De grenzen zijn niet precies bekend.
Uitleg
De tekst noemt het jaar niet.
Wij vertalen ‘in de eerste maand’ zoals het er staat.
5Waarom hebt u ons uit Egypte laten optrekken, om ons naar deze slechte plaats te brengen? Het is geen plaats om te zaaien, en er zijn geen vijgen, wijnstokken en granaatappels. En er is geen water om te drinken.”
וְלָמָ֤ה
(velama)
en waarom
הֶֽעֱלִיתֻ֨נוּ֙
(heelitunu)
hebt u ons laten optrekken
מִמִּצְרַ֔יִם
(mimitsrayim)
uit Egypte
לְהָבִ֣יא
(lehavi)
om te brengen
אֹתָ֔נוּ
(otanu)
ons
אֶל
(el)
naar
הַמָּק֥וֹם
(hamaqom)
de plaats
הָרָ֖ע
(hara)
slechte
הַזֶּ֑ה
(haze)
deze
לֹ֣א
(lo)
niet
מְק֣וֹם
(meqom)
plaats van
זֶ֗רַע
(zera)
zaad
וּתְאֵנָ֤ה
(uteena)
en vijg
וְגֶ֨פֶן֙
(vegefen)
en wijnstok
וְרִמּ֔וֹן
(verimon)
en granaatappel
וּמַ֥יִם
(umayim)
en water
אַ֖יִן
(ayin)
er is niet
לִשְׁתּֽוֹת
(lishtot)
om te drinken
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.
Uitleg
Wij vertalen ‘u’ omdat het volk hier tot één man spreekt, tot Mozes, de leider.
In vers 4 staat het meervoud ‘jullie’ voor Mozes en Aäron samen.
6Mozes en Aäron gingen weg van de vergadering, naar de ingang van de tent van samenkomst, en vielen op hun gezicht. Toen verscheen de heerlijkheid van Yahweh aan hen.
וַיָּבֹא֩
(vayavo)
en kwam
מֹשֶׁ֨ה
(moshe)
Mozes
וְאַהֲרֹ֜ן
(veaharon)
en Aäron
מִפְּנֵ֣י
(mipenei)
van voor
הַקָּהָ֗ל
(haqahal)
de vergadering
אֶל
(el)
naar
פֶּ֨תַח֙
(petach)
de ingang van
אֹ֣הֶל
(ohel)
de tent van
מוֹעֵ֔ד
(moed)
samenkomst
וַֽיִּפְּל֖וּ
(vayipelu)
en zij vielen
עַל
(al)
op
פְּנֵיהֶ֑ם
(peneihem)
hun gezicht
וַיֵּרָ֥א
(vayera)
en verscheen
כְבוֹד
(kevod)
de heerlijkheid van
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
אֲלֵיהֶֽם
(aleihem)
aan hen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
8„Neem de staf. Roep de gemeenschap bijeen, jij en je broer Aäron. Jullie moeten voor hun ogen tot de rots spreken, en zij zal haar water geven. Zo laat je water voor hen uit de rots komen, en zo geef je de gemeenschap en hun vee te drinken.”
קַ֣ח
(qach)
neem
אֶת
(et)
(obj.)
הַמַּטֶּ֗ה
(hamate)
de staf
וְהַקְהֵ֤ל
(vehaqhel)
en roep bijeen
אֶת
(et)
(obj.)
הָעֵדָה֙
(haeda)
de gemeenschap
אַתָּה֙
(ata)
jij
וְאַהֲרֹ֣ן
(veaharon)
en Aäron
אָחִ֔יךָ
(achikha)
je broer
וְדִבַּרְתֶּ֧ם
(vedibartem)
en jullie zullen spreken
אֶל
(el)
tot
הַסֶּ֛לַע
(hasela)
de rots
לְעֵינֵיהֶ֖ם
(leeineihem)
voor hun ogen
וְנָתַ֣ן
(venatan)
en zij zal geven
מֵימָ֑יו
(meimav)
haar water
וְהוֹצֵאתָ֨
(vehotseta)
en je zult laten uitgaan
לָהֶ֥ם
(lahem)
voor hen
מַ֨יִם֙
(mayim)
water
מִן
(min)
uit
הַסֶּ֔לַע
(hasela)
de rots
וְהִשְׁקִיתָ֥
(vehishqita)
en je zult laten drinken
אֶת
(et)
(obj.)
הָעֵדָ֖ה
(haeda)
de gemeenschap
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
בְּעִירָֽם
(beiram)
hun vee
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing
הַמַּטֶּה (hammatteh), ‘de staf’, heeft een lidwoord.
Wij nemen aan dat het de staf van Aäron is die voor het getuigenis werd bewaard (Num. 17:25).
Vers 9 zegt dat Mozes hem ‘van voor het aangezicht van Yahweh’ nam.
10Mozes en Aäron riepen de vergadering bijeen voor de rots. Hij zei tot hen: „Luister toch, jullie opstandigen! Moeten wij voor jullie water uit deze rots laten komen?”
וַיַּקְהִ֜לוּ
(vayaqhilu)
en zij riepen bijeen
מֹשֶׁ֧ה
(moshe)
Mozes
וְאַהֲרֹ֛ן
(veaharon)
en Aäron
אֶת
(et)
(obj.)
הַקָּהָ֖ל
(haqahal)
de vergadering
אֶל
(el)
naar
פְּנֵ֣י
(penei)
voor
הַסָּ֑לַע
(hasala)
de rots
וַיֹּ֣אמֶר
(vayomer)
en hij zei
לָהֶ֗ם
(lahem)
tot hen
שִׁמְעוּ
(shimu)
luister
נָא֙
(na)
toch
הַמֹּרִ֔ים
(hamorim)
de opstandigen
הֲמִן
(hamin)
is het van
הַסֶּ֣לַע
(hasela)
de rots
הַזֶּ֔ה
(haze)
deze
נוֹצִ֥יא
(notsi)
laten wij uitgaan
לָכֶ֖ם
(lakhem)
voor jullie
מָֽיִם
(mayim)
water
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
12Yahweh zei tot Mozes en tot Aäron: „Omdat jullie Mij niet hebben geloofd, om Mij heilig te houden voor de ogen van de zonen van Israël. Daarom zullen jullie deze vergadering niet brengen naar het land dat Ik hun heb gegeven.”
וַיֹּ֣אמֶר
(vayomer)
en zei
יְהוָה֮
(Yahweh)
Yahweh
אֶל
(el)
tot
מֹשֶׁ֣ה
(moshe)
Mozes
וְאֶֽל
(veel)
en tot
אַהֲרֹן֒
(aharon)
Aäron
יַ֚עַן
(yaan)
omdat
לֹא
(lo)
niet
הֶאֱמַנְתֶּ֣ם
(heemantem)
jullie hebben geloofd
בִּ֔י
(bi)
in Mij
לְהַ֨קְדִּישֵׁ֔נִי
(lehaqdisheni)
om Mij te heiligen
לְעֵינֵ֖י
(leeinei)
voor de ogen van
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
יִשְׂרָאֵ֑ל
(yisrael)
Israël
לָכֵ֗ן
(lakhen)
daarom
לֹ֤א
(lo)
niet
תָבִ֨יאוּ֙
(taviu)
zullen jullie brengen
אֶת
(et)
(obj.)
הַקָּהָ֣ל
(haqahal)
de vergadering
הַזֶּ֔ה
(haze)
deze
אֶל
(el)
naar
הָאָ֖רֶץ
(haarets)
het land
אֲשֶׁר
(asher)
dat
נָתַ֥תִּי
(natati)
Ik heb gegeven
לָהֶֽם
(lahem)
aan hen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
הֶאֱמַנְתֶּם (heemantem), ‘jullie hebben geloofd’: vertrouwen op Yahweh.
Het volgende woord, לְהַקְדִּישֵׁנִי (lehaqdisheni), is ‘om Mij heilig te houden’: letterlijk ‘om Mij te heiligen’.
Lezing
De tekst zegt niet precies wat de fout van Mozes en Aäron was.
Wij laten het zoals het er staat: zij geloofden niet, zij hielden Yahweh niet heilig voor de ogen van het volk.
16Wij riepen om hulp tot Yahweh en Hij hoorde onze stem. Hij stuurde een engel en leidde ons uit Egypte. Zie, nu zijn wij in Kades, een stad aan het uiterste van uw grens.
וַנִּצְעַ֤ק
(vanitsaq)
en wij riepen om hulp
אֶל
(el)
tot
יְהוָה֙
(Yahweh)
Yahweh
וַיִּשְׁמַ֣ע
(vayishma)
en Hij hoorde
קֹלֵ֔נוּ
(qolenu)
onze stem
וַיִּשְׁלַ֣ח
(vayishlach)
en Hij zond
מַלְאָ֔ךְ
(malakh)
een engel
וַיֹּצִאֵ֖נוּ
(vayotsienu)
en leidde ons uit
מִמִּצְרָ֑יִם
(mimitsrayim)
uit Egypte
וְהִנֵּה֙
(vehine)
en zie
אֲנַ֣חְנוּ
(anachnu)
wij
בְקָדֵ֔שׁ
(beqadesh)
in Kades
עִ֖יר
(ir)
een stad van
קְצֵ֥ה
(qetse)
het uiterste van
גְבוּלֶֽךָ
(gevulekha)
uw grens
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.
Zie Kades: Kades (Kades-Barnea) ligt in het noorden van de Sinaïwoestijn, ten zuiden van de Negev.
Uitleg
Met ‘een engel’ is de Engel van Yahweh bedoeld die Israël uit Egypte leidde (Exod. 23:20).
17Laat ons toch door uw land trekken. Wij trekken niet door akker of wijngaard en wij drinken geen water uit een put. Wij gaan over de koningsweg. Wij wijken niet af naar rechts of naar links, totdat wij door uw gebied zijn getrokken.”
נַעְבְּרָה
(nabera)
laat ons doortrekken
נָּ֣א
(na)
toch
בְאַרְצֶ֗ךָ
(beartsekha)
door uw land
לֹ֤א
(lo)
niet
נַעֲבֹר֙
(naavor)
wij zullen trekken
בְּשָׂדֶ֣ה
(besade)
door akker
וּבְכֶ֔רֶם
(uvekherem)
en wijngaard
וְלֹ֥א
(velo)
en niet
נִשְׁתֶּ֖ה
(nishte)
wij zullen drinken
מֵ֣י
(mei)
water van
בְאֵ֑ר
(beer)
een put
דֶּ֧רֶךְ
(derekh)
de weg van
הַמֶּ֣לֶךְ
(hamelekh)
de koning
נֵלֵ֗ךְ
(nelekh)
wij zullen gaan
לֹ֤א
(lo)
niet
נִטֶּה֙
(nite)
wij zullen afwijken
יָמִ֣ין
(yamin)
rechts
וּשְׂמֹ֔אול
(usemovl)
en links
עַ֥ד
(ad)
tot
אֲשֶֽׁר
(asher)
dat
נַעֲבֹ֖ר
(naavor)
wij zijn doorgetrokken
גְּבוּלֶֽךָ
(gevulekha)
uw gebied
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
De koningsweg liep over het plateau van het huidige Jordanië, van noord naar zuid.
Uitleg
דֶּרֶךְ הַמֶּלֶךְ (derekh hammelekh), ‘de koningsweg’: de grote hoofdweg die door Edom en Moab liep, ten oosten van de Jordaan.
18Edom zei tot hem: „Je mag niet door mijn land trekken, anders ga ik je met het zwaard tegemoet.”
וַיֹּ֤אמֶר
(vayomer)
en zei
אֵלָיו֙
(elav)
tot hem
אֱד֔וֹם
(edom)
Edom
לֹ֥א
(lo)
niet
תַעֲבֹ֖ר
(taavor)
je zult doortrekken
בִּ֑י
(bi)
door mij
פֶּן
(pen)
anders
בַּחֶ֖רֶב
(bacherev)
met het zwaard
אֵצֵ֥א
(etse)
ga ik uit
לִקְרָאתֶֽךָ
(liqratekha)
je tegemoet
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
בִּי (bi), ‘door mij’: letterlijk staat er ‘door mij heen’.
Edom bedoelt zijn land.
19De zonen van Israël zeiden tot hem: „Wij gaan over de gebaande weg omhoog. Als ik en mijn vee van uw water drinken, dan betaal ik ervoor. Het is niets bijzonders: ik wil alleen te voet doortrekken.”
וַיֹּאמְר֨וּ
(vayomru)
en zeiden
אֵלָ֥יו
(elav)
tot hem
בְּנֵֽי
(benei)
de zonen van
יִשְׂרָאֵ֘ל
(yisrael)
Israël
בַּֽמְסִלָּ֣ה
(bamsila)
over de gebaande weg
נַעֲלֶה֒
(naale)
wij gaan omhoog
וְאִם
(veim)
en als
מֵימֶ֤יךָ
(meimeikha)
van uw water
נִשְׁתֶּה֙
(nishte)
wij drinken
אֲנִ֣י
(ani)
ik
וּמִקְנַ֔י
(umiqnay)
en mijn vee
וְנָתַתִּ֖י
(venatati)
dan geef ik
מִכְרָ֑ם
(mikhram)
de prijs ervan
רַ֥ק
(raq)
alleen
אֵין
(ein)
er is niet
דָּבָ֖ר
(davar)
een zaak
בְּרַגְלַ֥י
(beraglay)
op mijn voeten
אֶֽעֱבֹֽרָה
(eevora)
laat mij doortrekken
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
מְסִלָּה (mesillah), ‘gebaande weg’: een weg die is aangelegd en opgehoogd.
אֵין דָּבָר (ein davar), ‘het is niets’: er is geen bijzondere zaak, ik wil alleen doortrekken.
24„Aäron zal verzameld worden bij zijn volk. Hij zal niet komen in het land dat Ik aan de zonen van Israël heb gegeven. Want jullie zijn in opstand zijn gekomen tegen Mijn bevel bij het water van Meriba.
יֵאָסֵ֤ף
(yeasef)
hij zal worden verzameld
אַהֲרֹן֙
(aharon)
Aäron
אֶל
(el)
bij
עַמָּ֔יו
(amav)
zijn volk
כִּ֣י
(ki)
want
לֹ֤א
(lo)
niet
יָבֹא֙
(yavo)
hij zal komen
אֶל
(el)
naar
הָאָ֔רֶץ
(haarets)
het land
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
dat
נָתַ֖תִּי
(natati)
Ik heb gegeven
לִבְנֵ֣י
(livnei)
aan de zonen van
יִשְׂרָאֵ֑ל
(yisrael)
Israël
עַ֛ל
(al)
vanwege
אֲשֶׁר
(asher)
dat
מְרִיתֶ֥ם
(meritem)
jullie zijn opstandig geweest
אֶת
(et)
(obj.)
פִּ֖י
(pi)
Mijn bevel
לְמֵ֥י
(lemei)
bij het water van
מְרִיבָֽה
(meriva)
Meriba
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
יֵאָסֵף אֶל־עַמָּיו (jeasef el ammav), ‘hij zal verzameld worden bij zijn volk’: een vaste uitdrukking voor sterven (Gen. 25:8).
מְרִיבָה (meriva), ‘twist’: dezelfde naam als in vers 13.