Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Jonatan pleit voor David
1Saul sprak tot zijn zoon Jonatan en tot al zijn dienaren over het doden van David. Maar Jonatan, de zoon van Saul, had zeer veel behagen in David.
וַיְדַבֵּ֣ר
(vaydaber)
en hij sprak
שָׁא֗וּל
(shaul)
Saul
אֶל
(el)
tot
יוֹנָתָ֤ן
(yonatan)
Jonatan
בְּנוֹ֙
(beno)
zijn zoon
וְאֶל
(veel)
en tot
כָּל
(kal)
alle
עֲבָדָ֔יו
(avadav)
zijn dienaren
לְהָמִ֖ית
(lehamit)
om te doden
אֶת
(et)
(obj.)
דָּוִ֑ד
(david)
David
וִיהֽוֹנָתָן֙
(vihonatan)
en Jonatan
בֶּן
(ben)
zoon van
שָׁא֔וּל
(shaul)
Saul
חָפֵ֥ץ
(chafets)
had behagen
בְּדָוִ֖ד
(bedavid)
in David
מְאֹֽד
(meod)
zeer
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
2Jonatan vertelde het aan David: „Mijn vader Saul probeert je te doden. Wees daarom morgenochtend op je hoede. Blijf op een schuilplaats en verberg je.
וַיַּגֵּ֤ד
(vayaged)
en hij vertelde
יְהוֹנָתָן֙
(yehonatan)
Jonatan
לְדָוִ֣ד
(ledavid)
aan David
לֵאמֹ֔ר
(lemor)
zeggende
מְבַקֵּ֛שׁ
(mevaqesh)
zoekt
שָׁא֥וּל
(shaul)
Saul
אָבִ֖י
(avi)
mijn vader
לַהֲמִיתֶ֑ךָ
(lahamitekha)
je te doden
וְעַתָּה֙
(veata)
en nu
הִשָּֽׁמֶר
(hishamer)
wees op je hoede
נָ֣א
(na)
toch
בַבֹּ֔קֶר
(baboqer)
in de morgen
וְיָשַׁבְתָּ֥
(veyashavta)
en blijf
בַסֵּ֖תֶר
(baseter)
in een schuilplaats
וְנַחְבֵּֽאתָ
(venachbeta)
en verberg je
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
3Dan ga ik naar buiten en blijf naast mijn vader staan op het veld waar jij bent. Ik zal met mijn vader over jou spreken. Ik zal zien wat er is en het je vertellen.”
וַאֲנִ֨י
(vaani)
en ik
אֵצֵ֜א
(etse)
zal uitgaan
וְעָמַדְתִּ֣י
(veamadti)
en zal staan
לְיַד
(leyad)
naast
אָבִ֗י
(avi)
mijn vader
בַּשָּׂדֶה֙
(basade)
in het veld
אֲשֶׁ֣ר
(asher)
waar
אַתָּ֣ה
(ata)
jij
שָׁ֔ם
(sham)
daar
וַאֲנִ֕י
(vaani)
en ik
אֲדַבֵּ֥ר
(adaber)
zal spreken
בְּךָ֖
(bekha)
over je
אֶל
(el)
tot
אָבִ֑י
(avi)
mijn vader
וְרָאִ֥יתִי
(veraiti)
en ik zal zien
מָ֖ה
(ma)
wat
וְהִגַּ֥דְתִּי
(vehigadti)
en ik zal vertellen
לָֽךְ
(lakh)
je
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
4Jonatan sprak goed over David tegen zijn vader Saul. Hij zei: „Laat de koning niet zondigen tegen zijn dienaar David. Want hij heeft niet tegen u gezondigd, en wat hij deed, is zeer goed voor u.
וַיְדַבֵּ֨ר
(vaydaber)
en hij sprak
יְהוֹנָתָ֤ן
(yehonatan)
Jonatan
בְּדָוִד֙
(bedavid)
over David
ט֔וֹב
(tov)
goed
אֶל
(el)
tot
שָׁא֖וּל
(shaul)
Saul
אָבִ֑יו
(aviv)
zijn vader
וַיֹּ֣אמֶר
(vayomer)
en hij zei
אֵ֠לָיו
(elav)
tot hem
אַל
(al)
niet
יֶחֱטָ֨א
(yecheta)
laat zondigen
הַמֶּ֜לֶךְ
(hamelekh)
de koning
בְּעַבְדּ֣וֹ
(beavdo)
tegen zijn dienaar
בְדָוִ֗ד
(bedavid)
tegen David
כִּ֣י
(ki)
want
ל֤וֹא
(lo)
niet
חָטָא֙
(chata)
hij heeft gezondigd
לָ֔ךְ
(lakh)
tegen u
וְכִ֥י
(vekhi)
en want
מַעֲשָׂ֖יו
(maasav)
zijn daden
טוֹב
(tov)
goed
לְךָ֥
(lekha)
voor u
מְאֹֽד
(meod)
zeer
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Jonatan spreekt zijn vader, de koning, aan met ‘u’.
5Hij nam zijn leven in zijn hand en versloeg de Filistijn. Yahweh bracht een grote redding voor heel Israël. U hebt het gezien en u was blij. Waarom zou u zondigen tegen onschuldig bloed door David zonder reden te doden?”
וַיָּשֶׂם֩
(vayasem)
en hij zette
אֶת
(et)
(obj.)
נַפְשׁ֨וֹ
(nafsho)
zijn leven
בְכַפּ֜וֹ
(bekhapo)
in zijn hand
וַיַּ֣ךְ
(vayakh)
en hij versloeg
אֶת
(et)
(obj.)
הַפְּלִשְׁתִּ֗י
(hapelishti)
de Filistijn
וַיַּ֨עַשׂ
(vayaas)
en hij bracht
יְהוָ֜ה
(Yahweh)
Yahweh
תְּשׁוּעָ֤ה
(teshua)
redding
גְדוֹלָה֙
(gedola)
grote
לְכָל
(lekhal)
voor heel
יִשְׂרָאֵ֔ל
(yisrael)
Israël
רָאִ֖יתָ
(raita)
u hebt gezien
וַתִּשְׂמָ֑ח
(vatismach)
en u was blij
וְלָ֤מָּה
(velama)
en waarom
תֶֽחֱטָא֙
(techeta)
zou u zondigen
בְּדָ֣ם
(bedam)
tegen bloed
נָקִ֔י
(naqi)
onschuldig
לְהָמִ֥ית
(lehamit)
om te doden
אֶת
(et)
(obj.)
דָּוִ֖ד
(david)
David
חִנָּֽם
(chinam)
zonder reden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
‘Zijn leven in zijn hand nemen’ betekent: een groot risico nemen.
10Saul probeerde David en de muur met de speer te treffen. David glipte weg voor Saul, en Saul trof met de speer de muur. David vluchtte en ontkwam in die nacht.
וַיְבַקֵּ֨שׁ
(vayvaqesh)
en hij probeerde
שָׁא֜וּל
(shaul)
Saul
לְהַכּ֤וֹת
(lehakot)
te treffen
בַּֽחֲנִית֙
(bachanit)
met de speer
בְּדָוִ֣ד
(bedavid)
David
וּבַקִּ֔יר
(uvaqir)
en de muur
וַיִּפְטַר֙
(vayiftar)
en hij glipte weg
מִפְּנֵ֣י
(mipenei)
voor
שָׁא֔וּל
(shaul)
Saul
וַיַּ֥ךְ
(vayakh)
en hij trof
אֶֽת
(et)
(obj.)
הַחֲנִ֖ית
(hachanit)
de speer
בַּקִּ֑יר
(baqir)
in de muur
וְדָוִ֛ד
(vedavid)
en David
נָ֥ס
(nas)
vluchtte
וַיִּמָּלֵ֖ט
(vayimalet)
en ontkwam
בַּלַּ֥יְלָה
(balayla)
in de nacht
הֽוּא
(hu)
die
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
11Saul stuurde boodschappers naar het huis van David om hem te bewaken en 's morgens te doden. Zijn vrouw Michal vertelde het aan David: „Als jij vannacht je leven niet in veiligheid brengt, word je morgen gedood.”
וַיִּשְׁלַח֩
(vayishlach)
en hij zond
שָׁא֨וּל
(shaul)
Saul
מַלְאָכִ֜ים
(malakhim)
boodschappers
אֶל
(el)
naar
בֵּ֤ית
(beit)
het huis van
דָּוִד֙
(david)
David
לְשָׁמְר֔וֹ
(leshamero)
om hem te bewaken
וְלַהֲמִית֖וֹ
(velahamito)
en om hem te doden
בַּבֹּ֑קֶר
(baboqer)
in de morgen
וַתַּגֵּ֣ד
(vataged)
en ze vertelde
לְדָוִ֗ד
(ledavid)
aan David
מִיכַ֤ל
(mikhal)
Michal
אִשְׁתּוֹ֙
(ishto)
zijn vrouw
לֵאמֹ֔ר
(lemor)
zeggende
אִם
(im)
als
אֵ֨ינְךָ֜
(einekha)
niet jij
מְמַלֵּ֤ט
(memalet)
in veiligheid brengt
אֶֽת
(et)
(obj.)
נַפְשְׁךָ֙
(nafshekha)
je leven
הַלַּ֔יְלָה
(halayla)
de nacht
מָחָ֖ר
(machar)
morgen
אַתָּ֥ה
(ata)
jij
מוּמָֽת
(mumat)
word je gedood
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Boodschappers sturen om iemands huis te bewaken: zie het opschrift van Psalm 59.
16De boodschappers kwamen. En zie, de terafim lagen op het bed, met het geitenharen kleed bij het hoofdeind.
וַיָּבֹ֨אוּ֙
(vayavou)
en ze kwamen
הַמַּלְאָכִ֔ים
(hamalakhim)
de boodschappers
וְהִנֵּ֥ה
(vehine)
en zie
הַתְּרָפִ֖ים
(haterafim)
de terafim
אֶל
(el)
op
הַמִּטָּ֑ה
(hamita)
het bed
וּכְבִ֥יר
(ukhevir)
en het kleed van
הָעִזִּ֖ים
(haizim)
de geit
מְרַאֲשֹׁתָֽיו
(meraashotav)
bij zijn hoofd
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
17Saul zei tegen Michal: „Waarom heb je mij zo bedrogen? Je hebt mijn vijand laten gaan, zodat hij is ontkomen.” Michal zei tegen Saul: „Hij zei tegen mij: ‘Laat mij gaan. Waarom zou ik je doden?’”
וַיֹּ֨אמֶר
(vayomer)
en hij zei
שָׁא֜וּל
(shaul)
Saul
אֶל
(el)
tot
מִיכַ֗ל
(mikhal)
Michal
לָ֤מָּה
(lama)
waarom
כָּ֨כָה֙
(kakha)
zo
רִמִּיתִ֔נִי
(rimitini)
heb je mij bedrogen
וַתְּשַׁלְּחִ֥י
(vateshalechi)
en je hebt laten gaan
אֶת
(et)
(obj.)
אֹיְבִ֖י
(oyevi)
mijn vijand
וַיִּמָּלֵ֑ט
(vayimalet)
en hij is ontkomen
וַתֹּ֤אמֶר
(vatomer)
en ze zei
מִיכַל֙
(mikhal)
Michal
אֶל
(el)
tot
שָׁא֔וּל
(shaul)
Saul
הוּא
(hu)
hij
אָמַ֥ר
(amar)
zei
אֵלַ֛י
(elay)
tot mij
שַׁלְּחִ֖נִי
(shalechini)
laat mij gaan
לָמָ֥ה
(lama)
waarom
אֲמִיתֵֽךְ
(amitekh)
zou ik je doden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Michal geeft Saul een andere reden dan in vers 11–12.
20Saul stuurde boodschappers om David te halen. Zij zagen de groep profeten die profeteerde. Samuël stond daar als hun leider. De geest van Elohim kwam over de boodschappers van Saul, en ook zij profeteerden.
וַיִּשְׁלַ֨ח
(vayishlach)
en hij zond
שָׁא֣וּל
(shaul)
Saul
מַלְאָכִים֮
(malakhim)
boodschappers
לָקַ֣חַת
(laqachat)
om te nemen
אֶת
(et)
(obj.)
דָּוִד֒
(david)
David
וַיַּ֗רְא
(vayar)
en hij zag
אֶֽת
(et)
(obj.)
לַהֲקַ֤ת
(lahaqat)
de groep van
הַנְּבִיאִים֙
(haneviim)
de profeten
נִבְּאִ֔ים
(nibeim)
profeterend
וּשְׁמוּאֵ֕ל
(ushemuel)
en Samuël
עֹמֵ֥ד
(omed)
staand
נִצָּ֖ב
(nitsav)
leider
עֲלֵיהֶ֑ם
(aleihem)
over hen
וַתְּהִ֞י
(vatehi)
en kwam
עַֽל
(al)
over
מַלְאֲכֵ֤י
(malakhei)
de boodschappers van
שָׁאוּל֙
(shaul)
Saul
ר֣וּחַ
(ruach)
de geest van
אֱלֹהִ֔ים
(Elohim)
Elohim
וַיִּֽתְנַבְּא֖וּ
(vayitnabeu)
en ze profeteerden
גַּם
(gam)
ook
הֵֽמָּה
(hema)
zij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
לַהֲקַת הַנְּבִיאִים (lahakat hannevi'im), ‘de groep profeten’: een gemeenschap van profeten.
Zie ook 1 Sam. 10:5 en 10:10.
וַיִּתְנַבְּאוּ (vayitnabbe'u), ‘zij profeteerden’: zoals bij Saul in 1 Sam. 10:10. Het gaat om een bijzonder, door de geest gegeven spreken. De tekst vertelt de inhoud niet.
21Men vertelde het aan Saul. Hij stuurde andere boodschappers, en ook zij profeteerden. Saul stuurde voor de derde keer boodschappers, en ook zij profeteerden.
וַיַּגִּ֣דוּ
(vayagidu)
en ze vertelden
לְשָׁא֗וּל
(leshaul)
aan Saul
וַיִּשְׁלַח֙
(vayishlach)
en hij zond
מַלְאָכִ֣ים
(malakhim)
boodschappers
אֲחֵרִ֔ים
(acherim)
andere
וַיִּֽתְנַבְּא֖וּ
(vayitnabeu)
en ze profeteerden
גַּם
(gam)
ook
הֵ֑מָּה
(hema)
zij
וַיֹּ֣סֶף
(vayosef)
en hij voegde toe
שָׁא֗וּל
(shaul)
Saul
וַיִּשְׁלַח֙
(vayishlach)
en hij zond
מַלְאָכִ֣ים
(malakhim)
boodschappers
שְׁלִשִׁ֔ים
(shelishim)
derde
וַיִּֽתְנַבְּא֖וּ
(vayitnabeu)
en ze profeteerden
גַּם
(gam)
ook
הֵֽמָּה
(hema)
zij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
24Ook hij trok zijn kleren uit en profeteerde ook, voor Samuël. Hij lag naakt, de hele dag en de hele nacht. Daarom zegt men: „Is ook Saul onder de profeten?”
וַיִּפְשַׁ֨ט
(vayifshat)
en hij trok uit
גַּם
(gam)
ook
ה֜וּא
(hu)
hij
בְּגָדָ֗יו
(begadav)
zijn kleren
וַיִּתְנַבֵּ֤א
(vayitnabe)
en hij profeteerde
גַם
(gam)
ook
הוּא֙
(hu)
hij
לִפְנֵ֣י
(lifnei)
voor
שְׁמוּאֵ֔ל
(shemuel)
Samuël
וַיִּפֹּ֣ל
(vayipol)
en hij viel
עָרֹ֔ם
(arom)
naakt
כָּל
(kal)
alle
הַיּ֥וֹם
(hayom)
die dag
הַה֖וּא
(hahu)
die
וְכָל
(vekhal)
en alle
הַלָּ֑יְלָה
(halayela)
de nacht
עַל
(al)
om
כֵּן֙
(ken)
dit
יֹֽאמְר֔וּ
(yomru)
zegt men
הֲגַ֥ם
(hagam)
ook
שָׁא֖וּל
(shaul)
Saul
בַּנְּבִיאִֽם
(baneviim)
onder de profeten
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
עָרֹם (arom), ‘naakt’: ook ‘zonder bovenkleed’.
Saul trok zijn kleren uit.
Het gezegde ‘Is ook Saul onder de profeten?’ staat eerder in 1 Sam. 10:11–12. Daar krijgt het een andere uitleg.