Elohim Bijbel

Job 3

123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142

Job vervloekt de dag van zijn geboorte

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Job vervloekt de dag van zijn geboorte

1Daarna deed Job zijn mond open en vervloekte de dag waarop hij geboren was.
אַחֲרֵי
(acharei)
daarna
כֵ֗ן
(ken)
zo
פָּתַ֤ח
(patach)
opende
אִיּוֹב֙
(iyov)
Job
אֶת
(et)
(lijdend voorwerp)
פִּ֔יהוּ
(pihu)
zijn mond
וַיְקַלֵּ֖ל
(vayqalel)
en vervloekte
אֶת
(et)
(lijdend voorwerp)
יוֹמֽוֹ
(yomo)
zijn dag
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Job vervloekt niet Elohim, maar de dag van zijn geboorte.

Daarmee houdt hij zich aan wat hij in 1:21–22 en 2:10 volhield.

Met hoofdstuk 3 begint het dichterlijke deel van het boek, dat doorloopt tot 42:6.

2Job nam het woord en zei:
וַיַּ֥עַן
(vayaan)
en antwoordde
אִיּ֗וֹב
(iyov)
Job
וַיֹּאמַֽר
(vayomar)
en zei
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Zie ookRe 18:14
3„Ga verloren, de dag waarop ik geboren ben, en de nacht die zei: ‘Er is een jongen verwekt!’
יֹ֣אבַד
(yovad)
ga verloren
י֭וֹם
(yom)
de dag
אִוָּ֣לֶד
(ivaled)
ik werd geboren
בּ֑וֹ
(bo)
daarin
וְהַלַּ֥יְלָה
(vehalayla)
en de nacht
אָ֝מַ֗ר
(amar)
zei
הֹ֣רָה
(hora)
is ontvangen
גָֽבֶר
(gaver)
een jongen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
4Die dag moge duisternis zijn. Moge Eloah daarboven niet naar hem vragen en geen licht erover schijnen.
הַיּ֥וֹם
(hayom)
die dag
הַה֗וּא
(hahu)
die
יְֽהִ֫י
(yehi)
zij
חֹ֥שֶׁךְ
(choshekh)
duisternis
אַֽל
(al)
niet
יִדְרְשֵׁ֣הוּ
(yidreshehu)
vrage naar hem
אֱל֣וֹהַּ
(eloha)
Eloah
מִמָּ֑עַל
(mimaal)
van boven
וְאַל
(veal)
en niet
תּוֹפַ֖ע
(tofa)
schijne
עָלָ֣יו
(alav)
op hem
נְהָרָֽה
(nehara)
licht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אֱלוֹהַּ (Eloah) is een enkelvoudige vorm naast het gewone אֱלֹהִים (Elohim).

In Job komt hij vaak voor.

5Mogen duisternis en diepe schaduw hem opeisen. Moge een wolk op hem blijven rusten en mogen de verduisteringen van de dag hem schrik aanjagen.
יִגְאָלֻ֡הוּ
(yigaluhu)
laten opeisen hem
חֹ֣שֶׁךְ
(choshekh)
duisternis
וְ֭צַלְמָוֶת
(vetsalmavet)
en diepe schaduw
תִּשְׁכָּן
(tishkan)
laat wonen
עָלָ֣יו
(alav)
op hem
עֲנָנָ֑ה
(anana)
een wolk
יְ֝בַעֲתֻ֗הוּ
(yevaatuhu)
laten schrikken hem
כִּֽמְרִ֥ירֵי
(kimrirei)
verduisteringen van
יֽוֹם
(yom)
de dag
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

צַלְמָוֶת (tsalmavet), ‘diepe schaduw’, wordt door de Masoretische klinkers gelezen als ‘schaduw van de dood’ (tsal-mavet).

Veel uitleggers lezen het als tsalmut, ‘diepe duisternis’.

Beide lezingen passen bij het beeld.

6Die nacht: moge dikke duisternis hem grijpen. Moge hij zich niet voegen bij de dagen van het jaar en niet komen in het getal van de maanden.
הַלַּ֥יְלָה
(halayla)
die nacht
הַהוּא֮
(hahu)
die
יִקָּחֵ֪ה֫וּ
(yiqachehu)
grijpe hem
אֹ֥פֶל
(ofel)
dikke duisternis
אַל
(al)
niet
יִ֭חַדְּ
(yichad)
voege zich
בִּימֵ֣י
(bimei)
bij de dagen van
שָׁנָ֑ה
(shana)
het jaar
בְּמִסְפַּ֥ר
(bemispar)
in het getal van
יְ֝רָחִ֗ים
(yerachim)
maanden
אַל
(al)
niet
יָבֹֽא
(yavo)
kome
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing

יִחַד (yichad) kan komen van חָדָה (chadah), ‘zich verheugen’ (‘moge hij zich niet verheugen onder de dagen van het jaar’), of van יָחַד (yachad), ‘zich verenigen’.

Wij kiezen de tweede: de nacht hoort niet meer bij de kalender.

7Zie, die nacht moge onvruchtbaar zijn en geen gejuich moge erin klinken.
הִנֵּ֤ה
(hine)
zie
הַלַּ֣יְלָה
(halayla)
die nacht
הַ֭הוּא
(hahu)
die
יְהִ֣י
(yehi)
zij
גַלְמ֑וּד
(galmud)
onvruchtbaar
אַל
(al)
niet
תָּבֹ֖א
(tavo)
kome
רְנָנָ֣ה
(renana)
gejuich
בֽוֹ
(bo)
daarin
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
8Mogen zij die de dag vervloeken hem vervloeken, zij die bekwaam zijn om Leviatan wakker te maken.
יִקְּבֻ֥הוּ
(yiqevuhu)
laten vervloeken hem
אֹרְרֵי
(orerei)
vervloekers van
י֑וֹם
(yom)
dag
הָ֝עֲתִידִ֗ים
(haatidim)
de bekwamen
עֹרֵ֥ר
(orer)
om op te wekken
לִוְיָתָֽן
(livyatan)
Leviatan
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

לִוְיָתָן (livyatan), Leviatan, is een zeemonster dat de chaos voorstelt (Job 41; Ps. 74:14; Jes. 27:1).

Wie dag en nacht kan vervloeken, zou ook dit wezen kunnen wakker maken.

9Mogen de sterren van zijn schemering donker worden. Moge hij op licht hopen en niets krijgen, en de oogleden van de dageraad niet zien.
יֶחְשְׁכוּ֮
(yechshekhu)
laten verduisteren
כּוֹכְבֵ֪י
(kokhevei)
sterren van
נִ֫שְׁפּ֥וֹ
(nishpo)
zijn schemering
יְקַו
(yeqav)
hope
לְא֥וֹר
(leor)
op licht
וָאַ֑יִן
(vaayin)
en niets
וְאַל
(veal)
en niet
יִ֝רְאֶ֗ה
(yire)
zie
בְּעַפְעַפֵּי
(beafapei)
de oogleden van
שָֽׁחַר
(shachar)
dageraad
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
10Want hij sloot de deuren van de schoot die mij droeg niet, en hij verborg de last niet voor mijn ogen.
כִּ֤י
(ki)
want
לֹ֣א
(lo)
niet
סָ֭גַר
(sagar)
sloot
דַּלְתֵ֣י
(daltei)
deuren van
בִטְנִ֑י
(bitni)
mijn buik
וַיַּסְתֵּ֥ר
(vayaster)
en verborg
עָ֝מָ֗ל
(amal)
moeite
מֵעֵינָֽי
(meeinay)
voor mijn ogen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Waarom ben ik niet gestorven?

11Waarom ben ik niet gestorven vanuit de moederschoot? Waarom ben ik niet omgekomen bij de geboorte?
לָ֤מָּה
(lama)
waarom
לֹּ֣א
(lo)
niet
מֵרֶ֣חֶם
(merechem)
uit de moederschoot
אָמ֑וּת
(amut)
stierf ik
מִבֶּ֖טֶן
(mibeten)
uit de buik
יָצָ֣אתִי
(yatsati)
kwam ik uit
וְאֶגְוָֽע
(veegva)
en gaf de geest
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
12Waarom kwamen er knieën om mij op te vangen? En waarom borsten, zodat ik kon zuigen?
מַ֭דּוּעַ
(madua)
waarom
קִדְּמ֣וּנִי
(qidemuni)
kwamen mij tegemoet
בִרְכָּ֑יִם
(birkayim)
knieën
וּמַה
(uma)
en waarom
שָּׁ֝דַ֗יִם
(shadayim)
borsten
כִּ֣י
(ki)
dat
אִינָֽק
(inaq)
ik zoog
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De ‘knieën’ zijn die van de vader of van de vroedvrouw, die de pasgeborene op de knieën nam (Gen. 50:23).

13Want nu zou ik liggen en rustig zijn. Ik zou slapen en dan rust hebben,
כִּֽי
(ki)
want
עַ֭תָּה
(ata)
nu
שָׁכַ֣בְתִּי
(shakhavti)
zou ik liggen
וְאֶשְׁק֑וֹט
(veeshqot)
en rustig zijn
יָ֝שַׁ֗נְתִּי
(yashanti)
zou ik slapen
אָ֤ז
(az)
dan
יָנ֬וּחַֽ
(yanuach)
zou rust zijn
לִֽי
(li)
voor mij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
14samen met koningen en raadsheren van de aarde, die ruïnes voor zichzelf hebben herbouwd,
עִם
(im)
met
מְ֭לָכִים
(melakhim)
koningen
וְיֹ֣עֲצֵי
(veyoatsei)
en raadsheren van
אָ֑רֶץ
(arets)
de aarde
הַבֹּנִ֖ים
(habonim)
die bouwden
חֳרָב֣וֹת
(choravot)
ruïnes
לָֽמוֹ
(lamo)
voor zich
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

חָרְבוֹת (chorvot) betekent ‘ruïnes’.

Sommigen vertalen ‘grafmonumenten’ of ‘woestenijen’ die de koningen voor zichzelf lieten aanleggen.

15of met vorsten die goud hadden, die hun huizen met zilver vulden.
א֣וֹ
(o)
of
עִם
(im)
met
שָׂ֭רִים
(sarim)
vorsten
זָהָ֣ב
(zahav)
goud
לָהֶ֑ם
(lahem)
hadden zij
הַֽמְמַלְאִ֖ים
(hammalim)
die vulden
בָּתֵּיהֶ֣ם
(bateihem)
hun huizen
כָּֽסֶף
(kasef)
met zilver
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
16Of ik was er nooit geweest, als een verborgen misgeboorte, als kinderen die nooit licht hebben gezien.
א֤וֹ
(o)
of
כְנֵ֣פֶל
(kenefel)
als een misgeboorte
טָ֭מוּן
(tamun)
verborgen
לֹ֣א
(lo)
niet
אֶהְיֶ֑ה
(ehye)
zou ik zijn
כְּ֝עֹלְלִ֗ים
(keolelim)
als kinderen
לֹא
(lo)
niet
רָ֥אוּ
(rau)
zagen
אֽוֹר
(or)
licht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
17Daar houden de goddelozen op met razen, en daar rusten de uitgeputten.
שָׁ֣ם
(sham)
daar
רְ֭שָׁעִים
(reshaim)
goddelozen
חָ֣דְלוּ
(chadelu)
houden op
רֹ֑גֶז
(rogez)
met razen
וְשָׁ֥ם
(vesham)
en daar
יָ֝נ֗וּחוּ
(yanuchu)
rusten
יְגִ֣יעֵי
(yegiei)
de uitgeputten van
כֹֽחַ
(koach)
kracht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
18Samen leven de gevangenen daar zorgeloos. Ze horen de stem van de drijver niet.
יַ֭חַד
(yachad)
samen
אֲסִירִ֣ים
(asirim)
gevangenen
שַׁאֲנָ֑נוּ
(shaananu)
zijn zorgeloos
לֹ֥א
(lo)
niet
שָׁ֝מְע֗וּ
(shameu)
horen
ק֣וֹל
(qol)
stem van
נֹגֵֽשׂ
(noges)
de drijver
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
19Klein en groot zijn daar gelijk, en de slaaf is vrij van zijn heer.
קָטֹ֣ן
(qaton)
klein
וְ֭גָדוֹל
(vegadol)
en groot
שָׁ֣ם
(sham)
daar
ה֑וּא
(hu)
hij is
וְ֝עֶ֗בֶד
(veeved)
en slaaf
חָפְשִׁ֥י
(chafeshi)
vrij
מֵאֲדֹנָֽיו
(meadonav)
van zijn heer
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Waarom licht voor wie lijdt?

20Waarom wordt licht gegeven aan wie lijdt, en leven aan wie bitter van ziel is,
לָ֤מָּה
(lama)
waarom
יִתֵּ֣ן
(yiten)
wordt gegeven
לְעָמֵ֣ל
(leamel)
aan de ellendige
א֑וֹר
(or)
licht
וְ֝חַיִּ֗ים
(vechayim)
en leven
לְמָ֣רֵי
(lemarei)
aan bitteren van
נָֽפֶשׁ
(nafesh)
ziel
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Er staat geen onderwerp: ‘Waarom wordt gegeven …?’

Vers 23 laat zien dat Eloah bedoeld is.

21aan wie op de dood wachten, maar hij komt niet, die ernaar graven meer dan naar verborgen schatten,
הַֽמְחַכִּ֣ים
(hamchakim)
de wachtenden
לַמָּ֣וֶת
(lamavet)
op de dood
וְאֵינֶ֑נּוּ
(veeinenu)
maar niet is hij
וַֽ֝יַּחְפְּרֻ֗הוּ
(vayachperuhu)
en graven ernaar
מִמַּטְמוֹנִֽים
(mimatmonim)
meer dan naar verborgen schatten
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
22die jubelen van blijdschap, en vrolijk zijn als ze een graf vinden,
הַשְּׂמֵחִ֥ים
(hasemechim)
de jubelenden
אֱלֵי
(elei)
tot
גִ֑יל
(gil)
vreugde
יָ֝שִׂ֗ישׂוּ
(yasisu)
zijn blij
כִּ֣י
(ki)
als
יִמְצְאוּ
(yimtseu)
zij vinden
קָֽבֶר
(qaver)
een graf
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
23aan een man wiens weg verborgen is, en die Eloah van alle kanten heeft ingesloten?
לְ֭גֶבֶר
(legever)
voor de man
אֲשֶׁר
(asher)
wiens
דַּרְכּ֣וֹ
(darko)
zijn weg
נִסְתָּ֑רָה
(nistara)
verborgen is
וַיָּ֖סֶךְ
(vayasekh)
en heeft omheind
אֱל֣וֹהַּ
(eloha)
Eloah
בַּעֲדֽוֹ
(baado)
om hem heen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Het beeld van de omheining uit 1:10: wat de satan als bescherming noemde, voelt Job nu als gevangenschap.

24Want mijn zucht komt in plaats van mijn brood, en mijn gebrul stroomt als water.
כִּֽי
(ki)
want
לִפְנֵ֣י
(lifnei)
voor
לַ֭חְמִי
(lachmi)
mijn brood
אַנְחָתִ֣י
(anchati)
mijn zucht
תָבֹ֑א
(tavo)
komt
וַֽיִּתְּכ֥וּ
(vayitekhu)
en stromen
כַ֝מַּ֗יִם
(kamayim)
als water
שַׁאֲגֹתָֽי
(shaagotay)
mijn gebrul
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
25Want wat ik vreesde, is mij overkomen, en waar ik bang voor was, is over mij gekomen.
כִּ֤י
(ki)
want
פַ֣חַד
(pachad)
een vrees
פָּ֭חַדְתִּי
(pachadti)
vreesde ik
וַיֶּאֱתָיֵ֑נִי
(vayeetayeni)
en het kwam mij
וַאֲשֶׁ֥ר
(vaasher)
en wat
יָ֝גֹ֗רְתִּי
(yagorti)
waar ik bang voor was
יָ֣בֹא
(yavo)
komt
לִֽי
(li)
over mij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
26Ik heb geen rust, geen stilte en geen verademing, en toch komt de onrust.”
לֹ֤א
(lo)
niet
שָׁלַ֨וְתִּי
(shalavti)
heb ik rust
וְלֹ֖א
(velo)
en niet
שָׁקַ֥טְתִּי
(shaqatti)
ben ik stil
וְֽלֹא
(velo)
en niet
נָ֗חְתִּי
(nachti)
heb ik verademing
וַיָּ֥בֹא
(vayavo)
en kwam
רֹֽגֶז
(rogez)
onrust
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)