Elohim Bijbel

Openbaring 17

12345678910111213141516171819202122

De grote hoer op het beest, Babylon de grote, en het oordeel dat over haar komt

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

De grote hoer

1En een van de 7 engelen met de 7 schalen kwam en sprak met mij. Hij zei: „Kom, ik zal je het oordeel laten zien over de grote hoer, die op vele wateren zit,
Καὶ
(Kai)
En
ἦλθεν
(elthen)
kwam
εἷς
(heis)
een
ἐκ
(ek)
uit
τῶν
(ton)
de
ἑπτὰ
(hepta)
7
ἀγγέλων
(angelon)
engelen
τῶν
(ton)
die
ἐχόντων
(echonton)
hebben
τὰς
(tas)
de
ἑπτὰ
(hepta)
7
φιάλας
(phialas)
schalen
καὶ
(kai)
en
ἐλάλησεν
(elalesen)
sprak
μετ’
(met’)
met
ἐμοῦ
(emou)
mij
λέγων
(legon)
zeggend
Δεῦρο
(Deuro)
kom
δείξω
(deixo)
ik zal laten zien
σοι
(soi)
aan je
τὸ
(to)
het
κρίμα
(krima)
oordeel
τῆς
(tes)
over de
πόρνης
(pornes)
hoer
τῆς
(tes)
de
μεγάλης
(megales)
grote
τῆς
(tes)
die
καθημένης
(kathemenes)
zit
ἐπὶ
(epi)
op
ὑδάτων
(hydaton)
wateren
πολλῶν
(pollon)
vele
Bron: SBLGNT
Uitleg

κρίμα (krima), ‘oordeel’: een uitspraak van een rechter, een vonnis. πόρνη (porne), ‘hoer’: in het Oude Testament beeldt een stad die Elohim ontrouw is een hoer uit (Jes. 1:21; Jes. 23:17; Nah. 3:4).

‘Vele wateren’: vergelijk Jer. 51:13, waar Babel ‘aan vele wateren woont’; vers 15 legt de wateren uit.

De engel is een van de engelen met de 7 schalen van hoofdstuk 16; dezelfde woorden ‘Kom, ik zal je laten zien’ komen terug in 21:9, waar het over de bruid van het Lam gaat.

Zie ook Jes. 1:21; Jes. 23:17; Nah. 3:4; Jer. 51:13; Openb. 16:1; Openb. 21:9.

Lezing

De SBLGNT markeert bij ὑδάτων (hydaton), ‘wateren’ een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

2met wie de koningen van de aarde ontucht hebben gepleegd. Van de wijn van haar ontucht zijn zij dronken geworden, zij die op de aarde wonen.”
μεθ’
(meth’)
met
ἧς
(hes)
wie
ἐπόρνευσαν
(eporneusan)
pleegden ontucht
οἱ
(hoi)
de
βασιλεῖς
(basileis)
koningen
τῆς
(tes)
van de
γῆς
(ges)
aarde
καὶ
(kai)
en
ἐμεθύσθησαν
(emethysthesan)
werden dronken
οἱ
(hoi)
die
κατοικοῦντες
(katoikountes)
wonen
τὴν
(ten)
op de
γῆν
(gen)
aarde
ἐκ
(ek)
van
τοῦ
(tou)
de
οἴνου
(oinou)
wijn
τῆς
(tes)
van de
πορνείας
(porneias)
ontucht
αὐτῆς
(autes)
haar
Bron: SBLGNT
Uitleg

πορνεύω (porneuo), ‘ontucht plegen’ en πορνεία (porneia), ‘ontucht’: ook in het Oude Testament het beeld voor trouwbreuk tegenover Elohim. μεθύσκω (methysko), ‘dronken worden’.

Vergelijk Jer. 51:7: ‘Babel was een gouden beker in de hand van Yahweh … de volken dronken van haar wijn’.

De woorden van de engel lopen door tot vers 2; zij staan zwart.

Zie ook Jer. 51:7; Openb. 14:8; Openb. 18:3.

De vrouw op het scharlakenrode beest

3En hij voerde mij in de Geest weg naar een woestijn. En ik zag een vrouw zitten op een scharlakenrood beest, vol namen van lastering, met 7 koppen en 10 hoorns.
καὶ
(kai)
en
ἀπήνεγκέν
(apenenken)
voerde weg
με
(me)
mij
εἰς
(eis)
naar
ἔρημον
(eremon)
woestijn
ἐν
(en)
in
πνεύματι
(pneumati)
Geest
καὶ
(kai)
en
εἶδον
(eidon)
ik zag
γυναῖκα
(gynaika)
vrouw
καθημένην
(kathemenen)
zittend
ἐπὶ
(epi)
op
θηρίον
(therion)
beest
κόκκινον
(kokkinon)
scharlakenrood
γέμοντα
(gemonta)
vol
ὀνόματα
(onomata)
namen
βλασφημίας
(blasphemias)
van lastering
ἔχων
(echon)
hebbend
κεφαλὰς
(kephalas)
koppen
ἑπτὰ
(hepta)
7
καὶ
(kai)
en
κέρατα
(kerata)
hoorns
δέκα
(deka)
10
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐν πνεύματι (en pneumati), ‘in de Geest’: zoals in 1:10 en 4:2. ἔρημος (eremos), ‘woestijn’. κόκκινος (kokkinos), ‘scharlakenrood’. βλασφημία (blasfemia), ‘lastering’: de namen van het beest zijn lasterlijk tegen Elohim (13:1, ‘namen van lastering’).

De 7 koppen en 10 hoorns zijn die van het beest uit de zee (13:1) en van de draak (12:3).

Zie ook Openb. 1:10; Openb. 4:2; Openb. 12:3; Openb. 13:1.

Lezing

De SBLGNT markeert bij γέμοντα (gemonta), ‘vol’, en bij ἔχων (echon), ‘hebbend’, een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

4En de vrouw was gehuld in purper en scharlaken, en getooid met goud, kostbare steen en parels. In haar hand had zij een gouden beker, vol gruwelen en de onreine dingen van haar ontucht.
καὶ
(kai)
en
ἡ
(he)
de
γυνὴ
(gyne)
vrouw
ἦν
(en)
was
περιβεβλημένη
(peribeblemene)
gehuld
πορφυροῦν
(porphyroun)
in purper
καὶ
(kai)
en
κόκκινον
(kokkinon)
scharlaken
καὶ
(kai)
en
κεχρυσωμένη
(kechrysomene)
getooid
χρυσίῳ
(chrysio)
met goud
καὶ
(kai)
en
λίθῳ
(litho)
steen
τιμίῳ
(timio)
kostbare
καὶ
(kai)
en
μαργαρίταις
(margaritais)
parels
ἔχουσα
(echousa)
hebbend
ποτήριον
(poterion)
beker
χρυσοῦν
(chrysoun)
gouden
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
de
χειρὶ
(cheiri)
hand
αὐτῆς
(autes)
haar
γέμον
(gemon)
vol
βδελυγμάτων
(bdelygmaton)
van gruwelen
καὶ
(kai)
en
τὰ
(ta)
de
ἀκάθαρτα
(akatharta)
onreine dingen
τῆς
(tes)
van de
πορνείας
(porneias)
ontucht
αὐτῆς
(autes)
haar
Bron: SBLGNT
Uitleg

περιβάλλω (periballo), ‘omhullen, kleden’; πορφυροῦς (porfyrous), ‘purper’; κόκκινος (kokkinos), ‘scharlaken’. χρυσόω (chrysoo), ‘met goud tooien’ (letterlijk ‘vergulden’). μαργαρίτης (margarites), ‘parel’. βδέλυγμα (bdelygma), ‘gruwel’: een afschuwelijk afgodsding.

Het Grieks heeft ‘vol’ (onzijdig, γέμον, gemon) bij de beker, daarna ‘van gruwelen’ (tweede naamval) en ‘de onreine dingen’ (vierde naamval); wij vertalen wat er staat en maken geen glad Grieks.

Vergelijk Jer. 51:7 voor de gouden beker.

Zie ook Jer. 51:7; Openb. 18:16.

Lezing

De SBLGNT markeert hier varianten bij καὶ (kai), ‘en’ en bij χρυσίῳ (chrysio), ‘met goud’.

Wij volgen de SBLGNT.

5En op haar voorhoofd stond een naam geschreven, een geheimenis: Babylon, de grote, de moeder van de hoeren en van de gruwelen van de aarde.
καὶ
(kai)
en
ἐπὶ
(epi)
op
τὸ
(to)
het
μέτωπον
(metopon)
voorhoofd
αὐτῆς
(autes)
haar
ὄνομα
(onoma)
naam
γεγραμμένον
(gegrammenon)
geschreven
μυστήριον
(mysterion)
geheimenis
Βαβυλὼν
(Babylon)
Babylon
ἡ
(he)
de
μεγάλη
(megale)
grote
ἡ
(he)
de
μήτηρ
(meter)
moeder
τῶν
(ton)
van de
πορνῶν
(pornon)
hoeren
καὶ
(kai)
en
τῶν
(ton)
van de
βδελυγμάτων
(bdelygmaton)
gruwelen
τῆς
(tes)
van de
γῆς
(ges)
aarde
Bron: SBLGNT
Uitleg

μυστήριον (mysterion), ‘geheimenis’: het woord staat onverbonden naast ‘naam’ en ‘Babylon’.

Het kan een deel van de opschrift zijn (‘Geheimenis: Babylon de grote …’) of een toelichting van Johannes (‘een naam … een geheimenis’); wij laten het Grieks zo en zetten een komma. Βαβυλών (Babylon): de tekst zegt niet welke plaats bedoeld is, en wij kiezen niet.

In het Oude Testament heet de stad ‘Babel’ (Gen. 11:9; Jes. 13:19).

Zie ook Gen. 11:9; Jes. 13:19; Openb. 14:8; Openb. 16:19; Openb. 18:2.

De verbazing van Johannes

6En ik zag de vrouw, dronken van het bloed van de heiligen en van het bloed van de getuigen van Yeshua. En toen ik haar zag, verbaasde ik mij zeer.
καὶ
(kai)
en
εἶδον
(eidon)
ik zag
τὴν
(ten)
de
γυναῖκα
(gynaika)
vrouw
μεθύουσαν
(methyousan)
dronken
ἐκ
(ek)
van
τοῦ
(tou)
het
αἵματος
(haimatos)
bloed
τῶν
(ton)
van de
ἁγίων
(hagion)
heiligen
καὶ
(kai)
en
ἐκ
(ek)
van
τοῦ
(tou)
het
αἵματος
(haimatos)
bloed
τῶν
(ton)
van de
μαρτύρων
(martyron)
getuigen
Ἰησοῦ
(Iesou)
van Yeshua
Καὶ
(Kai)
en
ἐθαύμασα
(ethaumasa)
verbaasde ik mij
ἰδὼν
(idon)
ziende
αὐτὴν
(auten)
haar
θαῦμα
(thauma)
verbazing
μέγα
(mega)
grote
Bron: SBLGNT
Uitleg

μάρτυς (martys), ‘getuige’: die getuigd hebben van Yeshua; vergelijk 6:9; 11:7; 12:11, 12:17. μεθύουσα (methyousa), ‘dronken’. θαῦμα (thauma), ‘verbazing’; θαυμάζω (thaumazo), ‘zich verbazen’: ‘ik verbaasde mij met grote verbazing’.

Zie ook Openb. 6:9; Openb. 11:7; Openb. 16:6; Openb. 18:24.

Lezing

De SBLGNT markeert bij καί (kai), ‘en’, een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

Het geheimenis van de vrouw en van het beest

7En de engel zei tegen mij: „Waarom heb je je verbaasd? Ik zal je het geheimenis zeggen van de vrouw en van het beest dat haar draagt, dat de 7 koppen en de 10 hoorns heeft.
καὶ
(kai)
en
εἶπέν
(eipen)
zei
μοι
(moi)
tegen mij
ὁ
(ho)
de
ἄγγελος
(angelos)
engel
Διὰ
(Dia)
om
τί
(ti)
wat
ἐθαύμασας
(ethaumasas)
heb je je verbaasd
ἐγὼ
(ego)
ik
ἐρῶ
(ero)
zal zeggen
σοι
(soi)
je
τὸ
(to)
het
μυστήριον
(mysterion)
geheimenis
τῆς
(tes)
van de
γυναικὸς
(gynaikos)
vrouw
καὶ
(kai)
en
τοῦ
(tou)
van het
θηρίου
(theriou)
beest
τοῦ
(tou)
dat
βαστάζοντος
(bastazontos)
draagt
αὐτήν
(auten)
haar
τοῦ
(tou)
dat
ἔχοντος
(echontos)
heeft
τὰς
(tas)
de
ἑπτὰ
(hepta)
7
κεφαλὰς
(kephalas)
koppen
καὶ
(kai)
en
τὰ
(ta)
de
δέκα
(deka)
10
κέρατα
(kerata)
hoorns
Bron: SBLGNT
Uitleg

De engel gaat de verbazing van Johannes uitleggen: ‘Ik zal je het geheimenis zeggen’. βαστάζω (bastazo), ‘dragen’.

8Het beest dat je zag, was en is niet. Het staat op het punt uit de afgrond op te komen, en het gaat naar de ondergang. En zij die op de aarde wonen, zullen zich verbazen als zij zien dat het beest was en niet is en er zal zijn. Hun naam is niet geschreven in het boek van het leven sinds de grondlegging van de wereld.
τὸ
(to)
het
θηρίον
(therion)
beest
ὃ
(ho)
dat
εἶδες
(eides)
je zag
ἦν
(en)
was
καὶ
(kai)
en
οὐκ
(ouk)
niet
ἔστιν
(estin)
is
καὶ
(kai)
en
μέλλει
(mellei)
staat op het punt
ἀναβαίνειν
(anabainein)
op te komen
ἐκ
(ek)
uit
τῆς
(tes)
de
ἀβύσσου
(abyssou)
afgrond
καὶ
(kai)
en
εἰς
(eis)
naar
ἀπώλειαν
(apoleian)
ondergang
ὑπάγει
(hypagei)
gaat het
καὶ
(kai)
en
θαυμασθήσονται
(thaumasthesontai)
zullen zich verbazen
οἱ
(hoi)
die
κατοικοῦντες
(katoikountes)
wonen
ἐπὶ
(epi)
op
τῆς
(tes)
de
γῆς
(ges)
aarde
ὧν
(hon)
wier
οὐ
(ou)
niet
γέγραπται
(gegraptai)
is geschreven
τὸ
(to)
de
ὄνομα
(onoma)
naam
ἐπὶ
(epi)
in
τὸ
(to)
het
βιβλίον
(biblion)
boek
τῆς
(tes)
van het
ζωῆς
(zoes)
leven
ἀπὸ
(apo)
sinds
καταβολῆς
(kataboles)
grondlegging
κόσμου
(kosmou)
van de wereld
βλεπόντων
(bleponton)
zien
τὸ
(to)
het
θηρίον
(therion)
beest
ὅτι
(hoti)
dat
ἦν
(en)
was
καὶ
(kai)
en
οὐκ
(ouk)
niet
ἔστιν
(estin)
is
καὶ
(kai)
en
παρέσται
(parestai)
er zal zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

De woorden ‘was en is niet’ en ‘er zal zijn’ klinken als een tegenbeeld van ‘Hij die is en die was en die komt’ (1:4, 1:8). μέλλει ἀναβαίνειν (mellei anabainein), ‘staat op het punt op te komen’. ἄβυσσος (abyssos), ‘afgrond’: zoals in 9:1 en 11:7. ἀπώλεια (apoleia), ‘ondergang’. παρέσται (paresetai), ‘er zal zijn’, letterlijk ‘aanwezig zal zijn’.

‘Het boek van het leven’ en ‘sinds de grondlegging van de wereld’ staan ook in 13:8.

Het Grieks heeft ‘van wie de naam niet geschreven is’ als bijzin; wij maken er een eigen zin van.

Zie ook Openb. 1:4; Openb. 1:8; Openb. 11:7; Openb. 13:3; Openb. 13:8; Openb. 20:15; Openb. 21:27.

Lezing

De SBLGNT markeert hier varianten bij ὑπάγει (hypagei), ‘gaat’; θαυμασθήσονται (thaumasthesontai), ‘zullen zich verbazen’; de woorden τὸ ὄνομα (to onoma), ‘de naam’; en de woorden τὸ θηρίον ὅτι ἦν (to therion hoti en), ‘het beest dat het was’.

Wij volgen de SBLGNT.

9Hier is het verstand dat wijsheid heeft: de 7 koppen zijn 7 bergen, waar de vrouw op zit. En het zijn 7 koningen.
Ὧδε
(Hode)
hier
ὁ
(ho)
het
νοῦς
(nous)
verstand
ὁ
(ho)
dat
ἔχων
(echon)
heeft
σοφίαν
(sophian)
wijsheid
αἱ
(hai)
de
ἑπτὰ
(hepta)
7
κεφαλαὶ
(kephalai)
koppen
ἑπτὰ
(hepta)
7
ὄρη
(ore)
bergen
εἰσίν
(eisin)
zijn
ὅπου
(hopou)
waar
ἡ
(he)
de
γυνὴ
(gyne)
vrouw
κάθηται
(kathetai)
zit
ἐπ’
(ep’)
op
αὐτῶν
(auton)
hen
καὶ
(kai)
en
βασιλεῖς
(basileis)
koningen
ἑπτά
(hepta)
7
εἰσιν
(eisin)
zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὁ νοῦς ὁ ἔχων σοφίαν (ho nous ho echon sofian), ‘het verstand dat wijsheid heeft’: een oproep om na te denken, zoals in 13:18.

De tekst zegt dat de 7 koppen zowel 7 bergen als (vers 10) 7 koningen zijn; hij noemt geen stad of volk.

Wij geven de woorden en kiezen niet.

Zie ook Openb. 13:18.

Lezing

De SBLGNT markeert bij de woorden ἑπτά εἰσιν (hepta eisin), ‘7 zijn’, een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

10De vijf zijn gevallen, de een is, de ander is nog niet gekomen. En wanneer hij komt, moet hij kort blijven.
οἱ
(hoi)
de
πέντε
(pente)
vijf
ἔπεσαν
(epesan)
zijn gevallen
ὁ
(ho)
de
εἷς
(heis)
een
ἔστιν
(estin)
is
ὁ
(ho)
de
ἄλλος
(allos)
ander
οὔπω
(oupo)
nog niet
ἦλθεν
(elthen)
is gekomen
καὶ
(kai)
en
ὅταν
(hotan)
wanneer
ἔλθῃ
(elthe)
hij komt
ὀλίγον
(oligon)
kort
αὐτὸν
(auton)
hem
δεῖ
(dei)
moet
μεῖναι
(meinai)
blijven
Bron: SBLGNT
Uitleg

‘De vijf zijn gevallen, de een is, de ander is nog niet gekomen’: het Grieks geeft geen namen en geen tijd; wij kiezen niet.

In Dan. 7:17 en 7:23 staan ‘koning’ en ‘koninkrijk’ bijna door elkaar; het Grieks βασιλεύς (basileus) is ‘koning’. ὀλίγον (oligon), ‘kort, een korte tijd’.

Zie ook Dan. 7:17; Dan. 7:23.

Lezing

De SBLGNT markeert bij de woorden αὐτὸν δεῖ (auton dei), ‘hem moet’, een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

11En het beest dat was en niet is, is zelf de achtste, en hij is uit de 7, en hij gaat naar de ondergang.
καὶ
(kai)
en
τὸ
(to)
het
θηρίον
(therion)
beest
ὃ
(ho)
dat
ἦν
(en)
was
καὶ
(kai)
en
οὐκ
(ouk)
niet
ἔστιν
(estin)
is
καὶ
(kai)
en
αὐτὸς
(autos)
zelf
ὄγδοός
(ogdoos)
achtste
ἐστιν
(estin)
is
καὶ
(kai)
en
ἐκ
(ek)
uit
τῶν
(ton)
de
ἑπτά
(hepta)
7
ἐστιν
(estin)
is
καὶ
(kai)
en
εἰς
(eis)
naar
ἀπώλειαν
(apoleian)
ondergang
ὑπάγει
(hypagei)
gaat hij
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὄγδοος (ogdoos), ‘achtste’: het beest is ‘zelf de achtste’ en toch ‘uit de 7’.

Het Grieks verklaart dit niet verder; wij laten het zo.

Lezing

De SBLGNT markeert bij αὐτός (autos), ‘zelf’, een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

De 10 hoorns en het Lam

12En de 10 hoorns die je zag, zijn 10 koningen die nog geen koninkrijk hebben ontvangen. Maar gezag als koningen ontvangen zij één uur lang met het beest.
καὶ
(kai)
en
τὰ
(ta)
de
δέκα
(deka)
10
κέρατα
(kerata)
hoorns
ἃ
(ha)
die
εἶδες
(eides)
je zag
δέκα
(deka)
10
βασιλεῖς
(basileis)
koningen
εἰσιν
(eisin)
zijn
οἵτινες
(hoitines)
die
βασιλείαν
(basileian)
koninkrijk
οὔπω
(oupo)
nog niet
ἔλαβον
(elabon)
ontvingen
ἀλλὰ
(alla)
maar
ἐξουσίαν
(exousian)
gezag
ὡς
(hos)
als
βασιλεῖς
(basileis)
koningen
μίαν
(mian)
één
ὥραν
(horan)
uur
λαμβάνουσιν
(lambanousin)
ontvangen zij
μετὰ
(meta)
met
τοῦ
(tou)
het
θηρίου
(theriou)
beest
Bron: SBLGNT
Uitleg

‘Tien koningen’: vergelijk Dan. 7:24. βασιλεία (basileia), ‘koninkrijk’: zij hebben nog geen koninkrijk.

‘Één uur’ (μίαν ὥραν, mian horan): een korte tijd; het woord ‘uur’ staat ook in 18:10, 18:17 en 18:19.

Zie ook Dan. 7:24; Openb. 18:10; Openb. 18:17; Openb. 18:19.

13Dezen hebben één voornemen en geven hun kracht en gezag aan het beest.
οὗτοι
(houtoi)
dezen
μίαν
(mian)
één
γνώμην
(gnomen)
voornemen
ἔχουσιν
(echousin)
hebben zij
καὶ
(kai)
en
τὴν
(ten)
de
δύναμιν
(dynamin)
kracht
καὶ
(kai)
en
ἐξουσίαν
(exousian)
gezag
αὐτῶν
(auton)
hun
τῷ
(to)
aan het
θηρίῳ
(therio)
beest
διδόασιν
(didoasin)
geven zij
Bron: SBLGNT
Uitleg

γνώμη (gnome), ‘voornemen, inzicht’: wat iemand zich voorneemt of meent.

Wij vertalen γνώμη overal met ‘voornemen’ (ook in vers 17).

Lezing

De SBLGNT markeert bij de woorden γνώμην ἔχουσιν (gnomen echousin), ‘voornemen hebben zij’, en bij καί (kai), ‘en’, een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

14Dezen zullen oorlog voeren met het Lam, en het Lam zal hen overwinnen. Want Hij is Heer van de heren en Koning van de koningen. En zij die met Hem zijn, zijn geroepen, uitverkoren en trouw.”
οὗτοι
(houtoi)
dezen
μετὰ
(meta)
met
τοῦ
(tou)
het
ἀρνίου
(arniou)
Lam
πολεμήσουσιν
(polemesousin)
zullen oorlog voeren
καὶ
(kai)
en
τὸ
(to)
het
ἀρνίον
(arnion)
Lam
νικήσει
(nikesei)
zal overwinnen
αὐτούς
(autous)
hen
ὅτι
(hoti)
want
κύριος
(kyrios)
Heer
κυρίων
(kyrion)
van heren
ἐστὶν
(estin)
is
καὶ
(kai)
en
βασιλεὺς
(basileus)
Koning
βασιλέων
(basileon)
van koningen
καὶ
(kai)
en
οἱ
(hoi)
zij die
μετ’
(met’)
met
αὐτοῦ
(autou)
Hem
κλητοὶ
(kletoi)
geroepen
καὶ
(kai)
en
ἐκλεκτοὶ
(eklektoi)
uitverkoren
καὶ
(kai)
en
πιστοί
(pistoi)
trouw
Bron: SBLGNT
Uitleg

‘Heer van de heren en Koning van de koningen’ (κύριος κυρίων … βασιλεὺς βασιλέων): de titels van Elohim, ‘de Elohim van de goden en de Heer van de heren’ (Deut. 10:17; vergelijk Dan. 2:47), worden hier aan het Lam gegeven; zie ook 19:16. κλητός (kletos), ‘geroepen’; ἐκλεκτός (eklektos), ‘uitverkoren’; πιστός (pistos), ‘trouw’.

Het Grieks heeft bij ‘geroepen, uitverkoren en trouw’ geen werkwoord; wij vullen ‘zijn’ aan.

De woorden van de engel lopen door tot het einde van vers 14.

Zie ook Deut. 10:17; Dan. 2:47; Openb. 19:16.

Het oordeel over de hoer

15En hij zegt tegen mij: „De wateren die je zag, waar de hoer zit, zijn volken en menigten, naties en talen.
Καὶ
(Kai)
en
λέγει
(legei)
zegt
μοι
(moi)
tegen mij
Τὰ
(Ta)
de
ὕδατα
(hydata)
wateren
ἃ
(ha)
die
εἶδες
(eides)
je zag
οὗ
(hou)
waar
ἡ
(he)
de
πόρνη
(porne)
hoer
κάθηται
(kathetai)
zit
λαοὶ
(laoi)
volken
καὶ
(kai)
en
ὄχλοι
(ochloi)
menigten
εἰσὶν
(eisin)
zijn
καὶ
(kai)
en
ἔθνη
(ethne)
naties
καὶ
(kai)
en
γλῶσσαι
(glossai)
talen
Bron: SBLGNT
Uitleg

De wateren (vers 1) worden uitgelegd.

Het Grieks noemt vier groepen: λαοί (laoi), ‘volken’; ὄχλοι (ochloi), ‘menigten’; ἔθνη (ethne), ‘naties’; γλῶσσαι (glossai), ‘talen’ (in deze reeks vertalen wij ἔθνη met ‘naties’, zoals in 10:11; elders ‘volken’); de vierdelige reeks komt in Openbaring vaker voor (zie 5:9; 7:9; 10:11; 11:9; 13:7; 14:6) in steeds andere woorden en volgorde.

Vergelijk Jes. 8:7, waar ‘de vele wateren van de Rivier’ het leger van Assyrië zijn.

Zie ook Jes. 8:7; Openb. 5:9; Openb. 7:9; Openb. 10:11; Openb. 11:9; Openb. 13:7; Openb. 14:6.

16En de 10 hoorns die je zag, en het beest, dezen zullen de hoer haten. Zij zullen haar verwoest en naakt maken, haar vlees opeten en haar met vuur verbranden.
καὶ
(kai)
en
τὰ
(ta)
de
δέκα
(deka)
10
κέρατα
(kerata)
hoorns
ἃ
(ha)
die
εἶδες
(eides)
je zag
καὶ
(kai)
en
τὸ
(to)
het
θηρίον
(therion)
beest
οὗτοι
(houtoi)
dezen
μισήσουσι
(misesousi)
zullen haten
τὴν
(ten)
de
πόρνην
(pornen)
hoer
καὶ
(kai)
en
ἠρημωμένην
(eremomenen)
verwoest
ποιήσουσιν
(poiesousin)
zullen maken
αὐτὴν
(auten)
haar
καὶ
(kai)
en
γυμνήν
(gymnen)
naakt
καὶ
(kai)
en
τὰς
(tas)
het
σάρκας
(sarkas)
vlees
αὐτῆς
(autes)
haar
φάγονται
(phagontai)
zullen eten
καὶ
(kai)
en
αὐτὴν
(auten)
haar
κατακαύσουσιν
(katakausousin)
zullen verbranden
ἐν
(en)
met
πυρί
(pyri)
vuur
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐρημόω (eremoo), ‘verwoesten, leeg maken’.

De beelden van ‘naakt maken’, ‘het vlees opeten’ en ‘met vuur verbranden’ lijken op Ezech. 16:37–41 en Ezech. 23:25–29, waar de minnaars zich tegen de ontrouwe stad keren.

Zie ook Ezech. 16:37–41; Ezech. 23:25–29; Openb. 18:8.

Lezing

De SBLGNT markeert bij γυμνήν (gymnen), ‘naakt’, een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

17Want Elohim heeft hun in het hart gegeven om Zijn voornemen uit te voeren, om één voornemen uit te voeren en hun koninkrijk aan het beest te geven, totdat de woorden van Elohim voltooid zullen zijn.
ὁ
(ho)
de
γὰρ
(gar)
want
θεὸς
(theos)
Elohim
ἔδωκεν
(edoken)
gaf
εἰς
(eis)
in
τὰς
(tas)
de
καρδίας
(kardias)
harten
αὐτῶν
(auton)
hun
ποιῆσαι
(poiesai)
om uit te voeren
τὴν
(ten)
het
γνώμην
(gnomen)
voornemen
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
καὶ
(kai)
en
ποιῆσαι
(poiesai)
om uit te voeren
μίαν
(mian)
één
γνώμην
(gnomen)
voornemen
καὶ
(kai)
en
δοῦναι
(dounai)
om te geven
τὴν
(ten)
het
βασιλείαν
(basileian)
koninkrijk
αὐτῶν
(auton)
hun
τῷ
(to)
aan het
θηρίῳ
(therio)
beest
ἄχρι
(achri)
totdat
τελεσθήσονται
(telesthesontai)
voltooid zullen worden
οἱ
(hoi)
de
λόγοι
(logoi)
woorden
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
Bron: SBLGNT
Uitleg

‘Elohim heeft in hun hart gegeven’: Elohim richt hun voornemen; het Grieks spreekt van ‘Zijn voornemen’ (γνώμη, gnome) en van ‘één voornemen’. τελέω (teleo), ‘voltooien’: zoals in 15:1 en 15:8; de ‘woorden van Elohim’ worden voltooid.

Zie ook Openb. 10:7; Openb. 15:1.

Lezing

De SBLGNT markeert bij de woorden μίαν γνώμην (mian gnomen), ‘één voornemen’, en bij τελεσθήσονται (telesthesontai), ‘zullen voltooid worden’, een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

18En de vrouw die je zag, is de grote stad, die het koningschap heeft over de koningen van de aarde.”
καὶ
(kai)
en
ἡ
(he)
de
γυνὴ
(gyne)
vrouw
ἣν
(hen)
die
εἶδες
(eides)
je zag
ἔστιν
(estin)
is
ἡ
(he)
de
πόλις
(polis)
stad
ἡ
(he)
de
μεγάλη
(megale)
grote
ἡ
(he)
die
ἔχουσα
(echousa)
heeft
βασιλείαν
(basileian)
koningschap
ἐπὶ
(epi)
over
τῶν
(ton)
de
βασιλέων
(basileon)
koningen
τῆς
(tes)
van de
γῆς
(ges)
aarde
Bron: SBLGNT
Uitleg

‘De grote stad’: de vrouw is de stad.

Het Grieks noemt hier geen naam; vergelijk 14:8, 16:19 en 18:10. βασιλεία (basileia), ‘koningschap, heerschappij’: zij heeft die ‘over de koningen van de aarde’.

Hiermee eindigen de woorden van de engel, die in vers 1 begonnen.

Zie ook Openb. 14:8; Openb. 16:19; Openb. 18:10.