Handelingen 14
Ikonium, Lystra en Derbe, en de terugkeer naar Antiochië
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
In Ikonium
Zie Ikonium: Ikonium is het huidige Konya, in het binnenland van Zuid-Turkije.
Ἰκόνιον (Ikonion), ‘Ikonium’: zie 13:51. Ἕλληνες (Hellenes), ‘Grieken’: hier niet-Joden die Grieks spreken; wij schrijven overal ‘Grieken’. κατὰ τὸ αὐτό (kata to auto), letterlijk ‘volgens hetzelfde’: samen, of net als eerder (13:14). ἐγένετο (egeneto), ‘het gebeurde’: wij laten dat weg waar het Nederlands er niets mee wint, zoals in Luc. 1:8.
ἀπειθέω (apeitheo), ‘ongehoorzaam zijn’: ook ‘niet geloven’. ψυχή (psyche), ‘ziel’: hier het gemoed, de innerlijke mens. ἐπεγείρω (epegeiro), ‘ophitsen’. κακόω (kakoo), ‘kwaadgezind maken’: elders ook ‘slecht behandelen’ (bijvoorbeeld Hand. 7:6).
παρρησιάζομαι (parrhesiazomai), ‘openlijk spreken’: zie 13:46. μαρτυρέω (martyreo), ‘getuigen’: de Heer getuigt van het woord van Zijn genade door tekenen en wonderen. σημεῖα καὶ τέρατα (semeia kai terata), ‘tekenen en wonderen’: een uitdrukking uit het Oude Testament (Exod. 7:3; Deut. 4:34), ook in Matt. 24:24.
Zie ook Exod. 7:3; Deut. 4:34; Matt. 24:24.
ἀπόστολος (apostolos), ‘apostel’: letterlijk ‘gezondene’.
Hier en in vers 14 noemt Lucas Barnabas en Paulus ‘apostelen’; zij zijn door de Geest en de gemeente uitgezonden (13:2–4).
ὁρμή (horme), ‘opwelling’: een plotselinge drang. ὑβρίζω (hybrizo), ‘mishandelen’: iemand beledigen en vernederen, ook met geweld. λιθοβολέω (lithoboleo), ‘stenigen’.
Wie de ‘leiders’ (ἄρχοντες, archontes) zijn, zegt de tekst niet.
De vlucht naar Lystra en Derbe
Zie Lykaonië (ongeveer): Lykaonië was een streek in het binnenland van het huidige Turkije, rond Lystra en Derbe, ten zuiden van Ikonium.
De grenzen zijn bij benadering.
Zie Lystra (Hatunsaray; ligging waarschijnlijk): Lystra wordt meestal gezocht bij het huidige Hatunsaray, ongeveer 40 km ten zuidwesten van Konya.
Dit is waarschijnlijk, maar niet helemaal zeker.
Zie Derbe (Kerti Hüyük?; ligging onzeker): De ligging van Derbe is niet zeker.
Meestal wordt gedacht aan Kerti Hüyük, ten noordoosten van Karaman, in het binnenland van Zuid-Turkije.
Λυκαονία (Lykaonia), ‘Lykaonië’: een landstreek in het binnenland van het huidige Turkije. Λύστρα (Lystra) en Δέρβη (Derbe) waren steden in die streek. περίχωρος (perichoros), ‘omgeving’: zoals in Luc. 3:3.
De genezing van een kreupele man in Lystra
Zie Lystra (Hatunsaray; ligging waarschijnlijk): Lystra wordt meestal gezocht bij het huidige Hatunsaray, ongeveer 40 km ten zuidwesten van Konya.
Dit is waarschijnlijk, maar niet helemaal zeker.
ἀδύνατος (adynatos), ‘machteloos’: zonder kracht. χωλός (cholos), ‘kreupel’. κοιλία (koilia), ‘schoot’: zoals in Luc. 1:15.
Dezelfde woorden staan bij de kreupele man in Jeruzalem.
Zie ook Hand. 3:2.
ἀτενίζω (atenizo), ‘strak aankijken’. σῴζω (sozo), ‘redden’: ook ‘genezen’; vergelijk Mark. 5:34, ‘Je geloof heeft je gered’.
Zie ook Mark. 5:34.
ἅλλομαι (hallomai), ‘opspringen’: vergelijk Hand. 3:8.
De menigte houdt hen voor goden
Λυκαονιστί (Lykaonisti), ‘in het Lykaonisch’: de plaatselijke taal van de streek.
De tekst zegt niet of Paulus en Barnabas deze taal verstonden.
Δίας (Dias), ‘Zeus’: in de Griekse godsdienst de hoogste god. Ἑρμῆς (Hermes) is de bode van de goden. ἡγούμενος τοῦ λόγου (hegoumenos tou logou), ‘degene die het woord voerde’: de woordvoerder.
τοῦ Διὸς τοῦ ὄντος πρὸ τῆς πόλεως (tou Dios tou ontos pro tes poleos), letterlijk ‘van de Zeus die vóór de stad is’: waarschijnlijk een heiligdom van Zeus vóór de stad. στέμματα (stemmata), ‘kransen’: om de offerdieren te versieren. πυλών (pylon), ‘poort’: van de stad of van het huis waar de apostelen waren; de tekst zegt het niet. θύω (thyo), ‘offeren’.
Paulus en Barnabas weren de verering af
Het scheuren van de kleren is een teken van schrik of afschuw, zoals bij godslastering (Matt. 26:65).
Zie ook Matt. 26:65.
ὁμοιοπαθής (homoiopathes), ‘met dezelfde aard’: van ὅμοιος (homoios), ‘gelijk’, en πάσχω (pascho), ‘ondergaan’: mensen die hetzelfde ondergaan als jullie. μάταιος (mataios), ‘nietig’: zonder waarde, zonder blijvende betekenis; het Oude Testament noemt afgoden zo. ἐπιστρέφω (epistrefo), ‘zich omkeren’: het Hebreeuwse שׁוּב (shuv); zie Luc. 1:16.
‘Een levende Elohim’ is een uitdrukking uit het Oude Testament (Deut. 5:26).
De woorden over hemel, aarde en zee klinken als Exod. 20:11 en Ps. 146:6.
Paulus en Barnabas spreken de menigte aan met ‘jullie’.
Zie ook Exod. 20:11; Ps. 146:6; Neh. 9:6; Deut. 5:26.
ἀμάρτυρος (amartyros), ‘zonder getuigenis’: de schepping en Zijn zorg getuigen van Hem. ἀγαθουργέω (agathourgeo), ‘goed doen’. εὐφροσύνη (eufrosyne), ‘blijdschap’: een ander woord dan χαρά (chara), ‘vreugde’.
Vergelijk Lev. 26:4; Deut. 11:14 en Ps. 147:8 over regen op zijn tijd.
In sommige handschriften staat ‘onze harten’; de SBLGNT heeft ‘jullie harten’.
Zie ook Lev. 26:4; Deut. 11:14; Ps. 147:8.
Paulus wordt gestenigd
Zie Antiochië in Pisidië: Antiochië in Pisidië lag bij het huidige Yalvaç, in het binnenland van Zuid-Turkije, aan de grens van Frygië en Pisidië.
Het is een ander Antiochië dan dat in Syrië.
Zie Ikonium: Ikonium is het huidige Konya, in het binnenland van Zuid-Turkije.
De Joden komen uit Antiochië in Pisidië (13:14) en uit Ikonium (13:51), steden waar Paulus eerder was. λιθάζω (lithazo), ‘stenigen’.
Paulus noemt deze steniging zelf in 2 Kor. 11:25.
Zie Derbe (Kerti Hüyük?; ligging onzeker): De ligging van Derbe is niet zeker.
Meestal wordt gedacht aan Kerti Hüyük, ten noordoosten van Karaman, in het binnenland van Zuid-Turkije.
De tekst zegt niet of Paulus gestorven was; de Joden dachten dat (vers 19).
De terugreis naar Antiochië
Zie Lystra (Hatunsaray; ligging waarschijnlijk): Lystra wordt meestal gezocht bij het huidige Hatunsaray, ongeveer 40 km ten zuidwesten van Konya.
Dit is waarschijnlijk, maar niet helemaal zeker.
Zie Antiochië in Pisidië: Antiochië in Pisidië lag bij het huidige Yalvaç, in het binnenland van Zuid-Turkije, aan de grens van Frygië en Pisidië.
Het is een ander Antiochië dan dat in Syrië.
Zie Ikonium: Ikonium is het huidige Konya, in het binnenland van Zuid-Turkije.
μαθητεύω (matheteuo), ‘tot leerling maken’: zoals in Matt. 28:19. Δέρβη (Derbe) ligt in Lykaonië (vers 6).
Zie ook Matt. 28:19.
ἐπιστηρίζω (epistērizo), ‘versterken’: vast maken. θλῖψις (thlipsis), ‘verdrukking’: zoals in Matt. 24:9. βασιλεία τοῦ θεοῦ (basileia tou theou), ‘het koninkrijk van Elohim’.
πρεσβύτερος (presbyteros), ‘ouderling’: letterlijk ‘oudere’.
Het Grieks gebruikt hetzelfde woord voor de oudsten van het Joodse volk (bijvoorbeeld Matt. 16:21).
Voor de leiders van de gemeente schrijven wij ‘ouderlingen’. χειροτονέω (cheirotoneo), ‘aanstellen’: letterlijk ‘de hand uitstrekken’, zoals bij een stemming.
Vergelijk Hand. 15:2.
Zie ook Hand. 15:2.
Zie Pisidië (ongeveer): Pisidië was het bergachtige gebied ten noorden van Pamfylië, in het zuidwesten van het huidige Turkije.
De grenzen zijn bij benadering.
Zie Pamfylië (ongeveer): Pamfylië was de kuststreek in het zuiden van het huidige Turkije, rond de baai van Antalya.
De grenzen zijn bij benadering.
Zie Perge: Perge was de hoofdstad van Pamfylië, ongeveer 15 km ten noordoosten van het huidige Antalya.
Zie Attalia: Attalia is het huidige Antalya, de havenstad aan de zuidkust van Turkije.
Zie Antiochië (in Syrië): Antiochië aan de Orontes (nu Antakya, in het zuiden van Turkije) was de hoofdstad van de Romeinse provincie Syrië.
Daar werden de leerlingen voor het eerst Christenen genoemd.
Het is een ander Antiochië dan dat in Pisidië.
Dit is het Antiochië in Syrië van 13:1, vanwaar zij uitgezonden waren (13:1–3). παραδίδωμι (paradidomi), ‘toevertrouwen’: in de evangeliën vertalen wij hetzelfde werkwoord vaak met ‘overleveren’; hier gaat het om ‘toevertrouwen aan de genade van Elohim’.
Zie ook Hand. 13:1–3.
θύρα πίστεως (thyra pisteos), ‘deur van het geloof’: een beeld voor een mogelijkheid om de boodschap te brengen; vergelijk 1 Kor. 16:9 en 2 Kor. 2:12.