Elohim Bijbel

Handelingen 14

12345678910111213141516171819202122232425262728

Ikonium, Lystra en Derbe, en de terugkeer naar Antiochië

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

In Ikonium

1In Ikonium gingen zij samen de synagoge van de Joden binnen. Zij spraken zo dat een grote menigte van Joden en Grieken geloofde.
Ἐγένετο
(Egeneto)
het gebeurde
δὲ
(de)
nu
ἐν
(en)
in
Ἰκονίῳ
(Ikonio)
Ikonium
κατὰ
(kata)
volgens
τὸ
(to)
het
αὐτὸ
(auto)
zelfde
εἰσελθεῖν
(eiselthein)
binnen te gaan
αὐτοὺς
(autous)
zij
εἰς
(eis)
in
τὴν
(ten)
de
συναγωγὴν
(synagogen)
synagoge
τῶν
(ton)
van de
Ἰουδαίων
(Ioudaion)
Joden
καὶ
(kai)
en
λαλῆσαι
(lalesai)
te spreken
οὕτως
(houtos)
zo
ὥστε
(hoste)
zodat
πιστεῦσαι
(pisteusai)
geloofde
Ἰουδαίων
(Ioudaion)
van Joden
τε
(te)
zowel
καὶ
(kai)
als
Ἑλλήνων
(Hellenon)
van Grieken
πολὺ
(poly)
grote
πλῆθος
(plethos)
menigte
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Ikonium: Ikonium is het huidige Konya, in het binnenland van Zuid-Turkije.

Uitleg

Ἰκόνιον (Ikonion), ‘Ikonium’: zie 13:51. Ἕλληνες (Hellenes), ‘Grieken’: hier niet-Joden die Grieks spreken; wij schrijven overal ‘Grieken’. κατὰ τὸ αὐτό (kata to auto), letterlijk ‘volgens hetzelfde’: samen, of net als eerder (13:14). ἐγένετο (egeneto), ‘het gebeurde’: wij laten dat weg waar het Nederlands er niets mee wint, zoals in Luc. 1:8.

Zie ookLuc 1:8
2Maar de Joden die ongehoorzaam bleven, hitsten de zielen van de volken op en maakten ze kwaadgezind tegen de broers.
οἱ
(hoi)
de
δὲ
(de)
maar
ἀπειθήσαντες
(apeithesantes)
ongehoorzaam gebleven
Ἰουδαῖοι
(Ioudaioi)
Joden
ἐπήγειραν
(epegeiran)
hitsten op
καὶ
(kai)
en
ἐκάκωσαν
(ekakosan)
maakten kwaadgezind
τὰς
(tas)
de
ψυχὰς
(psychas)
zielen
τῶν
(ton)
van de
ἐθνῶν
(ethnon)
volken
κατὰ
(kata)
tegen
τῶν
(ton)
de
ἀδελφῶν
(adelphon)
broers
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀπειθέω (apeitheo), ‘ongehoorzaam zijn’: ook ‘niet geloven’. ψυχή (psyche), ‘ziel’: hier het gemoed, de innerlijke mens. ἐπεγείρω (epegeiro), ‘ophitsen’. κακόω (kakoo), ‘kwaadgezind maken’: elders ook ‘slecht behandelen’ (bijvoorbeeld Hand. 7:6).

Zie ookHand 7:6
3Zij bleven daarom geruime tijd en spraken openlijk, steunend op de Heer. Hij getuigde van het woord van Zijn genade en liet tekenen en wonderen gebeuren door hun handen.
ἱκανὸν
(hikanon)
geruime
μὲν
(men)
enerzijds
οὖν
(oun)
dus
χρόνον
(chronon)
tijd
διέτριψαν
(dietripsan)
bleven
παρρησιαζόμενοι
(parresiazomenoi)
openlijk sprekend
ἐπὶ
(epi)
steunend op
τῷ
(to)
de
κυρίῳ
(kyrio)
Heer
τῷ
(to)
die
μαρτυροῦντι
(martyrounti)
getuigde
τῷ
(to)
van het
λόγῳ
(logo)
woord
τῆς
(tes)
van de
χάριτος
(charitos)
genade
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
διδόντι
(didonti)
gevend
σημεῖα
(semeia)
tekenen
καὶ
(kai)
en
τέρατα
(terata)
wonderen
γίνεσθαι
(ginesthai)
te gebeuren
διὰ
(dia)
door
τῶν
(ton)
de
χειρῶν
(cheiron)
handen
αὐτῶν
(auton)
hun
Bron: SBLGNT
Uitleg

παρρησιάζομαι (parrhesiazomai), ‘openlijk spreken’: zie 13:46. μαρτυρέω (martyreo), ‘getuigen’: de Heer getuigt van het woord van Zijn genade door tekenen en wonderen. σημεῖα καὶ τέρατα (semeia kai terata), ‘tekenen en wonderen’: een uitdrukking uit het Oude Testament (Exod. 7:3; Deut. 4:34), ook in Matt. 24:24.

Zie ook Exod. 7:3; Deut. 4:34; Matt. 24:24.

4De menigte van de stad raakte verdeeld. Sommigen waren met de Joden, anderen met de apostelen.
ἐσχίσθη
(eschisthe)
werd verdeeld
δὲ
(de)
maar
τὸ
(to)
de
πλῆθος
(plethos)
menigte
τῆς
(tes)
van de
πόλεως
(poleos)
stad
καὶ
(kai)
en
οἱ
(hoi)
de
μὲν
(men)
enerzijds
ἦσαν
(esan)
waren
σὺν
(syn)
met
τοῖς
(tois)
de
Ἰουδαίοις
(Ioudaiois)
Joden
οἱ
(hoi)
de
δὲ
(de)
anderzijds
σὺν
(syn)
met
τοῖς
(tois)
de
ἀποστόλοις
(apostolois)
apostelen
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀπόστολος (apostolos), ‘apostel’: letterlijk ‘gezondene’.

Hier en in vers 14 noemt Lucas Barnabas en Paulus ‘apostelen’; zij zijn door de Geest en de gemeente uitgezonden (13:2–4).

Zie ookHand 14:14
5Toen er bij de volken en de Joden, samen met hun leiders, een opwelling kwam om hen te mishandelen en te stenigen,
ὡς
(hos)
toen
δὲ
(de)
nu
ἐγένετο
(egeneto)
kwam
ὁρμὴ
(horme)
opwelling
τῶν
(ton)
van de
ἐθνῶν
(ethnon)
volken
τε
(te)
en
καὶ
(kai)
ook
Ἰουδαίων
(Ioudaion)
van Joden
σὺν
(syn)
samen met
τοῖς
(tois)
de
ἄρχουσιν
(archousin)
leiders
αὐτῶν
(auton)
hun
ὑβρίσαι
(hybrisai)
te mishandelen
καὶ
(kai)
en
λιθοβολῆσαι
(lithobolesai)
te stenigen
αὐτούς
(autous)
hen
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὁρμή (horme), ‘opwelling’: een plotselinge drang. ὑβρίζω (hybrizo), ‘mishandelen’: iemand beledigen en vernederen, ook met geweld. λιθοβολέω (lithoboleo), ‘stenigen’.

Wie de ‘leiders’ (ἄρχοντες, archontes) zijn, zegt de tekst niet.

De vlucht naar Lystra en Derbe

6merkten zij dat en vluchtten naar de steden van Lykaonië, Lystra en Derbe, en naar de omgeving.
συνιδόντες
(synidontes)
gemerkt hebbend
κατέφυγον
(katephygon)
vluchtten
εἰς
(eis)
naar
τὰς
(tas)
de
πόλεις
(poleis)
steden
τῆς
(tes)
van
Λυκαονίας
(Lykaonias)
Lykaonië
Λύστραν
(Lystran)
Lystra
καὶ
(kai)
en
Δέρβην
(Derben)
Derbe
καὶ
(kai)
en
τὴν
(ten)
de
περίχωρον
(perichoron)
omgeving
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Lykaonië (ongeveer): Lykaonië was een streek in het binnenland van het huidige Turkije, rond Lystra en Derbe, ten zuiden van Ikonium.

De grenzen zijn bij benadering.

Zie Lystra (Hatunsaray; ligging waarschijnlijk): Lystra wordt meestal gezocht bij het huidige Hatunsaray, ongeveer 40 km ten zuidwesten van Konya.

Dit is waarschijnlijk, maar niet helemaal zeker.

Zie Derbe (Kerti Hüyük?; ligging onzeker): De ligging van Derbe is niet zeker.

Meestal wordt gedacht aan Kerti Hüyük, ten noordoosten van Karaman, in het binnenland van Zuid-Turkije.

Uitleg

Λυκαονία (Lykaonia), ‘Lykaonië’: een landstreek in het binnenland van het huidige Turkije. Λύστρα (Lystra) en Δέρβη (Derbe) waren steden in die streek. περίχωρος (perichoros), ‘omgeving’: zoals in Luc. 3:3.

Zie ookLuc 3:3
7En daar brachten zij de goede boodschap.
κἀκεῖ
(kakei)
en daar
εὐαγγελιζόμενοι
(euangelizomenoi)
de goede boodschap brengend
ἦσαν
(esan)
waren
Bron: SBLGNT

De genezing van een kreupele man in Lystra

8In Lystra zat een man die geen kracht in zijn voeten had, kreupel vanaf de schoot van zijn moeder. Hij had nooit gelopen.
Καί
(Kai)
en
τις
(tis)
een
ἀνὴρ
(aner)
man
ἀδύνατος
(adynatos)
machteloos
ἐν
(en)
in
Λύστροις
(Lystrois)
Lystra
τοῖς
(tois)
in de
ποσὶν
(posin)
voeten
ἐκάθητο
(ekatheto)
zat
χωλὸς
(cholos)
kreupel
ἐκ
(ek)
van
κοιλίας
(koilias)
schoot
μητρὸς
(metros)
van moeder
αὐτοῦ
(autou)
zijn
ὃς
(hos)
die
οὐδέποτε
(oudepote)
nooit
περιεπάτησεν
(periepatesen)
had gelopen
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Lystra (Hatunsaray; ligging waarschijnlijk): Lystra wordt meestal gezocht bij het huidige Hatunsaray, ongeveer 40 km ten zuidwesten van Konya.

Dit is waarschijnlijk, maar niet helemaal zeker.

Uitleg

ἀδύνατος (adynatos), ‘machteloos’: zonder kracht. χωλός (cholos), ‘kreupel’. κοιλία (koilia), ‘schoot’: zoals in Luc. 1:15.

Dezelfde woorden staan bij de kreupele man in Jeruzalem.

Zie ook Hand. 3:2.

9Deze man luisterde naar Paulus, die sprak. Die keek hem strak aan, zag dat hij geloof had om gered te worden
οὗτος
(houtos)
deze
ἤκουσεν
(ekousen)
luisterde naar
τοῦ
(tou)
de
Παύλου
(Paulou)
Paulus
λαλοῦντος
(lalountos)
sprekende
ὃς
(hos)
die
ἀτενίσας
(atenisas)
strak aankijkend
αὐτῷ
(auto)
hem
καὶ
(kai)
en
ἰδὼν
(idon)
ziend
ὅτι
(hoti)
dat
ἔχει
(echei)
hij heeft
πίστιν
(pistin)
geloof
τοῦ
(tou)
om
σωθῆναι
(sothenai)
gered te worden
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀτενίζω (atenizo), ‘strak aankijken’. σῴζω (sozo), ‘redden’: ook ‘genezen’; vergelijk Mark. 5:34, ‘Je geloof heeft je gered’.

Zie ook Mark. 5:34.

Zie ookMar 5:34
10en zei met luide stem: „Sta rechtop op je voeten.” De man sprong op en liep rond.
εἶπεν
(eipen)
zei
μεγάλῃ
(megale)
met grote
φωνῇ
(phone)
stem
Ἀνάστηθι
(Anastethi)
sta op
ἐπὶ
(epi)
op
τοὺς
(tous)
de
πόδας
(podas)
voeten
σου
(sou)
je
ὀρθός
(orthos)
rechtop
καὶ
(kai)
en
ἥλατο
(helato)
sprong op
καὶ
(kai)
en
περιεπάτει
(periepatei)
liep rond
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἅλλομαι (hallomai), ‘opspringen’: vergelijk Hand. 3:8.

Zie ookHand 3:8

De menigte houdt hen voor goden

11Toen de menigten zagen wat Paulus had gedaan, verhieven zij hun stem. Zij riepen in het Lykaonisch: „De goden zijn, aan mensen gelijk geworden, naar ons afgedaald.”
οἵ
(hoi)
de
τε
(te)
en
ὄχλοι
(ochloi)
menigten
ἰδόντες
(idontes)
gezien hebbend
ὃ
(ho)
wat
ἐποίησεν
(epoiesen)
deed
Παῦλος
(Paulos)
Paulus
ἐπῆραν
(eperan)
verhieven
τὴν
(ten)
de
φωνὴν
(phonen)
stem
αὐτῶν
(auton)
hun
Λυκαονιστὶ
(Lykaonisti)
in het Lykaonisch
λέγοντες
(legontes)
zeggend
Οἱ
(Hoi)
de
θεοὶ
(theoi)
goden
ὁμοιωθέντες
(homoiothentes)
gelijk geworden
ἀνθρώποις
(anthropois)
aan mensen
κατέβησαν
(katebesan)
zijn afgedaald
πρὸς
(pros)
naar
ἡμᾶς
(hemas)
ons
Bron: SBLGNT
Uitleg

Λυκαονιστί (Lykaonisti), ‘in het Lykaonisch’: de plaatselijke taal van de streek.

De tekst zegt niet of Paulus en Barnabas deze taal verstonden.

12Zij noemden Barnabas Zeus en Paulus Hermes, omdat hij degene was die het woord voerde.
ἐκάλουν
(ekaloun)
noemden
τε
(te)
en
τὸν
(ton)
de
Βαρναβᾶν
(Barnaban)
Barnabas
Δία
(Dia)
Zeus
τὸν
(ton)
de
δὲ
(de)
maar
Παῦλον
(Paulon)
Paulus
Ἑρμῆν
(Hermen)
Hermes
ἐπειδὴ
(epeide)
omdat
αὐτὸς
(autos)
hij
ἦν
(en)
was
ὁ
(ho)
de
ἡγούμενος
(hegoumenos)
leider
τοῦ
(tou)
van het
λόγου
(logou)
woord
Bron: SBLGNT
Uitleg

Δίας (Dias), ‘Zeus’: in de Griekse godsdienst de hoogste god. Ἑρμῆς (Hermes) is de bode van de goden. ἡγούμενος τοῦ λόγου (hegoumenos tou logou), ‘degene die het woord voerde’: de woordvoerder.

13De priester van de Zeus die vóór de stad was, bracht stieren en kransen naar de poorten. Samen met de menigten wilde hij offeren.
ὅ
(ho)
de
τε
(te)
en
ἱερεὺς
(hiereus)
priester
τοῦ
(tou)
van
Διὸς
(Dios)
Zeus
τοῦ
(tou)
die
ὄντος
(ontos)
is
πρὸ
(pro)
voor
τῆς
(tes)
de
πόλεως
(poleos)
stad
ταύρους
(taurous)
stieren
καὶ
(kai)
en
στέμματα
(stemmata)
kransen
ἐπὶ
(epi)
naar
τοὺς
(tous)
de
πυλῶνας
(pylonas)
poorten
ἐνέγκας
(enenkas)
gebracht hebbend
σὺν
(syn)
samen met
τοῖς
(tois)
de
ὄχλοις
(ochlois)
menigten
ἤθελεν
(ethelen)
wilde
θύειν
(thyein)
offeren
Bron: SBLGNT
Uitleg

τοῦ Διὸς τοῦ ὄντος πρὸ τῆς πόλεως (tou Dios tou ontos pro tes poleos), letterlijk ‘van de Zeus die vóór de stad is’: waarschijnlijk een heiligdom van Zeus vóór de stad. στέμματα (stemmata), ‘kransen’: om de offerdieren te versieren. πυλών (pylon), ‘poort’: van de stad of van het huis waar de apostelen waren; de tekst zegt het niet. θύω (thyo), ‘offeren’.

Paulus en Barnabas weren de verering af

14Toen de apostelen Barnabas en Paulus dit hoorden, scheurden zij hun kleren en renden de menigte in. Zij riepen
ἀκούσαντες
(akousantes)
gehoord hebbend
δὲ
(de)
maar
οἱ
(hoi)
de
ἀπόστολοι
(apostoloi)
apostelen
Βαρναβᾶς
(Barnabas)
Barnabas
καὶ
(kai)
en
Παῦλος
(Paulos)
Paulus
διαρρήξαντες
(diarrexantes)
gescheurd hebbend
τὰ
(ta)
de
ἱμάτια
(himatia)
kleren
αὐτῶν
(auton)
hun
ἐξεπήδησαν
(exepedesan)
renden
εἰς
(eis)
in
τὸν
(ton)
de
ὄχλον
(ochlon)
menigte
κράζοντες
(krazontes)
roepend
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het scheuren van de kleren is een teken van schrik of afschuw, zoals bij godslastering (Matt. 26:65).

Zie ook Matt. 26:65.

Zie ookMat 26:65
15en zeiden: „Mannen, waarom doen jullie dit? Ook wij zijn mensen met dezelfde aard als jullie. Wij brengen jullie de goede boodschap om jullie van deze nietige dingen om te keren naar een levende Elohim. Hij heeft de hemel, de aarde, de zee en alles wat daarin is gemaakt.
καὶ
(kai)
en
λέγοντες
(legontes)
zeggend
Ἄνδρες
(Andres)
mannen
τί
(ti)
waarom
ταῦτα
(tauta)
dit
ποιεῖτε
(poieite)
doen jullie
καὶ
(kai)
ook
ἡμεῖς
(hemeis)
wij
ὁμοιοπαθεῖς
(homoiopatheis)
van dezelfde aard
ἐσμεν
(esmen)
zijn
ὑμῖν
(hymin)
als jullie
ἄνθρωποι
(anthropoi)
mensen
εὐαγγελιζόμενοι
(euangelizomenoi)
de goede boodschap brengend
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
ἀπὸ
(apo)
van
τούτων
(touton)
deze
τῶν
(ton)
de
ματαίων
(mataion)
nietige dingen
ἐπιστρέφειν
(epistrephein)
om te keren
ἐπὶ
(epi)
naar
θεὸν
(theon)
Elohim
ζῶντα
(zonta)
levende
ὃς
(hos)
die
ἐποίησεν
(epoiesen)
maakte
τὸν
(ton)
de
οὐρανὸν
(ouranon)
hemel
καὶ
(kai)
en
τὴν
(ten)
de
γῆν
(gen)
aarde
καὶ
(kai)
en
τὴν
(ten)
de
θάλασσαν
(thalassan)
zee
καὶ
(kai)
en
πάντα
(panta)
alles
τὰ
(ta)
wat
ἐν
(en)
in
αὐτοῖς
(autois)
ze
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὁμοιοπαθής (homoiopathes), ‘met dezelfde aard’: van ὅμοιος (homoios), ‘gelijk’, en πάσχω (pascho), ‘ondergaan’: mensen die hetzelfde ondergaan als jullie. μάταιος (mataios), ‘nietig’: zonder waarde, zonder blijvende betekenis; het Oude Testament noemt afgoden zo. ἐπιστρέφω (epistrefo), ‘zich omkeren’: het Hebreeuwse שׁוּב (shuv); zie Luc. 1:16.

‘Een levende Elohim’ is een uitdrukking uit het Oude Testament (Deut. 5:26).

De woorden over hemel, aarde en zee klinken als Exod. 20:11 en Ps. 146:6.

Paulus en Barnabas spreken de menigte aan met ‘jullie’.

Zie ook Exod. 20:11; Ps. 146:6; Neh. 9:6; Deut. 5:26.

16In de voorbije generaties heeft Hij alle volken hun eigen wegen laten gaan.
ὃς
(hos)
die
ἐν
(en)
in
ταῖς
(tais)
de
παρῳχημέναις
(parochemenais)
voorbije
γενεαῖς
(geneais)
generaties
εἴασεν
(eiasen)
liet
πάντα
(panta)
alle
τὰ
(ta)
de
ἔθνη
(ethne)
volken
πορεύεσθαι
(poreuesthai)
gaan
ταῖς
(tais)
op de
ὁδοῖς
(hodois)
wegen
αὐτῶν
(auton)
hun
Bron: SBLGNT
Uitleg

γενεά (genea), ‘generatie’.

Vergelijk Hand. 17:30.

Zie ook Hand. 17:30.

Zie ookHand 17:30
17Toch heeft Hij Zichzelf niet zonder getuigenis gelaten. Hij heeft goed gedaan: Hij gaf jullie vanuit de hemel regen en vruchtbare tijden en vervulde jullie harten met voedsel en blijdschap.”
καίτοι
(kaitoi)
toch
οὐκ
(ouk)
niet
ἀμάρτυρον
(amartyron)
zonder getuigenis
αὑτὸν
(hauton)
Zichzelf
ἀφῆκεν
(apheken)
liet
ἀγαθουργῶν
(agathourgon)
goed doend
οὐρανόθεν
(ouranothen)
vanuit de hemel
ὑμῖν
(hymin)
aan jullie
ὑετοὺς
(hyetous)
regens
διδοὺς
(didous)
gevend
καὶ
(kai)
en
καιροὺς
(kairous)
tijden
καρποφόρους
(karpophorous)
vruchtbare
ἐμπιπλῶν
(empiplon)
vervullend
τροφῆς
(trophes)
met voedsel
καὶ
(kai)
en
εὐφροσύνης
(euphrosynes)
blijdschap
τὰς
(tas)
de
καρδίας
(kardias)
harten
ὑμῶν
(hymon)
jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀμάρτυρος (amartyros), ‘zonder getuigenis’: de schepping en Zijn zorg getuigen van Hem. ἀγαθουργέω (agathourgeo), ‘goed doen’. εὐφροσύνη (eufrosyne), ‘blijdschap’: een ander woord dan χαρά (chara), ‘vreugde’.

Vergelijk Lev. 26:4; Deut. 11:14 en Ps. 147:8 over regen op zijn tijd.

Lezing

In sommige handschriften staat ‘onze harten’; de SBLGNT heeft ‘jullie harten’.

Zie ook Lev. 26:4; Deut. 11:14; Ps. 147:8.

18Met deze woorden konden zij de menigten maar met moeite ervan weerhouden aan hen te offeren.
καὶ
(kai)
en
ταῦτα
(tauta)
dit
λέγοντες
(legontes)
zeggend
μόλις
(molis)
met moeite
κατέπαυσαν
(katepausan)
hielden tegen
τοὺς
(tous)
de
ὄχλους
(ochlous)
menigten
τοῦ
(tou)
om
μὴ
(me)
niet
θύειν
(thyein)
te offeren
αὐτοῖς
(autois)
aan hen
Bron: SBLGNT

Paulus wordt gestenigd

19Maar er kwamen Joden uit Antiochië en Ikonium. Zij haalden de menigten over, stenigden Paulus en sleepten hem de stad uit, omdat zij dachten dat hij gestorven was.
Ἐπῆλθαν
(Epelthan)
kwamen
δὲ
(de)
maar
ἀπὸ
(apo)
uit
Ἀντιοχείας
(Antiocheias)
Antiochië
καὶ
(kai)
en
Ἰκονίου
(Ikoniou)
Ikonium
Ἰουδαῖοι
(Ioudaioi)
Joden
καὶ
(kai)
en
πείσαντες
(peisantes)
overgehaald hebbend
τοὺς
(tous)
de
ὄχλους
(ochlous)
menigten
καὶ
(kai)
en
λιθάσαντες
(lithasantes)
gestenigd hebbend
τὸν
(ton)
de
Παῦλον
(Paulon)
Paulus
ἔσυρον
(esyron)
sleepten
ἔξω
(exo)
buiten
τῆς
(tes)
de
πόλεως
(poleos)
stad
νομίζοντες
(nomizontes)
denkend
αὐτὸν
(auton)
hem
τεθνηκέναι
(tethnekenai)
gestorven te zijn
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Antiochië in Pisidië: Antiochië in Pisidië lag bij het huidige Yalvaç, in het binnenland van Zuid-Turkije, aan de grens van Frygië en Pisidië.

Het is een ander Antiochië dan dat in Syrië.

Zie Ikonium: Ikonium is het huidige Konya, in het binnenland van Zuid-Turkije.

Uitleg

De Joden komen uit Antiochië in Pisidië (13:14) en uit Ikonium (13:51), steden waar Paulus eerder was. λιθάζω (lithazo), ‘stenigen’.

Paulus noemt deze steniging zelf in 2 Kor. 11:25.

20Toen de leerlingen hem omringden, stond hij op en ging de stad weer in. De volgende dag vertrok hij met Barnabas naar Derbe.
κυκλωσάντων
(kyklosanton)
omringd hebbend
δὲ
(de)
maar
τῶν
(ton)
de
μαθητῶν
(matheton)
leerlingen
αὐτὸν
(auton)
hem
ἀναστὰς
(anastas)
opgestaan
εἰσῆλθεν
(eiselthen)
ging binnen
εἰς
(eis)
in
τὴν
(ten)
de
πόλιν
(polin)
stad
καὶ
(kai)
en
τῇ
(te)
op de
ἐπαύριον
(epaurion)
volgende dag
ἐξῆλθεν
(exelthen)
vertrok
σὺν
(syn)
met
τῷ
(to)
de
Βαρναβᾷ
(Barnaba)
Barnabas
εἰς
(eis)
naar
Δέρβην
(Derben)
Derbe
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Derbe (Kerti Hüyük?; ligging onzeker): De ligging van Derbe is niet zeker.

Meestal wordt gedacht aan Kerti Hüyük, ten noordoosten van Karaman, in het binnenland van Zuid-Turkije.

Uitleg

De tekst zegt niet of Paulus gestorven was; de Joden dachten dat (vers 19).

Zie ookHand 14:19

De terugreis naar Antiochië

21Nadat zij die stad de goede boodschap hadden gebracht en velen tot leerlingen hadden gemaakt, keerden zij terug naar Lystra, Ikonium en Antiochië.
Εὐαγγελισάμενοί
(Euangelisamenoi)
de goede boodschap gebracht hebbend
τε
(te)
en
τὴν
(ten)
aan de
πόλιν
(polin)
stad
ἐκείνην
(ekeinen)
die
καὶ
(kai)
en
μαθητεύσαντες
(matheteusantes)
tot leerlingen gemaakt hebbend
ἱκανοὺς
(hikanous)
velen
ὑπέστρεψαν
(hypestrepsan)
keerden terug
εἰς
(eis)
naar
τὴν
(ten)
de
Λύστραν
(Lystran)
Lystra
καὶ
(kai)
en
εἰς
(eis)
naar
Ἰκόνιον
(Ikonion)
Ikonium
καὶ
(kai)
en
εἰς
(eis)
naar
Ἀντιόχειαν
(Antiocheian)
Antiochië
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Lystra (Hatunsaray; ligging waarschijnlijk): Lystra wordt meestal gezocht bij het huidige Hatunsaray, ongeveer 40 km ten zuidwesten van Konya.

Dit is waarschijnlijk, maar niet helemaal zeker.

Zie Antiochië in Pisidië: Antiochië in Pisidië lag bij het huidige Yalvaç, in het binnenland van Zuid-Turkije, aan de grens van Frygië en Pisidië.

Het is een ander Antiochië dan dat in Syrië.

Zie Ikonium: Ikonium is het huidige Konya, in het binnenland van Zuid-Turkije.

Uitleg

μαθητεύω (matheteuo), ‘tot leerling maken’: zoals in Matt. 28:19. Δέρβη (Derbe) ligt in Lykaonië (vers 6).

Zie ook Matt. 28:19.

22Zij versterkten de zielen van de leerlingen. Zij bemoedigden hen om in het geloof te blijven en zeiden: „Door veel verdrukkingen moeten wij het koninkrijk van Elohim binnengaan.”
ἐπιστηρίζοντες
(episterizontes)
versterkend
τὰς
(tas)
de
ψυχὰς
(psychas)
zielen
τῶν
(ton)
van de
μαθητῶν
(matheton)
leerlingen
παρακαλοῦντες
(parakalountes)
bemoedigend
ἐμμένειν
(emmenein)
te blijven
τῇ
(te)
in het
πίστει
(pistei)
geloof
καὶ
(kai)
en
ὅτι
(hoti)
dat
διὰ
(dia)
door
πολλῶν
(pollon)
veel
θλίψεων
(thlipseon)
verdrukkingen
δεῖ
(dei)
het is nodig
ἡμᾶς
(hemas)
ons
εἰσελθεῖν
(eiselthein)
binnen te gaan
εἰς
(eis)
in
τὴν
(ten)
het
βασιλείαν
(basileian)
koninkrijk
τοῦ
(tou)
van
θεοῦ
(theou)
Elohim
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐπιστηρίζω (epistērizo), ‘versterken’: vast maken. θλῖψις (thlipsis), ‘verdrukking’: zoals in Matt. 24:9. βασιλεία τοῦ θεοῦ (basileia tou theou), ‘het koninkrijk van Elohim’.

Zie ookMat 24:9
23Zij stelden voor hen in elke gemeente ouderlingen aan en baden met vasten. Zij vertrouwden hen toe aan de Heer, in wie zij geloofd hadden.
χειροτονήσαντες
(cheirotonesantes)
aangesteld hebbend
δὲ
(de)
maar
αὐτοῖς
(autois)
voor hen
κατ’
(kat’)
in
ἐκκλησίαν
(ekklesian)
gemeente
πρεσβυτέρους
(presbyterous)
ouderlingen
προσευξάμενοι
(proseuxamenoi)
gebeden hebbend
μετὰ
(meta)
met
νηστειῶν
(nesteion)
vasten
παρέθεντο
(parethento)
vertrouwden toe
αὐτοὺς
(autous)
hen
τῷ
(to)
aan de
κυρίῳ
(kyrio)
Heer
εἰς
(eis)
in
ὃν
(hon)
wie
πεπιστεύκεισαν
(pepisteukeisan)
zij geloofd hadden
Bron: SBLGNT
Uitleg

πρεσβύτερος (presbyteros), ‘ouderling’: letterlijk ‘oudere’.

Het Grieks gebruikt hetzelfde woord voor de oudsten van het Joodse volk (bijvoorbeeld Matt. 16:21).

Voor de leiders van de gemeente schrijven wij ‘ouderlingen’. χειροτονέω (cheirotoneo), ‘aanstellen’: letterlijk ‘de hand uitstrekken’, zoals bij een stemming.

Vergelijk Hand. 15:2.

Zie ook Hand. 15:2.

24Zij trokken door Pisidië en kwamen in Pamfylië.
καὶ
(kai)
en
διελθόντες
(dielthontes)
doorgetrokken
τὴν
(ten)
het
Πισιδίαν
(Pisidian)
Pisidië
ἦλθον
(elthon)
kwamen
εἰς
(eis)
in
τὴν
(ten)
het
Παμφυλίαν
(Pamphylian)
Pamfylië
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Pisidië (ongeveer): Pisidië was het bergachtige gebied ten noorden van Pamfylië, in het zuidwesten van het huidige Turkije.

De grenzen zijn bij benadering.

Zie Pamfylië (ongeveer): Pamfylië was de kuststreek in het zuiden van het huidige Turkije, rond de baai van Antalya.

De grenzen zijn bij benadering.

25Nadat zij in Perge het woord hadden gesproken, gingen zij af naar Attalia.
καὶ
(kai)
en
λαλήσαντες
(lalesantes)
gesproken hebbend
ἐν
(en)
in
Πέργῃ
(Perge)
Perge
τὸν
(ton)
het
λόγον
(logon)
woord
κατέβησαν
(katebesan)
gingen af
εἰς
(eis)
naar
Ἀττάλειαν
(Attaleian)
Attalia
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Perge: Perge was de hoofdstad van Pamfylië, ongeveer 15 km ten noordoosten van het huidige Antalya.

Zie Attalia: Attalia is het huidige Antalya, de havenstad aan de zuidkust van Turkije.

26Vandaar voeren zij naar Antiochië, waar zij aan de genade van Elohim waren toevertrouwd voor het werk dat zij hadden voltooid.
κἀκεῖθεν
(kakeithen)
en vandaar
ἀπέπλευσαν
(apepleusan)
voeren weg
εἰς
(eis)
naar
Ἀντιόχειαν
(Antiocheian)
Antiochië
ὅθεν
(hothen)
vanwaar
ἦσαν
(esan)
waren
παραδεδομένοι
(paradedomenoi)
toevertrouwd
τῇ
(te)
aan de
χάριτι
(chariti)
genade
τοῦ
(tou)
van
θεοῦ
(theou)
Elohim
εἰς
(eis)
voor
τὸ
(to)
het
ἔργον
(ergon)
werk
ὃ
(ho)
dat
ἐπλήρωσαν
(eplerosan)
zij voltooiden
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Antiochië (in Syrië): Antiochië aan de Orontes (nu Antakya, in het zuiden van Turkije) was de hoofdstad van de Romeinse provincie Syrië.

Daar werden de leerlingen voor het eerst Christenen genoemd.

Het is een ander Antiochië dan dat in Pisidië.

Uitleg

Dit is het Antiochië in Syrië van 13:1, vanwaar zij uitgezonden waren (13:1–3). παραδίδωμι (paradidomi), ‘toevertrouwen’: in de evangeliën vertalen wij hetzelfde werkwoord vaak met ‘overleveren’; hier gaat het om ‘toevertrouwen aan de genade van Elohim’.

Zie ook Hand. 13:1–3.

27Toen zij aankwamen, riepen zij de gemeente bijeen en vertelden alles wat Elohim met hen had gedaan. Zij vertelden ook dat Hij voor de volken een deur van het geloof had geopend.
παραγενόμενοι
(paragenomenoi)
aangekomen
δὲ
(de)
maar
καὶ
(kai)
en
συναγαγόντες
(synagagontes)
bijeengeroepen hebbend
τὴν
(ten)
de
ἐκκλησίαν
(ekklesian)
gemeente
ἀνήγγελλον
(anengellon)
vertelden
ὅσα
(hosa)
alles wat
ἐποίησεν
(epoiesen)
deed
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
μετ’
(met’)
met
αὐτῶν
(auton)
hen
καὶ
(kai)
en
ὅτι
(hoti)
dat
ἤνοιξεν
(enoixen)
Hij had geopend
τοῖς
(tois)
voor de
ἔθνεσιν
(ethnesin)
volken
θύραν
(thyran)
deur
πίστεως
(pisteos)
van geloof
Bron: SBLGNT
Uitleg

θύρα πίστεως (thyra pisteos), ‘deur van het geloof’: een beeld voor een mogelijkheid om de boodschap te brengen; vergelijk 1 Kor. 16:9 en 2 Kor. 2:12.

28Zij bleven geen korte tijd bij de leerlingen.
διέτριβον
(dietribon)
bleven
δὲ
(de)
nu
χρόνον
(chronon)
tijd
οὐκ
(ouk)
niet
ὀλίγον
(oligon)
weinig
σὺν
(syn)
met
τοῖς
(tois)
de
μαθηταῖς
(mathetais)
leerlingen
Bron: SBLGNT