Elohim Bijbel

1 Koningen 6

12345678910111213141516171819202122

Salomo bouwt het huis van Yahweh

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Het begin van de bouw

1Het was het 480e jaar nadat de zonen van Israël uit het land Egypte waren getrokken. In het vierde jaar van koning Salomo over Israël, in de maand Zif, de tweede maand, bouwde hij het huis voor Yahweh.
וַיְהִ֣י
(vayhi)
en het was
בִשְׁמוֹנִ֣ים
(bishmonim)
in het tachtigste
שָׁנָ֣ה
(shana)
jaar
וְאַרְבַּ֣ע
(vearba)
en vier
מֵא֣וֹת
(meot)
honderd
שָׁנָ֡ה
(shana)
jaar
לְצֵ֣את
(letset)
na het uittrekken van
בְּנֵֽי
(benei)
zonen van
יִשְׂרָאֵ֣ל
(yisrael)
Israël
מֵאֶֽרֶץ
(meerets)
uit het land van
מִצְרַיִם֩
(mitsrayim)
Egypte
בַּשָּׁנָ֨ה
(bashana)
in het jaar
הָרְבִיעִ֜ית
(hareviit)
vierde
בְּחֹ֣דֶשׁ
(bechodesh)
in de maand
זִ֗ו
(zi)
Zif
ה֚וּא
(hu)
die
הַחֹ֣דֶשׁ
(hachodesh)
de maand
הַשֵּׁנִ֔י
(hasheni)
de tweede
לִמְלֹ֥ךְ
(limlokh)
van de koning
שְׁלֹמֹ֖ה
(shelomo)
Salomo
עַל
(al)
over
יִשְׂרָאֵ֑ל
(yisrael)
Israël
וַיִּ֥בֶן
(vayiven)
en hij bouwde
הַבַּ֖יִת
(habayit)
het huis
לַיהוָֽה
(laYahweh)
voor Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Het huis van Yahweh, de tempel, wordt gebouwd op de tempelberg in Jeruzalem (Israël).

Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.

Uitleg

בַּיִת (bayit), ‘huis’: het huis voor Yahweh is de tempel.

Het getal 480 staat hier letterlijk.

Het verblijf in Egypte duurde volgens Exod. 12:40 430 jaar.

Sommige oude vertalingen hebben hier een ander getal.

זִו (Ziv), ‘Zif’: de tweede maand van het jaar, ongeveer april en mei.

Lezing

Wij volgen de Masoretische tekst met 480 jaar.

De maten en de bouw van het huis

2Het huis dat koning Salomo voor Yahweh bouwde, was 60 el lang, 20 el breed en 30 el hoog.
וְהַבַּ֗יִת
(vehabayit)
en het huis
אֲשֶׁ֨ר
(asher)
dat
בָּנָ֜ה
(bana)
bouwde
הַמֶּ֤לֶךְ
(hamelekh)
de koning
שְׁלֹמֹה֙
(shelomo)
Salomo
לַֽיהוָ֔ה
(laYahweh)
voor Yahweh
שִׁשִּֽׁים
(shishim)
zestig
אַמָּ֥ה
(ama)
el
אָרְכּ֖וֹ
(arko)
zijn lengte
וְעֶשְׂרִ֤ים
(veesrim)
en twintig
רָחְבּ֑וֹ
(rachbo)
zijn breedte
וּשְׁלֹשִׁ֥ים
(usheloshim)
en dertig
אַמָּ֖ה
(ama)
el
קוֹמָתֽוֹ
(qomato)
zijn hoogte
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Een el is ongeveer 45 cm.

Het huis was dus ongeveer 27 meter lang, 9 meter breed en 13,5 meter hoog.

Vergelijk de tabernakel in Exod. 26.

3De voorhal lag aan de voorkant van de hoofdzaal van het huis. Hij was 20 el lang, over de breedte van het huis, en 10 el breed aan de voorkant van het huis.
וְהָאוּלָ֗ם
(vehaulam)
en de voorhal
עַל
(al)
aan
פְּנֵי֙
(penei)
de voorkant van
הֵיכַ֣ל
(heikhal)
de hoofdzaal van
הַבַּ֔יִת
(habayit)
het huis
עֶשְׂרִ֣ים
(esrim)
twintig
אַמָּה֙
(ama)
el
אָרְכּ֔וֹ
(arko)
zijn lengte
עַל
(al)
over
פְּנֵ֖י
(penei)
de voorkant van
רֹ֣חַב
(rochav)
de breedte van
הַבָּ֑יִת
(habayit)
het huis
עֶ֧שֶׂר
(eser)
tien
בָּאַמָּ֛ה
(baama)
in de el
רָחְבּ֖וֹ
(rachbo)
zijn breedte
עַל
(al)
aan
פְּנֵ֥י
(penei)
de voorkant van
הַבָּֽיִת
(habayit)
het huis
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אוּלָם (ulam), ‘voorhal’: de ruimte voor de ingang.

הֵיכָל (hekal), ‘hoofdzaal’: de grote ruimte van het huis, voor het binnenste vertrek.

Wij vertalen hekal in 1 Kon. 6–8 steeds met ‘hoofdzaal’, devir (het achterste vertrek) met ‘binnenste vertrek’ en ulam met ‘voorhal’.

De voorhal was 20 el lang (ongeveer 9 meter) en 10 el breed (ongeveer 4,5 meter).

4Hij maakte voor het huis gesloten vensters met kozijnen.
וַיַּ֣עַשׂ
(vayaas)
en hij maakte
לַבָּ֔יִת
(labayit)
voor het huis
חַלּוֹנֵ֖י
(chalonei)
vensters van
שְׁקֻפִ֥ים
(shequfim)
met kozijnen
אֲטֻמִֽים
(atumim)
gesloten
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

חַלּוֹנֵי שְׁקֻפִים אֲטֻמִים (challone shequfim atumim), ‘vensters met kozijnen, gesloten’: de betekenis van beide woorden is onzeker.

Lezing

Sommige oude vertalingen lezen hier anders.

Zij denken aan vensters die naar binnen smal werden.

Wij vertalen letterlijk.

5Tegen de muur van het huis bouwde hij een aanbouw rondom, rondom de muren van het huis: rondom de hoofdzaal en het binnenste vertrek. Hij maakte zijkamers rondom.
וַיִּבֶן֩
(vayiven)
en hij bouwde
עַל
(al)
tegen
קִ֨יר
(qir)
de muur van
הַבַּ֤יִת
(habayit)
het huis
יָצִ֨יעַ֙
(yatsia)
een aanbouw
סָבִ֔יב
(saviv)
rondom
אֶת
(et)
(obj.)
קִיר֤וֹת
(qirot)
de muren van
הַבַּ֨יִת֙
(habayit)
het huis
סָבִ֔יב
(saviv)
rondom
לַֽהֵיכָ֖ל
(laheikhal)
om de hoofdzaal
וְלַדְּבִ֑יר
(veladevir)
en om het binnenste vertrek
וַיַּ֥עַשׂ
(vayaas)
en hij maakte
צְלָע֖וֹת
(tselaot)
zijkamers
סָבִֽיב
(saviv)
rondom
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

יָצִיעַ (yatsia), ‘aanbouw’: een bouwdeel tegen de muur.

צְלָעוֹת (tsela’ot), ‘zijkamers’: letterlijk ‘ribben, zijden’.

דְּבִיר (devir), ‘binnenste vertrek’: het achterste vertrek van het huis.

Het wordt in vers 16 ‘het hoogheilige’ genoemd en in vers 19 is het de plaats van de ark.

Lezing

De geschreven tekst (ketiv) heeft יצוע (yatsua), ‘bed, rustplaats’.

De voorgelezen tekst (qere) heeft יציע (yatsia).

Wij volgen de qere.

Hetzelfde geldt voor de verzen 6 en 10.

6De onderste laag van de aanbouw was 5 el breed, de middelste 6 el breed en de derde 7 el breed. Want hij maakte aan de buitenkant van het huis rondom insprongen, om niet vast te grijpen in de muren van het huis.
הַיָּצִ֨יעַ
(hayatsia)
de aanbouw
הַתַּחְתֹּנָ֜ה
(hatachtona)
de onderste
חָמֵ֧שׁ
(chamesh)
vijf
בָּאַמָּ֣ה
(baama)
in de el
רָחְבָּ֗הּ
(rachbah)
haar breedte
וְהַתִּֽיכֹנָה֙
(vehatikhona)
en de middelste
שֵׁ֤שׁ
(shesh)
zes
בָּֽאַמָּה֙
(baama)
in de el
רָחְבָּ֔הּ
(rachbah)
haar breedte
וְהַ֨שְּׁלִישִׁ֔ית
(vehashelishit)
en de derde
שֶׁ֥בַע
(sheva)
zeven
בָּאַמָּ֖ה
(baama)
in de el
רָחְבָּ֑הּ
(rachbah)
haar breedte
כִּ֡י
(ki)
want
מִגְרָעוֹת֩
(migraot)
insprongen
נָתַ֨ן
(natan)
hij maakte
לַבַּ֤יִת
(labayit)
aan het huis
סָבִיב֙
(saviv)
rondom
ח֔וּצָה
(chutsa)
aan de buitenkant
לְבִלְתִּ֖י
(levilti)
opdat niet
אֲחֹ֥ז
(achoz)
vastgrijpen
בְּקִֽירוֹת
(beqirot)
in de muren van
הַבָּֽיִת
(habayit)
het huis
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מִגְרָעוֹת (migra’ot), ‘insprongen’: verdikkingen of randen in de muur waarop de balken rusten.

Zo worden de balken niet in de muur van het huis zelf vastgezet.

De lagen waren ongeveer 2,25 meter, 2,7 meter en 3,15 meter breed (5, 6 en 7 el).

7Het huis werd gebouwd met stenen die in de groeve al klaar waren gemaakt. Geen hamer, bijl of enig ander ijzeren gereedschap werd gehoord in het huis tijdens het bouwen.
וְהַבַּ֨יִת֙
(vehabayit)
en het huis
בְּהִבָּ֣נֹת֔וֹ
(behibanoto)
bij zijn bouwen
אֶֽבֶן
(even)
steen
שְׁלֵמָ֥ה
(shelema)
volledige
מַסָּ֖ע
(masa)
uit de groeve
נִבְנָ֑ה
(nivna)
werd gebouwd
וּמַקָּב֤וֹת
(umaqavot)
en hamers
וְהַגַּרְזֶן֙
(vehagarzen)
en de bijl
כָּל
(kal)
alle
כְּלִ֣י
(keli)
gereedschap van
בַרְזֶ֔ל
(barzel)
ijzer
לֹֽא
(lo)
niet
נִשְׁמַ֥ע
(nishma)
werd gehoord
בַּבַּ֖יִת
(babayit)
in het huis
בְּהִבָּנֹתֽוֹ
(behibanoto)
bij zijn bouwen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אֶבֶן שְׁלֵמָה מַסָּע (even shelemah massa), ‘volledige steen uit de groeve’: stenen die al in de groeve op maat waren gemaakt.

De betekenis van מַסָּע (massa) is niet zeker.

Het verbod op ijzer bij een altaar staat in Exod. 20:25 en Deut. 27:5.

8De ingang van de middelste zijkamers lag aan de rechterzijde van het huis. Met wenteltrappen ging men omhoog naar de middelste laag en van de middelste naar de derde.
פֶּ֗תַח
(petach)
ingang van
הַצֵּלָע֙
(hatsela)
de zijkamers
הַתִּ֣יכֹנָ֔ה
(hatikhona)
de middelste
אֶל
(el)
aan
כֶּ֥תֶף
(ketef)
zijde van
הַבַּ֖יִת
(habayit)
het huis
הַיְמָנִ֑ית
(haymanit)
de rechter
וּבְלוּלִּ֗ים
(uvelulim)
en met wenteltrappen
יַֽעֲלוּ֙
(yaalu)
men ging op
עַל
(al)
naar
הַתִּ֣יכֹנָ֔ה
(hatikhona)
de middelste
וּמִן
(umin)
en van
הַתִּֽיכֹנָ֖ה
(hatikhona)
de middelste
אֶל
(el)
naar
הַשְּׁלִשִֽׁים
(hashelishim)
de derde
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

כֶּתֶף (ketef), ‘schouder’: hier ‘zijde’.

De rechterzijde is, met het gezicht naar het oosten, waarschijnlijk de zuidzijde.

בְּלוּלִים (belulim), ‘wenteltrappen’: de betekenis is onzeker.

9Hij bouwde het huis en maakte het af. Hij bedekte het huis met balken en rijen van ceder.
וַיִּ֥בֶן
(vayiven)
en hij bouwde
אֶת
(et)
(obj.)
הַבַּ֖יִת
(habayit)
het huis
וַיְכַלֵּ֑הוּ
(vaykhalehu)
en voltooide het
וַיִּסְפֹּ֤ן
(vayispon)
en hij bedekte
אֶת
(et)
(obj.)
הַבַּ֨יִת֙
(habayit)
het huis
גֵּבִ֔ים
(gevim)
balken
וּשְׂדֵרֹ֖ת
(usederot)
en rijen
בָּאֲרָזִֽים
(baarazim)
met ceder
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

גֵּבִים (gevim) en שְׂדֵרוֹת (sederot): ‘balken’ en ‘rijen’.

De betekenis van beide woorden is onzeker.

Het gaat om de dekking van het huis, van ceder.

10Hij bouwde de aanbouw tegen heel het huis. De hoogte was 5 el. Hij maakte het vast aan het huis met cederhout.
וַיִּ֤בֶן
(vayiven)
en hij bouwde
אֶת
(et)
(obj.)
הַיָּצִ֨יעַ֙
(hayatsia)
de aanbouw
עַל
(al)
tegen
כָּל
(kal)
heel
הַבַּ֔יִת
(habayit)
het huis
חָמֵ֥שׁ
(chamesh)
vijf
אַמּ֖וֹת
(amot)
el
קֽוֹמָת֑וֹ
(qomato)
zijn hoogte
וַיֶּאֱחֹ֥ז
(vayeechoz)
en hij maakte vast
אֶת
(et)
(obj.)
הַבַּ֖יִת
(habayit)
het huis
בַּעֲצֵ֥י
(baatsei)
met hout van
אֲרָזִֽים
(arazim)
ceder
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing

Het Hebreeuws zegt alleen ‘vijf el zijn hoogte’.

Het is onzeker of dit per laag is of voor de hele aanbouw.

Wij volgen de tekst letterlijk.

Het woord van Yahweh aan Salomo

11Het woord van Yahweh kwam tot Salomo:
וַֽיְהִי֙
(vayhi)
en het kwam
דְּבַר
(devar)
woord van
יְהוָ֔ה
(Yahweh)
Yahweh
אֶל
(el)
tot
שְׁלֹמֹ֖ה
(shelomo)
Salomo
לֵאמֹֽר
(lemor)
zeggende
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
12„Dit huis dat je bouwt: als je wandelt in Mijn voorschriften, Mijn rechten doet en al Mijn geboden bewaart door daarin te wandelen, dan zal Ik Mijn woord met jou bevestigen. Dat is het woord dat Ik tot je vader David heb gesproken.
הַבַּ֨יִת
(habayit)
het huis
הַזֶּ֜ה
(haze)
dit
אֲשֶׁר
(asher)
dat
אַתָּ֣ה
(ata)
jij
בֹנֶ֗ה
(bone)
bouwt
אִם
(im)
indien
תֵּלֵ֤ךְ
(telekh)
je wandelt
בְּחֻקֹּתַי֙
(bechuqotay)
in Mijn voorschriften
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
מִשְׁפָּטַ֣י
(mishpatay)
Mijn rechten
תַּֽעֲשֶׂ֔ה
(taase)
je doet
וְשָׁמַרְתָּ֥
(veshamarta)
en je bewaart
אֶת
(et)
(obj.)
כָּל
(kal)
al
מִצְוֺתַ֖י
(mitsvotay)
Mijn geboden
לָלֶ֣כֶת
(lalekhet)
om te wandelen
בָּהֶ֑ם
(bahem)
in hen
וַהֲקִמֹתִ֤י
(vahaqimoti)
dan zal Ik bevestigen
אֶת
(et)
(obj.)
דְּבָרִי֙
(devari)
Mijn woord
אִתָּ֔ךְ
(itakh)
met jou
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
dat
דִּבַּ֖רְתִּי
(dibarti)
Ik sprak
אֶל
(el)
tot
דָּוִ֥ד
(david)
David
אָבִֽיךָ
(avikha)
je vader
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Vergelijk 1 Kon. 2:3.

De voorwaarde staat hier voor het huis zelf: het huis alleen is niet genoeg.

13Ik zal wonen te midden van de zonen van Israël. Ik zal Mijn volk Israël niet verlaten.”
וְשָׁ֣כַנְתִּ֔י
(veshakhanti)
en Ik zal wonen
בְּת֖וֹךְ
(betokh)
te midden van
בְּנֵ֣י
(benei)
zonen van
יִשְׂרָאֵ֑ל
(yisrael)
Israël
וְלֹ֥א
(velo)
en niet
אֶעֱזֹ֖ב
(eezov)
Ik zal verlaten
אֶת
(et)
(obj.)
עַמִּ֥י
(ami)
Mijn volk
יִשְׂרָאֵֽל
(yisrael)
Israël
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

וְשָׁכַנְתִּי (veshakanti), ‘en Ik zal wonen’: verwant met מִשְׁכָּן (mishkan), ‘tabernakel’.

Zie Exod. 25:8 en Lev. 26:11–12.

De binnenkant: cederhout en goud

14Salomo bouwde het huis en maakte het af.
וַיִּ֧בֶן
(vayiven)
en bouwde
שְׁלֹמֹ֛ה
(shelomo)
Salomo
אֶת
(et)
(obj.)
הַבַּ֖יִת
(habayit)
het huis
וַיְכַלֵּֽהוּ
(vaykhalehu)
en voltooide het
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
15Hij bouwde de muren van het huis aan de binnenkant met cederplanken, van de vloer van het huis tot aan de muren van het plafond. Hij bekleedde ze aan de binnenkant met hout. De vloer van het huis bekleedde hij met planken van cypres.
וַיִּבֶן֩
(vayiven)
en hij bouwde
אֶת
(et)
(obj.)
קִיר֨וֹת
(qirot)
de muren van
הַבַּ֤יִת
(habayit)
het huis
מִבַּ֨יְתָה֙
(mibayta)
aan de binnenkant
בְּצַלְע֣וֹת
(betsalot)
met planken van
אֲרָזִ֔ים
(arazim)
ceder
מִקַּרְקַ֤ע
(miqarqa)
van de vloer van
הַבַּ֨יִת֙
(habayit)
het huis
עַד
(ad)
tot
קִיר֣וֹת
(qirot)
de muren van
הַסִּפֻּ֔ן
(hasipun)
het plafond
צִפָּ֥ה
(tsipa)
hij bekleedde
עֵ֖ץ
(ets)
hout
מִבָּ֑יִת
(mibayit)
van binnen
וַיְצַ֛ף
(vaytsaf)
en hij bekleedde
אֶת
(et)
(obj.)
קַרְקַ֥ע
(qarqa)
de vloer van
הַבַּ֖יִת
(habayit)
het huis
בְּצַלְע֥וֹת
(betsalot)
met planken van
בְּרוֹשִֽׁים
(beroshim)
cypres
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

סְפָן (sefan), ‘plafond’: de betekenis is onzeker.

Met ‘de muren van het plafond’ zijn waarschijnlijk de balken of de bovenrand van de wanden bedoeld.

בְּרוֹשִׁים (berosim), ‘cypressen’: zie 5:22.

Zie ook1 Kon 7:7
16Hij bouwde 20 el aan de achterkant van het huis met cederplanken, van de vloer tot aan de muren. Hij bouwde daarvan, van binnen, een binnenste vertrek: het hoogheilige.
וַיִּבֶן֩
(vayiven)
en hij bouwde
אֶת
(et)
(obj.)
עֶשְׂרִ֨ים
(esrim)
twintig
אַמָּ֜ה
(ama)
el
מִֽיַּרְכְּתֵ֤י
(miyarketei)
van de achterkant van
הַבַּ֨יִת֙
(habayit)
het huis
בְּצַלְע֣וֹת
(betsalot)
met planken van
אֲרָזִ֔ים
(arazim)
ceder
מִן
(min)
van
הַקַּרְקַ֖ע
(haqarqa)
de vloer
עַד
(ad)
tot
הַקִּיר֑וֹת
(haqirot)
de muren
וַיִּ֤בֶן
(vayiven)
en hij bouwde
לוֹ֙
(lo)
voor hem
מִבַּ֣יִת
(mibayit)
van binnen
לִדְבִ֔יר
(lidvir)
als binnenste vertrek
לְקֹ֖דֶשׁ
(leqodesh)
tot het heilige
הַקֳּדָשִֽׁים
(haqodashim)
van de heiligen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

20 el is ongeveer 9 meter.

קֹדֶשׁ הַקֳּדָשִׁים (qodesh haqodashim), ‘het hoogheilige’: de heiligste plaats.

Dezelfde uitdrukking staat in Exod. 26:33.

Lezing

De geschreven tekst (ketiv) heeft מירכותי (mirkoti).

De voorgelezen tekst (qere) heeft מִיַּרְכְּתֵי (miyarkete), ‘van de achterzijde van’.

Wij volgen de qere.

17Veertig el was het huis, dat is de hoofdzaal ervoor.
וְאַרְבָּעִ֥ים
(vearbaim)
en veertig
בָּאַמָּ֖ה
(baama)
in de el
הָיָ֣ה
(haya)
was
הַבָּ֑יִת
(habayit)
het huis
ה֖וּא
(hu)
dat is
הַהֵיכָ֥ל
(haheikhal)
de hoofdzaal
לִפְנָֽי
(lifnay)
ervoor
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

40 el is ongeveer 18 meter.

Het huis was samen 60 el lang (vers 2): 40 el hoofdzaal en 20 el binnenste vertrek.

Lezing

Het laatste woord, לִפְנֵי (lifne), ‘ervoor’, hangt los in de zin.

Wij nemen het als ‘vóór het binnenste vertrek’.

Zie ook1 Kon 6:2
18Het cederhout aan de binnenkant van het huis had snijwerk van kolokwinten en open bloemen. Alles was ceder. Er was geen steen te zien.
וְאֶ֤רֶז
(veerez)
en ceder
אֶל
(el)
aan
הַבַּ֨יִת֙
(habayit)
het huis
פְּנִ֔ימָה
(penima)
aan de binnenkant
מִקְלַ֣עַת
(miqlaat)
gesneden werk van
פְּקָעִ֔ים
(peqaim)
kolokwinten
וּפְטוּרֵ֖י
(ufeturei)
en openingen van
צִצִּ֑ים
(tsitsim)
bloemen
הַכֹּ֣ל
(hakol)
alles
אֶ֔רֶז
(erez)
ceder
אֵ֥ין
(ein)
geen
אֶ֖בֶן
(even)
steen
נִרְאָֽה
(nira)
werd gezien
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

פְּקָעִים (peqa’im), ‘kolokwinten’: de vruchten van een klimplant.

פְּטוּרֵי צִצִּים (peturei tsitsim), ‘open bloemen’: bloemen die geopend zijn.

De betekenis van beide woorden is niet zeker.

Zie ook1 Kon 7:24

Het binnenste vertrek

19Het binnenste vertrek maakte hij klaar, binnenin het huis, om daar de ark van het verbond van Yahweh neer te zetten.
וּדְבִ֧יר
(udevir)
en het binnenste vertrek
בְּתוֹךְ
(betokh)
in het midden van
הַבַּ֛יִת
(habayit)
het huis
מִפְּנִ֖ימָה
(mipenima)
aan de binnenkant
הֵכִ֑ין
(hekhin)
hij maakte klaar
לְתִתֵּ֣ן
(letiten)
om te zetten
שָׁ֔ם
(sham)
daar
אֶת
(et)
(obj.)
אֲר֖וֹן
(aron)
ark van
בְּרִ֥ית
(berit)
het verbond van
יְהוָֽה
(Yahweh)
Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De ark van het verbond: zie Exod. 25:10–22.

20En aan de voorkant van het binnenste vertrek: 20 el lang, 20 el breed en 20 el hoog. Hij bekleedde het met zuiver goud. Ook bekleedde hij een altaar van ceder.
וְלִפְנֵ֣י
(velifnei)
en aan de voorkant van
הַדְּבִ֡יר
(hadevir)
het binnenste vertrek
עֶשְׂרִים֩
(esrim)
twintig
אַמָּ֨ה
(ama)
el
אֹ֜רֶךְ
(orekh)
lengte
וְעֶשְׂרִ֧ים
(veesrim)
en twintig
אַמָּ֣ה
(ama)
el
רֹ֗חַב
(rochav)
breedte
וְעֶשְׂרִ֤ים
(veesrim)
en twintig
אַמָּה֙
(ama)
el
קֽוֹמָת֔וֹ
(qomato)
zijn hoogte
וַיְצַפֵּ֖הוּ
(vaytsapehu)
en hij bekleedde het
זָהָ֣ב
(zahav)
goud
סָג֑וּר
(sagur)
zuiver
וַיְצַ֥ף
(vaytsaf)
en hij bekleedde
מִזְבֵּ֖חַ
(mizbeach)
altaar
אָֽרֶז
(arez)
ceder
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

זָהָב סָגוּר (zahav sagur), ‘zuiver goud’: letterlijk ‘omsloten goud’.

Het is een ander woord dan in Exodus (טָהוֹר, tahor).

Wij vertalen beide met ‘zuiver goud’. 20 el is ongeveer 9 meter.

Het binnenste vertrek was dus 9 meter lang, 9 meter breed en 9 meter hoog: een kubus.

Het altaar van ceder is waarschijnlijk het reukofferaltaar. Zie 7:48 en Exod. 30:1–6.

Lezing

Het begin van het vers, וְלִפְנֵי הַדְּבִיר (velifne haddevir), ‘en aan de voorkant van het binnenste vertrek’, is moeilijk.

Wij nemen het als de ruimte van het binnenste vertrek zelf.

Het is onzeker.

21Salomo bekleedde het huis aan de binnenkant met zuiver goud. Hij liet gouden kettingen langs de voorkant van het binnenste vertrek lopen. En hij bekleedde het met goud.
וַיְצַ֨ף
(vaytsaf)
en bekleedde
שְׁלֹמֹ֧ה
(shelomo)
Salomo
אֶת
(et)
(obj.)
הַבַּ֛יִת
(habayit)
het huis
מִפְּנִ֖ימָה
(mipenima)
van binnen
זָהָ֣ב
(zahav)
goud
סָג֑וּר
(sagur)
zuiver
וַיְעַבֵּ֞ר
(vayaber)
en hij liet overgaan
בְּרַתּוּק֤וֹת
(beratuqot)
met kettingen van
זָהָב֙
(zahav)
goud
לִפְנֵ֣י
(lifnei)
voor
הַדְּבִ֔יר
(hadevir)
het binnenste vertrek
וַיְצַפֵּ֖הוּ
(vaytsapehu)
en hij bekleedde het
זָהָֽב
(zahav)
goud
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

רַתּוּקוֹת (rattuqot), ‘kettingen’: de betekenis is onzeker.

Lezing

De geschreven tekst (ketiv) heeft ברתיקות (birtiqot).

De voorgelezen tekst (qere) heeft בְּרַתּוּקוֹת (berattuqot).

Wij volgen de qere.

22Heel het huis bekleedde hij met goud, totdat heel het huis klaar was. Ook heel het altaar dat bij het binnenste vertrek hoorde, bekleedde hij met goud.
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
כָּל
(kal)
heel
הַבַּ֛יִת
(habayit)
het huis
צִפָּ֥ה
(tsipa)
hij bekleedde
זָהָ֖ב
(zahav)
goud
עַד
(ad)
totdat
תֹּ֣ם
(tom)
voltooid was
כָּל
(kal)
heel
הַבָּ֑יִת
(habayit)
het huis
וְכָל
(vekhal)
en heel
הַמִּזְבֵּ֥חַ
(hamizbeach)
het altaar
אֲֽשֶׁר
(asher)
dat
לַדְּבִ֖יר
(ladevir)
bij het binnenste vertrek
צִפָּ֥ה
(tsipa)
hij bekleedde
זָהָֽב
(zahav)
goud
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

De twee cherubs

23In het binnenste vertrek maakte hij twee cherubs van olijfhout, 10 el hoog.
וַיַּ֣עַשׂ
(vayaas)
en hij maakte
בַּדְּבִ֔יר
(badevir)
in het binnenste vertrek
שְׁנֵ֥י
(shenei)
twee
כְרוּבִ֖ים
(keruvim)
cherubs
עֲצֵי
(atsei)
van hout van
שָׁ֑מֶן
(shamen)
olie
עֶ֥שֶׂר
(eser)
tien
אַמּ֖וֹת
(amot)
el
קוֹמָתֽוֹ
(qomato)
zijn hoogte
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

עֵץ שֶׁמֶן (ets shemen), ‘olijfhout’: letterlijk ‘oliehout’.

Het gaat waarschijnlijk om olijfhout.

Tien el is ongeveer 4,5 meter.

Cherubs zijn hemelse wezens, zoals in Exod. 25:18–20 en Gen. 3:24.

24De ene vleugel van de cherub was 5 el en de tweede vleugel van de cherub was 5 el. Van het ene uiteinde van zijn vleugels tot het andere uiteinde van zijn vleugels was het 10 el.
וְחָמֵ֣שׁ
(vechamesh)
en vijf
אַמּ֗וֹת
(amot)
el
כְּנַ֤ף
(kenaf)
vleugel van
הַכְּרוּב֙
(hakeruv)
de cherub
הָֽאֶחָ֔ת
(haechat)
de ene
וְחָמֵ֣שׁ
(vechamesh)
en vijf
אַמּ֔וֹת
(amot)
el
כְּנַ֥ף
(kenaf)
vleugel van
הַכְּר֖וּב
(hakeruv)
de cherub
הַשֵּׁנִ֑ית
(hashenit)
de tweede
עֶ֣שֶׂר
(eser)
tien
אַמּ֔וֹת
(amot)
el
מִקְצ֥וֹת
(miqtsot)
van het uiteinde van
כְּנָפָ֖יו
(kenafav)
zijn vleugels
וְעַד
(vead)
en tot
קְצ֥וֹת
(qetsot)
het uiteinde van
כְּנָפָֽיו
(kenafav)
zijn vleugels
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Vijf el is ongeveer 2,25 meter.

De vleugelwijdte van elke cherub was dus 10 el, ongeveer 4,5 meter.

25De tweede cherub was ook 10 el. De twee cherubs hadden dezelfde maat en dezelfde vorm.
וְעֶ֨שֶׂר֙
(veeser)
en tien
בָּֽאַמָּ֔ה
(baama)
in de el
הַכְּר֖וּב
(hakeruv)
de cherub
הַשֵּׁנִ֑י
(hasheni)
de tweede
מִדָּ֥ה
(mida)
maat
אַחַ֛ת
(achat)
één
וְקֶ֥צֶב
(veqetsev)
en vorm
אֶחָ֖ד
(echad)
één
לִשְׁנֵ֥י
(lishnei)
voor beide
הַכְּרֻבִֽים
(hakeruvim)
de cherubs
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
26De hoogte van de ene cherub was 10 el. Zo was ook de tweede cherub.
קוֹמַת֙
(qomat)
hoogte van
הַכְּר֣וּב
(hakeruv)
de cherub
הָֽאֶחָ֔ד
(haechad)
de ene
עֶ֖שֶׂר
(eser)
tien
בָּֽאַמָּ֑ה
(baama)
in de el
וְכֵ֖ן
(vekhen)
en zo
הַכְּר֥וּב
(hakeruv)
de cherub
הַשֵּׁנִֽי
(hasheni)
de tweede
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
27Hij zette de cherubs midden in het binnenste huis. De cherubs spreidden hun vleugels uit. De vleugel van de ene raakte de ene muur en de vleugel van de tweede cherub raakte de andere muur. Hun vleugels raakten elkaar in het midden van het huis, vleugel aan vleugel.
וַיִּתֵּ֨ן
(vayiten)
en hij zette
אֶת
(et)
(obj.)
הַכְּרוּבִ֜ים
(hakeruvim)
de cherubs
בְּת֣וֹךְ
(betokh)
in het midden van
הַבַּ֣יִת
(habayit)
het huis
הַפְּנִימִ֗י
(hapenimi)
het binnenste
וַֽיִּפְרְשׂוּ֮
(vayifresu)
en zij spreidden uit
אֶת
(et)
(obj.)
כַּנְפֵ֣י
(kanfei)
vleugels van
הַכְּרֻבִים֒
(hakeruvim)
de cherubs
וַתִּגַּ֤ע
(vatiga)
en raakte
כְּנַף
(kenaf)
vleugel van
הָֽאֶחָד֙
(haechad)
de ene
בַּקִּ֔יר
(baqir)
de muur
וּכְנַף֙
(ukhenaf)
en vleugel van
הַכְּר֣וּב
(hakeruv)
de cherub
הַשֵּׁנִ֔י
(hasheni)
de tweede
נֹגַ֖עַת
(nogaat)
raakte
בַּקִּ֣יר
(baqir)
de muur
הַשֵּׁנִ֑י
(hasheni)
de tweede
וְכַנְפֵיהֶם֙
(vekhanfeihem)
en hun vleugels
אֶל
(el)
naar
תּ֣וֹךְ
(tokh)
het midden van
הַבַּ֔יִת
(habayit)
het huis
נֹגְעֹ֖ת
(nogeot)
raakten
כָּנָ֥ף
(kanaf)
vleugel
אֶל
(el)
aan
כָּנָֽף
(kanaf)
vleugel
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Twee keer 10 el is 20 el: precies de breedte van het binnenste vertrek (vers 20).

De buitenste vleugels raakten de muren, de binnenste vleugels raakten elkaar in het midden.

28Hij bekleedde de cherubs met goud.
וַיְצַ֥ף
(vaytsaf)
en hij bekleedde
אֶת
(et)
(obj.)
הַכְּרוּבִ֖ים
(hakeruvim)
de cherubs
זָהָֽב
(zahav)
goud
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Snijwerk, deuren en voorhof

29Op alle muren van het huis sneed hij rondom figuren: cherubs, palmen en open bloemen, van binnen en van buiten.
וְאֵת֩
(veet)
en (obj.)
כָּל
(kal)
alle
קִיר֨וֹת
(qirot)
muren van
הַבַּ֜יִת
(habayit)
het huis
מֵסַ֣ב
(mesav)
rondom
קָלַ֗ע
(qala)
hij sneed
פִּתּוּחֵי֙
(pituchei)
gesneden
מִקְלְעוֹת֙
(miqleot)
figuren van
כְּרוּבִ֣ים
(keruvim)
cherubs
וְתִֽמֹרֹ֔ת
(vetimorot)
en palmen
וּפְטוּרֵ֖י
(ufeturei)
en openingen van
צִצִּ֑ים
(tsitsim)
bloemen
מִלִּפְנִ֖ים
(milifnim)
van binnen
וְלַחִיצֽוֹן
(velachitson)
en van buiten
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

פִּתּוּחֵי מִקְלְעוֹת (pittuchei miqla’ot), ‘gesneden figuren’: figuren die in het hout zijn gesneden.

תִּמֹרוֹת (timorot), ‘palmen’: palmbomen of palmtakken.

‘Van binnen en van buiten’ betekent: in het binnenste vertrek en in de hoofdzaal.

30De vloer van het huis bekleedde hij met goud, van binnen en van buiten.
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
קַרְקַ֥ע
(qarqa)
vloer van
הַבַּ֖יִת
(habayit)
het huis
צִפָּ֣ה
(tsipa)
hij bekleedde
זָהָ֑ב
(zahav)
goud
לִפְנִ֖ימָה
(lifnima)
van binnen
וְלַחִיצֽוֹן
(velachitson)
en van buiten
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
31Voor de ingang van het binnenste vertrek maakte hij deuren van olijfhout. De bovendorpel en de deurposten waren een vijfde.
וְאֵת֙
(veet)
en (obj.)
פֶּ֣תַח
(petach)
ingang van
הַדְּבִ֔יר
(hadevir)
het binnenste vertrek
עָשָׂ֖ה
(asa)
hij maakte
דַּלְת֣וֹת
(daltot)
deuren van
עֲצֵי
(atsei)
hout van
שָׁ֑מֶן
(shamen)
olie
הָאַ֥יִל
(haayil)
de bovendorpel
מְזוּז֖וֹת
(mezuzot)
deurposten
חֲמִשִֽׁית
(chamishit)
een vijfde
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing

De woorden הָאַיִל מְזוּזוֹת חֲמִשִׁית (ha’ayil mezuzot chamishit), ‘de bovendorpel, de deurposten, een vijfde’, zijn moeilijk.

De maat kan een vijfde van de breedte van de muur zijn, of de vorm van de deuropening.

Wij vertalen letterlijk.

Het is onzeker.

32Op de twee deuren van olijfhout sneed hij figuren van cherubs, palmen en open bloemen. Hij bekleedde ze met goud. Het goud liet hij neerkomen op de cherubs en op de palmen.
וּשְׁתֵּי֮
(ushtei)
en twee
דַּלְת֣וֹת
(daltot)
deuren van
עֲצֵי
(atsei)
hout van
שֶׁמֶן֒
(shemen)
olie
וְקָלַ֣ע
(veqala)
en hij sneed
עֲ֠לֵיהֶם
(aleihem)
op hen
מִקְלְע֨וֹת
(miqleot)
gesneden figuren van
כְּרוּבִ֧ים
(keruvim)
cherubs
וְתִמֹר֛וֹת
(vetimorot)
en palmen
וּפְטוּרֵ֥י
(ufeturei)
en openingen van
צִצִּ֖ים
(tsitsim)
bloemen
וְצִפָּ֣ה
(vetsipa)
en hij bekleedde
זָהָ֑ב
(zahav)
goud
וַיָּ֛רֶד
(vayared)
en hij liet neerkomen
עַל
(al)
op
הַכְּרוּבִ֥ים
(hakeruvim)
de cherubs
וְעַל
(veal)
en op
הַתִּֽמֹר֖וֹת
(hatimorot)
de palmen
אֶת
(et)
(obj.)
הַזָּהָֽב
(hazahav)
het goud
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

וְיֵרֵד (vejered), ‘en hij liet neerkomen’: het goud werd op het snijwerk gelegd en vastgemaakt.

De betekenis is onzeker.

33Zo maakte hij ook voor de ingang van de hoofdzaal deurposten van olijfhout, een vierde.
וְכֵ֥ן
(vekhen)
en zo
עָשָׂ֛ה
(asa)
hij maakte
לְפֶ֥תַח
(lefetach)
voor de ingang van
הַֽהֵיכָ֖ל
(haheikhal)
de hoofdzaal
מְזוּז֣וֹת
(mezuzot)
deurposten
עֲצֵי
(atsei)
van hout van
שָׁ֑מֶן
(shamen)
olie
מֵאֵ֖ת
(meet)
van
רְבִעִֽית
(reviit)
een vierde
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing

מֵאֵת רְבִעִית (me’et reviit), ‘een vierde’: hier is de maat waarschijnlijk een vierde van de breedte van de muur.

De betekenis is onzeker.

Wij vertalen letterlijk.

34De twee deuren waren van cypressenhout. De twee delen van de ene deur draaiden en de twee delen van de tweede deur ook.
וּשְׁתֵּ֥י
(ushtei)
en twee
דַלְת֖וֹת
(daltot)
deuren van
עֲצֵ֣י
(atsei)
hout van
בְרוֹשִׁ֑ים
(beroshim)
cypres
שְׁנֵ֨י
(shenei)
twee
צְלָעִ֜ים
(tselaim)
delen van
הַדֶּ֤לֶת
(hadelet)
de deur
הָֽאַחַת֙
(haachat)
de ene
גְּלִילִ֔ים
(gelilim)
draaiend
וּשְׁנֵ֧י
(ushenei)
en twee
קְלָעִ֛ים
(qelaim)
delen van
הַדֶּ֥לֶת
(hadelet)
de deur
הַשֵּׁנִ֖ית
(hashenit)
de tweede
גְּלִילִֽים
(gelilim)
draaiend
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

גְּלִילִים (gelilim), ‘draaiend’: de delen van de deur konden draaien of opvouwen.

De betekenis is onzeker.

35Hij sneed er cherubs, palmen en open bloemen in. Hij bekleedde ze met goud, gelijkmatig over het gesneden werk.
וְקָלַ֤ע
(veqala)
en hij sneed
כְּרוּבִים֙
(keruvim)
cherubs
וְתִ֣מֹר֔וֹת
(vetimorot)
en palmen
וּפְטֻרֵ֖י
(ufeturei)
en openingen van
צִצִּ֑ים
(tsitsim)
bloemen
וְצִפָּ֣ה
(vetsipa)
en hij bekleedde
זָהָ֔ב
(zahav)
goud
מְיֻשָּׁ֖ר
(meyushar)
gelijkmatig
עַל
(al)
op
הַמְּחֻקֶּֽה
(hamechuqe)
het gesneden werk
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מְיֻשָּׁר (meyushshar), ‘gelijkmatig’: het goud lag recht en glad op het snijwerk.

36Hij bouwde de binnenste voorhof met drie rijen gehouwen steen en een rij cederbalken.
וַיִּ֨בֶן֙
(vayiven)
en hij bouwde
אֶת
(et)
(obj.)
הֶחָצֵ֣ר
(hechatser)
de voorhof
הַפְּנִימִ֔ית
(hapenimit)
de binnenste
שְׁלֹשָׁ֖ה
(shelosha)
drie
טוּרֵ֣י
(turei)
rijen van
גָזִ֑ית
(gazit)
gehouwen steen
וְט֖וּר
(vetur)
en rij van
כְּרֻתֹ֥ת
(kerutot)
balken
אֲרָזִֽים
(arazim)
ceder
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

חָצֵר הַפְּנִימִית (chatser happenimit), ‘de binnenste voorhof’: de voorhof rond het huis.

כְּרֻתֹת אֲרָזִים (kerutot arazim), ‘cederbalken’: balken van ceder, in een rij boven de stenen.

De betekenis van כְּרֻתֹת is niet zeker.

Het huis is klaar

37In het vierde jaar werd het fundament van het huis van Yahweh gelegd, in de maand Zif.
בַּשָּׁנָה֙
(bashana)
in het jaar
הָֽרְבִיעִ֔ית
(hareviit)
vierde
יֻסַּ֖ד
(yusad)
werd gelegd het fundament van
בֵּ֣ית
(beit)
huis van
יְהוָ֑ה
(Yahweh)
Yahweh
בְּיֶ֖רַח
(beyerach)
in de maand
זִֽו
(zi)
Zif
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Zie vers 1: de maand Zif is de tweede maand.

38In het elfde jaar, in de maand Bul, de achtste maand, was het huis klaar met al zijn onderdelen en al zijn bepalingen. Hij bouwde er zeven jaar aan.
וּבַשָּׁנָה֩
(uvashana)
en in het jaar
הָאַחַ֨ת
(haachat)
de ene
עֶשְׂרֵ֜ה
(esre)
tien
בְּיֶ֣רַח
(beyerach)
in de maand
בּ֗וּל
(bul)
Bul
ה֚וּא
(hu)
dat is
הַחֹ֣דֶשׁ
(hachodesh)
de maand
הַשְּׁמִינִ֔י
(hashemini)
de achtste
כָּלָ֣ה
(kala)
was voltooid
הַבַּ֔יִת
(habayit)
het huis
לְכָל
(lekhal)
met alle
דְּבָרָ֖יו
(devarav)
zijn onderdelen
וּלְכָל
(ulekhal)
en met alle
מִשְׁפָּטָ֑יו
(mishpatav)
zijn bepalingen
וַיִּבְנֵ֖הוּ
(vayivnehu)
en hij bouwde het
שֶׁ֥בַע
(sheva)
zeven
שָׁנִֽים
(shanim)
jaren
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

בּוּל (Bul), ‘Bul’: de achtste maand, ongeveer oktober en november.

De bouw duurde van de tweede maand van het vierde jaar tot de achtste maand van het elfde jaar.

Dat is ongeveer zeven en een half jaar.

De tekst rondt af op zeven jaar.

Lezing

De geschreven tekst (ketiv) heeft מִשְׁפָּטוֹ (mishpato), ‘zijn bepaling’.

De voorgelezen tekst (qere) heeft מִשְׁפָּטָיו (mishpatav), ‘zijn bepalingen’.

Wij volgen de qere.