Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Het begin van de bouw
1Het was het 480e jaar nadat de zonen van Israël uit het land Egypte waren getrokken. In het vierde jaar van koning Salomo over Israël, in de maand Zif, de tweede maand, bouwde hij het huis voor Yahweh.
וַיְהִ֣י
(vayhi)
en het was
בִשְׁמוֹנִ֣ים
(bishmonim)
in het tachtigste
שָׁנָ֣ה
(shana)
jaar
וְאַרְבַּ֣ע
(vearba)
en vier
מֵא֣וֹת
(meot)
honderd
שָׁנָ֡ה
(shana)
jaar
לְצֵ֣את
(letset)
na het uittrekken van
בְּנֵֽי
(benei)
zonen van
יִשְׂרָאֵ֣ל
(yisrael)
Israël
מֵאֶֽרֶץ
(meerets)
uit het land van
מִצְרַיִם֩
(mitsrayim)
Egypte
בַּשָּׁנָ֨ה
(bashana)
in het jaar
הָרְבִיעִ֜ית
(hareviit)
vierde
בְּחֹ֣דֶשׁ
(bechodesh)
in de maand
זִ֗ו
(zi)
Zif
ה֚וּא
(hu)
die
הַחֹ֣דֶשׁ
(hachodesh)
de maand
הַשֵּׁנִ֔י
(hasheni)
de tweede
לִמְלֹ֥ךְ
(limlokh)
van de koning
שְׁלֹמֹ֖ה
(shelomo)
Salomo
עַל
(al)
over
יִשְׂרָאֵ֑ל
(yisrael)
Israël
וַיִּ֥בֶן
(vayiven)
en hij bouwde
הַבַּ֖יִת
(habayit)
het huis
לַיהוָֽה
(laYahweh)
voor Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Het huis van Yahweh, de tempel, wordt gebouwd op de tempelberg in Jeruzalem (Israël).
Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.
Uitleg
בַּיִת (bayit), ‘huis’: het huis voor Yahweh is de tempel.
Het getal 480 staat hier letterlijk.
Het verblijf in Egypte duurde volgens Exod. 12:40 430 jaar.
Sommige oude vertalingen hebben hier een ander getal.
זִו (Ziv), ‘Zif’: de tweede maand van het jaar, ongeveer april en mei.
3De voorhal lag aan de voorkant van de hoofdzaal van het huis. Hij was 20 el lang, over de breedte van het huis, en 10 el breed aan de voorkant van het huis.
וְהָאוּלָ֗ם
(vehaulam)
en de voorhal
עַל
(al)
aan
פְּנֵי֙
(penei)
de voorkant van
הֵיכַ֣ל
(heikhal)
de hoofdzaal van
הַבַּ֔יִת
(habayit)
het huis
עֶשְׂרִ֣ים
(esrim)
twintig
אַמָּה֙
(ama)
el
אָרְכּ֔וֹ
(arko)
zijn lengte
עַל
(al)
over
פְּנֵ֖י
(penei)
de voorkant van
רֹ֣חַב
(rochav)
de breedte van
הַבָּ֑יִת
(habayit)
het huis
עֶ֧שֶׂר
(eser)
tien
בָּאַמָּ֛ה
(baama)
in de el
רָחְבּ֖וֹ
(rachbo)
zijn breedte
עַל
(al)
aan
פְּנֵ֥י
(penei)
de voorkant van
הַבָּֽיִת
(habayit)
het huis
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
אוּלָם (ulam), ‘voorhal’: de ruimte voor de ingang.
הֵיכָל (hekal), ‘hoofdzaal’: de grote ruimte van het huis, voor het binnenste vertrek.
Wij vertalen hekal in 1 Kon. 6–8 steeds met ‘hoofdzaal’, devir (het achterste vertrek) met ‘binnenste vertrek’ en ulam met ‘voorhal’.
De voorhal was 20 el lang (ongeveer 9 meter) en 10 el breed (ongeveer 4,5 meter).
5Tegen de muur van het huis bouwde hij een aanbouw rondom, rondom de muren van het huis: rondom de hoofdzaal en het binnenste vertrek. Hij maakte zijkamers rondom.
וַיִּבֶן֩
(vayiven)
en hij bouwde
עַל
(al)
tegen
קִ֨יר
(qir)
de muur van
הַבַּ֤יִת
(habayit)
het huis
יָצִ֨יעַ֙
(yatsia)
een aanbouw
סָבִ֔יב
(saviv)
rondom
אֶת
(et)
(obj.)
קִיר֤וֹת
(qirot)
de muren van
הַבַּ֨יִת֙
(habayit)
het huis
סָבִ֔יב
(saviv)
rondom
לַֽהֵיכָ֖ל
(laheikhal)
om de hoofdzaal
וְלַדְּבִ֑יר
(veladevir)
en om het binnenste vertrek
וַיַּ֥עַשׂ
(vayaas)
en hij maakte
צְלָע֖וֹת
(tselaot)
zijkamers
סָבִֽיב
(saviv)
rondom
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
יָצִיעַ (yatsia), ‘aanbouw’: een bouwdeel tegen de muur.
6De onderste laag van de aanbouw was 5 el breed, de middelste 6 el breed en de derde 7 el breed. Want hij maakte aan de buitenkant van het huis rondom insprongen, om niet vast te grijpen in de muren van het huis.
הַיָּצִ֨יעַ
(hayatsia)
de aanbouw
הַתַּחְתֹּנָ֜ה
(hatachtona)
de onderste
חָמֵ֧שׁ
(chamesh)
vijf
בָּאַמָּ֣ה
(baama)
in de el
רָחְבָּ֗הּ
(rachbah)
haar breedte
וְהַתִּֽיכֹנָה֙
(vehatikhona)
en de middelste
שֵׁ֤שׁ
(shesh)
zes
בָּֽאַמָּה֙
(baama)
in de el
רָחְבָּ֔הּ
(rachbah)
haar breedte
וְהַ֨שְּׁלִישִׁ֔ית
(vehashelishit)
en de derde
שֶׁ֥בַע
(sheva)
zeven
בָּאַמָּ֖ה
(baama)
in de el
רָחְבָּ֑הּ
(rachbah)
haar breedte
כִּ֡י
(ki)
want
מִגְרָעוֹת֩
(migraot)
insprongen
נָתַ֨ן
(natan)
hij maakte
לַבַּ֤יִת
(labayit)
aan het huis
סָבִיב֙
(saviv)
rondom
ח֔וּצָה
(chutsa)
aan de buitenkant
לְבִלְתִּ֖י
(levilti)
opdat niet
אֲחֹ֥ז
(achoz)
vastgrijpen
בְּקִֽירוֹת
(beqirot)
in de muren van
הַבָּֽיִת
(habayit)
het huis
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
מִגְרָעוֹת (migra’ot), ‘insprongen’: verdikkingen of randen in de muur waarop de balken rusten.
Zo worden de balken niet in de muur van het huis zelf vastgezet.
De lagen waren ongeveer 2,25 meter, 2,7 meter en 3,15 meter breed (5, 6 en 7 el).
7Het huis werd gebouwd met stenen die in de groeve al klaar waren gemaakt. Geen hamer, bijl of enig ander ijzeren gereedschap werd gehoord in het huis tijdens het bouwen.
וְהַבַּ֨יִת֙
(vehabayit)
en het huis
בְּהִבָּ֣נֹת֔וֹ
(behibanoto)
bij zijn bouwen
אֶֽבֶן
(even)
steen
שְׁלֵמָ֥ה
(shelema)
volledige
מַסָּ֖ע
(masa)
uit de groeve
נִבְנָ֑ה
(nivna)
werd gebouwd
וּמַקָּב֤וֹת
(umaqavot)
en hamers
וְהַגַּרְזֶן֙
(vehagarzen)
en de bijl
כָּל
(kal)
alle
כְּלִ֣י
(keli)
gereedschap van
בַרְזֶ֔ל
(barzel)
ijzer
לֹֽא
(lo)
niet
נִשְׁמַ֥ע
(nishma)
werd gehoord
בַּבַּ֖יִת
(babayit)
in het huis
בְּהִבָּנֹתֽוֹ
(behibanoto)
bij zijn bouwen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
אֶבֶן שְׁלֵמָה מַסָּע (even shelemah massa), ‘volledige steen uit de groeve’: stenen die al in de groeve op maat waren gemaakt.
De betekenis van מַסָּע (massa) is niet zeker.
Het verbod op ijzer bij een altaar staat in Exod. 20:25 en Deut. 27:5.
8De ingang van de middelste zijkamers lag aan de rechterzijde van het huis. Met wenteltrappen ging men omhoog naar de middelste laag en van de middelste naar de derde.
פֶּ֗תַח
(petach)
ingang van
הַצֵּלָע֙
(hatsela)
de zijkamers
הַתִּ֣יכֹנָ֔ה
(hatikhona)
de middelste
אֶל
(el)
aan
כֶּ֥תֶף
(ketef)
zijde van
הַבַּ֖יִת
(habayit)
het huis
הַיְמָנִ֑ית
(haymanit)
de rechter
וּבְלוּלִּ֗ים
(uvelulim)
en met wenteltrappen
יַֽעֲלוּ֙
(yaalu)
men ging op
עַל
(al)
naar
הַתִּ֣יכֹנָ֔ה
(hatikhona)
de middelste
וּמִן
(umin)
en van
הַתִּֽיכֹנָ֖ה
(hatikhona)
de middelste
אֶל
(el)
naar
הַשְּׁלִשִֽׁים
(hashelishim)
de derde
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
כֶּתֶף (ketef), ‘schouder’: hier ‘zijde’.
De rechterzijde is, met het gezicht naar het oosten, waarschijnlijk de zuidzijde.
בְּלוּלִים (belulim), ‘wenteltrappen’: de betekenis is onzeker.
10Hij bouwde de aanbouw tegen heel het huis. De hoogte was 5 el. Hij maakte het vast aan het huis met cederhout.
וַיִּ֤בֶן
(vayiven)
en hij bouwde
אֶת
(et)
(obj.)
הַיָּצִ֨יעַ֙
(hayatsia)
de aanbouw
עַל
(al)
tegen
כָּל
(kal)
heel
הַבַּ֔יִת
(habayit)
het huis
חָמֵ֥שׁ
(chamesh)
vijf
אַמּ֖וֹת
(amot)
el
קֽוֹמָת֑וֹ
(qomato)
zijn hoogte
וַיֶּאֱחֹ֥ז
(vayeechoz)
en hij maakte vast
אֶת
(et)
(obj.)
הַבַּ֖יִת
(habayit)
het huis
בַּעֲצֵ֥י
(baatsei)
met hout van
אֲרָזִֽים
(arazim)
ceder
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing
Het Hebreeuws zegt alleen ‘vijf el zijn hoogte’.
Het is onzeker of dit per laag is of voor de hele aanbouw.
Wij volgen de tekst letterlijk.
Het woord van Yahweh aan Salomo
11Het woord van Yahweh kwam tot Salomo:
וַֽיְהִי֙
(vayhi)
en het kwam
דְּבַר
(devar)
woord van
יְהוָ֔ה
(Yahweh)
Yahweh
אֶל
(el)
tot
שְׁלֹמֹ֖ה
(shelomo)
Salomo
לֵאמֹֽר
(lemor)
zeggende
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
12„Dit huis dat je bouwt: als je wandelt in Mijn voorschriften, Mijn rechten doet en al Mijn geboden bewaart door daarin te wandelen, dan zal Ik Mijn woord met jou bevestigen. Dat is het woord dat Ik tot je vader David heb gesproken.
הַבַּ֨יִת
(habayit)
het huis
הַזֶּ֜ה
(haze)
dit
אֲשֶׁר
(asher)
dat
אַתָּ֣ה
(ata)
jij
בֹנֶ֗ה
(bone)
bouwt
אִם
(im)
indien
תֵּלֵ֤ךְ
(telekh)
je wandelt
בְּחֻקֹּתַי֙
(bechuqotay)
in Mijn voorschriften
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
מִשְׁפָּטַ֣י
(mishpatay)
Mijn rechten
תַּֽעֲשֶׂ֔ה
(taase)
je doet
וְשָׁמַרְתָּ֥
(veshamarta)
en je bewaart
אֶת
(et)
(obj.)
כָּל
(kal)
al
מִצְוֺתַ֖י
(mitsvotay)
Mijn geboden
לָלֶ֣כֶת
(lalekhet)
om te wandelen
בָּהֶ֑ם
(bahem)
in hen
וַהֲקִמֹתִ֤י
(vahaqimoti)
dan zal Ik bevestigen
אֶת
(et)
(obj.)
דְּבָרִי֙
(devari)
Mijn woord
אִתָּ֔ךְ
(itakh)
met jou
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
dat
דִּבַּ֖רְתִּי
(dibarti)
Ik sprak
אֶל
(el)
tot
דָּוִ֥ד
(david)
David
אָבִֽיךָ
(avikha)
je vader
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Vergelijk 1 Kon. 2:3.
De voorwaarde staat hier voor het huis zelf: het huis alleen is niet genoeg.
15Hij bouwde de muren van het huis aan de binnenkant met cederplanken, van de vloer van het huis tot aan de muren van het plafond. Hij bekleedde ze aan de binnenkant met hout. De vloer van het huis bekleedde hij met planken van cypres.
וַיִּבֶן֩
(vayiven)
en hij bouwde
אֶת
(et)
(obj.)
קִיר֨וֹת
(qirot)
de muren van
הַבַּ֤יִת
(habayit)
het huis
מִבַּ֨יְתָה֙
(mibayta)
aan de binnenkant
בְּצַלְע֣וֹת
(betsalot)
met planken van
אֲרָזִ֔ים
(arazim)
ceder
מִקַּרְקַ֤ע
(miqarqa)
van de vloer van
הַבַּ֨יִת֙
(habayit)
het huis
עַד
(ad)
tot
קִיר֣וֹת
(qirot)
de muren van
הַסִּפֻּ֔ן
(hasipun)
het plafond
צִפָּ֥ה
(tsipa)
hij bekleedde
עֵ֖ץ
(ets)
hout
מִבָּ֑יִת
(mibayit)
van binnen
וַיְצַ֛ף
(vaytsaf)
en hij bekleedde
אֶת
(et)
(obj.)
קַרְקַ֥ע
(qarqa)
de vloer van
הַבַּ֖יִת
(habayit)
het huis
בְּצַלְע֥וֹת
(betsalot)
met planken van
בְּרוֹשִֽׁים
(beroshim)
cypres
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
סְפָן (sefan), ‘plafond’: de betekenis is onzeker.
Met ‘de muren van het plafond’ zijn waarschijnlijk de balken of de bovenrand van de wanden bedoeld.
16Hij bouwde 20 el aan de achterkant van het huis met cederplanken, van de vloer tot aan de muren. Hij bouwde daarvan, van binnen, een binnenste vertrek: het hoogheilige.
וַיִּבֶן֩
(vayiven)
en hij bouwde
אֶת
(et)
(obj.)
עֶשְׂרִ֨ים
(esrim)
twintig
אַמָּ֜ה
(ama)
el
מִֽיַּרְכְּתֵ֤י
(miyarketei)
van de achterkant van
הַבַּ֨יִת֙
(habayit)
het huis
בְּצַלְע֣וֹת
(betsalot)
met planken van
אֲרָזִ֔ים
(arazim)
ceder
מִן
(min)
van
הַקַּרְקַ֖ע
(haqarqa)
de vloer
עַד
(ad)
tot
הַקִּיר֑וֹת
(haqirot)
de muren
וַיִּ֤בֶן
(vayiven)
en hij bouwde
לוֹ֙
(lo)
voor hem
מִבַּ֣יִת
(mibayit)
van binnen
לִדְבִ֔יר
(lidvir)
als binnenste vertrek
לְקֹ֖דֶשׁ
(leqodesh)
tot het heilige
הַקֳּדָשִֽׁים
(haqodashim)
van de heiligen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
20 el is ongeveer 9 meter.
קֹדֶשׁ הַקֳּדָשִׁים (qodesh haqodashim), ‘het hoogheilige’: de heiligste plaats.
Dezelfde uitdrukking staat in Exod. 26:33.
Lezing
De geschreven tekst (ketiv) heeft מירכותי (mirkoti).
De voorgelezen tekst (qere) heeft מִיַּרְכְּתֵי (miyarkete), ‘van de achterzijde van’.
20En aan de voorkant van het binnenste vertrek: 20 el lang, 20 el breed en 20 el hoog. Hij bekleedde het met zuiver goud. Ook bekleedde hij een altaar van ceder.
וְלִפְנֵ֣י
(velifnei)
en aan de voorkant van
הַדְּבִ֡יר
(hadevir)
het binnenste vertrek
עֶשְׂרִים֩
(esrim)
twintig
אַמָּ֨ה
(ama)
el
אֹ֜רֶךְ
(orekh)
lengte
וְעֶשְׂרִ֧ים
(veesrim)
en twintig
אַמָּ֣ה
(ama)
el
רֹ֗חַב
(rochav)
breedte
וְעֶשְׂרִ֤ים
(veesrim)
en twintig
אַמָּה֙
(ama)
el
קֽוֹמָת֔וֹ
(qomato)
zijn hoogte
וַיְצַפֵּ֖הוּ
(vaytsapehu)
en hij bekleedde het
זָהָ֣ב
(zahav)
goud
סָג֑וּר
(sagur)
zuiver
וַיְצַ֥ף
(vaytsaf)
en hij bekleedde
מִזְבֵּ֖חַ
(mizbeach)
altaar
אָֽרֶז
(arez)
ceder
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
21Salomo bekleedde het huis aan de binnenkant met zuiver goud. Hij liet gouden kettingen langs de voorkant van het binnenste vertrek lopen. En hij bekleedde het met goud.
וַיְצַ֨ף
(vaytsaf)
en bekleedde
שְׁלֹמֹ֧ה
(shelomo)
Salomo
אֶת
(et)
(obj.)
הַבַּ֛יִת
(habayit)
het huis
מִפְּנִ֖ימָה
(mipenima)
van binnen
זָהָ֣ב
(zahav)
goud
סָג֑וּר
(sagur)
zuiver
וַיְעַבֵּ֞ר
(vayaber)
en hij liet overgaan
בְּרַתּוּק֤וֹת
(beratuqot)
met kettingen van
זָהָב֙
(zahav)
goud
לִפְנֵ֣י
(lifnei)
voor
הַדְּבִ֔יר
(hadevir)
het binnenste vertrek
וַיְצַפֵּ֖הוּ
(vaytsapehu)
en hij bekleedde het
זָהָֽב
(zahav)
goud
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
רַתּוּקוֹת (rattuqot), ‘kettingen’: de betekenis is onzeker.
Lezing
De geschreven tekst (ketiv) heeft ברתיקות (birtiqot).
De voorgelezen tekst (qere) heeft בְּרַתּוּקוֹת (berattuqot).
22Heel het huis bekleedde hij met goud, totdat heel het huis klaar was. Ook heel het altaar dat bij het binnenste vertrek hoorde, bekleedde hij met goud.
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
כָּל
(kal)
heel
הַבַּ֛יִת
(habayit)
het huis
צִפָּ֥ה
(tsipa)
hij bekleedde
זָהָ֖ב
(zahav)
goud
עַד
(ad)
totdat
תֹּ֣ם
(tom)
voltooid was
כָּל
(kal)
heel
הַבָּ֑יִת
(habayit)
het huis
וְכָל
(vekhal)
en heel
הַמִּזְבֵּ֥חַ
(hamizbeach)
het altaar
אֲֽשֶׁר
(asher)
dat
לַדְּבִ֖יר
(ladevir)
bij het binnenste vertrek
צִפָּ֥ה
(tsipa)
hij bekleedde
זָהָֽב
(zahav)
goud
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
24De ene vleugel van de cherub was 5 el en de tweede vleugel van de cherub was 5 el. Van het ene uiteinde van zijn vleugels tot het andere uiteinde van zijn vleugels was het 10 el.
וְחָמֵ֣שׁ
(vechamesh)
en vijf
אַמּ֗וֹת
(amot)
el
כְּנַ֤ף
(kenaf)
vleugel van
הַכְּרוּב֙
(hakeruv)
de cherub
הָֽאֶחָ֔ת
(haechat)
de ene
וְחָמֵ֣שׁ
(vechamesh)
en vijf
אַמּ֔וֹת
(amot)
el
כְּנַ֥ף
(kenaf)
vleugel van
הַכְּר֖וּב
(hakeruv)
de cherub
הַשֵּׁנִ֑ית
(hashenit)
de tweede
עֶ֣שֶׂר
(eser)
tien
אַמּ֔וֹת
(amot)
el
מִקְצ֥וֹת
(miqtsot)
van het uiteinde van
כְּנָפָ֖יו
(kenafav)
zijn vleugels
וְעַד
(vead)
en tot
קְצ֥וֹת
(qetsot)
het uiteinde van
כְּנָפָֽיו
(kenafav)
zijn vleugels
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Vijf el is ongeveer 2,25 meter.
De vleugelwijdte van elke cherub was dus 10 el, ongeveer 4,5 meter.
25De tweede cherub was ook 10 el. De twee cherubs hadden dezelfde maat en dezelfde vorm.
וְעֶ֨שֶׂר֙
(veeser)
en tien
בָּֽאַמָּ֔ה
(baama)
in de el
הַכְּר֖וּב
(hakeruv)
de cherub
הַשֵּׁנִ֑י
(hasheni)
de tweede
מִדָּ֥ה
(mida)
maat
אַחַ֛ת
(achat)
één
וְקֶ֥צֶב
(veqetsev)
en vorm
אֶחָ֖ד
(echad)
één
לִשְׁנֵ֥י
(lishnei)
voor beide
הַכְּרֻבִֽים
(hakeruvim)
de cherubs
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
26De hoogte van de ene cherub was 10 el. Zo was ook de tweede cherub.
קוֹמַת֙
(qomat)
hoogte van
הַכְּר֣וּב
(hakeruv)
de cherub
הָֽאֶחָ֔ד
(haechad)
de ene
עֶ֖שֶׂר
(eser)
tien
בָּֽאַמָּ֑ה
(baama)
in de el
וְכֵ֖ן
(vekhen)
en zo
הַכְּר֥וּב
(hakeruv)
de cherub
הַשֵּׁנִֽי
(hasheni)
de tweede
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
27Hij zette de cherubs midden in het binnenste huis. De cherubs spreidden hun vleugels uit. De vleugel van de ene raakte de ene muur en de vleugel van de tweede cherub raakte de andere muur. Hun vleugels raakten elkaar in het midden van het huis, vleugel aan vleugel.
וַיִּתֵּ֨ן
(vayiten)
en hij zette
אֶת
(et)
(obj.)
הַכְּרוּבִ֜ים
(hakeruvim)
de cherubs
בְּת֣וֹךְ
(betokh)
in het midden van
הַבַּ֣יִת
(habayit)
het huis
הַפְּנִימִ֗י
(hapenimi)
het binnenste
וַֽיִּפְרְשׂוּ֮
(vayifresu)
en zij spreidden uit
אֶת
(et)
(obj.)
כַּנְפֵ֣י
(kanfei)
vleugels van
הַכְּרֻבִים֒
(hakeruvim)
de cherubs
וַתִּגַּ֤ע
(vatiga)
en raakte
כְּנַף
(kenaf)
vleugel van
הָֽאֶחָד֙
(haechad)
de ene
בַּקִּ֔יר
(baqir)
de muur
וּכְנַף֙
(ukhenaf)
en vleugel van
הַכְּר֣וּב
(hakeruv)
de cherub
הַשֵּׁנִ֔י
(hasheni)
de tweede
נֹגַ֖עַת
(nogaat)
raakte
בַּקִּ֣יר
(baqir)
de muur
הַשֵּׁנִ֑י
(hasheni)
de tweede
וְכַנְפֵיהֶם֙
(vekhanfeihem)
en hun vleugels
אֶל
(el)
naar
תּ֣וֹךְ
(tokh)
het midden van
הַבַּ֔יִת
(habayit)
het huis
נֹגְעֹ֖ת
(nogeot)
raakten
כָּנָ֥ף
(kanaf)
vleugel
אֶל
(el)
aan
כָּנָֽף
(kanaf)
vleugel
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Twee keer 10 el is 20 el: precies de breedte van het binnenste vertrek (vers 20).
De buitenste vleugels raakten de muren, de binnenste vleugels raakten elkaar in het midden.
32Op de twee deuren van olijfhout sneed hij figuren van cherubs, palmen en open bloemen. Hij bekleedde ze met goud. Het goud liet hij neerkomen op de cherubs en op de palmen.
וּשְׁתֵּי֮
(ushtei)
en twee
דַּלְת֣וֹת
(daltot)
deuren van
עֲצֵי
(atsei)
hout van
שֶׁמֶן֒
(shemen)
olie
וְקָלַ֣ע
(veqala)
en hij sneed
עֲ֠לֵיהֶם
(aleihem)
op hen
מִקְלְע֨וֹת
(miqleot)
gesneden figuren van
כְּרוּבִ֧ים
(keruvim)
cherubs
וְתִמֹר֛וֹת
(vetimorot)
en palmen
וּפְטוּרֵ֥י
(ufeturei)
en openingen van
צִצִּ֖ים
(tsitsim)
bloemen
וְצִפָּ֣ה
(vetsipa)
en hij bekleedde
זָהָ֑ב
(zahav)
goud
וַיָּ֛רֶד
(vayared)
en hij liet neerkomen
עַל
(al)
op
הַכְּרוּבִ֥ים
(hakeruvim)
de cherubs
וְעַל
(veal)
en op
הַתִּֽמֹר֖וֹת
(hatimorot)
de palmen
אֶת
(et)
(obj.)
הַזָּהָֽב
(hazahav)
het goud
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
וְיֵרֵד (vejered), ‘en hij liet neerkomen’: het goud werd op het snijwerk gelegd en vastgemaakt.