Elohim Bijbel

Openbaring 16

12345678910111213141516171819202122

De 7 schalen van de woede van Elohim worden uitgegoten

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

De opdracht om de 7 schalen uit te gieten

1En ik hoorde een luide stem uit het heiligdom. Die zei tegen de 7 engelen: „Ga heen en giet de 7 schalen van de woede van Elohim uit over de aarde.”
Καὶ
(Kai)
En
ἤκουσα
(ekousa)
ik hoorde
μεγάλης
(megales)
grote
φωνῆς
(phones)
stem
ἐκ
(ek)
uit
τοῦ
(tou)
het
ναοῦ
(naou)
heiligdom
λεγούσης
(legouses)
zeggende
τοῖς
(tois)
tegen de
ἑπτὰ
(hepta)
7
ἀγγέλοις
(angelois)
engelen
Ὑπάγετε
(Hypagete)
gaat heen
καὶ
(kai)
en
ἐκχέετε
(ekcheete)
giet uit
τὰς
(tas)
de
ἑπτὰ
(hepta)
7
φιάλας
(phialas)
schalen
τοῦ
(tou)
van de
θυμοῦ
(thymou)
woede
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
εἰς
(eis)
over
τὴν
(ten)
de
γῆν
(gen)
aarde
Bron: SBLGNT
Uitleg

φωνὴ μεγάλη (fone megale), ‘luide stem’: de stem komt uit het heiligdom (15:8), waar de heerlijkheid van Elohim is; het Grieks zegt niet wie spreekt.

In het Grieks spreekt de stem over ‘de woede van Elohim’ in de derde persoon; daarom staat de stem zwart. ἐκχέω (ekcheo), ‘uitgieten’: het werkwoord blijft in de hele reeks (verzen 1–4, 6, 8, 10, 12, 17). φιάλη (fiale), ‘schaal’: zie 15:7.

Zie ook Openb. 15:7; Openb. 15:8; Ps. 69:25; Jes. 66:6; Sef. 3:8.

Lezing

De SBLGNT markeert hier varianten bij de woorden μεγάλης φωνῆς (megales fones), ‘grote stem’ en ἐκχέετε (ekcheete), ‘giet uit’.

Wij volgen de SBLGNT.

De eerste schaal: de zweren

2En de eerste ging heen en goot zijn schaal uit op de aarde. Toen ontstond een kwade en boze zweer bij de mensen die het merkteken van het beest hadden en zich neerbogen voor zijn beeld.
Καὶ
(Kai)
En
ἀπῆλθεν
(apelthen)
ging heen
ὁ
(ho)
de
πρῶτος
(protos)
eerste
καὶ
(kai)
en
ἐξέχεεν
(execheen)
goot uit
τὴν
(ten)
de
φιάλην
(phialen)
schaal
αὐτοῦ
(autou)
zijn
εἰς
(eis)
op
τὴν
(ten)
de
γῆν
(gen)
aarde
καὶ
(kai)
en
ἐγένετο
(egeneto)
ontstond
ἕλκος
(helkos)
zweer
κακὸν
(kakon)
kwaad
καὶ
(kai)
en
πονηρὸν
(poneron)
boos
ἐπὶ
(epi)
bij
τοὺς
(tous)
de
ἀνθρώπους
(anthropous)
mensen
τοὺς
(tous)
die
ἔχοντας
(echontas)
hebben
τὸ
(to)
het
χάραγμα
(charagma)
merkteken
τοῦ
(tou)
van het
θηρίου
(theriou)
beest
καὶ
(kai)
en
τοὺς
(tous)
die
προσκυνοῦντας
(proskynountas)
zich neerbuigen
τῇ
(te)
voor het
εἰκόνι
(eikoni)
beeld
αὐτοῦ
(autou)
zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἕλκος (helkos), ‘zweer’, een open wond; vergelijk de zesde plaag van Egypte (Exod. 9:8–11). χάραγμα (charagma), ‘merkteken’: ingekerfd of ingebrand; het merkteken van het beest staat in 13:16–17. προσκυνέω (proskyneo), ‘zich neerbuigen’: voor het beeld van het beest (13:15).

Zie ook Exod. 9:8–11; Deut. 28:35; Openb. 13:16–17.

De tweede en de derde schaal: zee en rivieren

3En de tweede goot zijn schaal uit op de zee. En zij werd bloed, als van een dode, en elke levende ziel stierf, alles wat in de zee was.
Καὶ
(Kai)
En
ὁ
(ho)
de
δεύτερος
(deuteros)
tweede
ἐξέχεεν
(execheen)
goot uit
τὴν
(ten)
de
φιάλην
(phialen)
schaal
αὐτοῦ
(autou)
zijn
εἰς
(eis)
op
τὴν
(ten)
de
θάλασσαν
(thalassan)
zee
καὶ
(kai)
en
ἐγένετο
(egeneto)
werd
αἷμα
(haima)
bloed
ὡς
(hos)
als
νεκροῦ
(nekrou)
van een dode
καὶ
(kai)
en
πᾶσα
(pasa)
elke
ψυχὴ
(psyche)
ziel
ζωῆς
(zoes)
levende
ἀπέθανεν
(apethanen)
stierf
τὰ
(ta)
wat
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
de
θαλάσσῃ
(thalasse)
zee
Bron: SBLGNT
Uitleg

ψυχὴ ζωῆς (psyche zoes), ‘ziel van leven’, dat is: ‘levende ziel’; het Griekse ‘ziel’ betekent hier elk levend wezen.

De zee wordt ‘bloed, als van een dode’.

Vergelijk de eerste plaag van Egypte (Exod. 7:20–21).

Zie ook Exod. 7:20–21; Openb. 8:8–9.

Lezing

De SBLGNT markeert hier varianten bij δεύτερος (deuteros), ‘tweede’; ζωῆς (zoes), ‘levende’ en τὰ (ta), ‘wat’.

Wij volgen de SBLGNT.

4En de derde goot zijn schaal uit op de rivieren en op de bronnen van de wateren. En zij werden bloed.
Καὶ
(Kai)
En
ὁ
(ho)
de
τρίτος
(tritos)
derde
ἐξέχεεν
(execheen)
goot uit
τὴν
(ten)
de
φιάλην
(phialen)
schaal
αὐτοῦ
(autou)
zijn
εἰς
(eis)
op
τοὺς
(tous)
de
ποταμοὺς
(potamous)
rivieren
καὶ
(kai)
en
τὰς
(tas)
op de
πηγὰς
(pegas)
bronnen
τῶν
(ton)
van de
ὑδάτων
(hydaton)
wateren
καὶ
(kai)
en
ἐγένετο
(egeneto)
werd
αἷμα
(haima)
bloed
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het Grieks heeft ‘en het werd bloed’ in het enkelvoud; wij vertalen ‘zij werden bloed’.

Vergelijk de eerste plaag van Egypte.

Zie ook Exod. 7:19–20; Ps. 78:44; Openb. 8:10.

Lezing

De SBLGNT markeert bij καὶ (kai), ‘en’ een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

5En ik hoorde de engel van de wateren zeggen: „U bent rechtvaardig, Hij die is en die was, de Getrouwe, omdat U dit geoordeeld hebt.
καὶ
(kai)
en
ἤκουσα
(ekousa)
ik hoorde
τοῦ
(tou)
de
ἀγγέλου
(angelou)
engel
τῶν
(ton)
van de
ὑδάτων
(hydaton)
wateren
λέγοντος
(legontos)
zeggend
Δίκαιος
(Dikaios)
rechtvaardig
εἶ
(ei)
bent U
ὁ
(ho)
Hij die
ὢν
(on)
is
καὶ
(kai)
en
ὁ
(ho)
die
ἦν
(en)
was
ὁ
(ho)
de
ὅσιος
(hosios)
getrouwe
ὅτι
(hoti)
omdat
ταῦτα
(tauta)
dit
ἔκρινας
(ekrinas)
hebt geoordeeld
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὁ ἄγγελος τῶν ὑδάτων (ho angelos ton hydaton), ‘de engel van de wateren’: de engel die over de wateren gaat; vergelijk de engel over het vuur (14:18). ὁ ὢν καὶ ὁ ἦν (ho on kai ho en), ‘Hij die is en die was’: in 1:4 en 1:8 volgt ‘en Die komt’; hier staat dat niet. ὅσιος (hosios), ‘getrouw’: zie 15:4; hier met lidwoord, ‘de Getrouwe’.

‘Omdat U dit geoordeeld hebt’: het oordeel is de straf van vers 4.

Wij laten de aanhaling doorlopen tot vers 6.

Zie ook Openb. 1:4; Openb. 1:8; Openb. 14:18; Ps. 145:17.

Lezing

De SBLGNT markeert bij ὁ (ho), ‘de’ een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

6Want zij hebben het bloed van heiligen en profeten vergoten, en bloed hebt U hun te drinken gegeven. Zij zijn het waard.”
ὅτι
(hoti)
omdat
αἷμα
(haima)
bloed
ἁγίων
(hagion)
van heiligen
καὶ
(kai)
en
προφητῶν
(propheton)
profeten
ἐξέχεαν
(exechean)
vergoten zij
καὶ
(kai)
en
αἷμα
(haima)
bloed
αὐτοῖς
(autois)
aan hen
δέδωκας
(dedokas)
hebt gegeven
πιεῖν
(piein)
te drinken
ἄξιοί
(axioi)
waard
εἰσιν
(eisin)
zijn zij
Bron: SBLGNT
Uitleg

‘Het bloed van heiligen en profeten’: zie 6:9–10, 11:7–10 en 17:6.

‘Bloed hebt U hun te drinken gegeven’: het water is bloed geworden, de straf past bij de misdaad (vergelijk 17:6; 18:24). ἄξιοί εἰσιν (axioi eisin), ‘zij zijn het waard’: zij verdienen het.

Zie ook Openb. 6:9–10; Openb. 17:6; Openb. 18:24; Jes. 49:26.

Lezing

De SBLGNT markeert bij δέδωκας (dedokas), ‘hebt gegeven’ een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

7En ik hoorde het altaar zeggen: „Ja, Yahweh Elohim, de Almachtige, waar en rechtvaardig zijn Uw oordelen.”
καὶ
(kai)
en
ἤκουσα
(ekousa)
ik hoorde
τοῦ
(tou)
het
θυσιαστηρίου
(thysiasteriou)
altaar
λέγοντος
(legontos)
zeggend
Ναί
(Nai)
ja
κύριε
(kyrie)
Yahweh
ὁ
(ho)
de
θεός
(theos)
Elohim
ὁ
(ho)
de
παντοκράτωρ
(pantokrator)
Almachtige
ἀληθιναὶ
(alethinai)
waar
καὶ
(kai)
en
δίκαιαι
(dikaiai)
rechtvaardig
αἱ
(hai)
de
κρίσεις
(kriseis)
oordelen
σου
(sou)
Uw
Bron: SBLGNT
Uitleg

θυσιαστήριον (thysiasterion), ‘altaar’: het Grieks heeft ‘hoorde het altaar zeggen’, dus het altaar zelf, of iemand ‘van het altaar’ (vergelijk 6:9; 8:3–5; 9:13).

Wij volgen het Grieks. κρίσις (krisis), ‘oordeel’.

De woorden ‘Yahweh Elohim, de Almachtige’ als in 15:3; de bevestiging ‘waar en rechtvaardig’ klinkt als 15:3 en Ps. 19:10 (‘de bepalingen van Yahweh zijn waarheid; zij zijn tezamen rechtvaardig’).

Zie ook Openb. 6:9; Openb. 8:3; Openb. 15:3; Ps. 19:10.

De vierde schaal: de zon

8En de vierde goot zijn schaal uit op de zon. En aan haar werd gegeven om de mensen met vuur te verschroeien.
Καὶ
(Kai)
En
ὁ
(ho)
de
τέταρτος
(tetartos)
vierde
ἐξέχεεν
(execheen)
goot uit
τὴν
(ten)
de
φιάλην
(phialen)
schaal
αὐτοῦ
(autou)
zijn
ἐπὶ
(epi)
op
τὸν
(ton)
de
ἥλιον
(helion)
zon
καὶ
(kai)
en
ἐδόθη
(edothe)
werd gegeven
αὐτῷ
(auto)
aan haar
καυματίσαι
(kaumatisai)
te verschroeien
τοὺς
(tous)
de
ἀνθρώπους
(anthropous)
mensen
ἐν
(en)
met
πυρί
(pyri)
vuur
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het Grieks heeft ‘en het werd aan hem gegeven’, ‘hem’ is de zon (ἥλιος, helios, mannelijk); wij schrijven ‘haar’. καυματίζω (kaumatizo), ‘verschroeien, verbranden’.

Het Grieks noemt niet wie het geeft.

Vergelijk de vierde bazuin (8:12), waar de zon juist verduisterd wordt.

Zie ook Openb. 8:12.

Lezing

De SBLGNT markeert hier varianten bij τέταρτος (tetartos), ‘vierde’ en de woorden τοὺς ἀνθρώπους ἐν πυρί (tous anthropous en pyri), ‘de mensen met vuur’.

Wij volgen de SBLGNT.

Zie ookOpenb 8:12
9En de mensen werden verschroeid door grote hitte. Zij lasterden de naam van Elohim, die gezag heeft over deze plagen, en zij bekeerden zich niet om Hem heerlijkheid te geven.
καὶ
(kai)
en
ἐκαυματίσθησαν
(ekaumatisthesan)
werden verschroeid
οἱ
(hoi)
de
ἄνθρωποι
(anthropoi)
mensen
καῦμα
(kauma)
hitte
μέγα
(mega)
grote
καὶ
(kai)
en
ἐβλασφήμησαν
(eblasphemesan)
lasterden
τὸ
(to)
de
ὄνομα
(onoma)
naam
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
τοῦ
(tou)
die
ἔχοντος
(echontos)
heeft
τὴν
(ten)
het
ἐξουσίαν
(exousian)
gezag
ἐπὶ
(epi)
over
τὰς
(tas)
de
πληγὰς
(plegas)
plagen
ταύτας
(tautas)
deze
καὶ
(kai)
en
οὐ
(ou)
niet
μετενόησαν
(metenoesan)
bekeerden zij zich
δοῦναι
(dounai)
om te geven
αὐτῷ
(auto)
aan Hem
δόξαν
(doxan)
heerlijkheid
Bron: SBLGNT
Uitleg

καῦμα (kauma), ‘hitte’. βλασφημέω (blasfemeo), ‘lasteren’: spreken tegen Elohim; zo ook in de verzen 11 en 21.

‘Die gezag heeft over deze plagen’: Elohim heeft de macht over de plagen; de mensen erkennen dat niet. μετανοέω (metanoeo), ‘zich bekeren’: de mensen veranderen niet van denken (zie ook vers 11 en 2:21; 9:20–21).

‘Heerlijkheid geven’: eer geven aan Elohim; vergelijk 14:7.

Zie ook Openb. 9:20–21; Openb. 14:7.

Lezing

De SBLGNT markeert hier varianten bij ἐβλασφήμησαν (eblasfemesan), ‘lasterden’ en τὴν (ten), ‘het’.

Wij volgen de SBLGNT.

De vijfde schaal: het koninkrijk van het beest

10En de vijfde goot zijn schaal uit op de troon van het beest. En zijn koninkrijk werd verduisterd, en zij knaagden aan hun tongen van de pijn.
Καὶ
(Kai)
En
ὁ
(ho)
de
πέμπτος
(pemptos)
vijfde
ἐξέχεεν
(execheen)
goot uit
τὴν
(ten)
de
φιάλην
(phialen)
schaal
αὐτοῦ
(autou)
zijn
ἐπὶ
(epi)
op
τὸν
(ton)
de
θρόνον
(thronon)
troon
τοῦ
(tou)
van het
θηρίου
(theriou)
beest
καὶ
(kai)
en
ἐγένετο
(egeneto)
werd
ἡ
(he)
het
βασιλεία
(basileia)
koninkrijk
αὐτοῦ
(autou)
zijn
ἐσκοτωμένη
(eskotomene)
verduisterd
καὶ
(kai)
en
ἐμασῶντο
(emasonto)
knaagden zij aan
τὰς
(tas)
de
γλώσσας
(glossas)
tongen
αὐτῶν
(auton)
hun
ἐκ
(ek)
van
τοῦ
(tou)
de
πόνου
(ponou)
pijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

θρόνος (thronos), ‘troon’: de zetel van de macht van het beest (13:2). σκοτόω (skotoo), ‘verduisteren’: het koninkrijk wordt donker, zoals Egypte in de negende plaag (Exod. 10:21–23). μασάομαι (masaomai), ‘kauwen, knagen’: zij knagen van pijn aan hun tong.

Zie ook Exod. 10:21–23; Openb. 13:2.

11En zij lasterden de Elohim van de hemel vanwege hun pijnen en hun zweren, en zij bekeerden zich niet van hun werken.
καὶ
(kai)
en
ἐβλασφήμησαν
(eblasphemesan)
lasterden
τὸν
(ton)
de
θεὸν
(theon)
Elohim
τοῦ
(tou)
van de
οὐρανοῦ
(ouranou)
hemel
ἐκ
(ek)
vanwege
τῶν
(ton)
de
πόνων
(ponon)
pijnen
αὐτῶν
(auton)
hun
καὶ
(kai)
en
ἐκ
(ek)
vanwege
τῶν
(ton)
de
ἑλκῶν
(helkon)
zweren
αὐτῶν
(auton)
hun
καὶ
(kai)
en
οὐ
(ou)
niet
μετενόησαν
(metenoesan)
bekeerden zij zich
ἐκ
(ek)
van
τῶν
(ton)
de
ἔργων
(ergon)
werken
αὐτῶν
(auton)
hun
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὁ θεὸς τοῦ οὐρανοῦ (ho theos tou ouranou), ‘de Elohim van de hemel’: een naam die in het Oude Testament voor Elohim wordt gebruikt (Ezra 1:2; Neh. 1:4; Dan. 2:18). πόνος (ponos), ‘pijn’; ἕλκος (helkos), ‘zweer’: zie vers 2.

Zie ook Ezra 1:2; Neh. 1:4; Dan. 2:18.

De zesde schaal: de Eufraat en Harmagedon

12En de zesde goot zijn schaal uit op de grote rivier, de Eufraat. En haar water droogde op, zodat de weg bereid werd voor de koningen uit de zonsopgang.
Καὶ
(Kai)
En
ὁ
(ho)
de
ἕκτος
(hektos)
zesde
ἐξέχεεν
(execheen)
goot uit
τὴν
(ten)
de
φιάλην
(phialen)
schaal
αὐτοῦ
(autou)
zijn
ἐπὶ
(epi)
op
τὸν
(ton)
de
ποταμὸν
(potamon)
rivier
τὸν
(ton)
de
μέγαν
(megan)
grote
τὸν
(ton)
de
Εὐφράτην
(Euphraten)
Eufraat
καὶ
(kai)
en
ἐξηράνθη
(exeranthe)
droogde op
τὸ
(to)
het
ὕδωρ
(hydor)
water
αὐτοῦ
(autou)
zijn
ἵνα
(hina)
opdat
ἑτοιμασθῇ
(hetoimasthe)
bereid werd
ἡ
(he)
de
ὁδὸς
(hodos)
weg
τῶν
(ton)
van de
βασιλέων
(basileon)
koningen
τῶν
(ton)
die
ἀπὸ
(apo)
uit
ἀνατολῆς
(anatoles)
opgang
ἡλίου
(heliou)
van de zon
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Eufraat: De Eufraat ontspringt in het hoogland van Turkije en stroomt door Syrië en Irak naar de Perzische Golf.

Uitleg

Εὐφράτης (Eufrates), ‘Eufraat’: de rivier in het oosten van het Beloofde Land (Gen. 15:18). ἐξηράνθη (exeranthe), ‘droogde op’: zoals de Rietzee en de Jordaan (Exod. 14:21; Joz. 3:16–17) en zoals de Eufraat bij de val van Babel (Jes. 44:27; Jer. 50:38; 51:36). ἀπὸ ἀνατολῆς ἡλίου (apo anatoles heliou), ‘uit de opgang van de zon’: dat is: uit het oosten.

Het Grieks noemt niet wie de koningen zijn.

Zie ook Gen. 15:18; Jes. 44:27; Jer. 50:38; Jer. 51:36; Openb. 9:14.

Lezing

De SBLGNT markeert bij τὸν (ton), ‘de’ een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

13En ik zag uit de mond van de draak, uit de mond van het beest en uit de mond van de valse profeet drie onreine geesten, als kikkers.
καὶ
(kai)
en
εἶδον
(eidon)
ik zag
ἐκ
(ek)
uit
τοῦ
(tou)
de
στόματος
(stomatos)
mond
τοῦ
(tou)
van de
δράκοντος
(drakontos)
draak
καὶ
(kai)
en
ἐκ
(ek)
uit
τοῦ
(tou)
de
στόματος
(stomatos)
mond
τοῦ
(tou)
van het
θηρίου
(theriou)
beest
καὶ
(kai)
en
ἐκ
(ek)
uit
τοῦ
(tou)
de
στόματος
(stomatos)
mond
τοῦ
(tou)
van de
ψευδοπροφήτου
(pseudoprophetou)
valse profeet
πνεύματα
(pneumata)
geesten
τρία
(tria)
drie
ἀκάθαρτα
(akatharta)
onrein
ὡς
(hos)
als
βάτραχοι
(batrachoi)
kikkers
Bron: SBLGNT
Uitleg

De drie sprekende monden zijn die van de draak (12:3, 12:9), het beest uit de zee (13:1) en de valse profeet, dat is het beest van de aarde (13:11; 19:20).

Het Grieks heeft ‘drie onreine geesten, als kikkers’. ἀκάθαρτος (akathartos), ‘onrein’.

De kikkers verwijzen naar de tweede plaag van Egypte (Exod. 7:26–8:11; in de Nederlandse telling Exod. 8:1–15).

Zie ook Exod. 7:26–8:11; Openb. 12:3; Openb. 13:1; Openb. 13:11; Openb. 19:20.

Lezing

De SBLGNT markeert bij de woorden τρία ἀκάθαρτα (tria akatharta), ‘drie onrein’ een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

14Het zijn immers geesten van demonen die tekenen doen. Zij gaan uit naar de koningen van heel de bewoonde wereld, om hen te verzamelen voor de oorlog van de grote dag van Elohim, de Almachtige.
εἰσὶν
(eisin)
zijn
γὰρ
(gar)
want
πνεύματα
(pneumata)
geesten
δαιμονίων
(daimonion)
van demonen
ποιοῦντα
(poiounta)
doende
σημεῖα
(semeia)
tekenen
ἃ
(ha)
die
ἐκπορεύεται
(ekporeuetai)
gaan uit
ἐπὶ
(epi)
naar
τοὺς
(tous)
de
βασιλεῖς
(basileis)
koningen
τῆς
(tes)
van de
οἰκουμένης
(oikoumenes)
bewoonde wereld
ὅλης
(holes)
hele
συναγαγεῖν
(synagagein)
te verzamelen
αὐτοὺς
(autous)
hen
εἰς
(eis)
voor
τὸν
(ton)
de
πόλεμον
(polemon)
oorlog
τῆς
(tes)
van de
ἡμέρας
(hemeras)
dag
τῆς
(tes)
de
μεγάλης
(megales)
grote
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
τοῦ
(tou)
de
παντοκράτορος
(pantokratoros)
Almachtige
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het Grieks begint met ‘zijn immers’ en heeft een werkwoord in het enkelvoud, ἐκπορεύεται (ekporeuetai), ‘gaat uit’: het onderwerp is een onzijdig meervoud.

Wij vertalen ‘zij gaan uit’. δαιμόνιον (daimonion), ‘demon’; σημεῖον (semeion), ‘teken’. οἰκουμένη (oikoumene), ‘bewoonde wereld’.

‘De grote dag van Elohim, de Almachtige’: de dag van Yahweh uit de profeten (Joël 2:11; Zef. 1:14).

Zie ook Joël 2:11; Zef. 1:14.

Lezing

De SBLGNT markeert bij ἡμέρας (hemeras), ‘dag’ een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

15„Zie, Ik kom als een dief. Gelukkig hij die waakt en zijn kleren bewaart, zodat hij niet naakt wandelt en zij zijn schande niet zien.”
Ἰδοὺ
(Idou)
zie
ἔρχομαι
(erchomai)
Ik kom
ὡς
(hos)
als
κλέπτης
(kleptes)
dief
μακάριος
(makarios)
gelukkig
ὁ
(ho)
hij die
γρηγορῶν
(gregoron)
waakt
καὶ
(kai)
en
τηρῶν
(teron)
bewaart
τὰ
(ta)
de
ἱμάτια
(himatia)
kleren
αὐτοῦ
(autou)
zijn
ἵνα
(hina)
opdat
μὴ
(me)
niet
γυμνὸς
(gymnos)
naakt
περιπατῇ
(peripate)
wandelt
καὶ
(kai)
en
βλέπωσιν
(bleposin)
zij zien
τὴν
(ten)
de
ἀσχημοσύνην
(aschemosynen)
schande
αὐτοῦ
(autou)
zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

Dit vers wordt in de SBLGNT met gedachtestrepen in de tekst gezet; het onderbreekt het verhaal.

De spreker is Yeshua: ‘Zie, Ik kom als een dief’ is Zijn eigen woord (vergelijk Matt. 24:43–44; Luc. 12:39–40; 1 Tess. 5:2; 2 Petr. 3:10; Openb. 3:3).

Wij zetten het daarom rood. γρηγορέω (gregoreo), ‘waken’. τηρέω (tereo), ‘bewaren’. ἱμάτια (himatia), ‘kleren, bovenkleren’. ἀσχημοσύνη (aschemosyne), ‘schande, naaktheid’. περιπατέω (peripateo), ‘wandelen’: hier: zijn leven leiden.

Zie ook Matt. 24:43–44; Luc. 12:39–40; 1 Tess. 5:2; Openb. 3:3; Openb. 3:18.

16En hij verzamelde hen op de plaats die in het Hebreeuws Harmagedon heet.
καὶ
(kai)
en
συνήγαγεν
(synegagen)
verzamelde hij
αὐτοὺς
(autous)
hen
εἰς
(eis)
op
τὸν
(ton)
de
τόπον
(topon)
plaats
τὸν
(ton)
de
καλούμενον
(kaloumenon)
genoemde
Ἑβραϊστὶ
(Hebraisti)
in het Hebreeuws
Ἁρμαγεδών
(Harmagedon)
Harmagedon
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Harmagedon (ligging onzeker): Harmagedon is een Hebreeuwse naam in Griekse letters, vaak verstaan als ‘berg van Megiddo’.

Het Grieks zegt niet waar de plaats ligt; het punt is het gebied van Megiddo, in de Jizreëlvlakte, en is onzeker.

Uitleg

Ἁρμαγεδών (Harmagedon): een Hebreeuwse naam in Griekse letters.

Het woord wordt vaak verstaan als ‘berg van Megiddo’ (Hebr. har, ‘berg’, en Megiddo, de plaats van Richt. 5:19 en 2 Kon. 23:29); de spelling wordt verschillend verklaard, en het Grieks zegt niet waar de plaats ligt.

Wij schrijven ‘Harmagedon’ en kiezen geen ligging.

Het Grieks heeft een enkelvoud zonder genoemd onderwerp (‘hij verzamelde hen’); de zin sluit aan op vers 14.

Zie ook Richt. 5:19; 2 Kon. 23:29; Zach. 12:11.

De zevende schaal: „Het is geschied!”

17En de zevende goot zijn schaal uit op de lucht. En er kwam een luide stem uit het heiligdom, van de troon, die zei: „Het is geschied!”
Καὶ
(Kai)
En
ὁ
(ho)
de
ἕβδομος
(hebdomos)
zevende
ἐξέχεεν
(execheen)
goot uit
τὴν
(ten)
de
φιάλην
(phialen)
schaal
αὐτοῦ
(autou)
zijn
ἐπὶ
(epi)
op
τὸν
(ton)
de
ἀέρα
(aera)
lucht
καὶ
(kai)
en
ἐξῆλθεν
(exelthen)
kwam
φωνὴ
(phone)
stem
μεγάλη
(megale)
grote
ἐκ
(ek)
uit
τοῦ
(tou)
het
ναοῦ
(naou)
heiligdom
ἀπὸ
(apo)
van
τοῦ
(tou)
de
θρόνου
(thronou)
troon
λέγουσα
(legousa)
zeggend
Γέγονεν
(Gegonen)
het is geschied
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀήρ (aer), ‘lucht’.

De stem komt uit het heiligdom, van de troon. Γέγονεν (gegonen), ‘het is geschied’: hetzelfde woord als in 21:6, daar in de mond van Hem die op de troon zit.

Hier noemt het Grieks de spreker niet; de woorden staan zwart.

Zie ook Openb. 21:6; Openb. 11:19.

Lezing

De SBLGNT markeert hier varianten bij ἐκ (ek), ‘uit’ en ναοῦ (naou), ‘heiligdom’.

Wij volgen de SBLGNT.

18En er kwamen bliksems, stemmen en donderslagen. En er kwam een grote aardbeving, zoals er niet geweest is sinds er mensen op de aarde zijn, zo'n aardbeving, zo groot.
καὶ
(kai)
en
ἐγένοντο
(egenonto)
kwamen
ἀστραπαὶ
(astrapai)
bliksems
καὶ
(kai)
en
φωναὶ
(phonai)
stemmen
καὶ
(kai)
en
βρονταί
(brontai)
donderslagen
καὶ
(kai)
en
σεισμὸς
(seismos)
aardbeving
ἐγένετο
(egeneto)
kwam
μέγας
(megas)
grote
οἷος
(hoios)
zoals
οὐκ
(ouk)
niet
ἐγένετο
(egeneto)
kwam
ἀφ’
(aph’)
sinds
οὗ
(hou)
wie
ἄνθρωποι
(anthropoi)
mensen
ἐγένοντο
(egenonto)
waren
ἐπὶ
(epi)
op
τῆς
(tes)
de
γῆς
(ges)
aarde
τηλικοῦτος
(telikoutos)
zo'n
σεισμὸς
(seismos)
aardbeving
οὕτω
(houto)
zo
μέγας
(megas)
groot
Bron: SBLGNT
Uitleg

Vergelijk voor ‘bliksems, stemmen en donderslagen’ 4:5, 8:5 en 11:19. σεισμός (seismos), ‘aardbeving’.

Het Grieks heeft ‘zoals er niet geweest is, sinds mensen op de aarde zijn geworden’; vergelijk Dan. 12:1 en Exod. 9:18, 9:24.

Zie ook Exod. 19:16; Dan. 12:1; Openb. 4:5; Openb. 8:5; Openb. 11:19.

Lezing

De SBLGNT markeert hier varianten bij de woorden φωναὶ καὶ βρονταί (fonai kai brontai), ‘stemmen en donderslagen’; ἐγένετο (egeneto), ‘kwam’ en de woorden ἄνθρωποι ἐγένοντο (anthropoi egenonto), ‘mensen waren’.

Wij volgen de SBLGNT.

19En de grote stad werd in drie delen, en de steden van de volken vielen. En Babylon, de grote, werd herdacht voor het aangezicht van Elohim, om haar de beker met de wijn van de woede van Zijn toorn te geven.
καὶ
(kai)
en
ἐγένετο
(egeneto)
werd
ἡ
(he)
de
πόλις
(polis)
stad
ἡ
(he)
de
μεγάλη
(megale)
grote
εἰς
(eis)
tot
τρία
(tria)
drie
μέρη
(mere)
delen
καὶ
(kai)
en
αἱ
(hai)
de
πόλεις
(poleis)
steden
τῶν
(ton)
van de
ἐθνῶν
(ethnon)
volken
ἔπεσαν
(epesan)
vielen
καὶ
(kai)
en
Βαβυλὼν
(Babylon)
Babylon
ἡ
(he)
de
μεγάλη
(megale)
grote
ἐμνήσθη
(emnesthe)
werd herdacht
ἐνώπιον
(enopion)
voor het aangezicht van
τοῦ
(tou)
de
θεοῦ
(theou)
Elohim
δοῦναι
(dounai)
om te geven
αὐτῇ
(aute)
aan haar
τὸ
(to)
de
ποτήριον
(poterion)
beker
τοῦ
(tou)
van de
οἴνου
(oinou)
wijn
τοῦ
(tou)
van de
θυμοῦ
(thymou)
woede
τῆς
(tes)
van de
ὀργῆς
(orges)
toorn
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐγένετο εἰς τρία μέρη (egeneto eis tria mere), ‘werd tot drie delen’: een Hebreeuws gekleurde uitdrukking; wij vertalen ‘werd in drie delen’.

Het Grieks noemt eerst ‘de grote stad’ (ἡ πόλις ἡ μεγάλη) en daarna ‘Babylon, de grote’. Βαβυλών (Babylon): wij schrijven ‘Babylon’ voor het Griekse woord (in het Oude Testament ‘Babel’, zoals Jes. 13).

De tekst zegt niet welke stad bedoeld is; wij kiezen niet. μνημονεύω (mnemoneuo), ‘denken aan, herdenken’: ‘werd herdacht voor het aangezicht van Elohim’ is: Elohim dacht aan haar.

‘De beker met de wijn van de woede van Zijn toorn’: zie ook 14:10 (beker van Zijn toorn). θυμός (thymos), ‘woede’; ὀργή (orge), ‘toorn’.

Zie ook Jes. 51:17; Jer. 25:15; Openb. 11:8; Openb. 14:8; Openb. 14:10; Openb. 17:18.

20En elk eiland vluchtte weg, en bergen werden niet gevonden.
καὶ
(kai)
en
πᾶσα
(pasa)
elk
νῆσος
(nesos)
eiland
ἔφυγεν
(ephygen)
vluchtte
καὶ
(kai)
en
ὄρη
(ore)
bergen
οὐχ
(ouch)
niet
εὑρέθησαν
(heurethesan)
werden gevonden
Bron: SBLGNT
Uitleg

Vergelijk 6:14 (alle bergen en eilanden werden van hun plaats bewogen) en 21:1 (de zee is niet meer). φεύγω (feugo), ‘vluchten’.

Zie ook Openb. 6:14.

Zie ookOpenb 6:14
21En een grote hagel, ongeveer een talent zwaar, komt uit de hemel neer op de mensen. En de mensen lasterden Elohim vanwege de plaag van de hagel, want haar plaag is zeer groot.
καὶ
(kai)
en
χάλαζα
(chalaza)
hagel
μεγάλη
(megale)
grote
ὡς
(hos)
als
ταλαντιαία
(talantiaia)
een talent zwaar
καταβαίνει
(katabainei)
komt neer
ἐκ
(ek)
uit
τοῦ
(tou)
de
οὐρανοῦ
(ouranou)
hemel
ἐπὶ
(epi)
op
τοὺς
(tous)
de
ἀνθρώπους
(anthropous)
mensen
καὶ
(kai)
en
ἐβλασφήμησαν
(eblasphemesan)
lasterden
οἱ
(hoi)
de
ἄνθρωποι
(anthropoi)
mensen
τὸν
(ton)
de
θεὸν
(theon)
Elohim
ἐκ
(ek)
vanwege
τῆς
(tes)
de
πληγῆς
(pleges)
plaag
τῆς
(tes)
van de
χαλάζης
(chalazes)
hagel
ὅτι
(hoti)
omdat
μεγάλη
(megale)
groot
ἐστὶν
(estin)
is
ἡ
(he)
de
πληγὴ
(plege)
plaag
αὐτῆς
(autes)
haar
σφόδρα
(sphodra)
zeer
Bron: SBLGNT
Uitleg

ταλαντιαῖος (talantiaios), ‘een talent zwaar’: een talent is ongeveer 30 tot 40 kilogram (de gewichten van de oudheid verschilden per streek); het gaat om een zeer grote hagelsteen. χάλαζα (chalaza), ‘hagel’.

Vergelijk de zevende plaag van Egypte, de hagel (Exod. 9:22–26), en Joz. 10:11.

De mensen lasteren Elohim weer, zoals in de verzen 9 en 11.

Zie ook Exod. 9:22–26; Joz. 10:11; Openb. 11:19.