Elohim Bijbel

Jesaja 52

123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566

Sion, word wakker: Yahweh keert terug en de Knecht wordt verheven

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Word wakker, Sion

1Word wakker, word wakker, kleed je in je kracht, Sion. Kleed je in je prachtige kleren, Jeruzalem, heilige stad. Want een onbesnedene en een onreine zal voortaan niet meer bij je binnenkomen.
עוּרִ֥י
(uri)
word wakker
עוּרִ֛י
(uri)
word wakker
לִבְשִׁ֥י
(livshi)
kleed je
עֻזֵּ֖ךְ
(uzekh)
je kracht
צִיּ֑וֹן
(tsiyon)
Sion
לִבְשִׁ֣י
(livshi)
kleed je
בִּגְדֵ֣י
(bigdei)
de kleren van
תִפְאַרְתֵּ֗ךְ
(tifartekh)
je pracht
יְרוּשָׁלִַ֨ם֙
(yerushaliam)
Jeruzalem
עִ֣יר
(ir)
stad van
הַקֹּ֔דֶשׁ
(haqodesh)
de heiligheid
כִּ֣י
(ki)
want
לֹ֥א
(lo)
niet
יוֹסִ֛יף
(yosif)
zal weer
יָבֹא
(yavo)
binnenkomen
בָ֥ךְ
(bakh)
bij jou
ע֖וֹד
(od)
nog
עָרֵ֥ל
(arel)
een onbesnedene
וְטָמֵֽא
(vetame)
en een onreine
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

2Schud het stof van je af, sta op, ga zitten, Jeruzalem. Maak de boeien van je nek los, gevangen Dochter Sion.
הִתְנַעֲרִ֧י
(hitnaari)
schud je af
מֵעָפָ֛ר
(meafar)
van stof
ק֥וּמִי
(qumi)
sta op
שְּׁבִ֖י
(shevi)
ga zitten
יְרֽוּשָׁלִָ֑ם
(yerushaliam)
Jeruzalem
הִֽתְפַּתְּחִי֙
(hitpatechi)
maak je los
מוֹסְרֵ֣י
(moserei)
de boeien van
צַוָּארֵ֔ךְ
(tsavarekh)
je nek
שְׁבִיָּ֖ה
(sheviya)
gevangene
בַּת
(bat)
dochter van
צִיּֽוֹן
(tsiyon)
Sion
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

Uitleg

בַּת־צִיּוֹן (bat Tsiyyon), ‘Dochter Sion’: Jeruzalem en haar inwoners als een jonge vrouw voorgesteld.

Wij houden ‘Dochter Sion’ als vaste naam.

Lezing

De geschreven tekst (ketiv) heeft een andere vorm van het werkwoord ‘losmaken’: ‘de boeien van je nek hebben zich losgemaakt’.

De voorgelezen tekst (qere) heeft de gebiedende wijs: ‘maak de boeien van je nek los’.

Wij volgen de qere.

Om niets verkocht, zonder geld verlost

3Want zo zegt Yahweh: „Om niets zijn jullie verkocht, en zonder geld zullen jullie verlost worden.”
כִּֽי
(ki)
want
כֹה֙
(ko)
zo
אָמַ֣ר
(amar)
zegt
יְהוָ֔ה
(Yahweh)
Yahweh
חִנָּ֖ם
(chinam)
om niets
נִמְכַּרְתֶּ֑ם
(nimkartem)
zijn jullie verkocht
וְלֹ֥א
(velo)
en niet
בְכֶ֖סֶף
(bekhesef)
voor geld
תִּגָּאֵֽלוּ
(tigaelu)
zullen jullie verlost worden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

גָּאַל (ga’al), ‘verlossen’: iemand vrijkopen.

Het beeld is een volk dat als slaaf is verkocht en zonder losgeld wordt vrijgemaakt.

Dezelfde stam staat in ‘Verlosser’ (go’el), zie 54:5.

4Want zo zegt Heer Yahweh: „Mijn volk daalde eerst af naar Egypte om daar als vreemdeling te wonen. En Assyrië heeft hen zonder reden onderdrukt.
כִּ֣י
(ki)
want
כֹ֤ה
(ko)
zo
אָמַר֙
(amar)
zegt
אֲדֹנָ֣י
(adonay)
Heer
יְהוִ֔ה
(Yahweh)
Yahweh
מִצְרַ֛יִם
(mitsrayim)
naar Egypte
יָֽרַד
(yarad)
daalde af
עַמִּ֥י
(ami)
Mijn volk
בָרִֽאשֹׁנָ֖ה
(barishona)
eerst
לָג֣וּר
(lagur)
om te verblijven
שָׁ֑ם
(sham)
daar
וְאַשּׁ֖וּר
(veashur)
en Assyrië
בְּאֶ֥פֶס
(beefes)
zonder reden
עֲשָׁקֽוֹ
(ashaqo)
heeft hem onderdrukt
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.

Zie Assur: Assur is een stad en een gebied aan de Tigris, in het noorden van het huidige Irak.

Uitleg

אֲדֹנָי יְהוִה (Adonai Yahweh), ‘Heer Yahweh’: zie Jes. 3:15.

בְּאֶפֶס (be’efes), ‘zonder reden’: letterlijk ‘in niets’ of ‘in een einde’. De betekenis is onzeker; het kan ook ‘tot niets’ of ‘aan het eind’ betekenen.

5En nu, wat moet Ik hier, godsspraak van Yahweh? Want Mijn volk is om niets weggenomen. Zijn heersers jammeren, godsspraak van Yahweh. En voortdurend, de hele dag, wordt Mijn naam geminacht.
וְעַתָּ֤ה
(veata)
en nu
מי
(mi)
(ketiv: wie)
מַה
(ma)
wat
לִּי
(li)
voor Mij
פֹה֙
(po)
hier
נְאֻם
(neum)
godsspraak van
יְהוָ֔ה
(Yahweh)
Yahweh
כִּֽי
(ki)
want
לֻקַּ֥ח
(luqach)
is weggenomen
עַמִּ֖י
(ami)
Mijn volk
חִנָּ֑ם
(chinam)
om niets
מֹשְׁלָ֤יו
(moshelav)
zijn heersers
יְהֵילִ֨ילוּ֙
(yeheililu)
jammeren
נְאֻם
(neum)
godsspraak van
יְהוָ֔ה
(Yahweh)
Yahweh
וְתָמִ֥יד
(vetamid)
en voortdurend
כָּל
(kal)
heel
הַיּ֖וֹם
(hayom)
de dag
שְׁמִ֥י
(shemi)
Mijn naam
מִנֹּאָֽץ
(minoats)
wordt geminacht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

נְאֻם יְהוָה (ne’um Yahweh), ‘godsspraak van Yahweh’: zie Jes. 1:24.

Hier staat de formule midden in Yahweh’s woorden en is ze rood.

מַה־לִּי פֹה (mah li poh), ‘wat moet Ik hier’: letterlijk ‘wat is voor Mij hier’. Yahweh vraagt wat Hij hier nog te doen heeft, nu Zijn volk om niets is weggenomen.

יְהֵילִילוּ (yehelilu), ‘jammeren’: het woord kan ook van een ander werkwoord komen en dan ‘juichen’ betekenen. De tekst zegt niet wie de heersers zijn.

נִאָץ (ni’ats), ‘minachten’: hetzelfde werkwoord als in Num. 14:11.

Lezing

In dit vers wijkt de geschreven tekst (ketiv) twee keer af van de voorgelezen tekst (qere): bij ‘wat moet Ik hier’ en bij ‘zijn heersers’.

Wij volgen de qere.

6Daarom zal Mijn volk Mijn naam kennen. Daarom zal het op die dag weten dat Ik het ben die spreekt. Hier ben Ik.”
לָכֵ֛ן
(lakhen)
daarom
יֵדַ֥ע
(yeda)
zal kennen
עַמִּ֖י
(ami)
Mijn volk
שְׁמִ֑י
(shemi)
Mijn naam
לָכֵן֙
(lakhen)
daarom
בַּיּ֣וֹם
(bayom)
op de dag
הַה֔וּא
(hahu)
die
כִּֽי
(ki)
dat
אֲנִי
(ani)
Ik
ה֥וּא
(hu)
Hij
הַֽמְדַבֵּ֖ר
(hamdaber)
die spreekt
הִנֵּֽנִי
(hineni)
hier ben Ik
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

הִנֵּנִי (hinneni), ‘hier ben Ik’: wat iemand zegt als hij antwoordt op een roep.

Het Hebreeuws herhaalt het werkwoord ‘weten’ in de tweede zin niet; wij vullen ‘zal het weten’ aan.

De boodschapper op de bergen

7Hoe lieflijk zijn op de bergen de voeten van de boodschapper die vrede laat horen. De boodschapper van het goede laat redding horen. Hij zegt tegen Sion: „Je Elohim is koning geworden!”
מַה
(ma)
hoe
נָּאו֨וּ
(navu)
zijn lieflijk
עַל
(al)
op
הֶהָרִ֜ים
(heharim)
de bergen
רַגְלֵ֣י
(raglei)
de voeten van
מְבַשֵּׂ֗ר
(mevaser)
de boodschapper
מַשְׁמִ֧יעַ
(mashmia)
die laat horen
שָׁל֛וֹם
(shalom)
vrede
מְבַשֵּׂ֥ר
(mevaser)
de boodschapper van
ט֖וֹב
(tov)
het goede
מַשְׁמִ֣יעַ
(mashmia)
die laat horen
יְשׁוּעָ֑ה
(yeshua)
redding
אֹמֵ֥ר
(omer)
die zegt
לְצִיּ֖וֹן
(letsiyon)
tegen Sion
מָלַ֥ךְ
(malakh)
is koning geworden
אֱלֹהָֽיִךְ
(elohayikh)
je Elohim
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

Uitleg

מְבַשֵּׂר (mevasser), ‘boodschapper’: wie goed nieuws brengt.

Het werkwoord staat ook in 2 Sam. 18:19–20, waar wij ‘goed nieuws brengen’ vertalen.

Vergelijk Nah. 2:1.

מָלַךְ אֱלֹהָיִךְ (malakh elohayikh), ‘je Elohim is koning geworden’: het kan ook ‘je Elohim regeert’ betekenen. Vergelijk Ps. 93:1.

8Hoor, je wachters verheffen de stem. Samen jubelen zij. Want oog in oog zien zij hoe Yahweh naar Sion terugkeert.
ק֥וֹל
(qol)
de stem van
צֹפַ֛יִךְ
(tsofayikh)
je wachters
נָ֥שְׂאוּ
(naseu)
zij verheffen
ק֖וֹל
(qol)
de stem
יַחְדָּ֣ו
(yachdav)
samen
יְרַנֵּ֑נוּ
(yeranenu)
zij jubelen
כִּ֣י
(ki)
want
עַ֤יִן
(ayin)
oog
בְּעַ֨יִן֙
(beayin)
in oog
יִרְא֔וּ
(yiru)
zij zien
בְּשׁ֥וּב
(beshuv)
bij de terugkeer van
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
צִיּֽוֹן
(tsiyon)
naar Sion
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

Uitleg

עַיִן בְּעַיִן (ayin be’ayin), ‘oog in oog’: zonder tussenpersoon, zoals in Num. 14:14.

בְּשׁוּב יְהוָה צִיּוֹן (beshuv Yahweh Tsiyyon): kan ‘als Yahweh naar Sion terugkeert’ betekenen, en ook ‘als Yahweh Sion doet terugkeren’. Wij kiezen het eerste.

9Breek uit in gejubel, jubel samen, ruïnes van Jeruzalem. Want Yahweh heeft Zijn volk getroost. Hij heeft Jeruzalem verlost.
פִּצְח֤וּ
(pitschu)
breek uit
רַנְּנוּ֙
(ranenu)
jubel
יַחְדָּ֔ו
(yachdav)
samen
חָרְב֖וֹת
(charevot)
ruïnes van
יְרוּשָׁלִָ֑ם
(yerushaliam)
Jeruzalem
כִּֽי
(ki)
want
נִחַ֤ם
(nicham)
heeft getroost
יְהוָה֙
(Yahweh)
Yahweh
עַמּ֔וֹ
(amo)
Zijn volk
גָּאַ֖ל
(gaal)
heeft verlost
יְרוּשָׁלִָֽם
(yerushaliam)
Jeruzalem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

10Yahweh heeft Zijn heilige arm ontbloot voor de ogen van alle volken. Alle einden van de aarde zullen de redding van onze Elohim zien.
חָשַׂ֤ף
(chasaf)
heeft ontbloot
יְהוָה֙
(Yahweh)
Yahweh
אֶת
(et)
(obj.)
זְר֣וֹעַ
(zeroa)
arm van
קָדְשׁ֔וֹ
(qadesho)
Zijn heiligheid
לְעֵינֵ֖י
(leeinei)
voor de ogen van
כָּל
(kal)
alle
הַגּוֹיִ֑ם
(hagoyim)
de volken
וְרָאוּ֙
(verau)
en zij zullen zien
כָּל
(kal)
alle
אַפְסֵי
(afsei)
einden van
אָ֔רֶץ
(arets)
de aarde
אֵ֖ת
(et)
(obj.)
יְשׁוּעַ֥ת
(yeshuat)
de redding van
אֱלֹהֵֽינוּ
(eloheinu)
onze Elohim
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

זְרוֹעַ קָדְשׁוֹ (zero’a qodsho), ‘Zijn heilige arm’: de arm is het beeld van Yahweh die ingrijpt.

‘Ontbloten’ is het beeld van een krijger die zijn mouw opstroopt.

In 53:1 staat ‘de arm van Yahweh’ weer.

Trek weg en houd je rein

11Vertrek, vertrek, ga daar vandaan. Raak niets onreins aan. Ga uit haar midden weg. Houd jullie rein, jullie die de voorwerpen van Yahweh dragen.
ס֤וּרוּ
(suru)
vertrek
ס֨וּרוּ֙
(suru)
vertrek
צְא֣וּ
(tseu)
ga uit
מִשָּׁ֔ם
(misham)
vandaar
טָמֵ֖א
(tame)
iets onreins
אַל
(al)
niet
תִּגָּ֑עוּ
(tigau)
raak aan
צְא֣וּ
(tseu)
ga uit
מִתּוֹכָ֔הּ
(mitokhah)
haar midden
הִבָּ֕רוּ
(hibaru)
houd jullie rein
נֹשְׂאֵ֖י
(noseei)
dragers van
כְּלֵ֥י
(kelei)
de voorwerpen van
יְהוָֽה
(Yahweh)
Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

כְּלֵי יְהוָה (kelei Yahweh), ‘de voorwerpen van Yahweh’: vaten en gereedschap voor de dienst.

Waarschijnlijk zijn de voorwerpen van het huis van Yahweh bedoeld (2 Kon. 25:14–15).

Het kan ook een beeld zijn voor wie Yahweh dient.

12Want jullie zullen niet haastig uittrekken en niet op de vlucht gaan. Want Yahweh gaat voor jullie uit, en de Elohim van Israël is jullie achterhoede.
כִּ֣י
(ki)
want
לֹ֤א
(lo)
niet
בְחִפָּזוֹן֙
(bechipazon)
in haast
תֵּצֵ֔אוּ
(tetseu)
zullen jullie uittrekken
וּבִמְנוּסָ֖ה
(uvimnusa)
en in vlucht
לֹ֣א
(lo)
niet
תֵלֵכ֑וּן
(telekhun)
zullen jullie gaan
כִּֽי
(ki)
want
הֹלֵ֤ךְ
(holekh)
gaat
לִפְנֵיכֶם֙
(lifneikhem)
voor jullie uit
יְהוָ֔ה
(Yahweh)
Yahweh
וּמְאַסִּפְכֶ֖ם
(umeasifkhem)
en jullie achterhoede
אֱלֹהֵ֥י
(elohei)
Elohim van
יִשְׂרָאֵֽל
(yisrael)
Israël
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

בְחִפָּזוֹן (bechippazon), ‘in haast’: zoals bij de uittocht uit Egypte (Exod. 12:11; Deut. 16:3).

Nu hoeft het volk niet haastig te vertrekken.

De Knecht van Yahweh wordt verheven

13„Zie, Mijn Knecht zal verstandig handelen. Hij zal zich verheffen, hij zal worden opgetild, en hij zal zeer hoog zijn.
הִנֵּ֥ה
(hine)
zie
יַשְׂכִּ֖יל
(yaskil)
zal verstandig handelen
עַבְדִּ֑י
(avdi)
Mijn Knecht
יָר֧וּם
(yarum)
zal zich verheffen
וְנִשָּׂ֛א
(venisa)
en zal worden opgetild
וְגָבַ֖הּ
(vegavah)
en zal hoog zijn
מְאֹֽד
(meod)
zeer
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

עַבְדִּי (avdi), ‘Mijn Knecht’: hier begint het vierde knechtslied (52:13–53:12).

De eerste drie staan in Jes. 42:1–4, 49:1–6 en 50:4–9.

Wij schrijven ‘Knecht’ met een hoofdletter waar het Hebreeuws de Knecht van Yahweh als titel bedoelt.

Wie met de Knecht bedoeld wordt, laten wij open: in Jes. 49:3 heet Israël zo, en in sommige verzen lijkt het om één persoon te gaan.

יַשְׂכִּיל (yaskil), ‘zal verstandig handelen’: ook ‘succes hebben’. Zie Joz. 1:7–8, waar wij ‘verstandig handelen’ vertalen.

Hier spreekt Yahweh zelf (‘Mijn Knecht’): wij zetten 52:13–15 rood.

14Zoals velen over jou ontzet waren – zo misvormd was zijn uiterlijk, niet meer dat van een man, en zijn gestalte niet meer dat van de mensenkinderen –
כַּאֲשֶׁ֨ר
(kaasher)
zoals
שָׁמְמ֤וּ
(shamemu)
waren ontzet
עָלֶ֨יךָ֙
(aleikha)
over jou
רַבִּ֔ים
(rabim)
velen
כֵּן
(ken)
zo
מִשְׁחַ֥ת
(mishchat)
misvorming van
מֵאִ֖ישׁ
(meish)
niet meer van een man
מַרְאֵ֑הוּ
(marehu)
zijn uiterlijk
וְתֹאֲר֖וֹ
(vetoaro)
en zijn gestalte
מִבְּנֵ֥י
(mibenei)
niet meer van de zonen van
אָדָֽם
(adam)
mensen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

עָלֶיךָ (alekha), ‘over jou’: de tekst gaat hier plotseling over van ‘Mijn Knecht’ naar ‘jou’.

De Knecht wordt even rechtstreeks aangesproken.

מִשְׁחַת (mishchat), ‘misvormd’: van het werkwoord ‘bederven’. מֵאִישׁ (me’ish), ‘niet meer dat van een man’: letterlijk ‘van een man af’. Het Hebreeuws is hier kort en moeilijk. De zin begint met ‘zoals’ en loopt in vers 15 door met ‘zo’.

Lezing

Sommige oude vertalingen lezen hier anders.

Wij volgen de Masoretische tekst.

15zo zal hij vele volken besprenkelen. Koningen sluiten hun mond voor hem. Want wat hun niet verteld was, hebben zij gezien. En wat zij niet hadden gehoord, hebben zij begrepen.”
כֵּ֤ן
(ken)
zo
יַזֶּה֙
(yaze)
zal hij besprenkelen
גּוֹיִ֣ם
(goyim)
volken
רַבִּ֔ים
(rabim)
vele
עָלָ֛יו
(alav)
voor hem
יִקְפְּצ֥וּ
(yiqpetsu)
zullen sluiten
מְלָכִ֖ים
(melakhim)
koningen
פִּיהֶ֑ם
(pihem)
hun mond
כִּ֠י
(ki)
want
אֲשֶׁ֨ר
(asher)
wat
לֹֽא
(lo)
niet
סֻפַּ֤ר
(supar)
was verteld
לָהֶם֙
(lahem)
hun
רָא֔וּ
(rau)
zij hebben gezien
וַאֲשֶׁ֥ר
(vaasher)
en wat
לֹֽא
(lo)
niet
שָׁמְע֖וּ
(shameu)
zij hadden gehoord
הִתְבּוֹנָֽנוּ
(hitbonanu)
zij hebben begrepen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

יַזֶּה (yazzeh), ‘zal besprenkelen’: het werkwoord wordt gebruikt voor het sprenkelen van bloed of water bij reiniging (Lev. 4:6).

Hier is de betekenis onzeker; het kan ook ‘zal doen opschrikken’ betekenen.

Wij laten het letterlijke woord staan.

יִקְפְּצוּ פִּיהֶם (yiqpetsu pihem), ‘zij sluiten hun mond’: een teken van sprakeloos ontzag.

Dit vers wordt aangehaald in Rom. 15:21.