Hebreeën 8
De hogepriester in het hemelse heiligdom en het nieuwe verbond uit Jeremia
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Een hogepriester in het hemelse heiligdom
κεφάλαιον (kefalaion), ‘hoofdzaak’: ook ‘samenvatting’ of ‘kern’; het woord stelt de zin van het voorafgaande samen.
‘Hij is gaan zitten’ (ἐκάθισεν, ekathisen) herhaalt wat in 1:3 staat. μεγαλωσύνη (megalosyne), ‘Majesteit’: eerbiedige omschrijving voor Elohim, zoals in 1:3.
Zie ook Ps. 110:1; Hebr. 1:3; Hebr. 10:12; Hebr. 12:2.
τὰ ἅγια (ta hagia), ‘het heiligdom’: letterlijk ‘de heilige dingen, de heilige plaatsen’; het Grieks gebruikt dit voor de plaats van Elohim, zoals ‘het heiligdom’ in Lev. 16:2. λειτουργός (leitourgos), ‘dienaar’: iemand die een openbare dienst verricht, zoals in Rom. 13:6. σκηνή (skene), ‘tent’: de Griekse naam voor het Hebreeuwse מִשְׁכָּן (mishkan), de tabernakel; in onze OT-bestanden ‘tabernakel’ of ‘tent van samenkomst’. ἀληθινός (alethinos), ‘waar’: de echte tent, tegenover de afbeelding in vers 5. πήγνυμι (pegnymi), ‘opslaan’: van een tent die vastgezet wordt. κύριος (kyrios), ‘Heer’: het Grieks zegt niet of Elohim of Yeshua bedoeld is; wij schrijven ‘Heer’.
Zie ook Exod. 40:2; Hebr. 9:11; Hebr. 9:24.
De SBLGNT markeert bij οὐκ (ouk), ‘niet’, een variant.
Wij volgen de SBLGNT.
καθίσταται (kathistatai), ‘wordt aangesteld’: zoals in 5:1. δῶρα (dora), ‘gaven’, en θυσίαι (thysiai), ‘offers’: zo staan ze ook in 5:1. προσφέρω (prosfero), ‘aanbieden’: het gewone Griekse werkwoord voor het brengen van een offer; wij houden ‘aanbieden’ in heel de brief.
Het Grieks heeft ‘Deze’ (τοῦτον, touton): de hogepriester van vers 1.
Zie ook Hebr. 5:1; Hebr. 9:14.
‘Op aarde’ en ‘de priesters volgens de wet’ staan tegenover het hemelse heiligdom van vers 1.
De priesters die de gaven aanbieden zijn de priesters uit de stam Levi; zie 7:5 en 7:11–14.
Het Grieks zegt niet in welk heiligdom zij dienen.
Zie ook Hebr. 7:5; Hebr. 7:11–14.
De SBLGNT markeert hier varianten bij οὖν (oun), ‘dus’, ὄντων (onton), ‘omdat er zijn’, en νόμον (nomon), ‘wet’.
Wij volgen de SBLGNT.
ὑπόδειγμα (hypodeigma), ‘afbeelding’: ook ‘voorbeeld’; σκιά (skia), ‘schaduw’: het hemelse is het ware, de aardse dienst wijst erop; zo ook 9:23 en 10:1. λατρεύω (latreuo), ‘dienen’: godsdienstig dienen, eredienst verrichten. χρηματίζω (chrematizo), ‘waarschuwen’: een goddelijke aanwijzing ontvangen; wij vertalen ‘gewaarschuwd werd’. ἐπιτελέω (epiteleo), ‘voltooien’.
Aanhaling van Exod. 25:40. Ons Hebreeuws heeft: ‘Zorg dat je ze maakt naar het model dat je op de berg getoond wordt’. De Griekse tekst heeft ‘Zie toe dat je alles maakt naar het model’ en zet ‘alles’ erbij. τύπος (typos), ‘model’: patroon, afdruk; Hebreeuws תַּבְנִית (tavnit). Elohim spreekt hier tot Mozes: wij maken het citaat rood; de woorden ‘zegt Hij’ zijn de inleiding.
Zie ook Exod. 25:40; Exod. 25:9; Exod. 26:30; Num. 8:4.
διαφορώτερος (diaforoteros), ‘voortreffelijker’: vergrotende trap van een woord dat ‘verschillend, uitstekend’ betekent. λειτουργία (leitourgia), ‘dienst’. μεσίτης (mesites), ‘bemiddelaar’: zoals in 9:15 en 12:24. διαθήκη (diatheke), ‘verbond’: in de brief de Griekse weergave van het Hebreeuwse בְּרִית (berit). νενομοθέτηται (nenomothetetai), ‘is als wet vastgesteld’, van νομοθετέω, ‘een wet geven’: het verbond is op betere beloften gegrond, zegt het Grieks; wij vertalen ‘vastgesteld’.
Zie ook Hebr. 7:22; Hebr. 9:15; Hebr. 12:24.
De SBLGNT markeert bij νυνί (nyni), ‘nu’, een variant.
Wij volgen de SBLGNT.
Het nieuwe verbond
μέμφομαι (memfomai), ‘berispen’: het Grieks noemt de onderwerpspersoon niet; de woorden van het citaat zijn van Yahweh, en ‘hen’ zijn degenen over wie vers 9 spreekt.
Vanaf hier tot en met 8:12 volgt een citaat van Jer. 31:31–34 (Hebreeuwse en Nederlandse telling zijn hier gelijk).
Het is een toespraak van Yahweh in de eerste persoon; wij maken die rood, met ‘zegt Yahweh’ zwart. κύριος is hier Yahweh, zoals ons Hebreeuws heeft.
Ons Hebreeuws heeft: ‘Ik met het huis van Israël en met het huis van Juda een nieuw verbond sluit’.
De Griekse tekst heeft συντελέσω (synteleso), ‘Ik zal voltooien, tot stand brengen’, met ‘voor het huis’ (ἐπί, epi).
Zie ook Jer. 31:31; Jer. 33:14.
De SBLGNT markeert bij αὐτούς (autous), ‘hen’, een variant.
Wij volgen de SBLGNT.
Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.
Citaat van Jer. 31:32. ἐπιλαμβάνομαι (epilambanomai), ‘vastpakken’. ἐμμένω (emmeno), ‘blijven in’. ἀμελέω (ameleo), ‘zich niet bekommeren om’: ook ‘verwaarlozen’.
Ons Hebreeuws heeft: ‘Dat verbond van Mij hebben zij verbroken, hoewel Ik hun echtgenoot was’; de Griekse tekst heeft ‘Zij bleven niet in Mijn verbond, en Ik bekommerde Mij niet om hen’.
Wij vertalen wat het Grieks heeft.
Zie ook Jer. 31:32; Exod. 19:5–8; Exod. 24:7–8.
Citaat van Jer. 31:33. διαθήσομαι (diathesomai), ‘Ik zal sluiten, vaststellen’: werkwoord bij διαθήκη.
Ons Hebreeuws heeft: ‘Ik leg Mijn wet in hun binnenste, en op hun hart schrijf Ik haar’.
De Griekse tekst heeft ‘Mijn wetten’ (meervoud), ‘in hun gedachten’ (διάνοια, dianoia) en ‘op hun harten’.
Het Hebreeuws heeft ‘wet’, tora: ‘onderwijs, instructie’.
‘Ik zal voor hen Elohim zijn, en zij zullen voor Mij een volk zijn’ is de bekende verbondsformule; zie bijvoorbeeld Lev. 26:12.
Zie ook Jer. 31:33; Lev. 26:12; Ezech. 37:27; Hebr. 10:16.
Citaat van Jer. 31:34. οὐ μή (ou me), ‘beslist niet’. πολίτης (polites), ‘medeburger’: ons Hebreeuws heeft ‘zijn naaste’ (רֵעֵהוּ, reehu).
‘Ken Yahweh!’: κύριος is hier Yahweh, zoals ons Hebreeuws heeft.
Ons Hebreeuws heeft ‘niet meer’; het Grieks heeft οὐ μή (‘beslist niet’) zonder ‘meer’.
De woorden ‘van de kleinste tot de grootste van hen’ staan in het Hebreeuws en in het Grieks.
Zie ook Jer. 31:34.
De SBLGNT markeert bij μικροῦ (mikrou), ‘kleinste’, een variant.
Wij volgen de SBLGNT.
Citaat van Jer. 31:34 (tweede helft). ἵλεως (hileos), ‘genadig’: verwant met het werkwoord ἱλάσκομαι (hilaskomai), ‘verzoening doen’, zoals in 2:17.
Ons Hebreeuws heeft: ‘Ik zal hun schuld vergeven, en aan hun zonde zal Ik niet meer denken’.
De Griekse tekst heeft: ‘Ik zal genadig zijn voor hun ongerechtigheden’.
Het citaat eindigt hier; het sluitende aanhalingsteken staat in dit vers.
Zie ook Jer. 31:34; Hebr. 10:17; Hebr. 2:17.
De SBLGNT markeert bij αὐτῶν (auton), ‘hun’, een variant.
Wij volgen de SBLGNT.
καινός (kainos), ‘nieuw’; παλαιόω (palaioo), ‘oud maken, oud verklaren’: ‘Hij heeft het eerste oud verklaard’ is: door te spreken van een nieuw verbond noemt de Spreker (Yahweh in het citaat) het eerste oud. γηράσκω (gerasko), ‘verouderen’. ἀφανισμός (afanismos), ‘het verdwijnen, het onzichtbaar worden’.
Het Grieks zegt niet wanneer het oude verbond verdwijnt; het zegt dat het ‘dichtbij’ is.
Zie ook Hebr. 7:18; Hebr. 10:9.