De intocht in Jeruzalem, de vijgenboom, de tempel en de vraag naar Zijn gezag
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Yeshua komt Jeruzalem binnen
1Toen zij Jeruzalem naderden, bij Betfage en Betanië, bij de Olijfberg, zond Hij twee van Zijn leerlingen eropuit.
Καὶ
(Kai)
en
ὅτε
(hote)
toen
ἐγγίζουσιν
(engizousin)
zij naderen
εἰς
(eis)
naar
Ἱεροσόλυμα
(Hierosolyma)
Jeruzalem
εἰς
(eis)
naar
Βηθφαγὴ
(Bethphage)
Betfage
καὶ
(kai)
en
Βηθανίαν
(Bethanian)
Betanië
πρὸς
(pros)
bij
τὸ
(to)
de
Ὄρος
(Oros)
Berg
τῶν
(ton)
van de
Ἐλαιῶν
(Elaion)
Olijven
ἀποστέλλει
(apostellei)
zendt
δύο
(dyo)
twee
τῶν
(ton)
van de
μαθητῶν
(matheton)
leerlingen
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
Bron: SBLGNT
Plaats
Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.
Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.
Zie Betfage (ligging onzeker): Betfage lag op of aan de Olijfberg, ten oosten van Jeruzalem.
De precieze plaats is niet zeker; van oudsher wordt het gezocht bij et-Tur.
Zie Betanië: Betanië (el-Azariya) lag aan de oostkant van de Olijfberg, ongeveer 3 km ten oosten van Jeruzalem.
Zie Olijfberg: De Olijfberg ligt ten oosten van Jeruzalem, aan de overkant van het Kidrondal.
Uitleg
Betfage (Βηθφαγή) en Betanië liggen bij de Olijfberg, ten oosten van Jeruzalem.
2Hij zei tegen hen: „Ga naar het dorp dat tegenover jullie ligt. Zodra jullie daar binnengaan, zullen jullie een veulen vinden dat vastgebonden staat, waarop nog nooit een mens heeft gezeten. Maak het los en breng het.
καὶ
(kai)
en
λέγει
(legei)
zegt
αὐτοῖς
(autois)
tegen hen
Ὑπάγετε
(Hypagete)
ga
εἰς
(eis)
naar
τὴν
(ten)
het
κώμην
(komen)
dorp
τὴν
(ten)
het
κατέναντι
(katenanti)
tegenover
ὑμῶν
(hymon)
jullie
καὶ
(kai)
en
εὐθὺς
(euthys)
meteen
εἰσπορευόμενοι
(eisporeuomenoi)
binnengaand
εἰς
(eis)
in
αὐτὴν
(auten)
het
εὑρήσετε
(heuresete)
jullie zullen vinden
πῶλον
(polon)
veulen
δεδεμένον
(dedemenon)
vastgebonden
ἐφ’
(eph’)
waarop
ὃν
(hon)
wie
οὐδεὶς
(oudeis)
niemand
οὔπω
(oupo)
nog niet
ἀνθρώπων
(anthropon)
van mensen
ἐκάθισεν
(ekathisen)
zat
λύσατε
(lysate)
maak los
αὐτὸν
(auton)
het
καὶ
(kai)
en
φέρετε
(pherete)
breng
Bron: SBLGNT
Uitleg
πῶλος (polos), ‘veulen’: een jong dier; het Grieks zegt niet van welk dier.
Vergelijk Zach. 9:9 (een koning ‘rijdend op een ezel, op een jonge ezel’); Markus noemt dat vers niet.
10Gezegend is het komende koninkrijk van onze vader David! Hosanna in de hoogste hoogten!”
Εὐλογημένη
(Eulogemene)
gezegend
ἡ
(he)
het
ἐρχομένη
(erchomene)
komende
βασιλεία
(basileia)
koninkrijk
τοῦ
(tou)
van de
πατρὸς
(patros)
vader
ἡμῶν
(hemon)
onze
Δαυίδ
(Dauid)
David
Ὡσαννὰ
(Hosanna)
Hosanna
ἐν
(en)
in
τοῖς
(tois)
de
ὑψίστοις
(hypsistois)
hoogsten
Bron: SBLGNT
Uitleg
ἐν τοῖς ὑψίστοις (en tois hypsistois), letterlijk ‘in de hoogsten’: wij schrijven ‘in de hoogste hoogten’.
11Hij ging Jeruzalem binnen, naar de tempel. Nadat Hij alles rondom had bekeken, vertrok Hij met de twaalf naar Betanië, omdat het uur al laat was.
Καὶ
(Kai)
en
εἰσῆλθεν
(eiselthen)
ging binnen
εἰς
(eis)
in
Ἱεροσόλυμα
(Hierosolyma)
Jeruzalem
εἰς
(eis)
in
τὸ
(to)
de
ἱερόν
(hieron)
tempel
καὶ
(kai)
en
περιβλεψάμενος
(periblepsamenos)
rondkijkend
πάντα
(panta)
alles
ὀψὲ
(opse)
laat
ἤδη
(ede)
al
οὔσης
(ouses)
zijnde
τῆς
(tes)
het
ὥρας
(horas)
uur
ἐξῆλθεν
(exelthen)
ging uit
εἰς
(eis)
naar
Βηθανίαν
(Bethanian)
Betanië
μετὰ
(meta)
met
τῶν
(ton)
de
δώδεκα
(dodeka)
twaalf
Bron: SBLGNT
Plaats
Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.
Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.
Zie Betanië: Betanië (el-Azariya) lag aan de oostkant van de Olijfberg, ongeveer 3 km ten oosten van Jeruzalem.
Uitleg
ἱερόν (hieron), ‘tempel’: het hele tempelterrein met de gebouwen.
De vijgenboom wordt vervloekt
12De volgende dag, toen zij Betanië verlaten hadden, kreeg Hij honger.
Καὶ
(Kai)
en
τῇ
(te)
op de
ἐπαύριον
(epaurion)
volgende dag
ἐξελθόντων
(exelthonton)
uitgegaan zijnde
αὐτῶν
(auton)
zij
ἀπὸ
(apo)
van
Βηθανίας
(Bethanias)
Betanië
ἐπείνασεν
(epeinasen)
kreeg honger
Bron: SBLGNT
Plaats
Zie Betanië: Betanië (el-Azariya) lag aan de oostkant van de Olijfberg, ongeveer 3 km ten oosten van Jeruzalem.
13Hij zag in de verte een vijgenboom die bladeren had en ging erheen om te zien of Hij er misschien iets aan zou vinden. Toen Hij erbij kwam, vond Hij niets dan bladeren. Want het was niet de tijd van de vijgen.
καὶ
(kai)
en
ἰδὼν
(idon)
ziend
συκῆν
(syken)
vijgenboom
ἀπὸ
(apo)
van
μακρόθεν
(makrothen)
veraf
ἔχουσαν
(echousan)
hebbende
φύλλα
(phylla)
bladeren
ἦλθεν
(elthen)
ging
εἰ
(ei)
of
ἄρα
(ara)
misschien
τι
(ti)
iets
εὑρήσει
(heuresei)
zal vinden
ἐν
(en)
in
αὐτῇ
(aute)
haar
καὶ
(kai)
en
ἐλθὼν
(elthon)
gekomen
ἐπ’
(ep’)
bij
αὐτὴν
(auten)
haar
οὐδὲν
(ouden)
niets
εὗρεν
(heuren)
vond
εἰ
(ei)
indien
μὴ
(me)
niet
φύλλα
(phylla)
bladeren
ὁ
(ho)
de
γὰρ
(gar)
want
καιρὸς
(kairos)
tijd
οὐκ
(ouk)
niet
ἦν
(en)
was
σύκων
(sykon)
van vijgen
Bron: SBLGNT
Uitleg
σύκων (sykon), ‘vijgen’.
Het Grieks zegt dat het niet de tijd van de vijgen was.
14Hij antwoordde en zei tegen de vijgenboom: „Laat nooit meer, voor eeuwig, iemand vrucht van je eten.” En Zijn leerlingen hoorden het.
καὶ
(kai)
en
ἀποκριθεὶς
(apokritheis)
antwoordend
εἶπεν
(eipen)
zei
αὐτῇ
(aute)
tegen haar
Μηκέτι
(Meketi)
niet meer
εἰς
(eis)
tot
τὸν
(ton)
de
αἰῶνα
(aiona)
eeuwigheid
ἐκ
(ek)
van
σοῦ
(sou)
jou
μηδεὶς
(medeis)
niemand
καρπὸν
(karpon)
vrucht
φάγοι
(phagoi)
moge eten
καὶ
(kai)
en
ἤκουον
(ekouon)
hoorden
οἱ
(hoi)
de
μαθηταὶ
(mathetai)
leerlingen
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg
εἰς τὸν αἰῶνα (eis ton aiona), ‘voor eeuwig’: letterlijk ‘tot de eeuw’.
Wij vertalen deze uitdrukking overal zo.
Yeshua in de tempel
15Zij kwamen in Jeruzalem. Hij ging de tempel in en begon de verkopers en de kopers in de tempel naar buiten te jagen. Hij gooide de tafels van de geldwisselaars en de zetels van de duivenverkopers om.
Καὶ
(Kai)
en
ἔρχονται
(erchontai)
komen
εἰς
(eis)
in
Ἱεροσόλυμα
(Hierosolyma)
Jeruzalem
καὶ
(kai)
en
εἰσελθὼν
(eiselthon)
binnengaand
εἰς
(eis)
in
τὸ
(to)
de
ἱερὸν
(hieron)
tempel
ἤρξατο
(erxato)
begon
ἐκβάλλειν
(ekballein)
naar buiten te jagen
τοὺς
(tous)
de
πωλοῦντας
(polountas)
verkopende
καὶ
(kai)
en
τοὺς
(tous)
de
ἀγοράζοντας
(agorazontas)
kopende
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
ἱερῷ
(hiero)
tempel
καὶ
(kai)
en
τὰς
(tas)
de
τραπέζας
(trapezas)
tafels
τῶν
(ton)
van de
κολλυβιστῶν
(kollybiston)
geldwisselaars
καὶ
(kai)
en
τὰς
(tas)
de
καθέδρας
(kathedras)
zetels
τῶν
(ton)
van de
πωλούντων
(polounton)
verkopende
τὰς
(tas)
de
περιστερὰς
(peristeras)
duiven
κατέστρεψεν
(katestrepsen)
gooide om
Bron: SBLGNT
Plaats
Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.
Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.
Uitleg
κολλυβιστής (kollybistes), ‘geldwisselaar’: iemand die munten wisselt. ἐκβάλλω (ekballo) betekent ‘naar buiten werpen’; voor mensen schrijven wij ‘naar buiten jagen’, voor geesten ‘uitdrijven’.
16Hij liet niet toe dat iemand een voorwerp door de tempel droeg.
καὶ
(kai)
en
οὐκ
(ouk)
niet
ἤφιεν
(ephien)
liet toe
ἵνα
(hina)
opdat
τις
(tis)
iemand
διενέγκῃ
(dienenke)
draagt
σκεῦος
(skeuos)
voorwerp
διὰ
(dia)
door
τοῦ
(tou)
de
ἱεροῦ
(hierou)
tempel
Bron: SBLGNT
17Hij onderwees en zei tegen hen: „Staat er niet geschreven: ‘Mijn huis zal een huis van gebed worden genoemd voor alle volken’? Maar jullie hebben er een rovershol van gemaakt.”
καὶ
(kai)
en
ἐδίδασκεν
(edidasken)
Hij onderwees
καὶ
(kai)
en
ἔλεγεν
(elegen)
zei
αὐτοῖς
(autois)
tegen hen
Οὐ
(Ou)
niet
γέγραπται
(gegraptai)
is geschreven
ὅτι
(hoti)
dat
Ὁ
(Ho)
het
οἶκός
(oikos)
huis
μου
(mou)
Mijn
οἶκος
(oikos)
huis
προσευχῆς
(proseuches)
van gebed
κληθήσεται
(klethesetai)
zal worden genoemd
πᾶσιν
(pasin)
voor alle
τοῖς
(tois)
de
ἔθνεσιν
(ethnesin)
volken
ὑμεῖς
(hymeis)
jullie
δὲ
(de)
maar
πεποιήκατε
(pepoiekate)
hebben gemaakt
αὐτὸν
(auton)
het
σπήλαιον
(spelaion)
spelonk
λῃστῶν
(leston)
van rovers
Bron: SBLGNT
Uitleg
Aanhaling van Jes. 56:7 (‘Mijn huis zal een huis van gebed worden genoemd voor alle volken’) met een toespeling op Jer. 7:11 (‘een rovershol’).
18De hogepriesters en de schriftgeleerden hoorden het en zochten hoe zij Hem konden ombrengen. Zij waren namelijk bang voor Hem, want heel de menigte stond versteld over Zijn onderwijs.
καὶ
(kai)
en
ἤκουσαν
(ekousan)
hoorden
οἱ
(hoi)
de
ἀρχιερεῖς
(archiereis)
hogepriesters
καὶ
(kai)
en
οἱ
(hoi)
de
γραμματεῖς
(grammateis)
schriftgeleerden
καὶ
(kai)
en
ἐζήτουν
(ezetoun)
zochten
πῶς
(pos)
hoe
αὐτὸν
(auton)
Hem
ἀπολέσωσιν
(apolesosin)
zij ombrengen
ἐφοβοῦντο
(ephobounto)
zij waren bang
γὰρ
(gar)
namelijk
αὐτόν
(auton)
voor Hem
πᾶς
(pas)
heel
γὰρ
(gar)
want
ὁ
(ho)
de
ὄχλος
(ochlos)
menigte
ἐξεπλήσσετο
(exeplesseto)
stond versteld
ἐπὶ
(epi)
over
τῇ
(te)
het
διδαχῇ
(didache)
onderwijs
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg
ἐκπλήσσομαι (ekplessomai), ‘versteld staan’: wij vertalen het zo (ook 10:26).
19Wanneer het avond werd, gingen zij de stad uit.
Καὶ
(Kai)
en
ὅταν
(hotan)
wanneer
ὀψὲ
(opse)
laat
ἐγένετο
(egeneto)
het werd
ἐξεπορεύοντο
(exeporeuonto)
gingen uit
ἔξω
(exo)
buiten
τῆς
(tes)
de
πόλεως
(poleos)
stad
Bron: SBLGNT
De vijgenboom is verdord
20Toen zij ’s morgens vroeg voorbijkwamen, zagen zij de vijgenboom, vanaf de wortels verdord.
Καὶ
(Kai)
en
παραπορευόμενοι
(paraporeuomenoi)
voorbijgaand
πρωῒ
(proi)
’s morgens
εἶδον
(eidon)
zagen zij
τὴν
(ten)
de
συκῆν
(syken)
vijgenboom
ἐξηραμμένην
(exerammenen)
verdord
ἐκ
(ek)
vanaf
ῥιζῶν
(rhizon)
wortels
Bron: SBLGNT
21Petrus herinnerde zich het en zei tegen Hem: „Rabbi, kijk, de vijgenboom die U vervloekt hebt, is verdord.”
καὶ
(kai)
en
ἀναμνησθεὶς
(anamnestheis)
zich herinnerend
ὁ
(ho)
de
Πέτρος
(Petros)
Petrus
λέγει
(legei)
zegt
αὐτῷ
(auto)
tegen Hem
Ῥαββί
(Rhabbi)
rabbi
ἴδε
(ide)
kijk
ἡ
(he)
de
συκῆ
(syke)
vijgenboom
ἣν
(hen)
die
κατηράσω
(kateraso)
U hebt vervloekt
ἐξήρανται
(exerantai)
is verdord
Bron: SBLGNT
22Yeshua antwoordde en zei tegen hen: „Heb geloof in Elohim.
καὶ
(kai)
en
ἀποκριθεὶς
(apokritheis)
antwoordend
ὁ
(ho)
de
Ἰησοῦς
(Iesous)
Yeshua
λέγει
(legei)
zegt
αὐτοῖς
(autois)
tegen hen
Ἔχετε
(Echete)
heb
πίστιν
(pistin)
geloof
θεοῦ
(theou)
Elohim
Bron: SBLGNT
Uitleg
πίστιν θεοῦ (pistin theou) is letterlijk ‘geloof van Elohim’.
Het kan ‘geloof in Elohim’ betekenen (zo vertalen wij) of ‘geloof dat van Elohim komt’.
23Voorwaar, Ik zeg jullie: wie tegen deze berg zegt: ‘Word opgeheven en word in de zee geworpen’. Als hij in zijn hart niet twijfelt maar gelooft dat gebeurt wat hij zegt, zal het voor hem zo zijn.
ἀμὴν
(amen)
voorwaar
λέγω
(lego)
Ik zeg
ὑμῖν
(hymin)
jullie
ὅτι
(hoti)
dat
ὃς
(hos)
wie
ἂν
(an)
(ooit)
εἴπῃ
(eipe)
zegt
τῷ
(to)
tegen de
ὄρει
(orei)
berg
τούτῳ
(touto)
deze
Ἄρθητι
(Artheti)
word opgeheven
καὶ
(kai)
en
βλήθητι
(bletheti)
word geworpen
εἰς
(eis)
in
τὴν
(ten)
de
θάλασσαν
(thalassan)
zee
καὶ
(kai)
en
μὴ
(me)
niet
διακριθῇ
(diakrithe)
twijfelt
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
het
καρδίᾳ
(kardia)
hart
αὐτοῦ
(autou)
zijn
ἀλλὰ
(alla)
maar
πιστεύῃ
(pisteue)
gelooft
ὅτι
(hoti)
dat
ὃ
(ho)
wat
λαλεῖ
(lalei)
hij zegt
γίνεται
(ginetai)
gebeurt
ἔσται
(estai)
zal zijn
αὐτῷ
(auto)
hem
Bron: SBLGNT
24Daarom zeg Ik jullie: alles wat jullie bidden en vragen, geloof dat jullie het ontvangen hebben, en het zal voor jullie zo zijn.
διὰ
(dia)
daarom
τοῦτο
(touto)
dit
λέγω
(lego)
Ik zeg
ὑμῖν
(hymin)
jullie
πάντα
(panta)
alles
ὅσα
(hosa)
wat
προσεύχεσθε
(proseuchesthe)
jullie bidden
καὶ
(kai)
en
αἰτεῖσθε
(aiteisthe)
jullie vragen
πιστεύετε
(pisteuete)
geloof
ὅτι
(hoti)
dat
ἐλάβετε
(elabete)
jullie ontvingen
καὶ
(kai)
en
ἔσται
(estai)
zal zijn
ὑμῖν
(hymin)
voor jullie
Bron: SBLGNT
25En wanneer jullie staan te bidden, vergeef dan als jullie iets tegen iemand hebben, opdat ook jullie Vader in de hemelen jullie overtredingen vergeeft.”
28Zij zeiden tegen Hem: „Met welk gezag doet U dit? Of wie heeft U dit gezag gegeven, zodat U dit doet?”
καὶ
(kai)
en
ἔλεγον
(elegon)
zeiden
αὐτῷ
(auto)
tegen Hem
Ἐν
(En)
met
ποίᾳ
(poia)
welk
ἐξουσίᾳ
(exousia)
gezag
ταῦτα
(tauta)
dit
ποιεῖς
(poieis)
doet U
ἢ
(e)
of
τίς
(tis)
wie
σοι
(soi)
U
ἔδωκεν
(edoken)
gaf
τὴν
(ten)
het
ἐξουσίαν
(exousian)
gezag
ταύτην
(tauten)
dit
ἵνα
(hina)
opdat
ταῦτα
(tauta)
dit
ποιῇς
(poies)
U doet
Bron: SBLGNT
Uitleg
ἐξουσία (exousia), ‘gezag’: het recht om te beslissen.
Wij vertalen het overal zo.
29Yeshua zei tegen hen: „Ik zal jullie één vraag stellen. Antwoord Mij, dan zal Ik jullie zeggen met welk gezag Ik dit doe.
ὁ
(ho)
de
δὲ
(de)
maar
Ἰησοῦς
(Iesous)
Yeshua
εἶπεν
(eipen)
zei
αὐτοῖς
(autois)
tegen hen
Ἐπερωτήσω
(Eperoteso)
Ik zal vragen
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
ἕνα
(hena)
één
λόγον
(logon)
woord
καὶ
(kai)
en
ἀποκρίθητέ
(apokrithete)
antwoord
μοι
(moi)
Mij
καὶ
(kai)
en
ἐρῶ
(ero)
Ik zal zeggen
ὑμῖν
(hymin)
jullie
ἐν
(en)
met
ποίᾳ
(poia)
welk
ἐξουσίᾳ
(exousia)
gezag
ταῦτα
(tauta)
dit
ποιῶ
(poio)
Ik doe
Bron: SBLGNT
30De doop van Johannes, was die uit de hemel of van mensen? Antwoord Mij.”
τὸ
(to)
de
βάπτισμα
(baptisma)
doop
τὸ
(to)
de
Ἰωάννου
(Ioannou)
van Johannes
ἐξ
(ex)
uit
οὐρανοῦ
(ouranou)
hemel
ἦν
(en)
was
ἢ
(e)
of
ἐξ
(ex)
uit
ἀνθρώπων
(anthropon)
mensen
ἀποκρίθητέ
(apokrithete)
antwoord
μοι
(moi)
Mij
Bron: SBLGNT
Uitleg
ἐξ οὐρανοῦ (ex ouranou), ‘uit de hemel’: een omschrijving voor ‘van Elohim’.
31Zij overlegden onder elkaar: „Wat zullen wij zeggen? Als wij zeggen: ‘Uit de hemel’, dan zal Hij zeggen: ‘Waarom hebben jullie hem dan niet geloofd?’
καὶ
(kai)
en
διελογίζοντο
(dielogizonto)
overlegden
πρὸς
(pros)
tot
ἑαυτοὺς
(heautous)
zichzelf
λέγοντες
(legontes)
zeggend
Τί
(Ti)
wat
εἴπωμεν
(eipomen)
zullen wij zeggen
ἐὰν
(ean)
als
εἴπωμεν
(eipomen)
wij zeggen
Ἐξ
(Ex)
uit
οὐρανοῦ
(ouranou)
hemel
ἐρεῖ
(erei)
zal Hij zeggen
Διὰ
(Dia)
om
τί
(ti)
wat
οὖν
(oun)
dan
οὐκ
(ouk)
niet
ἐπιστεύσατε
(episteusate)
jullie geloofden
αὐτῷ
(auto)
hem
Bron: SBLGNT
32Maar zullen wij zeggen: ‘Van mensen’?” Zij waren bang voor de menigte, want allen hielden Johannes werkelijk voor een profeet.
ἀλλὰ
(alla)
maar
εἴπωμεν
(eipomen)
zullen wij zeggen
Ἐξ
(Ex)
van
ἀνθρώπων
(anthropon)
mensen
ἐφοβοῦντο
(ephobounto)
zij waren bang
τὸν
(ton)
de
ὄχλον
(ochlon)
menigte
ἅπαντες
(hapantes)
allen
γὰρ
(gar)
want
εἶχον
(eichon)
hielden
τὸν
(ton)
de
Ἰωάννην
(Ioannen)
Johannes
ὄντως
(ontos)
werkelijk
ὅτι
(hoti)
dat
προφήτης
(prophetes)
profeet
ἦν
(en)
was
Bron: SBLGNT
Uitleg
De zin is in het Grieks niet afgemaakt (‘Maar zullen wij zeggen: Van mensen?’).
Wij hebben dat zo gelaten.
33Zij antwoordden Yeshua: „Wij weten het niet.” Yeshua zei tegen hen: „Ook Ik zeg jullie niet met welk gezag Ik dit doe.”