Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Geen aanzien van personen
1Mijn broers, houden jullie het geloof van onze Heer Yeshua de Messias, de Heerlijkheid, soms vast met aanzien van personen?
Ἀδελφοί
(Adelphoi)
broers
μου
(mou)
mijn
μὴ
(me)
niet
ἐν
(en)
met
προσωπολημψίαις
(prosopolempsiais)
aanzien van personen
ἔχετε
(echete)
houden jullie
τὴν
(ten)
het
πίστιν
(pistin)
geloof
τοῦ
(tou)
van de
κυρίου
(kyriou)
Heer
ἡμῶν
(hemon)
ons
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
Χριστοῦ
(Christou)
de Messias
τῆς
(tes)
van de
δόξης
(doxes)
Heerlijkheid
Bron: SBLGNT
Uitleg
προσωπολημψία (prosopolempsia), ‘aanzien van personen’: letterlijk ‘het gezicht opnemen’; iemand om zijn uiterlijk of rang voortrekken.
Vergelijk Deut. 10:17, waar Yahweh niemand voortrekt.
De SBLGNT zet hier een vraagteken. De zin kan ook als gebod gelezen worden: ‘Houd het geloof … niet vast met aanzien van personen.’
πίστιν τοῦ κυρίου ἡμῶν (pistin tou kyriou hemon), ‘het geloof van onze Heer’: de Griekse genitief kan ‘het geloof in onze Heer’ of ‘het geloof/de trouw van onze Heer’ betekenen. Wij houden ‘van’. τῆς δόξης (tes doxes), ‘de Heerlijkheid’: dit staat in het Grieks als bijstelling bij ‘onze Heer Yeshua de Messias’. Het kan ook ‘de Heer van de heerlijkheid’ gelezen worden.
2Want stel dat er in jullie synagoge een man binnenkomt met gouden ringen en schitterende kleding. Stel dat er ook een arme binnenkomt in vuile kleding.
ἐὰν
(ean)
als
γὰρ
(gar)
want
εἰσέλθῃ
(eiselthe)
binnenkomt
εἰς
(eis)
in
συναγωγὴν
(synagogen)
synagoge
ὑμῶν
(hymon)
jullie
ἀνὴρ
(aner)
man
χρυσοδακτύλιος
(chrysodaktylios)
met gouden ringen
ἐν
(en)
in
ἐσθῆτι
(estheti)
kleding
λαμπρᾷ
(lampra)
schitterende
εἰσέλθῃ
(eiselthe)
binnenkomt
δὲ
(de)
maar
καὶ
(kai)
ook
πτωχὸς
(ptochos)
arme
ἐν
(en)
in
ῥυπαρᾷ
(rhypara)
vuile
ἐσθῆτι
(estheti)
kleding
Bron: SBLGNT
Uitleg
συναγωγή (synagoge), ‘synagoge’: letterlijk ‘bijeenkomst’; ook de plaats van samenkomst.
Wij houden ‘synagoge’, zoals in de evangeliën. χρυσοδακτύλιος (chrysodaktylios), ‘met gouden ringen’: iemand met een gouden ring aan de vinger.
De zin begint met ‘als’ (ἐάν) en loopt door tot vers 4; wij splitsen hem en schrijven ‘stel dat’.
3Stel dat jullie dan kijken naar degene die de schitterende kleding draagt en zeggen: „Ga jij hier maar mooi zitten.” En stel dat jullie tegen de arme zeggen: „Jij, blijf daar staan, of ga onder mijn voetbank zitten.”
ἐπιβλέψητε
(epiblepsete)
jullie kijken
δὲ
(de)
maar
ἐπὶ
(epi)
naar
τὸν
(ton)
de
φοροῦντα
(phorounta)
dragende
τὴν
(ten)
de
ἐσθῆτα
(estheta)
kleding
τὴν
(ten)
de
λαμπρὰν
(lampran)
schitterende
καὶ
(kai)
en
εἴπητε
(eipete)
jullie zeggen
Σὺ
(Sy)
jij
κάθου
(kathou)
ga zitten
ὧδε
(hode)
hier
καλῶς
(kalos)
mooi
καὶ
(kai)
en
τῷ
(to)
aan de
πτωχῷ
(ptocho)
arme
εἴπητε
(eipete)
jullie zeggen
Σὺ
(Sy)
jij
στῆθι
(stethi)
blijf staan
ἢ
(e)
of
κάθου
(kathou)
ga zitten
ἐκεῖ
(ekei)
daar
ὑπὸ
(hypo)
onder
τὸ
(to)
de
ὑποπόδιόν
(hypopodion)
voetbank
μου
(mou)
mijn
Bron: SBLGNT
Uitleg
ὑποπόδιον (hypopodion), ‘voetbank’: de steun voor de voeten, zoals in Matt. 5:35.
Wie ‘onder de voetbank’ moet zitten, zit op de grond.
4Hebben jullie dan geen onderscheid gemaakt onder elkaar en zijn jullie rechters geworden met kwade overwegingen?
οὐ
(ou)
niet
διεκρίθητε
(diekrithete)
maakten jullie onderscheid
ἐν
(en)
onder
ἑαυτοῖς
(heautois)
elkaar
καὶ
(kai)
en
ἐγένεσθε
(egenesthe)
werden jullie
κριταὶ
(kritai)
rechters
διαλογισμῶν
(dialogismon)
van overwegingen
πονηρῶν
(poneron)
kwade
Bron: SBLGNT
Uitleg
διακρίνω (diakrino), ‘onderscheid maken’: hetzelfde werkwoord als in 1:6, waar het ‘twijfelen’ is. ἑαυτοῖς (heautois): ‘onder elkaar’, maar ook ‘in jezelf’. διαλογισμός (dialogismos), ‘overweging’: wat iemand bij zichzelf overlegt.
‘Rechters met kwade overwegingen’ is letterlijk ‘rechters van kwade overwegingen’.
5Luister, mijn geliefde broers. Heeft Elohim niet de armen voor de wereld uitgekozen als rijken in geloof en als erfgenamen van het koninkrijk? Dat heeft Hij beloofd aan wie Hem liefhebben.
ἀκούσατε
(akousate)
luister
ἀδελφοί
(adelphoi)
broers
μου
(mou)
mijn
ἀγαπητοί
(agapetoi)
geliefde
οὐχ
(ouch)
niet
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
ἐξελέξατο
(exelexato)
koos uit
τοὺς
(tous)
de
πτωχοὺς
(ptochous)
armen
τῷ
(to)
voor de
κόσμῳ
(kosmo)
wereld
πλουσίους
(plousious)
als rijken
ἐν
(en)
in
πίστει
(pistei)
geloof
καὶ
(kai)
en
κληρονόμους
(kleronomous)
als erfgenamen
τῆς
(tes)
van het
βασιλείας
(basileias)
koninkrijk
ἧς
(hes)
dat
ἐπηγγείλατο
(epengeilato)
Hij beloofde
τοῖς
(tois)
aan wie
ἀγαπῶσιν
(agaposin)
liefhebben
αὐτόν
(auton)
Hem
Bron: SBLGNT
Uitleg
τῷ κόσμῳ (to kosmo), ‘voor de wereld’: een datief.
Het kan betekenen ‘in de ogen van de wereld’: arm naar de maatstaf van de wereld.
6Maar jullie hebben de arme veracht. Zijn het niet de rijken die jullie onderdrukken en die jullie zelf voor de rechtbanken slepen?
ὑμεῖς
(hymeis)
jullie
δὲ
(de)
maar
ἠτιμάσατε
(etimasate)
hebben veracht
τὸν
(ton)
de
πτωχόν
(ptochon)
arme
οὐχ
(ouch)
niet
οἱ
(hoi)
de
πλούσιοι
(plousioi)
rijken
καταδυναστεύουσιν
(katadynasteuousin)
onderdrukken
ὑμῶν
(hymon)
jullie
καὶ
(kai)
en
αὐτοὶ
(autoi)
zijzelf
ἕλκουσιν
(helkousin)
slepen
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
εἰς
(eis)
naar
κριτήρια
(kriteria)
rechtbanken
Bron: SBLGNT
Uitleg
καταδυναστεύω (katadynasteuo), ‘onderdrukken’: met macht neerdrukken. κριτήρια (kriteria), ‘rechtbanken’.
7Zijn zij het niet die de goede naam lasteren die over jullie is uitgeroepen?
οὐκ
(ouk)
niet
αὐτοὶ
(autoi)
zijzelf
βλασφημοῦσιν
(blasphemousin)
lasteren
τὸ
(to)
de
καλὸν
(kalon)
goede
ὄνομα
(onoma)
naam
τὸ
(to)
die
ἐπικληθὲν
(epiklethen)
uitgeroepen is
ἐφ’
(eph’)
over
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg
Het Grieks heeft ‘de goede naam die over jullie is uitgeroepen’, dezelfde uitdrukking als in Hand. 15:17 (Amos 9:12): een naam die over iemand wordt uitgeroepen, omdat hij bij die naam hoort.
Welke naam het is, zegt de tekst niet; vers 1 noemt de Heer Yeshua.
10Want wie de hele wet houdt maar op één punt struikelt, is schuldig geworden aan alles.
ὅστις
(hostis)
wie
γὰρ
(gar)
want
ὅλον
(holon)
hele
τὸν
(ton)
de
νόμον
(nomon)
wet
τηρήσῃ
(terese)
houdt
πταίσῃ
(ptaise)
struikelt
δὲ
(de)
maar
ἐν
(en)
op
ἑνί
(heni)
één
γέγονεν
(gegonen)
is geworden
πάντων
(panton)
van alles
ἔνοχος
(enochos)
schuldig
Bron: SBLGNT
Uitleg
πταίω (ptaio), ‘struikelen’: hetzelfde werkwoord staat in 3:2. ἔνοχος (enochos), ‘schuldig aan’: aansprakelijk voor.
11Want Hij die zei: „Je zult geen overspel plegen”, zei ook: „Je zult niet moorden.” Als je geen overspel pleegt, maar wel moordt, ben je een overtreder van de wet geworden.
ὁ
(ho)
de
γὰρ
(gar)
want
εἰπών
(eipon)
gezegd hebbend
Μὴ
(Me)
niet
μοιχεύσῃς
(moicheuses)
je zult overspel plegen
εἶπεν
(eipen)
zei
καί
(kai)
ook
Μὴ
(Me)
niet
φονεύσῃς
(phoneuses)
je zult moorden
εἰ
(ei)
als
δὲ
(de)
maar
οὐ
(ou)
niet
μοιχεύεις
(moicheueis)
je pleegt overspel
φονεύεις
(phoneueis)
je moordt
δέ
(de)
maar
γέγονας
(gegonas)
je bent geworden
παραβάτης
(parabates)
overtreder
νόμου
(nomou)
van de wet
Bron: SBLGNT
Uitleg
φονεύω (foneuo), ‘moorden’: wij vertalen zo in Exod. 20:13 en Deut. 5:17.
μὴ δύναται (me dynatai): de vraag verwacht het antwoord ‘nee’; daarom ‘soms’. ἡ πίστις met lidwoord is ‘dat geloof’: het geloof dat geen werken heeft.
15Stel dat een broer of een zuster naakt is en tekortkomt aan het dagelijkse voedsel.
ἐὰν
(ean)
als
ἀδελφὸς
(adelphos)
broer
ἢ
(e)
of
ἀδελφὴ
(adelphe)
zuster
γυμνοὶ
(gymnoi)
naakt
ὑπάρχωσιν
(hyparchosin)
zijn
καὶ
(kai)
en
λειπόμενοι
(leipomenoi)
tekortkomend
τῆς
(tes)
aan het
ἐφημέρου
(ephemerou)
dagelijkse
τροφῆς
(trophes)
voedsel
Bron: SBLGNT
Uitleg
ἀδελφὸς ἢ ἀδελφή (adelfos e adelfe): hier staat uitdrukkelijk ‘een broer of een zuster’. γυμνός (gymnos), ‘naakt’: ook ‘slecht gekleed’. ἐφήμερος (efemeros), ‘dagelijks’: voor die dag.
16En iemand van jullie zegt hun: „Ga in vrede, warm je en eet je zat”, maar jullie geven hun niet wat het lichaam nodig heeft. Wat baat het?
εἴπῃ
(eipe)
zegt
δέ
(de)
maar
τις
(tis)
iemand
αὐτοῖς
(autois)
tegen hen
ἐξ
(ex)
uit
ὑμῶν
(hymon)
jullie
Ὑπάγετε
(Hypagete)
ga
ἐν
(en)
in
εἰρήνῃ
(eirene)
vrede
θερμαίνεσθε
(thermainesthe)
warm je
καὶ
(kai)
en
χορτάζεσθε
(chortazesthe)
eet je zat
μὴ
(me)
niet
δῶτε
(dote)
jullie geeft
δὲ
(de)
maar
αὐτοῖς
(autois)
hun
τὰ
(ta)
de
ἐπιτήδεια
(epitedeia)
benodigdheden
τοῦ
(tou)
van het
σώματος
(somatos)
lichaam
τί
(ti)
wat
ὄφελος
(ophelos)
nut
Bron: SBLGNT
Uitleg
Ὑπάγετε ἐν εἰρήνῃ (hypagete en eirene), ‘Ga in vrede’: een gewone groet bij het afscheid; vergelijk Mark. 5:34. θερμαίνεσθε (thermainesthe), ‘warm je’, en χορτάζεσθε (chortazesthe), ‘eet je zat’: mooie wensen zonder daad.
19Jij gelooft dat Elohim één is? Daar doe je goed aan. Ook de demonen geloven het, en zij sidderen.
σὺ
(sy)
jij
πιστεύεις
(pisteueis)
gelooft
ὅτι
(hoti)
dat
εἷς
(heis)
één
ἐστιν
(estin)
is
ὁ
(ho)
de
θεός
(theos)
Elohim
καλῶς
(kalos)
goed
ποιεῖς
(poieis)
doe je
καὶ
(kai)
ook
τὰ
(ta)
de
δαιμόνια
(daimonia)
demonen
πιστεύουσιν
(pisteuousin)
geloven
καὶ
(kai)
en
φρίσσουσιν
(phrissousin)
sidderen
Bron: SBLGNT
Uitleg
εἷς ὁ θεός (heis ho theos), ‘Elohim is één’: de belijdenis van Israël, Deut. 6:4. δαιμόνια (daimonia), ‘demonen’. φρίσσω (frisso), ‘sidderen’: huiveren van angst.
20Wil je weten, lege mens, dat het geloof zonder de werken werkeloos is?
θέλεις
(theleis)
wil je
δὲ
(de)
maar
γνῶναι
(gnonai)
weten
ὦ
(o)
o
ἄνθρωπε
(anthrope)
mens
κενέ
(kene)
leeg
ὅτι
(hoti)
dat
ἡ
(he)
het
πίστις
(pistis)
geloof
χωρὶς
(choris)
zonder
τῶν
(ton)
de
ἔργων
(ergon)
werken
ἀργή
(arge)
werkeloos
ἐστιν
(estin)
is
Bron: SBLGNT
Uitleg
ἀργή (arge), ‘werkeloos’: ἀ-ργός, ‘zonder werk’; een woordspeling met ἔργα.
Op deze plaats verschillen sommige oude handschriften; wij volgen de SBLGNT. κενός (kenos), ‘leeg’: zonder inhoud, dwaas.
Abraham en Rachab
21Is Abraham, onze vader, niet uit werken rechtvaardig verklaard, toen hij Isaak, zijn zoon, op het altaar offerde?
Ἀβραὰμ
(Abraam)
Abraham
ὁ
(ho)
de
πατὴρ
(pater)
vader
ἡμῶν
(hemon)
onze
οὐκ
(ouk)
niet
ἐξ
(ex)
uit
ἔργων
(ergon)
werken
ἐδικαιώθη
(edikaiothe)
werd rechtvaardig verklaard
ἀνενέγκας
(anenenkas)
opgedragen hebbend
Ἰσαὰκ
(Isaak)
Isaak
τὸν
(ton)
de
υἱὸν
(huion)
zoon
αὐτοῦ
(autou)
zijn
ἐπὶ
(epi)
op
τὸ
(to)
het
θυσιαστήριον
(thysiasterion)
altaar
Bron: SBLGNT
Uitleg
δικαιόω (dikaioo), ‘rechtvaardig verklaren’: het Griekse werkwoord is rechterlijk, ‘vrijspreken’; wij houden één weergave in 2:21, 2:24 en 2:25. ἀναφέρω (anafero), ‘opdragen’: offeren op het altaar.
22Je ziet dat het geloof samenwerkte met zijn werken, en dat het geloof uit de werken volmaakt werd.
βλέπεις
(blepeis)
je ziet
ὅτι
(hoti)
dat
ἡ
(he)
het
πίστις
(pistis)
geloof
συνήργει
(synergei)
werkte samen
τοῖς
(tois)
met de
ἔργοις
(ergois)
werken
αὐτοῦ
(autou)
zijn
καὶ
(kai)
en
ἐκ
(ek)
uit
τῶν
(ton)
de
ἔργων
(ergon)
werken
ἡ
(he)
het
πίστις
(pistis)
geloof
ἐτελειώθη
(eteleiothe)
werd volmaakt
Bron: SBLGNT
Uitleg
συνεργέω (synergeo), ‘samenwerken’. τελειόω (teleioo), ‘volmaken’: tot het doel brengen; vergelijk τέλειος in 1:4.
23En de Schrift werd vervuld die zegt: „Abraham geloofde Elohim, en het werd hem toegerekend als gerechtigheid.” En hij werd vriend van Elohim genoemd.
καὶ
(kai)
en
ἐπληρώθη
(eplerothe)
werd vervuld
ἡ
(he)
de
γραφὴ
(graphe)
Schrift
ἡ
(he)
die
λέγουσα
(legousa)
zegt
Ἐπίστευσεν
(Episteusen)
geloofde
δὲ
(de)
maar
Ἀβραὰμ
(Abraam)
Abraham
τῷ
(to)
aan de
θεῷ
(theo)
Elohim
καὶ
(kai)
en
ἐλογίσθη
(elogisthe)
werd toegerekend
αὐτῷ
(auto)
hem
εἰς
(eis)
tot
δικαιοσύνην
(dikaiosynen)
gerechtigheid
καὶ
(kai)
en
φίλος
(philos)
vriend
θεοῦ
(theou)
van Elohim
ἐκλήθη
(eklethe)
werd genoemd
Bron: SBLGNT
Uitleg
Het citaat is Gen. 15:6.
Ons Hebreeuws heeft daar: ‘Abram geloofde Yahweh, en Hij rekende het hem toe als gerechtigheid.’
De Griekse tekst heeft ‘Elohim’ en noemt hem Abraham; in Gen. 15 heet hij nog Abram. λογίζομαι (logizomai), ‘toerekenen’.
‘Vriend van Elohim’: vergelijk Jes. 41:8 en 2 Kron. 20:7, waar het Hebreeuws een vorm van ‘liefhebben’ heeft (אֹהֲבִי, ohavi, ‘die Mij liefheeft’; אֹהַבְךָ, ohavcha, ‘die U liefhad’).
25Is op dezelfde manier ook Rachab, de hoer, niet uit werken rechtvaardig verklaard, toen zij de boden ontving en hen langs een andere weg wegstuurde?
ὁμοίως
(homoios)
op dezelfde manier
δὲ
(de)
maar
καὶ
(kai)
ook
Ῥαὰβ
(Rhaab)
Rachab
ἡ
(he)
de
πόρνη
(porne)
hoer
οὐκ
(ouk)
niet
ἐξ
(ex)
uit
ἔργων
(ergon)
werken
ἐδικαιώθη
(edikaiothe)
werd rechtvaardig verklaard
ὑποδεξαμένη
(hypodexamene)
ontvangen hebbend
τοὺς
(tous)
de
ἀγγέλους
(angelous)
boden
καὶ
(kai)
en
ἑτέρᾳ
(hetera)
langs andere
ὁδῷ
(hodo)
weg
ἐκβαλοῦσα
(ekbalousa)
weggestuurd hebbend
Bron: SBLGNT
Uitleg
Rachab komt voor in Joz. 2:1–21 en Joz. 6:25. ἄγγελοι (angeloi), ‘boden’: zo vertalen wij het ook in Luc. 7:24; in Joz. 2:1 zijn het twee mannen die als spionnen waren gestuurd.
De ‘andere weg’ is de weg die zij hun wees (Joz. 2:15–16).