De Levieten, de zangers en de steden van de Levieten
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
De zonen van Levi
1De zonen van Levi: Gersjon, Kehat en Merari.
בְּנֵ֖י
(benei)
de zonen van
לֵוִ֑י
(levi)
Levi
גֵּרְשֹׁ֕ם
(gereshom)
Gersjon
קְהָ֖ת
(qehat)
Kehat
וּמְרָרִֽי
(umerari)
en Merari
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
In de Nederlandse telling is Hebr. 6:1 gelijk aan 1 Kron. 6:16 (Hebr. 6:1–66 = NL 6:16–81).
Wij volgen de Masoretische telling.
גֵּרְשֹׁם (gershom): in dit hoofdstuk staat de zoon van Levi ook als גֵּרְשׁוֹם. Wij schrijven overal Gersjon, zoals Exod. 6:16 en 1 Kron. 5:27. Dat is een andere man dan Gersom, de zoon van Mozes (Exod. 2:22).
17Zij deden dienst met zang voor de tabernakel van de tent van samenkomst. Dat deden zij tot Salomo het huis van Yahweh in Jeruzalem bouwde. Zij stonden bij hun dienst volgens hun recht.
וַיִּהְי֨וּ
(vayihyu)
en zij waren
מְשָׁרְתִ֜ים
(mesharetim)
dienstdoend
לִפְנֵ֨י
(lifnei)
voor het aangezicht van
מִשְׁכַּ֤ן
(mishkan)
de tabernakel van
אֹֽהֶל
(ohel)
de tent van
מוֹעֵד֙
(moed)
samenkomst
בַּשִּׁ֔יר
(bashir)
met zang
עַד
(ad)
tot
בְּנ֧וֹת
(benot)
het bouwen van
שְׁלֹמֹ֛ה
(shelomo)
Salomo
אֶת
(et)
(obj.)
בֵּ֥ית
(beit)
het huis van
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
בִּירוּשָׁלִָ֑ם
(birushaliam)
in Jeruzalem
וַיַּעַמְד֥וּ
(vayaamdu)
en zij stonden
כְמִשְׁפָּטָ֖ם
(kemishpatam)
volgens hun recht
עַל
(al)
bij
עֲבוֹדָתָֽם
(avodatam)
hun dienst
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.
Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.
Uitleg
מִשְׁפָּט (mishpat), ‘recht’: de vaste regeling van hun dienst.
מִשְׁכַּן אֹהֶל מוֹעֵד (mishkan ohel moed), ‘de tabernakel van de tent van samenkomst’: de tent waar de dienst plaatsvond.
34Aäron en zijn zonen lieten offers in rook opgaan op het brandofferaltaar en op het wierookaltaar. Zij deden al het werk in het hoogheilige. Zij deden verzoening voor Israël, zoals Mozes, de dienaar van Elohim, geboden had.
וְֽאַהֲרֹ֨ן
(veaharon)
en Aäron
וּבָנָ֜יו
(uvanav)
en zijn zonen
מַקְטִירִ֨ים
(maqtirim)
laten opgaan in rook
עַל
(al)
op
מִזְבַּ֤ח
(mizbach)
het altaar van
הָֽעוֹלָה֙
(haola)
het brandoffer
וְעַל
(veal)
en op
מִזְבַּ֣ח
(mizbach)
het altaar van
הַקְּטֹ֔רֶת
(haqetoret)
het wierook
לְכֹ֕ל
(lekhol)
voor al
מְלֶ֖אכֶת
(melekhet)
het werk van
קֹ֣דֶשׁ
(qodesh)
het heilige
הַקֳּדָשִׁ֑ים
(haqodashim)
van de hoogheilige
וּלְכַפֵּר֙
(ulekhaper)
en om verzoening te doen
עַל
(al)
voor
יִשְׂרָאֵ֔ל
(yisrael)
Israël
כְּכֹל֙
(kekhol)
zoals alles
אֲשֶׁ֣ר
(asher)
wat
צִוָּ֔ה
(tsiva)
had geboden
מֹשֶׁ֖ה
(moshe)
Mozes
עֶ֥בֶד
(eved)
de dienaar van
הָאֱלֹהִֽים
(haElohim)
de Elohim
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
מַקְטִירִים (maqtirim), ‘zij lieten in rook opgaan’: offers en wierook (Exod. 30:1, 30:7).
39Dit zijn hun woonplaatsen, naar hun kampen, binnen hun gebied. Zij waren voor de zonen van Aäron uit de familie van de Kehatieten. Want het lot was voor hen.
וְאֵ֨לֶּה֙
(veele)
en dit zijn
מוֹשְׁבוֹתָ֔ם
(moshevotam)
hun woonplaatsen
לְטִירוֹתָ֖ם
(letirotam)
naar hun kampen
בִּגְבוּלָ֑ם
(bigvulam)
binnen hun gebied
לִבְנֵ֤י
(livnei)
voor de zonen van
אַהֲרֹן֙
(aharon)
Aäron
לְמִשְׁפַּחַ֣ת
(lemishpachat)
uit de familie van
הַקְּהָתִ֔י
(haqehati)
de Kehatiet
כִּ֥י
(ki)
want
לָהֶ֖ם
(lahem)
voor hen
הָיָ֥ה
(haya)
was
הַגּוֹרָֽל
(hagoral)
het lot
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
טִירָה (tirah), ‘kamp’: een omheind verblijf van tenten of huizen (vergelijk Gen. 25:16; Num. 31:10).
Hier is het de woonplaats van de Levieten.
Vanaf dit vers staat de lijst van de Levietensteden. Zij komt overeen met Joz. 21:4–39.
43ook Chilez met zijn weidegrond en Debir met zijn weidegrond,
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
חִילֵז֙
(chilez)
Chilez
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
מִגְרָשֶׁ֔יהָ
(migrasheiha)
haar weidegrond
אֶת
(et)
(obj.)
דְּבִ֖יר
(devir)
Debir
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
מִגְרָשֶֽׁיהָ
(migrasheiha)
haar weidegrond
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Chilez (Cholon?; ligging onzeker): Chilez is waarschijnlijk dezelfde stad als Cholon (Jozua 21:15), in het bergland van Juda, ten noorden van Hebron.
45Uit de stam Benjamin: Geba met zijn weidegrond, Alemet met zijn weidegrond en Anatot met zijn weidegrond. Al hun steden waren 13 steden, naar hun families.
וּמִמַּטֵּ֣ה
(umimate)
en uit de stam van
בִנְיָמִ֗ן
(binyamin)
Benjamin
אֶת
(et)
(obj.)
גֶּ֤בַע
(geva)
Geba
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
מִגְרָשֶׁ֨יהָ֙
(migrasheiha)
haar weidegrond
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
עָלֶ֣מֶת
(alemet)
Alemet
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
מִגְרָשֶׁ֔יהָ
(migrasheiha)
haar weidegrond
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
עֲנָת֖וֹת
(anatot)
Anatot
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
מִגְרָשֶׁ֑יהָ
(migrasheiha)
haar weidegrond
כָּל
(kal)
alle
עָרֵיהֶ֛ם
(areihem)
hun steden
שְׁלֹשׁ
(shelosh)
drie
עֶשְׂרֵ֥ה
(esre)
tien
עִ֖יר
(ir)
stad
בְּמִשְׁפְּחוֹתֵיהֶֽם
(bemishpechoteihem)
naar hun families
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Geba ligt bij het huidige Jaba, ten noordoosten van Jeruzalem.
Alemet is waarschijnlijk dezelfde plaats als Almon in Joz. 21:18 (Khirbet Almit).
Anatot ligt bij Anata, ten noordoosten van Jeruzalem.
Alle drie zijn waarschijnlijk.
Lezing
De tekst telt 13 steden voor de priesters (zoals Joz. 21:19), maar noemt er hier 11 met name: 8 in Juda en Simeon en 3 in Benjamin.
Joz. 21:16–18 noemt er 9 en 4.
Daar staan ook Juta en Gibeon, die hier ontbreken.
47De zonen van Gersjon kregen, naar hun families, 13 steden. Die waren uit de stam Issachar, de stam Aser, de stam Naftali en de stam Manasse in Basan.
וְלִבְנֵ֨י
(velivnei)
en aan de zonen van
גֵרְשׁ֜וֹם
(gereshom)
Gersjon
לְמִשְׁפְּחוֹתָ֗ם
(lemishpechotam)
naar hun families
מִמַּטֵּ֣ה
(mimate)
uit de stam van
יִ֠שָׂשכָר
(yisashkhar)
Issachar
וּמִמַּטֵּ֨ה
(umimate)
en uit de stam van
אָשֵׁ֜ר
(asher)
Aser
וּמִמַּטֵּ֣ה
(umimate)
en uit de stam van
נַפְתָּלִ֗י
(naftali)
Naftali
וּמִמַּטֵּ֤ה
(umimate)
en uit de stam van
מְנַשֶּׁה֙
(menashe)
Manasse
בַּבָּשָׁ֔ן
(babashan)
in Basan
עָרִ֖ים
(arim)
steden
שְׁלֹ֥שׁ
(shelosh)
drie
עֶשְׂרֵֽה
(esre)
tien
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Basan: Basan ligt ten oosten van het meer van Galilea en de Jordaan, in het zuidwesten van het huidige Syrië en het noorden van Jordanië.
50Zij gaven deze steden door het lot. Ze kwamen uit de stam van de zonen van Juda, de stam van de zonen van Simeon en de stam van de zonen van Benjamin. Zij noemden ze bij naam.
וַיִּתְּנ֣וּ
(vayitenu)
en zij gaven
בַגּוֹרָ֗ל
(bagoral)
door het lot
מִמַּטֵּ֤ה
(mimate)
uit de stam van
בְנֵי
(benei)
de zonen van
יְהוּדָה֙
(yehuda)
Juda
וּמִמַּטֵּ֣ה
(umimate)
en uit de stam van
בְנֵי
(benei)
de zonen van
שִׁמְע֔וֹן
(shimon)
Simeon
וּמִמַּטֵּ֖ה
(umimate)
en uit de stam van
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
בִנְיָמִ֑ן
(binyamin)
Benjamin
אֵ֚ת
(et)
(obj.)
הֶעָרִ֣ים
(hearim)
de steden
הָאֵ֔לֶּה
(haele)
deze
אֲשֶׁר
(asher)
die
יִקְרְא֥וּ
(yiqreu)
zij noemden
אֶתְהֶ֖ם
(ethem)
hen
בְּשֵׁמֽוֹת
(beshemot)
bij namen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
53ook Jokmeam met zijn weidegrond en Bet-Choron met zijn weidegrond,
וְאֶֽת
(veet)
en (obj.)
יָקְמְעָם֙
(yaqemeam)
Jokmeam
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
מִגְרָשֶׁ֔יהָ
(migrasheiha)
haar weidegrond
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
בֵּ֥ית
(beit)
Bet
חוֹר֖וֹן
(choron)
Choron
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
מִגְרָשֶֽׁיהָ
(migrasheiha)
haar weidegrond
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Bet-Choron: Boven- en Neder-Bet-Choron lagen aan de weg van Gibeon naar Ajalon, bij Beit Ur al-Fauqa en Beit Ur al-Tahta, ten noordwesten van Jeruzalem.
Lezing
Hier staat יָקְמְעָם (yaqmeam), Jokmeam.
In Joz. 21:22 staat Kibzajim.
Bet-Choron is Beit Ur, ten noordwesten van Jeruzalem; dat is waarschijnlijk.
57Uit de stam Issachar: Kedes met zijn weidegrond en Daberat met zijn weidegrond,
וּמִמַּטֵּ֣ה
(umimate)
en uit de stam van
יִשָׂשכָ֔ר
(yisashkhar)
Issachar
אֶת
(et)
(obj.)
קֶ֖דֶשׁ
(qedesh)
Kedes
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
מִגְרָשֶׁ֑יהָ
(migrasheiha)
haar weidegrond
אֶת
(et)
(obj.)
דָּבְרַ֖ת
(daverat)
Daberat
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
מִגְרָשֶֽׁיהָ
(migrasheiha)
haar weidegrond
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Kedes (in Issachar; ligging onzeker): Dit Kedes (in Jozua 21:28 Kisjon) lag in Issachar, aan de zuidrand van de vallei van Jizreël; Tel Abu Qudeis is voorgesteld.
Het is niet het Kedes in Naftali.
Dit is niet zeker.
Zie Daberat: Daberat (Daburiyya) lag aan de voet van de Tabor.
Lezing
Hier staan Kedes en Daberat.
In Joz. 21:28 staan Kisjon en Daberat.
Dit Kedes in Issachar is niet Kedes in Galilea (vers 61).
Daberat ligt waarschijnlijk bij Daburiyya, aan de voet van de Tabor (Israël).
62Voor de overige zonen van Merari, uit de stam Zebulon: Rimmono met zijn weidegrond en Tabor met zijn weidegrond.
לִבְנֵ֣י
(livnei)
aan de zonen van
מְרָרִי֮
(merari)
Merari
הַנּוֹתָרִים֒
(hanotarim)
die overbleven
מִמַּטֵּ֣ה
(mimate)
uit de stam van
זְבוּלֻ֔ן
(zevulun)
Zebulon
אֶת
(et)
(obj.)
רִמּוֹנ֖וֹ
(rimono)
Rimmono
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
מִגְרָשֶׁ֑יהָ
(migrasheiha)
haar weidegrond
אֶת
(et)
(obj.)
תָּב֖וֹר
(tavor)
Tabor
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
מִגְרָשֶֽׁיהָ
(migrasheiha)
haar weidegrond
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Rimmono (Jokneam?; ligging onzeker): Rimmono is hier een Levietenstad in Zebulon; de lijst in Jozua 21:34 noemt op die plaats Jokneam (Tel Yokneam).
Dit is niet zeker.
Zie Tabor: De Tabor is een berg in het zuiden van Galilea, ten oosten van Nazaret.
Lezing
Hier staan Rimmono en Tabor.
In Joz. 21:34–35 staan Jokneam, Karta, Dimna en Nahalal.