De opstelling van het kamp en de volgorde van opbreken
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Het kamp rond de tent van samenkomst
1Yahweh sprak tot Mozes en Aäron:
וַיְדַבֵּ֣ר
(vaydaber)
en sprak
יְהוָ֔ה
(Yahweh)
Yahweh
אֶל
(el)
tot
מֹשֶׁ֥ה
(moshe)
Mozes
וְאֶֽל
(veel)
en tot
אַהֲרֹ֖ן
(aharon)
Aäron
לֵאמֹֽר
(lemor)
zeggende
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
2„De zonen van Israël moeten hun kamp opslaan, ieder bij zijn eigen vaandel, bij de tekens van hun vaderhuis. Zij moeten rondom de tent van samenkomst, tegenover die tent, hun kamp opslaan.
אִ֣ישׁ
(ish)
een man
עַל
(al)
bij
דִּגְל֤וֹ
(diglo)
zijn vaandel
בְאֹתֹת֙
(beotot)
bij de tekenen van
לְבֵ֣ית
(leveit)
het vaderhuis van
אֲבֹתָ֔ם
(avotam)
hun vaders
יַחֲנ֖וּ
(yachanu)
zullen kamperen
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
יִשְׂרָאֵ֑ל
(yisrael)
Israël
מִנֶּ֕גֶד
(mineged)
tegenover
סָבִ֥יב
(saviv)
rondom
לְאֹֽהֶל
(leohel)
de tent van
מוֹעֵ֖ד
(moed)
samenkomst
יַחֲנֽוּ
(yachanu)
zullen kamperen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
דֶּגֶל (degel), ‘vaandel’, is het teken van een groep van drie stammen; אֹתֹת (otot), ‘tekens’, zijn de tekens van de afzonderlijke vaderhuizen.
Wat deze tekens voorstelden, staat niet in de tekst.
מִנֶּגֶד (minneged), ‘tegenover’: de stammen kamperen rondom de tent, maar niet vlak ernaast; ook de Levieten staan nog tussen de stammen en de tent (Num. 1:53).
3Aan de oostkant, naar de zonsopgang, slaat het vaandel van het kamp van Juda zijn kamp op, naar hun legerscharen. De leider van de zonen van Juda is Nachsjon, de zoon van Amminadab.
וְהַחֹנִים֙
(vehachonim)
en de kampenden
קֵ֣דְמָה
(qedema)
oostwaarts
מִזְרָ֔חָה
(mizracha)
zonopgangwaarts
דֶּ֛גֶל
(degel)
het vaandel van
מַחֲנֵ֥ה
(machane)
het kamp van
יְהוּדָ֖ה
(yehuda)
Juda
לְצִבְאֹתָ֑ם
(letsivotam)
naar hun legerscharen
וְנָשִׂיא֙
(venasi)
en de leider
לִבְנֵ֣י
(livnei)
voor de zonen van
יְהוּדָ֔ה
(yehuda)
Juda
נַחְשׁ֖וֹן
(nachshon)
Nachsjon
בֶּן
(ben)
zoon van
עַמִּינָדָֽב
(aminadav)
Amminadab
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
De oostkant is de kant van de ingang van de tabernakel.
Daar slaan ook Mozes, Aäron en de priesters hun kamp op (Num. 3:38).
Het vaandel van Juda gaat voorop als Israël opbreekt (vers 9).
17De tent van samenkomst breekt op, met het kamp van de Levieten, te midden van de kampen. Zoals zij hun kamp opslaan, zo breken zij op, ieder op zijn plaats, bij hun vaandels.
וְנָסַ֧ע
(venasa)
en zal opbreken
אֹֽהֶל
(ohel)
de tent van
מוֹעֵ֛ד
(moed)
samenkomst
מַחֲנֵ֥ה
(machane)
het kamp van
הַלְוִיִּ֖ם
(halviyim)
de Levieten
בְּת֣וֹךְ
(betokh)
te midden van
הַֽמַּחֲנֹ֑ת
(hamachanot)
de kampen
כַּאֲשֶׁ֤ר
(kaasher)
zoals
יַחֲנוּ֙
(yachanu)
zij kamperen
כֵּ֣ן
(ken)
zo
יִסָּ֔עוּ
(yisau)
zullen zij opbreken
אִ֥ישׁ
(ish)
een man
עַל
(al)
op
יָד֖וֹ
(yado)
zijn plaats
לְדִגְלֵיהֶֽם
(ledigleihem)
naar hun vaandels
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
De Levieten met de tent van samenkomst trekken in het midden van de stoet.
In Num. 10:17–21 staat hoe dit in de praktijk ging.
18Aan de westkant staat het vaandel van het kamp van Efraïm, naar hun legerscharen. De leider van de zonen van Efraïm is Elisjama, de zoon van Ammihud.
דֶּ֣גֶל
(degel)
het vaandel van
מַחֲנֵ֥ה
(machane)
het kamp van
אֶפְרַ֛יִם
(efrayim)
Efraïm
לְצִבְאֹתָ֖ם
(letsivotam)
naar hun legerscharen
יָ֑מָּה
(yama)
westwaarts
וְנָשִׂיא֙
(venasi)
en de leider
לִבְנֵ֣י
(livnei)
voor de zonen van
אֶפְרַ֔יִם
(efrayim)
Efraïm
אֱלִישָׁמָ֖ע
(elishama)
Elisjama
בֶּן
(ben)
zoon van
עַמִּיהֽוּד
(amihud)
Ammihud
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
34De zonen van Israël deden het. Precies zoals Yahweh Mozes geboden had, zo sloegen zij hun kamp op bij hun vaandels. En zo braken zij op, ieder naar zijn familie, bij zijn vaderhuis.
וַֽיַּעֲשׂ֖וּ
(vayaasu)
en deden
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
יִשְׂרָאֵ֑ל
(yisrael)
Israël
כְּ֠כֹל
(kekhol)
naar alles
אֲשֶׁר
(asher)
wat
צִוָּ֨ה
(tsiva)
gebood
יְהוָ֜ה
(Yahweh)
Yahweh
אֶת
(et)
(obj.)
מֹשֶׁ֗ה
(moshe)
Mozes
כֵּֽן
(ken)
zo
חָנ֤וּ
(chanu)
kampeerden zij
לְדִגְלֵיהֶם֙
(ledigleihem)
bij hun vaandels
וְכֵ֣ן
(vekhen)
en zo
נָסָ֔עוּ
(nasau)
braken zij op
אִ֥ישׁ
(ish)
een man
לְמִשְׁפְּחֹתָ֖יו
(lemishpechotav)
naar zijn families
עַל
(al)
bij
בֵּ֥ית
(beit)
het huis van
אֲבֹתָֽיו
(avotav)
zijn vaders
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)