Elohim Bijbel

Numeri 2

123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536

De opstelling van het kamp en de volgorde van opbreken

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Het kamp rond de tent van samenkomst

1Yahweh sprak tot Mozes en Aäron:
וַיְדַבֵּ֣ר
(vaydaber)
en sprak
יְהוָ֔ה
(Yahweh)
Yahweh
אֶל
(el)
tot
מֹשֶׁ֥ה
(moshe)
Mozes
וְאֶֽל
(veel)
en tot
אַהֲרֹ֖ן
(aharon)
Aäron
לֵאמֹֽר
(lemor)
zeggende
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
2„De zonen van Israël moeten hun kamp opslaan, ieder bij zijn eigen vaandel, bij de tekens van hun vaderhuis. Zij moeten rondom de tent van samenkomst, tegenover die tent, hun kamp opslaan.
אִ֣ישׁ
(ish)
een man
עַל
(al)
bij
דִּגְל֤וֹ
(diglo)
zijn vaandel
בְאֹתֹת֙
(beotot)
bij de tekenen van
לְבֵ֣ית
(leveit)
het vaderhuis van
אֲבֹתָ֔ם
(avotam)
hun vaders
יַחֲנ֖וּ
(yachanu)
zullen kamperen
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
יִשְׂרָאֵ֑ל
(yisrael)
Israël
מִנֶּ֕גֶד
(mineged)
tegenover
סָבִ֥יב
(saviv)
rondom
לְאֹֽהֶל
(leohel)
de tent van
מוֹעֵ֖ד
(moed)
samenkomst
יַחֲנֽוּ
(yachanu)
zullen kamperen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

דֶּגֶל (degel), ‘vaandel’, is het teken van een groep van drie stammen; אֹתֹת (otot), ‘tekens’, zijn de tekens van de afzonderlijke vaderhuizen.

Wat deze tekens voorstelden, staat niet in de tekst.

מִנֶּגֶד (minneged), ‘tegenover’: de stammen kamperen rondom de tent, maar niet vlak ernaast; ook de Levieten staan nog tussen de stammen en de tent (Num. 1:53).

Het oosten: Juda, Issachar en Zebulon

3Aan de oostkant, naar de zonsopgang, slaat het vaandel van het kamp van Juda zijn kamp op, naar hun legerscharen. De leider van de zonen van Juda is Nachsjon, de zoon van Amminadab.
וְהַחֹנִים֙
(vehachonim)
en de kampenden
קֵ֣דְמָה
(qedema)
oostwaarts
מִזְרָ֔חָה
(mizracha)
zonopgangwaarts
דֶּ֛גֶל
(degel)
het vaandel van
מַחֲנֵ֥ה
(machane)
het kamp van
יְהוּדָ֖ה
(yehuda)
Juda
לְצִבְאֹתָ֑ם
(letsivotam)
naar hun legerscharen
וְנָשִׂיא֙
(venasi)
en de leider
לִבְנֵ֣י
(livnei)
voor de zonen van
יְהוּדָ֔ה
(yehuda)
Juda
נַחְשׁ֖וֹן
(nachshon)
Nachsjon
בֶּן
(ben)
zoon van
עַמִּינָדָֽב
(aminadav)
Amminadab
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De oostkant is de kant van de ingang van de tabernakel.

Daar slaan ook Mozes, Aäron en de priesters hun kamp op (Num. 3:38).

Het vaandel van Juda gaat voorop als Israël opbreekt (vers 9).

4Zijn leger en zijn getelden: 74.600.
וּצְבָא֖וֹ
(utsevao)
en zijn leger
וּפְקֻדֵיהֶ֑ם
(ufequdeihem)
en zijn getelden
אַרְבָּעָ֧ה
(arbaa)
vier
וְשִׁבְעִ֛ים
(veshivim)
en zeventig
אֶ֖לֶף
(elef)
duizend
וְשֵׁ֥שׁ
(veshesh)
en zes
מֵאֽוֹת
(meot)
honderd
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
5Naast hem slaat de stam Issachar zijn kamp op. De leider van de zonen van Issachar is Netanel, de zoon van Zuar.
וְהַחֹנִ֥ים
(vehachonim)
en de kampenden
עָלָ֖יו
(alav)
naast hem
מַטֵּ֣ה
(mate)
de stam van
יִשָּׂשכָ֑ר
(yisashkhar)
Issachar
וְנָשִׂיא֙
(venasi)
en de leider
לִבְנֵ֣י
(livnei)
voor de zonen van
יִשָּׂשכָ֔ר
(yisashkhar)
Issachar
נְתַנְאֵ֖ל
(netanel)
Netanel
בֶּן
(ben)
zoon van
צוּעָֽר
(tsuar)
Zuar
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
6Zijn leger en zijn getelden: 54.400.
וּצְבָא֖וֹ
(utsevao)
en zijn leger
וּפְקֻדָ֑יו
(ufequdav)
en zijn getelden
אַרְבָּעָ֧ה
(arbaa)
vier
וַחֲמִשִּׁ֛ים
(vachamishim)
en vijftig
אֶ֖לֶף
(elef)
duizend
וְאַרְבַּ֥ע
(vearba)
en vier
מֵאֽוֹת
(meot)
honderd
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
7De stam Zebulon: de leider van de zonen van Zebulon is Eliab, de zoon van Chelon.
מַטֵּ֖ה
(mate)
de stam van
זְבוּלֻ֑ן
(zevulun)
Zebulon
וְנָשִׂיא֙
(venasi)
en de leider
לִבְנֵ֣י
(livnei)
voor de zonen van
זְבוּלֻ֔ן
(zevulun)
Zebulon
אֱלִיאָ֖ב
(eliav)
Eliab
בֶּן
(ben)
zoon van
חֵלֹֽן
(chelon)
Chelon
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
8Zijn leger en zijn getelden: 57.400.
וּצְבָא֖וֹ
(utsevao)
en zijn leger
וּפְקֻדָ֑יו
(ufequdav)
en zijn getelden
שִׁבְעָ֧ה
(shiva)
zeven
וַחֲמִשִּׁ֛ים
(vachamishim)
en vijftig
אֶ֖לֶף
(elef)
duizend
וְאַרְבַּ֥ע
(vearba)
en vier
מֵאֽוֹת
(meot)
honderd
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
9Alle getelden van het kamp van Juda: 186.400, naar hun legerscharen. Zij breken als eerste op.
כָּֽל
(kal)
alle
הַפְּקֻדִ֞ים
(hapequdim)
de getelden
לְמַחֲנֵ֣ה
(lemachane)
voor het kamp van
יְהוּדָ֗ה
(yehuda)
Juda
מְאַ֨ת
(meat)
honderd
אֶ֜לֶף
(elef)
duizend
וּשְׁמֹנִ֥ים
(ushemonim)
en tachtig
אֶ֛לֶף
(elef)
duizend
וְשֵֽׁשֶׁת
(vesheshet)
en zes
אֲלָפִ֥ים
(alafim)
duizend
וְאַרְבַּע
(vearba)
en vier
מֵא֖וֹת
(meot)
honderd
לְצִבְאֹתָ֑ם
(letsivotam)
naar hun legerscharen
רִאשֹׁנָ֖ה
(rishona)
als eerste
יִסָּֽעוּ
(yisau)
zullen opbreken
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Zie ookNum 10:14

Het zuiden: Ruben, Simeon en Gad

10Aan de zuidkant staat het vaandel van het kamp van Ruben, naar hun legerscharen. De leider van de zonen van Ruben is Elizur, de zoon van Sjedeür.
דֶּ֣גֶל
(degel)
het vaandel van
מַחֲנֵ֧ה
(machane)
het kamp van
רְאוּבֵ֛ן
(reuven)
Ruben
תֵּימָ֖נָה
(teimana)
zuidwaarts
לְצִבְאֹתָ֑ם
(letsivotam)
naar hun legerscharen
וְנָשִׂיא֙
(venasi)
en de leider
לִבְנֵ֣י
(livnei)
voor de zonen van
רְאוּבֵ֔ן
(reuven)
Ruben
אֱלִיצ֖וּר
(elitsur)
Elizur
בֶּן
(ben)
zoon van
שְׁדֵיאֽוּר
(shedeiur)
Sjedeür
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
11Zijn leger en zijn getelden: 46.500.
וּצְבָא֖וֹ
(utsevao)
en zijn leger
וּפְקֻדָ֑יו
(ufequdav)
en zijn getelden
שִׁשָּׁ֧ה
(shisha)
zes
וְאַרְבָּעִ֛ים
(vearbaim)
en veertig
אֶ֖לֶף
(elef)
duizend
וַחֲמֵ֥שׁ
(vachamesh)
en vijf
מֵאֽוֹת
(meot)
honderd
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
12Naast hem slaat de stam Simeon zijn kamp op. De leider van de zonen van Simeon is Sjelumiël, de zoon van Zurisjaddai.
וְהַחוֹנִ֥ם
(vehachonim)
en de kampenden
עָלָ֖יו
(alav)
naast hem
מַטֵּ֣ה
(mate)
de stam van
שִׁמְע֑וֹן
(shimon)
Simeon
וְנָשִׂיא֙
(venasi)
en de leider
לִבְנֵ֣י
(livnei)
voor de zonen van
שִׁמְע֔וֹן
(shimon)
Simeon
שְׁלֻמִיאֵ֖ל
(shelumiel)
Sjelumiël
בֶּן
(ben)
zoon van
צוּרִֽי
(tsuri)
Zuri
שַׁדָּֽי
(shaday)
sjaddai
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
13Zijn leger en zijn getelden: 59.300.
וּצְבָא֖וֹ
(utsevao)
en zijn leger
וּפְקֻדֵיהֶ֑ם
(ufequdeihem)
en zijn getelden
תִּשְׁעָ֧ה
(tisha)
negen
וַחֲמִשִּׁ֛ים
(vachamishim)
en vijftig
אֶ֖לֶף
(elef)
duizend
וּשְׁלֹ֥שׁ
(ushelosh)
en drie
מֵאֽוֹת
(meot)
honderd
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
14De stam Gad: de leider van de zonen van Gad is Eljasaf, de zoon van Reüel.
וְמַטֵּ֖ה
(vemate)
en de stam van
גָּ֑ד
(gad)
Gad
וְנָשִׂיא֙
(venasi)
en de leider
לִבְנֵ֣י
(livnei)
voor de zonen van
גָ֔ד
(gad)
Gad
אֶלְיָסָ֖ף
(elyasaf)
Eljasaf
בֶּן
(ben)
zoon van
רְעוּאֵֽל
(reuel)
Reüel
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing

In de Hebreeuwse tekst staat hier רְעוּאֵל (Reüel).

Dezelfde man heet in Num. 1:14, 7:42 en 10:20 Deüel (דְּעוּאֵל).

Het verschil is één letter: ר (resj) en ד (dalet) lijken sterk op elkaar.

Wij vertalen wat er staat.

15Zijn leger en zijn getelden: 45.650.
וּצְבָא֖וֹ
(utsevao)
en zijn leger
וּפְקֻדֵיהֶ֑ם
(ufequdeihem)
en zijn getelden
חֲמִשָּׁ֤ה
(chamisha)
vijf
וְאַרְבָּעִים֙
(vearbaim)
en veertig
אֶ֔לֶף
(elef)
duizend
וְשֵׁ֥שׁ
(veshesh)
en zes
מֵא֖וֹת
(meot)
honderd
וַחֲמִשִּֽׁים
(vachamishim)
en vijftig
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
16Alle getelden van het kamp van Ruben: 151.450, naar hun legerscharen. Zij breken als tweede op.
כָּֽל
(kal)
alle
הַפְּקֻדִ֞ים
(hapequdim)
de getelden
לְמַחֲנֵ֣ה
(lemachane)
voor het kamp van
רְאוּבֵ֗ן
(reuven)
Ruben
מְאַ֨ת
(meat)
honderd
אֶ֜לֶף
(elef)
duizend
וְאֶחָ֨ד
(veechad)
en een
וַחֲמִשִּׁ֥ים
(vachamishim)
en vijftig
אֶ֛לֶף
(elef)
duizend
וְאַרְבַּע
(vearba)
en vier
מֵא֥וֹת
(meot)
honderd
וַחֲמִשִּׁ֖ים
(vachamishim)
en vijftig
לְצִבְאֹתָ֑ם
(letsivotam)
naar hun legerscharen
וּשְׁנִיִּ֖ם
(usheniyim)
en als tweede
יִסָּֽעוּ
(yisau)
zullen opbreken
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

De Levieten in het midden

17De tent van samenkomst breekt op, met het kamp van de Levieten, te midden van de kampen. Zoals zij hun kamp opslaan, zo breken zij op, ieder op zijn plaats, bij hun vaandels.
וְנָסַ֧ע
(venasa)
en zal opbreken
אֹֽהֶל
(ohel)
de tent van
מוֹעֵ֛ד
(moed)
samenkomst
מַחֲנֵ֥ה
(machane)
het kamp van
הַלְוִיִּ֖ם
(halviyim)
de Levieten
בְּת֣וֹךְ
(betokh)
te midden van
הַֽמַּחֲנֹ֑ת
(hamachanot)
de kampen
כַּאֲשֶׁ֤ר
(kaasher)
zoals
יַחֲנוּ֙
(yachanu)
zij kamperen
כֵּ֣ן
(ken)
zo
יִסָּ֔עוּ
(yisau)
zullen zij opbreken
אִ֥ישׁ
(ish)
een man
עַל
(al)
op
יָד֖וֹ
(yado)
zijn plaats
לְדִגְלֵיהֶֽם
(ledigleihem)
naar hun vaandels
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De Levieten met de tent van samenkomst trekken in het midden van de stoet.

In Num. 10:17–21 staat hoe dit in de praktijk ging.

Het westen: Efraïm, Manasse en Benjamin

18Aan de westkant staat het vaandel van het kamp van Efraïm, naar hun legerscharen. De leider van de zonen van Efraïm is Elisjama, de zoon van Ammihud.
דֶּ֣גֶל
(degel)
het vaandel van
מַחֲנֵ֥ה
(machane)
het kamp van
אֶפְרַ֛יִם
(efrayim)
Efraïm
לְצִבְאֹתָ֖ם
(letsivotam)
naar hun legerscharen
יָ֑מָּה
(yama)
westwaarts
וְנָשִׂיא֙
(venasi)
en de leider
לִבְנֵ֣י
(livnei)
voor de zonen van
אֶפְרַ֔יִם
(efrayim)
Efraïm
אֱלִישָׁמָ֖ע
(elishama)
Elisjama
בֶּן
(ben)
zoon van
עַמִּיהֽוּד
(amihud)
Ammihud
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
19Zijn leger en zijn getelden: 40.500.
וּצְבָא֖וֹ
(utsevao)
en zijn leger
וּפְקֻדֵיהֶ֑ם
(ufequdeihem)
en zijn getelden
אַרְבָּעִ֥ים
(arbaim)
veertig
אֶ֖לֶף
(elef)
duizend
וַחֲמֵ֥שׁ
(vachamesh)
en vijf
מֵאֽוֹת
(meot)
honderd
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
20Naast hem staat de stam Manasse. De leider van de zonen van Manasse is Gamliël, de zoon van Pedazur.
וְעָלָ֖יו
(vealav)
en naast hem
מַטֵּ֣ה
(mate)
de stam van
מְנַשֶּׁ֑ה
(menashe)
Manasse
וְנָשִׂיא֙
(venasi)
en de leider
לִבְנֵ֣י
(livnei)
voor de zonen van
מְנַשֶּׁ֔ה
(menashe)
Manasse
גַּמְלִיאֵ֖ל
(gamliel)
Gamliël
בֶּן
(ben)
zoon van
פְּדָהצֽוּר
(pedahtsur)
Pedazur
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
21Zijn leger en zijn getelden: 32.200.
וּצְבָא֖וֹ
(utsevao)
en zijn leger
וּפְקֻדֵיהֶ֑ם
(ufequdeihem)
en zijn getelden
שְׁנַ֧יִם
(shenayim)
twee
וּשְׁלֹשִׁ֛ים
(usheloshim)
en dertig
אֶ֖לֶף
(elef)
duizend
וּמָאתָֽיִם
(umatayim)
en tweehonderd
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
22De stam Benjamin: de leider van de zonen van Benjamin is Abidan, de zoon van Gideoni.
וּמַטֵּ֖ה
(umate)
en de stam van
בִּנְיָמִ֑ן
(binyamin)
Benjamin
וְנָשִׂיא֙
(venasi)
en de leider
לִבְנֵ֣י
(livnei)
voor de zonen van
בִנְיָמִ֔ן
(binyamin)
Benjamin
אֲבִידָ֖ן
(avidan)
Abidan
בֶּן
(ben)
zoon van
גִּדְעֹנִֽי
(gidoni)
Gideoni
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
23Zijn leger en zijn getelden: 35.400.
וּצְבָא֖וֹ
(utsevao)
en zijn leger
וּפְקֻדֵיהֶ֑ם
(ufequdeihem)
en zijn getelden
חֲמִשָּׁ֧ה
(chamisha)
vijf
וּשְׁלֹשִׁ֛ים
(usheloshim)
en dertig
אֶ֖לֶף
(elef)
duizend
וְאַרְבַּ֥ע
(vearba)
en vier
מֵאֽוֹת
(meot)
honderd
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
24Alle getelden van het kamp van Efraïm: 108.100, naar hun legerscharen. Zij breken als derde op.
כָּֽל
(kal)
alle
הַפְּקֻדִ֞ים
(hapequdim)
de getelden
לְמַחֲנֵ֣ה
(lemachane)
voor het kamp van
אֶפְרַ֗יִם
(efrayim)
Efraïm
מְאַ֥ת
(meat)
honderd
אֶ֛לֶף
(elef)
duizend
וּשְׁמֹֽנַת
(ushemonat)
en acht
אֲלָפִ֥ים
(alafim)
duizend
וּמֵאָ֖ה
(umea)
en honderd
לְצִבְאֹתָ֑ם
(letsivotam)
naar hun legerscharen
וּשְׁלִשִׁ֖ים
(ushelishim)
en als derde
יִסָּֽעוּ
(yisau)
zullen opbreken
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Het noorden: Dan, Aser en Naftali

25Aan de noordkant staat het vaandel van het kamp van Dan, naar hun legerscharen. De leider van de zonen van Dan is Achiëzer, de zoon van Ammisjaddai.
דֶּ֣גֶל
(degel)
het vaandel van
מַחֲנֵ֥ה
(machane)
het kamp van
דָ֛ן
(dan)
Dan
צָפֹ֖נָה
(tsafona)
noordwaarts
לְצִבְאֹתָ֑ם
(letsivotam)
naar hun legerscharen
וְנָשִׂיא֙
(venasi)
en de leider
לִבְנֵ֣י
(livnei)
voor de zonen van
דָ֔ן
(dan)
Dan
אֲחִיעֶ֖זֶר
(achiezer)
Achiëzer
בֶּן
(ben)
zoon van
עַמִּֽישַׁדָּֽי
(amishaday)
Ammisjaddai
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
26Zijn leger en zijn getelden: 62.700.
וּצְבָא֖וֹ
(utsevao)
en zijn leger
וּפְקֻדֵיהֶ֑ם
(ufequdeihem)
en zijn getelden
שְׁנַ֧יִם
(shenayim)
twee
וְשִׁשִּׁ֛ים
(veshishim)
en zestig
אֶ֖לֶף
(elef)
duizend
וּשְׁבַ֥ע
(usheva)
en zeven
מֵאֽוֹת
(meot)
honderd
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
27Naast hem slaat de stam Aser zijn kamp op. De leider van de zonen van Aser is Pagiël, de zoon van Ochran.
וְהַחֹנִ֥ים
(vehachonim)
en de kampenden
עָלָ֖יו
(alav)
naast hem
מַטֵּ֣ה
(mate)
de stam van
אָשֵׁ֑ר
(asher)
Aser
וְנָשִׂיא֙
(venasi)
en de leider
לִבְנֵ֣י
(livnei)
voor de zonen van
אָשֵׁ֔ר
(asher)
Aser
פַּגְעִיאֵ֖ל
(pagiel)
Pagiël
בֶּן
(ben)
zoon van
עָכְרָֽן
(akheran)
Ochran
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
28Zijn leger en zijn getelden: 41.500.
וּצְבָא֖וֹ
(utsevao)
en zijn leger
וּפְקֻדֵיהֶ֑ם
(ufequdeihem)
en zijn getelden
אֶחָ֧ד
(echad)
een
וְאַרְבָּעִ֛ים
(vearbaim)
en veertig
אֶ֖לֶף
(elef)
duizend
וַחֲמֵ֥שׁ
(vachamesh)
en vijf
מֵאֽוֹת
(meot)
honderd
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
29De stam Naftali: de leider van de zonen van Naftali is Achira, de zoon van Enan.
וּמַטֵּ֖ה
(umate)
en de stam van
נַפְתָּלִ֑י
(naftali)
Naftali
וְנָשִׂיא֙
(venasi)
en de leider
לִבְנֵ֣י
(livnei)
voor de zonen van
נַפְתָּלִ֔י
(naftali)
Naftali
אֲחִירַ֖ע
(achira)
Achira
בֶּן
(ben)
zoon van
עֵינָֽן
(einan)
Enan
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
30Zijn leger en zijn getelden: 53.400.
וּצְבָא֖וֹ
(utsevao)
en zijn leger
וּפְקֻדֵיהֶ֑ם
(ufequdeihem)
en zijn getelden
שְׁלֹשָׁ֧ה
(shelosha)
drie
וַחֲמִשִּׁ֛ים
(vachamishim)
en vijftig
אֶ֖לֶף
(elef)
duizend
וְאַרְבַּ֥ע
(vearba)
en vier
מֵאֽוֹת
(meot)
honderd
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
31Alle getelden van het kamp van Dan: 157.600. Zij breken als laatste op, bij hun vaandels.”
כָּל
(kal)
alle
הַפְּקֻדִים֙
(hapequdim)
de getelden
לְמַ֣חֲנֵה
(lemachane)
voor het kamp van
דָ֔ן
(dan)
Dan
מְאַ֣ת
(meat)
honderd
אֶ֗לֶף
(elef)
duizend
וְשִׁבְעָ֧ה
(veshiva)
en zeven
וַחֲמִשִּׁ֛ים
(vachamishim)
en vijftig
אֶ֖לֶף
(elef)
duizend
וְשֵׁ֣שׁ
(veshesh)
en zes
מֵא֑וֹת
(meot)
honderd
לָאַחֲרֹנָ֥ה
(laacharona)
als laatste
יִסְע֖וּ
(yisu)
zullen opbreken
לְדִגְלֵיהֶֽם
(ledigleihem)
naar hun vaandels
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Het totaal

32Dit zijn de getelden van de zonen van Israël, naar hun vaderhuizen. Alle getelden van de kampen, naar hun legerscharen: 603.550.
אֵ֛לֶּה
(ele)
dit
פְּקוּדֵ֥י
(pequdei)
getelden van
בְנֵֽי
(benei)
de zonen van
יִשְׂרָאֵ֖ל
(yisrael)
Israël
לְבֵ֣ית
(leveit)
naar het vaderhuis van
אֲבֹתָ֑ם
(avotam)
hun vaders
כָּל
(kal)
alle
פְּקוּדֵ֤י
(pequdei)
getelden van
הַֽמַּחֲנֹת֙
(hamachanot)
de kampen
לְצִבְאֹתָ֔ם
(letsivotam)
naar hun legerscharen
שֵׁשׁ
(shesh)
zes
מֵא֥וֹת
(meot)
honderd
אֶ֨לֶף֙
(elef)
duizend
וּשְׁלֹ֣שֶׁת
(usheloshet)
en drie
אֲלָפִ֔ים
(alafim)
duizend
וַחֲמֵ֥שׁ
(vachamesh)
en vijf
מֵא֖וֹת
(meot)
honderd
וַחֲמִשִּֽׁים
(vachamishim)
en vijftig
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

603.550 is hetzelfde getal als in Num. 1:46: 186.400 + 151.450 + 108.100 + 157.600.

33De Levieten werden niet onder de zonen van Israël geteld, zoals Yahweh Mozes geboden had.
וְהַ֨לְוִיִּ֔ם
(vehalviyim)
en de Levieten
לֹ֣א
(lo)
niet
הָתְפָּקְד֔וּ
(hatpaqedu)
werden geteld
בְּת֖וֹךְ
(betokh)
te midden van
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
יִשְׂרָאֵ֑ל
(yisrael)
Israël
כַּאֲשֶׁ֛ר
(kaasher)
zoals
צִוָּ֥ה
(tsiva)
gebood
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
אֶת
(et)
(obj.)
מֹשֶֽׁה
(moshe)
Mozes
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
34De zonen van Israël deden het. Precies zoals Yahweh Mozes geboden had, zo sloegen zij hun kamp op bij hun vaandels. En zo braken zij op, ieder naar zijn familie, bij zijn vaderhuis.
וַֽיַּעֲשׂ֖וּ
(vayaasu)
en deden
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
יִשְׂרָאֵ֑ל
(yisrael)
Israël
כְּ֠כֹל
(kekhol)
naar alles
אֲשֶׁר
(asher)
wat
צִוָּ֨ה
(tsiva)
gebood
יְהוָ֜ה
(Yahweh)
Yahweh
אֶת
(et)
(obj.)
מֹשֶׁ֗ה
(moshe)
Mozes
כֵּֽן
(ken)
zo
חָנ֤וּ
(chanu)
kampeerden zij
לְדִגְלֵיהֶם֙
(ledigleihem)
bij hun vaandels
וְכֵ֣ן
(vekhen)
en zo
נָסָ֔עוּ
(nasau)
braken zij op
אִ֥ישׁ
(ish)
een man
לְמִשְׁפְּחֹתָ֖יו
(lemishpechotav)
naar zijn families
עַל
(al)
bij
בֵּ֥ית
(beit)
het huis van
אֲבֹתָֽיו
(avotav)
zijn vaders
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)