2 Korintiërs 3
De brief van de Messias, het nieuwe verbond en de sluier van Mozes
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Een brief van de Messias
συνίστημι (synistemi), ‘aanbevelen’; συστατικαὶ ἐπιστολαί (systatikai epistolai), ‘aanbevelingsbrieven’: brieven waarmee iemand bij een gemeente wordt aangeprezen.
Paulus geeft de vraag een ironische toon: wie bekend is bij de gemeente, heeft zo’n brief niet nodig.
Zie ook Hand. 18:27.
ἐγγράφω (eggrafo), ‘inschrijven’.
De gemeente is de brief; zij is in het hart van Paulus en zijn medewerkers ingeschreven en wordt door allen gelezen, dat wil zeggen: gezien aan haar leven.
πλάξ (plax), ‘tafel’: de stenen tafelen waarop Elohim de woorden schreef.
‘Harten van vlees’: de Griekse woorden σαρκίναις καρδίαις (sarkinais kardiais) betekenen ‘harten van vlees’, het levende hart tegenover het steen.
Hier is ‘vlees’ dus niet iets slechts.
De tegenstelling van een stenen hart en een hart van vlees staat ook bij de profeet Ezechiël.
Zie ook Exod. 31:18; Exod. 34:1; Jer. 31:33; Ezech. 36:26–27; Spr. 3:3.
Dienaren van een nieuw verbond
πεποίθησις (pepoithesis), ‘vertrouwen’.
Het vertrouwen is niet op Paulus zelf gericht maar op Elohim, door de Messias.
ἱκανός (hikanos), ‘bekwaam’; ἱκανότης (hikanotes), ‘bekwaamheid’. λογίζομαι (logizomai) betekent hier ‘beschouwen, rekenen’.
Paulus zegt dat zijn bekwaamheid niet uit hemzelf komt maar uit Elohim; zie ook 2:16.
διαθήκη (diatheke), ‘verbond’: in het gewone Grieks ook ‘testament, laatste wil’; wij houden ‘verbond’ (zoals in Gal. 3:15).
‘Nieuw verbond’ is het woord van Jer. 31:31; de belofte daar is gericht aan het huis van Israël en het huis van Juda. διάκονος (diakonos), ‘dienaar’. γράμμα (gramma), ‘letter’: het geschreven voorschrift. πνεῦμα (pneuma), ‘Geest’: de Geest van Elohim. ἀποκτέννω (apokteno), ‘doden’; ζῳοποιέω (zoopoieo), ‘levend maken’, zoals in Gal. 3:21.
Zie ook Jer. 31:31–34; Ezech. 36:26–27; Gal. 3:21.
De heerlijkheid van de twee diensten
De dienst die ‘in letters op stenen gegrift’ is: de tafelen die Mozes ontving.
De Griekse zin loopt door in vers 8: het is één redenering. καταργέω (katargeo), ‘buiten werking stellen’, zoals in Gal. 3:17; het Grieks gebruikt dit woord in 3:7, 3:11, 3:13 en 3:14.
Exod. 34:29–35 vertelt dat het gezicht van Mozes straalde en dat het volk bang was om dicht bij hem te komen (34:30).
Dat de glans verging, of dat dit de reden van de sluier was, zegt Exodus niet; dat is wat Paulus erin ziet. ἀτενίζω (atenizo), ‘strak kijken, staren’.
Zie ook Exod. 34:29–35.
‘De dienst van de Geest’ is de dienst van het nieuwe verbond uit vers 6.
Het Grieks heeft een werkwoord in de toekomende tijd: ‘zal zijn’.
κατάκρισις (katakrisis), ‘veroordeling’; δικαιοσύνη (dikaiosyne), ‘gerechtigheid’.
Paulus noemt de dienst van het eerste verbond hier ‘de dienst van de veroordeling’ en de dienst van het nieuwe verbond ‘de dienst van de gerechtigheid’.
δοξάζω (doxazo), ‘verheerlijken’.
Het verheerlijkte, de dienst van Mozes, is in dit opzicht niet verheerlijkt in vergelijking met de overtreffende heerlijkheid van de nieuwe dienst.
τὸ καταργούμενον (to katargoumenon), ‘wat buiten werking gesteld wordt’, tegenover τὸ μένον (to menon), ‘wat blijft’.
De sluier van Mozes
παρρησία (parresia), ‘vrijmoedigheid’: openlijk spreken zonder terughoudendheid. ἐλπίς (elpis), ‘hoop’.
κάλυμμα (kalymma), ‘sluier’: in Exod. 34:33–35 het Hebreeuwse מַסְוֶה (masweh).
Volgens ons Exodus legde Mozes de sluier over zijn gezicht toen hij klaar was met het volk toe te spreken (34:33) en deed hij hem af als hij voor Yahweh kwam (34:34).
De reden die Paulus geeft, namelijk dat Israël het einde van wat vergaat niet zou zien, staat niet in Exodus. τέλος (telos), ‘einde, doel’: het Grieks kan ook ‘doel’ betekenen.
Zie ook Exod. 34:33–35.
πωρόω (poroo), ‘verharden’, zoals in Mark. 6:52. νόημα (noema), ‘gedachte’.
‘Het oude verbond’ (παλαιὰ διαθήκη): de geschriften waaruit bij de lezing voorgelezen wordt; zie vers 15, waar het ‘Mozes’ heet. ἀνακαλύπτω (anakalypto), ‘ontsluieren’.
Het slot kan op twee manieren gelezen worden: de sluier blijft omdat hij alleen in de Messias buiten werking gesteld wordt, of: de sluier blijft, zonder dat bekend wordt dat hij in de Messias buiten werking gesteld wordt.
De Griekse zin is hier niet eenduidig.
Zie ook Mark. 6:52.
‘Mozes wordt gelezen’ betekent: de geschriften van Mozes, de tora, worden voorgelezen.
Dit vers sluit aan op Exod. 34:34, waar Mozes voor het aangezicht van Yahweh komt en de sluier afdoet; het Hebreeuws heeft daar יהוה (Yahweh).
Daarom zetten wij κύριος (kyrios) hier als ‘Yahweh’.
Het Grieks heeft geen onderwerp bij ‘zich wendt’: het kan Mozes zijn, of ieder die zich wendt. ἐπιστρέφω (epistrefo), ‘zich wenden, zich omkeren’. περιαιρέω (periaireo), ‘wegnemen’.
Zie ook Exod. 34:34.
Vrijheid en verandering door de Geest
Paulus legt hier de naam uit het citaat uit: ‘Yahweh’ (κύριος, kyrios) uit Exod. 34:34 is hier ‘de Geest’.
‘De Geest van Yahweh’ is de Geest van Elohim.
Het Grieks kan ook gelezen worden als ‘de Heer’ (Yeshua): dan noemt Paulus de Heer ‘de Geest’ en is de Geest de Geest van Yeshua. ἐλευθερία (eleutheria), ‘vrijheid’, zoals in Gal. 5:1 en 5:13.
Zie ook Gal. 5:1; Gal. 5:13.
κατοπτρίζω (katoptrizo), ‘als in een spiegel aanschouwen’; het werkwoord kan ook ‘weerspiegelen’ betekenen.
Een spiegel was in die tijd gepolijst metaal. μεταμορφόω (metamorfoo), ‘van gedaante veranderen’, zoals in Matt. 17:2. εἰκών (eikon), ‘beeld’: in 4:4 heet de Messias ‘het beeld van Elohim’. ἀπὸ κυρίου πνεύματος (apo kyriou pneumatos) kan ‘van Yahweh, de Geest’, ‘van de Geest van Yahweh’ of ‘van de Heer die Geest is’ betekenen.
Wij houden ‘Yahweh’, zoals in vers 16 en 17.
Zie ook Matt. 17:2; 2 Kor. 4:4.