Romeinen 3
Het voordeel van de Jood, alle mensen onder de zonde, de gerechtigheid van Elohim door het geloof in Yeshua de Messias
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Het voordeel van de Jood
περισσόν (perisson), ‘voordeel’: letterlijk ‘wat overschiet’. ὠφέλεια (ofeleia), ‘nut’.
De vragen en antwoorden in de verzen 1–9 klinken als een gesprek met een tegenstander.
λόγια (logia), ‘uitspraken’: de woorden die Elohim gesproken heeft. ἐπιστεύθησαν (episteuthesan), ‘zij werden toevertrouwd’: het Grieks heeft de uitspraken als onderwerp; ‘aan hen’ ligt in de zin: de Joden uit vers 1.
Zie ook Rom. 9:4–5.
De SBLGNT markeert hier een variant bij het woord ‘want’; wij volgen de SBLGNT.
ἀπιστέω (apisteo), ‘ontrouw zijn’, en ἀπιστία (apistia), ‘ontrouw’: de woorden betekenen ook ‘niet geloven’ en ‘ongeloof’. πίστις (pistis), ‘geloof’, betekent bij Elohim ‘trouw’. καταργέω (katargeo), ‘buiten werking stellen’.
μὴ γένοιτο (me genoito), ‘Dat nooit!’: een sterke afwijzing, letterlijk ‘moge het niet geschieden’.
Aanhaling van Ps. 51:6 (in de Nederlandse telling 51:4).
Ons Hebreeuws heeft: ‘Zo bent U rechtvaardig wanneer U spreekt en zuiver wanneer U oordeelt’.
De Griekse tekst heeft: ‘Opdat U rechtvaardig verklaard wordt in Uw woorden en overwint wanneer U geoordeeld wordt’.
Het Grieks heeft dus ‘rechtvaardig verklaard worden’ (δικαιόω) en ‘overwinnen’ (νικάω) waar ons Hebreeuws ‘rechtvaardig’ en ‘zuiver’ heeft. κρίνεσθαι (krinesthai) kan ‘geoordeeld worden’ of ‘een rechtszaak voeren, oordelen’ betekenen.
In de psalm spreekt David tot Yahweh; het citaat staat zwart. ψεύστης (pseustes), ‘leugenaar’: vergelijk Ps. 116:11, ‘Alle mensen zijn een leugen’.
Zie ook Ps. 51:6; Ps. 116:11.
De SBLGNT markeert hier varianten bij ‘zoals’ en bij ‘overwint’; wij volgen de SBLGNT.
συνίστημι (synistemi), ‘aantonen’: ook ‘bevestigen, aanbevelen’. ἐπιφέρω (epifero), ‘opleggen’: letterlijk ‘erover brengen’. κατὰ ἄνθρωπον λέγω (kata anthropon lego), ‘Ik spreek naar menselijke maat’: zoals in Gal. 3:15.
Zie ook Gal. 3:15.
μὴ γένοιτο (me genoito), ‘Dat nooit!’: zie vers 4. ἐπεί (epei), ‘anders’: letterlijk ‘want dan’.
ψεῦσμα (pseusma), ‘leugen’. περισσεύω (perisseuo), ‘overvloedig zijn’.
De SBLGNT markeert hier een variant bij het woord ‘maar’ aan het begin; wij volgen de SBLGNT.
Allen onder de zonde
προέχω (proecho), ‘een voorsprong hebben’: de Griekse vorm kan ook lijdend zijn, ‘worden wij overtroffen?’ οὐ πάντως (ou pantos), ‘helemaal niet’: ook ‘niet in alle opzichten’. προαιτιάομαι (proaitiaomai), ‘tevoren beschuldigen’: Paulus verwijst naar 1:18–2:29. ἁμαρτία (hamartia), ‘zonde’: hier de macht waaronder men staat.
De verzen 10–18 zijn een reeks aanhalingen.
Vers 10–12: Ps. 14:1–3; dezelfde woorden staan in Ps. 53:2–4 (in de Nederlandse telling 53:1–3).
Ons Hebreeuws heeft in Ps. 14:1: ‘Er is niemand die goed doet’; het Grieks heeft hier ‘Er is geen rechtvaardige, zelfs niet één’.
Vers 13: Ps. 5:10 (in de Nederlandse telling 5:9) en Ps. 140:4 (in de Nederlandse telling 140:3).
Vers 14: Ps. 10:7.
Vers 15–17: Jes. 59:7–8.
Vers 18: Ps. 36:2 (in de Nederlandse telling 36:1).
De aanhalingen staan zwart: Paulus haalt ze aan.
Zie ook Ps. 14:1–3; Ps. 53:2–4; Ps. 5:10; Ps. 140:4; Ps. 10:7; Jes. 59:7–8; Ps. 36:2.
Ons Hebreeuws in Ps. 14:2 heeft: ‘om te zien of er iemand is met inzicht, iemand die Elohim zoekt’.
De Griekse woorden συνίων (synion), ‘inzicht hebbend’, en ἐκζητῶν (ekzeton), ‘zoekend’, komen daarmee overeen.
De SBLGNT markeert hier varianten bij het lidwoord; wij volgen de SBLGNT.
Ons Hebreeuws in Ps. 14:3 heeft: ‘Allen zijn afgeweken, samen zijn zij bedorven.
Er is niemand die goed doet, er is zelfs niet één.’ ἀχρειόω (achreioo), ‘nutteloos worden’; het Hebreeuws heeft ‘bedorven’. χρηστότης (chrestotes), ‘goedheid’: zoals in 2:4.
De SBLGNT markeert hier een variant bij het woord ‘is’; wij volgen de SBLGNT.
Ons Hebreeuws in Ps. 10:7 heeft: ‘Zijn mond is vol vloek, bedrog en onderdrukking’.
Het Grieks heeft ‘vloek en bitterheid’.
Ons Hebreeuws in Jes. 59:7 heeft: ‘Hun voeten rennen naar het kwade en haasten zich om onschuldig bloed te vergieten’.
Het Grieks heeft de korte vorm ‘snel om bloed te vergieten’.
Ons Hebreeuws in Jes. 59:7 heeft: ‘Verwoesting en ondergang liggen op hun banen’. σύντριμμα (syntrimma), ‘verwoesting’; ταλαιπωρία (talaiporia), ‘ellende’.
Ons Hebreeuws in Jes. 59:8 heeft: ‘De weg van de vrede kennen zij niet’.
Ons Hebreeuws in Ps. 36:2 heeft: ‘er is geen vrees voor Elohim voor zijn ogen’; het Grieks heeft ‘hun ogen’.
Hier eindigt de reeks aanhalingen.
Door de wet komt kennis van de zonde
‘De wet’ kan hier de wet van Mozes zijn of de hele Schrift, waaruit de aanhalingen in de verzen 10–18 komen. ὑπόδικος (hypodikos), ‘aansprakelijk’: onder het vonnis, verantwoording verschuldigd.
Wij splitsen de lange Griekse zin; ἵνα (hina), ‘opdat’, geeft het doel.
διότι (dioti), ‘want’. δικαιόω (dikaioo), ‘rechtvaardig verklaren’: een rechterlijk woord, ‘vrijspreken’. ἔργα νόμου (erga nomou), ‘werken van de wet’. σάρξ (sarx), ‘vlees’: ‘geen enkel vlees’ betekent ‘geen enkel mens’. ἐπίγνωσις (epignosis), ‘kennis’.
Dit vers lijkt op Ps. 143:2: ‘niemand die leeft is rechtvaardig voor Uw aangezicht’.
Zie ook Gal. 2:16; Ps. 143:2.
De gerechtigheid van Elohim door het geloof
Νυνί (nyni), ‘nu’: een omslag in de tijd. δικαιοσύνη θεοῦ (dikaiosyne theou), ‘gerechtigheid van Elohim’: zie 1:17. χωρὶς νόμου (choris nomou), ‘los van de wet’: het Grieks heeft geen lidwoord. πεφανέρωται (pefanerotai), ‘is openbaar gemaakt’: de voltooide tijd.
‘De wet en de profeten’ is een naam voor de heilige Schriften van Israël.
Zie ook Matt. 5:17.
πίστις Ἰησοῦ Χριστοῦ (pistis Iesou Christou), ‘het geloof in Yeshua de Messias’: de Griekse genitief kan ook ‘het geloof of de trouw van Yeshua de Messias’ betekenen. διαστολή (diastole), ‘verschil’.
Zie ook Gal. 2:16; Gal. 3:22.
De SBLGNT markeert hier een variant bij ‘allen’ (voor allen die geloven); wij volgen de SBLGNT.
ὑστερέω (hystereo), ‘tekortschieten’. δόξα (doxa), ‘heerlijkheid’.
Het Grieks zegt niet nader welke ‘heerlijkheid van Elohim’ bedoeld is.
δικαιούμενοι (dikaioumenoi), ‘rechtvaardig verklaard wordend’: de Griekse deelwoordvorm sluit aan op ‘allen’ in vers 23. δωρεάν (dorean), ‘om niet’: als geschenk. ἀπολύτρωσις (apolytrosis), ‘loskoping’: het vrijkopen van iemand uit slavernij of gevangenschap; het hangt samen met λύτρον (lytron), ‘losgeld’ (Matt. 20:28).
Zie ook Matt. 20:28.
ἱλαστήριον (hilasterion), ‘verzoeningsplaats’: het woord hoort bij het Hebreeuwse kapporet, het deksel op de ark (Exod. 25:17–22); ons Exodus noemt dat het ‘verzoendeksel’.
Het Grieks kan ook ‘middel tot verzoening’ betekenen.
Op het verzoendeksel werd op de Grote Verzoendag bloed gespat (Lev. 16:14–15). προτίθεμαι (protithemai), ‘voorstellen’: ook ‘openlijk voorstellen’ of ‘zich voornemen’. πάρεσις (paresis), ‘het voorbijgaan’: een ander woord dan ἄφεσις (afesis), ‘vergeving’. ἔνδειξις (endeixis), ‘aanwijzing, bewijs’.
De zin loopt door in vers 26.
Zie ook Exod. 25:17–22; Lev. 16:14–15.
De SBLGNT markeert hier een variant bij de woorden ‘door het geloof’; wij volgen de SBLGNT.
ἀνοχή (anoche), ‘verdraagzaamheid’: zoals in 2:4. τὸν ἐκ πίστεως Ἰησοῦ (ton ek pisteos Iesou), ‘wie uit het geloof in Yeshua is’: de Griekse genitief kan ook ‘uit het geloof van Yeshua’ betekenen; zie vers 22.
De SBLGNT markeert hier een variant bij het lidwoord vóór ‘aanwijzing’; wij volgen de SBLGNT.
Het roemen is uitgesloten
καύχησις (kauchesis), ‘het roemen’. ἐκκλείω (ekkleio), ‘uitsluiten’. νόμος (nomos), ‘wet’, staat hier voor een ordening of beginsel: ‘de wet van de werken’ tegenover ‘de wet van het geloof’.
Het Grieks heeft bij ‘wet van het geloof’ geen lidwoord.
λογίζομαι (logizomai), ‘menen, vaststellen’: ook ‘rekenen’.
Het vers noemt de uitkomst van de verzen 21–27.
Zie ook Gal. 2:16.
De SBLGNT markeert hier varianten bij het woord ‘want’ en bij de volgorde van ‘rechtvaardig verklaard worden door geloof’; wij volgen de SBLGNT.
De vragen in de verzen 29–31 sluiten aan op de vraag van vers 1.
‘De volken’ (ἔθνη, ethne) zijn de niet-Joden.
De SBLGNT markeert hier een variant bij ‘Is Hij niet ook’; wij volgen de SBLGNT.
εἷς ὁ θεός (heis ho theos), ‘Elohim is één’: zie Deut. 6:4. εἴπερ (eiper), ‘aangezien’: ook ‘als tenminste’.
Het Grieks gebruikt voor het geloof twee voorzetsels, ἐκ (ek), ‘uit’, en διά (dia), ‘door’; het verschil is niet groot. περιτομή (peritome), ‘besnijdenis’; ἀκροβυστία (akrobystia), ‘onbesnedenheid’: zie 2:25–26.
Zie ook Deut. 6:4.
De SBLGNT markeert hier een variant bij ‘aangezien’; wij volgen de SBLGNT.
καταργέω (katargeo), ‘buiten werking stellen’. ἵστημι (histemi), ‘bevestigen, laten staan’. μὴ γένοιτο: zie vers 4.
De SBLGNT markeert hier een variant bij ‘bevestigen wij’; wij volgen de SBLGNT.