Het verloren schaap, de verloren drachme en de verloren zoon
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Tollenaars en zondaars bij Yeshua
1Alle tollenaars en zondaars kwamen dicht bij Hem om naar Hem te luisteren.
2De Farizeeën en de schriftgeleerden mopperden en zeiden: „Deze man ontvangt zondaars en eet met hen.”
καὶ
(kai)
en
διεγόγγυζον
(diegongyzon)
mopperden
οἵ
(hoi)
de
τε
(te)
en
Φαρισαῖοι
(Pharisaioi)
Farizeeën
καὶ
(kai)
en
οἱ
(hoi)
de
γραμματεῖς
(grammateis)
schriftgeleerden
λέγοντες
(legontes)
zeggend
ὅτι
(hoti)
dat
Οὗτος
(Houtos)
deze
ἁμαρτωλοὺς
(hamartolous)
zondaars
προσδέχεται
(prosdechetai)
ontvangt
καὶ
(kai)
en
συνεσθίει
(synesthiei)
eet mee
αὐτοῖς
(autois)
met hen
Bron: SBLGNT
Uitleg
διαγογγύζω (diagongyzo), ‘mopperen’: zoals Israël in de woestijn morde (Exod. 16:2); zie ook Matt. 20:11 en Joh. 6:41. προσδέχομαι (prosdechomai), ‘ontvangen’.
παραβολή (parabole), ‘gelijkenis’: het Grieks heeft het enkelvoud, maar daarna volgen drie gelijkenissen: het verloren schaap, de verloren drachme en de verloren zoon.
Het verloren schaap
4„Welk mens onder jullie die 100 schapen heeft en er één van verliest, laat de 99 niet achter in de woestijn? En gaat hij niet het verlorene achterna, totdat hij het vindt?
Τίς
(Tis)
welk
ἄνθρωπος
(anthropos)
mens
ἐξ
(ex)
uit
ὑμῶν
(hymon)
jullie
ἔχων
(echon)
hebbend
ἑκατὸν
(hekaton)
100
πρόβατα
(probata)
schapen
καὶ
(kai)
en
ἀπολέσας
(apolesas)
verliezend
ἐξ
(ex)
van
αὐτῶν
(auton)
hen
ἓν
(hen)
één
οὐ
(ou)
niet
καταλείπει
(kataleipei)
laat achter
τὰ
(ta)
de
ἐνενήκοντα
(enenekonta)
negentig
ἐννέα
(ennea)
negen
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
de
ἐρήμῳ
(eremo)
woestijn
καὶ
(kai)
en
πορεύεται
(poreuetai)
gaat
ἐπὶ
(epi)
naar
τὸ
(to)
het
ἀπολωλὸς
(apololos)
verlorene
ἕως
(heos)
totdat
εὕρῃ
(heure)
hij vindt
αὐτό
(auto)
het
Bron: SBLGNT
Uitleg
Zie ook Matt. 18:12–14. ἔρημος (eremos), ‘woestijn’: onbewoond, woest gebied waar vee graast; zie Matt. 3:1.
Yahweh zoekt Zelf Zijn verloren schapen: Ezech. 34:11–12, 34:16; vergelijk Ps. 119:176.
ἀπολωλός (apololos), ‘het verlorene’, van ἀπόλλυμι (apollymi), ‘verliezen, verloren gaan’: het woord keert terug in de verzen 6, 24 en 32.
5En als hij het heeft gevonden, legt hij het op zijn schouders, terwijl hij zich verheugt.
καὶ
(kai)
en
εὑρὼν
(heuron)
vindend
ἐπιτίθησιν
(epitithesin)
legt op
ἐπὶ
(epi)
op
τοὺς
(tous)
de
ὤμους
(omous)
schouders
αὐτοῦ
(autou)
zijn
χαίρων
(chairon)
zich verheugend
Bron: SBLGNT
6Als hij thuiskomt, roept hij zijn vrienden en buren bijeen. Hij zegt tegen hen: ‘Verheug jullie met mij, want ik heb mijn schaap gevonden dat verloren was.’
καὶ
(kai)
en
ἐλθὼν
(elthon)
komend
εἰς
(eis)
naar
τὸν
(ton)
het
οἶκον
(oikon)
huis
συγκαλεῖ
(synkalei)
roept samen
τοὺς
(tous)
de
φίλους
(philous)
vrienden
καὶ
(kai)
en
τοὺς
(tous)
de
γείτονας
(geitonas)
buren
λέγων
(legon)
zeggend
αὐτοῖς
(autois)
tot hen
Συγχάρητέ
(Syncharete)
verheug jullie met
μοι
(moi)
mij
ὅτι
(hoti)
want
εὗρον
(heuron)
ik vond
τὸ
(to)
het
πρόβατόν
(probaton)
schaap
μου
(mou)
mijn
τὸ
(to)
het
ἀπολωλός
(apololos)
verlorene
Bron: SBLGNT
Uitleg
συγχαίρω (sygchairo), ‘zich met iemand verheugen’, van χαίρω (chairo), ‘zich verheugen’.
7Ik zeg jullie: zo zal er meer vreugde zijn in de hemel over één zondaar die zich bekeert, dan over 99 rechtvaardigen die geen bekering nodig hebben.
λέγω
(lego)
Ik zeg
ὑμῖν
(hymin)
jullie
ὅτι
(hoti)
dat
οὕτως
(houtos)
zo
χαρὰ
(chara)
vreugde
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
οὐρανῷ
(ourano)
hemel
ἔσται
(estai)
zal zijn
ἐπὶ
(epi)
over
ἑνὶ
(heni)
één
ἁμαρτωλῷ
(hamartolo)
zondaar
μετανοοῦντι
(metanoounti)
die zich bekeert
ἢ
(e)
dan
ἐπὶ
(epi)
over
ἐνενήκοντα
(enenekonta)
negentig
ἐννέα
(ennea)
negen
δικαίοις
(dikaiois)
rechtvaardigen
οἵτινες
(hoitines)
die
οὐ
(ou)
niet
χρείαν
(chreian)
behoefte
ἔχουσιν
(echousin)
hebben aan
μετανοίας
(metanoias)
bekering
Bron: SBLGNT
Uitleg
Zie ook Matt. 18:13.
Het Grieks heeft ‘vreugde … dan over 99 rechtvaardigen’; het woord ‘meer’ vult het Nederlands aan. μετάνοια (metanoia), ‘bekering’: zie 3:3.
8Of welke vrouw die 10 drachmen heeft, steekt niet een lamp aan als zij één drachme verliest? En veegt zij niet het huis en zoekt zij niet zorgvuldig, totdat zij hem vindt?
Ἢ
(E)
of
τίς
(tis)
welke
γυνὴ
(gyne)
vrouw
δραχμὰς
(drachmas)
drachmen
ἔχουσα
(echousa)
hebbend
δέκα
(deka)
10
ἐὰν
(ean)
als
ἀπολέσῃ
(apolese)
zij verliest
δραχμὴν
(drachmen)
drachme
μίαν
(mian)
één
οὐχὶ
(ouchi)
niet
ἅπτει
(haptei)
steekt aan
λύχνον
(lychnon)
lamp
καὶ
(kai)
en
σαροῖ
(saroi)
veegt
τὴν
(ten)
het
οἰκίαν
(oikian)
huis
καὶ
(kai)
en
ζητεῖ
(zetei)
zoekt
ἐπιμελῶς
(epimelos)
zorgvuldig
ἕως
(heos)
totdat
οὗ
(hou)
dat
εὕρῃ
(heure)
zij vindt
Bron: SBLGNT
Uitleg
δραχμή (drachme), ‘drachme’: een Griekse zilveren munt, ongeveer het loon van een dag (ongeveer 3,4 gram zilver); zie Matt. 17:24. λύχνος (lychnos), ‘lamp’. σαρόω (saroo), ‘vegen’.
9Als zij hem heeft gevonden, roept zij haar vriendinnen en buurvrouwen bijeen. Zij zegt: ‘Verheug jullie met mij, want ik heb de drachme gevonden die ik had verloren.’
καὶ
(kai)
en
εὑροῦσα
(heurousa)
vindend
συγκαλεῖ
(synkalei)
roept samen
τὰς
(tas)
de
φίλας
(philas)
vriendinnen
καὶ
(kai)
en
γείτονας
(geitonas)
buurvrouwen
λέγουσα
(legousa)
zeggend
Συγχάρητέ
(Syncharete)
verheug jullie met
μοι
(moi)
mij
ὅτι
(hoti)
want
εὗρον
(heuron)
ik vond
τὴν
(ten)
de
δραχμὴν
(drachmen)
drachme
ἣν
(hen)
die
ἀπώλεσα
(apolesa)
ik verloor
Bron: SBLGNT
Uitleg
Het lidwoord is hier vrouwelijk (τὰς, tas): ‘vriendinnen en buurvrouwen’.
In vers 6 staat het mannelijk: ‘vrienden en buren’.
12De jongste van hen zei tegen zijn vader: ‘Vader, geef mij het deel van het vermogen dat mij toekomt.’ De vader verdeelde zijn bezit onder hen.
καὶ
(kai)
en
εἶπεν
(eipen)
zei
ὁ
(ho)
de
νεώτερος
(neoteros)
jongste
αὐτῶν
(auton)
van hen
τῷ
(to)
tegen de
πατρί
(patri)
vader
Πάτερ
(Pater)
vader
δός
(dos)
geef
μοι
(moi)
mij
τὸ
(to)
het
ἐπιβάλλον
(epiballon)
toekomende
μέρος
(meros)
deel
τῆς
(tes)
van het
οὐσίας
(ousias)
vermogen
ὁ
(ho)
de
δὲ
(de)
maar
διεῖλεν
(dieilen)
verdeelde
αὐτοῖς
(autois)
onder hen
τὸν
(ton)
het
βίον
(bion)
bezit
Bron: SBLGNT
Uitleg
τὸ ἐπιβάλλον μέρος (to epiballon meros), ‘het deel dat hem toekwam’: zijn aandeel in de erfenis; vergelijk Deut. 21:16–17. οὐσία (ousia), ‘vermogen’; βίος (bios), ‘bezit’ (ook in vers 30).
18Ik zal opstaan en naar mijn vader gaan en tegen hem zeggen: „Vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en in jouw ogen.
ἀναστὰς
(anastas)
opgestaan
πορεύσομαι
(poreusomai)
zal ik gaan
πρὸς
(pros)
naar
τὸν
(ton)
de
πατέρα
(patera)
vader
μου
(mou)
mijn
καὶ
(kai)
en
ἐρῶ
(ero)
zal ik zeggen
αὐτῷ
(auto)
tegen hem
Πάτερ
(Pater)
vader
ἥμαρτον
(hemarton)
ik zondigde
εἰς
(eis)
tegen
τὸν
(ton)
de
οὐρανὸν
(ouranon)
hemel
καὶ
(kai)
en
ἐνώπιόν
(enopion)
in de ogen
σου
(sou)
van jou
Bron: SBLGNT
Uitleg
‘De hemel’ is hier een omschrijving voor Elohim. ἐνώπιον (enopion), ‘in de ogen van’, letterlijk ‘voor het gezicht van’; vergelijk Ps. 51:6, ‘gedaan wat kwaad is in Uw ogen’.
19Ik ben het niet meer waard jouw zoon genoemd te worden. Maak mij als een van je loonarbeiders.”’
οὐκέτι
(ouketi)
niet meer
εἰμὶ
(eimi)
ben ik
ἄξιος
(axios)
waardig
κληθῆναι
(klethenai)
genoemd te worden
υἱός
(huios)
zoon
σου
(sou)
van jou
ποίησόν
(poieson)
maak
με
(me)
mij
ὡς
(hos)
als
ἕνα
(hena)
één
τῶν
(ton)
van de
μισθίων
(misthion)
loonarbeiders
σου
(sou)
van jou
Bron: SBLGNT
20Hij stond op en ging naar zijn vader. Toen hij nog ver weg was, zag zijn vader hem, kreeg medelijden, rende naar hem toe, viel hem om de hals en kuste hem.
22Maar de vader zei tegen zijn knechten: ‘Breng snel het beste gewaad naar buiten en trek hem dat aan. Doe een ring aan zijn hand en sandalen aan zijn voeten.
εἶπεν
(eipen)
zei
δὲ
(de)
en
ὁ
(ho)
de
πατὴρ
(pater)
vader
πρὸς
(pros)
tegen
τοὺς
(tous)
de
δούλους
(doulous)
knechten
αὐτοῦ
(autou)
zijn
Ταχὺ
(Tachy)
snel
ἐξενέγκατε
(exenenkate)
breng naar buiten
στολὴν
(stolen)
gewaad
τὴν
(ten)
het
πρώτην
(proten)
beste
καὶ
(kai)
en
ἐνδύσατε
(endysate)
kleed aan
αὐτόν
(auton)
hem
καὶ
(kai)
en
δότε
(dote)
geef
δακτύλιον
(daktylion)
ring
εἰς
(eis)
aan
τὴν
(ten)
de
χεῖρα
(cheira)
hand
αὐτοῦ
(autou)
zijn
καὶ
(kai)
en
ὑποδήματα
(hypodemata)
sandalen
εἰς
(eis)
aan
τοὺς
(tous)
de
πόδας
(podas)
voeten
Bron: SBLGNT
Uitleg
στολὴν τὴν πρώτην (stolen ten proten), ‘het beste gewaad’: letterlijk ‘het eerste gewaad’. δακτύλιος (daktylios), ‘ring’. ὑποδήματα (hypodemata), ‘sandalen’: zie Matt. 3:11.
Vergelijk Gen. 41:42, waar de farao Jozef zijn zegelring geeft.
25Zijn oudste zoon was op het veld. Toen hij kwam en het huis naderde, hoorde hij muziek en dans.
Ἦν
(En)
was
δὲ
(de)
en
ὁ
(ho)
de
υἱὸς
(huios)
zoon
αὐτοῦ
(autou)
zijn
ὁ
(ho)
de
πρεσβύτερος
(presbyteros)
oudste
ἐν
(en)
op
ἀγρῷ
(agro)
veld
καὶ
(kai)
en
ὡς
(hos)
zoals
ἐρχόμενος
(erchomenos)
komend
ἤγγισεν
(engisen)
naderde
τῇ
(te)
het
οἰκίᾳ
(oikia)
huis
ἤκουσεν
(ekousen)
hoorde
συμφωνίας
(symphonias)
muziek
καὶ
(kai)
en
χορῶν
(choron)
dans
Bron: SBLGNT
Uitleg
πρεσβύτερος (presbyteros), ‘oudste’: de oudere zoon; in vers 12 staat νεώτερος (neoteros), ‘jongste’. συμφωνία (symphonia), ‘muziek’: letterlijk ‘samenklank’. χορός (choros), ‘dans’: een reidans.
29Die antwoordde en zei tegen zijn vader: ‘Zie, al zoveel jaren dien ik je, en nooit heb ik een gebod van je overtreden. Maar mij heb je nooit een bokje gegeven om feest te vieren met mijn vrienden.
ὁ
(ho)
die
δὲ
(de)
maar
ἀποκριθεὶς
(apokritheis)
antwoordend
εἶπεν
(eipen)
zei
τῷ
(to)
tegen de
πατρὶ
(patri)
vader
αὐτοῦ
(autou)
zijn
Ἰδοὺ
(Idou)
zie
τοσαῦτα
(tosauta)
zoveel
ἔτη
(ete)
jaren
δουλεύω
(douleuo)
ik dien
σοι
(soi)
jou
καὶ
(kai)
en
οὐδέποτε
(oudepote)
nooit
ἐντολήν
(entolen)
gebod
σου
(sou)
van jou
παρῆλθον
(parelthon)
ik ben voorbijgegaan
καὶ
(kai)
en
ἐμοὶ
(emoi)
aan mij
οὐδέποτε
(oudepote)
nooit
ἔδωκας
(edokas)
gaf je
ἔριφον
(eriphon)
een bokje
ἵνα
(hina)
opdat
μετὰ
(meta)
met
τῶν
(ton)
de
φίλων
(philon)
vrienden
μου
(mou)
mijn
εὐφρανθῶ
(euphrantho)
ik feestvier
Bron: SBLGNT
Uitleg
δουλεύω (douleuo), ‘dienen’: dienen als knecht, van δοῦλος (doulos), ‘knecht’. παρῆλθον (parelthon), ‘overtreden’: letterlijk ‘voorbijgegaan’. ἔριφος (eriphos), ‘bokje’: een jonge geit.
30Maar toen deze zoon van je kwam, die je bezit met prostituees heeft opgemaakt, heb je voor hem het gemeste kalf geslacht.’
ὅτε
(hote)
toen
δὲ
(de)
maar
ὁ
(ho)
de
υἱός
(huios)
zoon
σου
(sou)
van jou
οὗτος
(houtos)
deze
ὁ
(ho)
die
καταφαγών
(kataphagon)
opgegeten heeft
σου
(sou)
van jou
τὸν
(ton)
het
βίον
(bion)
bezit
μετὰ
(meta)
met
πορνῶν
(pornon)
prostituees
ἦλθεν
(elthen)
kwam
ἔθυσας
(ethysas)
slachtte je
αὐτῷ
(auto)
voor hem
τὸν
(ton)
het
σιτευτὸν
(siteuton)
gemeste
μόσχον
(moschon)
kalf
Bron: SBLGNT
Uitleg
πόρναι (pornai), ‘prostituees’: zie Matt. 21:31.
De oudste zoon zegt ‘deze zoon van je’ en niet ‘mijn broer’; de vader antwoordt in vers 32 met ‘deze broer van je’.