Paulus verdedigt zich voor koning Agrippa, Festus en Berenice
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Paulus verdedigt zich voor Agrippa
1Agrippa zei tegen Paulus: „Het is je toegestaan voor jezelf te spreken.” Toen strekte Paulus zijn hand uit en verdedigde zich:
Ἀγρίππας
(Agrippas)
Agrippa
δὲ
(de)
en
πρὸς
(pros)
tegen
τὸν
(ton)
(de)
Παῦλον
(Paulon)
Paulus
ἔφη
(ephe)
zei
Ἐπιτρέπεταί
(Epitrepetai)
het is toegestaan
σοι
(soi)
aan je
ὑπὲρ
(hyper)
voor
σεαυτοῦ
(seautou)
jezelf
λέγειν
(legein)
te spreken
τότε
(tote)
toen
ὁ
(ho)
de
Παῦλος
(Paulos)
Paulus
ἐκτείνας
(ekteinas)
uitstrekkend
τὴν
(ten)
de
χεῖρα
(cheira)
hand
ἀπελογεῖτο
(apelogeito)
verdedigde zich
Bron: SBLGNT
2„Koning Agrippa, ik acht mijzelf gelukkig dat ik mij vandaag voor u mag verdedigen tegen alles waarvan de Joden mij beschuldigen,
Περὶ
(Peri)
over
πάντων
(panton)
alles
ὧν
(hon)
waarvan
ἐγκαλοῦμαι
(enkaloumai)
ik word beschuldigd
ὑπὸ
(hypo)
door
Ἰουδαίων
(Ioudaion)
Joden
βασιλεῦ
(basileu)
koning
Ἀγρίππα
(Agrippa)
Agrippa
ἥγημαι
(hegemai)
acht ik
ἐμαυτὸν
(emauton)
mijzelf
μακάριον
(makarion)
gelukkig
ἐπὶ
(epi)
bij
σοῦ
(sou)
u
μέλλων
(mellon)
zijnde van plan
σήμερον
(semeron)
vandaag
ἀπολογεῖσθαι
(apologeisthai)
te verdedigen
Bron: SBLGNT
Uitleg
μακάριος (makarios), ‘gelukkig’: hetzelfde woord als in de zaligsprekingen, zoals in Matt. 5:3.
3vooral omdat u een kenner bent van alle gewoonten en geschilpunten onder de Joden. Daarom vraag ik u mij geduldig aan te horen.
μάλιστα
(malista)
vooral
γνώστην
(gnosten)
kenner
ὄντα
(onta)
zijnde
σε
(se)
u
πάντων
(panton)
van alle
τῶν
(ton)
de
κατὰ
(kata)
onder
Ἰουδαίους
(Ioudaious)
Joden
ἐθῶν
(ethon)
gewoonten
τε
(te)
en
καὶ
(kai)
ook
ζητημάτων
(zetematon)
geschilpunten
διὸ
(dio)
daarom
δέομαι
(deomai)
vraag ik
μακροθύμως
(makrothymos)
geduldig
ἀκοῦσαί
(akousai)
te horen
μου
(mou)
mij
Bron: SBLGNT
Het leven van Paulus als Farizeeër
4Hoe ik van jongs af heb geleefd, van het begin af onder mijn volk en in Jeruzalem, dat weten alle Joden.
Τὴν
(Ten)
de
μὲν
(men)
wel
οὖν
(oun)
dus
βίωσίν
(biosin)
levenswijze
μου
(mou)
mijn
τὴν
(ten)
die
ἐκ
(ek)
van
νεότητος
(neotetos)
jeugd
τὴν
(ten)
die
ἀπ’
(ap’)
van
ἀρχῆς
(arches)
begin
γενομένην
(genomenen)
geweest
ἐν
(en)
onder
τῷ
(to)
het
ἔθνει
(ethnei)
volk
μου
(mou)
mijn
ἔν
(en)
in
τε
(te)
en
Ἱεροσολύμοις
(Hierosolymois)
Jeruzalem
ἴσασι
(isasi)
weten
πάντες
(pantes)
alle
Ἰουδαῖοι
(Ioudaioi)
Joden
Bron: SBLGNT
Plaats
Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.
Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.
5Zij kennen mij al van oudsher. Als zij het willen, kunnen zij getuigen dat ik als Farizeeër geleefd heb volgens de strengste richting van onze godsdienst.
προγινώσκοντές
(proginoskontes)
vooraf kennend
με
(me)
mij
ἄνωθεν
(anothen)
van oudsher
ἐὰν
(ean)
als
θέλωσι
(thelosi)
zij willen
μαρτυρεῖν
(martyrein)
getuigen
ὅτι
(hoti)
dat
κατὰ
(kata)
volgens
τὴν
(ten)
de
ἀκριβεστάτην
(akribestaten)
strengste
αἵρεσιν
(hairesin)
richting
τῆς
(tes)
van de
ἡμετέρας
(hemeteras)
onze
θρησκείας
(threskeias)
godsdienst
ἔζησα
(ezesa)
heb ik geleefd
Φαρισαῖος
(Pharisaios)
Farizeeër
Bron: SBLGNT
Uitleg
αἵρεσις (hairesis), ‘richting’: een groep of stroming binnen het volk.
Hier gaat het om de Farizeeën; in Hand. 24:5 en 28:22 gebruikt men hetzelfde woord voor de volgelingen van Yeshua. ἀκριβεστάτην (akribestaten), ‘strengste’, letterlijk ‘nauwkeurigste’.
Zie ook Hand. 23:6, waar Paulus zegt dat hij een Farizeeër is.
6En nu sta ik terecht vanwege de hoop op de belofte die Elohim aan onze vaderen heeft gedaan.
καὶ
(kai)
en
νῦν
(nyn)
nu
ἐπ’
(ep’)
op
ἐλπίδι
(elpidi)
hoop
τῆς
(tes)
van de
εἰς
(eis)
aan
τοὺς
(tous)
de
πατέρας
(pateras)
vaderen
ἡμῶν
(hemon)
onze
ἐπαγγελίας
(epangelias)
belofte
γενομένης
(genomenes)
gedaan
ὑπὸ
(hypo)
door
τοῦ
(tou)
(de)
θεοῦ
(theou)
Elohim
ἕστηκα
(hesteka)
sta ik
κρινόμενος
(krinomenos)
beoordeeld wordend
Bron: SBLGNT
7Onze twaalf stammen, die nacht en dag met volharding Elohim dienen, hopen die belofte te bereiken. Over deze hoop word ik door Joden beschuldigd, koning.
10Dat heb ik ook gedaan in Jeruzalem. Ik heb veel heiligen in gevangenissen opgesloten, nadat ik daarvoor gezag van de hogepriesters had gekregen. En wanneer zij gedood werden, heb ik mijn stem tegen hen uitgebracht.
ὃ
(ho)
wat
καὶ
(kai)
ook
ἐποίησα
(epoiesa)
deed ik
ἐν
(en)
in
Ἱεροσολύμοις
(Hierosolymois)
Jeruzalem
καὶ
(kai)
en
πολλούς
(pollous)
velen
τε
(te)
en
τῶν
(ton)
van de
ἁγίων
(hagion)
heiligen
ἐγὼ
(ego)
ik
ἐν
(en)
in
φυλακαῖς
(phylakais)
gevangenissen
κατέκλεισα
(katekleisa)
sloot op
τὴν
(ten)
het
παρὰ
(para)
van
τῶν
(ton)
de
ἀρχιερέων
(archiereon)
hogepriesters
ἐξουσίαν
(exousian)
gezag
λαβών
(labon)
gekregen hebbend
ἀναιρουμένων
(anairoumenon)
gedood wordend
τε
(te)
en
αὐτῶν
(auton)
zij
κατήνεγκα
(katenenka)
bracht ik uit
ψῆφον
(psephon)
stem
Bron: SBLGNT
Plaats
Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.
Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.
Uitleg
ἅγιοι (hagioi), ‘heiligen’: de gelovigen in Yeshua. ψῆφος (psephos), letterlijk ‘steentje’, dat bij een stemming werd gebruikt: ‘mijn stem uitbrengen’.
11In alle synagogen strafte ik hen vaak en dwong hen te lasteren. Ik was buitengewoon woedend op hen en vervolgde hen zelfs tot in steden in het buitenland.
καὶ
(kai)
en
κατὰ
(kata)
in
πάσας
(pasas)
alle
τὰς
(tas)
de
συναγωγὰς
(synagogas)
synagogen
πολλάκις
(pollakis)
vaak
τιμωρῶν
(timoron)
straffend
αὐτοὺς
(autous)
hen
ἠνάγκαζον
(enankazon)
dwong ik
βλασφημεῖν
(blasphemein)
te lasteren
περισσῶς
(perissos)
buitengewoon
τε
(te)
en
ἐμμαινόμενος
(emmainomenos)
woedend zijnd
αὐτοῖς
(autois)
op hen
ἐδίωκον
(ediokon)
vervolgde ik
ἕως
(heos)
tot
καὶ
(kai)
zelfs
εἰς
(eis)
in
τὰς
(tas)
de
ἔξω
(exo)
buitenste
πόλεις
(poleis)
steden
Bron: SBLGNT
Uitleg
τὰς ἔξω πόλεις (tas exo poleis), letterlijk ‘de steden buiten’: steden buiten het land, zoals Damascus in het volgende vers.
Wij vertalen ‘steden in het buitenland’.
Het licht onderweg naar Damascus
12Zo reisde ik ook naar Damascus, met gezag en volmacht van de hogepriesters.
Ἐν
(En)
bij
οἷς
(hois)
welke dingen
πορευόμενος
(poreuomenos)
reizend
εἰς
(eis)
naar
τὴν
(ten)
de
Δαμασκὸν
(Damaskon)
Damascus
μετ’
(met’)
met
ἐξουσίας
(exousias)
gezag
καὶ
(kai)
en
ἐπιτροπῆς
(epitropes)
volmacht
τῆς
(tes)
die
τῶν
(ton)
van de
ἀρχιερέων
(archiereon)
hogepriesters
Bron: SBLGNT
Plaats
Zie Damascus: Damascus ligt aan de voet van het Antilibanon, in het huidige Syrië.
Uitleg
Paulus vertelt hier voor de derde keer hoe hij de Heer onderweg naar Damascus ontmoette.
13Midden op de dag zag ik onderweg, koning, een licht uit de hemel, schitterender dan de zon. Het scheen rondom mij en rondom hen die met mij reisden.
ἡμέρας
(hemeras)
van de dag
μέσης
(meses)
midden
κατὰ
(kata)
op
τὴν
(ten)
de
ὁδὸν
(hodon)
weg
εἶδον
(eidon)
zag ik
βασιλεῦ
(basileu)
koning
οὐρανόθεν
(ouranothen)
uit de hemel
ὑπὲρ
(hyper)
boven
τὴν
(ten)
de
λαμπρότητα
(lamproteta)
glans
τοῦ
(tou)
van de
ἡλίου
(heliou)
zon
περιλάμψαν
(perilampsan)
rondom schijnend
με
(me)
mij
φῶς
(phos)
licht
καὶ
(kai)
en
τοὺς
(tous)
hen
σὺν
(syn)
met
ἐμοὶ
(emoi)
mij
πορευομένους
(poreuomenous)
reizenden
Bron: SBLGNT
14Wij vielen allen op de grond. Toen hoorde ik een stem die in de Hebreeuwse taal tegen mij zei: ‘Saul, Saul, waarom vervolg je Mij? Het is hard voor je om tegen de prikstokken te schoppen.’
πάντων
(panton)
van allen
τε
(te)
en
καταπεσόντων
(katapesonton)
neergevallen
ἡμῶν
(hemon)
ons
εἰς
(eis)
op
τὴν
(ten)
de
γῆν
(gen)
grond
ἤκουσα
(ekousa)
hoorde ik
φωνὴν
(phonen)
een stem
λέγουσαν
(legousan)
zeggend
πρός
(pros)
tot
με
(me)
mij
τῇ
(te)
in de
Ἑβραΐδι
(Hebraidi)
Hebreeuwse
διαλέκτῳ
(dialekto)
taal
Σαοὺλ
(Saoul)
Saul
Σαούλ
(Saoul)
Saul
τί
(ti)
waarom
με
(me)
Mij
διώκεις
(diokeis)
vervolg je
σκληρόν
(skleron)
hard
σοι
(soi)
voor je
πρὸς
(pros)
tegen
κέντρα
(kentra)
prikstokken
λακτίζειν
(laktizein)
te schoppen
Bron: SBLGNT
Uitleg
Ἑβραΐς διάλεκτος (Hebrais dialektos), ‘Hebreeuwse taal’: dat kan ook het Aramees van die tijd bedoelen. Σαούλ (Saoul) is de Hebreeuwse vorm van de naam, anders dan Σαῦλος (Saulos), ‘Saulus’, in Hand. 7–13; wij schrijven hier ‘Saul’ (zie ook Hand. 9:4; 22:7).
κέντρον (kentron), ‘prikstok’: een stok met een punt om ossen aan te drijven. ‘Tegen de prikstokken schoppen’ is een spreekwoord voor vergeefs verzet.
De stem is die van Yeshua (zie vers 15); daarom staan de woorden rood.
15Ik zei: ‘Wie bent U, Heer?’ De Heer zei: ‘Ik ben Yeshua, die jij vervolgt.
ἐγὼ
(ego)
ik
δὲ
(de)
maar
εἶπα
(eipa)
zei
Τίς
(Tis)
wie
εἶ
(ei)
bent U
κύριε
(kyrie)
Heer
ὁ
(ho)
de
δὲ
(de)
maar
κύριος
(kyrios)
Heer
εἶπεν
(eipen)
zei
Ἐγώ
(Ego)
Ik
εἰμι
(eimi)
ben
Ἰησοῦς
(Iesous)
Yeshua
ὃν
(hon)
die
σὺ
(sy)
jij
διώκεις
(diokeis)
vervolgt
Bron: SBLGNT
16Maar sta op en ga op je voeten staan. Hiervoor ben Ik aan je verschenen: om je aan te stellen als dienaar en getuige van wat je van Mij gezien hebt. Ook van de dingen waarin Ik nog aan je zal verschijnen.
ἀλλὰ
(alla)
maar
ἀνάστηθι
(anastethi)
sta op
καὶ
(kai)
en
στῆθι
(stethi)
ga staan
ἐπὶ
(epi)
op
τοὺς
(tous)
de
πόδας
(podas)
voeten
σου
(sou)
je
εἰς
(eis)
tot
τοῦτο
(touto)
dit
γὰρ
(gar)
want
ὤφθην
(ophthen)
ben Ik verschenen
σοι
(soi)
aan je
προχειρίσασθαί
(procheirisasthai)
aan te stellen
σε
(se)
je
ὑπηρέτην
(hypereten)
als dienaar
καὶ
(kai)
en
μάρτυρα
(martyra)
getuige
ὧν
(hon)
van wat
τε
(te)
zowel
εἶδές
(eides)
je zag
με
(me)
Mij
ὧν
(hon)
van wat
τε
(te)
als
ὀφθήσομαί
(ophthesomai)
Ik zal verschijnen
σοι
(soi)
aan je
Bron: SBLGNT
Uitleg
ὑπηρέτης (hyperetes), ‘dienaar’: zoals in Luc. 1:2. προχειρίζομαι (procheirizomai), ‘aanstellen’.
17Ik red je uit het volk en uit de volken, naar wie Ik je zend,
ἐξαιρούμενός
(exairoumenos)
redend
σε
(se)
je
ἐκ
(ek)
uit
τοῦ
(tou)
het
λαοῦ
(laou)
volk
καὶ
(kai)
en
ἐκ
(ek)
uit
τῶν
(ton)
de
ἐθνῶν
(ethnon)
volken
εἰς
(eis)
naar
οὓς
(hous)
wie
ἐγὼ
(ego)
Ik
ἀποστέλλω
(apostello)
zend
σε
(se)
je
Bron: SBLGNT
18om hun ogen te openen, zodat zij terugkeren van de duisternis naar het licht en van het gezag van Satan naar Elohim. Zo ontvangen zij vergeving van zonden en een erfdeel onder hen die geheiligd zijn door het geloof in Mij.’
ἀνοῖξαι
(anoixai)
om te openen
ὀφθαλμοὺς
(ophthalmous)
ogen
αὐτῶν
(auton)
hun
τοῦ
(tou)
opdat
ἐπιστρέψαι
(epistrepsai)
zij terugkeren
ἀπὸ
(apo)
van
σκότους
(skotous)
duisternis
εἰς
(eis)
naar
φῶς
(phos)
licht
καὶ
(kai)
en
τῆς
(tes)
van het
ἐξουσίας
(exousias)
gezag
τοῦ
(tou)
van de
Σατανᾶ
(Satana)
Satan
ἐπὶ
(epi)
naar
τὸν
(ton)
de
θεόν
(theon)
Elohim
τοῦ
(tou)
opdat
λαβεῖν
(labein)
ontvangen
αὐτοὺς
(autous)
zij
ἄφεσιν
(aphesin)
vergeving
ἁμαρτιῶν
(hamartion)
van zonden
καὶ
(kai)
en
κλῆρον
(kleron)
erfdeel
ἐν
(en)
onder
τοῖς
(tois)
de
ἡγιασμένοις
(hegiasmenois)
geheiligden
πίστει
(pistei)
door geloof
τῇ
(te)
het
εἰς
(eis)
in
ἐμέ
(eme)
Mij
Bron: SBLGNT
Uitleg
De zin loopt in het Grieks door met ‘om te ontvangen’ (τοῦ λαβεῖν, tou labein); om de zinnen kort te houden schrijven wij ‘Zo ontvangen zij’.
κλῆρος (kleros), ‘erfdeel’, letterlijk ‘lot’: het deel dat iemand bij de verdeling van het land kreeg. Vergelijk Jes. 42:7, ‘om blinde ogen te openen’.
19Daarom, koning Agrippa, was ik niet ongehoorzaam aan het hemelse visioen,
Ὅθεν
(Hothen)
daarom
βασιλεῦ
(basileu)
koning
Ἀγρίππα
(Agrippa)
Agrippa
οὐκ
(ouk)
niet
ἐγενόμην
(egenomen)
werd ik
ἀπειθὴς
(apeithes)
ongehoorzaam
τῇ
(te)
aan het
οὐρανίῳ
(ouranio)
hemelse
ὀπτασίᾳ
(optasia)
visioen
Bron: SBLGNT
20maar eerst aan hen in Damascus en in Jeruzalem, en in heel het gebied van Judea, en ook aan de volken, deelde ik mee dat zij zich moesten bekeren. Zij moesten tot Elohim terugkeren en daden doen die bij de bekering passen.
ἀλλὰ
(alla)
maar
τοῖς
(tois)
aan hen
ἐν
(en)
in
Δαμασκῷ
(Damasko)
Damascus
πρῶτόν
(proton)
eerst
τε
(te)
en
καὶ
(kai)
ook
Ἱεροσολύμοις
(Hierosolymois)
Jeruzalem
πᾶσάν
(pasan)
in heel
τε
(te)
en
τὴν
(ten)
het
χώραν
(choran)
gebied
τῆς
(tes)
van
Ἰουδαίας
(Ioudaias)
Judea
καὶ
(kai)
en
τοῖς
(tois)
aan de
ἔθνεσιν
(ethnesin)
volken
ἀπήγγελλον
(apengellon)
deelde ik mee
μετανοεῖν
(metanoein)
zich te bekeren
καὶ
(kai)
en
ἐπιστρέφειν
(epistrephein)
terug te keren
ἐπὶ
(epi)
tot
τὸν
(ton)
de
θεόν
(theon)
Elohim
ἄξια
(axia)
waardige
τῆς
(tes)
van de
μετανοίας
(metanoias)
bekering
ἔργα
(erga)
werken
πράσσοντας
(prassontas)
doende
Bron: SBLGNT
Plaats
Zie Damascus: Damascus ligt aan de voet van het Antilibanon, in het huidige Syrië.
Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.
Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.
Zie Judea: Judea is de Griekse en Romeinse naam voor het zuiden van het land, rond Jeruzalem en Betlehem.
21Daarom grepen Joden mij in de tempel en probeerden mij te doden.
ἕνεκα
(heneka)
vanwege
τούτων
(touton)
deze dingen
με
(me)
mij
Ἰουδαῖοι
(Ioudaioi)
Joden
συλλαβόμενοι
(syllabomenoi)
grijpend
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
ἱερῷ
(hiero)
tempel
ἐπειρῶντο
(epeironto)
probeerden
διαχειρίσασθαι
(diacheirisasthai)
te doden
Bron: SBLGNT
22Omdat ik hulp van Elohim heb gekregen tot op deze dag, sta ik hier en getuig ik voor klein en groot. Ik zeg niets anders dan wat de profeten en Mozes gesproken hebben over wat zou gebeuren:
ἐπικουρίας
(epikourias)
hulp
οὖν
(oun)
dus
τυχὼν
(tychon)
gekregen hebbend
τῆς
(tes)
die
ἀπὸ
(apo)
van
τοῦ
(tou)
(de)
θεοῦ
(theou)
Elohim
ἄχρι
(achri)
tot
τῆς
(tes)
de
ἡμέρας
(hemeras)
dag
ταύτης
(tautes)
deze
ἕστηκα
(hesteka)
sta ik
μαρτυρόμενος
(martyromenos)
getuigend
μικρῷ
(mikro)
aan klein
τε
(te)
en
καὶ
(kai)
ook
μεγάλῳ
(megalo)
groot
οὐδὲν
(ouden)
niets
ἐκτὸς
(ektos)
buiten
λέγων
(legon)
zeggend
ὧν
(hon)
van wat
τε
(te)
en
οἱ
(hoi)
de
προφῆται
(prophetai)
profeten
ἐλάλησαν
(elalesan)
spraken
μελλόντων
(mellonton)
die zouden
γίνεσθαι
(ginesthai)
gebeuren
καὶ
(kai)
en
Μωϋσῆς
(Moyses)
Mozes
Bron: SBLGNT
23dat de Messias zou lijden en dat Hij als eerste door de opstanding uit de doden licht zou verkondigen aan het volk en de volken.”
εἰ
(ei)
als
παθητὸς
(pathetos)
lijdend
ὁ
(ho)
de
χριστός
(christos)
Messias
εἰ
(ei)
als
πρῶτος
(protos)
eerste
ἐξ
(ex)
uit
ἀναστάσεως
(anastaseos)
opstanding
νεκρῶν
(nekron)
van doden
φῶς
(phos)
licht
μέλλει
(mellei)
Hij zal
καταγγέλλειν
(katangellein)
verkondigen
τῷ
(to)
aan het
τε
(te)
en
λαῷ
(lao)
volk
καὶ
(kai)
en
τοῖς
(tois)
aan de
ἔθνεσιν
(ethnesin)
volken
Bron: SBLGNT
Uitleg
εἰ (ei) betekent letterlijk ‘of’; hier leidt het de inhoud in van wat de profeten en Mozes gesproken hebben. παθητός (pathetos), letterlijk ‘lijdend, onderhevig aan lijden’. πρῶτος ἐξ ἀναστάσεως νεκρῶν (protos ex anastaseos nekron), letterlijk ‘eerste uit opstanding van doden’.
26Want de koning weet hiervan, en tot hem spreek ik ook vrijmoedig. Ik ben ervan overtuigd dat hem niets hiervan ontgaat. Dit is namelijk niet in een hoek gebeurd.
ἐπίσταται
(epistatai)
weet
γὰρ
(gar)
want
περὶ
(peri)
over
τούτων
(touton)
deze dingen
ὁ
(ho)
de
βασιλεύς
(basileus)
koning
πρὸς
(pros)
tot
ὃν
(hon)
wie
καὶ
(kai)
ook
παρρησιαζόμενος
(parresiazomenos)
vrijmoedig sprekend
λαλῶ
(lalo)
spreek ik
λανθάνειν
(lanthanein)
te ontgaan
γὰρ
(gar)
want
αὐτὸν
(auton)
hem
τούτων
(touton)
van deze dingen
οὐ
(ou)
niet
πείθομαι
(peithomai)
ben ik overtuigd
οὐθέν
(outhen)
niets
οὐ
(ou)
niet
γάρ
(gar)
want
ἐστιν
(estin)
is
ἐν
(en)
in
γωνίᾳ
(gonia)
een hoek
πεπραγμένον
(pepragmenon)
gebeurd
τοῦτο
(touto)
dit
Bron: SBLGNT
27Gelooft u de profeten, koning Agrippa? Ik weet dat u gelooft.”
πιστεύεις
(pisteueis)
gelooft u
βασιλεῦ
(basileu)
koning
Ἀγρίππα
(Agrippa)
Agrippa
τοῖς
(tois)
aan de
προφήταις
(prophetais)
profeten
οἶδα
(oida)
ik weet
ὅτι
(hoti)
dat
πιστεύεις
(pisteueis)
u gelooft
Bron: SBLGNT
28Agrippa zei tegen Paulus: „Met weinig overtuig je mij om een Christen te maken.”
ὁ
(ho)
de
δὲ
(de)
maar
Ἀγρίππας
(Agrippas)
Agrippa
πρὸς
(pros)
tegen
τὸν
(ton)
(de)
Παῦλον
(Paulon)
Paulus
Ἐν
(En)
in
ὀλίγῳ
(oligo)
weinig
με
(me)
mij
πείθεις
(peitheis)
overtuig je
Χριστιανὸν
(Christianon)
Christen
ποιῆσαι
(poiesai)
te maken
Bron: SBLGNT
Uitleg
ἐν ὀλίγῳ (en oligo), letterlijk ‘in weinig’: het kan betekenen ‘in korte tijd’, ‘met weinig moeite’ of ‘bijna’. ποιῆσαι (poiesai), letterlijk ‘maken’; het Grieks zegt niet van wie of wat.
Wij laten de zin zo open als het Grieks is: ‘een Christen te maken’, zonder te zeggen wie dat zou zijn. Χριστιανός (Christianos), ‘Christen’: zie Hand. 11:26.
Lezing
In latere handschriften (Textus Receptus, Byzantijnse tekst) staat hier ‘te worden’ (γενέσθαι, genesthai) in plaats van ‘te maken’ (ποιῆσαι).
29Paulus zei: „Ik zou tot Elohim bidden dat niet alleen u, maar ook allen die mij vandaag horen, zowel met weinig als met veel, worden zoals ik ben. Behalve deze boeien.”
ὁ
(ho)
de
δὲ
(de)
maar
Παῦλος
(Paulos)
Paulus
Εὐξαίμην
(Euxaimen)
zou bidden
ἂν
(an)
wel
τῷ
(to)
aan
θεῷ
(theo)
Elohim
καὶ
(kai)
zowel
ἐν
(en)
met
ὀλίγῳ
(oligo)
weinig
καὶ
(kai)
als
ἐν
(en)
met
μεγάλῳ
(megalo)
veel
οὐ
(ou)
niet
μόνον
(monon)
alleen
σὲ
(se)
u
ἀλλὰ
(alla)
maar
καὶ
(kai)
ook
πάντας
(pantas)
allen
τοὺς
(tous)
die
ἀκούοντάς
(akouontas)
horen
μου
(mou)
mij
σήμερον
(semeron)
vandaag
γενέσθαι
(genesthai)
worden
τοιούτους
(toioutous)
zodanig
ὁποῖος
(hopoios)
zoals
καὶ
(kai)
ook
ἐγώ
(ego)
ik
εἰμι
(eimi)
ben
παρεκτὸς
(parektos)
behalve
τῶν
(ton)
de
δεσμῶν
(desmon)
boeien
τούτων
(touton)
deze
Bron: SBLGNT
Na de zitting
30De koning stond op, en ook de stadhouder en Berenice en zij die bij hen zaten.
Ἀνέστη
(Aneste)
stond op
τε
(te)
en
ὁ
(ho)
de
βασιλεὺς
(basileus)
koning
καὶ
(kai)
en
ὁ
(ho)
de
ἡγεμὼν
(hegemon)
stadhouder
ἥ
(he)
en
τε
(te)
ook
Βερνίκη
(Bernike)
Berenice
καὶ
(kai)
en
οἱ
(hoi)
zij die
συγκαθήμενοι
(synkathemenoi)
meezaten
αὐτοῖς
(autois)
met hen
Bron: SBLGNT
Uitleg
ἡγεμών (hegemon), ‘stadhouder’: Festus.
31Zij trokken zich terug en spraken met elkaar. Zij zeiden: „Deze man doet niets wat de dood of boeien verdient.”
καὶ
(kai)
en
ἀναχωρήσαντες
(anachoresantes)
zich teruggetrokken hebbend
ἐλάλουν
(elaloun)
spraken
πρὸς
(pros)
tot
ἀλλήλους
(allelous)
elkaar
λέγοντες
(legontes)
zeggend
ὅτι
(hoti)
dat
Οὐδὲν
(Ouden)
niets
θανάτου
(thanatou)
van de dood
ἢ
(e)
of
δεσμῶν
(desmon)
van boeien
ἄξιον
(axion)
waard
τι
(ti)
iets
πράσσει
(prassei)
doet
ὁ
(ho)
de
ἄνθρωπος
(anthropos)
mens
οὗτος
(houtos)
deze
Bron: SBLGNT
32Agrippa zei tegen Festus: „Deze man had vrijgelaten kunnen worden, als hij zich niet op de keizer had beroepen.”