Kolossenzen 2
Volheid in de Messias, de besnijdenis zonder handen, het schuldbewijs aan het kruis en de grondbeginselen van de wereld
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Paulus’ strijd voor Kolosse en Laodicea
Zie Laodicea (ligging ongeveer): Laodicea lag in de vallei van de Lycus in het westen van het huidige Turkije, bij het huidige Denizli.
Het was een rijke handelsstad.
De ligging is bij benadering.
ἀγών (agon), ‘strijd’: een zware inspanning, zoals in Filip. 1:30.
Laodicea ligt in de Lycusvallei bij Kolosse (zie 4:13–16).
‘Die mijn gezicht niet gezien hebben’: Paulus kende hen niet persoonlijk.
‘In het vlees’: lichamelijk, met eigen ogen.
Zie ook Kol. 4:13; Filip. 1:30.
παρακαλέω (parakaleo), ‘troosten’: ook ‘aansporen, bemoedigen’. συμβιβάζω (symbibazo), ‘samenvoegen’: letterlijk ‘samenbrengen’; hetzelfde woord staat in vers 19. πληροφορία (pleroforia), ‘volle zekerheid’. ἐπίγνωσις (epignosis), ‘volle kennis’: zie 1:9.
Het slot ‘Elohim, de Messias’ staat in het Grieks zonder verbindingswoord: het geheimenis van Elohim is de Messias.
De Griekse zin is lang; splitsen zou de redenering breken.
De SBLGNT markeert in dit vers varianten bij ‘samengevoegd’ en bij ‘alle rijkdom’: sommige handschriften verschillen.
Wij vertalen de SBLGNT-tekst.
Zie ook Kol. 1:26–27.
θησαυρός (thesauros), ‘schat’. ἀπόκρυφος (apokryfos), ‘verborgen’.
‘Wijsheid en kennis’ (σοφία, sofia, en γνῶσις, gnosis) liggen verborgen in de Messias.
παραλογίζομαι (paralogizomai), ‘misleiden’: met schijnredenen om de tuin leiden. πιθανολογία (pithanologia), ‘overtuigend praten’: woorden die overtuigend klinken maar niet waar hoeven te zijn.
ἄπειμι (apeimi), ‘afwezig zijn’. τῷ πνεύματι (to pneumati), ‘in de geest’: Paulus’ eigen geest, daarom met kleine letter. τάξις (taxis), ‘orde’: ook de rij van een leger; στερέωμα (stereoma), ‘vastheid’: wat stevig staat.
Wandel in de Messias
παραλαμβάνω (paralambano), ‘aannemen’: ontvangen wat doorgegeven wordt; zoals in Filip. 4:9.
‘De Messias Yeshua, de Heer’: ‘Heer’ (κύριος, kyrios) is hier Yeshua. περιπατέω (peripateo), ‘wandelen’: leven; zie 1:10.
Zie ook Filip. 4:9.
De beelden zijn die van een boom, ἐρριζωμένοι (errizomenoi), ‘geworteld’, en van een gebouw, ἐποικοδομούμενοι (epoikodomoumenoi), ‘opgebouwd’.
Pas op voor bedrieglijke leer
συλαγωγέω (sylagogeo), ‘als buit wegvoeren’: iemand als gevangene meenemen. φιλοσοφία (filosofia), ‘filosofie’: letterlijk ‘liefde voor wijsheid’; de brief zegt niet welk denken bedoeld wordt. παράδοσις (paradosis), ‘overlevering’. στοιχεῖα τοῦ κόσμου (stoicheia tou kosmou), ‘de grondbeginselen van de wereld’: dezelfde woorden als in Gal. 4:3 en 4:9; ze worden verschillend verstaan, bijvoorbeeld als de eerste beginselen van onderricht, als de elementen van de wereld of als geestelijke machten.
Zie ook vers 20.
Zie ook Gal. 4:3; Gal. 4:9; Mark. 7:8.
Volheid in de Messias
θεότης (theotes), ‘goddelijkheid’: het wezen van Elohim. πλήρωμα (pleroma), ‘volheid’: zoals in 1:19. σωματικῶς (somatikos), ‘lichamelijk’: in lichamelijke vorm, of werkelijk.
Zie ook Kol. 1:19.
πεπληρωμένοι (pepleromenoi), ‘vervuld’: verwant aan πλήρωμα (pleroma), ‘volheid’, in vers 9. κεφαλή (kefale), ‘hoofd’. ἀρχή (arche), ‘heerschappij’, en ἐξουσία (exousia), ‘gezag’: dezelfde woorden als in 1:16; wij houden voor elk woord één weergave.
Het Grieks heeft hier enkelvoud.
Zie ook Kol. 1:16; Kol. 2:15.
περιτομή (peritome), ‘besnijdenis’; ἀχειροποίητος (acheiropoietos), ‘niet met handen gemaakt’. ἀπέκδυσις (apekdysis), ‘afleggen’: letterlijk ‘uitkleden’.
‘Het lichaam van het vlees’: het eigen vlees als zetel van het oude leven; vergelijk ‘het lichaam van Zijn vlees’ in 1:22.
‘De besnijdenis van de Messias’ kan de besnijdenis zijn die de Messias geeft, of die Hij onderging in Zijn dood.
Zie ook Filip. 3:3; Deut. 10:16.
βάπτισμα (baptisma), ‘doop’: onderdompeling; begraven worden en opstaan zijn beelden van de doop. ἐν ᾧ (en ho), ‘waarin’ of ‘in wie’: het kan op de doop slaan of op de Messias; wij kiezen ‘waarin’. ἐνέργεια (energeia), ‘werking’.
‘Het geloof in de werking van Elohim’: het Grieks heeft ‘het geloof van de werking van Elohim’.
Zie ook Rom. 6:3–4.
Levend gemaakt met Hem
παράπτωμα (paraptoma), ‘overtreding’: letterlijk een misstap. ἀκροβυστία (akrobystia), ‘onbesnedenheid’, wordt hier beeldend gebruikt: de verzen 11–13 spreken over besnijdenis als beeld. συζωοποιέω (syzoopoieo), ‘samen levend maken’. χαρίζομαι (charizomai), ‘uit genade vergeven’: verwant aan χάρις (charis), ‘genade’.
Het onderwerp is Elohim (vers 12).
De Griekse zin loopt door in vers 14; wij splitsen hem.
Zie ook Ef. 2:1–5.
χειρόγραφον (cheirografon), ‘handgeschreven schuldbewijs’: een document dat iemand zelf met de hand ondertekende en waarin hij zijn schuld erkende. δόγμα (dogma), ‘verordening’: een bepaling.
Het Grieks heeft ‘in de verordeningen’ zonder werkwoord; de tekst zegt niet met zoveel woorden of het om de wet van Mozes gaat. ἐξαλείφω (exaleifo), ‘uitwissen’; προσηλόω (proseloo), ‘nagelen’; σταυρός (stauros), ‘kruis’.
Zie ook Ef. 2:15.
ἀπεκδύομαι (apekdyomai), ‘ontwapenen’: letterlijk ‘uitkleden’ (verwant aan ἀπέκδυσις in vers 11).
De Griekse vorm kan betekenen: zich van de machten ontdoen, of de machten uitkleden en ontwapenen; wij kiezen ‘ontwapenen’. δειγματίζω (deigmatizo), ‘tentoonstellen’. θριαμβεύω (thriambeuo), ‘in een zegetocht meevoeren’: de overwinnaar voert zijn gevangenen mee. ἐν αὐτῷ (en auto), ‘in Hem’: de Messias; het Grieks kan ook ‘in het kruis’ betekenen. ἀρχαί (archai), ‘heerschappijen’, en ἐξουσίαι (exousiai), ‘gezagsmachten’: zie 1:16.
Zie ook Kol. 1:16; Kol. 2:10; 2 Kor. 2:14.
Laat niemand jullie oordelen
κρίνω (krino), ‘oordelen’: een oordeel uitspreken.
Eten, drinken, feest, nieuwe maan en sabbat horen bij wat de wet van Mozes voorschrijft; het Grieks heeft σάββατα (sabbata) in het meervoud.
De brief zegt niet wie de tegenstanders zijn.
Zie ook Lev. 23:3; Num. 28:11; Hos. 2:13; Gal. 4:10.
σκιά (skia), ‘schaduw’. σῶμα (soma), ‘lichaam’: hier ook ‘het wezenlijke, de werkelijkheid’, tegenover de schaduw; of het lichaam dat bij de Messias hoort, de gemeente.
De zin laat dit open.
Zie ook Hebr. 10:1.
καταβραβεύω (katabrabeuo), ‘de prijs ontnemen’: zoals een scheidsrechter een deelnemer uitsluit; het woord kan ook ‘veroordelen’ betekenen. θέλων ἐν (thelon en), ‘behagen scheppend in’: letterlijk ‘willend in’; de uitdrukking is moeilijk. θρησκεία τῶν ἀγγέλων (threskeia ton angelon), ‘aanbidding van de engelen’: de genitief kan betekenen dat men engelen aanbidt, of dat men aanbidt zoals engelen dat doen; wij kiezen de eerste weergave. ἐμβατεύω (embateuo), ‘ingaan op’: een zeldzaam woord dat verschillend verstaan wordt (binnengaan, onderzoeken). εἰκῇ (eike), ‘zonder reden’: ook ‘vergeefs’, zoals in Gal. 3:4. νοῦς (nous), ‘verstand’.
De zin is moeilijk; wij vertalen zo letterlijk als het Nederlands toelaat.
Zie ook Gal. 3:4.
κρατέω (krateo), ‘vasthouden’. κεφαλή (kefale), ‘hoofd’: de Messias, zie 1:18. ἁφή (hafe), ‘gewricht’; σύνδεσμος (syndesmos), ‘band’. ἐπιχορηγέω (epichoregeo), ‘verzorgen’: rijkelijk verschaffen, zie Filip. 1:19.
‘De groei van Elohim’: de groei die Elohim geeft.
Zie ook Filip. 1:19; Ef. 4:15–16.
Gestorven weg van de grondbeginselen van de wereld
De verzen 20–22 vormen één vraag. ἀπὸ τῶν στοιχείων (apo ton stoicheion), ‘weg van de grondbeginselen’: wie gestorven is, is van hen af; zie vers 8. δογματίζομαι (dogmatizomai), ‘voorschriften opgelegd krijgen’: verwant aan δόγμα in vers 14.
Zie ook Gal. 4:3; Gal. 4:9.
ἅπτομαι (haptomai), ‘aanraken’; γεύομαι (geuomai), ‘proeven’; θιγγάνω (thiggano), ‘aanroeren’.
Het Grieks noemt niet wie deze regels uitspreekt; wij zetten ze tussen aanhalingstekens als aangehaalde leuzen.
ἀπόχρησις (apochresis), ‘gebruik, opgebruiken’: wat door gebruik verdwijnt. ἐντάλματα (entalmata), ‘geboden’, en διδασκαλίαι (didaskaliai), ‘leringen’.
‘Dingen’ is onze aanvulling voor het Griekse ‘wat’ (ἅ, ha).
Vergelijk Jes. 29:13: ‘een aangeleerd gebod van mensen’, dat Mark. 7:7 aanhaalt.
Zie ook Jes. 29:13; Mark. 7:7.
λόγος (logos), ‘woord, naam’: ‘de naam van wijsheid hebben’ kan ook ‘de schijn van wijsheid hebben’ betekenen. ἐθελοθρησκία (ethelothreskia), ‘zelfgekozen eredienst’: een woord dat alleen hier voorkomt, zelf bedachte godsdienst. ἀφειδία (afeidia), ‘het niet sparen’: strenge behandeling van het lichaam. τιμή (time), ‘eer, waarde’. πλησμονή (plesmone), ‘verzadiging’. πρὸς πλησμονὴν τῆς σαρκός (pros plesmonen tes sarkos): ‘tot verzadiging van het vlees’ kan ook ‘tegen de verzadiging van het vlees’ betekenen; het Grieks is moeilijk en wordt verschillend verstaan.