Romeinen 12
Een levend offer, één lichaam met vele gaven, de liefde en geen wraak
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Een levend offer
παρακαλέω (parakaleo), ‘oproepen’: ook ‘bemoedigen, vermanen’. ἀδελφοί (adelfoi), ‘broers’: het Griekse woord omvat ook de zusters in de gemeente. οἰκτιρμοί (oiktirmoi), ‘ontferming’: het meervoud, ‘ontfermingen’. παρίστημι (paristemi), ‘beschikbaar stellen’: ook ‘voor Elohim neerzetten’, zoals een offer wordt aangeboden. θυσία (thysia), ‘offer’.
Het offer is hier geen dier, maar levende mensen met hun lichaam. λογικὴ λατρεία (logike latreia): λογικός (logikos) komt van λόγος (logos), ‘woord, verstand, rede’ en kan ‘redelijk’, ‘verstandig’ of ‘geestelijk’ betekenen; λατρεία (latreia) is ‘eredienst’, ook de dienst van de tempel.
Wij kiezen ‘redelijke eredienst’.
De laatste woorden zijn in het Grieks een bijstelling bij het offer; wij maken er een korte zin van met ‘Dat is’.
αἰών (aion), ‘eeuw’: de tijd en wereldorde van nu; zo ook in 1 Kor. 1:20. συσχηματίζω (syschematizo), ‘gelijkvormig maken aan’; μεταμορφόω (metamorfoo), ‘van gedaante veranderen’: de Griekse vormen kunnen ook lijdend zijn: ‘word gelijkgevormd’, ‘word veranderd’. νοῦς (nous), ‘verstand, denken’. δοκιμάζω (dokimazo), ‘beproeven’: toetsen en goedkeuren.
Eén lichaam, vele gaven
μέτρον πίστεως (metron pisteos), ‘maat van geloof’: wat de maat is, zegt de tekst niet; het kan de hoeveelheid of de aard van het geloof zijn die Elohim aan ieder gaf.
Het Grieks heeft een speling met het werkwoord φρονέω (fronoeo), ‘denken, gezind zijn’: ὑπερφρονέω (hyperfronoeo), ‘te hoog denken’, en σωφρονέω (sofronoeo), ‘bezonnen zijn’.
De Griekse zin is lang; wij splitsen hem in twee zinnen.
De zin van de verzen 4–5 is één Griekse zin: ‘zoals … zo’. πρᾶξις (praxis), ‘taak, functie’: wat een lid doet.
Zie ook 1 Kor. 12:12–27.
οἱ πολλοί (hoi polloi), ‘de velen’: de gemeente. τὸ δὲ καθ᾽ εἷς (to de kath heis), ‘en wat ieder afzonderlijk betreft’: een Griekse uitdrukking; ‘leden van elkaar’ betekent dat ze bij elkaar horen.
Zie ook 1 Kor. 12:27; Ef. 4:25.
χάρισμα (charisma), ‘genadegave’: een gave die voortkomt uit de genade (χάρις, charis).
De verzen 6–8 hebben in het Grieks geen werkwoorden: ‘of profetie … of dienst …’.
Wij vullen niets in dan de laatste woorden ‘laat die zijn’ in de eerste twee zinnen; daarna laten wij de korte vorm staan. προφητεία (profeteia), ‘profetie’. ἀναλογία (analogia), ‘overeenstemming, verhouding’: ‘in de verhouding van het geloof’.
Wat het geloof hier is (het geloof van de profeet of de leer van het geloof), zegt de tekst niet.
Zie ook 1 Kor. 12:4–11; 1 Kor. 14:1–5.
διακονία (diakonia), ‘dienst’: dienen, bijvoorbeeld door praktische hulp. διδάσκω (didasko), ‘onderwijzen’; διδασκαλία (didaskalia), ‘onderwijs’.
παρακαλέω (parakaleo), ‘bemoedigen’: ook ‘vermanen, troosten’; zie vers 1. μεταδίδωμι (metadidomi), ‘geven, delen’; ἁπλότης (haplotes), ‘eenvoud, ongedeeldheid’: vrijgevig zonder bijbedoeling. προΐστημι (proistemi), ‘leiding geven’: ook ‘zich inzetten voor, zorg dragen’. ἐλεέω (eleeo), ‘zich ontfermen’, zoals in 9:15–18; ἱλαρότης (hilarotes), ‘blijdschap’.
De liefde in het dagelijks leven
ἀγάπη (agape), ‘liefde’. ἀνυπόκριτος (anypokritos), ‘ongeveinsd’: zonder toneelspel.
Het Grieks heeft in de verzen 9–13 vooral deelwoorden, zonder eigen werkwoord; wij vertalen ze als opdrachten. ἀποστυγέω (apostygeo), ‘verafschuwen’; κολλάω (kollao), ‘vastkleven’: zoals een man aan zijn vrouw in Gen. 2:24.
Zie ook Gen. 2:24.
φιλαδελφία (filadelfia), ‘broederliefde’, en φιλόστοργος (filostorgos), ‘innig toegenegen’ (zoals in een gezin): twee woorden met φιλ- (fil-), ‘liefhebben’. προηγέομαι (proegeomai), ‘voorgaan’: ook ‘overtreffen’; het kan betekenen ‘elkaar voorgaan in eerbetoon’ of ‘elkaar hoger achten’.
τῷ πνεύματι (to pneumati), ‘in de geest’: wij schrijven ‘geest’ met een kleine letter, de geest van de mens; het Grieks kan ook de Geest van Elohim bedoelen, ‘gloeiend door de Geest’. ζέω (zeo), ‘gloeien, koken’. δουλεύω (douleuo), ‘als knecht dienen’.
‘De Heer’ (κύριος, kyrios): Yeshua.
ἅγιοι (hagioi), ‘heiligen’: de toegewijden, de leden van de gemeente die aan Elohim gewijd zijn. χρεία (chreia), ‘behoefte, nood’. κοινωνέω (koinoneo), ‘deel hebben aan’: ook ‘bijdragen aan’; zie 15:26. φιλοξενία (filoxenia), ‘gastvrijheid’: letterlijk ‘liefde voor vreemdelingen’. διώκω (dioko), ‘najagen’, hetzelfde woord als ‘vervolgen’ in vers 14: hier achter de gastvrijheid aan, daar achter de gelovigen aan.
Zegen en vrede
De woorden komen overeen met de woorden van Yeshua in Matt. 5:44 en Luc. 6:27–28. διώκω (dioko), ‘vervolgen’: zie vers 13.
Zie ook Matt. 5:44; Luc. 6:27–28.
De Griekse werkwoorden staan in de onbepaalde wijs (‘blij zijn, huilen’) en gelden hier als opdrachten.
τὸ αὐτὸ φρονέω (to auto fronoeo), ‘hetzelfde gezind zijn’: eensgezind. ταπεινοῖς (tapeinois), ‘nederigen’: het Griekse woord kan mannelijk (‘de nederigen’) of onzijdig (‘wat nederig is’) zijn. συναπάγω (synapago), ‘meevoeren’: ook ‘zich laten meetrekken’.
‘Wees niet verstandig in eigen ogen’ (φρόνιμος, fronimos, ‘verstandig’, zoals in 11:25): vergelijk Spr. 3:7, waar ons Hebreeuws ‘Wees niet wijs in je eigen ogen’ heeft.
Zie ook Spr. 3:7.
Vergelijk Spr. 3:4, ‘Zo vind je gunst en goed doorzicht in de ogen van Elohim en van mensen’. προνοέω (pronoeo), ‘vooruitzien, zorgen voor’.
Zie ook Spr. 3:4; 1 Tess. 5:15.
εἰρηνεύω (eirenevo), ‘in vrede leven’.
‘Als het mogelijk is, voor zover het van jullie afhangt’: het Grieks houdt open dat de ander ook meewerkt.
Geen wraak, maar het goede
ἐκδικέω (ekdikeo), ‘wraak nemen’; ἐκδίκησις (ekdikesis), ‘wraak’. ὀργή (orge), ‘toorn’: het Grieks zegt niet wiens toorn; uit het citaat en uit 13:4 blijkt dat het de toorn van Elohim is.
‘Laat ruimte aan de toorn’ betekent dat de vergelding aan Elohim wordt overgelaten.
Aanhaling van Deut. 32:35.
Ons Hebreeuws heeft: ‘Mij komen wraak en vergelding toe, voor de tijd dat hun voet wankelt’.
De Griekse tekst heeft: ‘Mij komt wraak toe, Ik zal vergelden’.
De Griekse tekst voegt ‘zegt de Heer’ toe; omdat Yahweh in de eerste persoon spreekt, schrijven wij ‘zegt Yahweh’ en zetten wij het citaat rood.
Zie ook Deut. 32:35; Hebr. 10:30.
Aanhaling van Spr. 25:21–22.
Ons Hebreeuws heeft: ‘Als wie je haat honger heeft, geef hem brood te eten; en als hij dorst heeft, geef hem water te drinken.
Want je schept gloeiende kolen op zijn hoofd, en Yahweh zal het je vergelden.’
De Griekse tekst heeft ‘je vijand’ en laat de slotzin over Yahweh weg.
Paulus haalt het aan; het citaat staat daarom zwart. ἄνθρακες πυρός (anthrakes pyros), ‘kolen van vuur’: gloeiende kolen.
Het beeld ‘gloeiende kolen op het hoofd’ is niet uitgelegd; men verstaat het als beschaming of als berouw; de tekst zegt het niet. ψωμίζω (psomizo), ‘te eten geven’.
Zie ook Spr. 25:21–22.
νικάω (nikao), ‘overwinnen’: dezelfde drie keer.
De Griekse vorm van het eerste ‘overwonnen worden’ is lijdend.