Elohim Bijbel

Handelingen 20

12345678910111213141516171819202122232425262728

Reis door Macedonië en Griekenland, Eutychus in Troas en het afscheid van de ouderlingen van Efeze

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Paulus reist naar Macedonië en Griekenland

1Toen de onrust voorbij was, liet Paulus de leerlingen bij zich komen. Hij bemoedigde hen, groette hen en vertrok naar Macedonië.
Μετὰ
(Meta)
na
δὲ
(de)
nu
τὸ
(to)
het
παύσασθαι
(pausasthai)
ophouden
τὸν
(ton)
de
θόρυβον
(thorybon)
onrust
μεταπεμψάμενος
(metapempsamenos)
laten komen hebbend
ὁ
(ho)
de
Παῦλος
(Paulos)
Paulus
τοὺς
(tous)
de
μαθητὰς
(mathetas)
leerlingen
καὶ
(kai)
en
παρακαλέσας
(parakalesas)
bemoedigd hebbend
ἀσπασάμενος
(aspasamenos)
gegroet hebbend
ἐξῆλθεν
(exelthen)
vertrok
πορεύεσθαι
(poreuesthai)
om te gaan
εἰς
(eis)
naar
Μακεδονίαν
(Makedonian)
Macedonië
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Macedonië (ongeveer): Macedonië was een Romeinse provincie in het noorden van Griekenland, met Tessalonica en Filippi als steden.

De grenzen zijn bij benadering.

Uitleg

παρακαλέω (parakaleo), ‘bemoedigen’: het woord kan ook ‘vermanen’, ‘troosten’ of ‘dringend vragen’ betekenen (zo in 19:31).

Wij schrijven ‘bemoedigen’ hier en in 20:2 en 20:12. ἀσπάζομαι (aspazomai), ‘groeten’: hier bij het afscheid.

2Hij trok door die streken, bemoedigde hen met veel woorden en kwam in Griekenland.
διελθὼν
(dielthon)
doorgetrokken zijnde
δὲ
(de)
nu
τὰ
(ta)
de
μέρη
(mere)
streken
ἐκεῖνα
(ekeina)
die
καὶ
(kai)
en
παρακαλέσας
(parakalesas)
bemoedigd hebbend
αὐτοὺς
(autous)
hen
λόγῳ
(logo)
met woord
πολλῷ
(pollo)
veel
ἦλθεν
(elthen)
kwam
εἰς
(eis)
in
τὴν
(ten)
de
Ἑλλάδα
(Hellada)
Griekenland
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Griekenland (Hellas; ongeveer): Met Griekenland (Hellas) bedoelt de tekst het gebied rond de Egeïsche Zee, in het Nieuwe Testament vooral Macedonië en Achaje.

De grenzen zijn bij benadering.

3Nadat hij daar drie maanden had doorgebracht, beraamden de Joden een aanslag tegen hem toen hij naar Syrië wilde varen. Hij besloot terug te keren via Macedonië.
ποιήσας
(poiesas)
doorgebracht hebbend
τε
(te)
en
μῆνας
(menas)
maanden
τρεῖς
(treis)
drie
γενομένης
(genomenes)
ontstaan zijnde
ἐπιβουλῆς
(epiboules)
aanslag
αὐτῷ
(auto)
tegen hem
ὑπὸ
(hypo)
door
τῶν
(ton)
de
Ἰουδαίων
(Ioudaion)
Joden
μέλλοντι
(mellonti)
op het punt staand
ἀνάγεσθαι
(anagesthai)
uit te varen
εἰς
(eis)
naar
τὴν
(ten)
de
Συρίαν
(Syrian)
Syrië
ἐγένετο
(egeneto)
kwam hij
γνώμης
(gnomes)
tot een besluit
τοῦ
(tou)
om
ὑποστρέφειν
(hypostrephein)
terug te keren
διὰ
(dia)
via
Μακεδονίας
(Makedonias)
Macedonië
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Syrië (Romeinse provincie; ongeveer): Syrië was een Romeinse provincie ten noorden van Galilea, met Antiochië als hoofdstad.

De grenzen waren niet scherp.

Zie Macedonië (ongeveer): Macedonië was een Romeinse provincie in het noorden van Griekenland, met Tessalonica en Filippi als steden.

De grenzen zijn bij benadering.

De reisgenoten van Paulus

4Met hem gingen Sopater, de zoon van Pyrrhus, uit Beroea, Aristarchus en Secundus uit Tessalonica, Gaius uit Derbe, Timoteüs, en uit Asia Tychicus en Trofimus.
συνείπετο
(syneipeto)
reisden mee
δὲ
(de)
nu
αὐτῷ
(auto)
met hem
Σώπατρος
(Sopatros)
Sopater
Πύρρου
(Pyrrou)
van Pyrrhus
Βεροιαῖος
(Beroiaios)
uit Beroea
Θεσσαλονικέων
(Thessalonikeon)
van de Tessalonicenzen
δὲ
(de)
nu
Ἀρίσταρχος
(Aristarchos)
Aristarchus
καὶ
(kai)
en
Σεκοῦνδος
(Sekoundos)
Secundus
καὶ
(kai)
en
Γάϊος
(Gaios)
Gaius
Δερβαῖος
(Derbaios)
uit Derbe
καὶ
(kai)
en
Τιμόθεος
(Timotheos)
Timoteüs
Ἀσιανοὶ
(Asianoi)
uit Asia
δὲ
(de)
nu
Τυχικὸς
(Tychikos)
Tychicus
καὶ
(kai)
en
Τρόφιμος
(Trophimos)
Trofimus
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Beroea (nu Veria): Beroea lag in het zuidwesten van Macedonië, ten westen van Tessalonica.

De stad heet nu Veria.

Zie Tessalonica (nu Thessaloniki): Tessalonica was de hoofdstad van de Romeinse provincie Macedonië, aan de Thermaïsche Golf in het noorden van Griekenland.

De stad heet nu Thessaloniki.

Zij lag aan de grote weg van oost naar west, de Via Egnatia.

Zie Derbe (Kerti Hüyük?; ligging onzeker): De ligging van Derbe is niet zeker.

Meestal wordt gedacht aan Kerti Hüyük, ten noordoosten van Karaman, in het binnenland van Zuid-Turkije.

Zie Asia (Romeinse provincie; ongeveer): Asia was de Romeinse provincie in het westen van het huidige Turkije, met Efeze als belangrijkste stad.

De grenzen zijn bij benadering.

Uitleg

Γάϊος Δερβαῖος (Gaios Derbaios), ‘Gaius uit Derbe’: in 19:29 is Gaius een Macedoniër.

Of het dezelfde man is, zegt de tekst niet. Ἀσιανοί (Asianoi), ‘uit Asia’: de Romeinse provincie Asia (zie 19:10).

5Zij gingen vooruit en wachtten op ons in Troas.
οὗτοι
(houtoi)
dezen
δὲ
(de)
nu
προσελθόντες
(proselthontes)
vooruitgegaan zijnde
ἔμενον
(emenon)
wachtten
ἡμᾶς
(hemas)
op ons
ἐν
(en)
in
Τρῳάδι
(Troadi)
Troas
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Troas (Alexandria Troas): Troas (Alexandria Troas) was een havenstad aan de kust van het noordwesten van Turkije, tegenover het eiland Tenedos.

Vanuit Troas voer Paulus naar Macedonië.

6Wij voeren na de dagen van de ongezuurde broden uit Filippi weg en kwamen in vijf dagen bij hen in Troas. Daar bleven wij zeven dagen.
ἡμεῖς
(hemeis)
wij
δὲ
(de)
nu
ἐξεπλεύσαμεν
(exepleusamen)
voeren weg
μετὰ
(meta)
na
τὰς
(tas)
de
ἡμέρας
(hemeras)
dagen
τῶν
(ton)
van de
ἀζύμων
(azymon)
ongezuurde broden
ἀπὸ
(apo)
uit
Φιλίππων
(Philippon)
Filippi
καὶ
(kai)
en
ἤλθομεν
(elthomen)
kwamen
πρὸς
(pros)
bij
αὐτοὺς
(autous)
hen
εἰς
(eis)
in
τὴν
(ten)
de
Τρῳάδα
(Troada)
Troas
ἄχρι
(achri)
binnen
ἡμερῶν
(hemeron)
dagen
πέντε
(pente)
vijf
οὗ
(hou)
waar
διετρίψαμεν
(dietripsamen)
verbleven wij
ἡμέρας
(hemeras)
dagen
ἑπτά
(hepta)
zeven
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Filippi: Filippi lag in het oosten van Macedonië, ongeveer 15 km landinwaarts van de haven Neapolis.

Het was een Romeinse kolonie.

Het is niet de stad Caesarea Filippi uit de evangeliën.

Zie Troas (Alexandria Troas): Troas (Alexandria Troas) was een havenstad aan de kust van het noordwesten van Turkije, tegenover het eiland Tenedos.

Vanuit Troas voer Paulus naar Macedonië.

Uitleg

ἄζυμα (azyma), ‘ongezuurde broden’: het feest van de ongezuurde broden volgt op het Pesach en duurt zeven dagen (Lev. 23:6).

Het gaat dus om het begin van de lente.

Zie ook Luc. 22:1.

Eutychus in Troas

7Op de eerste dag van de week, toen wij bijeengekomen waren om brood te breken, sprak Paulus met hen. Omdat hij de volgende dag zou vertrekken, zette hij zijn toespraak voort tot middernacht.
Ἐν
(En)
op
δὲ
(de)
nu
τῇ
(te)
de
μιᾷ
(mia)
eerste
τῶν
(ton)
van de
σαββάτων
(sabbaton)
sabbatten
συνηγμένων
(synegmenon)
bijeengekomen zijnde
ἡμῶν
(hemon)
wij
κλάσαι
(klasai)
te breken
ἄρτον
(arton)
brood
ὁ
(ho)
de
Παῦλος
(Paulos)
Paulus
διελέγετο
(dielegeto)
sprak
αὐτοῖς
(autois)
met hen
μέλλων
(mellon)
op het punt staand
ἐξιέναι
(exienai)
te vertrekken
τῇ
(te)
de
ἐπαύριον
(epaurion)
volgende dag
παρέτεινέν
(pareteinen)
rekte uit
τε
(te)
en
τὸν
(ton)
het
λόγον
(logon)
woord
μέχρι
(mechri)
tot
μεσονυκτίου
(mesonyktiou)
middernacht
Bron: SBLGNT
Uitleg

μία τῶν σαββάτων (mia ton sabbaton), ‘de eerste dag van de week’: letterlijk ‘de eerste van de sabbatten’, de dag na de sabbat. κλάσαι ἄρτον (klasai arton), ‘brood breken’: een gezamenlijke maaltijd.

Zie ook Luc. 24:30; Luc. 24:35.

8Er waren veel lampen in de bovenzaal waar wij bijeengekomen waren.
ἦσαν
(esan)
waren
δὲ
(de)
nu
λαμπάδες
(lampades)
lampen
ἱκαναὶ
(hikanai)
veel
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
ὑπερῴῳ
(hyperoo)
bovenzaal
οὗ
(hou)
waar
ἦμεν
(emen)
waren wij
συνηγμένοι
(synegmenoi)
bijeengekomen
Bron: SBLGNT
9Een jongeman met de naam Eutychus zat in het venster en zakte weg in een diepe slaap, terwijl Paulus nog langer sprak. Overmand door de slaap viel hij van de derde verdieping naar beneden en werd dood opgetild.
καθεζόμενος
(kathezomenos)
zittend
δέ
(de)
nu
τις
(tis)
een zekere
νεανίας
(neanias)
jongeman
ὀνόματι
(onomati)
genaamd
Εὔτυχος
(Eutychos)
Eutychus
ἐπὶ
(epi)
op
τῆς
(tes)
het
θυρίδος
(thyridos)
venster
καταφερόμενος
(katapheromenos)
wegzakkend
ὕπνῳ
(hypno)
in slaap
βαθεῖ
(bathei)
diepe
διαλεγομένου
(dialegomenou)
sprekend
τοῦ
(tou)
de
Παύλου
(Paulou)
Paulus
ἐπὶ
(epi)
voor
πλεῖον
(pleion)
langere tijd
κατενεχθεὶς
(katenechtheis)
meegesleept
ἀπὸ
(apo)
door
τοῦ
(tou)
de
ὕπνου
(hypnou)
slaap
ἔπεσεν
(epesen)
viel
ἀπὸ
(apo)
van
τοῦ
(tou)
de
τριστέγου
(tristegou)
derde verdieping
κάτω
(kato)
naar beneden
καὶ
(kai)
en
ἤρθη
(erthe)
werd opgetild
νεκρός
(nekros)
dood
Bron: SBLGNT
Uitleg

Εὔτυχος (Eutychos), ‘Eutychus’: de naam betekent ‘gelukkig’. θυρίς (thyris), ‘venster’: een opening in de muur. τρίστεγον (tristegon), ‘derde verdieping’: de derde laag van het gebouw. ἤρθη νεκρός (erthe nekros), ‘werd dood opgetild’: de tekst zegt dat hij dood was.

10Paulus ging naar beneden, wierp zich over hem heen, omarmde hem en zei: „Raak niet in onrust, want zijn ziel is in hem.”
καταβὰς
(katabas)
naar beneden gegaan zijnde
δὲ
(de)
nu
ὁ
(ho)
de
Παῦλος
(Paulos)
Paulus
ἐπέπεσεν
(epepesen)
wierp zich
αὐτῷ
(auto)
op hem
καὶ
(kai)
en
συμπεριλαβὼν
(symperilabon)
omarmd hebbend
εἶπεν
(eipen)
zei
Μὴ
(Me)
niet
θορυβεῖσθε
(thorybeisthe)
raakt in onrust
ἡ
(he)
de
γὰρ
(gar)
want
ψυχὴ
(psyche)
ziel
αὐτοῦ
(autou)
zijn
ἐν
(en)
in
αὐτῷ
(auto)
hem
ἐστιν
(estin)
is
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐπέπεσεν (epepesen), ‘wierp zich over hem heen’: zoals Elia en Elisa deden bij een dood kind (1 Kon. 17:21; 2 Kon. 4:34). ψυχή (psyche), ‘ziel’: ook ‘leven’. θορυβέω (thorybeo), ‘in onrust raken’.

11Hij ging weer naar boven, brak het brood en at. Hij sprak nog lang met hen, tot het dag werd, en vertrok toen.
ἀναβὰς
(anabas)
omhooggegaan zijnde
δὲ
(de)
nu
καὶ
(kai)
en
κλάσας
(klasas)
gebroken hebbend
τὸν
(ton)
het
ἄρτον
(arton)
brood
καὶ
(kai)
en
γευσάμενος
(geusamenos)
gegeten hebbend
ἐφ’
(eph’)
tot
ἱκανόν
(hikanon)
lange tijd
τε
(te)
en
ὁμιλήσας
(homilesas)
gesproken hebbend
ἄχρι
(achri)
tot
αὐγῆς
(auges)
dageraad
οὕτως
(houtos)
zo
ἐξῆλθεν
(exelthen)
vertrok
Bron: SBLGNT
12Zij brachten de jongen levend weg, en zij werden niet weinig bemoedigd.
ἤγαγον
(egagon)
brachten
δὲ
(de)
nu
τὸν
(ton)
de
παῖδα
(paida)
jongen
ζῶντα
(zonta)
levend
καὶ
(kai)
en
παρεκλήθησαν
(pareklethesan)
werden bemoedigd
οὐ
(ou)
niet
μετρίως
(metrios)
matig
Bron: SBLGNT
Uitleg

παῖς (pais), ‘jongen’: het woord kan ook ‘knecht’ of ‘kind’ betekenen; hier is het de jongeman uit vers 9. παρακαλέω (parakaleo), ‘bemoedigen’: zie vers 1.

De reis naar Milete

13Wij gingen vooruit naar het schip en voeren naar Assos. Daar wilden wij Paulus aan boord nemen, want zo had hij het bepaald: hij zelf wilde te voet gaan.
Ἡμεῖς
(Hemeis)
wij
δὲ
(de)
nu
προελθόντες
(proelthontes)
vooruitgegaan zijnde
ἐπὶ
(epi)
naar
τὸ
(to)
het
πλοῖον
(ploion)
schip
ἀνήχθημεν
(anechthemen)
voeren uit
ἐπὶ
(epi)
naar
τὴν
(ten)
de
Ἆσσον
(Asson)
Assos
ἐκεῖθεν
(ekeithen)
vandaar
μέλλοντες
(mellontes)
op het punt staand
ἀναλαμβάνειν
(analambanein)
aan boord te nemen
τὸν
(ton)
de
Παῦλον
(Paulon)
Paulus
οὕτως
(houtos)
zo
γὰρ
(gar)
want
διατεταγμένος
(diatetagmenos)
bepaald
ἦν
(en)
had
μέλλων
(mellon)
voornemend
αὐτὸς
(autos)
hijzelf
πεζεύειν
(pezeuein)
te voet te gaan
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Assos: Assos (Behramkale) lag aan de zuidkust van de Troas, tegenover het eiland Lesbos.

14Toen hij ons in Assos ontmoette, namen wij hem aan boord en kwamen in Mitylene.
ὡς
(hos)
toen
δὲ
(de)
nu
συνέβαλλεν
(syneballen)
ontmoette
ἡμῖν
(hemin)
ons
εἰς
(eis)
in
τὴν
(ten)
de
Ἆσσον
(Asson)
Assos
ἀναλαβόντες
(analabontes)
aan boord genomen hebbend
αὐτὸν
(auton)
hem
ἤλθομεν
(elthomen)
kwamen wij
εἰς
(eis)
in
Μιτυλήνην
(Mitylenen)
Mitylene
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Assos: Assos (Behramkale) lag aan de zuidkust van de Troas, tegenover het eiland Lesbos.

Zie Mitylene: Mitylene (Mytilini) is de hoofdstad van het eiland Lesbos, in de Egeïsche Zee.

15Vandaar voeren wij verder en kwamen de volgende dag tegenover Chios. De dag daarna staken wij over naar Samos, en de dag erop kwamen wij in Milete.
κἀκεῖθεν
(kakeithen)
en vandaar
ἀποπλεύσαντες
(apopleusantes)
uitgevaren zijnde
τῇ
(te)
op de
ἐπιούσῃ
(epiouse)
volgende
κατηντήσαμεν
(katentesamen)
kwamen wij aan
ἄντικρυς
(antikrys)
tegenover
Χίου
(Chiou)
Chios
τῇ
(te)
op de
δὲ
(de)
nu
ἑτέρᾳ
(hetera)
andere
παρεβάλομεν
(parebalomen)
staken wij over
εἰς
(eis)
naar
Σάμον
(Samon)
Samos
τῇ
(te)
op de
δὲ
(de)
nu
ἐχομένῃ
(echomene)
daaropvolgende
ἤλθομεν
(elthomen)
kwamen wij
εἰς
(eis)
in
Μίλητον
(Mileton)
Milete
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Chios: Chios is een eiland in de Egeïsche Zee, voor de kust van Turkije.

Zie Samos: Samos is een eiland in de Egeïsche Zee, vlak voor de kust van Turkije, tegenover Milete.

Zie Milete: Milete lag aan de westkust van Turkije, ongeveer 50 km ten zuiden van Efeze.

Daar nam Paulus afscheid van de oudsten van Efeze.

16Paulus had namelijk besloten Efeze voorbij te varen, om in Asia geen tijd te verliezen. Hij haastte zich, want hij wilde, als het mogelijk was, op de dag van Pinksteren in Jeruzalem zijn.
κεκρίκει
(kekrikei)
had besloten
γὰρ
(gar)
want
ὁ
(ho)
de
Παῦλος
(Paulos)
Paulus
παραπλεῦσαι
(parapleusai)
voorbij te varen
τὴν
(ten)
de
Ἔφεσον
(Epheson)
Efeze
ὅπως
(hopos)
opdat
μὴ
(me)
niet
γένηται
(genetai)
zou gebeuren
αὐτῷ
(auto)
aan hem
χρονοτριβῆσαι
(chronotribesai)
tijd te verliezen
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
de
Ἀσίᾳ
(Asia)
Asia
ἔσπευδεν
(espeuden)
haastte zich
γὰρ
(gar)
want
εἰ
(ei)
als
δυνατὸν
(dynaton)
mogelijk
εἴη
(eie)
zou zijn
αὐτῷ
(auto)
voor hem
τὴν
(ten)
de
ἡμέραν
(hemeran)
dag
τῆς
(tes)
van het
πεντηκοστῆς
(pentekostes)
Pinksteren
γενέσθαι
(genesthai)
te zijn
εἰς
(eis)
in
Ἱεροσόλυμα
(Hierosolyma)
Jeruzalem
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Efeze: Efeze lag aan de westkust van Turkije, bij het huidige Selçuk.

Het was de grootste stad van de Romeinse provincie Asia.

Zie Asia (Romeinse provincie; ongeveer): Asia was de Romeinse provincie in het westen van het huidige Turkije, met Efeze als belangrijkste stad.

De grenzen zijn bij benadering.

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

Uitleg

πεντηκοστή (pentekoste), ‘Pinksteren’: letterlijk ‘vijftigste (dag)’, het feest van de weken (Hebreeuws Shavuot), vijftig dagen na het Pesach (Lev. 23:15–16; Deut. 16:9–10).

Zie ook Hand. 2:1.

De afscheidsrede aan de ouderlingen van Efeze

17Vanuit Milete stuurde hij een bericht naar Efeze en liet de ouderlingen van de gemeente bij zich roepen.
Ἀπὸ
(Apo)
vanuit
δὲ
(de)
nu
τῆς
(tes)
de
Μιλήτου
(Miletou)
Milete
πέμψας
(pempsas)
gestuurd hebbend
εἰς
(eis)
naar
Ἔφεσον
(Epheson)
Efeze
μετεκαλέσατο
(metekalesato)
liet roepen
τοὺς
(tous)
de
πρεσβυτέρους
(presbyterous)
ouderlingen
τῆς
(tes)
van de
ἐκκλησίας
(ekklesias)
gemeente
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Milete: Milete lag aan de westkust van Turkije, ongeveer 50 km ten zuiden van Efeze.

Daar nam Paulus afscheid van de oudsten van Efeze.

Zie Efeze: Efeze lag aan de westkust van Turkije, bij het huidige Selçuk.

Het was de grootste stad van de Romeinse provincie Asia.

Uitleg

πρεσβύτεροι (presbyteroi), ‘ouderlingen’: de oudsten van de gemeente.

In vers 28 heten zij ἐπίσκοποι (episkopoi), ‘opzieners’.

Wij gebruiken voor elk Grieks woord een eigen Nederlands woord.

Zie ookHand 20:28
18Toen zij bij hem gekomen waren, zei hij tegen hen: „Jullie weten hoe ik vanaf de eerste dag dat ik Asia betrad, de hele tijd bij jullie ben geweest.
ὡς
(hos)
toen
δὲ
(de)
nu
παρεγένοντο
(paregenonto)
waren aangekomen
πρὸς
(pros)
bij
αὐτὸν
(auton)
hem
εἶπεν
(eipen)
zei
αὐτοῖς
(autois)
tegen hen
Ὑμεῖς
(Hymeis)
jullie
ἐπίστασθε
(epistasthe)
weten
ἀπὸ
(apo)
vanaf
πρώτης
(protes)
eerste
ἡμέρας
(hemeras)
dag
ἀφ’
(aph’)
vanaf
ἧς
(hes)
welke
ἐπέβην
(epeben)
betrad ik
εἰς
(eis)
naar
τὴν
(ten)
de
Ἀσίαν
(Asian)
Asia
πῶς
(pos)
hoe
μεθ’
(meth’)
met
ὑμῶν
(hymon)
jullie
τὸν
(ton)
de
πάντα
(panta)
hele
χρόνον
(chronon)
tijd
ἐγενόμην
(egenomen)
was ik
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Asia (Romeinse provincie; ongeveer): Asia was de Romeinse provincie in het westen van het huidige Turkije, met Efeze als belangrijkste stad.

De grenzen zijn bij benadering.

19Ik diende de Heer met alle nederigheid, onder tranen en beproevingen die mij overkwamen door de aanslagen van de Joden.
δουλεύων
(douleuon)
dienend
τῷ
(to)
de
κυρίῳ
(kyrio)
Heer
μετὰ
(meta)
met
πάσης
(pases)
alle
ταπεινοφροσύνης
(tapeinophrosynes)
nederigheid
καὶ
(kai)
en
δακρύων
(dakryon)
tranen
καὶ
(kai)
en
πειρασμῶν
(peirasmon)
beproevingen
τῶν
(ton)
die
συμβάντων
(symbanton)
overkwamen
μοι
(moi)
mij
ἐν
(en)
door
ταῖς
(tais)
de
ἐπιβουλαῖς
(epiboulais)
aanslagen
τῶν
(ton)
van de
Ἰουδαίων
(Ioudaion)
Joden
Bron: SBLGNT
Uitleg

δουλεύω (douleuo), ‘dienen’: van δοῦλος (doulos), ‘knecht’; het is het dienen van een knecht. κύριος (kyrios), ‘Heer’: zie 18:8. πειρασμός (peirasmos), ‘beproeving’: zoals in Luc. 22:28.

In het Grieks vormen de verzen 18–21 één lange zin; wij splitsen hem in korte zinnen.

Zie ookLuc 22:28
20Ik ben er niet voor teruggedeinsd jullie alles wat nuttig is te melden en te onderwijzen, in het openbaar en van huis tot huis.
ὡς
(hos)
hoe
οὐδὲν
(ouden)
niets
ὑπεστειλάμην
(hypesteilamen)
ben teruggedeinsd
τῶν
(ton)
van wat
συμφερόντων
(sympheronton)
nuttig is
τοῦ
(tou)
om
μὴ
(me)
niet
ἀναγγεῖλαι
(anangeilai)
te melden
ὑμῖν
(hymin)
aan jullie
καὶ
(kai)
en
διδάξαι
(didaxai)
te onderwijzen
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
δημοσίᾳ
(demosia)
in het openbaar
καὶ
(kai)
en
κατ’
(kat’)
per
οἴκους
(oikous)
huizen
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὑποστέλλομαι (hypostellomai), ‘terugdeinzen’: letterlijk ‘zich terugtrekken’.

Het Grieks zegt hier met twee ontkenningen ‘ik ben niet teruggedeinsd voor het niet-melden’; wij schrijven wat de zin bedoelt.

Het woord staat ook in vers 27. ἀναγγέλλω (anangello), ‘melden’; κατ’ οἴκους (kat’ oikous), letterlijk ‘per huis’.

Zie ookHand 20:27
21Ik getuigde zowel Joden als Grieken van de bekering tot Elohim en het geloof in onze Heer Yeshua.
διαμαρτυρόμενος
(diamartyromenos)
getuigend
Ἰουδαίοις
(Ioudaiois)
aan Joden
τε
(te)
zowel
καὶ
(kai)
en
Ἕλλησιν
(Hellesin)
Grieken
τὴν
(ten)
de
εἰς
(eis)
tot
θεὸν
(theon)
Elohim
μετάνοιαν
(metanoian)
bekering
καὶ
(kai)
en
πίστιν
(pistin)
geloof
εἰς
(eis)
in
τὸν
(ton)
de
κύριον
(kyrion)
Heer
ἡμῶν
(hemon)
van ons
Ἰησοῦν
(Iesoun)
Yeshua
Bron: SBLGNT
Uitleg

μετάνοια (metanoia), ‘bekering’: een verandering van denken. πίστις (pistis), ‘geloof’. διαμαρτύρομαι (diamartyromai), ‘getuigen’: zie 18:5.

22En nu, zie, ik ga, gebonden in de geest, naar Jeruzalem. Ik weet niet wat mij daar zal overkomen,
καὶ
(kai)
en
νῦν
(nyn)
nu
ἰδοὺ
(idou)
zie
δεδεμένος
(dedemenos)
gebonden
ἐγὼ
(ego)
ik
τῷ
(to)
in de
πνεύματι
(pneumati)
geest
πορεύομαι
(poreuomai)
ga
εἰς
(eis)
naar
Ἰερουσαλήμ
(Ierousalem)
Jeruzalem
τὰ
(ta)
wat
ἐν
(en)
in
αὐτῇ
(aute)
haar
συναντήσοντά
(synantesonta)
zal overkomen
μοι
(moi)
mij
μὴ
(me)
niet
εἰδώς
(eidos)
wetend
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

Uitleg

δεδεμένος τῷ πνεύματι (dedemenos to pneumati), ‘gebonden in de geest’: het Grieks laat open of de eigen geest van Paulus of de Heilige Geest bedoeld is (zie ook 19:21 en vers 23).

Zie ookHand 20:23
23behalve dat de Heilige Geest in elke stad aan mij getuigt en zegt dat boeien en verdrukkingen op mij wachten.
πλὴν
(plen)
behalve
ὅτι
(hoti)
dat
τὸ
(to)
de
πνεῦμα
(pneuma)
Geest
τὸ
(to)
de
ἅγιον
(hagion)
heilige
κατὰ
(kata)
per
πόλιν
(polin)
stad
διαμαρτύρεταί
(diamartyretai)
getuigt
μοι
(moi)
aan mij
λέγον
(legon)
zeggend
ὅτι
(hoti)
dat
δεσμὰ
(desma)
boeien
καὶ
(kai)
en
θλίψεις
(thlipseis)
verdrukkingen
με
(me)
mij
μένουσιν
(menousin)
wachten
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het Grieks heeft ὅτι (‘dat’) en spreekt in de ik-vorm (‘op mij’); daarom staan de woorden van de Heilige Geest hier in de indirecte rede.

Wij schrijven ze zwart, zonder aanhalingstekens (zoals in 11:12 en 21:4); alleen de rechtstreekse rede van de Geest is rood (bijvoorbeeld 21:11). δεσμά (desma), ‘boeien’; θλίψις (thlipsis), ‘verdrukking’.

Zie ook Hand. 21:11.

Zie ookHand 21:11
24Maar mijn leven is mij niets waard, als ik maar mijn wedloop kan voltooien. Ook de dienst die ik van de Heer Yeshua heb ontvangen, wil ik voltooien: te getuigen van de goede boodschap van de genade van Elohim.
ἀλλ’
(all’)
maar
οὐδενὸς
(oudenos)
niets
λόγου
(logou)
woord
ποιοῦμαι
(poioumai)
maak ik
τὴν
(ten)
het
ψυχὴν
(psychen)
leven
τιμίαν
(timian)
kostbaar
ἐμαυτῷ
(emauto)
voor mijzelf
ὡς
(hos)
als
τελειῶσαι
(teleiosai)
te voltooien
τὸν
(ton)
de
δρόμον
(dromon)
wedloop
μου
(mou)
mijn
καὶ
(kai)
en
τὴν
(ten)
de
διακονίαν
(diakonian)
dienst
ἣν
(hen)
die
ἔλαβον
(elabon)
ontving ik
παρὰ
(para)
van
τοῦ
(tou)
de
κυρίου
(kyriou)
Heer
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
διαμαρτύρασθαι
(diamartyrasthai)
te getuigen
τὸ
(to)
de
εὐαγγέλιον
(euangelion)
goede boodschap
τῆς
(tes)
van de
χάριτος
(charitos)
genade
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
Bron: SBLGNT
Uitleg

ψυχή (psyche), ‘leven’: ook ‘ziel’. δρόμος (dromos), ‘wedloop’: het beeld van een renbaan. διακονία (diakonia), ‘dienst’.

Het Grieks heeft één lange zin; wij splitsen en herhalen ‘voltooien’.

Lezing

In sommige latere handschriften staat bij ‘mijn wedloop’ de toevoeging ‘met vreugde’.

Wij volgen de SBLGNT.

Vergelijk 2 Tim. 4:7.

Zie ook2 Tim 4:7
25En nu, zie, ik weet dat jullie allen, onder wie ik rondgegaan ben om het koninkrijk te verkondigen, mijn gezicht niet meer zullen zien.
Καὶ
(Kai)
en
νῦν
(nyn)
nu
ἰδοὺ
(idou)
zie
ἐγὼ
(ego)
ik
οἶδα
(oida)
weet
ὅτι
(hoti)
dat
οὐκέτι
(ouketi)
niet meer
ὄψεσθε
(opsesthe)
zullen zien
τὸ
(to)
het
πρόσωπόν
(prosopon)
gezicht
μου
(mou)
mijn
ὑμεῖς
(hymeis)
jullie
πάντες
(pantes)
allen
ἐν
(en)
onder
οἷς
(hois)
wie
διῆλθον
(dielthon)
ging ik rond
κηρύσσων
(kerysson)
verkondigend
τὴν
(ten)
het
βασιλείαν
(basileian)
koninkrijk
Bron: SBLGNT
Uitleg

βασιλεία (basileia), ‘koninkrijk’: het Grieks heeft hier geen ‘van Elohim’ (zie 19:8).

26Daarom betuig ik jullie vandaag dat ik rein ben van het bloed van allen,
διότι
(dioti)
daarom
μαρτύρομαι
(martyromai)
betuig ik
ὑμῖν
(hymin)
aan jullie
ἐν
(en)
op
τῇ
(te)
de
σήμερον
(semeron)
vandaag
ἡμέρᾳ
(hemera)
dag
ὅτι
(hoti)
dat
καθαρός
(katharos)
rein
εἰμι
(eimi)
ben ik
ἀπὸ
(apo)
van
τοῦ
(tou)
het
αἵματος
(haimatos)
bloed
πάντων
(panton)
van allen
Bron: SBLGNT
Uitleg

καθαρός ἀπὸ τοῦ αἵματος (katharos apo tou haimatos), ‘rein van het bloed’: niet schuldig aan het verderf van anderen; vergelijk 18:6 en Ezech. 33:1–9.

27want ik ben er niet voor teruggedeinsd jullie het hele plan van Elohim te melden.
οὐ
(ou)
niet
γὰρ
(gar)
want
ὑπεστειλάμην
(hypesteilamen)
ben teruggedeinsd
τοῦ
(tou)
om
μὴ
(me)
niet
ἀναγγεῖλαι
(anangeilai)
te melden
πᾶσαν
(pasan)
hele
τὴν
(ten)
het
βουλὴν
(boulen)
plan
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
ὑμῖν
(hymin)
aan jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg

βουλή (boule), ‘plan’: zoals in Luc. 7:30; het woord kan ook ‘raad’ of ‘wil’ betekenen.

Zie ookLuc 7:30
28Let op jullie zelf en op heel de kudde, waarover de Heilige Geest jullie als opzieners heeft aangesteld om de gemeente van Elohim te hoeden. Die heeft Hij verworven door Zijn eigen bloed.
προσέχετε
(prosechete)
let op
ἑαυτοῖς
(heautois)
jullie zelf
καὶ
(kai)
en
παντὶ
(panti)
op heel
τῷ
(to)
de
ποιμνίῳ
(poimnio)
kudde
ἐν
(en)
in
ᾧ
(ho)
welke
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
τὸ
(to)
de
πνεῦμα
(pneuma)
Geest
τὸ
(to)
de
ἅγιον
(hagion)
heilige
ἔθετο
(etheto)
stelde aan
ἐπισκόπους
(episkopous)
opzieners
ποιμαίνειν
(poimainein)
te hoeden
τὴν
(ten)
de
ἐκκλησίαν
(ekklesian)
gemeente
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
ἣν
(hen)
die
περιεποιήσατο
(periepoiesato)
verwierf
διὰ
(dia)
door
τοῦ
(tou)
het
αἵματος
(haimatos)
bloed
τοῦ
(tou)
van het
ἰδίου
(idiou)
eigene
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐπίσκοπος (episkopos), ‘opziener’: iemand die toezicht houdt; in vers 17 heten dezelfde mensen ‘ouderlingen’. ποιμαίνω (poimaino), ‘hoeden’: een kudde hoeden, zoals een herder; vergelijk Ezech. 34:2. περιποιέομαι (peripoieomai), ‘verwerven’: vergelijk Ps. 74:2 (‘Denk aan Uw gemeenschap, die U lang geleden hebt verworven’). τοῦ ἰδίου (tou idiou), ‘eigen’: het Grieks kan gelezen worden als ‘door Zijn eigen bloed’ of als ‘door het bloed van de Eigene’, dat wil zeggen Zijn eigen Zoon.

Wij schrijven ‘Zijn eigen bloed’.

Lezing

In sommige handschriften staat ‘de gemeente van de Heer’ in plaats van ‘de gemeente van Elohim’.

Wij volgen de SBLGNT.

29Ik weet dat na mijn vertrek woeste wolven bij jullie binnen zullen komen, die de kudde niet zullen sparen.
ἐγὼ
(ego)
ik
οἶδα
(oida)
weet
ὅτι
(hoti)
dat
εἰσελεύσονται
(eiseleusontai)
zullen binnenkomen
μετὰ
(meta)
na
τὴν
(ten)
het
ἄφιξίν
(aphixin)
vertrek
μου
(mou)
mijn
λύκοι
(lykoi)
wolven
βαρεῖς
(bareis)
woeste
εἰς
(eis)
bij
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
μὴ
(me)
niet
φειδόμενοι
(pheidomenoi)
sparend
τοῦ
(tou)
de
ποιμνίου
(poimniou)
kudde
Bron: SBLGNT
Uitleg

βαρύς (barys), ‘zwaar’: hier ‘woest, hard’. ἄφιξις (afixis), ‘vertrek’: het heengaan van Paulus.

30Ook uit jullie eigen kring zullen mannen opstaan die verdraaide dingen zeggen, om de leerlingen achter zich aan te trekken.
καὶ
(kai)
en
ἐξ
(ex)
uit
ὑμῶν
(hymon)
jullie
αὐτῶν
(auton)
zelf
ἀναστήσονται
(anastesontai)
zullen opstaan
ἄνδρες
(andres)
mannen
λαλοῦντες
(lalountes)
sprekend
διεστραμμένα
(diestrammena)
verdraaide dingen
τοῦ
(tou)
om
ἀποσπᾶν
(apospan)
af te trekken
τοὺς
(tous)
de
μαθητὰς
(mathetas)
leerlingen
ὀπίσω
(opiso)
achter
ἑαυτῶν
(heauton)
zichzelf
Bron: SBLGNT
31Waak daarom en denk eraan dat ik drie jaar lang, nacht en dag, niet ben opgehouden ieder van jullie onder tranen te waarschuwen.
διὸ
(dio)
daarom
γρηγορεῖτε
(gregoreite)
waakt
μνημονεύοντες
(mnemoneuontes)
denkend aan
ὅτι
(hoti)
dat
τριετίαν
(trietian)
drie jaar
νύκτα
(nykta)
nacht
καὶ
(kai)
en
ἡμέραν
(hemeran)
dag
οὐκ
(ouk)
niet
ἐπαυσάμην
(epausamen)
ben opgehouden
μετὰ
(meta)
met
δακρύων
(dakryon)
tranen
νουθετῶν
(noutheton)
waarschuwend
ἕνα
(hena)
één
ἕκαστον
(hekaston)
ieder
Bron: SBLGNT
Uitleg

νουθετέω (noutheteo), ‘waarschuwen’: ook ‘vermanen’ of ‘terechtwijzen’. τριετία (trietia), ‘drie jaar’: een periode van ongeveer drie jaar; 19:8–10 noemt drie maanden en twee jaar.

32En nu vertrouw ik jullie toe aan Elohim en aan het woord van Zijn genade. Die is in staat op te bouwen en het erfdeel te geven onder allen die geheiligd zijn.
καὶ
(kai)
en
τὰ
(ta)
(de)
νῦν
(nyn)
nu
παρατίθεμαι
(paratithemai)
vertrouw ik toe
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
τῷ
(to)
aan de
θεῷ
(theo)
Elohim
καὶ
(kai)
en
τῷ
(to)
aan het
λόγῳ
(logo)
woord
τῆς
(tes)
van de
χάριτος
(charitos)
genade
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
τῷ
(to)
die
δυναμένῳ
(dynameno)
in staat is
οἰκοδομῆσαι
(oikodomesai)
op te bouwen
καὶ
(kai)
en
δοῦναι
(dounai)
te geven
τὴν
(ten)
het
κληρονομίαν
(kleronomian)
erfdeel
ἐν
(en)
onder
τοῖς
(tois)
de
ἡγιασμένοις
(hegiasmenois)
geheiligden
πᾶσιν
(pasin)
allen
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het Grieks laat open of ‘die in staat is’ (τῷ δυναμένῳ) Elohim of het woord van Zijn genade is. κληρονομία (kleronomia), ‘erfdeel’.

33Naar zilver, goud of kleding van niemand heb ik verlangd.
ἀργυρίου
(argyriou)
zilver
ἢ
(e)
of
χρυσίου
(chrysiou)
goud
ἢ
(e)
of
ἱματισμοῦ
(himatismou)
kleding
οὐδενὸς
(oudenos)
van niemand
ἐπεθύμησα
(epethymesa)
verlangde ik
Bron: SBLGNT
34Jullie weten zelf dat deze handen hebben voorzien in mijn behoeften en in die van hen die bij mij waren.
αὐτοὶ
(autoi)
zelf
γινώσκετε
(ginoskete)
weten jullie
ὅτι
(hoti)
dat
ταῖς
(tais)
in de
χρείαις
(chreiais)
behoeften
μου
(mou)
mijn
καὶ
(kai)
en
τοῖς
(tois)
in de
οὖσι
(ousi)
zijnden
μετ’
(met’)
met
ἐμοῦ
(emou)
mij
ὑπηρέτησαν
(hyperetesan)
hebben gediend
αἱ
(hai)
de
χεῖρες
(cheires)
handen
αὗται
(hautai)
deze
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὑπηρετέω (hyperetee), ‘voorzien in’: letterlijk ‘dienen’.

Paulus werkte met zijn handen; zie 18:3.

35In alles heb ik jullie laten zien dat men zo, door hard te werken, de zwakken moet bijstaan. Men moet ook denken aan de woorden van de Heer Yeshua, want Hijzelf heeft gezegd: ‘Gelukkiger is het te geven dan te ontvangen.’”
πάντα
(panta)
alles
ὑπέδειξα
(hypedeixa)
heb ik laten zien
ὑμῖν
(hymin)
aan jullie
ὅτι
(hoti)
dat
οὕτως
(houtos)
zo
κοπιῶντας
(kopiontas)
hard werkend
δεῖ
(dei)
moet men
ἀντιλαμβάνεσθαι
(antilambanesthai)
bijstaan
τῶν
(ton)
de
ἀσθενούντων
(asthenounton)
zwakken
μνημονεύειν
(mnemoneuein)
denken aan
τε
(te)
en
τῶν
(ton)
de
λόγων
(logon)
woorden
τοῦ
(tou)
van de
κυρίου
(kyriou)
Heer
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
ὅτι
(hoti)
dat
αὐτὸς
(autos)
Hijzelf
εἶπεν
(eipen)
zei
Μακάριόν
(Makarion)
gelukkig
ἐστιν
(estin)
is
μᾶλλον
(mallon)
meer
διδόναι
(didonai)
te geven
ἢ
(e)
dan
λαμβάνειν
(lambanein)
te ontvangen
Bron: SBLGNT
Uitleg

Deze uitspraak van Yeshua staat niet in de evangeliën; Paulus noemt haar een woord van de Heer. μακάριος (makarios), ‘gelukkig’: zoals in Matt. 5:3.

Wij zetten het woord van Yeshua rood.

Zie ookMat 5:3

Het afscheid

36Nadat hij dit gezegd had, knielde hij neer en bad met hen allen.
Καὶ
(Kai)
en
ταῦτα
(tauta)
deze dingen
εἰπὼν
(eipon)
gezegd hebbend
θεὶς
(theis)
gezet hebbend
τὰ
(ta)
de
γόνατα
(gonata)
knieën
αὐτοῦ
(autou)
zijn
σὺν
(syn)
met
πᾶσιν
(pasin)
allen
αὐτοῖς
(autois)
hen
προσηύξατο
(proseyxato)
bad
Bron: SBLGNT
37Er ontstond veel geween bij allen. Zij vielen Paulus om de hals en kusten hem.
ἱκανὸς
(hikanos)
aanzienlijk
δὲ
(de)
nu
κλαυθμὸς
(klauthmos)
geween
ἐγένετο
(egeneto)
ontstond
πάντων
(panton)
van allen
καὶ
(kai)
en
ἐπιπεσόντες
(epipesontes)
gevallen zijnde
ἐπὶ
(epi)
op
τὸν
(ton)
de
τράχηλον
(trachelon)
hals
τοῦ
(tou)
van de
Παύλου
(Paulou)
Paulus
κατεφίλουν
(katephiloun)
kusten
αὐτόν
(auton)
hem
Bron: SBLGNT
38Het meest bedroefden zij zich om het woord dat hij gesproken had: dat zij zijn gezicht niet meer zouden zien. Zij begeleidden hem naar het schip.
ὀδυνώμενοι
(odynomenoi)
bedroefd zijnde
μάλιστα
(malista)
vooral
ἐπὶ
(epi)
over
τῷ
(to)
het
λόγῳ
(logo)
woord
ᾧ
(ho)
dat
εἰρήκει
(eirekei)
had gezegd
ὅτι
(hoti)
dat
οὐκέτι
(ouketi)
niet meer
μέλλουσιν
(mellousin)
zij zouden
τὸ
(to)
het
πρόσωπον
(prosopon)
gezicht
αὐτοῦ
(autou)
zijn
θεωρεῖν
(theorein)
zien
προέπεμπον
(proepempon)
begeleidden
δὲ
(de)
nu
αὐτὸν
(auton)
hem
εἰς
(eis)
naar
τὸ
(to)
het
πλοῖον
(ploion)
schip
Bron: SBLGNT