Hebreeën 9
De eerste tent en de dienst van de hogepriester, het bloed van de Messias en het eenmalige offer
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
De eerste tent en haar dienst
Het Grieks heeft hier ‘het eerste’ zonder zelfstandig naamwoord.
Vers 2 noemt ‘de eerste tent’; vers 15 en 18 spreken van ‘het eerste verbond’.
Wij vullen ‘verbond’ aan, zoals in 8:7 en 8:13. δικαίωμα (dikaioma), ‘voorschrift’: wat als recht is vastgesteld. λατρεία (latreia), ‘eredienst’: de dienst voor Elohim. κοσμικός (kosmikos), ‘van deze wereld’: aards, tegenover het hemelse van 8:5. τὸ ἅγιον (to hagion), ‘het heiligdom’.
De SBLGNT markeert bij οὖν (oun), ‘dus’, een variant.
Wij volgen de SBLGNT.
σκηνή (skene), ‘tent’: de tabernakel; ‘de eerste tent’ is het voorste vertrek, zoals vers 6 laat zien. λυχνία (lychnia), ‘kandelaar’. πρόθεσις τῶν ἄρτων (prothesis ton arton), ‘de uitstalling van de broden’: het toonbrood, in ons OT ‘toonbrood’, Hebreeuws ‘brood van het aangezicht’. Ἅγια (Hagia), ‘het Heilige’: de naam van dit vertrek, zoals in Exod. 26:33.
Zie ook Exod. 25:23–40; Exod. 26:33; Lev. 24:5–9.
καταπέτασμα (katapetasma), ‘voorhang’: ‘de tweede voorhang’ scheidt het Heilige van het Heilige der heiligen. Ἅγια Ἁγίων (Hagia Hagion), ‘het Heilige der heiligen’: Hebreeuws qodesh haqodashim; zie Exod. 26:33–34.
Zie ook Exod. 26:31–35.
De SBLGNT markeert bij Ἅγια Ἁγίων (Hagia Hagion), ‘Heilige der heiligen’, een variant.
Wij volgen de SBLGNT.
θυμιατήριον (thymiaterion), ‘wierookaltaar’: het Griekse woord kan ook ‘wierookvat’ betekenen.
Volgens Exod. 30:6 stond het wierookaltaar vóór de voorhang; hier staat het bij het tweede vertrek.
Wij vertalen ‘wierookaltaar’ en laten de plaatsing zoals het Grieks heeft.
Over de kruik met manna zie Exod. 16:33–34, over de staf van Aäron Num. 17:23 en 17:25 (Hebreeuwse telling; NL 17:8 en 17:10), over de tafelen Deut. 10:2–5. 1 Kon. 8:9 zegt dat er in de ark alleen de twee tafelen waren; het Grieks noemt meer dingen ‘in welke’, dat wil zeggen bij de ark. βλαστάνω (blastano), ‘uitbotten’.
Zie ook Exod. 25:10–22; Exod. 30:1–10; Exod. 16:33; Num. 17:23; Deut. 10:2; 1 Kon. 8:9.
Χερουβίν (Cheroubin), ‘cherubs’: de gouden beelden op de ark. δόξα (doxa), ‘heerlijkheid’: ‘cherubs van de heerlijkheid’, bij het verzoendeksel waar Elohim zich laat vinden. κατασκιάζω (kataskiazo), ‘overschaduwen’. ἱλαστήριον (hilasterion), ‘verzoendeksel’: Hebreeuws כַּפֹּרֶת (kapporet), het deksel op de ark; wij houden de weergave van onze OT-bestanden.
In Rom. 3:25 staat hetzelfde Griekse woord, daar vertaald als ‘verzoeningsplaats’. κατὰ μέρος (kata meros), ‘stuk voor stuk’: de schrijver wil nu niet op de afzonderlijke onderdelen ingaan.
Zie ook Exod. 25:17–22; Lev. 16:2; Rom. 3:25.
ἐπιτελέω (epiteleo), ‘verrichten, uitvoeren’: hetzelfde werkwoord als in 8:5, waar het ‘voltooien’ is. διὰ παντός (dia pantos), ‘voortdurend’: dag na dag.
‘De eerste tent’ is hier het voorste vertrek; de priesters verzorgen er de kandelaar, het toonbrood en de wierook.
Zie ook Exod. 30:7–8; Num. 28:3; Lev. 24:8.
ἅπαξ (hapax), ‘eenmaal’: de grote verzoendag; zie Lev. 16:34. ἀγνόημα (agnoema), ‘zonde uit onwetendheid’, letterlijk ‘onwetendheid’: zonden die per vergissing begaan zijn; zie Lev. 4:2 (‘bij vergissing’).
Op de verzoendag brengt de hogepriester het bloed binnen de voorhang, voor zichzelf en voor het volk (Lev. 16:11–15).
Zie ook Lev. 16:2; Lev. 16:11–15; Lev. 16:34; Hebr. 5:3; Hebr. 7:27.
δηλόω (deloo), ‘aantonen, duidelijk maken’.
Dat de Heilige Geest dit laat zien, betekent dat de inrichting van de tent zelf iets zegt: zolang het voorste vertrek bestaat als toegang, is de weg naar het heiligdom nog niet zichtbaar gemaakt. στάσις (stasis), ‘staan, bestaan’: de eerste tent ‘heeft nog een staan’, dat wil zeggen: zij staat er nog.
Het Grieks zegt niet of ‘de eerste tent’ hier het voorste vertrek is of de hele eerste ordening; wij vertalen letterlijk.
Zie ook Hebr. 10:19–20.
παραβολή (parabole), ‘beeldspraak’: een voorbeeld dat naar iets anders wijst; zo ook 11:19. ἐνεστηκώς (enestekos), ‘aanwezig, tegenwoordig’: de tijd waarin de brief geschreven wordt. συνείδησις (syneidesis), ‘geweten’. τελειόω (teleioo), ‘volmaken’: ook ‘tot het doel brengen’; zo ook 7:19, 10:1, 10:14, 11:40. λατρεύων (latreuon), ‘degene die dient’: wie de eredienst verricht, de aanbidder.
De SBLGNT markeert bij ἣν (hen), ‘welke’, een variant.
Wij volgen de SBLGNT.
βαπτισμός (baptismos), ‘wassing’: een onderdompeling of afwassing om rein te worden; zie Lev. 11:32 en Num. 19:7–8, 19. δικαίωμα (dikaioma), ‘voorschrift’, zoals in vers 1. σαρκός (sarkos), ‘van het vlees’: wat uiterlijk is, tegenover het geweten van vers 9. διόρθωσις (diorthosis), ‘herstel, rechtzetting’: het woord komt in de brief alleen hier voor; letterlijk ‘recht zetten’.
Het Grieks zegt niet wanneer die tijd komt; zie vers 11 en 26.
Zie ook Lev. 11:32; Num. 19:7–8.
De SBLGNT markeert bij δικαιώματα (dikaiomata), ‘voorschriften’, een variant.
Wij volgen de SBLGNT.
Het bloed van de Messias
De verzen 11–12 zijn in het Grieks één zin; het werkwoord εἰσῆλθεν (eiselthen), ‘is binnengegaan’, staat pas in vers 12.
Wij splitsen de zin en vullen in vers 11 ‘ging’ aan. διά (dia), ‘door’: ook ‘met behulp van’.
Het Grieks zegt niet met zoveel woorden wat ‘de grotere en volmaaktere tent’ is; vers 24 noemt als plaats van het binnengaan ‘de hemel zelf’. χειροποίητος (cheiropoietos), ‘met handen gemaakt’; κτίσις (ktisis), ‘schepping’.
Zie ook Hebr. 8:2; Hebr. 9:24.
De SBLGNT markeert bij γενομένων (genomenon), ‘gekomen’, een variant.
Wij volgen de SBLGNT.
Vervolg van de zin uit vers 11. ἐφάπαξ (efapax), ‘eens voor altijd’: sterker dan ἅπαξ in vers 7; zo ook 7:27 en 10:10. τὰ ἅγια (ta hagia), ‘het heiligdom’, zoals in 8:2. μόσχος (moschos), ‘kalf, jong rund’; Lev. 16:3 en 16:5 noemen voor de verzoendag een jonge stier, geitenbokken en rammen. λύτρωσις (lytrosis), ‘loskoping’: verwant met ἀπολύτρωσις in vers 15; het woord is verwant met λύτρον (lytron), ‘losgeld’. εὑράμενος (heuramenos), ‘verkregen hebbend’: van εὑρίσκω, ‘vinden’.
Zie ook Lev. 16:3; Lev. 16:14–15.
Het bloed van bokken en stieren: zie Lev. 16:14–15.
De as van een vaars (δάμαλις, damalis): de rode koe van Num. 19:2–10 en de besprenkeling in Num. 19:17–19. ῥαντίζω (rantizo), ‘besprenkelen’. κοινόω (koinoo), ‘onrein maken, gewoon (gemeen) maken’: wie onrein geworden is door aanraking van een dode. ἁγιάζω (hagiazo), ‘heiligen’: afzonderen voor Elohim, toewijden.
Hier gaat het om de reinheid van het vlees (καθαρότης, katharotes), de uiterlijke reinheid.
De zin loopt door in vers 14.
Zie ook Lev. 16:14–15; Num. 19:2–10; Num. 19:17–19.
De SBLGNT markeert bij τράγων … ταύρων (tragon … tauron), ‘van bokken … van stieren’, een variant.
Wij volgen de SBLGNT.
ἄμωμος (amomos), ‘smetteloos, zonder gebrek’: het woord voor een offerdier zonder gebrek, zoals in Lev. 1:3. διὰ πνεύματος αἰωνίου (dia pneumatos aioniou), ‘door eeuwige Geest’: het Grieks heeft geen lidwoord; wij schrijven ‘Geest’ met een hoofdletter, de Geest van Elohim.
Het kan ook de eigen geest van de Messias bedoelen. νεκρὰ ἔργα (nekra erga), ‘dode werken’: zoals in 6:1. λατρεύω (latreuo), ‘dienen’.
‘De levende Elohim’ staat ook in 3:12, 10:31 en 12:22.
Zie ook Lev. 1:3; Hebr. 6:1; Hebr. 10:22; 1 Petr. 1:19.
De SBLGNT markeert bij ἡμῶν (hemon), ‘ons’, een variant.
Wij volgen de SBLGNT.
Het nieuwe verbond en de dood
μεσίτης (mesites), ‘bemiddelaar’: zoals in 8:6 en 12:24. ἀπολύτρωσις (apolytrosis), ‘loskoping’. παράβασις (parabasis), ‘overtreding’: het overschrijden van een gebod; ‘onder het eerste verbond’ zijn de overtredingen die onder het eerste verbond begaan zijn. κεκλημένοι (keklemenoi), ‘de geroepenen’. κληρονομία (kleronomia), ‘erfenis’.
De Griekse zin gebruikt hier het werkwoord ‘gebeuren’ bij ‘dood’ (θανάτου γενομένου); wij vertalen ‘er is een dood gebeurd’.
Zie ook Hebr. 3:1; Hebr. 8:6; Hebr. 12:24.
διαθήκη (diatheke) is in heel de brief ‘verbond’, de Griekse weergave van het Hebreeuwse בְּרִית (berit).
In het gewone Griekse taalgebruik betekent het woord ook ‘testament’: een beschikking die pas geldt na de dood van wie haar opstelt.
In de verzen 16–17 speelt die tweede betekenis mee.
Wij houden ‘verbond’, omdat het ook in Israël bij een verbond om een dood ging (dieren werden gedood: Gen. 15:9–10, 17; Exod. 24:5–8), en vertalen διαθέμενος (diathemenos) als ‘degene die het verbond sluit’. φέρεσθαι (feresthai), ‘aangetoond worden’: ook ‘aangebracht, vastgesteld worden’.
Zie ook Gen. 15:9–10; Exod. 24:5–8; Gal. 3:15.
βέβαιος (bebaios), ‘vast, geldig’. ἰσχύω (ischyo), ‘van kracht zijn’. ἐπεὶ μήποτε (epei mepote), ‘aangezien nooit’: wij lezen het als een bewering.
Het Grieks kan ook als vraag gelezen worden: ‘is het soms nooit van kracht zolang hij leeft?’
Zie bij vers 16 het woord διαθήκη.
De SBLGNT markeert bij μήποτε (mepote), ‘nooit’, een variant.
Wij volgen de SBLGNT.
ἐγκαινίζω (enkainizo), ‘inwijden’: voor het eerst in gebruik nemen; het werkwoord staat ook in 10:20, waar de nieuwe weg ‘ingewijd’ is.
‘Het eerste’ is het eerste verbond; het Grieks laat het zelfstandig naamwoord weg, zoals in vers 1.
Zie ook Exod. 24:5–8; Hebr. 10:20.
Het verhaal van Exod. 24:3–8, met enkele toevoegingen.
Exod. 24:5–8 noemt het bloed van stieren (hier ‘kalveren’), dat op het altaar en over het volk gesprenkeld wordt; het boek van het verbond wordt voorgelezen (24:7) en niet besprenkeld.
Water, scharlakenrode wol (ons Hebreeuws noemt bij reinigingen ‘karmozijnrood garen’) en hysop staan bij andere reinigingen: Lev. 14:4–6 en Num. 19:6, 18.
Het Grieks voegt die onderdelen hier samen. ὕσσωπος (hyssopos), ‘hysop’. ῥαντίζω (rantizo), ‘besprenkelen’.
Zie ook Exod. 24:3–8; Lev. 14:4–6; Num. 19:6; Num. 19:18.
De SBLGNT markeert bij τὸν (ton), ‘het’, en bij μόσχων (moschon), ‘kalveren’, een variant.
Wij volgen de SBLGNT.
Aanhaling van Exod. 24:8 (zelfde telling in de app).
Ons Hebreeuws heeft: ‘Zie, het bloed van het verbond dat Yahweh met jullie gesloten heeft op grond van al deze woorden’.
De Griekse tekst heeft ‘Dit is het bloed van het verbond dat Elohim jullie geboden heeft’: ‘Dit is’ in plaats van ‘Zie’, ‘Elohim’ in plaats van ‘Yahweh’ en ‘geboden’ in plaats van ‘gesloten’. ἐντέλλομαι (entellomai), ‘gebieden, opdragen’.
Mozes spreekt hier: het citaat staat zwart.
Zie ook Exod. 24:8; Matt. 26:28; Mark. 14:24.
σκεῦος (skeuos), ‘voorwerp’; λειτουργία (leitourgia), ‘dienst’.
In ons OT zalft Mozes de tabernakel met olie (Exod. 40:9–11) en doet hij bloed op het altaar (Lev. 8:15); op de verzoendag wordt het heiligdom met bloed besprenkeld (Lev. 16:14–19); Num. 19:18 noemt een besprenkeling van de tent en alle vaten met reinigingswater.
Het Grieks zegt dat Mozes de tent en de voorwerpen met bloed besprenkelde.
Zie ook Exod. 40:9–11; Lev. 8:15; Lev. 16:14–19; Num. 19:18.
Zie Lev. 17:11: ‘het leven van het vlees is in het bloed … het is het bloed dat door het leven verzoening doet’.
‘Bijna alles’ (σχεδόν, schedon): sommige dingen werden zonder bloed gereinigd, zoals met vuur en water (Num. 31:22–24) of met meel (Lev. 5:11–13). ἄφεσις (afesis), ‘vergeving’: ook ‘kwijtschelding’. αἱματεκχυσία (haimatekchysia), ‘bloedvergieten’: het uitstorten van bloed; dit woord staat in de brief alleen hier.
Zie ook Lev. 17:11; Lev. 5:11–13; Num. 31:22–24.
Eenmaal aangeboden
ὑπόδειγμα (hypodeigma), ‘afbeelding’: zoals in 8:5.
‘Hiermee’ slaat terug op bloed en reiniging van de verzen 19–22.
Het Grieks zegt niet wat er in de hemel gereinigd wordt; wij vertalen letterlijk. θυσίαι (thysiai), ‘offers’, staat in het meervoud, hoewel het offer van de Messias één offer is (vers 28; 10:12).
Zie ook Hebr. 8:5; Hebr. 10:12.
χειροποίητος (cheiropoietos), ‘met handen gemaakt’. ἀντίτυπος (antitypos), ‘afbeelding’: letterlijk ‘tegenhanger’; het aardse heiligdom is de afbeelding van het ware. ἐμφανίζω (emfanizo), ‘verschijnen, zichtbaar worden’.
Wij zetten ‘heiligdom’ in het enkelvoud, omdat het Griekse meervoud τὰ ἅγια (ta hagia) het heiligdom zelf aanduidt, zoals in 8:2.
Zie ook Hebr. 8:2; Hebr. 9:11; Hebr. 7:25.
De SBLGNT markeert bij εἰσῆλθεν … ἅγια (eiselthen … hagia), ‘is binnengegaan … heiligdom’, een variant.
Wij volgen de SBLGNT.
ἀλλότριος (allotrios), ‘van een ander’: het bloed van dieren, niet het eigen bloed van de hogepriester.
De hogepriester gaat ‘elk jaar’ binnen (vers 7; Lev. 16:34). προσφέρω (prosfero), ‘aanbieden’: de Messias biedt Zichzelf eenmaal aan (vers 14, 28).
Zie ook Lev. 16:2–3; Lev. 16:34.
καταβολή (katabole), ‘grondlegging’: het leggen van de fundamenten van de wereld. συντέλεια τῶν αἰώνων (synteleia ton aionon), ‘voleinding van de eeuwen’: het einde van de tijdperken; wij houden het letterlijk. ἀθέτησις (athetesis), ‘opheffing, ongeldigverklaring’. πεφανέρωται (pefanerotai), ‘is verschenen, is openbaar geworden’.
Zie ook Hebr. 1:2; Hebr. 10:10; 1 Petr. 1:20.
De SBLGNT markeert bij νυνί (nuni), ‘nu’, en bij ἁμαρτίας (hamartias), ‘zonde’, een variant.
Wij volgen de SBLGNT.
ἀπόκειται (apokeitai), ‘is weggelegd’: het ligt voor de mensen klaar. κρίσις (krisis), ‘oordeel’.
De zin gaat door in vers 28 met ‘zo ook de Messias’.
Zie ook Hebr. 9:28.
ἀναφέρω (anafero), ‘dragen, op zich nemen’: ook ‘opdragen’ als offer.
Het woord herinnert aan Jes. 53:12: ‘Hij heeft de zonde van velen gedragen’. ἐκ δευτέρου (ek deuterou), ‘voor de tweede keer’.
‘Zonder zonde’: Hij komt niet meer om zonde te dragen. ἀπεκδέχομαι (apekdechomai), ‘verwachtingsvol afwachten’: zoals in Rom. 8:23 en 8:25.
Zie ook Jes. 53:12; Rom. 8:23; Rom. 8:25; 1 Petr. 2:24; 1 Petr. 3:18.