Elohim Bijbel

Hebreeën 9

12345678910111213

De eerste tent en de dienst van de hogepriester, het bloed van de Messias en het eenmalige offer

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

De eerste tent en haar dienst

1Het eerste verbond had dus wel voorschriften voor de eredienst en een heiligdom van deze wereld.
Εἶχε
(Eiche)
had
μὲν
(men)
wel
οὖν
(oun)
dus
ἡ
(he)
het
πρώτη
(prote)
eerste
δικαιώματα
(dikaiomata)
voorschriften
λατρείας
(latreias)
van eredienst
τό
(to)
het
τε
(te)
en
ἅγιον
(hagion)
heiligdom
κοσμικόν
(kosmikon)
van deze wereld
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het Grieks heeft hier ‘het eerste’ zonder zelfstandig naamwoord.

Vers 2 noemt ‘de eerste tent’; vers 15 en 18 spreken van ‘het eerste verbond’.

Wij vullen ‘verbond’ aan, zoals in 8:7 en 8:13. δικαίωμα (dikaioma), ‘voorschrift’: wat als recht is vastgesteld. λατρεία (latreia), ‘eredienst’: de dienst voor Elohim. κοσμικός (kosmikos), ‘van deze wereld’: aards, tegenover het hemelse van 8:5. τὸ ἅγιον (to hagion), ‘het heiligdom’.

Lezing

De SBLGNT markeert bij οὖν (oun), ‘dus’, een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

2Er werd namelijk een tent ingericht, de eerste, waarin de kandelaar was, en de tafel en de uitstalling van de broden. Die wordt het Heilige genoemd.
σκηνὴ
(skene)
tent
γὰρ
(gar)
want
κατεσκευάσθη
(kateskeuasthe)
werd ingericht
ἡ
(he)
de
πρώτη
(prote)
eerste
ἐν
(en)
in
ᾗ
(he)
waarin
ἥ
(he)
de
τε
(te)
en
λυχνία
(lychnia)
kandelaar
καὶ
(kai)
en
ἡ
(he)
de
τράπεζα
(trapeza)
tafel
καὶ
(kai)
en
ἡ
(he)
de
πρόθεσις
(prothesis)
uitstalling
τῶν
(ton)
van de
ἄρτων
(arton)
broden
ἥτις
(hetis)
die
λέγεται
(legetai)
wordt genoemd
Ἅγια
(Hagia)
Heilige
Bron: SBLGNT
Uitleg

σκηνή (skene), ‘tent’: de tabernakel; ‘de eerste tent’ is het voorste vertrek, zoals vers 6 laat zien. λυχνία (lychnia), ‘kandelaar’. πρόθεσις τῶν ἄρτων (prothesis ton arton), ‘de uitstalling van de broden’: het toonbrood, in ons OT ‘toonbrood’, Hebreeuws ‘brood van het aangezicht’. Ἅγια (Hagia), ‘het Heilige’: de naam van dit vertrek, zoals in Exod. 26:33.

Zie ook Exod. 25:23–40; Exod. 26:33; Lev. 24:5–9.

3Achter de tweede voorhang was een tent die het Heilige der heiligen genoemd wordt.
μετὰ
(meta)
achter
δὲ
(de)
maar
τὸ
(to)
de
δεύτερον
(deuteron)
tweede
καταπέτασμα
(katapetasma)
voorhang
σκηνὴ
(skene)
tent
ἡ
(he)
de
λεγομένη
(legomene)
genoemd
Ἅγια
(Hagia)
Heilige
Ἁγίων
(Hagion)
der heiligen
Bron: SBLGNT
Uitleg

καταπέτασμα (katapetasma), ‘voorhang’: ‘de tweede voorhang’ scheidt het Heilige van het Heilige der heiligen. Ἅγια Ἁγίων (Hagia Hagion), ‘het Heilige der heiligen’: Hebreeuws qodesh haqodashim; zie Exod. 26:33–34.

Zie ook Exod. 26:31–35.

Lezing

De SBLGNT markeert bij Ἅγια Ἁγίων (Hagia Hagion), ‘Heilige der heiligen’, een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

4Die had een gouden wierookaltaar en de ark van het verbond, aan alle kanten met goud bedekt. Daarin waren een gouden kruik met het manna, de staf van Aäron die uitgebot had, en de tafelen van het verbond.
χρυσοῦν
(chrysoun)
gouden
ἔχουσα
(echousa)
hebbend
θυμιατήριον
(thymiaterion)
wierookaltaar
καὶ
(kai)
en
τὴν
(ten)
de
κιβωτὸν
(kiboton)
ark
τῆς
(tes)
van het
διαθήκης
(diathekes)
verbond
περικεκαλυμμένην
(perikekalymmenen)
bedekt
πάντοθεν
(pantothen)
van alle kanten
χρυσίῳ
(chrysio)
met goud
ἐν
(en)
in
ᾗ
(he)
waarin
στάμνος
(stamnos)
kruik
χρυσῆ
(chryse)
gouden
ἔχουσα
(echousa)
bevattend
τὸ
(to)
het
μάννα
(manna)
manna
καὶ
(kai)
en
ἡ
(he)
de
ῥάβδος
(rhabdos)
staf
Ἀαρὼν
(Aaron)
Aäron
ἡ
(he)
de
βλαστήσασα
(blastesasa)
die uitgebot had
καὶ
(kai)
en
αἱ
(hai)
de
πλάκες
(plakes)
tafelen
τῆς
(tes)
van het
διαθήκης
(diathekes)
verbond
Bron: SBLGNT
Uitleg

θυμιατήριον (thymiaterion), ‘wierookaltaar’: het Griekse woord kan ook ‘wierookvat’ betekenen.

Volgens Exod. 30:6 stond het wierookaltaar vóór de voorhang; hier staat het bij het tweede vertrek.

Wij vertalen ‘wierookaltaar’ en laten de plaatsing zoals het Grieks heeft.

Over de kruik met manna zie Exod. 16:33–34, over de staf van Aäron Num. 17:23 en 17:25 (Hebreeuwse telling; NL 17:8 en 17:10), over de tafelen Deut. 10:2–5. 1 Kon. 8:9 zegt dat er in de ark alleen de twee tafelen waren; het Grieks noemt meer dingen ‘in welke’, dat wil zeggen bij de ark. βλαστάνω (blastano), ‘uitbotten’.

Zie ook Exod. 25:10–22; Exod. 30:1–10; Exod. 16:33; Num. 17:23; Deut. 10:2; 1 Kon. 8:9.

5Boven de ark waren de cherubs van de heerlijkheid, die het verzoendeksel overschaduwden. Over deze dingen kunnen wij nu niet stuk voor stuk spreken.
ὑπεράνω
(hyperano)
boven
δὲ
(de)
maar
αὐτῆς
(autes)
haar
Χερουβὶν
(Cheroubin)
cherubs
δόξης
(doxes)
van de heerlijkheid
κατασκιάζοντα
(kataskiazonta)
overschaduwend
τὸ
(to)
het
ἱλαστήριον
(hilasterion)
verzoendeksel
περὶ
(peri)
over
ὧν
(hon)
welke
οὐκ
(ouk)
niet
ἔστιν
(estin)
is het mogelijk
νῦν
(nyn)
nu
λέγειν
(legein)
te spreken
κατὰ
(kata)
volgens
μέρος
(meros)
onderdeel
Bron: SBLGNT
Uitleg

Χερουβίν (Cheroubin), ‘cherubs’: de gouden beelden op de ark. δόξα (doxa), ‘heerlijkheid’: ‘cherubs van de heerlijkheid’, bij het verzoendeksel waar Elohim zich laat vinden. κατασκιάζω (kataskiazo), ‘overschaduwen’. ἱλαστήριον (hilasterion), ‘verzoendeksel’: Hebreeuws כַּפֹּרֶת (kapporet), het deksel op de ark; wij houden de weergave van onze OT-bestanden.

In Rom. 3:25 staat hetzelfde Griekse woord, daar vertaald als ‘verzoeningsplaats’. κατὰ μέρος (kata meros), ‘stuk voor stuk’: de schrijver wil nu niet op de afzonderlijke onderdelen ingaan.

Zie ook Exod. 25:17–22; Lev. 16:2; Rom. 3:25.

6Nu dit zo is ingericht, gaan de priesters voortdurend de eerste tent binnen om de eredienst te verrichten.
Τούτων
(Touton)
dit
δὲ
(de)
maar
οὕτως
(houtos)
zo
κατεσκευασμένων
(kateskeuasmenon)
ingericht zijnde
εἰς
(eis)
in
μὲν
(men)
wel
τὴν
(ten)
de
πρώτην
(proten)
eerste
σκηνὴν
(skenen)
tent
διὰ
(dia)
steeds
παντὸς
(pantos)
altijd
εἰσίασιν
(eisiasin)
gaan binnen
οἱ
(hoi)
de
ἱερεῖς
(hiereis)
priesters
τὰς
(tas)
de
λατρείας
(latreias)
erediensten
ἐπιτελοῦντες
(epitelountes)
verrichtend
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐπιτελέω (epiteleo), ‘verrichten, uitvoeren’: hetzelfde werkwoord als in 8:5, waar het ‘voltooien’ is. διὰ παντός (dia pantos), ‘voortdurend’: dag na dag.

‘De eerste tent’ is hier het voorste vertrek; de priesters verzorgen er de kandelaar, het toonbrood en de wierook.

Zie ook Exod. 30:7–8; Num. 28:3; Lev. 24:8.

7In de tweede gaat alleen de hogepriester, eenmaal per jaar, niet zonder bloed. Dat biedt hij aan voor zichzelf en voor de zonden uit onwetendheid van het volk.
εἰς
(eis)
in
δὲ
(de)
maar
τὴν
(ten)
de
δευτέραν
(deuteran)
tweede
ἅπαξ
(hapax)
eenmaal
τοῦ
(tou)
van het
ἐνιαυτοῦ
(eniautou)
jaar
μόνος
(monos)
alleen
ὁ
(ho)
de
ἀρχιερεύς
(archiereus)
hogepriester
οὐ
(ou)
niet
χωρὶς
(choris)
zonder
αἵματος
(haimatos)
bloed
ὃ
(ho)
dat
προσφέρει
(prospherei)
hij aanbiedt
ὑπὲρ
(hyper)
voor
ἑαυτοῦ
(heautou)
zichzelf
καὶ
(kai)
en
τῶν
(ton)
de
τοῦ
(tou)
van het
λαοῦ
(laou)
volk
ἀγνοημάτων
(agnoematon)
onwetende zonden
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἅπαξ (hapax), ‘eenmaal’: de grote verzoendag; zie Lev. 16:34. ἀγνόημα (agnoema), ‘zonde uit onwetendheid’, letterlijk ‘onwetendheid’: zonden die per vergissing begaan zijn; zie Lev. 4:2 (‘bij vergissing’).

Op de verzoendag brengt de hogepriester het bloed binnen de voorhang, voor zichzelf en voor het volk (Lev. 16:11–15).

Zie ook Lev. 16:2; Lev. 16:11–15; Lev. 16:34; Hebr. 5:3; Hebr. 7:27.

8Hiermee laat de Heilige Geest zien dat de weg naar het heiligdom nog niet zichtbaar gemaakt is, zolang de eerste tent nog bestaat.
τοῦτο
(touto)
dit
δηλοῦντος
(delountos)
aantonend
τοῦ
(tou)
de
πνεύματος
(pneumatos)
Geest
τοῦ
(tou)
de
ἁγίου
(hagiou)
Heilige
μήπω
(mepo)
nog niet
πεφανερῶσθαι
(pephanerosthai)
zichtbaar gemaakt te zijn
τὴν
(ten)
de
τῶν
(ton)
van het
ἁγίων
(hagion)
heiligdom
ὁδὸν
(hodon)
weg
ἔτι
(eti)
nog
τῆς
(tes)
van de
πρώτης
(protes)
eerste
σκηνῆς
(skenes)
tent
ἐχούσης
(echouses)
hebbend
στάσιν
(stasin)
bestaan
Bron: SBLGNT
Uitleg

δηλόω (deloo), ‘aantonen, duidelijk maken’.

Dat de Heilige Geest dit laat zien, betekent dat de inrichting van de tent zelf iets zegt: zolang het voorste vertrek bestaat als toegang, is de weg naar het heiligdom nog niet zichtbaar gemaakt. στάσις (stasis), ‘staan, bestaan’: de eerste tent ‘heeft nog een staan’, dat wil zeggen: zij staat er nog.

Het Grieks zegt niet of ‘de eerste tent’ hier het voorste vertrek is of de hele eerste ordening; wij vertalen letterlijk.

Zie ook Hebr. 10:19–20.

9Zij is een beeldspraak voor de tijd van nu. Daarin worden gaven en offers aangeboden, maar die kunnen degene die dient niet volmaken wat het geweten betreft.
ἥτις
(hetis)
die
παραβολὴ
(parabole)
beeldspraak
εἰς
(eis)
voor
τὸν
(ton)
de
καιρὸν
(kairon)
tijd
τὸν
(ton)
de
ἐνεστηκότα
(enestekota)
aanwezige
καθ’
(kath’)
volgens
ἣν
(hen)
welke
δῶρά
(dora)
gaven
τε
(te)
zowel
καὶ
(kai)
en
θυσίαι
(thysiai)
offers
προσφέρονται
(prospherontai)
worden aangeboden
μὴ
(me)
niet
δυνάμεναι
(dynamenai)
in staat zijnde
κατὰ
(kata)
wat betreft
συνείδησιν
(syneidesin)
geweten
τελειῶσαι
(teleiosai)
te volmaken
τὸν
(ton)
de
λατρεύοντα
(latreuonta)
dienende
Bron: SBLGNT
Uitleg

παραβολή (parabole), ‘beeldspraak’: een voorbeeld dat naar iets anders wijst; zo ook 11:19. ἐνεστηκώς (enestekos), ‘aanwezig, tegenwoordig’: de tijd waarin de brief geschreven wordt. συνείδησις (syneidesis), ‘geweten’. τελειόω (teleioo), ‘volmaken’: ook ‘tot het doel brengen’; zo ook 7:19, 10:1, 10:14, 11:40. λατρεύων (latreuon), ‘degene die dient’: wie de eredienst verricht, de aanbidder.

Lezing

De SBLGNT markeert bij ἣν (hen), ‘welke’, een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

10Zij gaan alleen over spijzen, dranken en allerlei wassingen. Het zijn voorschriften voor het vlees, opgelegd tot de tijd van herstel.
μόνον
(monon)
alleen
ἐπὶ
(epi)
over
βρώμασιν
(bromasin)
spijzen
καὶ
(kai)
en
πόμασιν
(pomasin)
dranken
καὶ
(kai)
en
διαφόροις
(diaphorois)
verschillende
βαπτισμοῖς
(baptismois)
wassingen
δικαιώματα
(dikaiomata)
voorschriften
σαρκὸς
(sarkos)
van het vlees
μέχρι
(mechri)
tot
καιροῦ
(kairou)
van de tijd
διορθώσεως
(diorthoseos)
van herstel
ἐπικείμενα
(epikeimena)
opgelegd
Bron: SBLGNT
Uitleg

βαπτισμός (baptismos), ‘wassing’: een onderdompeling of afwassing om rein te worden; zie Lev. 11:32 en Num. 19:7–8, 19. δικαίωμα (dikaioma), ‘voorschrift’, zoals in vers 1. σαρκός (sarkos), ‘van het vlees’: wat uiterlijk is, tegenover het geweten van vers 9. διόρθωσις (diorthosis), ‘herstel, rechtzetting’: het woord komt in de brief alleen hier voor; letterlijk ‘recht zetten’.

Het Grieks zegt niet wanneer die tijd komt; zie vers 11 en 26.

Zie ook Lev. 11:32; Num. 19:7–8.

Lezing

De SBLGNT markeert bij δικαιώματα (dikaiomata), ‘voorschriften’, een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

Het bloed van de Messias

11Maar de Messias is verschenen als hogepriester van de goede dingen die gekomen zijn. Hij ging door de grotere en volmaaktere tent, die niet met handen gemaakt is, dat wil zeggen niet van deze schepping.
Χριστὸς
(Christos)
de Messias
δὲ
(de)
maar
παραγενόμενος
(paragenomenos)
verschenen
ἀρχιερεὺς
(archiereus)
hogepriester
τῶν
(ton)
de
γενομένων
(genomenon)
gekomen
ἀγαθῶν
(agathon)
goede dingen
διὰ
(dia)
door
τῆς
(tes)
de
μείζονος
(meizonos)
grotere
καὶ
(kai)
en
τελειοτέρας
(teleioteras)
volmaaktere
σκηνῆς
(skenes)
tent
οὐ
(ou)
niet
χειροποιήτου
(cheiropoietou)
met handen gemaakt
τοῦτ’
(tout’)
dit
ἔστιν
(estin)
is
οὐ
(ou)
niet
ταύτης
(tautes)
van deze
τῆς
(tes)
de
κτίσεως
(ktiseos)
schepping
Bron: SBLGNT
Uitleg

De verzen 11–12 zijn in het Grieks één zin; het werkwoord εἰσῆλθεν (eiselthen), ‘is binnengegaan’, staat pas in vers 12.

Wij splitsen de zin en vullen in vers 11 ‘ging’ aan. διά (dia), ‘door’: ook ‘met behulp van’.

Het Grieks zegt niet met zoveel woorden wat ‘de grotere en volmaaktere tent’ is; vers 24 noemt als plaats van het binnengaan ‘de hemel zelf’. χειροποίητος (cheiropoietos), ‘met handen gemaakt’; κτίσις (ktisis), ‘schepping’.

Zie ook Hebr. 8:2; Hebr. 9:24.

Lezing

De SBLGNT markeert bij γενομένων (genomenon), ‘gekomen’, een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

12Niet met het bloed van bokken en kalveren, maar met Zijn eigen bloed is Hij eens voor altijd het heiligdom binnengegaan. Zo heeft Hij een eeuwige loskoping verkregen.
οὐδὲ
(oude)
ook niet
δι’
(di’)
door
αἵματος
(haimatos)
bloed
τράγων
(tragon)
van bokken
καὶ
(kai)
en
μόσχων
(moschon)
kalveren
διὰ
(dia)
door
δὲ
(de)
maar
τοῦ
(tou)
het
ἰδίου
(idiou)
eigen
αἵματος
(haimatos)
bloed
εἰσῆλθεν
(eiselthen)
is binnengegaan
ἐφάπαξ
(ephapax)
eens voor altijd
εἰς
(eis)
in
τὰ
(ta)
het
ἅγια
(hagia)
heiligdom
αἰωνίαν
(aionian)
eeuwige
λύτρωσιν
(lytrosin)
loskoping
εὑράμενος
(heuramenos)
verkregen hebbend
Bron: SBLGNT
Uitleg

Vervolg van de zin uit vers 11. ἐφάπαξ (efapax), ‘eens voor altijd’: sterker dan ἅπαξ in vers 7; zo ook 7:27 en 10:10. τὰ ἅγια (ta hagia), ‘het heiligdom’, zoals in 8:2. μόσχος (moschos), ‘kalf, jong rund’; Lev. 16:3 en 16:5 noemen voor de verzoendag een jonge stier, geitenbokken en rammen. λύτρωσις (lytrosis), ‘loskoping’: verwant met ἀπολύτρωσις in vers 15; het woord is verwant met λύτρον (lytron), ‘losgeld’. εὑράμενος (heuramenos), ‘verkregen hebbend’: van εὑρίσκω, ‘vinden’.

Zie ook Lev. 16:3; Lev. 16:14–15.

13Want als het bloed van bokken en stieren en de as van een vaars, gesprenkeld over wie onrein geworden zijn, heiligt tot reinheid van het vlees,
εἰ
(ei)
als
γὰρ
(gar)
want
τὸ
(to)
het
αἷμα
(haima)
bloed
τράγων
(tragon)
van bokken
καὶ
(kai)
en
ταύρων
(tauron)
van stieren
καὶ
(kai)
en
σποδὸς
(spodos)
as
δαμάλεως
(damaleos)
van een vaars
ῥαντίζουσα
(rhantizousa)
sprenkelend
τοὺς
(tous)
de
κεκοινωμένους
(kekoinomenous)
onrein geworden
ἁγιάζει
(hagiazei)
heiligt
πρὸς
(pros)
tot
τὴν
(ten)
de
τῆς
(tes)
van het
σαρκὸς
(sarkos)
vlees
καθαρότητα
(katharoteta)
reinheid
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het bloed van bokken en stieren: zie Lev. 16:14–15.

De as van een vaars (δάμαλις, damalis): de rode koe van Num. 19:2–10 en de besprenkeling in Num. 19:17–19. ῥαντίζω (rantizo), ‘besprenkelen’. κοινόω (koinoo), ‘onrein maken, gewoon (gemeen) maken’: wie onrein geworden is door aanraking van een dode. ἁγιάζω (hagiazo), ‘heiligen’: afzonderen voor Elohim, toewijden.

Hier gaat het om de reinheid van het vlees (καθαρότης, katharotes), de uiterlijke reinheid.

De zin loopt door in vers 14.

Zie ook Lev. 16:14–15; Num. 19:2–10; Num. 19:17–19.

Lezing

De SBLGNT markeert bij τράγων … ταύρων (tragon … tauron), ‘van bokken … van stieren’, een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

14hoeveel te meer zal dan het bloed van de Messias ons geweten reinigen van dode werken, om de levende Elohim te dienen? Hij heeft Zichzelf door de eeuwige Geest smetteloos aan Elohim aangeboden.
πόσῳ
(poso)
hoeveel
μᾶλλον
(mallon)
meer
τὸ
(to)
het
αἷμα
(haima)
bloed
τοῦ
(tou)
van de
Χριστοῦ
(Christou)
Messias
ὃς
(hos)
die
διὰ
(dia)
door
πνεύματος
(pneumatos)
Geest
αἰωνίου
(aioniou)
eeuwige
ἑαυτὸν
(heauton)
zichzelf
προσήνεγκεν
(prosenenken)
heeft aangeboden
ἄμωμον
(amomon)
smetteloos
τῷ
(to)
aan de
θεῷ
(theo)
Elohim
καθαριεῖ
(kathariei)
zal reinigen
τὴν
(ten)
het
συνείδησιν
(syneidesin)
geweten
ἡμῶν
(hemon)
ons
ἀπὸ
(apo)
van
νεκρῶν
(nekron)
dode
ἔργων
(ergon)
werken
εἰς
(eis)
tot
τὸ
(to)
het
λατρεύειν
(latreuein)
dienen
θεῷ
(theo)
Elohim
ζῶντι
(zonti)
levende
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἄμωμος (amomos), ‘smetteloos, zonder gebrek’: het woord voor een offerdier zonder gebrek, zoals in Lev. 1:3. διὰ πνεύματος αἰωνίου (dia pneumatos aioniou), ‘door eeuwige Geest’: het Grieks heeft geen lidwoord; wij schrijven ‘Geest’ met een hoofdletter, de Geest van Elohim.

Het kan ook de eigen geest van de Messias bedoelen. νεκρὰ ἔργα (nekra erga), ‘dode werken’: zoals in 6:1. λατρεύω (latreuo), ‘dienen’.

‘De levende Elohim’ staat ook in 3:12, 10:31 en 12:22.

Zie ook Lev. 1:3; Hebr. 6:1; Hebr. 10:22; 1 Petr. 1:19.

Lezing

De SBLGNT markeert bij ἡμῶν (hemon), ‘ons’, een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

Het nieuwe verbond en de dood

15En daarom is Hij bemiddelaar van een nieuw verbond. Er is een dood gebeurd tot loskoping van de overtredingen onder het eerste verbond, opdat de geroepenen de belofte van de eeuwige erfenis ontvangen.
Καὶ
(Kai)
en
διὰ
(dia)
om
τοῦτο
(touto)
dit
διαθήκης
(diathekes)
van verbond
καινῆς
(kaines)
nieuw
μεσίτης
(mesites)
bemiddelaar
ἐστίν
(estin)
is
ὅπως
(hopos)
opdat
θανάτου
(thanatou)
dood
γενομένου
(genomenou)
gebeurd zijnde
εἰς
(eis)
tot
ἀπολύτρωσιν
(apolytrosin)
loskoping
τῶν
(ton)
van de
ἐπὶ
(epi)
onder
τῇ
(te)
het
πρώτῃ
(prote)
eerste
διαθήκῃ
(diatheke)
verbond
παραβάσεων
(parabaseon)
overtredingen
τὴν
(ten)
de
ἐπαγγελίαν
(epangelian)
belofte
λάβωσιν
(labosin)
ontvangen
οἱ
(hoi)
de
κεκλημένοι
(keklemenoi)
geroepenen
τῆς
(tes)
van de
αἰωνίου
(aioniou)
eeuwige
κληρονομίας
(kleronomias)
erfenis
Bron: SBLGNT
Uitleg

μεσίτης (mesites), ‘bemiddelaar’: zoals in 8:6 en 12:24. ἀπολύτρωσις (apolytrosis), ‘loskoping’. παράβασις (parabasis), ‘overtreding’: het overschrijden van een gebod; ‘onder het eerste verbond’ zijn de overtredingen die onder het eerste verbond begaan zijn. κεκλημένοι (keklemenoi), ‘de geroepenen’. κληρονομία (kleronomia), ‘erfenis’.

De Griekse zin gebruikt hier het werkwoord ‘gebeuren’ bij ‘dood’ (θανάτου γενομένου); wij vertalen ‘er is een dood gebeurd’.

Zie ook Hebr. 3:1; Hebr. 8:6; Hebr. 12:24.

16Want waar een verbond is, moet de dood van degene die het verbond sluit, worden aangetoond.
ὅπου
(hopou)
waar
γὰρ
(gar)
want
διαθήκη
(diatheke)
verbond
θάνατον
(thanaton)
dood
ἀνάγκη
(ananke)
nodig
φέρεσθαι
(pheresthai)
te worden aangetoond
τοῦ
(tou)
van de
διαθεμένου
(diathemenou)
verbondssluiter
Bron: SBLGNT
Uitleg

διαθήκη (diatheke) is in heel de brief ‘verbond’, de Griekse weergave van het Hebreeuwse בְּרִית (berit).

In het gewone Griekse taalgebruik betekent het woord ook ‘testament’: een beschikking die pas geldt na de dood van wie haar opstelt.

In de verzen 16–17 speelt die tweede betekenis mee.

Wij houden ‘verbond’, omdat het ook in Israël bij een verbond om een dood ging (dieren werden gedood: Gen. 15:9–10, 17; Exod. 24:5–8), en vertalen διαθέμενος (diathemenos) als ‘degene die het verbond sluit’. φέρεσθαι (feresthai), ‘aangetoond worden’: ook ‘aangebracht, vastgesteld worden’.

Zie ook Gen. 15:9–10; Exod. 24:5–8; Gal. 3:15.

17Want een verbond is pas bij doden vast, aangezien het nooit van kracht is zolang degene die het sluit, leeft.
διαθήκη
(diatheke)
verbond
γὰρ
(gar)
want
ἐπὶ
(epi)
bij
νεκροῖς
(nekrois)
doden
βεβαία
(bebaia)
vast
ἐπεὶ
(epei)
aangezien
μήποτε
(mepote)
nooit
ἰσχύει
(ischyei)
is van kracht
ὅτε
(hote)
wanneer
ζῇ
(ze)
leeft
ὁ
(ho)
de
διαθέμενος
(diathemenos)
verbondssluiter
Bron: SBLGNT
Uitleg

βέβαιος (bebaios), ‘vast, geldig’. ἰσχύω (ischyo), ‘van kracht zijn’. ἐπεὶ μήποτε (epei mepote), ‘aangezien nooit’: wij lezen het als een bewering.

Het Grieks kan ook als vraag gelezen worden: ‘is het soms nooit van kracht zolang hij leeft?’

Zie bij vers 16 het woord διαθήκη.

Lezing

De SBLGNT markeert bij μήποτε (mepote), ‘nooit’, een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

Zie ookHeb 9:16
18Daarom is ook het eerste niet zonder bloed ingewijd.
ὅθεν
(hothen)
vandaar
οὐδὲ
(oude)
ook niet
ἡ
(he)
het
πρώτη
(prote)
eerste
χωρὶς
(choris)
zonder
αἵματος
(haimatos)
bloed
ἐγκεκαίνισται
(enkekainistai)
is ingewijd
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐγκαινίζω (enkainizo), ‘inwijden’: voor het eerst in gebruik nemen; het werkwoord staat ook in 10:20, waar de nieuwe weg ‘ingewijd’ is.

‘Het eerste’ is het eerste verbond; het Grieks laat het zelfstandig naamwoord weg, zoals in vers 1.

Zie ook Exod. 24:5–8; Hebr. 10:20.

19Want toen elk gebod volgens de wet door Mozes tot heel het volk was gesproken, nam hij het bloed van de kalveren met water, scharlakenrode wol en hysop. Hij besprenkelde zowel het boek zelf als heel het volk.
λαληθείσης
(laletheises)
toen was gesproken
γὰρ
(gar)
want
πάσης
(pases)
elk
ἐντολῆς
(entoles)
gebod
κατὰ
(kata)
volgens
τὸν
(ton)
de
νόμον
(nomon)
wet
ὑπὸ
(hypo)
door
Μωϋσέως
(Moyseos)
Mozes
παντὶ
(panti)
tot heel
τῷ
(to)
het
λαῷ
(lao)
volk
λαβὼν
(labon)
nemend
τὸ
(to)
het
αἷμα
(haima)
bloed
τῶν
(ton)
van de
μόσχων
(moschon)
kalveren
μετὰ
(meta)
met
ὕδατος
(hydatos)
water
καὶ
(kai)
en
ἐρίου
(eriou)
wol
κοκκίνου
(kokkinou)
scharlakenrode
καὶ
(kai)
en
ὑσσώπου
(hyssopou)
hysop
αὐτό
(auto)
het zelf
τε
(te)
zowel
τὸ
(to)
het
βιβλίον
(biblion)
boek
καὶ
(kai)
en
πάντα
(panta)
heel
τὸν
(ton)
het
λαὸν
(laon)
volk
ἐράντισεν
(erantisen)
besprenkelde
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het verhaal van Exod. 24:3–8, met enkele toevoegingen.

Exod. 24:5–8 noemt het bloed van stieren (hier ‘kalveren’), dat op het altaar en over het volk gesprenkeld wordt; het boek van het verbond wordt voorgelezen (24:7) en niet besprenkeld.

Water, scharlakenrode wol (ons Hebreeuws noemt bij reinigingen ‘karmozijnrood garen’) en hysop staan bij andere reinigingen: Lev. 14:4–6 en Num. 19:6, 18.

Het Grieks voegt die onderdelen hier samen. ὕσσωπος (hyssopos), ‘hysop’. ῥαντίζω (rantizo), ‘besprenkelen’.

Zie ook Exod. 24:3–8; Lev. 14:4–6; Num. 19:6; Num. 19:18.

Lezing

De SBLGNT markeert bij τὸν (ton), ‘het’, en bij μόσχων (moschon), ‘kalveren’, een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

20Hij zei: „Dit is het bloed van het verbond dat Elohim jullie geboden heeft.”
λέγων
(legon)
zeggend
Τοῦτο
(Touto)
dit
τὸ
(to)
het
αἷμα
(haima)
bloed
τῆς
(tes)
van het
διαθήκης
(diathekes)
verbond
ἧς
(hes)
dat
ἐνετείλατο
(eneteilato)
heeft geboden
πρὸς
(pros)
aan
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
ὁ
(ho)
de
θεός
(theos)
Elohim
Bron: SBLGNT
Uitleg

Aanhaling van Exod. 24:8 (zelfde telling in de app).

Ons Hebreeuws heeft: ‘Zie, het bloed van het verbond dat Yahweh met jullie gesloten heeft op grond van al deze woorden’.

De Griekse tekst heeft ‘Dit is het bloed van het verbond dat Elohim jullie geboden heeft’: ‘Dit is’ in plaats van ‘Zie’, ‘Elohim’ in plaats van ‘Yahweh’ en ‘geboden’ in plaats van ‘gesloten’. ἐντέλλομαι (entellomai), ‘gebieden, opdragen’.

Mozes spreekt hier: het citaat staat zwart.

Zie ook Exod. 24:8; Matt. 26:28; Mark. 14:24.

21Ook de tent en alle voorwerpen voor de dienst besprenkelde hij op dezelfde wijze met het bloed.
καὶ
(kai)
en
τὴν
(ten)
de
σκηνὴν
(skenen)
tent
δὲ
(de)
ook
καὶ
(kai)
en
πάντα
(panta)
alle
τὰ
(ta)
de
σκεύη
(skeue)
voorwerpen
τῆς
(tes)
van de
λειτουργίας
(leitourgias)
dienst
τῷ
(to)
met het
αἵματι
(haimati)
bloed
ὁμοίως
(homoios)
op dezelfde wijze
ἐράντισεν
(erantisen)
besprenkelde
Bron: SBLGNT
Uitleg

σκεῦος (skeuos), ‘voorwerp’; λειτουργία (leitourgia), ‘dienst’.

In ons OT zalft Mozes de tabernakel met olie (Exod. 40:9–11) en doet hij bloed op het altaar (Lev. 8:15); op de verzoendag wordt het heiligdom met bloed besprenkeld (Lev. 16:14–19); Num. 19:18 noemt een besprenkeling van de tent en alle vaten met reinigingswater.

Het Grieks zegt dat Mozes de tent en de voorwerpen met bloed besprenkelde.

Zie ook Exod. 40:9–11; Lev. 8:15; Lev. 16:14–19; Num. 19:18.

22En bijna alles wordt volgens de wet met bloed gereinigd, en zonder bloedvergieten komt er geen vergeving.
καὶ
(kai)
en
σχεδὸν
(schedon)
bijna
ἐν
(en)
met
αἵματι
(haimati)
bloed
πάντα
(panta)
alles
καθαρίζεται
(katharizetai)
wordt gereinigd
κατὰ
(kata)
volgens
τὸν
(ton)
de
νόμον
(nomon)
wet
καὶ
(kai)
en
χωρὶς
(choris)
zonder
αἱματεκχυσίας
(haimatekchysias)
bloedvergieten
οὐ
(ou)
niet
γίνεται
(ginetai)
komt
ἄφεσις
(aphesis)
vergeving
Bron: SBLGNT
Uitleg

Zie Lev. 17:11: ‘het leven van het vlees is in het bloed … het is het bloed dat door het leven verzoening doet’.

‘Bijna alles’ (σχεδόν, schedon): sommige dingen werden zonder bloed gereinigd, zoals met vuur en water (Num. 31:22–24) of met meel (Lev. 5:11–13). ἄφεσις (afesis), ‘vergeving’: ook ‘kwijtschelding’. αἱματεκχυσία (haimatekchysia), ‘bloedvergieten’: het uitstorten van bloed; dit woord staat in de brief alleen hier.

Zie ook Lev. 17:11; Lev. 5:11–13; Num. 31:22–24.

Eenmaal aangeboden

23Het was dus nodig dat de afbeeldingen van wat in de hemelen is hiermee gereinigd werden, maar het hemelse zelf met betere offers dan deze.
Ἀνάγκη
(Ananke)
nodig
οὖν
(oun)
dus
τὰ
(ta)
de
μὲν
(men)
enerzijds
ὑποδείγματα
(hypodeigmata)
afbeeldingen
τῶν
(ton)
van de
ἐν
(en)
in
τοῖς
(tois)
de
οὐρανοῖς
(ouranois)
hemelen
τούτοις
(toutois)
hiermee
καθαρίζεσθαι
(katharizesthai)
gereinigd te worden
αὐτὰ
(auta)
zelf
δὲ
(de)
maar
τὰ
(ta)
de
ἐπουράνια
(epourania)
hemelse dingen
κρείττοσι
(kreittosi)
betere
θυσίαις
(thysiais)
offers
παρὰ
(para)
dan
ταύτας
(tautas)
deze
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὑπόδειγμα (hypodeigma), ‘afbeelding’: zoals in 8:5.

‘Hiermee’ slaat terug op bloed en reiniging van de verzen 19–22.

Het Grieks zegt niet wat er in de hemel gereinigd wordt; wij vertalen letterlijk. θυσίαι (thysiai), ‘offers’, staat in het meervoud, hoewel het offer van de Messias één offer is (vers 28; 10:12).

Zie ook Hebr. 8:5; Hebr. 10:12.

24Want de Messias is niet binnengegaan in een met handen gemaakt heiligdom, een afbeelding van het ware. Hij is in de hemel zelf binnengegaan, om nu voor het aangezicht van Elohim te verschijnen voor ons.
οὐ
(ou)
niet
γὰρ
(gar)
want
εἰς
(eis)
in
χειροποίητα
(cheiropoieta)
met handen gemaakte
εἰσῆλθεν
(eiselthen)
is binnengegaan
ἅγια
(hagia)
heiligdom
Χριστός
(Christos)
de Messias
ἀντίτυπα
(antitypa)
afbeeldingen
τῶν
(ton)
van de
ἀληθινῶν
(alethinon)
ware
ἀλλ’
(all’)
maar
εἰς
(eis)
in
αὐτὸν
(auton)
zelf
τὸν
(ton)
de
οὐρανόν
(ouranon)
hemel
νῦν
(nyn)
nu
ἐμφανισθῆναι
(emphanisthenai)
te verschijnen
τῷ
(to)
voor het
προσώπῳ
(prosopo)
aangezicht
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
ὑπὲρ
(hyper)
voor
ἡμῶν
(hemon)
ons
Bron: SBLGNT
Uitleg

χειροποίητος (cheiropoietos), ‘met handen gemaakt’. ἀντίτυπος (antitypos), ‘afbeelding’: letterlijk ‘tegenhanger’; het aardse heiligdom is de afbeelding van het ware. ἐμφανίζω (emfanizo), ‘verschijnen, zichtbaar worden’.

Wij zetten ‘heiligdom’ in het enkelvoud, omdat het Griekse meervoud τὰ ἅγια (ta hagia) het heiligdom zelf aanduidt, zoals in 8:2.

Zie ook Hebr. 8:2; Hebr. 9:11; Hebr. 7:25.

Lezing

De SBLGNT markeert bij εἰσῆλθεν … ἅγια (eiselthen … hagia), ‘is binnengegaan … heiligdom’, een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

25Hij is ook niet binnengegaan om Zichzelf vaak aan te bieden, zoals de hogepriester elk jaar het heiligdom binnengaat met bloed van een ander.
οὐδ’
(oud’)
ook niet
ἵνα
(hina)
opdat
πολλάκις
(pollakis)
vaak
προσφέρῃ
(prosphere)
Hij aanbiedt
ἑαυτόν
(heauton)
Zichzelf
ὥσπερ
(hosper)
zoals
ὁ
(ho)
de
ἀρχιερεὺς
(archiereus)
hogepriester
εἰσέρχεται
(eiserchetai)
gaat binnen
εἰς
(eis)
in
τὰ
(ta)
het
ἅγια
(hagia)
heiligdom
κατ’
(kat’)
per
ἐνιαυτὸν
(eniauton)
jaar
ἐν
(en)
met
αἵματι
(haimati)
bloed
ἀλλοτρίῳ
(allotrio)
van een ander
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀλλότριος (allotrios), ‘van een ander’: het bloed van dieren, niet het eigen bloed van de hogepriester.

De hogepriester gaat ‘elk jaar’ binnen (vers 7; Lev. 16:34). προσφέρω (prosfero), ‘aanbieden’: de Messias biedt Zichzelf eenmaal aan (vers 14, 28).

Zie ook Lev. 16:2–3; Lev. 16:34.

26Want dan had Hij vanaf de grondlegging van de wereld vaak moeten lijden. Nu echter is Hij eenmaal, bij de voleinding van de eeuwen, verschenen om de zonde op te heffen door Zijn offer.
ἐπεὶ
(epei)
want anders
ἔδει
(edei)
was het nodig
αὐτὸν
(auton)
Hem
πολλάκις
(pollakis)
vaak
παθεῖν
(pathein)
te lijden
ἀπὸ
(apo)
vanaf
καταβολῆς
(kataboles)
grondlegging
κόσμου
(kosmou)
van de wereld
νυνὶ
(nyni)
nu
δὲ
(de)
maar
ἅπαξ
(hapax)
eenmaal
ἐπὶ
(epi)
bij
συντελείᾳ
(synteleia)
voleinding
τῶν
(ton)
van de
αἰώνων
(aionon)
eeuwen
εἰς
(eis)
tot
ἀθέτησιν
(athetesin)
opheffing
ἁμαρτίας
(hamartias)
van zonde
διὰ
(dia)
door
τῆς
(tes)
het
θυσίας
(thysias)
offer
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
πεφανέρωται
(pephanerotai)
is verschenen
Bron: SBLGNT
Uitleg

καταβολή (katabole), ‘grondlegging’: het leggen van de fundamenten van de wereld. συντέλεια τῶν αἰώνων (synteleia ton aionon), ‘voleinding van de eeuwen’: het einde van de tijdperken; wij houden het letterlijk. ἀθέτησις (athetesis), ‘opheffing, ongeldigverklaring’. πεφανέρωται (pefanerotai), ‘is verschenen, is openbaar geworden’.

Zie ook Hebr. 1:2; Hebr. 10:10; 1 Petr. 1:20.

Lezing

De SBLGNT markeert bij νυνί (nuni), ‘nu’, en bij ἁμαρτίας (hamartias), ‘zonde’, een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

27En zoals het voor de mensen weggelegd is eenmaal te sterven, en daarna het oordeel,
καὶ
(kai)
en
καθ’
(kath’)
naarmate
ὅσον
(hoson)
zoals
ἀπόκειται
(apokeitai)
is weggelegd
τοῖς
(tois)
voor de
ἀνθρώποις
(anthropois)
mensen
ἅπαξ
(hapax)
eenmaal
ἀποθανεῖν
(apothanein)
te sterven
μετὰ
(meta)
na
δὲ
(de)
maar
τοῦτο
(touto)
dit
κρίσις
(krisis)
oordeel
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀπόκειται (apokeitai), ‘is weggelegd’: het ligt voor de mensen klaar. κρίσις (krisis), ‘oordeel’.

De zin gaat door in vers 28 met ‘zo ook de Messias’.

Zie ook Hebr. 9:28.

Zie ookHeb 9:28
28zo zal ook de Messias, eenmaal aangeboden om de zonden van velen te dragen, voor de tweede keer zonder zonde verschijnen aan hen die Hem verwachtingsvol afwachten, tot redding.
οὕτως
(houtos)
zo
καὶ
(kai)
ook
ὁ
(ho)
de
Χριστός
(Christos)
Messias
ἅπαξ
(hapax)
eenmaal
προσενεχθεὶς
(prosenechtheis)
aangeboden
εἰς
(eis)
tot
τὸ
(to)
het
πολλῶν
(pollon)
van velen
ἀνενεγκεῖν
(anenenkein)
te dragen
ἁμαρτίας
(hamartias)
zonden
ἐκ
(ek)
voor
δευτέρου
(deuterou)
tweede keer
χωρὶς
(choris)
zonder
ἁμαρτίας
(hamartias)
zonde
ὀφθήσεται
(ophthesetai)
zal verschijnen
τοῖς
(tois)
aan hen
αὐτὸν
(auton)
Hem
ἀπεκδεχομένοις
(apekdechomenois)
verwachtingsvol afwachtend
εἰς
(eis)
tot
σωτηρίαν
(soterian)
redding
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀναφέρω (anafero), ‘dragen, op zich nemen’: ook ‘opdragen’ als offer.

Het woord herinnert aan Jes. 53:12: ‘Hij heeft de zonde van velen gedragen’. ἐκ δευτέρου (ek deuterou), ‘voor de tweede keer’.

‘Zonder zonde’: Hij komt niet meer om zonde te dragen. ἀπεκδέχομαι (apekdechomai), ‘verwachtingsvol afwachten’: zoals in Rom. 8:23 en 8:25.

Zie ook Jes. 53:12; Rom. 8:23; Rom. 8:25; 1 Petr. 2:24; 1 Petr. 3:18.