Elohim Bijbel

Filippenzen 2

1234

Eensgezind en nederig, het lied van de Messias, schijnen als lichten, Timoteüs en Epafroditus

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Eensgezind en nederig

1Als er dus enige vertroosting is in de Messias, enige bemoediging van liefde, enige gemeenschap van de Geest, enige diepe genegenheid en erbarmen,
Εἴ
(Ei)
als
τις
(tis)
enige
οὖν
(oun)
dus
παράκλησις
(paraklesis)
vertroosting
ἐν
(en)
in
Χριστῷ
(Christo)
de Messias
εἴ
(ei)
als
τι
(ti)
enige
παραμύθιον
(paramythion)
bemoediging
ἀγάπης
(agapes)
van liefde
εἴ
(ei)
als
τις
(tis)
enige
κοινωνία
(koinonia)
gemeenschap
πνεύματος
(pneumatos)
van de Geest
εἴ
(ei)
als
τις
(tis)
enige
σπλάγχνα
(splanchna)
diepe genegenheid
καὶ
(kai)
en
οἰκτιρμοί
(oiktirmoi)
erbarmen
Bron: SBLGNT
Uitleg

παράκλησις (paraklesis), ‘vertroosting’: ook ‘aansporing, bemoediging’; wij houden ‘vertroosting’ zoals in 2 Kor. 1:3–7. παραμύθιον (paramythion), ‘bemoediging’. κοινωνία πνεύματος (koinonia pneumatos), ‘gemeenschap van de Geest’: het kan ook ‘gemeenschap in de geest’ of ‘gemeenschap die de Geest geeft’ betekenen. σπλάγχνα (splagchna), ‘diepe genegenheid’: zie 1:8. οἰκτιρμοί (oiktirmoi), ‘erbarmen’.

Zie ook 2 Kor. 1:3–7; Filip. 1:8.

2maak mijn vreugde vol, zodat jullie hetzelfde denken, dezelfde liefde hebben, één van ziel zijn en het ene denken,
πληρώσατέ
(plerosate)
maak vol
μου
(mou)
mijn
τὴν
(ten)
de
χαρὰν
(charan)
vreugde
ἵνα
(hina)
opdat
τὸ
(to)
het
αὐτὸ
(auto)
hetzelfde
φρονῆτε
(phronete)
jullie denken
τὴν
(ten)
de
αὐτὴν
(auten)
dezelfde
ἀγάπην
(agapen)
liefde
ἔχοντες
(echontes)
hebbend
σύμψυχοι
(sympsychoi)
één van ziel
τὸ
(to)
het
ἓν
(hen)
ene
φρονοῦντες
(phronountes)
denkend
Bron: SBLGNT
Uitleg

φρονέω (froneo), ‘denken’: ook ‘gezind zijn, bedacht zijn op’.

Wij houden ‘denken’ in 2:2 en 2:5. σύμψυχοι (sympsychoi), ‘één van ziel’: van dezelfde gezindheid.

In de verzen 2–4 volgen voortgaande deelwoorden zonder eigen werkwoord; wij laten die in het Nederlands zo staan.

3niets uit eigenbelang of uit ijdele roemzucht, maar elkaar in nederigheid hoger achtend dan zichzelf,
μηδὲν
(meden)
niets
κατ’
(kat’)
uit
ἐριθείαν
(eritheian)
eigenbelang
μηδὲ
(mede)
noch
κατὰ
(kata)
uit
κενοδοξίαν
(kenodoxian)
ijdele roemzucht
ἀλλὰ
(alla)
maar
τῇ
(te)
in de
ταπεινοφροσύνῃ
(tapeinophrosyne)
nederigheid
ἀλλήλους
(allelous)
elkaar
ἡγούμενοι
(hegoumenoi)
achtend
ὑπερέχοντας
(hyperechontas)
hoger
ἑαυτῶν
(heauton)
dan zichzelf
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐριθεία (eritheia), ‘eigenbelang’: zie 1:17. κενοδοξία (kenodoxia), ‘ijdele roemzucht’: letterlijk ‘lege roem’. ταπεινοφροσύνη (tapeinofrosyne), ‘nederigheid’: de gezindheid van wie zich klein maakt.

4ieder niet kijkend naar wat van henzelf is, maar ieder ook naar wat van anderen is.
μὴ
(me)
niet
τὰ
(ta)
wat
ἑαυτῶν
(heauton)
van zichzelf
ἕκαστοι
(hekastoi)
ieder
σκοποῦντες
(skopountes)
kijkend naar
ἀλλὰ
(alla)
maar
καὶ
(kai)
ook
τὰ
(ta)
wat
ἑτέρων
(heteron)
van anderen
ἕκαστοι
(hekastoi)
ieder
Bron: SBLGNT

De gezindheid van Yeshua de Messias

5Denk dit onder jullie, wat ook in Yeshua de Messias is:
τοῦτο
(touto)
dit
φρονεῖτε
(phroneite)
denkt
ἐν
(en)
onder
ὑμῖν
(hymin)
jullie
ὃ
(ho)
wat
καὶ
(kai)
ook
ἐν
(en)
in
Χριστῷ
(Christo)
de Messias
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het Grieks heeft in de tweede helft van de zin geen werkwoord: ‘dit denk onder jullie, wat ook in Yeshua de Messias’.

Wij vullen ‘is’ aan; ‘was’ kan ook. ἐν ὑμῖν (en humin), ‘onder jullie’: ook ‘in jullie’.

De verzen 6–11 worden door veel lezers als een lied of hymne gelezen; de tekst zegt dat zelf niet.

Zie ook Kol. 1:15–20.

6die in de gestalte van Elohim bestond, het gelijk zijn aan Elohim niet beschouwde als iets om vast te klemmen,
ὃς
(hos)
die
ἐν
(en)
in
μορφῇ
(morphe)
gestalte
θεοῦ
(theou)
van Elohim
ὑπάρχων
(hyparchon)
bestond
οὐχ
(ouch)
niet
ἁρπαγμὸν
(harpagmon)
iets om vast te klemmen
ἡγήσατο
(hegesato)
beschouwde
τὸ
(to)
het
εἶναι
(einai)
zijn
ἴσα
(isa)
gelijk
θεῷ
(theo)
aan Elohim
Bron: SBLGNT
Uitleg

μορφή (morfe), ‘gestalte’: het uiterlijk dat bij iemands wezen hoort; het woord is moeilijk en wordt verschillend verstaan.

Wij houden ‘gestalte’ in 2:6 en 2:7. ἁρπαγμός (harpagmos), ‘iets om vast te klemmen’: het woord komt alleen hier voor en wordt verschillend verstaan, bijvoorbeeld als ‘buit om vast te houden’ of ‘iets om naar te grijpen’. ἴσα θεῷ (isa theo), ‘gelijk aan Elohim’. ὑπάρχων (hyparchon), ‘bestond’: ook ‘was’.

7maar ontledigde Zichzelf, de gestalte van een knecht aannemend, in de gelijkenis van mensen geworden. En in uiterlijk als een mens bevonden,
ἀλλὰ
(alla)
maar
ἑαυτὸν
(heauton)
Zichzelf
ἐκένωσεν
(ekenosen)
ontledigde
μορφὴν
(morphen)
gestalte
δούλου
(doulou)
van een knecht
λαβών
(labon)
aannemend
ἐν
(en)
in
ὁμοιώματι
(homoiomati)
gelijkenis
ἀνθρώπων
(anthropon)
van mensen
γενόμενος
(genomenos)
geworden
καὶ
(kai)
en
σχήματι
(schemati)
in uiterlijk
εὑρεθεὶς
(heuretheis)
bevonden
ὡς
(hos)
als
ἄνθρωπος
(anthropos)
mens
Bron: SBLGNT
Uitleg

κενόω (kenoo), ‘ontledigen’: leegmaken.

Het Grieks zegt niet waarvan Hij Zichzelf ontledigde; de tekst noemt wat volgt: de gestalte van een knecht aannemen. δοῦλος (doulos), ‘knecht’. ὁμοίωμα (homoioma), ‘gelijkenis’; σχῆμα (schema), ‘uiterlijk’: hoe iemand zich voordoet.

8vernederde Hij Zichzelf, gehoorzaam geworden tot de dood, ja, tot de dood van het kruis.
ἐταπείνωσεν
(etapeinosen)
vernederde
ἑαυτὸν
(heauton)
Zichzelf
γενόμενος
(genomenos)
geworden
ὑπήκοος
(hypekoos)
gehoorzaam
μέχρι
(mechri)
tot
θανάτου
(thanatou)
dood
θανάτου
(thanatou)
dood
δὲ
(de)
maar
σταυροῦ
(staurou)
van het kruis
Bron: SBLGNT
Uitleg

ταπεινόω (tapeinoo), ‘vernederen’: klein maken. ὑπήκοος (hypekoos), ‘gehoorzaam’: de tekst noemt niet aan wie. σταυρός (stauros), ‘kruis’.

Zie ook Gal. 3:13.

Zie ookGal 3:13
9Daarom verhoogde Elohim Hem ook uitermate en schonk Hem uit genade de naam die boven elke naam is,
διὸ
(dio)
daarom
καὶ
(kai)
ook
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
αὐτὸν
(auton)
Hem
ὑπερύψωσεν
(hyperypsosen)
verhoogde uitermate
καὶ
(kai)
en
ἐχαρίσατο
(echarisato)
schonk uit genade
αὐτῷ
(auto)
aan Hem
τὸ
(to)
de
ὄνομα
(onoma)
naam
τὸ
(to)
die
ὑπὲρ
(hyper)
boven
πᾶν
(pan)
elke
ὄνομα
(onoma)
naam
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὑπερυψόω (hyperypsoo), ‘uitermate verhogen’: boven alles verheffen.

Welke naam ‘boven elke naam’ is, zegt de tekst niet met zoveel woorden; vers 10 noemt de naam Yeshua en vers 11 de titel ‘Heer’. χαρίζομαι (charizomai), ‘uit genade schenken’: verwant aan χάρις (charis), ‘genade’.

10opdat in de naam van Yeshua elke knie zich buigt van hemelse, aardse en onderaardse wezens,
ἵνα
(hina)
opdat
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
ὀνόματι
(onomati)
naam
Ἰησοῦ
(Iesou)
van Yeshua
πᾶν
(pan)
elke
γόνυ
(gony)
knie
κάμψῃ
(kampse)
zich buigt
ἐπουρανίων
(epouranion)
van hemelse
καὶ
(kai)
en
ἐπιγείων
(epigeion)
aardse
καὶ
(kai)
en
καταχθονίων
(katachthonion)
onderaardse
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐπουρανίων … ἐπιγείων … καταχθονίων (epouranion … epigeion … katachthonion), ‘hemelse, aardse en onderaardse’: het Grieks heeft alleen deze drie bijvoeglijke woorden en geen zelfstandig naamwoord; ‘wezens’ is onze aanvulling, het kan ook ‘dingen’ zijn.

11en elke tong belijdt dat Yeshua de Messias Heer is, tot heerlijkheid van Elohim, de Vader.
καὶ
(kai)
en
πᾶσα
(pasa)
elke
γλῶσσα
(glossa)
tong
ἐξομολογήσηται
(exomologesetai)
belijdt
ὅτι
(hoti)
dat
κύριος
(kyrios)
Heer
Ἰησοῦς
(Iesous)
Yeshua
Χριστὸς
(Christos)
de Messias
εἰς
(eis)
tot
δόξαν
(doxan)
heerlijkheid
θεοῦ
(theou)
van Elohim
πατρός
(patros)
de Vader
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐξομολογέω (exomologeo), ‘belijden’: openlijk erkennen. κύριος Ἰησοῦς Χριστός (kyrios Iesous Christos), ‘Yeshua de Messias is Heer’.

Deze verzen doen denken aan Jes. 45:23: „… dat voor Mij elke knie zich zal buigen en elke tong zal zweren”.

Ons Hebreeuws heeft ‘zweren’, de brief heeft ‘belijden’.

In Jesaja spreekt Yahweh in de eerste persoon; hier gaat het over Yeshua.

Paulus citeert niet met een inleiding, daarom staat de regel zwart.

Zie ook Jes. 45:23; Rom. 14:11.

Werk jullie redding uit

12Dus, mijn geliefden, zoals jullie altijd gehoorzaam zijn geweest, niet alleen in mijn aanwezigheid maar nu veel meer in mijn afwezigheid, werk jullie eigen redding uit met vrees en beven,
Ὥστε
(Hoste)
dus
ἀγαπητοί
(agapetoi)
geliefden
μου
(mou)
mijn
καθὼς
(kathos)
zoals
πάντοτε
(pantote)
altijd
ὑπηκούσατε
(hypekousate)
jullie gehoorzaamden
μὴ
(me)
niet
ὡς
(hos)
als
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
de
παρουσίᾳ
(parousia)
aanwezigheid
μου
(mou)
mijn
μόνον
(monon)
alleen
ἀλλὰ
(alla)
maar
νῦν
(nyn)
nu
πολλῷ
(pollo)
veel
μᾶλλον
(mallon)
meer
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
de
ἀπουσίᾳ
(apousia)
afwezigheid
μου
(mou)
mijn
μετὰ
(meta)
met
φόβου
(phobou)
vrees
καὶ
(kai)
en
τρόμου
(tromou)
beven
τὴν
(ten)
de
ἑαυτῶν
(heauton)
eigen
σωτηρίαν
(soterian)
redding
κατεργάζεσθε
(katergazesthe)
werkt uit
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὑπακούω (hypakouo), ‘gehoorzaam zijn’: de tekst noemt niet aan wie. παρουσία (parousia), ‘aanwezigheid’: elders in de brief vertalen wij het woord met ‘komst’ (1:26); hier staat het tegenover ἀπουσία (apousia), ‘afwezigheid’. κατεργάζομαι (katergazomai), ‘uitwerken’: tot een einde brengen; het woord zegt niet dat men redding verdient, want vers 13 zegt dat Elohim werkt. σωτηρία (soteria), ‘redding’.

De Griekse zin is lang; splitsen zou de redenering breken.

Zie ook 1 Kor. 2:3; 2 Kor. 7:15.

13want Elohim is het die in jullie werkt, zowel het willen als het werken, ter wille van de goede wil.
θεὸς
(theos)
Elohim
γάρ
(gar)
want
ἐστιν
(estin)
is
ὁ
(ho)
Hij die
ἐνεργῶν
(energon)
werkt
ἐν
(en)
in
ὑμῖν
(hymin)
jullie
καὶ
(kai)
zowel
τὸ
(to)
het
θέλειν
(thelein)
willen
καὶ
(kai)
als
τὸ
(to)
het
ἐνεργεῖν
(energein)
werken
ὑπὲρ
(hyper)
ter wille van
τῆς
(tes)
de
εὐδοκίας
(eudokias)
goede wil
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐνεργέω (energeo), ‘werken’: krachtig bezig zijn. εὐδοκία (eudokia), ‘goede wil’: zie 1:15; de tekst zegt niet met zoveel woorden van wie die goede wil is.

Schijn als lichten in de wereld

14Doe alles zonder gemor en twijfel,
Πάντα
(Panta)
alles
ποιεῖτε
(poieite)
doet
χωρὶς
(choris)
zonder
γογγυσμῶν
(gongysmon)
gemor
καὶ
(kai)
en
διαλογισμῶν
(dialogismon)
twijfel
Bron: SBLGNT
Uitleg

γογγυσμός (gongysmos), ‘gemor’: klagen in zichzelf of tegen anderen; in Exod. 16:7–8 gaat het om het gemor van Israël in de woestijn. διαλογισμός (dialogismos), ‘twijfel’: ook ‘redenering, overleg, tegenspraak’.

Zie ook Exod. 16:7–8.

15opdat jullie onberispelijk en ongerept worden, kinderen van Elohim zonder vlek te midden van een kromme en verdraaide generatie. Onder hen schijnen jullie als lichten in de wereld,
ἵνα
(hina)
opdat
γένησθε
(genesthe)
jullie worden
ἄμεμπτοι
(amemptoi)
onberispelijk
καὶ
(kai)
en
ἀκέραιοι
(akeraioi)
ongerept
τέκνα
(tekna)
kinderen
θεοῦ
(theou)
van Elohim
ἄμωμα
(amoma)
zonder vlek
μέσον
(meson)
te midden van
γενεᾶς
(geneas)
een generatie
σκολιᾶς
(skolias)
kromme
καὶ
(kai)
en
διεστραμμένης
(diestrammenes)
verdraaide
ἐν
(en)
onder
οἷς
(hois)
hen
φαίνεσθε
(phainesthe)
jullie schijnen
ὡς
(hos)
als
φωστῆρες
(phosteres)
lichten
ἐν
(en)
in
κόσμῳ
(kosmo)
de wereld
Bron: SBLGNT
Uitleg

‘Een kromme en verdraaide generatie’ doet denken aan Deut. 32:5, waar ons Hebreeuws heeft: ‘een verdraaid en kronkelig geslacht’.

Ook ‘kinderen van Elohim’ en ‘zonder vlek’ komen daar in de buurt. φωστήρ (fostér), ‘licht’: een lichtgever. ἀκέραιοι (akeraioi), ‘ongerept’: onvermengd, zonder bijmengsel.

Zie ook Deut. 32:5.

Zie ookDeut 32:5
16het woord van het leven vasthoudend, mij tot roem op de dag van de Messias, omdat ik niet tevergeefs liep en niet tevergeefs arbeidde.
λόγον
(logon)
woord
ζωῆς
(zoes)
van leven
ἐπέχοντες
(epechontes)
vasthoudend
εἰς
(eis)
tot
καύχημα
(kauchema)
roem
ἐμοὶ
(emoi)
voor mij
εἰς
(eis)
tot
ἡμέραν
(hemeran)
dag
Χριστοῦ
(Christou)
van de Messias
ὅτι
(hoti)
omdat
οὐκ
(ouk)
niet
εἰς
(eis)
tot
κενὸν
(kenon)
tevergeefs
ἔδραμον
(edramon)
ik liep
οὐδὲ
(oude)
noch
εἰς
(eis)
tot
κενὸν
(kenon)
tevergeefs
ἐκοπίασα
(ekopiasa)
ik arbeidde
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐπέχω (epecho), ‘vasthouden’: het Grieks kan ook ‘voorhouden, aanbieden’ betekenen; wij kiezen ‘vasthouden’. καύχημα (kauchema), ‘roem’.

‘De dag van de Messias’: zie 1:6.

‘Tevergeefs gelopen’ doet denken aan Gal. 2:2.

Zie ook Gal. 2:2; Filip. 1:6.

17Maar ook als ik als plengoffer word uitgegoten over het offer en de bediening van jullie geloof, verheug ik me. Ik verheug me ook met jullie allen.
ἀλλὰ
(alla)
maar
εἰ
(ei)
als
καὶ
(kai)
ook
σπένδομαι
(spendomai)
ik word uitgegoten als plengoffer
ἐπὶ
(epi)
over
τῇ
(te)
het
θυσίᾳ
(thysia)
offer
καὶ
(kai)
en
λειτουργίᾳ
(leitourgia)
bediening
τῆς
(tes)
van het
πίστεως
(pisteos)
geloof
ὑμῶν
(hymon)
jullie
χαίρω
(chairo)
ik verheug mij
καὶ
(kai)
en
συγχαίρω
(synchairo)
ik verheug mij mee
πᾶσιν
(pasin)
met allen
ὑμῖν
(hymin)
jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg

σπένδομαι (spendomai), ‘als plengoffer uitgegoten worden’: bij een offer werd ook wijn uitgegoten, zie Num. 15:5.

Of Paulus zijn eigen leven bedoelt of dat zijn lijden dat plengoffer is, zegt de tekst niet. θυσία (thysia), ‘offer’. λειτουργία (leitourgia), ‘bediening’: een openbare dienst; ‘het offer en de bediening van jullie geloof’ kan ook ‘de offerdienst die jullie geloof is’ betekenen.

Zie ook Num. 15:5.

Zie ookNum 15:5
18Verheug ook jullie je op dezelfde wijze, en verheug je met mij.
τὸ
(to)
het
δὲ
(de)
maar
αὐτὸ
(auto)
hetzelfde
καὶ
(kai)
ook
ὑμεῖς
(hymeis)
jullie
χαίρετε
(chairete)
verheugt jullie
καὶ
(kai)
en
συγχαίρετέ
(synchairete)
verheugt jullie mee
μοι
(moi)
met mij
Bron: SBLGNT
Uitleg

χαίρετε (chairete) en συγχαίρετε (sygchairete): de vorm kan een gebod (‘verheug je’) of een mededeling (‘jullie verheugen je’) zijn; wij kiezen het gebod.

Timoteüs en Epafroditus

19Ik hoop in de Heer Yeshua Timoteüs spoedig naar jullie te sturen, zodat ook ik moed krijg als ik weet hoe het met jullie gaat.
Ἐλπίζω
(Elpizo)
ik hoop
δὲ
(de)
maar
ἐν
(en)
in
κυρίῳ
(kyrio)
de Heer
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
Τιμόθεον
(Timotheon)
Timoteüs
ταχέως
(tacheos)
spoedig
πέμψαι
(pempsai)
te sturen
ὑμῖν
(hymin)
naar jullie
ἵνα
(hina)
opdat
κἀγὼ
(kago)
ook ik
εὐψυχῶ
(eupsycho)
moed krijg
γνοὺς
(gnous)
wetend
τὰ
(ta)
wat
περὶ
(peri)
over
ὑμῶν
(hymon)
jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg

Timoteüs staat ook in de aanhef van de brief (1:1). πέμπω (pempo), ‘sturen’. εὐψυχέω (eupsycheo), ‘moed hebben’.

Zie ook Hand. 16:1–3; Hand. 19:22; 1 Kor. 4:17.

20Want ik heb niemand van gelijke gezindheid die oprecht zorg zal dragen voor wat jullie aangaat,
οὐδένα
(oudena)
niemand
γὰρ
(gar)
want
ἔχω
(echo)
ik heb
ἰσόψυχον
(isopsychon)
van gelijke gezindheid
ὅστις
(hostis)
die
γνησίως
(gnesios)
oprecht
τὰ
(ta)
wat
περὶ
(peri)
over
ὑμῶν
(hymon)
jullie
μεριμνήσει
(merimnesei)
zorg zal dragen
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἰσόψυχος (isopsychos), ‘van gelijke gezindheid’: letterlijk ‘gelijk van ziel’; het woord komt alleen hier voor. μεριμνάω (merimnao), ‘zorg dragen’: ook ‘zich zorgen maken’.

21want allen zoeken wat van henzelf is, niet wat van Yeshua de Messias is.
οἱ
(hoi)
zij
πάντες
(pantes)
allen
γὰρ
(gar)
want
τὰ
(ta)
wat
ἑαυτῶν
(heauton)
van zichzelf
ζητοῦσιν
(zetousin)
zoeken
οὐ
(ou)
niet
τὰ
(ta)
wat
Ἰησοῦ
(Iesou)
van Yeshua
Χριστοῦ
(Christou)
de Messias
Bron: SBLGNT
22Maar jullie kennen zijn beproefdheid: als een kind bij een vader heeft hij met mij als knecht gediend voor de goede boodschap.
τὴν
(ten)
de
δὲ
(de)
maar
δοκιμὴν
(dokimen)
beproefdheid
αὐτοῦ
(autou)
zijn
γινώσκετε
(ginoskete)
jullie kennen
ὅτι
(hoti)
dat
ὡς
(hos)
als
πατρὶ
(patri)
bij een vader
τέκνον
(teknon)
kind
σὺν
(syn)
met
ἐμοὶ
(emoi)
mij
ἐδούλευσεν
(edouleusen)
diende als knecht
εἰς
(eis)
voor
τὸ
(to)
de
εὐαγγέλιον
(euangelion)
goede boodschap
Bron: SBLGNT
Uitleg

δοκιμή (dokime), ‘beproefdheid’: het standhouden na een toets, zoals in 2 Kor. 2:9. ἐδούλευσεν (edouleusen), ‘diende als knecht’: van δοῦλος (doulos), ‘knecht’.

Zie ook 2 Kor. 2:9.

Zie ook2 Kor 2:9
23Hem hoop ik dus onmiddellijk te sturen, zodra ik overzie hoe het met mij gaat.
τοῦτον
(touton)
hem
μὲν
(men)
wel
οὖν
(oun)
dus
ἐλπίζω
(elpizo)
ik hoop
πέμψαι
(pempsai)
te sturen
ὡς
(hos)
wanneer
ἂν
(an)
zodra
ἀφίδω
(aphido)
ik overzie
τὰ
(ta)
wat
περὶ
(peri)
over
ἐμὲ
(eme)
mij
ἐξαυτῆς
(exautes)
onmiddellijk
Bron: SBLGNT
24Ik vertrouw in de Heer dat ook ikzelf spoedig zal komen.
πέποιθα
(pepoitha)
ik vertrouw
δὲ
(de)
maar
ἐν
(en)
in
κυρίῳ
(kyrio)
de Heer
ὅτι
(hoti)
dat
καὶ
(kai)
ook
αὐτὸς
(autos)
zelf
ταχέως
(tacheos)
spoedig
ἐλεύσομαι
(eleusomai)
ik zal komen
Bron: SBLGNT
25Ik achtte het nodig Epafroditus naar jullie te sturen: mijn broer, medewerker en medesoldaat, maar jullie apostel en dienaar in mijn behoefte.
Ἀναγκαῖον
(Anankaion)
nodig
δὲ
(de)
maar
ἡγησάμην
(hegesamen)
ik achtte
Ἐπαφρόδιτον
(Epaphroditon)
Epafroditus
τὸν
(ton)
de
ἀδελφὸν
(adelphon)
broer
καὶ
(kai)
en
συνεργὸν
(synergon)
medewerker
καὶ
(kai)
en
συστρατιώτην
(systratioten)
medesoldaat
μου
(mou)
mijn
ὑμῶν
(hymon)
van jullie
δὲ
(de)
maar
ἀπόστολον
(apostolon)
apostel
καὶ
(kai)
en
λειτουργὸν
(leitourgon)
dienaar
τῆς
(tes)
van de
χρείας
(chreias)
behoefte
μου
(mou)
mijn
πέμψαι
(pempsai)
te sturen
πρὸς
(pros)
naar
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg

Epafroditus is een andere man dan Epafras (Kol. 1:7; 4:12). συστρατιώτης (systratiotes), ‘medesoldaat’. ἀπόστολος (apostolos), ‘apostel’: letterlijk ‘gezondene’; hier de afgezant die de gemeente gestuurd heeft, zoals in 2 Kor. 8:23. λειτουργός (leitourgos), ‘dienaar’: wie een openbare dienst verricht; het Grieks heeft hier een ander woord dan διάκονος (1:1), dat wij ook ‘dienaar’ noemen. χρεία (chreia), ‘behoefte’: zie 4:18 voor de gift die Epafroditus bracht.

Zie ook Filip. 4:18; 2 Kor. 8:23.

26Hij verlangde naar jullie allen en was zeer bezorgd, omdat jullie gehoord hadden dat hij ziek was.
ἐπειδὴ
(epeide)
omdat
ἐπιποθῶν
(epipothon)
verlangend
ἦν
(en)
hij was
πάντας
(pantas)
allen
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
καὶ
(kai)
en
ἀδημονῶν
(ademonon)
zeer bezorgd
διότι
(dioti)
omdat
ἠκούσατε
(ekousate)
jullie hoorden
ὅτι
(hoti)
dat
ἠσθένησεν
(esthenesen)
hij was ziek
Bron: SBLGNT
27Want hij was inderdaad ziek, dicht bij de dood. Maar Elohim ontfermde Zich over hem, en niet alleen over hem maar ook over mij, opdat ik geen verdriet op verdriet zou hebben.
καὶ
(kai)
ook
γὰρ
(gar)
want
ἠσθένησεν
(esthenesen)
hij was ziek
παραπλήσιον
(paraplesion)
dicht bij
θανάτῳ
(thanato)
de dood
ἀλλὰ
(alla)
maar
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
ἠλέησεν
(eleesen)
ontfermde Zich
αὐτόν
(auton)
over hem
οὐκ
(ouk)
niet
αὐτὸν
(auton)
over hem
δὲ
(de)
maar
μόνον
(monon)
alleen
ἀλλὰ
(alla)
maar
καὶ
(kai)
ook
ἐμέ
(eme)
over mij
ἵνα
(hina)
opdat
μὴ
(me)
niet
λύπην
(lypen)
verdriet
ἐπὶ
(epi)
op
λύπην
(lypen)
verdriet
σχῶ
(scho)
ik zou hebben
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἠλέησεν (eleesen), ‘ontfermde Zich’: Elohim ontfermde Zich over hem; het Grieks noemt niet hoe hij beter werd. λύπη (lype), ‘verdriet’.

28Ik heb hem dus met des te meer spoed gestuurd, opdat jullie, als jullie hem zien, weer blij zijn en ik minder bedroefd ben.
σπουδαιοτέρως
(spoudaioteros)
met des te meer spoed
οὖν
(oun)
dus
ἔπεμψα
(epempsa)
ik stuurde
αὐτὸν
(auton)
hem
ἵνα
(hina)
opdat
ἰδόντες
(idontes)
gezien hebbend
αὐτὸν
(auton)
hem
πάλιν
(palin)
weer
χαρῆτε
(charete)
jullie blij zijn
κἀγὼ
(kago)
en ik
ἀλυπότερος
(alypoteros)
minder bedroefd
ὦ
(o)
ik ben
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἔπεμψα (epempsa), ‘ik stuurde’: de verleden tijd van een briefschrijver, die zich verplaatst in het moment waarop de brief gelezen wordt.

De tekst laat open of Epafroditus de brief zelf meebrengt; wij vertalen ‘heb gestuurd’.

29Ontvang hem dus in de Heer met alle vreugde, en houd zulke mensen in ere,
προσδέχεσθε
(prosdechesthe)
ontvangt
οὖν
(oun)
dus
αὐτὸν
(auton)
hem
ἐν
(en)
in
κυρίῳ
(kyrio)
de Heer
μετὰ
(meta)
met
πάσης
(pases)
alle
χαρᾶς
(charas)
vreugde
καὶ
(kai)
en
τοὺς
(tous)
de
τοιούτους
(toioutous)
zulke mensen
ἐντίμους
(entimous)
in ere
ἔχετε
(echete)
houdt
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἔντιμος (entimos), ‘in ere’: waardevol, hoogstaand.

‘In de Heer’: als gelovigen in verbondenheid met Yeshua.

30want vanwege het werk van de Messias kwam hij dicht bij de dood. Hij waagde zijn leven om aan te vullen wat jullie ontbrak aan de bediening voor mij.
ὅτι
(hoti)
omdat
διὰ
(dia)
vanwege
τὸ
(to)
het
ἔργον
(ergon)
werk
Χριστοῦ
(Christou)
van de Messias
μέχρι
(mechri)
tot
θανάτου
(thanatou)
dood
ἤγγισεν
(engisen)
hij kwam nabij
παραβολευσάμενος
(paraboleusamenos)
zijn leven wagend
τῇ
(te)
met de
ψυχῇ
(psyche)
ziel
ἵνα
(hina)
opdat
ἀναπληρώσῃ
(anaplerose)
hij zou aanvullen
τὸ
(to)
het
ὑμῶν
(hymon)
jullie
ὑστέρημα
(hysterema)
tekort
τῆς
(tes)
van de
πρός
(pros)
aan
με
(me)
mij
λειτουργίας
(leitourgias)
bediening
Bron: SBLGNT
Uitleg

παραβολεύομαι (paraboleuomai), ‘zijn leven wagen’: een zeldzaam woord voor een gok met het leven. ὑστέρημα (hysterema), ‘tekort’: wat ontbreekt.

Hiermee gaat de brief terug naar 2:25: Epafroditus bracht de gift van de gemeente.

Vergelijk Kol. 1:24 voor hetzelfde Griekse beeld van ‘aanvullen wat ontbreekt’.

Zie ook Filip. 4:18; Kol. 1:24.