Efeziërs 2
Levend gemaakt uit genade, de muur van de afscheiding en één nieuwe mens, het heiligdom van Elohim
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Dood, maar levend gemaakt uit genade
De verzen 1–7 vormen in het Grieks één lange zin: ‘En jullie … Elohim … heeft ons levend gemaakt’.
Wij splitsen hem zonder iets toe te voegen. παράπτωμα (paraptoma), ‘overtreding’; ἁμαρτία (hamartia), ‘zonde’. νεκρός (nekros), ‘dood’.
De SBLGNT markeert in dit vers een variant.
περιπατέω (peripateo), ‘wandelen’: het beeld voor hoe iemand leeft. αἰών (aion), ‘eeuw’: een tijdperk, een wereldtijd; κόσμος (kosmos), ‘wereld’. ὁ ἄρχων τῆς ἐξουσίας τοῦ ἀέρος (ho archon tes exousias tou aeros), ‘de heerser over het gezag van de lucht’: een macht die boven deze wereld heerst; de tekst noemt geen naam.
Het woord ‘geest’ (πνεῦμα, pneuma) staat in het Grieks in de tweede naamval: het kan bij ‘heerser’ horen (de heerser is de geest die werkt) of bij ‘gezag’ (het gebied van die geest).
Wij houden de Griekse volgorde. υἱοὶ τῆς ἀπειθείας (huioi tes apeitheias), ‘zonen van de ongehoorzaamheid’: mensen die door ongehoorzaamheid getekend zijn.
Zie ook Ef. 6:12.
ἀναστρέφομαι (anastrefomai), ‘verkeren, leven’. ἐπιθυμία (epithymia), ‘begeerte’; σάρξ (sarx), ‘vlees’: niet alleen het lichaam, maar ook de zwakke, aardse menselijke natuur. θέλημα (thelema), ‘wil, wens’; διάνοια (dianoia), ‘gedachte’. τέκνα ὀργῆς (tekna orges), ‘kinderen van de toorn’: mensen die onder de toorn staan. φύσει (physei), ‘van nature’.
De SBLGNT markeert in dit vers een variant.
ἔλεος (eleos), ‘barmhartigheid’: medelijden dat tot handelen leidt. ἀγάπη (agape), ‘liefde’.
συζωοποιέω (syzoopoieo), ‘samen levend maken’, met de Messias; het is het eerste van drie woorden met ‘samen’ (levend gemaakt, opgewekt, laten zitten, verzen 5–6). χάρις (charis), ‘genade’: ‘uit genade’ staat ook in vers 8. σῴζω (sozo), ‘redden’; ἐστε σεσῳσμένοι (este sesosmenoi), ‘jullie zijn gered’: een toestand die blijft.
De woorden ‘uit genade zijn jullie gered’ staan midden in de zin.
Zie ook Kol. 2:13
ἐνδείκνυμι (endeiknymi), ‘tonen, laten zien’. αἰῶνες οἱ ἐπερχόμενοι (aiones hoi eperchomenoi), ‘de komende eeuwen’. χρηστότης (chrestotes), ‘goedheid’.
De SBLGNT markeert bij πλοῦτος een variant, zoals in 1:7.
Vers 8 en 9 zijn de bekende woorden ‘uit genade gered, door geloof’: de genade is de bron, het geloof het middel. τοῦτο (touto), ‘dit’, is onzijdig; de tekst zegt niet of het verwijst naar ‘gered zijn’, naar ‘genade’ of naar ‘geloof’. δῶρον (doron), ‘gave’.
De SBLGNT markeert bij διά een variant.
ποίημα (poiema), ‘maaksel’: iets wat gemaakt is, een kunstwerk. κτίζω (ktizo), ‘scheppen’. προετοιμάζω (proetoimazo), ‘tevoren bereiden’. περιπατέω: ‘wandelen’, zie vers 2: eens wandelden zij in de overtredingen, nu in de goede werken.
Eens veraf, nu dichtbij
ἔθνη (ethne), ‘de volken’: de niet-Joden. ἀκροβυστία (akrobystia), ‘onbesnedenheid’, letterlijk ‘voorhuid’; περιτομή (peritome), ‘besnijdenis’.
De woorden ‘onbesnedenheid’ en ‘besnijdenis’ staan hier als namen die anderen gebruiken (‘genoemd’). χειροποίητος (cheiropoietos), ‘met handen gemaakt’: wat mensen maken, tegenover wat Elohim zelf werkt.
De SBLGNT markeert in dit vers een variant.
πολιτεία (politeia), ‘burgerrecht’: het recht om bij een gemeenschap te horen; ook ‘gemeenschap, staat’. ξένος (xenos), ‘vreemde’. διαθήκη (diatheke), ‘verbond’; in het meervoud: de verbonden van Elohim met Zijn volk. ἐπαγγελία (epangelia), ‘belofte’. ἄθεος (atheos), ‘zonder Elohim’.
De SBLGNT markeert bij ἦτε een variant.
Hij is onze vrede
μεσότοιχον τοῦ φραγμοῦ (mesotoichon tou fragmou), ‘de middenmuur van de afscheiding’: de muur die twee ruimten scheidt.
De tekst zegt niet welke muur Paulus bedoelt; vaak denkt men aan de afscheiding tussen Joden en de volken. ἔχθρα (echthra), ‘vijandschap’ staat in het Grieks los achter ‘de middenmuur’; het kan een nadere aanduiding zijn van wat de muur is.
‘In Zijn vlees’ kan bij het afbreken van de muur horen of bij vers 15; wij laten het bij vers 14.
ὁ νόμος τῶν ἐντολῶν ἐν δόγμασιν (ho nomos ton entolon en dogmasin), ‘de wet van de geboden in verordeningen’: de wet met haar geboden, uitgedrukt in verordeningen. δόγμα (dogma), ‘verordening, besluit’. καταργέω (katargeo), ‘buiten werking stellen’: zoals in Gal. 3:17, 5:4 en 5:11.
Wat precies buiten werking gesteld is, de wet zelf of haar werking als scheidsmuur, zegt de tekst niet; het wordt op verschillende manieren verstaan. ὁ καινὸς ἄνθρωπος (ho kainos anthropos), ‘de nieuwe mens’: zie ook 4:24.
De SBLGNT markeert bij αὑτῷ een variant.
Zie ook Gal. 3:17; Gal. 5:4; Ef. 4:24.
ἀποκαταλλάσσω (apokatallasso), ‘verzoenen’: weer in vrede brengen; hetzelfde woord als in Kol. 1:20 en 1:22.
‘Beiden’ (ἀμφότεροι, amfoteroi): Joden en de volken. ἐν αὐτῷ (en auto), ‘in Hem’: kan ook ‘daarin’ betekenen, namelijk in het kruis (σταυρός, stauros, is in het Grieks mannelijk).
Zie ook Kol. 1:20.
προσαγωγή (prosagoge), ‘toegang’: het toegelaten worden bij een koning.
‘In één Geest’ (ἐν ἑνὶ πνεύματι): in de Geest van Elohim.
Medeburgers van de heiligen en huisgenoten van Elohim
ξένος (xenos), ‘vreemde’; πάροικος (paroikos), ‘bijwoner’: iemand die in een stad woont zonder burgerrecht. συμπολίτης (sympolites), ‘medeburger’; οἰκεῖος (oikeios), ‘huisgenoot’: iemand die tot het huis behoort. ἅγιοι: ‘heiligen’, zie 1:1.
De SBLGNT markeert bij ἐστέ een variant.
θεμέλιος (themelios), ‘fundament’.
‘Het fundament van de apostelen en profeten’ kan betekenen: het fundament dat zij gelegd hebben, of dat zij zijn. ἀκρογωνιαῖος (akrogoniaios), ‘hoeksteen’: de steen in de hoek die het gebouw bijeenhoudt (of de laatste steen, boven).
Vergelijk Jes. 28:16 (‘een kostbare hoeksteen’) en Ps. 118:22 (‘tot hoeksteen geworden’).
De SBLGNT markeert de woorden Χριστοῦ Ἰησοῦ (‘van de Messias Yeshua’) als variant.
Zie ook Jes. 28:16; Ps. 118:22.
οἰκοδομή (oikodome), ‘bouwwerk’. πᾶσα οἰκοδομή (pasa oikodome) staat zonder lidwoord: ‘elk bouwwerk’; sommige lezen ‘heel het bouwwerk’.
De SBLGNT markeert bij πᾶσα een variant. συναρμολογέω (synarmologeo), ‘samenvoegen’, zoals stenen of balken die op elkaar passen. ναός (naos), ‘heiligdom’: het binnenste van de tempel, de plaats waar Elohim woont.
συνοικοδομέω (synoikodomeo), ‘samen opbouwen’. κατοικητήριον (katoiketerion), ‘woonplaats’.
‘In de Geest’ (ἐν πνεύματι): wij schrijven ‘Geest’ met hoofdletter, omdat het gaat om de Geest van Elohim; het Grieks kan ook ‘geestelijk’ bedoelen.