Elohim Bijbel

Efeziërs 2

123456

Levend gemaakt uit genade, de muur van de afscheiding en één nieuwe mens, het heiligdom van Elohim

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Dood, maar levend gemaakt uit genade

1En jullie, die dood waren in jullie overtredingen en zonden,
Καὶ
(Kai)
en
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
ὄντας
(ontas)
zijnde
νεκροὺς
(nekrous)
dood
τοῖς
(tois)
in de
παραπτώμασιν
(paraptomasin)
overtredingen
καὶ
(kai)
en
ταῖς
(tais)
in de
ἁμαρτίαις
(hamartiais)
zonden
ὑμῶν
(hymon)
jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg

De verzen 1–7 vormen in het Grieks één lange zin: ‘En jullie … Elohim … heeft ons levend gemaakt’.

Wij splitsen hem zonder iets toe te voegen. παράπτωμα (paraptoma), ‘overtreding’; ἁμαρτία (hamartia), ‘zonde’. νεκρός (nekros), ‘dood’.

De SBLGNT markeert in dit vers een variant.

2waarin jullie eens wandelden, volgens de eeuw van deze wereld, volgens de heerser over het gezag van de lucht, de geest die nu werkt in de zonen van de ongehoorzaamheid.
ἐν
(en)
in
αἷς
(hais)
welke
ποτε
(pote)
eens
περιεπατήσατε
(periepatesate)
wandelden jullie
κατὰ
(kata)
volgens
τὸν
(ton)
de
αἰῶνα
(aiona)
eeuw
τοῦ
(tou)
van de
κόσμου
(kosmou)
wereld
τούτου
(toutou)
deze
κατὰ
(kata)
volgens
τὸν
(ton)
de
ἄρχοντα
(archonta)
heerser
τῆς
(tes)
van het
ἐξουσίας
(exousias)
gezag
τοῦ
(tou)
van de
ἀέρος
(aeros)
lucht
τοῦ
(tou)
van de
πνεύματος
(pneumatos)
geest
τοῦ
(tou)
die
νῦν
(nyn)
nu
ἐνεργοῦντος
(energountos)
werkt
ἐν
(en)
in
τοῖς
(tois)
de
υἱοῖς
(huiois)
zonen
τῆς
(tes)
van de
ἀπειθείας
(apeitheias)
ongehoorzaamheid
Bron: SBLGNT
Uitleg

περιπατέω (peripateo), ‘wandelen’: het beeld voor hoe iemand leeft. αἰών (aion), ‘eeuw’: een tijdperk, een wereldtijd; κόσμος (kosmos), ‘wereld’. ὁ ἄρχων τῆς ἐξουσίας τοῦ ἀέρος (ho archon tes exousias tou aeros), ‘de heerser over het gezag van de lucht’: een macht die boven deze wereld heerst; de tekst noemt geen naam.

Het woord ‘geest’ (πνεῦμα, pneuma) staat in het Grieks in de tweede naamval: het kan bij ‘heerser’ horen (de heerser is de geest die werkt) of bij ‘gezag’ (het gebied van die geest).

Wij houden de Griekse volgorde. υἱοὶ τῆς ἀπειθείας (huioi tes apeitheias), ‘zonen van de ongehoorzaamheid’: mensen die door ongehoorzaamheid getekend zijn.

Zie ook Ef. 6:12.

Zie ookEf 6:12
3Onder hen hebben ook wij allen eens verkeerd, in de begeerten van ons vlees. Wij deden de wensen van het vlees en van de gedachten. En wij waren van nature kinderen van de toorn, zoals ook de anderen.
ἐν
(en)
onder
οἷς
(hois)
wie
καὶ
(kai)
ook
ἡμεῖς
(hemeis)
wij
πάντες
(pantes)
allen
ἀνεστράφημέν
(anestraphemen)
verkeerden
ποτε
(pote)
eens
ἐν
(en)
in
ταῖς
(tais)
de
ἐπιθυμίαις
(epithymiais)
begeerten
τῆς
(tes)
van het
σαρκὸς
(sarkos)
vlees
ἡμῶν
(hemon)
ons
ποιοῦντες
(poiountes)
doend
τὰ
(ta)
de
θελήματα
(thelemata)
wensen
τῆς
(tes)
van het
σαρκὸς
(sarkos)
vlees
καὶ
(kai)
en
τῶν
(ton)
van de
διανοιῶν
(dianoion)
gedachten
καὶ
(kai)
en
ἤμεθα
(emetha)
waren
τέκνα
(tekna)
kinderen
φύσει
(physei)
van nature
ὀργῆς
(orges)
van toorn
ὡς
(hos)
zoals
καὶ
(kai)
ook
οἱ
(hoi)
de
λοιποί
(loipoi)
overigen
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀναστρέφομαι (anastrefomai), ‘verkeren, leven’. ἐπιθυμία (epithymia), ‘begeerte’; σάρξ (sarx), ‘vlees’: niet alleen het lichaam, maar ook de zwakke, aardse menselijke natuur. θέλημα (thelema), ‘wil, wens’; διάνοια (dianoia), ‘gedachte’. τέκνα ὀργῆς (tekna orges), ‘kinderen van de toorn’: mensen die onder de toorn staan. φύσει (physei), ‘van nature’.

De SBLGNT markeert in dit vers een variant.

4Maar Elohim, rijk aan barmhartigheid, vanwege Zijn grote liefde waarmee Hij ons liefhad,
ὁ
(ho)
de
δὲ
(de)
maar
θεὸς
(theos)
Elohim
πλούσιος
(plousios)
rijk
ὢν
(on)
zijnde
ἐν
(en)
in
ἐλέει
(eleei)
barmhartigheid
διὰ
(dia)
vanwege
τὴν
(ten)
de
πολλὴν
(pollen)
grote
ἀγάπην
(agapen)
liefde
αὐτοῦ
(autou)
van Hem
ἣν
(hen)
waarmee
ἠγάπησεν
(egapesen)
Hij liefhad
ἡμᾶς
(hemas)
ons
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἔλεος (eleos), ‘barmhartigheid’: medelijden dat tot handelen leidt. ἀγάπη (agape), ‘liefde’.

5heeft ons, ook toen wij dood waren in onze overtredingen, samen met de Messias levend gemaakt. Uit genade zijn jullie gered.
καὶ
(kai)
ook
ὄντας
(ontas)
zijnde
ἡμᾶς
(hemas)
wij
νεκροὺς
(nekrous)
dood
τοῖς
(tois)
in de
παραπτώμασιν
(paraptomasin)
overtredingen
συνεζωοποίησεν
(synezoopoiesen)
heeft samen levend gemaakt
τῷ
(to)
met de
Χριστῷ
(Christo)
Messias
χάριτί
(chariti)
uit genade
ἐστε
(este)
zijn jullie
σεσῳσμένοι
(sesosmenoi)
gered
Bron: SBLGNT
Uitleg

συζωοποιέω (syzoopoieo), ‘samen levend maken’, met de Messias; het is het eerste van drie woorden met ‘samen’ (levend gemaakt, opgewekt, laten zitten, verzen 5–6). χάρις (charis), ‘genade’: ‘uit genade’ staat ook in vers 8. σῴζω (sozo), ‘redden’; ἐστε σεσῳσμένοι (este sesosmenoi), ‘jullie zijn gered’: een toestand die blijft.

De woorden ‘uit genade zijn jullie gered’ staan midden in de zin.

Zie ook Kol. 2:13

6En Hij heeft ons samen opgewekt en samen laten zitten in de hemelse gewesten, in de Messias Yeshua,
καὶ
(kai)
en
συνήγειρεν
(synegeiren)
heeft samen opgewekt
καὶ
(kai)
en
συνεκάθισεν
(synekathisen)
heeft samen laten zitten
ἐν
(en)
in
τοῖς
(tois)
de
ἐπουρανίοις
(epouraniois)
hemelse gewesten
ἐν
(en)
in
Χριστῷ
(Christo)
de Messias
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
Bron: SBLGNT
Uitleg

τὰ ἐπουράνια: ‘de hemelse gewesten’, zie 1:3; hier worden de gelovigen met de Messias gezet in dat gebied (vergelijk 1:20). ἐν Χριστῷ Ἰησοῦ (en Christo Iesou), ‘in de Messias Yeshua’: zie 1:3.

Zie ook Ef. 1:3; Ef. 1:20.

7opdat Hij in de komende eeuwen de overweldigende rijkdom van Zijn genade zou tonen, in goedheid over ons, in de Messias Yeshua.
ἵνα
(hina)
opdat
ἐνδείξηται
(endeixetai)
Hij zou tonen
ἐν
(en)
in
τοῖς
(tois)
de
αἰῶσιν
(aiosin)
eeuwen
τοῖς
(tois)
die
ἐπερχομένοις
(eperchomenois)
komen
τὸ
(to)
de
ὑπερβάλλον
(hyperballon)
overweldigende
πλοῦτος
(ploutos)
rijkdom
τῆς
(tes)
van de
χάριτος
(charitos)
genade
αὐτοῦ
(autou)
van Hem
ἐν
(en)
in
χρηστότητι
(chrestoteti)
goedheid
ἐφ’
(eph’)
over
ἡμᾶς
(hemas)
ons
ἐν
(en)
in
Χριστῷ
(Christo)
de Messias
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐνδείκνυμι (endeiknymi), ‘tonen, laten zien’. αἰῶνες οἱ ἐπερχόμενοι (aiones hoi eperchomenoi), ‘de komende eeuwen’. χρηστότης (chrestotes), ‘goedheid’.

De SBLGNT markeert bij πλοῦτος een variant, zoals in 1:7.

8Want uit genade zijn jullie gered, door geloof. En dit is niet uit jullie: het is de gave van Elohim.
τῇ
(te)
de
γὰρ
(gar)
want
χάριτί
(chariti)
genade
ἐστε
(este)
zijn jullie
σεσῳσμένοι
(sesosmenoi)
gered
διὰ
(dia)
door
πίστεως
(pisteos)
geloof
καὶ
(kai)
en
τοῦτο
(touto)
dit
οὐκ
(ouk)
niet
ἐξ
(ex)
uit
ὑμῶν
(hymon)
jullie
θεοῦ
(theou)
van Elohim
τὸ
(to)
de
δῶρον
(doron)
gave
Bron: SBLGNT
Uitleg

Vers 8 en 9 zijn de bekende woorden ‘uit genade gered, door geloof’: de genade is de bron, het geloof het middel. τοῦτο (touto), ‘dit’, is onzijdig; de tekst zegt niet of het verwijst naar ‘gered zijn’, naar ‘genade’ of naar ‘geloof’. δῶρον (doron), ‘gave’.

De SBLGNT markeert bij διά een variant.

Zie ookEf 2:9
9Niet uit werken, opdat niemand zou roemen.
οὐκ
(ouk)
niet
ἐξ
(ex)
uit
ἔργων
(ergon)
werken
ἵνα
(hina)
opdat
μή
(me)
niet
τις
(tis)
iemand
καυχήσηται
(kauchesetai)
roemt
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἔργα (erga), ‘werken’; καυχάομαι (kauchaomai), ‘roemen’.

Vergelijk Rom. 3:27 en Gal. 2:16 (‘werken van de wet’): hier staat alleen ‘werken’, zonder ‘van de wet’.

Zie ook Gal. 2:16; Rom. 3:27.

10Want wij zijn Zijn maaksel, geschapen in de Messias Yeshua voor goede werken. Elohim heeft ze tevoren bereid, opdat wij erin zouden wandelen.
αὐτοῦ
(autou)
van Hem
γάρ
(gar)
want
ἐσμεν
(esmen)
zijn wij
ποίημα
(poiema)
maaksel
κτισθέντες
(ktisthentes)
geschapen zijnde
ἐν
(en)
in
Χριστῷ
(Christo)
de Messias
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
ἐπὶ
(epi)
voor
ἔργοις
(ergois)
werken
ἀγαθοῖς
(agathois)
goede
οἷς
(hois)
welke
προητοίμασεν
(proetoimasen)
tevoren heeft bereid
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
ἵνα
(hina)
opdat
ἐν
(en)
in
αὐτοῖς
(autois)
hen
περιπατήσωμεν
(peripatesomen)
wij wandelen
Bron: SBLGNT
Uitleg

ποίημα (poiema), ‘maaksel’: iets wat gemaakt is, een kunstwerk. κτίζω (ktizo), ‘scheppen’. προετοιμάζω (proetoimazo), ‘tevoren bereiden’. περιπατέω: ‘wandelen’, zie vers 2: eens wandelden zij in de overtredingen, nu in de goede werken.

Zie ookEf 2:2

Eens veraf, nu dichtbij

11Denk er daarom aan dat jullie eens, de volken in het vlees, ‘onbesnedenheid’ genoemd werden door de zogenaamde ‘besnijdenis’, in het vlees met handen gemaakt.
Διὸ
(Dio)
daarom
μνημονεύετε
(mnemoneuete)
denkt eraan
ὅτι
(hoti)
dat
ποτὲ
(pote)
eens
ὑμεῖς
(hymeis)
jullie
τὰ
(ta)
de
ἔθνη
(ethne)
volken
ἐν
(en)
in
σαρκί
(sarki)
vlees
οἱ
(hoi)
die
λεγόμενοι
(legomenoi)
genoemd worden
ἀκροβυστία
(akrobystia)
onbesnedenheid
ὑπὸ
(hypo)
door
τῆς
(tes)
de
λεγομένης
(legomenes)
zogenaamde
περιτομῆς
(peritomes)
besnijdenis
ἐν
(en)
in
σαρκὶ
(sarki)
vlees
χειροποιήτου
(cheiropoietou)
met handen gemaakt
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἔθνη (ethne), ‘de volken’: de niet-Joden. ἀκροβυστία (akrobystia), ‘onbesnedenheid’, letterlijk ‘voorhuid’; περιτομή (peritome), ‘besnijdenis’.

De woorden ‘onbesnedenheid’ en ‘besnijdenis’ staan hier als namen die anderen gebruiken (‘genoemd’). χειροποίητος (cheiropoietos), ‘met handen gemaakt’: wat mensen maken, tegenover wat Elohim zelf werkt.

De SBLGNT markeert in dit vers een variant.

12Jullie waren in die tijd zonder de Messias, vervreemd van het burgerrecht van Israël en vreemden voor de verbonden van de belofte. Jullie hadden geen hoop en waren zonder Elohim in de wereld.
ὅτι
(hoti)
dat
ἦτε
(ete)
waren
τῷ
(to)
de
καιρῷ
(kairo)
tijd
ἐκείνῳ
(ekeino)
die
χωρὶς
(choris)
zonder
Χριστοῦ
(Christou)
de Messias
ἀπηλλοτριωμένοι
(apellotriomenoi)
vervreemd
τῆς
(tes)
van het
πολιτείας
(politeias)
burgerrecht
τοῦ
(tou)
van
Ἰσραὴλ
(Israel)
Israël
καὶ
(kai)
en
ξένοι
(xenoi)
vreemden
τῶν
(ton)
van de
διαθηκῶν
(diathekon)
verbonden
τῆς
(tes)
van de
ἐπαγγελίας
(epangelias)
belofte
ἐλπίδα
(elpida)
hoop
μὴ
(me)
niet
ἔχοντες
(echontes)
hebbend
καὶ
(kai)
en
ἄθεοι
(atheoi)
zonder Elohim
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
κόσμῳ
(kosmo)
wereld
Bron: SBLGNT
Uitleg

πολιτεία (politeia), ‘burgerrecht’: het recht om bij een gemeenschap te horen; ook ‘gemeenschap, staat’. ξένος (xenos), ‘vreemde’. διαθήκη (diatheke), ‘verbond’; in het meervoud: de verbonden van Elohim met Zijn volk. ἐπαγγελία (epangelia), ‘belofte’. ἄθεος (atheos), ‘zonder Elohim’.

De SBLGNT markeert bij ἦτε een variant.

13Maar nu, in de Messias Yeshua, zijn jullie die eens veraf waren, dichtbij gekomen door het bloed van de Messias.
νυνὶ
(nyni)
nu
δὲ
(de)
maar
ἐν
(en)
in
Χριστῷ
(Christo)
de Messias
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
ὑμεῖς
(hymeis)
jullie
οἵ
(hoi)
die
ποτε
(pote)
eens
ὄντες
(ontes)
zijnde
μακρὰν
(makran)
veraf
ἐγενήθητε
(egenethete)
zijn geworden
ἐγγὺς
(engys)
dichtbij
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
het
αἵματι
(haimati)
bloed
τοῦ
(tou)
van de
Χριστοῦ
(Christou)
Messias
Bron: SBLGNT
Uitleg

‘Veraf’ en ‘dichtbij’ (μακράν, makran, en ἐγγύς, engys) komen terug in vers 17.

Vergelijk Jes. 57:19, waar Yahweh zegt: ‘vrede, vrede voor wie ver is en voor wie dichtbij is’.

De SBLGNT markeert in dit vers een variant.

Zie ook Jes. 57:19.

Hij is onze vrede

14Want Hij is onze vrede. Hij heeft de twee één gemaakt en de middenmuur van de afscheiding afgebroken, de vijandschap, in Zijn vlees.
αὐτὸς
(autos)
Hij
γάρ
(gar)
want
ἐστιν
(estin)
is
ἡ
(he)
de
εἰρήνη
(eirene)
vrede
ἡμῶν
(hemon)
onze
ὁ
(ho)
Hij die
ποιήσας
(poiesas)
gemaakt heeft
τὰ
(ta)
de
ἀμφότερα
(amphotera)
twee
ἓν
(hen)
één
καὶ
(kai)
en
τὸ
(to)
de
μεσότοιχον
(mesotoichon)
middenmuur
τοῦ
(tou)
van de
φραγμοῦ
(phragmou)
afscheiding
λύσας
(lysas)
afgebroken heeft
τὴν
(ten)
de
ἔχθραν
(echthran)
vijandschap
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
het
σαρκὶ
(sarki)
vlees
αὐτοῦ
(autou)
van Hem
Bron: SBLGNT
Uitleg

μεσότοιχον τοῦ φραγμοῦ (mesotoichon tou fragmou), ‘de middenmuur van de afscheiding’: de muur die twee ruimten scheidt.

De tekst zegt niet welke muur Paulus bedoelt; vaak denkt men aan de afscheiding tussen Joden en de volken. ἔχθρα (echthra), ‘vijandschap’ staat in het Grieks los achter ‘de middenmuur’; het kan een nadere aanduiding zijn van wat de muur is.

‘In Zijn vlees’ kan bij het afbreken van de muur horen of bij vers 15; wij laten het bij vers 14.

Zie ookEf 2:15
15Hij heeft de wet van de geboden in verordeningen buiten werking gesteld, om de twee in Zichzelf te scheppen tot één nieuwe mens. Zo maakt Hij vrede,
τὸν
(ton)
de
νόμον
(nomon)
wet
τῶν
(ton)
van de
ἐντολῶν
(entolon)
geboden
ἐν
(en)
in
δόγμασιν
(dogmasin)
verordeningen
καταργήσας
(katargesas)
buiten werking gesteld hebbend
ἵνα
(hina)
opdat
τοὺς
(tous)
de
δύο
(dyo)
twee
κτίσῃ
(ktise)
Hij schept
ἐν
(en)
in
αὑτῷ
(hauto)
Zichzelf
εἰς
(eis)
tot
ἕνα
(hena)
één
καινὸν
(kainon)
nieuwe
ἄνθρωπον
(anthropon)
mens
ποιῶν
(poion)
makend
εἰρήνην
(eirenen)
vrede
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὁ νόμος τῶν ἐντολῶν ἐν δόγμασιν (ho nomos ton entolon en dogmasin), ‘de wet van de geboden in verordeningen’: de wet met haar geboden, uitgedrukt in verordeningen. δόγμα (dogma), ‘verordening, besluit’. καταργέω (katargeo), ‘buiten werking stellen’: zoals in Gal. 3:17, 5:4 en 5:11.

Wat precies buiten werking gesteld is, de wet zelf of haar werking als scheidsmuur, zegt de tekst niet; het wordt op verschillende manieren verstaan. ὁ καινὸς ἄνθρωπος (ho kainos anthropos), ‘de nieuwe mens’: zie ook 4:24.

De SBLGNT markeert bij αὑτῷ een variant.

Zie ook Gal. 3:17; Gal. 5:4; Ef. 4:24.

16en om beiden in één lichaam met Elohim te verzoenen door het kruis, terwijl Hij de vijandschap in Hem gedood heeft.
καὶ
(kai)
en
ἀποκαταλλάξῃ
(apokatallaxe)
Hij verzoent
τοὺς
(tous)
de
ἀμφοτέρους
(amphoterous)
beiden
ἐν
(en)
in
ἑνὶ
(heni)
één
σώματι
(somati)
lichaam
τῷ
(to)
met de
θεῷ
(theo)
Elohim
διὰ
(dia)
door
τοῦ
(tou)
het
σταυροῦ
(staurou)
kruis
ἀποκτείνας
(apokteinas)
gedood hebbend
τὴν
(ten)
de
ἔχθραν
(echthran)
vijandschap
ἐν
(en)
in
αὐτῷ
(auto)
Hem
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀποκαταλλάσσω (apokatallasso), ‘verzoenen’: weer in vrede brengen; hetzelfde woord als in Kol. 1:20 en 1:22.

‘Beiden’ (ἀμφότεροι, amfoteroi): Joden en de volken. ἐν αὐτῷ (en auto), ‘in Hem’: kan ook ‘daarin’ betekenen, namelijk in het kruis (σταυρός, stauros, is in het Grieks mannelijk).

Zie ook Kol. 1:20.

17En Hij kwam en bracht de goede boodschap: vrede aan jullie die veraf waren en vrede aan hen die dichtbij waren.
καὶ
(kai)
en
ἐλθὼν
(elthon)
gekomen zijnd
εὐηγγελίσατο
(euengelisato)
bracht de goede boodschap
εἰρήνην
(eirenen)
vrede
ὑμῖν
(hymin)
aan jullie
τοῖς
(tois)
die
μακρὰν
(makran)
veraf
καὶ
(kai)
en
εἰρήνην
(eirenen)
vrede
τοῖς
(tois)
aan hen die
ἐγγύς
(engys)
dichtbij
Bron: SBLGNT
Uitleg

εὐαγγελίζομαι (euangelizomai), ‘de goede boodschap brengen’.

De woorden volgen Jes. 57:19 en 52:7: ‘vrede voor wie ver is en voor wie dichtbij is’ en ‘de boodschapper die vrede laat horen’.

De SBLGNT markeert bij εἰρήνην een variant.

Zie ook Jes. 57:19; Jes. 52:7.

18Want door Hem hebben wij beiden in één Geest de toegang tot de Vader.
ὅτι
(hoti)
want
δι’
(di’)
door
αὐτοῦ
(autou)
Hem
ἔχομεν
(echomen)
hebben wij
τὴν
(ten)
de
προσαγωγὴν
(prosagogen)
toegang
οἱ
(hoi)
de
ἀμφότεροι
(amphoteroi)
beiden
ἐν
(en)
in
ἑνὶ
(heni)
één
πνεύματι
(pneumati)
Geest
πρὸς
(pros)
tot
τὸν
(ton)
de
πατέρα
(patera)
Vader
Bron: SBLGNT
Uitleg

προσαγωγή (prosagoge), ‘toegang’: het toegelaten worden bij een koning.

‘In één Geest’ (ἐν ἑνὶ πνεύματι): in de Geest van Elohim.

Medeburgers van de heiligen en huisgenoten van Elohim

19Zo zijn jullie dus niet meer vreemden en bijwoners, maar jullie zijn medeburgers van de heiligen en huisgenoten van Elohim,
ἄρα
(ara)
dus
οὖν
(oun)
dan
οὐκέτι
(ouketi)
niet meer
ἐστὲ
(este)
zijn jullie
ξένοι
(xenoi)
vreemden
καὶ
(kai)
en
πάροικοι
(paroikoi)
bijwoners
ἀλλὰ
(alla)
maar
ἐστὲ
(este)
zijn jullie
συμπολῖται
(sympolitai)
medeburgers
τῶν
(ton)
van de
ἁγίων
(hagion)
heiligen
καὶ
(kai)
en
οἰκεῖοι
(oikeioi)
huisgenoten
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
Bron: SBLGNT
Uitleg

ξένος (xenos), ‘vreemde’; πάροικος (paroikos), ‘bijwoner’: iemand die in een stad woont zonder burgerrecht. συμπολίτης (sympolites), ‘medeburger’; οἰκεῖος (oikeios), ‘huisgenoot’: iemand die tot het huis behoort. ἅγιοι: ‘heiligen’, zie 1:1.

De SBLGNT markeert bij ἐστέ een variant.

20opgebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, terwijl de Messias Yeshua zelf de hoeksteen is.
ἐποικοδομηθέντες
(epoikodomethentes)
opgebouwd
ἐπὶ
(epi)
op
τῷ
(to)
het
θεμελίῳ
(themelio)
fundament
τῶν
(ton)
van de
ἀποστόλων
(apostolon)
apostelen
καὶ
(kai)
en
προφητῶν
(propheton)
profeten
ὄντος
(ontos)
zijnde
ἀκρογωνιαίου
(akrogoniaiou)
hoeksteen
αὐτοῦ
(autou)
Hem
Χριστοῦ
(Christou)
van de Messias
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
Bron: SBLGNT
Uitleg

θεμέλιος (themelios), ‘fundament’.

‘Het fundament van de apostelen en profeten’ kan betekenen: het fundament dat zij gelegd hebben, of dat zij zijn. ἀκρογωνιαῖος (akrogoniaios), ‘hoeksteen’: de steen in de hoek die het gebouw bijeenhoudt (of de laatste steen, boven).

Vergelijk Jes. 28:16 (‘een kostbare hoeksteen’) en Ps. 118:22 (‘tot hoeksteen geworden’).

De SBLGNT markeert de woorden Χριστοῦ Ἰησοῦ (‘van de Messias Yeshua’) als variant.

Zie ook Jes. 28:16; Ps. 118:22.

21In Hem groeit elk bouwwerk, goed samengevoegd, tot een heilig heiligdom in de Heer.
ἐν
(en)
in
ᾧ
(ho)
Wie
πᾶσα
(pasa)
elk
οἰκοδομὴ
(oikodome)
bouwwerk
συναρμολογουμένη
(synarmologoumene)
samengevoegd
αὔξει
(auxei)
groeit
εἰς
(eis)
tot
ναὸν
(naon)
heiligdom
ἅγιον
(hagion)
heilig
ἐν
(en)
in
κυρίῳ
(kyrio)
de Heer
Bron: SBLGNT
Uitleg

οἰκοδομή (oikodome), ‘bouwwerk’. πᾶσα οἰκοδομή (pasa oikodome) staat zonder lidwoord: ‘elk bouwwerk’; sommige lezen ‘heel het bouwwerk’.

De SBLGNT markeert bij πᾶσα een variant. συναρμολογέω (synarmologeo), ‘samenvoegen’, zoals stenen of balken die op elkaar passen. ναός (naos), ‘heiligdom’: het binnenste van de tempel, de plaats waar Elohim woont.

22In Hem worden ook jullie samen opgebouwd tot een woonplaats van Elohim in de Geest.
ἐν
(en)
in
ᾧ
(ho)
Wie
καὶ
(kai)
ook
ὑμεῖς
(hymeis)
jullie
συνοικοδομεῖσθε
(synoikodomeisthe)
worden samen opgebouwd
εἰς
(eis)
tot
κατοικητήριον
(katoiketerion)
woonplaats
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
ἐν
(en)
in
πνεύματι
(pneumati)
Geest
Bron: SBLGNT
Uitleg

συνοικοδομέω (synoikodomeo), ‘samen opbouwen’. κατοικητήριον (katoiketerion), ‘woonplaats’.

‘In de Geest’ (ἐν πνεύματι): wij schrijven ‘Geest’ met hoofdletter, omdat het gaat om de Geest van Elohim; het Grieks kan ook ‘geestelijk’ bedoelen.