Elohim Bijbel

Handelingen 3

12345678910111213141516171819202122232425262728

De genezing van de lamme man en de toespraak in de zuilengang van Salomo

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

De genezing van een lamme man bij de tempel

1Petrus en Johannes gingen naar boven naar de tempel, op het uur van het gebed, het negende uur.
Πέτρος
(Petros)
Petrus
δὲ
(de)
nu
καὶ
(kai)
en
Ἰωάννης
(Ioannes)
Johannes
ἀνέβαινον
(anebainon)
gingen omhoog
εἰς
(eis)
naar
τὸ
(to)
de
ἱερὸν
(hieron)
tempel
ἐπὶ
(epi)
op
τὴν
(ten)
het
ὥραν
(horan)
uur
τῆς
(tes)
van het
προσευχῆς
(proseuches)
gebed
τὴν
(ten)
het
ἐνάτην
(enaten)
negende
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐνάτη (enate), ‘negende’: het negende uur is ongeveer 3 uur ’s middags, een vast gebedsuur in de tempel. ἱερόν (hieron), ‘tempel’: het hele tempelterrein.

Zie ook Luc. 24:53; Hand. 2:46.

2Er werd een man gedragen die van de schoot van zijn moeder af lam was. Elke dag zette men hem bij de poort van de tempel die de Mooie Poort genoemd werd, om een aalmoes te vragen aan wie de tempel binnengingen.
καί
(kai)
en
τις
(tis)
een zekere
ἀνὴρ
(aner)
man
χωλὸς
(cholos)
lam
ἐκ
(ek)
van
κοιλίας
(koilias)
schoot
μητρὸς
(metros)
moeder
αὐτοῦ
(autou)
zijn
ὑπάρχων
(hyparchon)
zijnde
ἐβαστάζετο
(ebastazeto)
werd gedragen
ὃν
(hon)
die
ἐτίθουν
(etithoun)
zetten
καθ’
(kath’)
elke
ἡμέραν
(hemeran)
dag
πρὸς
(pros)
bij
τὴν
(ten)
de
θύραν
(thyran)
poort
τοῦ
(tou)
van de
ἱεροῦ
(hierou)
tempel
τὴν
(ten)
de
λεγομένην
(legomenen)
genoemde
Ὡραίαν
(Horaian)
Mooie
τοῦ
(tou)
om
αἰτεῖν
(aitein)
te vragen
ἐλεημοσύνην
(eleemosynen)
aalmoes
παρὰ
(para)
van
τῶν
(ton)
de
εἰσπορευομένων
(eisporeuomenon)
binnengaanden
εἰς
(eis)
in
τὸ
(to)
de
ἱερόν
(hieron)
tempel
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Mooie Poort (Jeruzalem; ligging onzeker): Welke poort van het tempelcomplex de Mooie Poort is, is niet zeker.

Meestal wordt gedacht aan een poort aan de oostkant van het tempelplein.

Uitleg

χωλός (cholos), ‘lam’: niet in staat te lopen. ἐλεημοσύνη (eleemosyne), ‘aalmoes’: een gift aan een arme, van ἔλεος (eleos), ‘barmhartigheid’. Ὡραία (Horaia), ‘Mooi’: de Mooie Poort van de tempel.

Welke poort dit is, is niet zeker.

Zie ook Matt. 6:2–4.

3Toen hij Petrus en Johannes zag, die de tempel binnen zouden gaan, vroeg hij om een aalmoes.
ὃς
(hos)
die
ἰδὼν
(idon)
ziende
Πέτρον
(Petron)
Petrus
καὶ
(kai)
en
Ἰωάννην
(Ioannen)
Johannes
μέλλοντας
(mellontas)
zullende
εἰσιέναι
(eisienai)
binnengaan
εἰς
(eis)
in
τὸ
(to)
de
ἱερὸν
(hieron)
tempel
ἠρώτα
(erota)
vroeg
ἐλεημοσύνην
(eleemosynen)
aalmoes
λαβεῖν
(labein)
te ontvangen
Bron: SBLGNT
4Petrus keek hem aan, samen met Johannes, en zei: „Kijk naar ons.”
ἀτενίσας
(atenisas)
aankijkend
δὲ
(de)
nu
Πέτρος
(Petros)
Petrus
εἰς
(eis)
naar
αὐτὸν
(auton)
hem
σὺν
(syn)
met
τῷ
(to)
de
Ἰωάννῃ
(Ioanne)
Johannes
εἶπεν
(eipen)
zei
Βλέψον
(Blepson)
kijk
εἰς
(eis)
naar
ἡμᾶς
(hemas)
ons
Bron: SBLGNT
5De man lette op hen, in de verwachting iets van hen te krijgen.
ὁ
(ho)
hij
δὲ
(de)
nu
ἐπεῖχεν
(epeichen)
lette op
αὐτοῖς
(autois)
hen
προσδοκῶν
(prosdokon)
verwachtend
τι
(ti)
iets
παρ’
(par’)
van
αὐτῶν
(auton)
hen
λαβεῖν
(labein)
te ontvangen
Bron: SBLGNT
6Petrus zei: „Zilver en goud heb ik niet, maar wat ik heb, geef ik je: in de naam van Yeshua de Messias, de Nazoreeër, loop!”
εἶπεν
(eipen)
zei
δὲ
(de)
nu
Πέτρος
(Petros)
Petrus
Ἀργύριον
(Argyrion)
zilver
καὶ
(kai)
en
χρυσίον
(chrysion)
goud
οὐχ
(ouch)
niet
ὑπάρχει
(hyparchei)
is
μοι
(moi)
aan mij
ὃ
(ho)
wat
δὲ
(de)
maar
ἔχω
(echo)
heb
τοῦτό
(touto)
dit
σοι
(soi)
aan jou
δίδωμι
(didomi)
geef
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
ὀνόματι
(onomati)
naam
Ἰησοῦ
(Iesou)
van Yeshua
Χριστοῦ
(Christou)
van de Messias
τοῦ
(tou)
de
Ναζωραίου
(Nazoraiou)
Nazoreeër
περιπάτει
(peripatei)
loop
Bron: SBLGNT
Uitleg

Ναζωραῖος (Nazoraios), ‘Nazoreeër’: iemand uit Nazaret (Matt. 2:23).

‘In de naam van’ betekent: met het gezag van Yeshua. περιπατέω (peripateo), ‘lopen’: letterlijk ‘rondwandelen’.

Zie ookMat 2:23
7Petrus pakte hem bij de rechterhand en richtte hem op. Onmiddellijk werden zijn voeten en zijn enkels sterk.
καὶ
(kai)
en
πιάσας
(piasas)
vastgrijpend
αὐτὸν
(auton)
hem
τῆς
(tes)
bij de
δεξιᾶς
(dexias)
rechter
χειρὸς
(cheiros)
hand
ἤγειρεν
(egeiren)
richtte op
αὐτόν
(auton)
hem
παραχρῆμα
(parachrema)
onmiddellijk
δὲ
(de)
nu
ἐστερεώθησαν
(estereothesan)
werden sterk
αἱ
(hai)
de
βάσεις
(baseis)
voeten
αὐτοῦ
(autou)
zijn
καὶ
(kai)
en
τὰ
(ta)
de
σφυδρά
(sphydra)
enkels
Bron: SBLGNT
Uitleg

βάσις (basis), ‘voet’; σφυδρόν (sphydron), ‘enkel’: een zeldzaam woord. πιάζω (piazo), ‘vastpakken’. ἤγειρεν (egeiren), ‘richtte op’, is hetzelfde werkwoord als ‘opwekken’ (ἐγείρω), dat wij in vers 15 zo vertalen.

Zie ookHand 3:15
8De man sprong op, ging staan en liep rond, en hij ging met hen de tempel binnen, lopend en springend en Elohim lovend.
καὶ
(kai)
en
ἐξαλλόμενος
(exallomenos)
opspringend
ἔστη
(este)
stond
καὶ
(kai)
en
περιεπάτει
(periepatei)
liep
καὶ
(kai)
en
εἰσῆλθεν
(eiselthen)
ging binnen
σὺν
(syn)
met
αὐτοῖς
(autois)
hen
εἰς
(eis)
in
τὸ
(to)
de
ἱερὸν
(hieron)
tempel
περιπατῶν
(peripaton)
lopend
καὶ
(kai)
en
ἁλλόμενος
(hallomenos)
springend
καὶ
(kai)
en
αἰνῶν
(ainon)
lovend
τὸν
(ton)
de
θεόν
(theon)
Elohim
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἁλλόμενος (hallomenos), ‘springend’: de lamme springt, zoals in Jes. 35:6 (‘dan springt de kreupele als een hert’).

Zie ook Jes. 35:6.

Zie ookJes 35:6
9Heel het volk zag hem lopen en Elohim loven.
καὶ
(kai)
en
εἶδεν
(eiden)
zag
πᾶς
(pas)
heel
ὁ
(ho)
het
λαὸς
(laos)
volk
αὐτὸν
(auton)
hem
περιπατοῦντα
(peripatounta)
lopend
καὶ
(kai)
en
αἰνοῦντα
(ainounta)
lovend
τὸν
(ton)
de
θεόν
(theon)
Elohim
Bron: SBLGNT
10Zij herkenden hem als degene die voor de aalmoes bij de Mooie Poort van de tempel had gezeten. Zij werden vervuld met verbazing en verbijstering over wat hem was overkomen.
ἐπεγίνωσκον
(epeginoskon)
herkenden
δὲ
(de)
nu
αὐτὸν
(auton)
hem
ὅτι
(hoti)
dat
οὗτος
(houtos)
deze
ἦν
(en)
was
ὁ
(ho)
die
πρὸς
(pros)
voor
τὴν
(ten)
de
ἐλεημοσύνην
(eleemosynen)
aalmoes
καθήμενος
(kathemenos)
zittend
ἐπὶ
(epi)
bij
τῇ
(te)
de
Ὡραίᾳ
(Horaia)
Mooie
Πύλῃ
(Pyle)
Poort
τοῦ
(tou)
van de
ἱεροῦ
(hierou)
tempel
καὶ
(kai)
en
ἐπλήσθησαν
(eplesthesan)
werden vervuld
θάμβους
(thambous)
met verbazing
καὶ
(kai)
en
ἐκστάσεως
(ekstaseos)
met verbijstering
ἐπὶ
(epi)
over
τῷ
(to)
het
συμβεβηκότι
(symbebekoti)
overkomene
αὐτῷ
(auto)
aan hem
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Mooie Poort (Jeruzalem; ligging onzeker): Welke poort van het tempelcomplex de Mooie Poort is, is niet zeker.

Meestal wordt gedacht aan een poort aan de oostkant van het tempelplein.

Uitleg

θάμβος (thambos), ‘verbazing’; ἔκστασις (ekstasis), ‘verbijstering’: letterlijk ‘buiten zichzelf zijn’.

De toespraak van Petrus in de zuilengang van Salomo

11Terwijl hij Petrus en Johannes vasthield, liep heel het volk verbaasd naar hen toe, bij de zuilengang die van Salomo genoemd wordt.
Κρατοῦντος
(Kratountos)
vasthoudend
δὲ
(de)
nu
αὐτοῦ
(autou)
hij
τὸν
(ton)
de
Πέτρον
(Petron)
Petrus
καὶ
(kai)
en
τὸν
(ton)
de
Ἰωάννην
(Ioannen)
Johannes
συνέδραμεν
(synedramen)
liep samen
πᾶς
(pas)
heel
ὁ
(ho)
het
λαὸς
(laos)
volk
πρὸς
(pros)
naar
αὐτοὺς
(autous)
hen
ἐπὶ
(epi)
bij
τῇ
(te)
de
στοᾷ
(stoa)
zuilengang
τῇ
(te)
de
καλουμένῃ
(kaloumene)
genoemde
Σολομῶντος
(Solomontos)
van Salomo
ἔκθαμβοι
(ekthamboi)
verbaasd
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Zuilengang van Salomo (ligging ongeveer): De zuilengang van Salomo was een overdekte galerij langs de oostkant van het tempelplein in Jeruzalem.

De precieze plek is niet vast te stellen.

Uitleg

στοά (stoa), ‘zuilengang’: een overdekte gang met zuilen aan het tempelplein.

De zuilengang van Salomo komt ook voor in Joh. 10:23. λαός (laos), ‘volk’.

Zie ook Joh. 10:23.

Zie ookJoh 10:23
12Toen Petrus dit zag, antwoordde hij het volk: „Mannen, Israëlieten, waarom verwonderen jullie je hierover? Of waarom kijken jullie ons aan, alsof wij door eigen kracht of vroomheid hebben gemaakt dat hij loopt?
ἰδὼν
(idon)
ziende
δὲ
(de)
nu
ὁ
(ho)
de
Πέτρος
(Petros)
Petrus
ἀπεκρίνατο
(apekrinato)
antwoordde
πρὸς
(pros)
tot
τὸν
(ton)
het
λαόν
(laon)
volk
Ἄνδρες
(Andres)
mannen
Ἰσραηλῖται
(Israelitai)
Israëlieten
τί
(ti)
waarom
θαυμάζετε
(thaumazete)
verwonderen jullie je
ἐπὶ
(epi)
over
τούτῳ
(touto)
dit
ἢ
(e)
of
ἡμῖν
(hemin)
naar ons
τί
(ti)
waarom
ἀτενίζετε
(atenizete)
kijken jullie aan
ὡς
(hos)
alsof
ἰδίᾳ
(idia)
door eigen
δυνάμει
(dynamei)
kracht
ἢ
(e)
of
εὐσεβείᾳ
(eusebeia)
vroomheid
πεποιηκόσιν
(pepoiekosin)
gemaakt hebbend
τοῦ
(tou)
dat
περιπατεῖν
(peripatein)
lopen
αὐτόν
(auton)
hij
Bron: SBLGNT
Uitleg

εὐσέβεια (eusebeia), ‘vroomheid’: eerbied voor Elohim.

Petrus zegt dat de genezing niet uit eigen kracht komt.

13De Elohim van Abraham, Isaak en Jakob, de Elohim van onze vaders, heeft Zijn Knecht Yeshua verheerlijkt. Jullie hebben Hem overgeleverd en voor het gezicht van Pilatus verloochend, terwijl die had besloten Hem vrij te laten.
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
Ἀβραὰμ
(Abraam)
van Abraham
καὶ
(kai)
en
Ἰσαὰκ
(Isaak)
van Isaak
καὶ
(kai)
en
Ἰακώβ
(Iakob)
van Jakob
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
τῶν
(ton)
van de
πατέρων
(pateron)
vaders
ἡμῶν
(hemon)
onze
ἐδόξασεν
(edoxasen)
verheerlijkte
τὸν
(ton)
de
παῖδα
(paida)
Knecht
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
Ἰησοῦν
(Iesoun)
Yeshua
ὃν
(hon)
die
ὑμεῖς
(hymeis)
jullie
μὲν
(men)
wel
παρεδώκατε
(paredokate)
leverden over
καὶ
(kai)
en
ἠρνήσασθε
(ernesasthe)
verloochenden
κατὰ
(kata)
voor
πρόσωπον
(prosopon)
aangezicht
Πιλάτου
(Pilatou)
van Pilatus
κρίναντος
(krinantos)
beslissend
ἐκείνου
(ekeinou)
die
ἀπολύειν
(apolyein)
vrij te laten
Bron: SBLGNT
Uitleg

De Elohim van Abraham, Isaak en Jakob is de naam waarmee Elohim Zich aan Mozes bekendmaakte (Exod. 3:6; 3:15). παῖς (pais), ‘knecht’: het Grieks woord kan ook ‘kind’ betekenen.

Hier past ‘Knecht’, de Knecht van Yahweh uit Jes. 52:13–53:12; Jes. 52:13 zegt van Hem dat Hij ‘zal worden opgetild’ en ‘zeer hoog zal zijn’.

Wij schrijven ‘Knecht’ met hoofdletter als titel (ook 3:26; 4:27 en 4:30). ἐδόξασεν (edoxasen), ‘verheerlijkte’. ἠρνήσασθε (ernesasthe), ‘verloochenden’.

Zie ook Jes. 52:13; Luc. 23:13–22; Joh. 18:38–19:16.

14Jullie hebben de Heilige en Rechtvaardige verloochend en gevraagd dat een moordenaar aan jullie geschonken werd.
ὑμεῖς
(hymeis)
jullie
δὲ
(de)
maar
τὸν
(ton)
de
ἅγιον
(hagion)
Heilige
καὶ
(kai)
en
δίκαιον
(dikaion)
Rechtvaardige
ἠρνήσασθε
(ernesasthe)
verloochenden
καὶ
(kai)
en
ᾐτήσασθε
(etesasthe)
vroegen
ἄνδρα
(andra)
man
φονέα
(phonea)
moordenaar
χαρισθῆναι
(charisthenai)
geschonken te worden
ὑμῖν
(hymin)
aan jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὁ ἅγιος καὶ δίκαιος (ho hagios kai dikaios), ‘de Heilige en Rechtvaardige’: titels van de Messias.

De moordenaar is Barabbas (Luc. 23:18–25). χαρίζομαι (charizomai), ‘schenken’: een gunst verlenen; verwant aan χάρις (charis).

Zie ook Luc. 23:18–25.

15De Leidsman van het leven hebben jullie gedood. Elohim heeft Hem uit de doden opgewekt. Daarvan zijn wij getuigen.
τὸν
(ton)
de
δὲ
(de)
maar
ἀρχηγὸν
(archegon)
Leidsman
τῆς
(tes)
van het
ζωῆς
(zoes)
leven
ἀπεκτείνατε
(apekteinate)
doodden
ὃν
(hon)
die
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
ἤγειρεν
(egeiren)
wekte op
ἐκ
(ek)
uit
νεκρῶν
(nekron)
doden
οὗ
(hou)
waarvan
ἡμεῖς
(hemeis)
wij
μάρτυρές
(martyres)
getuigen
ἐσμεν
(esmen)
zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀρχηγός (archegos), ‘Leidsman’: degene die voorop gaat en anderen meeneemt; het woord kan ook ‘Aanvoerder’ of ‘Oorsprong’ betekenen.

Zo ook in 5:31. ἤγειρεν (egeiren), ‘wekte op’: ἐγείρω vertalen wij overal met ‘opwekken’.

16Door het geloof in Zijn naam heeft Zijn naam deze man sterk gemaakt, die jullie zien en kennen. Ja, het geloof dat door Hem komt, heeft hem deze volledige gezondheid gegeven voor de ogen van jullie allen.
καὶ
(kai)
en
ἐπὶ
(epi)
op
τῇ
(te)
het
πίστει
(pistei)
geloof
τοῦ
(tou)
van de
ὀνόματος
(onomatos)
naam
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
τοῦτον
(touton)
deze
ὃν
(hon)
die
θεωρεῖτε
(theoreite)
zien
καὶ
(kai)
en
οἴδατε
(oidate)
kennen
ἐστερέωσεν
(estereosen)
maakte sterk
τὸ
(to)
de
ὄνομα
(onoma)
naam
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
καὶ
(kai)
en
ἡ
(he)
het
πίστις
(pistis)
geloof
ἡ
(he)
het
δι’
(di’)
door
αὐτοῦ
(autou)
Hem
ἔδωκεν
(edoken)
gaf
αὐτῷ
(auto)
aan hem
τὴν
(ten)
de
ὁλοκληρίαν
(holoklerian)
volledige gezondheid
ταύτην
(tauten)
deze
ἀπέναντι
(apenanti)
tegenover
πάντων
(panton)
allen
ὑμῶν
(hymon)
van jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὁλοκληρία (holokleria), ‘volledige gezondheid’: volkomen herstel van alle delen van het lichaam.

Het woord komt alleen hier voor.

17Nu weet ik, broers, dat jullie uit onwetendheid gehandeld hebben, net als jullie leiders.
Καὶ
(Kai)
en
νῦν
(nyn)
nu
ἀδελφοί
(adelphoi)
broers
οἶδα
(oida)
weet ik
ὅτι
(hoti)
dat
κατὰ
(kata)
uit
ἄγνοιαν
(agnoian)
onwetendheid
ἐπράξατε
(epraxate)
handelden
ὥσπερ
(hosper)
zoals
καὶ
(kai)
ook
οἱ
(hoi)
de
ἄρχοντες
(archontes)
leiders
ὑμῶν
(hymon)
van jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἄγνοια (agnoia), ‘onwetendheid’: niet weten wat men doet; vergelijk het gebed in Luc. 23:34. ἄρχοντες (archontes), ‘leiders’: zoals in Luc. 23:13.

Zie ook Luc. 23:34.

18Maar Elohim heeft zo vervuld wat Hij van tevoren door de mond van alle profeten had aangekondigd: dat Zijn Messias zou lijden.
ὁ
(ho)
de
δὲ
(de)
maar
θεὸς
(theos)
Elohim
ἃ
(ha)
wat
προκατήγγειλεν
(prokatengeilen)
kondigde van tevoren aan
διὰ
(dia)
door
στόματος
(stomatos)
mond
πάντων
(panton)
van alle
τῶν
(ton)
de
προφητῶν
(propheton)
profeten
παθεῖν
(pathein)
te lijden
τὸν
(ton)
de
χριστὸν
(christon)
Messias
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
ἐπλήρωσεν
(eplerosen)
vervulde
οὕτως
(houtos)
zo
Bron: SBLGNT
Uitleg

Dat de Messias moest lijden, legde Yeshua zelf uit aan Zijn leerlingen (Luc. 24:25–27; 24:44–46).

Zie ook Luc. 24:25–27; Luc. 24:44–46.

De oproep tot bekering

19Bekeer jullie dus en keer terug, zodat jullie zonden worden uitgewist,
μετανοήσατε
(metanoesate)
bekeer jullie
οὖν
(oun)
dus
καὶ
(kai)
en
ἐπιστρέψατε
(epistrepsate)
keer terug
πρὸς
(pros)
met het oog op
τὸ
(to)
het
ἐξαλειφθῆναι
(exaleiphthenai)
uitgewist worden
ὑμῶν
(hymon)
van jullie
τὰς
(tas)
de
ἁμαρτίας
(hamartias)
zonden
Bron: SBLGNT
Uitleg

μετανοέω (metanoeo), ‘zich bekeren’: van denken veranderen; ἐπιστρέφω (epistrepho), ‘terugkeren’: zich naar Elohim omkeren. ἐξαλείφω (exaleipho), ‘uitwissen’: zoals een geschreven schuld wordt uitgewist; vergelijk Jes. 43:25, ‘Ik, Ik ben Hij, die je overtredingen uitwist’.

Zie ook Jes. 43:25.

Zie ookJes 43:25
20opdat tijden van verkwikking komen van het aangezicht van Yahweh en Hij Yeshua zendt, de voor jullie aangewezen Messias.
ὅπως
(hopos)
opdat
ἂν
(an)
maar
ἔλθωσιν
(elthosin)
komen
καιροὶ
(kairoi)
tijden
ἀναψύξεως
(anapsyxeos)
van verkwikking
ἀπὸ
(apo)
van
προσώπου
(prosopou)
aangezicht
τοῦ
(tou)
van de
κυρίου
(kyriou)
Yahweh
καὶ
(kai)
en
ἀποστείλῃ
(aposteile)
Hij zendt
τὸν
(ton)
de
προκεχειρισμένον
(prokecheirismenon)
aangewezen
ὑμῖν
(hymin)
voor jullie
χριστὸν
(christon)
Messias
Ἰησοῦν
(Iesoun)
Yeshua
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀνάψυξις (anapsyxis), ‘verkwikking’: opluchting, ademruimte. ἀπὸ προσώπου κυρίου (apo prosopou kyriou), ‘van het aangezicht van Yahweh’, is een uitdrukking uit het Oude Testament (Hebreeuws מִלִּפְנֵי יְהוָה); daarom is κυρίου hier vertaald als Yahweh. προκεχειρισμένον (procheirismenon), ‘aangewezen’: van tevoren aangesteld. ἀποστέλλω (apostello), ‘zenden’.

21Hem moet de hemel opnemen tot de tijden van het herstel van alles. Daarover heeft Elohim sinds oude tijden gesproken door de mond van Zijn heilige profeten.
ὃν
(hon)
die
δεῖ
(dei)
moet
οὐρανὸν
(ouranon)
hemel
μὲν
(men)
wel
δέξασθαι
(dexasthai)
opnemen
ἄχρι
(achri)
tot
χρόνων
(chronon)
tijden
ἀποκαταστάσεως
(apokatastaseos)
van herstel
πάντων
(panton)
van alles
ὧν
(hon)
waarover
ἐλάλησεν
(elalesen)
sprak
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
διὰ
(dia)
door
στόματος
(stomatos)
mond
τῶν
(ton)
van de
ἁγίων
(hagion)
heilige
ἀπ’
(ap’)
sinds
αἰῶνος
(aionos)
eeuwigheid
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
προφητῶν
(propheton)
profeten
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀποκατάστασις (apokatastasis), ‘herstel’: van dezelfde stam als ἀποκαθιστάνω (apokathistano), ‘herstellen’ in 1:6.

Het Grieks zegt dat de hemel Hem moet opnemen tot dat herstel. ἀπ’ αἰῶνος (ap aionos), ‘sinds oude tijden’: van oudsher; vergelijk Luc. 1:70.

Zie ook Luc. 1:70.

Zie ookLuc 1:70
22Mozes heeft gezegd: ‘Yahweh Elohim zal voor jullie een profeet laten opstaan uit jullie broers, zoals ik. Naar hem moeten jullie luisteren in alles wat hij tot jullie zal spreken.’
Μωϋσῆς
(Moyses)
Mozes
μὲν
(men)
wel
εἶπεν
(eipen)
zei
ὅτι
(hoti)
dat
Προφήτην
(Propheten)
profeet
ὑμῖν
(hymin)
voor jullie
ἀναστήσει
(anastesei)
zal laten opstaan
κύριος
(kyrios)
Yahweh
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
ἐκ
(ek)
uit
τῶν
(ton)
de
ἀδελφῶν
(adelphon)
broers
ὑμῶν
(hymon)
van jullie
ὡς
(hos)
zoals
ἐμέ
(eme)
mij
αὐτοῦ
(autou)
naar hem
ἀκούσεσθε
(akousesthe)
zullen luisteren
κατὰ
(kata)
volgens
πάντα
(panta)
alles
ὅσα
(hosa)
wat
ἂν
(an)
maar
λαλήσῃ
(lalese)
hij spreekt
πρὸς
(pros)
tot
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg

Dit is Deut. 18:15, met woorden uit Deut. 18:18–19.

Het Hebreeuws van Deut. 18:15 heeft ‘uit je midden, uit je broers’ en ‘Yahweh, je Elohim’; de Griekse tekst heeft hier ‘uit jullie broers’ en κύριος ὁ θεός, ‘Yahweh Elohim’.

De woorden ‘in alles wat hij tot jullie zal spreken’ klinken als Deut. 18:18, ‘hij zal tot hen spreken alles wat Ik hem gebied’.

Zie ook Deut. 18:15; Deut. 18:18–19; Joh. 1:45; Joh. 6:14.

23Ieder mens die niet naar die profeet luistert, zal uit het volk uitgeroeid worden.
ἔσται
(estai)
zal zijn
δὲ
(de)
maar
πᾶσα
(pasa)
elke
ψυχὴ
(psyche)
ziel
ἥτις
(hetis)
die
ἂν
(an)
maar
μὴ
(me)
niet
ἀκούσῃ
(akouse)
luistert
τοῦ
(tou)
naar de
προφήτου
(prophetou)
profeet
ἐκείνου
(ekeinou)
die
ἐξολεθρευθήσεται
(exolethreuthesetai)
zal worden uitgeroeid
ἐκ
(ek)
uit
τοῦ
(tou)
het
λαοῦ
(laou)
volk
Bron: SBLGNT
Uitleg

Deze zin is niet een letterlijk citaat.

Hij lijkt op Deut. 18:19 (‘van hem zal Ik het opeisen’) en op Lev. 23:29 (‘wordt uit zijn volk afgesneden’). ψυχή (psyche), ‘ziel’: hier ‘ieder mens’. ἐξολεθρεύω (exolethreuo), ‘uitroeien’.

Zie ook Deut. 18:19; Lev. 23:29.

24Ook alle profeten vanaf Samuël en de profeten na hem, allen die gesproken hebben, hebben deze dagen aangekondigd.
καὶ
(kai)
en
πάντες
(pantes)
alle
δὲ
(de)
maar
οἱ
(hoi)
de
προφῆται
(prophetai)
profeten
ἀπὸ
(apo)
vanaf
Σαμουὴλ
(Samouel)
Samuël
καὶ
(kai)
en
τῶν
(ton)
de
καθεξῆς
(kathexes)
daarna volgenden
ὅσοι
(hosoi)
zovelen
ἐλάλησαν
(elalesan)
spraken
καὶ
(kai)
en
κατήγγειλαν
(katengeilan)
kondigden aan
τὰς
(tas)
de
ἡμέρας
(hemeras)
dagen
ταύτας
(tautas)
deze
Bron: SBLGNT
Uitleg

Samuël wordt hier genoemd als begin van de rij profeten die na Mozes kwamen.

‘Deze dagen’ zijn de dagen van de Messias.

25Jullie zijn de zonen van de profeten en van het verbond dat Elohim met jullie vaders heeft gesloten. Hij zei tot Abraham: ‘En in jouw nageslacht zullen alle families van de aarde gezegend worden.’
ὑμεῖς
(hymeis)
jullie
ἐστε
(este)
zijn
οἱ
(hoi)
de
υἱοὶ
(huioi)
zonen
τῶν
(ton)
van de
προφητῶν
(propheton)
profeten
καὶ
(kai)
en
τῆς
(tes)
van het
διαθήκης
(diathekes)
verbond
ἧς
(hes)
dat
διέθετο
(dietheto)
sloot
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
πρὸς
(pros)
met
τοὺς
(tous)
de
πατέρας
(pateras)
vaders
ὑμῶν
(hymon)
jullie
λέγων
(legon)
zeggend
πρὸς
(pros)
tot
Ἀβραάμ
(Abraam)
Abraham
Καὶ
(Kai)
en
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
het
σπέρματί
(spermati)
nageslacht
σου
(sou)
jouw
ἐνευλογηθήσονται
(eneulogethesontai)
zullen worden gezegend
πᾶσαι
(pasai)
alle
αἱ
(hai)
de
πατριαὶ
(patriai)
families
τῆς
(tes)
van de
γῆς
(ges)
aarde
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het citaat combineert twee woorden aan Abraham: Gen. 22:18 (‘in je nageslacht’, het Hebreeuws heeft ‘alle volken van de aarde’) en Gen. 12:3 (‘alle families van de grond’).

De Griekse tekst heeft hier ‘alle families van de aarde’. διαθήκη (diatheke), ‘verbond’: het Hebreeuwse בְּרִית (berit). σπέρμα (sperma), ‘nageslacht’.

Zie ook Gen. 12:3; Gen. 22:18.

26Eerst voor jullie heeft Elohim Zijn Knecht laten opstaan. Hij heeft Hem gezonden om jullie te zegenen, door ieder van jullie af te brengen van jullie slechte daden.”
ὑμῖν
(hymin)
aan jullie
πρῶτον
(proton)
eerst
ἀναστήσας
(anastesas)
opgewekt hebbend
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
τὸν
(ton)
de
παῖδα
(paida)
Knecht
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
ἀπέστειλεν
(apesteilen)
zond
αὐτὸν
(auton)
Hem
εὐλογοῦντα
(eulogounta)
zegenend
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
het
ἀποστρέφειν
(apostrephein)
afwenden
ἕκαστον
(hekaston)
ieder
ἀπὸ
(apo)
van
τῶν
(ton)
de
πονηριῶν
(ponerion)
slechtheden
ὑμῶν
(hymon)
van jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀναστήσας (anastesas), ‘laten opstaan’: het kan ‘laten optreden’ betekenen (zoals in vers 22) of ‘uit de dood laten opstaan’; wij vertalen neutraal. ἀποστρέφειν (apostrephein), ‘afbrengen, afwenden’: het kan overgankelijk zijn (Hij brengt ieder van jullie af van het kwaad) of onovergankelijk (ieder keert zich af).

Wij kiezen de eerste lezing. πονηρία (poneria), ‘slechtheid’: wij schrijven ‘slechte daden’. εὐλογέω (eulogeo), ‘zegenen’.

Zie ookHand 3:22