Zacharia 2
De vier hoorns, de man met het meetsnoer en de belofte aan Sion
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Tweede visioen: vier hoorns en vier smeden
In het Hebreeuws begint hier hoofdstuk 2.
Hebr. 2:1–4 is in de Nederlandse telling Zach. 1:18–21, het slot van hoofdstuk 1.
Wij volgen de Hebreeuwse telling.
קְרָנוֹת (qarnot), ‘hoorns’: in de bijbel een beeld van kracht en macht, ook van volken die geweld gebruiken (Dan. 7 en 8, Ps. 75:5–6).
Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.
Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.
זֵרוּ (zeru), ‘uiteen hebben gedreven’: het werkwoord is het werk van een wanner die het koren in de wind gooit en zo scheidt.
Het wordt ook gebruikt voor verstrooiing van volken; zie ook vers 4.
De hoorns noemen Juda, Israël en Jeruzalem. Het Hebreeuws zegt niet welke volken de hoorns zijn. Wij laten dat open.
חָרָשִׁים (charashim), ‘smeden’: ambachtslieden die met hout, metaal of steen werken.
Het woord kan ook ‘werkers’ in het algemeen betekenen.
Wij vertalen ‘smeden’, omdat de hoorns van de volken moeten worden neergeworpen (vers 4).
Zie Juda: Juda is hier het zuidelijke land, rond Jeruzalem, in het bergland ten westen van de Zoutzee.
לְהַחֲרִיד (lehacharid), ‘te doen sidderen’: de smeden jagen de volken schrik aan.
לְיַדּוֹת (leyaddot), ‘neer te werpen’: letterlijk ‘te werpen’, van יָדָה (yadah).
De hoorns van de volken worden dus neergeworpen.
כְּפִי אִישׁ לֹא נָשָׂא רֹאשׁוֹ (kefi ish lo nasa rosho): letterlijk ‘zodat een man zijn hoofd niet ophief’. Wie zijn hoofd niet ophief, kon geen kracht tonen of wat dan ook ondernemen.
Derde visioen: de man met het meetsnoer
חֶבֶל מִדָּה (chevel middah), ‘meetsnoer’: letterlijk ‘snoer van maat’.
In 1:16 staat een ander woord, קָו (qav), voor hetzelfde gereedschap.
Wij vertalen beide met ‘meetsnoer’.
Vergelijk Ezech. 40:3 en Jer. 31:39.
Hier begint in de Nederlandse telling hoofdstuk 2: Hebr. 2:5–17 is Zach. 2:1–13.
Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.
Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.
לָמֹד (lamod), ‘meten’: de man wil weten hoe breed en hoe lang de stad is.
Zijn bedoeling is de grenzen van de herbouw vast te stellen.
וּמַלְאָךְ אַחֵר (umal’akh acher), ‘en een andere engel’: een tweede engel.
De engel die met Zacharia sprak (zie 1:9) gaat naar voren; een tweede engel komt hem tegemoet en krijgt een opdracht (vers 8).
Jeruzalem zonder muren
Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.
Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.
פְּרָזוֹת (perazot), ‘open dorpen’: plaatsen zonder muren.
Zo zal Jeruzalem bewoond worden, groter dan een stad met muren zou kunnen houden.
Yahweh zelf is straks de muur (vers 9).
הַנַּעַר הַלָּז (hanna’ar hallaz), ‘die jongeman daar’: waarschijnlijk de man met het meetsnoer (vers 5). Het Hebreeuws zegt niet wie ‘Hij’ in ‘Hij zei tegen hem’ is; waarschijnlijk is het de engel die met Zacharia sprak.
De woorden van de engel staan zwart; in vers 9 begint Yahweh zelf te spreken, en dan staan ze rood.
חוֹמַת אֵשׁ (chomat esh), ‘een muur van vuur’: Yahweh zelf is de bescherming van Jeruzalem.
Vergelijk Exod. 13:21–22 (de vuurkolom).
וּלְכָבוֹד (ulekhavod), ‘en tot heerlijkheid’: Yahweh zal de heerlijkheid van Jeruzalem zijn, zoals Zijn heerlijkheid de tabernakel vulde (Exod. 40:34–35).
Vlucht uit het noorden
הוֹי (hoy), ‘ho’: het woord staat elders in dit boek vaak voor ‘wee’ (bijvoorbeeld Jes. 5:8), maar hier is het een roep om aandacht en haast.
Daarom ‘Ho, ho!’.
אֶרֶץ צָפוֹן (erets tsafon), ‘het land van het noorden’: Babel, van waar de ballingen kwamen. Babel lag in het oosten, maar wie van daar naar Juda trok, kwam langs de noordkant het land binnen.
כְּאַרְבַּע רוּחוֹת (ke’arba ruchot), ‘als de vier winden’: het woord רוּחַ (ruach) is ‘wind’ en ook ‘geest’. Wij vertalen ‘winden’. Het kan ook betekenen dat Yahweh het volk naar de vier windstreken uit elkaar heeft gedreven.
Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.
Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.
Zie Babel: Babel (Babylon) lag aan de Eufraat, ongeveer 85 km ten zuiden van het huidige Bagdad.
בַּת בָּבֶל (bat Bavel), ‘Dochter van Babel’: Babel als vrouw voorgesteld, zoals ‘Dochter Sion’ in vers 14.
De oproep: wie bij Babel woont, moet ontkomen.
אַחַר כָּבוֹד שְׁלָחַנִי (achar kavod shelachani), ‘na heerlijkheid heeft Hij mij gezonden’: een moeilijke zin.
Letterlijk staat er: ‘achter heerlijkheid heeft Hij mij gezonden naar de volken’.
Men leest het onder meer als ‘om Zijn heerlijkheid te tonen’, ‘nadat Zijn heerlijkheid is getoond’ of ‘na de eer’.
De betekenis is onzeker.
Wij houden de woorden zo letterlijk mogelijk.
שְׁלָחַנִי (shelachani), ‘Hij heeft mij gezonden’: de spreker is hier niet Yahweh, maar degene die door Yahweh wordt gezonden. Dit kan de man met het meetsnoer zijn, de engel of de profeet; het Hebreeuws zegt het niet. Daarom staan de woorden van dit vers en de woorden ‘Yahweh van de legermachten heeft mij gezonden’ in de verzen 13 en 15 zwart. Dezelfde zin staat in 4:9 en 6:15.
בְּבָבַת עֵינוֹ (bevavat eino), ‘de oogappel van Zijn oog’: het zwarte middelste deel van het oog, dat men met zorg beschermt. Zie ook Deut. 32:10 en Ps. 17:8. ‘Zijn’ verwijst waarschijnlijk naar Yahweh; het Hebreeuws zegt het niet met zoveel woorden.
מֵנִיף אֶת יָדִי (menif et yadi), ‘Ik zwaai Mijn hand’: een beweging waarmee Yahweh de volken treft.
Zie ook Jes. 11:15 en 19:16.
Het eerste deel van het vers is een woord van Yahweh in de eerste persoon en staat rood. Het tweede deel (‘Dan zullen jullie weten …’) spreekt over Yahweh in de derde persoon en over ‘mij’ als gezondene; het staat zwart (zie de uitleg bij vers 12).
Jubel, Dochter Sion
Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.
Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.
בַּת צִיּוֹן (bat Tsiyyon), ‘Dochter Sion’: Jeruzalem en haar inwoners als een jonge vrouw voorgesteld.
Wij houden ‘Dochter Sion’ als vaste naam.
Zie ook Jes. 1:8.
וְשָׁכַנְתִּי בְּתוֹכֵךְ (veshakhanti betokhekh), ‘en Ik zal in je midden wonen’: het werkwoord שָׁכַן (shakan) hoort bij de ‘woning’ (mishkan, de tabernakel) en bij de aanwezigheid van Yahweh (Exod. 25:8, 29:45). Zie ook vers 15.
וְנִלְווּ גּוֹיִם רַבִּים אֶל יְהוָה (venilvu goyim rabbim el Yahweh), ‘vele volken zullen zich bij Yahweh voegen’: de volken worden deel van Yahweh’s volk.
Vergelijk 8:20–23 en Jes. 56:6–8.
Yahweh spreekt hier over Zichzelf ook in de derde persoon (‘zich voegen bij Yahweh’); dat gebeurt vaker binnen Zijn eigen woorden, zie Jes. 6:12. Daarom blijft het vers tot en met ‘wonen’ rood.
Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.
Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.
וְנָחַל יְהוָה אֶת יְהוּדָה חֶלְקוֹ (venachal Yahweh et Yehudah chelqo), ‘Yahweh zal Juda erven als Zijn deel’: Yahweh neemt Juda in bezit als Zijn erfdeel.
Het werkwoord betekent ‘in bezit nemen’ of ‘als erfdeel krijgen’.
אַדְמַת הַקֹּדֶשׁ (admat haqodesh), ‘heilige grond’: het land heet zo omdat Yahweh er woont. Vergelijk Exod. 3:5.
וּבָחַר עוֹד (uvachar od), ‘en Hij zal opnieuw kiezen’: zie de uitleg bij 1:17.
הַס (has), ‘wees stil’: een korte roep tot stilte voor het ontzag van Yahweh.
Zie ook Hab. 2:20 en Sef. 1:7.
כָּל בָּשָׂר (kol basar), ‘alle vlees’: alle mensen, de hele mensheid.
נֵעוֹר (ne’or), ‘Hij is opgestaan’: letterlijk ‘Hij is wakker geworden’ of ‘Hij heeft Zich opgericht’, alsof Yahweh na een tijd van rust ingrijpt. מְעוֹן קָדְשׁוֹ (me’on qodsho), ‘Zijn heilige woning’: de hemel, zoals in Deut. 26:15.