Offers in het land, zonden en de kwasten aan de kleren
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Graanoffer en plengoffer bij de offers
1Yahweh sprak tot Mozes:
וַיְדַבֵּ֥ר
(vaydaber)
en sprak
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
אֶל
(el)
tot
מֹשֶׁ֥ה
(moshe)
Mozes
לֵּאמֹֽר
(lemor)
zeggende
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
2„Spreek tot de zonen van Israël en zeg tegen hen: Stel dat jullie komen in het land waar jullie gaan wonen, dat Ik jullie geef.
דַּבֵּר֙
(daber)
spreek
אֶל
(el)
tot
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
יִשְׂרָאֵ֔ל
(yisrael)
Israël
וְאָמַרְתָּ֖
(veamarta)
en jij zult zeggen
אֲלֵהֶ֑ם
(alehem)
tot hen
כִּ֣י
(ki)
wanneer
תָבֹ֗אוּ
(tavou)
jullie komen
אֶל
(el)
naar
אֶ֨רֶץ֙
(erets)
het land van
מוֹשְׁבֹ֣תֵיכֶ֔ם
(moshevoteikhem)
jullie woonplaatsen
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
dat
אֲנִ֖י
(ani)
Ik
נֹתֵ֥ן
(noten)
geef
לָכֶֽם
(lakhem)
aan jullie
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Na het vonnis van hoofdstuk 14 belooft Yahweh opnieuw dat Israël het land zal binnengaan.
3Stel dat jullie voor Yahweh een vuuroffer maken. Dat is een brandoffer of een slachtoffer, om een gelofte te vervullen, of als vrijwillige gave, of op jullie feesttijden. Zo maken jullie een aangename geur voor Yahweh, van het rundvee of van het kleinvee.
וַעֲשִׂיתֶ֨ם
(vaasitem)
en jullie maken
אִשֶּׁ֤ה
(ishe)
een vuuroffer
לַֽיהוָה֙
(laYahweh)
voor Yahweh
עֹלָ֣ה
(ola)
brandoffer
אוֹ
(o)
of
זֶ֔בַח
(zevach)
slachtoffer
לְפַלֵּא
(lefale)
om te vervullen
נֶ֨דֶר֙
(neder)
een gelofte
א֣וֹ
(o)
of
בִנְדָבָ֔ה
(bindava)
als vrijwillige gave
א֖וֹ
(o)
of
בְּמֹעֲדֵיכֶ֑ם
(bemoadeikhem)
op jullie feesttijden
לַעֲשׂ֞וֹת
(laasot)
om te maken
רֵ֤יחַ
(reiach)
een geur van
נִיחֹ֨חַ֙
(nichoach)
aangenaamheid
לַֽיהוָ֔ה
(laYahweh)
voor Yahweh
מִן
(min)
van
הַבָּקָ֖ר
(habaqar)
het rundvee
א֥וֹ
(o)
of
מִן
(min)
van
הַצֹּֽאן
(hatson)
het kleinvee
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
נֶדֶר (neder), ‘gelofte’, en נְדָבָה (nedavah), ‘vrijwillige gave’: zoals in Lev. 22:21.
מוֹעֵד (mo’ed), ‘feesttijd’: een vaste tijd die Yahweh heeft aangewezen (Lev. 23:2).
11Zo moet het gedaan worden voor elke stier, voor elke ram en voor elk stuk kleinvee, van de schapen of van de geiten.
כָּ֣כָה
(kakha)
zo
יֵעָשֶׂ֗ה
(yease)
zal gedaan worden
לַשּׁוֹר֙
(lashor)
voor de stier
הָֽאֶחָ֔ד
(haechad)
de ene
א֖וֹ
(o)
of
לָאַ֣יִל
(laayil)
voor de ram
הָאֶחָ֑ד
(haechad)
de ene
אֽוֹ
(o)
of
לַשֶּׂ֥ה
(lase)
voor het stuk kleinvee
בַכְּבָשִׂ֖ים
(bakevasim)
onder de schapen
א֥וֹ
(o)
of
בָעִזִּֽים
(baizim)
onder de geiten
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
12Naar het aantal dat jullie klaarmaken, zo moeten jullie het doen voor elk, naar hun aantal.
כַּמִּסְפָּ֖ר
(kamispar)
naar het aantal
אֲשֶׁ֣ר
(asher)
dat
תַּעֲשׂ֑וּ
(taasu)
jullie klaarmaken
כָּ֛כָה
(kakha)
zo
תַּעֲשׂ֥וּ
(taasu)
jullie zullen doen
לָאֶחָ֖ד
(laechad)
voor de ene
כְּמִסְפָּרָֽם
(kemisparam)
naar hun aantal
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Dezelfde regels voor de inheemse en de vreemdeling
13Iedere inheemse moet dit zo doen, als hij een vuuroffer brengt, een aangename geur voor Yahweh.
כָּל
(kal)
elke
הָאֶזְרָ֥ח
(haezrach)
inheemse
יַעֲשֶׂה
(yaase)
zal doen
כָּ֖כָה
(kakha)
zo
אֶת
(et)
(obj.)
אֵ֑לֶּה
(ele)
dit
לְהַקְרִ֛יב
(lehaqriv)
om te brengen
אִשֵּׁ֥ה
(ishe)
een vuuroffer
רֵֽיחַ
(reiach)
een geur van
נִיחֹ֖חַ
(nichoach)
aangenaamheid
לַֽיהוָֽה
(laYahweh)
voor Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
14Een vreemdeling verblijft bij jullie, of wie er ook in jullie midden is, door al jullie generaties heen. Maakt hij een vuuroffer, een aangename geur voor Yahweh, dan moet hij het doen zoals jullie het doen.
וְכִֽי
(vekhi)
en als
יָגוּר֩
(yagur)
verblijft
אִתְּכֶ֨ם
(itekhem)
bij jullie
גֵּ֜ר
(ger)
een vreemdeling
א֤וֹ
(o)
of
אֲשֶֽׁר
(asher)
wie
בְּתֽוֹכְכֶם֙
(betokhekhem)
in jullie midden
לְדֹרֹ֣תֵיכֶ֔ם
(ledoroteikhem)
voor jullie generaties
וְעָשָׂ֛ה
(veasa)
en hij maakt
אִשֵּׁ֥ה
(ishe)
een vuuroffer
רֵֽיחַ
(reiach)
een geur van
נִיחֹ֖חַ
(nichoach)
aangenaamheid
לַיהוָ֑ה
(laYahweh)
voor Yahweh
כַּאֲשֶׁ֥ר
(kaasher)
zoals
תַּעֲשׂ֖וּ
(taasu)
jullie doen
כֵּ֥ן
(ken)
zo
יַעֲשֶֽׂה
(yaase)
zal hij doen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
15Voor de vergadering geldt één voorschrift, voor jullie en voor de vreemdeling die bij jullie verblijft: een eeuwig voorschrift voor al jullie generaties. Zoals jullie zijn, zo zal de vreemdeling zijn voor het aangezicht van Yahweh.
הַקָּהָ֕ל
(haqahal)
de vergadering
חֻקָּ֥ה
(chuqa)
een voorschrift
אַחַ֛ת
(achat)
één
לָכֶ֖ם
(lakhem)
voor jullie
וְלַגֵּ֣ר
(velager)
en voor de vreemdeling
הַגָּ֑ר
(hagar)
die verblijft
חֻקַּ֤ת
(chuqat)
een voorschrift van
עוֹלָם֙
(olam)
eeuwigheid
לְדֹרֹ֣תֵיכֶ֔ם
(ledoroteikhem)
voor jullie generaties
כָּכֶ֛ם
(kakhem)
zoals jullie
כַּגֵּ֥ר
(kager)
zoals de vreemdeling
יִהְיֶ֖ה
(yihye)
zal zijn
לִפְנֵ֥י
(lifnei)
voor het aangezicht van
יְהוָֽה
(Yahweh)
Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing
Het Hebreeuws is kort: ‘De vergadering: één voorschrift voor jullie en voor de vreemdeling’.
Wij vertalen ‘voor de vergadering geldt één voorschrift’.
20Als het eerste van jullie deeg moeten jullie een koek als heffing opheffen. Zoals jullie de heffing van de dorsvloer opheffen, zo moeten jullie die opheffen.
רֵאשִׁית֙
(reshit)
het eerste van
עֲרִסֹ֣תֵכֶ֔ם
(arisotekhem)
jullie deeg
חַלָּ֖ה
(chala)
een koek
תָּרִ֣ימוּ
(tarimu)
jullie zullen opheffen
תְרוּמָ֑ה
(teruma)
als heffing
כִּתְרוּמַ֣ת
(kitrumat)
zoals de heffing van
גֹּ֔רֶן
(goren)
de dorsvloer
כֵּ֖ן
(ken)
zo
תָּרִ֥ימוּ
(tarimu)
jullie zullen opheffen
אֹתָֽהּ
(otah)
haar
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
חַלָּה (challah), ‘koek’: een rond gebakken brood, zoals in Exod. 29:2.
Lezing
עֲרִסוֹת (arisot) vertalen wij ‘deeg’.
De betekenis is niet helemaal zeker; het kan ook ‘grof meel’ zijn.
23alles wat Yahweh jullie door Mozes geboden heeft, vanaf de dag dat Yahweh het geboden heeft en daarna, door al jullie generaties heen,
אֵת֩
(et)
(obj.)
כָּל
(kal)
alles
אֲשֶׁ֨ר
(asher)
wat
צִוָּ֧ה
(tsiva)
gebood
יְהוָ֛ה
(Yahweh)
Yahweh
אֲלֵיכֶ֖ם
(aleikhem)
aan jullie
בְּיַד
(beyad)
door de hand van
מֹשֶׁ֑ה
(moshe)
Mozes
מִן
(min)
vanaf
הַיּ֞וֹם
(hayom)
de dag
אֲשֶׁ֨ר
(asher)
dat
צִוָּ֧ה
(tsiva)
gebood
יְהוָ֛ה
(Yahweh)
Yahweh
וָהָ֖לְאָה
(vahalea)
en verder
לְדֹרֹתֵיכֶֽם
(ledoroteikhem)
voor jullie generaties
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
24Dan geldt dit. Stel dat het buiten het zicht van de gemeenschap bij vergissing gedaan is. Dan moet heel de gemeenschap één jonge stier als brandoffer brengen. Dat is een aangename geur voor Yahweh. Daarbij komen het graanoffer en het plengoffer, volgens het recht. Ook moet zij één bok als zondoffer brengen.
וְהָיָ֗ה
(vehaya)
en het zal zijn
אִ֣ם
(im)
als
מֵעֵינֵ֣י
(meeinei)
uit de ogen van
הָעֵדָה֮
(haeda)
de gemeenschap
נֶעֶשְׂתָ֣ה
(neesta)
het gedaan is
לִשְׁגָגָה֒
(lishgaga)
bij vergissing
וְעָשׂ֣וּ
(veasu)
dan zullen brengen
כָל
(kal)
heel
הָעֵדָ֡ה
(haeda)
de gemeenschap
פַּ֣ר
(par)
een jonge stier
בֶּן
(ben)
zoon van
בָּקָר֩
(baqar)
rund
אֶחָ֨ד
(echad)
één
לְעֹלָ֜ה
(leola)
als brandoffer
לְרֵ֤יחַ
(lereiach)
tot een geur van
נִיחֹ֨חַ֙
(nichoach)
aangenaamheid
לַֽיהוָ֔ה
(laYahweh)
voor Yahweh
וּמִנְחָת֥וֹ
(uminchato)
en zijn graanoffer
וְנִסְכּ֖וֹ
(venisko)
en zijn plengoffer
כַּמִּשְׁפָּ֑ט
(kamishpat)
volgens het recht
וּשְׂעִיר
(useir)
en een bok van
עִזִּ֥ים
(izim)
geiten
אֶחָ֖ד
(echad)
één
לְחַטָּֽת
(lechatat)
als zondoffer
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
מֵעֵינֵי הָעֵדָה (me’einei ha’edah), ‘buiten het zicht van de gemeenschap’: letterlijk ‘uit de ogen van de gemeenschap’.
Zie Lev. 4:13.
‘Volgens het recht’ (כַּמִּשְׁפָּט, kammishpat) verwijst naar de hoeveelheden in de verzen 4–10.
Lezing
In Lev. 4:14 brengt de gemeenschap een jonge stier als zondoffer; hier brengt zij een jonge stier als brandoffer en een bok als zondoffer.
25De priester moet verzoening doen voor heel de gemeenschap van de zonen van Israël, en het zal hun vergeven worden, want het was een vergissing. Zij hebben hun offergave gebracht, een vuuroffer voor Yahweh, en hun zondoffer voor het aangezicht van Yahweh, vanwege hun vergissing.
וְכִפֶּ֣ר
(vekhiper)
en zal verzoening doen
הַכֹּהֵ֗ן
(hakohen)
de priester
עַֽל
(al)
voor
כָּל
(kal)
heel
עֲדַ֛ת
(adat)
de gemeenschap van
בְּנֵ֥י
(benei)
de zonen van
יִשְׂרָאֵ֖ל
(yisrael)
Israël
וְנִסְלַ֣ח
(venislach)
en het zal vergeven worden
לָהֶ֑ם
(lahem)
hun
כִּֽי
(ki)
want
שְׁגָגָ֣ה
(shegaga)
vergissing
הִ֔וא
(hi)
het is
וְהֵם֩
(vehem)
en zij
הֵבִ֨יאוּ
(heviu)
hebben gebracht
אֶת
(et)
(obj.)
קָרְבָּנָ֜ם
(qarbanam)
hun offergave
אִשֶּׁ֣ה
(ishe)
een vuuroffer
לַֽיהוָ֗ה
(laYahweh)
voor Yahweh
וְחַטָּאתָ֛ם
(vechatatam)
en hun zondoffer
לִפְנֵ֥י
(lifnei)
voor het aangezicht van
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
עַל
(al)
vanwege
שִׁגְגָתָֽם
(shiggatam)
hun vergissing
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
וְנִסְלַח (venislach), ‘en het zal vergeven worden’: zoals in Lev. 4:20.
26Het zal vergeven worden aan heel de gemeenschap van de zonen van Israël en aan de vreemdeling die in hun midden verblijft. Want voor heel het volk was het bij vergissing.
וְנִסְלַ֗ח
(venislach)
en het zal vergeven worden
לְכָל
(lekhal)
aan heel
עֲדַת֙
(adat)
de gemeenschap van
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
יִשְׂרָאֵ֔ל
(yisrael)
Israël
וְלַגֵּ֖ר
(velager)
en aan de vreemdeling
הַגָּ֣ר
(hagar)
die verblijft
בְּתוֹכָ֑ם
(betokham)
in hun midden
כִּ֥י
(ki)
want
לְכָל
(lekhal)
voor heel
הָעָ֖ם
(haam)
het volk
בִּשְׁגָגָֽה
(bishgaga)
bij vergissing
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
28De priester moet verzoening doen voor de persoon die bij vergissing gezondigd heeft, voor het aangezicht van Yahweh. Hij moet voor hem verzoening doen, en het zal hem vergeven worden.
וְכִפֶּ֣ר
(vekhiper)
en zal verzoening doen
הַכֹּהֵ֗ן
(hakohen)
de priester
עַל
(al)
voor
הַנֶּ֧פֶשׁ
(hanefesh)
de persoon
הַשֹּׁגֶ֛גֶת
(hashogeget)
die dwaalt
בְּחֶטְאָ֥ה
(becheta)
in zijn zonde
בִשְׁגָגָ֖ה
(bishgaga)
bij vergissing
לִפְנֵ֣י
(lifnei)
voor het aangezicht van
יְהוָ֑ה
(Yahweh)
Yahweh
לְכַפֵּ֥ר
(lekhaper)
om verzoening te doen
עָלָ֖יו
(alav)
voor hem
וְנִסְלַ֥ח
(venislach)
en het zal vergeven worden
לֽוֹ
(lo)
hem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
29Voor de inheemse onder de zonen van Israël en voor de vreemdeling die in hun midden verblijft, geldt één wet. Die wet is voor wie iets bij vergissing doet.
הָֽאֶזְרָח֙
(haezrach)
de inheemse
בִּבְנֵ֣י
(bivnei)
onder de zonen van
יִשְׂרָאֵ֔ל
(yisrael)
Israël
וְלַגֵּ֖ר
(velager)
en de vreemdeling
הַגָּ֣ר
(hagar)
die verblijft
בְּתוֹכָ֑ם
(betokham)
in hun midden
תּוֹרָ֤ה
(tora)
wet
אַחַת֙
(achat)
één
יִהְיֶ֣ה
(yihye)
zal zijn
לָכֶ֔ם
(lakhem)
voor jullie
לָעֹשֶׂ֖ה
(laose)
voor wie doet
בִּשְׁגָגָֽה
(bishgaga)
bij vergissing
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
30Maar de persoon die opzettelijk iets doet, of hij nu inheems is of een vreemdeling, lastert Yahweh. Die persoon moet uit het midden van zijn volk worden afgesneden.
וְהַנֶּ֜פֶשׁ
(vehanefesh)
en de persoon
אֲשֶֽׁר
(asher)
die
תַּעֲשֶׂ֣ה
(taase)
doet
בְּיָ֣ד
(beyad)
met een hand
רָמָ֗ה
(rama)
opgeheven
מִן
(min)
van
הָֽאֶזְרָח֙
(haezrach)
de inheemse
וּמִן
(umin)
en van
הַגֵּ֔ר
(hager)
de vreemdeling
אֶת
(et)
(obj.)
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
ה֣וּא
(hu)
hij
מְגַדֵּ֑ף
(megadef)
lastert
וְנִכְרְתָ֛ה
(venikhreta)
en zal afgesneden worden
הַנֶּ֥פֶשׁ
(hanefesh)
de persoon
הַהִ֖וא
(hahi)
die
מִקֶּ֥רֶב
(miqerev)
uit het midden van
עַמָּֽהּ
(amah)
haar volk
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
בְּיָד רָמָה (beyad ramah), ‘met opgeheven hand’: opzettelijk, uit verzet tegen Yahweh.
Wij vertalen ‘opzettelijk’.
וְנִכְרְתָה (venikhretah), ‘en zal afgesneden worden’: uit het volk verwijderd, zoals in Exod. 12:15.
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
38„Spreek tot de zonen van Israël en zeg tegen hen: Zij moeten voor zichzelf kwasten maken aan de hoeken van hun kleren. Dit geldt door hun generaties heen. Aan de kwast van elke hoek moeten zij een draad van blauwpurper doen.
דַּבֵּ֞ר
(daber)
spreek
אֶל
(el)
tot
בְּנֵ֤י
(benei)
de zonen van
יִשְׂרָאֵל֙
(yisrael)
Israël
וְאָמַרְתָּ֣
(veamarta)
en jij zult zeggen
אֲלֵהֶ֔ם
(alehem)
tot hen
וְעָשׂ֨וּ
(veasu)
en zij zullen maken
לָהֶ֥ם
(lahem)
voor zich
צִיצִ֛ת
(tsitsit)
kwasten
עַל
(al)
aan
כַּנְפֵ֥י
(kanfei)
de hoeken van
בִגְדֵיהֶ֖ם
(bigdeihem)
hun kleren
לְדֹרֹתָ֑ם
(ledorotam)
voor hun generaties
וְנָֽתְנ֛וּ
(venatenu)
en zij zullen doen
עַל
(al)
aan
צִיצִ֥ת
(tsitsit)
de kwast van
הַכָּנָ֖ף
(hakanaf)
de hoek
פְּתִ֥יל
(petil)
een draad van
תְּכֵֽלֶת
(tekhelet)
blauwpurper
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
צִיצִת (tsitsit), ‘kwast’: een bosje draden aan de hoek van een kleed.
תְּכֵלֶת (techelet), ‘blauwpurper’: blauwgeverfde draad, zoals in Exod. 25:4 en 28:31.
39Het zal voor jullie een kwast zijn. Jullie zullen ernaar kijken, aan alle geboden van Yahweh denken en ze doen. Jullie zullen niet rondzwerven achter jullie hart en jullie ogen aan, waar jullie ontrouw achteraan lopen.
וְהָיָ֣ה
(vehaya)
en het zal zijn
לָכֶם֮
(lakhem)
voor jullie
לְצִיצִת֒
(letsitsit)
tot kwast
וּרְאִיתֶ֣ם
(ureitem)
en jullie zullen zien
אֹת֗וֹ
(oto)
hem
וּזְכַרְתֶּם֙
(uzekhartem)
en jullie zullen denken aan
אֶת
(et)
(obj.)
כָּל
(kal)
alle
מִצְוֺ֣ת
(mitsvot)
geboden van
יְהוָ֔ה
(Yahweh)
Yahweh
וַעֲשִׂיתֶ֖ם
(vaasitem)
en jullie zullen doen
אֹתָ֑ם
(otam)
ze
וְלֹֽא
(velo)
en niet
תָתֻ֜רוּ
(taturu)
jullie zullen rondzwerven
אַחֲרֵ֤י
(acharei)
achter
לְבַבְכֶם֙
(levavkhem)
jullie hart
וְאַחֲרֵ֣י
(veacharei)
en achter
עֵֽינֵיכֶ֔ם
(eineikhem)
jullie ogen
אֲשֶׁר
(asher)
waarachter
אַתֶּ֥ם
(atem)
jullie
זֹנִ֖ים
(zonim)
ontrouw zijn
אַחֲרֵיהֶֽם
(achareihem)
daarachter
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
תָּתֻרוּ (taturu), ‘rondzwerven’: van תּוּר (tur), het werkwoord dat in Num. 13–14 ‘verkennen’ is.
Omdat ‘verkennen’ hier niet past, vertalen wij ‘rondzwerven’.
זֹנִים (zonim), ‘ontrouw zijn’: letterlijk ‘hoereren’, zoals in Num. 14:33.