Open in de app Alle boeken Spreuken ← 6 8 → Spreuken 7 Waarschuwing tegen de vreemde vrouw
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Bewaar mijn woorden 1 Mijn zoon, bewaar mijn woorden. Berg mijn geboden bij je op.
אֲמָרָ֑י
(amaray)
mijn woorden
וּ֝מִצְוֺתַ֗י
(umitsvotay)
en mijn geboden
תִּצְפֹּ֥ן
(titspon)
berg op
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
בְּנִי (beni), ‘mijn zoon’: de vader of de wijze spreekt tot zijn leerling.
Zie ook Spr. 1:8.
תִּצְפֹּן (titspon), ‘berg op’: houd het als een schat bij je.
2 Bewaar mijn geboden en leef, en mijn onderwijs als de oogappel van je ogen.
מִצְוֺתַ֣י
(mitsvotay)
mijn geboden
וְ֝תוֹרָתִ֗י
(vetorati)
en mijn onderwijs
כְּאִישׁ֥וֹן
(keishon)
als de oogappel van
עֵינֶֽיךָ
(eineikha)
je ogen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
תּוֹרָה (torah), ‘onderwijs’: het onderricht dat de vader of de wijze geeft.
Waar het Gods wet is, vertalen wij ‘wet’.
אִישׁוֹן (ishon), ‘oogappel’: letterlijk ‘mannetje’, het kleine beeld in het oog. Zie ook Deut. 32:10 en Ps. 17:8.
3 Bind ze om je vingers. Schrijf ze op de tafel van je hart.
קָשְׁרֵ֥ם
(qasherem)
bind ze
אֶצְבְּעֹתֶ֑יךָ
(etsbeoteikha)
je vingers
כָּ֝תְבֵ֗ם
(katevem)
schrijf ze
ל֥וּחַ
(luach)
de tafel van
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
4 Zeg tegen de Wijsheid: „Jij bent mijn zuster”, en noem Inzicht je bekende.
לַֽ֭חָכְמָה
(lachakhema)
tegen de Wijsheid
אֲחֹ֣תִי
(achoti)
mijn zuster
וּ֝מֹדָ֗ע
(umoda)
en bekende
לַבִּינָ֥ה
(labina)
tegen Inzicht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
חָכְמָה (chokmah), ‘wijsheid’, en בִּינָה (binah), ‘inzicht’: beide woorden zijn vrouwelijk.
De wijze spreekt over hen als over personen; daarom schrijven wij ze met een hoofdletter.
Zie ook Spr. 8 en 9.
מֹדָע (moda), ‘bekende’: een naaste, een vertrouwde, een verwant. Zo ook Ruth 2:1.
5 Om je te bewaren voor een vreemde vrouw, voor de vreemde die haar woorden glad maakt.
לִ֭שְׁמָרְךָ
(lishmarekha)
om je te bewaren
מֵאִשָּׁ֣ה
(meisha)
voor een vrouw
מִ֝נָּכְרִיָּ֗ה
(minakheriya)
voor een vreemde
אֲמָרֶ֥יהָ
(amareiha)
haar woorden
הֶחֱלִֽיקָה
(hecheliqa)
zij maakt glad
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
אִשָּׁה זָרָה (ishah zarah), ‘vreemde vrouw’, en נָכְרִיָּה (nokriyah), ‘vreemde’ (ook ‘buitenlandse’): twee woorden voor dezelfde vrouw.
Zij hoort niet bij de man en niet bij zijn verbond.
הֶחֱלִיקָה (hechelikah), ‘zij maakt glad’: zij vleit, zij maakt haar woorden zacht en misleidend.
De jongeman zonder hart 6 Want door het venster van mijn huis, door mijn traliewerk, keek ik uit.
בְּחַלּ֣וֹן
(bechalon)
door het venster van
אֶשְׁנַבִּ֣י
(eshnabi)
mijn traliewerk
נִשְׁקָֽפְתִּי
(nishqafti)
keek ik uit
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
7 Ik zag onder de eenvoudigen, ik onderscheidde onder de jongens een jongeman zonder hart.
בַפְּתָאיִ֗ם
(bapetayim)
onder de eenvoudigen
אָ֘בִ֤ינָה
(avina)
ik onderscheidde
בַבָּנִ֗ים
(babanim)
onder de zonen
חֲסַר
(chasar)
ontbrekend van
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
פְּתָיִים (petayim), ‘eenvoudigen’: onervaren mensen, gemakkelijk te verleiden.
חֲסַר לֵב (chasar lev), ‘zonder hart’: het hart is de plaats van denken en willen. ‘Zonder hart’ betekent dus: zonder verstand en oordeel. Zo ook Spr. 9:4.
8 Hij ging over de markt, langs haar hoek, en liep de weg naar haar huis.
בַּ֭שּׁוּק
(bashuq)
over de markt
פִּנָּ֑הּ
(pinah)
haar hoek
וְדֶ֖רֶךְ
(vederekh)
en de weg naar
בֵּיתָ֣הּ
(beitah)
haar huis
יִצְעָֽד
(yitsad)
stapt hij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
9 Het was in de schemering, in de avond van de dag, in de oogappel van de nacht en in de duisternis.
בְּנֶֽשֶׁף
(beneshef)
in de schemering
בְּעֶ֥רֶב
(beerev)
in de avond van
בְּאִישׁ֥וֹן
(beishon)
in de oogappel van
וַאֲפֵלָֽה
(vaafela)
en duisternis
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
אִישׁוֹן לַיְלָה (ishon laylah), ‘oogappel van de nacht’: het donkerste, het midden van de nacht.
Hetzelfde woord als in vers 2.
De vrouw komt hem tegemoet 10 En zie, een vrouw komt hem tegemoet, gekleed als een hoer en met een bewaakt hart.
לִקְרָאת֑וֹ
(liqrato)
hem tegemoet
וּנְצֻ֥רַת
(unetsurat)
en bewaakt van
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
נְצֻרַת לֵב (netsurat lev), ‘bewaakt van hart’: een hart dat zijn bedoeling verborgen houdt.
Het kan ook ‘sluw’ betekenen.
11 Luidruchtig en weerspannig is zij. Haar voeten blijven niet in haar huis.
הֹמִיָּ֣ה
(homiya)
luidruchtig
וְסֹרָ֑רֶת
(vesoraret)
en weerspannig
בְּ֝בֵיתָ֗הּ
(beveitah)
in haar huis
יִשְׁכְּנ֥וּ
(yishkenu)
blijven wonen
רַגְלֶֽיהָ
(ragleiha)
haar voeten
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
12 Nu eens is zij buiten, dan weer op de pleinen, en bij elke hoek ligt zij op de loer.
בָּרְחֹב֑וֹת
(barechovot)
op de pleinen
וְאֵ֖צֶל
(veetsel)
en naast
תֶאֱרֹֽב
(teerov)
ligt zij op de loer
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
13 Zij grijpt hem vast en kust hem. Met een brutaal gezicht zegt zij tegen hem:
וְהֶחֱזִ֣יקָה
(vehecheziqa)
en zij grijpt vast
וְנָ֣שְׁקָה
(venasheqa)
en zij kust
הֵעֵ֥זָה
(heeza)
zij maakt brutaal
פָ֝נֶ֗יהָ
(paneiha)
haar gezicht
וַתֹּ֣אמַר
(vatomar)
en zij zegt
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
הֵעֵזָה פָנֶיהָ (he’ezah paneha), ‘zij maakte haar gezicht hard’: zij kijkt brutaal, zonder schaamte.
Haar woorden 14 „Op mij rusten vredeoffers. Vandaag heb ik mijn geloften ingelost.
זִבְחֵ֣י
(zivchei)
offers van
שְׁלָמִ֣ים
(shelamim)
vrede
שִׁלַּ֥מְתִּי
(shilamti)
heb ik ingelost
נְדָרָֽי
(nedaray)
mijn geloften
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
שְׁלָמִים (shelamim), ‘vredeoffers’: een deel van het vlees werd door de brenger gegeten, op de dag van het offer of de dag erna (Lev. 7:15–16; 22:29–30).
De vrouw wil zeggen dat er thuis vlees is.
עָלַי (alay), letterlijk ‘op mij’: de offers zijn aan haar, zij ‘rusten op haar’.
15 Daarom ben ik je tegemoet gegaan, om je gezicht te zoeken, en ik heb je gevonden.
יָצָ֣אתִי
(yatsati)
ben ik uitgegaan
לִקְרָאתֶ֑ךָ
(liqratekha)
je tegemoet
לְשַׁחֵ֥ר
(leshacher)
om te zoeken
פָּ֝נֶ֗יךָ
(paneikha)
je gezicht
וָאֶמְצָאֶֽךָּ
(vaemtsaeka)
en ik heb je gevonden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
שִׁחֵר (shichar), ‘zoeken’: ernstig en vroeg zoeken.
Zij zegt dat zij hem juist wilde vinden.
16 Met kleden heb ik mijn bed bedekt, met gestreept garen uit Egypte.
מַ֭רְבַדִּים
(marvadim)
met dekens
רָבַ֣דְתִּי
(ravadti)
heb ik bedekt
חֲ֝טֻב֗וֹת
(chatuvot)
met gestreepte
מִצְרָֽיִם
(mitsrayim)
Egypte
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.
Uitleg
חֲטֻבוֹת (chatuvot), ‘gestreept’, en אֵטוּן (etun), ‘garen’: de betekenis is niet zeker.
Het gaat om een kostbare stof uit Egypte.
17 Ik heb mijn leger besprenkeld met mirre, aloë en kaneel.
נַ֥פְתִּי
(nafti)
ik heb besprenkeld
מִשְׁכָּבִ֑י
(mishkavi)
mijn leger
וְקִנָּמֽוֹן
(veqinamon)
en kaneel
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Mirre, aloë en kaneel zijn geurige specerijen.
Zie ook Exod. 30:23 en Ps. 45:9.
18 Kom, laten wij ons tot de morgen verzadigen aan liefde. Laten wij ons vermaken in de liefdes.
נִרְוֶ֣ה
(nirve)
laten wij ons verzadigen aan
הַבֹּ֑קֶר
(haboqer)
de morgen
נִ֝תְעַלְּסָ֗ה
(nitalesa)
laten wij ons vermaken
בָּאֳהָבִֽים
(baohavim)
in liefdes
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
דֹּדִים (dodim), ‘liefde’, en אֲהָבִים (ahavim), ‘liefdes’: beide meervoud.
Het zijn de uitingen van liefde.
19 Want de man is niet in zijn huis. Hij is op reis gegaan, ver weg.
בְּבֵית֑וֹ
(beveito)
in zijn huis
הָ֝לַ֗ךְ
(halakh)
hij is gegaan
בְּדֶ֣רֶךְ
(bederekh)
op reis
מֵרָחֽוֹק
(merachoq)
van ver
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
20 Een buidel met zilver heeft hij in zijn hand genomen. Op de dag van de volle maan komt hij thuis.”
צְֽרוֹר
(tseror)
buidel van
הַ֭כֶּסֶף
(hakesef)
het zilver
לָקַ֣ח
(laqach)
hij heeft genomen
בְּיָד֑וֹ
(beyado)
in zijn hand
לְי֥וֹם
(leyom)
tot de dag van
הַ֝כֵּ֗סֶא
(hakese)
de volle maan
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
הַכֶּסֶא (hakkese), ‘de volle maan’: de dag van de volle maan.
Zo ook Ps. 81:4.
21 Met haar vele overreding buigt zij hem af. Met de gladheid van haar lippen drijft zij hem weg.
הִ֭טַּתּוּ
(hitatu)
zij buigt hem af
לִקְחָ֑הּ
(liqchah)
haar overreding
בְּחֵ֥לֶק
(becheleq)
met gladheid van
שְׂ֝פָתֶ֗יהָ
(sefateiha)
haar lippen
תַּדִּיחֶֽנּוּ
(tadichenu)
zij drijft hem weg
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
לֶקַח (leqach), ‘overreding’: het woord betekent ook ‘lering’ (zie Spr. 9:9).
Hier is het de overredingskracht van haar woorden.
22 Plotseling gaat hij haar achterna, als een stier die naar de slacht komt, en als een voetboei naar de tucht van een zot.
אַחֲרֶ֗יהָ
(achareiha)
haar achterna
פִּ֫תְאֹ֥ם
(pitom)
plotseling
כְּ֭שׁוֹר
(keshor)
als een stier
וּ֝כְעֶ֗כֶס
(ukheekhes)
en als een voetboei
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
מוּסָר (musar), ‘tucht’: ook ‘onderricht, vermaning’.
אֱוִיל (evil), ‘zot’.
Lezing
De Masoretische tekst is hier moeilijk.
עֶכֶס (eches) is een voetboei of een voetring.
Het beeld ‘als een voetboei naar de tucht van een zot’ is niet helder.
Sommige oude vertalingen lezen anders.
Wij volgen de Masoretische tekst letterlijk.
23 Totdat een pijl zijn lever doorboort, als een vogel die zich naar de strik haast, en hij weet niet dat het om zijn leven gaat.
יְפַלַּ֪ח
(yefalach)
doorboort
כְּֽבֵד֗וֹ
(kevedo)
zijn lever
כְּמַהֵ֣ר
(kemaher)
als het haasten van
צִפּ֣וֹר
(tsipor)
een vogel
בְנַפְשׁ֥וֹ
(benafsho)
om zijn leven
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
כָּבֵד (kaved), ‘lever’: de lever was voor de Hebreeën een zetel van het leven.
נֶפֶשׁ (nefesh), ‘ziel’: het leven en de hele persoon. Hier vertalen wij ‘leven’, omdat het om zijn leven gaat.
Luister naar mij 24 En nu, zonen, luister naar mij en let op de woorden van mijn mond.
וְ֝הַקְשִׁ֗יבוּ
(vehaqshivu)
en let op
לְאִמְרֵי
(leimrei)
de woorden van
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
25 Laat je hart niet afwijken naar haar wegen. Dwaal niet af op haar paden.
יֵ֣שְׂטְ
(yeset)
laat afwijken
דְּרָכֶ֣יהָ
(derakheiha)
haar wegen
בִּנְתִיבוֹתֶֽיהָ
(bintivoteiha)
op haar paden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
26 Want vele verslagenen heeft zij neergeworpen, en machtig zijn al haar gedoden.
חֲלָלִ֣ים
(chalalim)
verslagenen
הִפִּ֑ילָה
(hipila)
heeft zij neergeworpen
וַ֝עֲצֻמִ֗ים
(vaatsumim)
en machtig
הֲרֻגֶֽיהָ
(harugeiha)
haar gedoden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
עֲצֻמִים (atsumim) kan ‘machtig’ of ‘talrijk’ betekenen.
Wij vertalen ‘machtig’: ook sterke mannen zijn door haar gevallen.
27 Haar huis zijn wegen naar de Sjeol, dalend naar de kamers van de dood.
דַּרְכֵ֣י
(darkhei)
wegen van
בֵּיתָ֑הּ
(beitah)
haar huis
יֹ֝רְד֗וֹת
(yoredot)
dalend
חַדְרֵי
(chadrei)
kamers van
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
שְׁאוֹל (Sjeol): het dodenrijk.
Haar huis is het begin van de weg naar beneden.
Zie ook Ps. 16:10.