Elohim Bijbel

1 Korintiërs 14

12345678910111213141516

Profetie en spreken in talen in de samenkomst

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Profeteren en spreken in talen

1Jaag de liefde na en wees ijverig voor de geestelijke gaven, maar vooral dat jullie profeteren.
Διώκετε
(Diokete)
jaag na
τὴν
(ten)
de
ἀγάπην
(agapen)
liefde
ζηλοῦτε
(zeloute)
wees ijverig
δὲ
(de)
maar
τὰ
(ta)
de
πνευματικά
(pneumatika)
geestelijke gaven
μᾶλλον
(mallon)
vooral
δὲ
(de)
maar
ἵνα
(hina)
dat
προφητεύητε
(propheteuete)
jullie profeteren
Bron: SBLGNT
Uitleg

διώκω (dioko), ‘najagen’: ook ‘vervolgen’; hier achter de liefde aan gaan, direct na hoofdstuk 13. τὰ πνευματικά (ta pneumatika), ‘de geestelijke gaven’: het Grieks heeft alleen het onzijdige meervoud ‘de geestelijke dingen’, zoals in 12:1. προφητεύω (propheteuo), ‘profeteren’: hier gaat het om begrijpelijke woorden voor de gemeente (vers 3).

Zie ook1 Kor 14:3
2Want wie in een taal spreekt, spreekt niet tot mensen maar tot Elohim. Niemand verstaat het immers, maar in de geest spreekt hij geheimenissen.
ὁ
(ho)
de
γὰρ
(gar)
want
λαλῶν
(lalon)
die spreekt
γλώσσῃ
(glosse)
in een taal
οὐκ
(ouk)
niet
ἀνθρώποις
(anthropois)
tot mensen
λαλεῖ
(lalei)
spreekt
ἀλλὰ
(alla)
maar
θεῷ
(theo)
tot Elohim
οὐδεὶς
(oudeis)
niemand
γὰρ
(gar)
immers
ἀκούει
(akouei)
verstaat
πνεύματι
(pneumati)
in de geest
δὲ
(de)
maar
λαλεῖ
(lalei)
spreekt hij
μυστήρια
(mysteria)
geheimenissen
Bron: SBLGNT
Uitleg

λαλεῖν γλώσσῃ (lalein glosse), ‘in een taal spreken’: het Grieks heeft hetzelfde woord γλῶσσα voor ‘tong’ en ‘taal’.

Hier is het spreken in een taal die de hoorders niet verstaan, ook wel klanktaal genoemd; zie 12:10. ἀκούω (akouo), ‘horen, verstaan’. πνεύματι (pneumati), ‘in de geest’ of ‘door de Geest’: het Grieks heeft alleen een naamval; wij houden ‘in de geest’, de geest van de spreker, zoals in vers 14–16. μυστήριον (mysterion), ‘geheimenis’: het Grieks heeft het meervoud.

3Maar wie profeteert, spreekt tot mensen tot opbouw, bemoediging en troost.
ὁ
(ho)
de
δὲ
(de)
maar
προφητεύων
(propheteuon)
die profeteert
ἀνθρώποις
(anthropois)
tot mensen
λαλεῖ
(lalei)
spreekt
οἰκοδομὴν
(oikodomen)
opbouw
καὶ
(kai)
en
παράκλησιν
(paraklesin)
bemoediging
καὶ
(kai)
en
παραμυθίαν
(paramythian)
troost
Bron: SBLGNT
Uitleg

οἰκοδομή (oikodome), ‘opbouw’: letterlijk het bouwen van een huis. παράκλησις (paraklesis), ‘bemoediging’: ook ‘vermaning’ of ‘troost’. παραμυθία (paramythia), ‘troost’.

4Wie in een taal spreekt, bouwt zichzelf op; maar wie profeteert, bouwt de gemeente op.
ὁ
(ho)
de
λαλῶν
(lalon)
die spreekt
γλώσσῃ
(glosse)
in een taal
ἑαυτὸν
(heauton)
zichzelf
οἰκοδομεῖ
(oikodomei)
bouwt op
ὁ
(ho)
de
δὲ
(de)
maar
προφητεύων
(propheteuon)
die profeteert
ἐκκλησίαν
(ekklesian)
gemeente
οἰκοδομεῖ
(oikodomei)
bouwt op
Bron: SBLGNT
Uitleg

οἰκοδομέω (oikodomeo), ‘opbouwen’: het werkwoord bij οἰκοδομή in vers 3; vergelijk 8:1.

Zie ook1 Kor 14:3
5Ik wil dat jullie allen in talen spreken, maar vooral dat jullie profeteren. Wie profeteert is groter dan wie in talen spreekt, tenzij hij het uitlegt, zodat de gemeente opbouw ontvangt.
θέλω
(thelo)
ik wil
δὲ
(de)
maar
πάντας
(pantas)
allen
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
λαλεῖν
(lalein)
spreken
γλώσσαις
(glossais)
in talen
μᾶλλον
(mallon)
vooral
δὲ
(de)
maar
ἵνα
(hina)
dat
προφητεύητε
(propheteuete)
jullie profeteren
μείζων
(meizon)
groter
δὲ
(de)
maar
ὁ
(ho)
de
προφητεύων
(propheteuon)
die profeteert
ἢ
(e)
dan
ὁ
(ho)
de
λαλῶν
(lalon)
die spreekt
γλώσσαις
(glossais)
in talen
ἐκτὸς
(ektos)
tenzij
εἰ
(ei)
als
μὴ
(me)
niet
διερμηνεύῃ
(diermeneue)
hij uitlegt
ἵνα
(hina)
zodat
ἡ
(he)
de
ἐκκλησία
(ekklesia)
gemeente
οἰκοδομὴν
(oikodomen)
opbouw
λάβῃ
(labe)
ontvangt
Bron: SBLGNT
Uitleg

διερμηνεύω (diermeneuo), ‘uitleggen’: ook ‘vertalen’; hetzelfde stamwoord als ἑρμηνεία (hermeneia), ‘uitleg’, in vers 26. ἐκτὸς εἰ μή (ektos ei me), ‘tenzij’.

De klank moet duidelijk zijn

6Nu dan, broers, als ik bij jullie kom en in talen spreek, wat zal ik jullie baten? Alleen als ik tot jullie spreek in een onthulling of in kennis of in profetie of in onderwijs.
Νῦν
(Nyn)
nu
δέ
(de)
dan
ἀδελφοί
(adelphoi)
broers
ἐὰν
(ean)
als
ἔλθω
(eltho)
ik kom
πρὸς
(pros)
tot
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
γλώσσαις
(glossais)
in talen
λαλῶν
(lalon)
sprekend
τί
(ti)
wat
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
ὠφελήσω
(opheleso)
zal ik baten
ἐὰν
(ean)
alleen als
μὴ
(me)
niet
ὑμῖν
(hymin)
tot jullie
λαλήσω
(laleso)
ik spreek
ἢ
(e)
of
ἐν
(en)
in
ἀποκαλύψει
(apokalypsei)
onthulling
ἢ
(e)
of
ἐν
(en)
in
γνώσει
(gnosei)
kennis
ἢ
(e)
of
ἐν
(en)
in
προφητείᾳ
(propheteia)
profetie
ἢ
(e)
of
ἐν
(en)
in
διδαχῇ
(didache)
onderwijs
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀδελφοί (adelphoi), ‘broers’: het Griekse woord omvat ook de zusters in de gemeente. ἀποκάλυψις (apokalypsis), ‘onthulling’; γνῶσις (gnosis), ‘kennis’; προφητεία (propheteia), ‘profetie’; διδαχή (didache), ‘onderwijs’: vier manieren om begrijpelijk te spreken.

Het Grieks heeft vier maal ‘in’ (ἐν).

7Zelfs bij levenloze dingen die klank geven, of het nu een fluit is of een lier: als zij geen onderscheid in de tonen geven, hoe zal men weten wat er op de fluit of op de lier gespeeld wordt?
ὅμως
(homos)
zelfs
τὰ
(ta)
de
ἄψυχα
(apsycha)
levenloze dingen
φωνὴν
(phonen)
klank
διδόντα
(didonta)
die geven
εἴτε
(eite)
of
αὐλὸς
(aulos)
fluit
εἴτε
(eite)
of
κιθάρα
(kithara)
lier
ἐὰν
(ean)
als
διαστολὴν
(diastolen)
onderscheid
τοῖς
(tois)
de
φθόγγοις
(phthongois)
tonen
μὴ
(me)
niet
δῷ
(do)
zij geven
πῶς
(pos)
hoe
γνωσθήσεται
(gnosthesetai)
zal men weten
τὸ
(to)
wat
αὐλούμενον
(auloumenon)
op de fluit gespeeld wordt
ἢ
(e)
of
τὸ
(to)
wat
κιθαριζόμενον
(kitharizomenon)
op de lier gespeeld wordt
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἄψυχος (apsychos), ‘levenloos’: letterlijk ‘zonder ziel, zonder adem’. αὐλός (aulos), ‘fluit’: een blaasinstrument; κιθάρα (kithara), ‘lier’: een snaarinstrument. διαστολή (diastole), ‘onderscheid’. φθόγγος (phthongos), ‘toon’. φωνή (phone), ‘klank’: het Grieks gebruikt dit woord voor ‘klank’, ‘stem’ en ‘taal’; in de verzen 7–11 houden wij ‘klank’.

8Want ook als een bazuin een onduidelijke klank geeft, wie zal zich klaarmaken voor de strijd?
καὶ
(kai)
ook
γὰρ
(gar)
want
ἐὰν
(ean)
als
ἄδηλον
(adelon)
onduidelijke
φωνὴν
(phonen)
klank
σάλπιγξ
(salpinx)
bazuin
δῷ
(do)
geeft
τίς
(tis)
wie
παρασκευάσεται
(paraskeuasetai)
zal zich klaarmaken
εἰς
(eis)
voor
πόλεμον
(polemon)
strijd
Bron: SBLGNT
Uitleg

σάλπιγξ (salpinx), ‘bazuin’: een signaalinstrument voor het leger; zie ook 15:52. ἄδηλος (adelos), ‘onduidelijk’: letterlijk ‘niet zichtbaar’.

Zie ook Matt. 24:31.

Zie ookMat 24:31
9Zo ook jullie: als jullie met de taal geen verstaanbaar woord geven, hoe zal men weten wat gesproken wordt? Jullie zullen immers in de lucht spreken.
οὕτως
(houtos)
zo
καὶ
(kai)
ook
ὑμεῖς
(hymeis)
jullie
διὰ
(dia)
met
τῆς
(tes)
de
γλώσσης
(glosses)
taal
ἐὰν
(ean)
als
μὴ
(me)
niet
εὔσημον
(eusemon)
verstaanbaar
λόγον
(logon)
woord
δῶτε
(dote)
jullie geven
πῶς
(pos)
hoe
γνωσθήσεται
(gnosthesetai)
zal men weten
τὸ
(to)
wat
λαλούμενον
(laloumenon)
gesproken wordt
ἔσεσθε
(esesthe)
jullie zullen zijn
γὰρ
(gar)
immers
εἰς
(eis)
in
ἀέρα
(aera)
lucht
λαλοῦντες
(lalountes)
sprekend
Bron: SBLGNT
Uitleg

εὔσημος (eusemos), ‘verstaanbaar’: letterlijk ‘met een duidelijk teken’.

‘In de lucht spreken’ (εἰς ἀέρα λαλεῖν, eis aera lalein) is een beeld voor spreken zonder dat iemand het opneemt.

10Er zijn bij wijze van spreken zoveel soorten klanken in de wereld, en niets is zonder klank.
τοσαῦτα
(tosauta)
zoveel
εἰ
(ei)
als
τύχοι
(tychoi)
het zo uitkomt
γένη
(gene)
soorten
φωνῶν
(phonon)
klanken
εἰσιν
(eisin)
zijn
ἐν
(en)
in
κόσμῳ
(kosmo)
wereld
καὶ
(kai)
en
οὐδὲν
(ouden)
niets
ἄφωνον
(aphonon)
zonder klank
Bron: SBLGNT
Uitleg

εἰ τύχοι (ei tychoi), ‘bij wijze van spreken’: letterlijk ‘als het zo treft’. γένη φωνῶν (gene phonon), ‘soorten klanken’: het kan ook ‘soorten talen’ betekenen; zie vers 7.

Zie ook1 Kor 14:7
11Als ik dan de betekenis van de klank niet ken, zal ik voor degene die spreekt een barbaar zijn. En degene die spreekt zal voor mij een barbaar zijn.
ἐὰν
(ean)
als
οὖν
(oun)
dan
μὴ
(me)
niet
εἰδῶ
(eido)
ik ken
τὴν
(ten)
de
δύναμιν
(dynamin)
betekenis
τῆς
(tes)
van de
φωνῆς
(phones)
klank
ἔσομαι
(esomai)
zal ik zijn
τῷ
(to)
voor de
λαλοῦντι
(lalounti)
die spreekt
βάρβαρος
(barbaros)
barbaar
καὶ
(kai)
en
ὁ
(ho)
de
λαλῶν
(lalon)
die spreekt
ἐν
(en)
voor
ἐμοὶ
(emoi)
mij
βάρβαρος
(barbaros)
barbaar
Bron: SBLGNT
Uitleg

βάρβαρος (barbaros), ‘barbaar’: voor de Grieken iemand wiens taal zij niet verstonden; het woord klinkt als ‘bar-bar’. δύναμις (dynamis), ‘kracht’: hier ‘betekenis’ van de klank. ἐν ἐμοί (en emoi), ‘in mij’: wij vertalen ‘voor mij’.

12Zo ook jullie: omdat jullie ijveraars zijn voor geesten, streef ernaar dat jullie overvloedig zijn tot opbouw van de gemeente.
οὕτως
(houtos)
zo
καὶ
(kai)
ook
ὑμεῖς
(hymeis)
jullie
ἐπεὶ
(epei)
omdat
ζηλωταί
(zelotai)
ijveraars
ἐστε
(este)
jullie zijn
πνευμάτων
(pneumaton)
geesten
πρὸς
(pros)
tot
τὴν
(ten)
de
οἰκοδομὴν
(oikodomen)
opbouw
τῆς
(tes)
van de
ἐκκλησίας
(ekklesias)
gemeente
ζητεῖτε
(zeteite)
streef ernaar
ἵνα
(hina)
dat
περισσεύητε
(perisseuete)
jullie overvloedig zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

ζηλωτής (zelotes), ‘ijveraar’. πνεύματα (pneumata), ‘geesten’: het Grieks zegt niet wat; het kan gaan om gaven of uitingen van de Geest, zoals in 12:10 en vers 32. ζητέω (zeteo), ‘zoeken’: hier ‘ernaar streven’.

Bidden met de geest en met het verstand

13Laat daarom wie in een taal spreekt, bidden dat hij het kan uitleggen.
Διὸ
(Dio)
daarom
ὁ
(ho)
de
λαλῶν
(lalon)
die spreekt
γλώσσῃ
(glosse)
in een taal
προσευχέσθω
(proseuchestho)
laat hij bidden
ἵνα
(hina)
dat
διερμηνεύῃ
(diermeneue)
hij uitlegt
Bron: SBLGNT
Uitleg

διερμηνεύω (diermeneuo), ‘uitleggen’: zie vers 5.

Zie ook1 Kor 14:5
14Want als ik in een taal bid, bidt mijn geest, maar mijn verstand is zonder vrucht.
ἐὰν
(ean)
als
γὰρ
(gar)
want
προσεύχωμαι
(proseuchomai)
ik bid
γλώσσῃ
(glosse)
in een taal
τὸ
(to)
de
πνεῦμά
(pneuma)
geest
μου
(mou)
mijn
προσεύχεται
(proseuchetai)
bidt
ὁ
(ho)
de
δὲ
(de)
maar
νοῦς
(nous)
verstand
μου
(mou)
mijn
ἄκαρπός
(akarpos)
zonder vrucht
ἐστιν
(estin)
is
Bron: SBLGNT
Uitleg

πνεῦμά μου (pneuma mou), ‘mijn geest’: de geest van de spreker, anders dan ‘de Geest’ van Elohim. νοῦς (nous), ‘verstand’: het denkvermogen. ἄκαρπος (akarpos), ‘zonder vrucht’: onvruchtbaar.

15Wat is het dan? Ik zal bidden met de geest, maar ik zal ook bidden met het verstand. Ik zal lofzingen met de geest, maar ik zal ook lofzingen met het verstand.
τί
(ti)
wat
οὖν
(oun)
dan
ἐστιν
(estin)
is het
προσεύξομαι
(proseuxomai)
ik zal bidden
τῷ
(to)
met de
πνεύματι
(pneumati)
geest
προσεύξομαι
(proseuxomai)
ik zal bidden
δὲ
(de)
maar
καὶ
(kai)
ook
τῷ
(to)
met het
νοΐ
(noi)
verstand
ψαλῶ
(psalo)
ik zal lofzingen
τῷ
(to)
met de
πνεύματι
(pneumati)
geest
ψαλῶ
(psalo)
ik zal lofzingen
δὲ
(de)
maar
καὶ
(kai)
ook
τῷ
(to)
met het
νοΐ
(noi)
verstand
Bron: SBLGNT
Uitleg

ψάλλω (psallo), ‘lofzingen’: oorspronkelijk een snaar tokkelen, later ook een lied of psalm zingen.

16Anders, als je met de geest zegent, hoe zal degene die de plaats van de leek inneemt dan „Amen” zeggen bij jouw dankzegging? Hij weet immers niet wat je zegt.
ἐπεὶ
(epei)
anders
ἐὰν
(ean)
als
εὐλογῇς
(euloges)
je zegent
πνεύματι
(pneumati)
met de geest
ὁ
(ho)
de
ἀναπληρῶν
(anapleron)
die inneemt
τὸν
(ton)
de
τόπον
(topon)
plaats
τοῦ
(tou)
van de
ἰδιώτου
(idiotou)
leek
πῶς
(pos)
hoe
ἐρεῖ
(erei)
zal hij zeggen
τὸ
(to)
het
Ἀμήν
(Amen)
Amen
ἐπὶ
(epi)
bij
τῇ
(te)
de
σῇ
(se)
jouw
εὐχαριστίᾳ
(eucharistia)
dankzegging
ἐπειδὴ
(epeide)
immers
τί
(ti)
wat
λέγεις
(legeis)
je zegt
οὐκ
(ouk)
niet
οἶδεν
(oiden)
hij weet
Bron: SBLGNT
Uitleg

εὐλογέω (eulogeo), ‘zegenen’: Elohim prijzen of de zegen uitspreken. ἰδιώτης (idiotes), ‘leek’: iemand zonder bijzondere kennis of bevoegdheid; het Grieks zegt niet of het om een gelovige gaat.

‘De plaats van de leek innemen’ (ἀναπληρῶν τὸν τόπον τοῦ ἰδιώτου): letterlijk ‘vervullen’; het kan een plaats in de samenkomst zijn of een positie. Ἀμήν (Amen) komt uit het Hebreeuws, ‘het is zeker’. εὐχαριστία (eucharistia), ‘dankzegging’.

17Want jij dankt weliswaar goed, maar de ander wordt niet opgebouwd.
σὺ
(sy)
jij
μὲν
(men)
weliswaar
γὰρ
(gar)
want
καλῶς
(kalos)
goed
εὐχαριστεῖς
(eucharisteis)
dankt
ἀλλ’
(all’)
maar
ὁ
(ho)
de
ἕτερος
(heteros)
ander
οὐκ
(ouk)
niet
οἰκοδομεῖται
(oikodomeitai)
wordt opgebouwd
Bron: SBLGNT
18Ik dank Elohim: ik spreek meer in talen dan jullie allemaal.
εὐχαριστῶ
(eucharisto)
ik dank
τῷ
(to)
de
θεῷ
(theo)
Elohim
πάντων
(panton)
allen
ὑμῶν
(hymon)
van jullie
μᾶλλον
(mallon)
meer
γλώσσαις
(glossais)
in talen
λαλῶ
(lalo)
ik spreek
Bron: SBLGNT
19Maar in de gemeente wil ik liever vijf woorden spreken met mijn verstand, zodat ik ook anderen onderwijs, dan 10.000 woorden in een taal.
ἀλλὰ
(alla)
maar
ἐν
(en)
in
ἐκκλησίᾳ
(ekklesia)
gemeente
θέλω
(thelo)
ik wil
πέντε
(pente)
vijf
λόγους
(logous)
woorden
τῷ
(to)
met het
νοΐ
(noi)
verstand
μου
(mou)
mijn
λαλῆσαι
(lalesai)
spreken
ἵνα
(hina)
zodat
καὶ
(kai)
ook
ἄλλους
(allous)
anderen
κατηχήσω
(katecheso)
ik onderwijs
ἢ
(e)
dan
μυρίους
(myrious)
10.000
λόγους
(logous)
woorden
ἐν
(en)
in
γλώσσῃ
(glosse)
een taal
Bron: SBLGNT
Uitleg

θέλω … ἢ (thelo … e), ‘ik wil … dan’: wij vertalen ‘liever … dan’. μύριοι (myrioi), ‘10.000’: ook ‘ontelbaar veel’. κατηχέω (katecheo), ‘onderwijzen’: mondeling onderwijzen.

Talen en profetie als teken

20Broers, word geen kinderen in jullie denken, maar wees kleine kinderen in boosheid, en word volmaakt in jullie denken.
Ἀδελφοί
(Adelphoi)
broers
μὴ
(me)
niet
παιδία
(paidia)
kinderen
γίνεσθε
(ginesthe)
word
ταῖς
(tais)
de
φρεσίν
(phresin)
denken
ἀλλὰ
(alla)
maar
τῇ
(te)
de
κακίᾳ
(kakia)
boosheid
νηπιάζετε
(nepiazete)
wees kleine kinderen
ταῖς
(tais)
de
δὲ
(de)
maar
φρεσὶν
(phresin)
denken
τέλειοι
(teleioi)
volmaakt
γίνεσθε
(ginesthe)
word
Bron: SBLGNT
Uitleg

νηπιάζω (nepiazo), ‘een klein kind zijn’: het werkwoord bij νήπιος, zie 13:11. τέλειος (teleios), ‘volmaakt’: ook ‘volwassen, volgroeid’, wat hier bij de tegenstelling met ‘kinderen’ past; het is hetzelfde woord als in 13:10 en 2:6. φρήν (phren), ‘denken’: het denkvermogen; het Grieks heeft het meervoud.

Zie ook 1 Kor. 13:10; 1 Kor. 13:11.

21In de wet staat geschreven: „Door mensen met een andere taal en door de lippen van anderen zal Ik tot dit volk spreken. En zelfs dan zullen zij niet naar Mij luisteren”, zegt Yahweh.
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
νόμῳ
(nomo)
wet
γέγραπται
(gegraptai)
staat geschreven
ὅτι
(hoti)
dat
Ἐν
(En)
door
ἑτερογλώσσοις
(heteroglossois)
mensen met een andere taal
καὶ
(kai)
en
ἐν
(en)
door
χείλεσιν
(cheilesin)
lippen
ἑτέρων
(heteron)
van anderen
λαλήσω
(laleso)
zal Ik spreken
τῷ
(to)
tot het
λαῷ
(lao)
volk
τούτῳ
(touto)
dit
καὶ
(kai)
en
οὐδ’
(oud’)
zelfs niet
οὕτως
(houtos)
dan
εἰσακούσονταί
(eisakousontai)
zullen zij luisteren
μου
(mou)
naar Mij
λέγει
(legei)
zegt
κύριος
(kyrios)
Yahweh
Bron: SBLGNT
Uitleg

Citaat uit Jes. 28:11–12, in de Griekse vorm.

Ons Hebreeuws heeft in vers 11: ‘Want met stamelende lippen en met een andere tong zal Hij spreken tot dit volk’, en in vers 12: ‘Maar zij wilden niet horen.’

De Griekse tekst heeft ‘Ik’ in plaats van ‘Hij’, ‘mensen met een andere taal’ (ἑτερόγλωσσοι, heteroglossoi) en ‘de lippen van anderen’, ‘zij zullen niet naar Mij luisteren’, en voegt ‘zegt de Heer’ toe.

Omdat Yahweh hier zelf spreekt, vertalen wij ‘zegt Yahweh’ en zetten de woorden rood.

Paulus noemt dit een woord uit ‘de wet’ (νόμος, nomos), hoewel het uit Jesaja komt.

Zie ook Jes. 28:11–12.

22Zo zijn de talen een teken, niet voor hen die geloven maar voor de ongelovigen. De profetie is dat niet voor de ongelovigen maar voor hen die geloven.
ὥστε
(hoste)
zo
αἱ
(hai)
de
γλῶσσαι
(glossai)
talen
εἰς
(eis)
tot
σημεῖόν
(semeion)
teken
εἰσιν
(eisin)
zijn
οὐ
(ou)
niet
τοῖς
(tois)
voor hen die
πιστεύουσιν
(pisteuousin)
geloven
ἀλλὰ
(alla)
maar
τοῖς
(tois)
voor de
ἀπίστοις
(apistois)
ongelovigen
ἡ
(he)
de
δὲ
(de)
maar
προφητεία
(propheteia)
profetie
οὐ
(ou)
niet
τοῖς
(tois)
voor de
ἀπίστοις
(apistois)
ongelovigen
ἀλλὰ
(alla)
maar
τοῖς
(tois)
voor hen die
πιστεύουσιν
(pisteuousin)
geloven
Bron: SBLGNT
Uitleg

σημεῖον (semeion), ‘teken’. ἄπιστος (apistos), ‘ongelovige’: iemand zonder geloof.

Bij de profetie heeft het Grieks geen werkwoord of zelfstandig naamwoord; wij vullen ‘is dat’ aan, ‘een teken’.

23Als dus de hele gemeente samenkomt en allen in talen spreken, en er komen leken of ongelovigen binnen, zullen zij dan niet zeggen dat jullie waanzinnig zijn?
ἐὰν
(ean)
als
οὖν
(oun)
dus
συνέλθῃ
(synelthe)
komt samen
ἡ
(he)
de
ἐκκλησία
(ekklesia)
gemeente
ὅλη
(hole)
hele
ἐπὶ
(epi)
op
τὸ
(to)
het
αὐτὸ
(auto)
zelfde
καὶ
(kai)
en
πάντες
(pantes)
allen
λαλῶσιν
(lalosin)
spreken
γλώσσαις
(glossais)
in talen
εἰσέλθωσιν
(eiselthosin)
komen binnen
δὲ
(de)
en
ἰδιῶται
(idiotai)
leken
ἢ
(e)
of
ἄπιστοι
(apistoi)
ongelovigen
οὐκ
(ouk)
niet
ἐροῦσιν
(erousin)
zullen zij zeggen
ὅτι
(hoti)
dat
μαίνεσθε
(mainesthe)
jullie zijn waanzinnig
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐπὶ τὸ αὐτό (epi to auto), ‘op hetzelfde (punt)’: samen. ἰδιῶται (idiotai), ‘leken’: zie vers 16. μαίνομαι (mainomai), ‘waanzinnig zijn’: razen.

24Maar als allen profeteren en er komt een ongelovige of een leek binnen, dan wordt hij door allen overtuigd en door allen onderzocht.
ἐὰν
(ean)
als
δὲ
(de)
maar
πάντες
(pantes)
allen
προφητεύωσιν
(propheteuosin)
profeteren
εἰσέλθῃ
(eiselthe)
komt binnen
δέ
(de)
en
τις
(tis)
iemand
ἄπιστος
(apistos)
ongelovige
ἢ
(e)
of
ἰδιώτης
(idiotes)
leek
ἐλέγχεται
(elenchetai)
wordt overtuigd
ὑπὸ
(hypo)
door
πάντων
(panton)
allen
ἀνακρίνεται
(anakrinetai)
wordt onderzocht
ὑπὸ
(hypo)
door
πάντων
(panton)
allen
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐλέγχω (elencho), ‘overtuigen’: ook ‘aan het licht brengen, ter verantwoording roepen’. ἀνακρίνω (anakrino), ‘onderzoeken’: zoals in 2:14–15 en 4:3–4.

25De verborgen dingen van zijn hart worden openbaar. En zo zal hij, op zijn gezicht gevallen, zich neerbuigen voor Elohim en verklaren: „Werkelijk, Elohim is onder jullie.”
τὰ
(ta)
de
κρυπτὰ
(krypta)
verborgen dingen
τῆς
(tes)
van het
καρδίας
(kardias)
hart
αὐτοῦ
(autou)
zijn
φανερὰ
(phanera)
openbaar
γίνεται
(ginetai)
worden
καὶ
(kai)
en
οὕτως
(houtos)
zo
πεσὼν
(peson)
gevallen
ἐπὶ
(epi)
op
πρόσωπον
(prosopon)
gezicht
προσκυνήσει
(proskynesei)
zal zich neerbuigen
τῷ
(to)
voor
θεῷ
(theo)
Elohim
ἀπαγγέλλων
(apangellon)
verklarend
ὅτι
(hoti)
dat
Ὄντως
(Ontos)
werkelijk
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
ἐν
(en)
onder
ὑμῖν
(hymin)
jullie
ἐστιν
(estin)
is
Bron: SBLGNT
Uitleg

προσκυνέω (proskyneo), ‘zich neerbuigen’. ὄντως (ontos), ‘werkelijk’.

Vergelijk Jes. 45:14 (‘Alleen in jou is El’) en Zach. 8:23 (‘Elohim is met jullie’): ook daar erkennen mensen uit de volken dat Elohim bij Israël is.

Zie ook Jes. 45:14; Zach. 8:23.

Orde in de samenkomst

26Wat is het dan, broers? Wanneer jullie samenkomen, heeft ieder een psalm, heeft onderwijs, heeft een onthulling, heeft een taal, heeft een uitleg. Laat alles tot opbouw gebeuren.
Τί
(Ti)
wat
οὖν
(oun)
dan
ἐστιν
(estin)
is het
ἀδελφοί
(adelphoi)
broers
ὅταν
(hotan)
wanneer
συνέρχησθε
(synerchesthe)
jullie samenkomen
ἕκαστος
(hekastos)
ieder
ψαλμὸν
(psalmon)
psalm
ἔχει
(echei)
heeft
διδαχὴν
(didachen)
onderwijs
ἔχει
(echei)
heeft
ἀποκάλυψιν
(apokalypsin)
onthulling
ἔχει
(echei)
heeft
γλῶσσαν
(glossan)
taal
ἔχει
(echei)
heeft
ἑρμηνείαν
(hermeneian)
uitleg
ἔχει
(echei)
heeft
πάντα
(panta)
alles
πρὸς
(pros)
tot
οἰκοδομὴν
(oikodomen)
opbouw
γινέσθω
(ginestho)
laat gebeuren
Bron: SBLGNT
Uitleg

ψαλμός (psalmos), ‘psalm’: een lied.

Het Grieks noemt vijf dingen die iemand meebrengt, telkens met ‘heeft’: een psalm, onderwijs, een onthulling, een taal, een uitleg.

27Als iemand in een taal spreekt: twee, of ten hoogste drie, en om de beurt; en laat één het uitleggen.
εἴτε
(eite)
als
γλώσσῃ
(glosse)
in een taal
τις
(tis)
iemand
λαλεῖ
(lalei)
spreekt
κατὰ
(kata)
per
δύο
(dyo)
twee
ἢ
(e)
of
τὸ
(to)
het
πλεῖστον
(pleiston)
meeste
τρεῖς
(treis)
drie
καὶ
(kai)
en
ἀνὰ
(ana)
om de
μέρος
(meros)
beurt
καὶ
(kai)
en
εἷς
(heis)
één
διερμηνευέτω
(diermeneueto)
laat uitleggen
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het Grieks heeft in de eerste zin geen werkwoord: ‘bij twee, of het meeste drie’. ἀνὰ μέρος (ana meros), ‘om de beurt’.

Het Grieks laat open of ‘twee of drie’ de sprekers of de keren telt.

28Maar als er geen uitlegger is, laat hij zwijgen in de gemeente; laat hij tot zichzelf spreken en tot Elohim.
ἐὰν
(ean)
als
δὲ
(de)
maar
μὴ
(me)
niet
ᾖ
(e)
er is
διερμηνευτής
(diermeneutes)
uitlegger
σιγάτω
(sigato)
laat zwijgen
ἐν
(en)
in
ἐκκλησίᾳ
(ekklesia)
gemeente
ἑαυτῷ
(heauto)
tot zichzelf
δὲ
(de)
maar
λαλείτω
(laleito)
laat spreken
καὶ
(kai)
en
τῷ
(to)
tot
θεῷ
(theo)
Elohim
Bron: SBLGNT
29Laat twee of drie profeten spreken, en laat de anderen het beoordelen.
προφῆται
(prophetai)
profeten
δὲ
(de)
maar
δύο
(dyo)
twee
ἢ
(e)
of
τρεῖς
(treis)
drie
λαλείτωσαν
(laleitosan)
laten spreken
καὶ
(kai)
en
οἱ
(hoi)
de
ἄλλοι
(alloi)
anderen
διακρινέτωσαν
(diakrinetosan)
laten beoordelen
Bron: SBLGNT
Uitleg

διακρίνω (diakrino), ‘beoordelen’: ook ‘onderscheiden’.

Het werkwoord staat ook in 11:29 (‘onderscheiden’) en 11:31 (‘beoordelen’); het zelfstandig naamwoord ‘onderscheiding’ (διάκρισις) staat in 12:10 bij ‘onderscheidingen van geesten’.

Het Grieks zegt niet wie ‘de anderen’ zijn: de andere profeten of de hele gemeente.

30Maar als aan een ander die zit iets wordt onthuld, laat dan de eerste zwijgen.
ἐὰν
(ean)
als
δὲ
(de)
maar
ἄλλῳ
(allo)
aan een ander
ἀποκαλυφθῇ
(apokalyphthe)
onthuld wordt
καθημένῳ
(kathemeno)
die zit
ὁ
(ho)
de
πρῶτος
(protos)
eerste
σιγάτω
(sigato)
laat zwijgen
Bron: SBLGNT
31Want jullie kunnen allen één voor één profeteren, zodat allen leren en allen bemoedigd worden.
δύνασθε
(dynasthe)
jullie kunnen
γὰρ
(gar)
want
καθ’
(kath’)
per
ἕνα
(hena)
één
πάντες
(pantes)
allen
προφητεύειν
(propheteuein)
profeteren
ἵνα
(hina)
zodat
πάντες
(pantes)
allen
μανθάνωσιν
(manthanosin)
leren
καὶ
(kai)
en
πάντες
(pantes)
allen
παρακαλῶνται
(parakalontai)
bemoedigd worden
Bron: SBLGNT
Uitleg

παρακαλέω (parakaleo), ‘bemoedigen’: hetzelfde stamwoord als παράκλησις in vers 3.

Zie ook1 Kor 14:3
32En geesten van profeten zijn aan profeten onderworpen.
καὶ
(kai)
en
πνεύματα
(pneumata)
geesten
προφητῶν
(propheton)
van profeten
προφήταις
(prophetais)
aan profeten
ὑποτάσσεται
(hypotassetai)
is onderworpen
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὑποτάσσω (hypotasso), ‘onderwerpen’: letterlijk ‘eronder rangschikken’; hetzelfde werkwoord als in vers 34 en 15:27–28.

Vers 32 en 33a staan in de SBLGNT tussen haakjes.

33Want Elohim is niet van wanorde, maar van vrede, zoals in alle gemeenten van de heiligen.
οὐ
(ou)
niet
γάρ
(gar)
want
ἐστιν
(estin)
is
ἀκαταστασίας
(akatastasias)
van wanorde
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
ἀλλὰ
(alla)
maar
εἰρήνης
(eirenes)
van vrede
ὡς
(hos)
zoals
ἐν
(en)
in
πάσαις
(pasais)
alle
ταῖς
(tais)
de
ἐκκλησίαις
(ekklesiais)
gemeenten
τῶν
(ton)
van de
ἁγίων
(hagion)
heiligen
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀκαταστασία (akatastasia), ‘wanorde’: hetzelfde stamwoord als ἀκατάστατος in Jak. 1:8 en 3:8.

De woorden ‘zoals in alle gemeenten van de heiligen’ horen in de SBLGNT bij vers 33; ze kunnen ook het begin van vers 34 vormen.

Zie ook Jak. 3:16.

De vrouwen in de gemeenten

34Laat de vrouwen in de gemeenten zwijgen. Want het is hun niet toegestaan te spreken, maar laten zij zich onderwerpen, zoals ook de wet zegt.
Αἱ
(Hai)
de
γυναῖκες
(gynaikes)
vrouwen
ἐν
(en)
in
ταῖς
(tais)
de
ἐκκλησίαις
(ekklesiais)
gemeenten
σιγάτωσαν
(sigatosan)
laten zwijgen
οὐ
(ou)
niet
γὰρ
(gar)
want
ἐπιτρέπεται
(epitrepetai)
is toegestaan
αὐταῖς
(autais)
hun
λαλεῖν
(lalein)
te spreken
ἀλλὰ
(alla)
maar
ὑποτασσέσθωσαν
(hypotassesthosan)
laten zij zich onderwerpen
καθὼς
(kathos)
zoals
καὶ
(kai)
ook
ὁ
(ho)
de
νόμος
(nomos)
wet
λέγει
(legei)
zegt
Bron: SBLGNT
Uitleg

γυνή (gyne), ‘vrouw’, en ἀνήρ (aner), ‘man’, kunnen ook ‘echtgenote’ en ‘echtgenoot’ betekenen; in vers 35 staat ‘hun eigen mannen’. σιγάω (sigao), ‘zwijgen’: zoals in vers 28 en 30. ἐπιτρέπω (epitrepo), ‘toestaan’ (ander woord dan ἔξεστιν, ‘toegestaan’, in 10:23). ὑποτάσσω (hypotasso), ‘zich onderwerpen’: zie vers 32.

Het Grieks zegt niet over welke spraak de vrouwen zwijgen moeten, en ook niet welke plaats in ‘de wet’ (νόμος, nomos) bedoeld is; wij vertalen letterlijk.

Lezing

De SBLGNT markeert in de verzen 34–35 meerdere lezingen; wij volgen de SBLGNT.

Zie ook 1 Kor. 11:5.

35Maar als zij iets willen leren, laten zij thuis hun eigen mannen vragen. Want het is schandelijk voor een vrouw om in de gemeente te spreken.
εἰ
(ei)
als
δέ
(de)
maar
τι
(ti)
iets
μαθεῖν
(mathein)
te leren
θέλουσιν
(thelousin)
zij willen
ἐν
(en)
in
οἴκῳ
(oiko)
huis
τοὺς
(tous)
de
ἰδίους
(idious)
eigen
ἄνδρας
(andras)
mannen
ἐπερωτάτωσαν
(eperotatosan)
laten zij vragen
αἰσχρὸν
(aischron)
schandelijk
γάρ
(gar)
want
ἐστιν
(estin)
is
γυναικὶ
(gynaiki)
voor een vrouw
λαλεῖν
(lalein)
te spreken
ἐν
(en)
in
ἐκκλησίᾳ
(ekklesia)
gemeente
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐπερωτάω (eperotao), ‘vragen’. αἰσχρός (aischros), ‘schandelijk’. ἐν οἴκῳ (en oiko), ‘thuis’: letterlijk ‘in huis’.

Zie vers 34 voor ‘vrouw’ en ‘man’.

36Of is het woord van Elohim van jullie uitgegaan? Of is het alleen tot jullie gekomen?
ἢ
(e)
of
ἀφ’
(aph’)
van
ὑμῶν
(hymon)
jullie
ὁ
(ho)
het
λόγος
(logos)
woord
τοῦ
(tou)
van
θεοῦ
(theou)
Elohim
ἐξῆλθεν
(exelthen)
is uitgegaan
ἢ
(e)
of
εἰς
(eis)
tot
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
μόνους
(monous)
alleen
κατήντησεν
(katentesen)
is gekomen
Bron: SBLGNT
Uitleg

Paulus stelt twee vragen met ἤ (e), ‘of’.

Het Grieks zegt niet wie het woord van Elohim ‘heeft doen uitgaan’. κατήντησεν (katentesen), ‘is gekomen’: ‘aangekomen, bereikt’.

37Als iemand meent een profeet te zijn of geestelijk, laat hij erkennen dat wat ik jullie schrijf van de Heer is.
Εἴ
(Ei)
als
τις
(tis)
iemand
δοκεῖ
(dokei)
meent
προφήτης
(prophetes)
profeet
εἶναι
(einai)
te zijn
ἢ
(e)
of
πνευματικός
(pneumatikos)
geestelijk
ἐπιγινωσκέτω
(epiginosketo)
laat erkennen
ἃ
(ha)
wat
γράφω
(grapho)
ik schrijf
ὑμῖν
(hymin)
jullie
ὅτι
(hoti)
dat
κυρίου
(kyriou)
van de Heer
ἐστίν
(estin)
is
Bron: SBLGNT
Uitleg

πνευματικός (pneumatikos), ‘geestelijk’: iemand die de Geest heeft ontvangen; zie 2:15 en 3:1.

Het Grieks heeft ‘dat het van de Heer is’ en geen woord voor ‘gebod’.

Met ‘de Heer’ bedoelen wij Yeshua; het Grieks zegt het niet uitdrukkelijk.

38Maar als iemand het niet erkent, wordt hij niet erkend.
εἰ
(ei)
als
δέ
(de)
maar
τις
(tis)
iemand
ἀγνοεῖ
(agnoei)
niet erkent
ἀγνοεῖται
(agnoeitai)
wordt niet erkend
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀγνοέω (agnoeo), ‘niet weten, niet erkennen’: het werkwoord staat tweemaal, eerst bedrijvend en dan lijdend: ‘niet erkennen’ en ‘niet erkend worden’.

Het Grieks zegt niet door wie.

39Dus, mijn broers, wees ijverig om te profeteren, en verhinder het spreken in talen niet.
ὥστε
(hoste)
dus
ἀδελφοί
(adelphoi)
broers
μου
(mou)
mijn
ζηλοῦτε
(zeloute)
wees ijverig
τὸ
(to)
het
προφητεύειν
(propheteuein)
profeteren
καὶ
(kai)
en
τὸ
(to)
het
λαλεῖν
(lalein)
spreken
μὴ
(me)
niet
κωλύετε
(kolyete)
verhindert
γλώσσαις
(glossais)
in talen
Bron: SBLGNT
Uitleg

κωλύω (koluo), ‘verhinderen’: tegenhouden.

40Maar laat alles betamelijk en ordelijk gebeuren.
πάντα
(panta)
alles
δὲ
(de)
maar
εὐσχημόνως
(euschemonos)
betamelijk
καὶ
(kai)
en
κατὰ
(kata)
naar
τάξιν
(taxin)
orde
γινέσθω
(ginestho)
laat gebeuren
Bron: SBLGNT
Uitleg

εὐσχημόνως (euschemonos), ‘betamelijk’: met goede vorm. τάξις (taxis), ‘orde’: ook ‘rij, rangorde’.