Elohim Bijbel

1 Korintiërs 8

12345678910111213141516

Offervlees, kennis en liefde

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Over het offervlees: kennis en liefde

1Over het offervlees: ‘Wij weten dat wij allen kennis hebben.’ De kennis maakt opgeblazen, maar de liefde bouwt op.
Περὶ
(Peri)
over
δὲ
(de)
maar
τῶν
(ton)
het
εἰδωλοθύτων
(eidolothyton)
offervlees
οἴδαμεν
(oidamen)
wij weten
ὅτι
(hoti)
dat
πάντες
(pantes)
allen
γνῶσιν
(gnosin)
kennis
ἔχομεν
(echomen)
wij hebben
ἡ
(he)
de
γνῶσις
(gnosis)
kennis
φυσιοῖ
(physioi)
maakt opgeblazen
ἡ
(he)
de
δὲ
(de)
maar
ἀγάπη
(agape)
liefde
οἰκοδομεῖ
(oikodomei)
bouwt op
Bron: SBLGNT
Uitleg

εἰδωλόθυτον (eidolothyton), ‘offervlees’: letterlijk ‘aan een afgod geofferd’; vlees van dieren die voor een afgod zijn geslacht.

Het Griekse woord staat hier in het meervoud (εἰδωλόθυτα). γνῶσις (gnosis), ‘kennis’. φυσιόω (physioo), ‘opblazen’: zoals in 5:2. οἰκοδομέω (oikodomeo), ‘opbouwen’: letterlijk ‘een huis bouwen’.

De woorden ‘wij weten dat wij allen kennis hebben’ lijken een uitspraak van de Korintiërs te zijn; Paulus antwoordt direct met ‘De kennis maakt opgeblazen’.

Het Grieks heeft geen aanhalingstekens; wij zetten enkele aanhalingstekens ‘…’ om dit zichtbaar te maken, zoals bij de andere leuzen in de brief (6:12–13; 7:1; 8:4). ἀγάπη (agape), ‘liefde’.

2Als iemand meent iets te hebben gekend, dan heeft hij nog niet gekend zoals hij moet kennen.
εἴ
(ei)
als
τις
(tis)
iemand
δοκεῖ
(dokei)
meent
ἐγνωκέναι
(egnokenai)
gekend te hebben
τι
(ti)
iets
οὔπω
(oupo)
nog niet
ἔγνω
(egno)
heeft gekend
καθὼς
(kathos)
zoals
δεῖ
(dei)
het moet
γνῶναι
(gnonai)
te kennen
Bron: SBLGNT
Uitleg

δοκέω (dokeo), ‘menen’, ‘denken dat’. γινώσκω (ginosko), ‘kennen’: vergelijk οἶδα (oida), ‘weten’ in vers 1 en 4; wij houden het verschil tussen ‘weten’ en ‘kennen’.

3Maar als iemand Elohim liefheeft, die is door Hem gekend.
εἰ
(ei)
als
δέ
(de)
maar
τις
(tis)
iemand
ἀγαπᾷ
(agapa)
liefheeft
τὸν
(ton)
de
θεόν
(theon)
Elohim
οὗτος
(houtos)
deze
ἔγνωσται
(egnostai)
is gekend
ὑπ’
(hyp’)
door
αὐτοῦ
(autou)
Hem
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het Grieks heeft ἔγνωσται ὑπ’ αὐτοῦ (egnostai hyp’ autou), ‘is door Hem gekend’: Elohim kent hem.

Vergelijk Gal. 4:9, ‘gekend door Elohim’.

Zie ook Gal. 4:9.

Zie ookGal 4:9

Er is één Elohim en één Heer

4Over het eten van het offervlees dan: ‘Wij weten dat een afgod in de wereld niets is, en dat er geen Elohim is behalve één.’
Περὶ
(Peri)
over
τῆς
(tes)
het
βρώσεως
(broseos)
eten
οὖν
(oun)
dus
τῶν
(ton)
van het
εἰδωλοθύτων
(eidolothyton)
offervlees
οἴδαμεν
(oidamen)
wij weten
ὅτι
(hoti)
dat
οὐδὲν
(ouden)
niets
εἴδωλον
(eidolon)
afgod
ἐν
(en)
in
κόσμῳ
(kosmo)
wereld
καὶ
(kai)
en
ὅτι
(hoti)
dat
οὐδεὶς
(oudeis)
niemand
θεὸς
(theos)
Elohim
εἰ
(ei)
als
μὴ
(me)
niet
εἷς
(heis)
één
Bron: SBLGNT
Uitleg

βρῶσις (brosis), ‘eten’; εἴδωλον (eidolon), ‘afgod’: een beeld of de godheid die het voorstelt. οὐδὲν εἴδωλον ἐν κόσμῳ (ouden eidolon en kosmo), letterlijk ‘niets een afgod in de wereld’: wij lezen ‘een afgod is niets’; het kan ook betekenen ‘er is geen afgod als werkelijkheid in de wereld’.

Ook de woorden ‘wij weten dat …’ lijken een uitspraak van de Korintiërs aan te halen, zoals in vers 1; wij zetten ze tussen enkele aanhalingstekens.

Paulus stemt in vers 6 met de inhoud in.

‘Er is geen Elohim behalve één’ klinkt als de belijdenis van Deut. 6:4.

Zie ook Deut. 6:4.

Lezing

De SBLGNT markeert hier het woord ‘θεός’ (theos), ‘Elohim’: in sommige handschriften staat een andere lezing.

Wij volgen de SBLGNT.

5Want ook al zijn er zogenaamde goden, hetzij in de hemel, hetzij op aarde, zoals er vele goden zijn en vele heren,
καὶ
(kai)
ook
γὰρ
(gar)
want
εἴπερ
(eiper)
als
εἰσὶν
(eisin)
zijn
λεγόμενοι
(legomenoi)
zogenaamde
θεοὶ
(theoi)
goden
εἴτε
(eite)
hetzij
ἐν
(en)
in
οὐρανῷ
(ourano)
de hemel
εἴτε
(eite)
hetzij
ἐπὶ
(epi)
op
γῆς
(ges)
aarde
ὥσπερ
(hosper)
zoals
εἰσὶν
(eisin)
zijn
θεοὶ
(theoi)
goden
πολλοὶ
(polloi)
vele
καὶ
(kai)
en
κύριοι
(kyrioi)
heren
πολλοί
(polloi)
vele
Bron: SBLGNT
Uitleg

θεοί (theoi), ‘goden’: wij schrijven kleine letter, want het gaat om wat men ‘god’ noemt. λεγόμενοι (legomenoi), ‘zogenaamd’, letterlijk ‘genoemd’. κύριοι (kyrioi), ‘heren’: kleine letter, de heren van de volken. εἴπερ (eiper), ‘ook al’, ‘als althans’.

6toch is er voor ons één Elohim, de Vader, uit Wie alles is en wij voor Hem. En voor ons is er één Heer, Yeshua de Messias, door Wie alles is en wij door Hem.
ἀλλ’
(all’)
maar
ἡμῖν
(hemin)
voor ons
εἷς
(heis)
één
θεὸς
(theos)
Elohim
ὁ
(ho)
de
πατήρ
(pater)
Vader
ἐξ
(ex)
uit
οὗ
(hou)
Wie
τὰ
(ta)
het
πάντα
(panta)
alles
καὶ
(kai)
en
ἡμεῖς
(hemeis)
wij
εἰς
(eis)
voor
αὐτόν
(auton)
Hem
καὶ
(kai)
en
εἷς
(heis)
één
κύριος
(kyrios)
Heer
Ἰησοῦς
(Iesous)
Yeshua
Χριστός
(Christos)
de Messias
δι’
(di’)
door
οὗ
(hou)
Wie
τὰ
(ta)
het
πάντα
(panta)
alles
καὶ
(kai)
en
ἡμεῖς
(hemeis)
wij
δι’
(di’)
door
αὐτοῦ
(autou)
Hem
Bron: SBLGNT
Uitleg

De zin heeft geen werkwoorden bij ‘uit Wie alles’ en ‘door Wie alles’; wij schrijven ‘is’ en ‘is er’ erbij, zoals het Nederlands vraagt.

‘Elohim, de Vader’ en ‘één Heer, Yeshua de Messias’ staan naast elkaar; dit lijkt op de belijdenis van Deut. 6:4 (‘Yahweh is één’), waarin het gaat om de enige Elohim. ἐξ οὗ (ex hou), ‘uit Wie’; δι’ οὗ (di’ hou), ‘door Wie’; εἰς αὐτόν (eis auton), ‘voor/naar Hem toe’.

Zie ook Deut. 6:4; Joh. 1:3.

Het zwakke geweten

7Maar niet in allen is de kennis. Sommigen, die tot nu toe aan de afgod gewend zijn, eten het als offervlees, en hun geweten, dat zwak is, wordt bevlekt.
Ἀλλ’
(All’)
maar
οὐκ
(ouk)
niet
ἐν
(en)
in
πᾶσιν
(pasin)
allen
ἡ
(he)
de
γνῶσις
(gnosis)
kennis
τινὲς
(tines)
sommigen
δὲ
(de)
maar
τῇ
(te)
door de
συνηθείᾳ
(synetheia)
gewoonte
ἕως
(heos)
tot
ἄρτι
(arti)
nu
τοῦ
(tou)
van de
εἰδώλου
(eidolou)
afgod
ὡς
(hos)
als
εἰδωλόθυτον
(eidolothyton)
offervlees
ἐσθίουσιν
(esthiousin)
eten
καὶ
(kai)
en
ἡ
(he)
het
συνείδησις
(syneidesis)
geweten
αὐτῶν
(auton)
van hen
ἀσθενὴς
(asthenes)
zwak
οὖσα
(ousa)
zijnde
μολύνεται
(molynetai)
wordt bevlekt
Bron: SBLGNT
Uitleg

συνήθεια (synetheia), ‘gewoonte’. συνείδησις (syneidesis), ‘geweten’: letterlijk ‘mede-weten’, het innerlijk besef van goed en kwaad; wij houden ‘geweten’ overal in dit en het volgende hoofdstuk. ἀσθενής (asthenes), ‘zwak’. μολύνω (molyno), ‘bevlekken’.

Lezing

De SBLGNT markeert hier het woord ‘συνηθείᾳ’ (synetheia), ‘gewoonte’: in sommige handschriften staat een andere lezing.

Wij volgen de SBLGNT.

8Voedsel zal ons niet voor Elohim stellen. Want wij hebben geen overvloed als wij eten, en komen niets tekort als wij niet eten.
βρῶμα
(broma)
voedsel
δὲ
(de)
maar
ἡμᾶς
(hemas)
ons
οὐ
(ou)
niet
παραστήσει
(parastesei)
zal voorstellen
τῷ
(to)
aan de
θεῷ
(theo)
Elohim
οὔτε
(oute)
noch
γὰρ
(gar)
want
ἐὰν
(ean)
als
φάγωμεν
(phagomen)
wij eten
περισσεύομεν
(perisseuomen)
hebben wij overvloed
οὔτε
(oute)
noch
ἐὰν
(ean)
als
μὴ
(me)
niet
φάγωμεν
(phagomen)
wij eten
ὑστερούμεθα
(hysteroumetha)
komen wij tekort
Bron: SBLGNT
Uitleg

βρῶμα (broma), ‘voedsel, spijs’. παρίστημι (paristemi), ‘voor iemand stellen’: voor Elohim brengen, voorstellen. περισσεύω (perisseuo), ‘overvloed hebben’; ὑστερέω (hystereo), ‘tekortkomen’.

Pas op voor het struikelblok

9Maar pas op dat dit recht van jullie niet een struikelblok wordt voor de zwakken.
βλέπετε
(blepete)
pas op
δὲ
(de)
maar
μή
(me)
dat niet
πως
(pos)
misschien
ἡ
(he)
de
ἐξουσία
(exousia)
recht
ὑμῶν
(hymon)
van jullie
αὕτη
(haute)
deze
πρόσκομμα
(proskomma)
struikelblok
γένηται
(genetai)
wordt
τοῖς
(tois)
voor de
ἀσθενέσιν
(asthenesin)
zwakken
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐξουσία (exousia), ‘recht, bevoegdheid’: hier de vrijheid van wie kennis heeft. πρόσκομμα (proskomma), ‘struikelblok’: iets waaraan men zijn voet stoot; het woord staat dicht bij σκάνδαλον (skandalon) van vers 13. ἀσθενής (asthenes), ‘zwak’.

Zie ook1 Kor 8:13
10Want als iemand jou, die kennis heeft, in een afgodentempel aan tafel ziet, zal dan zijn geweten, terwijl hij zwak is, niet opgebouwd worden om het offervlees te eten?
ἐὰν
(ean)
als
γάρ
(gar)
want
τις
(tis)
iemand
ἴδῃ
(ide)
ziet
σὲ
(se)
jou
τὸν
(ton)
die
ἔχοντα
(echonta)
heeft
γνῶσιν
(gnosin)
kennis
ἐν
(en)
in
εἰδωλείῳ
(eidoleio)
afgodentempel
κατακείμενον
(katakeimenon)
aan tafel liggend
οὐχὶ
(ouchi)
niet
ἡ
(he)
het
συνείδησις
(syneidesis)
geweten
αὐτοῦ
(autou)
van hem
ἀσθενοῦς
(asthenous)
zwak
ὄντος
(ontos)
zijnde
οἰκοδομηθήσεται
(oikodomethesetai)
zal opgebouwd worden
εἰς
(eis)
tot
τὸ
(to)
het
τὰ
(ta)
het
εἰδωλόθυτα
(eidolothyta)
offervlees
ἐσθίειν
(esthiein)
te eten
Bron: SBLGNT
Uitleg

εἰδωλεῖον (eidoleion), ‘afgodentempel’: een gebouw voor een afgod. κατάκειμαι (katakeimai), ‘aan tafel liggen’: in de oudheid lag men bij het eten. οἰκοδομέω (oikodomeo), ‘opbouwen’: hetzelfde woord als in vers 1, hier ironisch gebruikt.

Het Grieks heeft σέ (se), ‘jou’, enkelvoud: Paulus spreekt hier één persoon aan die kennis heeft.

Zie ook1 Kor 8:1
11Want door jouw kennis gaat de zwakke verloren, de broer omwille van wie de Messias gestorven is.
ἀπόλλυται
(apollytai)
gaat verloren
γὰρ
(gar)
want
ὁ
(ho)
de
ἀσθενῶν
(asthenon)
zwakke
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
de
σῇ
(se)
jouw
γνώσει
(gnosei)
kennis
ὁ
(ho)
de
ἀδελφὸς
(adelphos)
broer
δι’
(di’)
omwille van
ὃν
(hon)
wie
Χριστὸς
(Christos)
de Messias
ἀπέθανεν
(apethanen)
is gestorven
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀπόλλυμι (apollymi), ‘verloren laten gaan, omkomen’.

Het Grieks heeft de tegenwoordige tijd: ‘de zwakke gaat verloren’.

‘De broer omwille van wie de Messias gestorven is’: het Grieks noemt de zwakke uitdrukkelijk ‘broer’.

12Door zo te zondigen tegen de broers en hun zwakke geweten te slaan, zondigen jullie tegen de Messias.
οὕτως
(houtos)
zo
δὲ
(de)
maar
ἁμαρτάνοντες
(hamartanontes)
zondigend
εἰς
(eis)
tegen
τοὺς
(tous)
de
ἀδελφοὺς
(adelphous)
broers
καὶ
(kai)
en
τύπτοντες
(typtontes)
slaand
αὐτῶν
(auton)
hun
τὴν
(ten)
het
συνείδησιν
(syneidesin)
geweten
ἀσθενοῦσαν
(asthenousan)
zwak
εἰς
(eis)
tegen
Χριστὸν
(Christon)
de Messias
ἁμαρτάνετε
(hamartanete)
zondigen jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg

τύπτω (typto), ‘slaan, treffen’: het geweten wordt als het ware geslagen.

Wie de broers zo behandelt, zondigt volgens Paulus ‘tegen de Messias’. Ἀδελφοί (adelphoi), ‘broers’: het Grieks omvat ook de zusters in de gemeente.

13Daarom: als voedsel mijn broer doet struikelen, zal ik beslist nooit meer vlees eten, opdat ik mijn broer niet doe struikelen.
διόπερ
(dioper)
daarom
εἰ
(ei)
als
βρῶμα
(broma)
voedsel
σκανδαλίζει
(skandalizei)
doet struikelen
τὸν
(ton)
de
ἀδελφόν
(adelphon)
broer
μου
(mou)
mijn
οὐ
(ou)
niet
μὴ
(me)
beslist
φάγω
(phago)
ik zal eten
κρέα
(krea)
vlees
εἰς
(eis)
tot
τὸν
(ton)
de
αἰῶνα
(aiona)
eeuwigheid
ἵνα
(hina)
opdat
μὴ
(me)
niet
τὸν
(ton)
de
ἀδελφόν
(adelphon)
broer
μου
(mou)
mijn
σκανδαλίσω
(skandaliso)
ik doe struikelen
Bron: SBLGNT
Uitleg

σκανδαλίζω (skandalizo), ‘doen struikelen’: van σκάνδαλον (skandalon), ‘struikelblok’. οὐ μή (ou me), ‘beslist niet’. κρέα (krea), ‘vlees’: hier vlees in het algemeen. εἰς τὸν αἰῶνα (eis ton aiona), ‘tot in eeuwigheid’: wij schrijven ‘nooit meer’.

Zie ook Mark. 9:42; Rom. 14:21.