Elohim Bijbel

Joël 4

1234

Het gericht over de volken en de zegen voor Juda

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Yahweh houdt gericht over de volken

1„Want zie, in die dagen en in die tijd, wanneer Ik het lot van Juda en Jeruzalem keer,
כִּ֗י
(ki)
want
הִנֵּ֛ה
(hine)
zie
בַּיָּמִ֥ים
(bayamim)
in de dagen
הָהֵ֖מָּה
(hahema)
die
וּבָעֵ֣ת
(uvaet)
en in de tijd
הַהִ֑יא
(hahi)
die
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
wanneer
אָשִׁ֛יב
(ashiv)
Ik zal doen terugkeren
אֶת
(et)
(obj.)
שְׁב֥וּת
(shevut)
het lot van
יְהוּדָ֖ה
(yehuda)
Juda
וִירוּשָׁלִָֽם
(virushaliam)
en Jeruzalem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

Uitleg

Hebr. 4:1 is in Nederlandse bijbels Joël 3:1 (zie bij 3:1).

De app zet de kruisverwijzingen zelf om.

שְׁבוּת (shevut), ‘lot’: ‘het lot keren’ is een vaste uitdrukking voor herstel; het kan ook ‘de gevangenen terugbrengen’ betekenen. Wij vertalen ‘het lot keren’, zoals in Ps. 126:1.

Lezing

Het geschreven woord (ketiv) is אָשׁוּב (ashuv), ‘Ik keer terug’.

De te lezen vorm (qere) is אָשִׁיב (ashiv), ‘Ik laat terugkeren’.

Wij volgen de qere, die in de tekst staat.

2dan verzamel Ik alle volken en laat Ik hen afdalen naar het dal van Josafat. Daar ga Ik met hen in het gericht, over Mijn volk en Mijn erfdeel Israël. Zij hebben hen verstrooid onder de volken en Mijn land verdeeld.
וְקִבַּצְתִּי֙
(veqibatsti)
en Ik zal verzamelen
אֶת
(et)
(obj.)
כָּל
(kal)
alle
הַגּוֹיִ֔ם
(hagoyim)
de volken
וְה֣וֹרַדְתִּ֔ים
(vehoradtim)
en Ik zal hen laten afdalen
אֶל
(el)
naar
עֵ֖מֶק
(emeq)
het dal van
יְהֽוֹשָׁפָ֑ט
(yehoshafat)
Josafat
וְנִשְׁפַּטְתִּ֨י
(venishpatti)
en Ik zal in het gericht gaan
עִמָּ֜ם
(imam)
met hen
שָׁ֗ם
(sham)
daar
עַל
(al)
over
עַמִּ֨י
(ami)
Mijn volk
וְנַחֲלָתִ֤י
(venachalati)
en Mijn erfdeel
יִשְׂרָאֵל֙
(yisrael)
Israël
אֲשֶׁ֣ר
(asher)
dat
פִּזְּר֣וּ
(pizeru)
zij hebben verstrooid
בַגּוֹיִ֔ם
(bagoyim)
onder de volken
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
אַרְצִ֖י
(artsi)
Mijn land
חִלֵּֽקוּ
(chilequ)
zij hebben verdeeld
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

עֵמֶק יְהוֹשָׁפָט (emeq Yehoshafat), ‘dal van Josafat’: de naam betekent ‘Yahweh heeft recht gesproken’.

Vers 12 noemt het dal als de plaats waar Yahweh gaat oordelen.

Waar het dal ligt, zegt de tekst niet.

וְנִשְׁפַּטְתִּי (venishpatti), ‘Ik ga in het gericht’: Yahweh treedt zelf op als rechter.

3Over Mijn volk wierpen zij het lot. Zij gaven de jongen weg voor een hoer, en het meisje verkochten zij voor wijn, en zij dronken.
וְאֶל
(veel)
en over
עַמִּ֖י
(ami)
Mijn volk
יַדּ֣וּ
(yadu)
wierpen zij
גוֹרָ֑ל
(goral)
lot
וַיִּתְּנ֤וּ
(vayitenu)
en zij gaven
הַיֶּ֨לֶד֙
(hayeled)
de jongen
בַּזּוֹנָ֔ה
(bazona)
voor een hoer
וְהַיַּלְדָּ֛ה
(vehayalda)
en het meisje
מָכְר֥וּ
(makheru)
verkochten zij
בַיַּ֖יִן
(bayayin)
voor wijn
וַיִּשְׁתּֽוּ
(vayishtu)
en zij dronken
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

הַיֶּלֶד (hayeled) en הַיַּלְדָּה (hayaldah): yeled betekent eigenlijk ‘kind’.

Door de tegenstelling met de vrouwelijke vorm vertalen wij ‘de jongen’ en ‘het meisje’.

יָדוּ גוֹרָל (yadu goral), ‘zij wierpen het lot’: zij verdeelden mensen als buit.

Tyrus, Sidon en Filistea

4Wat zijn jullie voor Mij, Tyrus en Sidon en alle gewesten van Filistea? Betalen jullie Mij een vergelding? En als jullie Mij iets vergelden, breng Ik jullie vergelding snel en vlug terug op jullie hoofd.
וְ֠גַם
(vegam)
en ook
מָה
(ma)
wat
אַתֶּ֥ם
(atem)
jullie
לִי֙
(li)
voor Mij
צֹ֣ר
(tsor)
Tyrus
וְצִיד֔וֹן
(vetsidon)
en Sidon
וְכֹ֖ל
(vekhol)
en alle
גְּלִיל֣וֹת
(gelilot)
gewesten van
פְּלָ֑שֶׁת
(pelashet)
Filistea
הַגְּמ֗וּל
(hagemul)
is het vergelding
אַתֶּם֙
(atem)
jullie
מְשַׁלְּמִ֣ים
(meshalemim)
betalen terug
עָלָ֔י
(alay)
op Mij
וְאִם
(veim)
en als
גֹּמְלִ֤ים
(gomelim)
vergelden
אַתֶּם֙
(atem)
jullie
עָלַ֔י
(alay)
op Mij
קַ֣ל
(qal)
snel
מְהֵרָ֔ה
(mehera)
vlug
אָשִׁ֥יב
(ashiv)
Ik zal terugbrengen
גְּמֻלְכֶ֖ם
(gemulkhem)
jullie vergelding
בְּרֹאשְׁכֶֽם
(beroshkhem)
op jullie hoofd
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Tyrus: Tyrus ligt aan de kust van de Middellandse Zee, in het huidige Libanon.

Zie Sidon: Sidon ligt aan de kust van de Middellandse Zee, in het huidige Libanon.

Zie Filistea: Filistea was de kuststrook in het zuidwesten van het land, rond Gaza en Asdod.

Uitleg

מָה אַתֶּם לִי (mah attem li), letterlijk ‘wat zijn jullie voor Mij’: wat hebben jullie met Mij te maken?

גְּמוּל (gemul), ‘vergelding’: wat iemand een ander aandoet, ten goede of ten kwade. De vraag is of Tyrus, Sidon en Filistea Yahweh iets willen terugbetalen; zij vergelden dan op Hem, wat zij Zijn volk hebben aangedaan.

גְּלִילוֹת (geliloth), ‘gewesten’: streken van een land.

5Jullie hebben Mijn zilver en Mijn goud genomen en Mijn beste kostbaarheden naar jullie tempels gebracht.
אֲשֶׁר
(asher)
die
כַּסְפִּ֥י
(kaspi)
Mijn zilver
וּזְהָבִ֖י
(uzehavi)
en Mijn goud
לְקַחְתֶּ֑ם
(leqachtem)
jullie hebben genomen
וּמַֽחֲמַדַּי֙
(umachamaday)
en Mijn kostbaarheden
הַטֹּבִ֔ים
(hatovim)
de beste
הֲבֵאתֶ֖ם
(havetem)
jullie hebben gebracht
לְהֵיכְלֵיכֶֽם
(leheikheleikhem)
naar jullie tempels
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

הֵיכָל (hekal), ‘tempel’: het woord betekent ook ‘paleis’.

Hier gaat het om de gebouwen van de volken.

Welke gebeurtenis bedoeld is, zegt de tekst niet.

6De zonen van Juda en de zonen van Jeruzalem hebben jullie verkocht aan de Javanieten, om hen ver van hun gebied te brengen.
וּבְנֵ֤י
(uvenei)
en de zonen van
יְהוּדָה֙
(yehuda)
Juda
וּבְנֵ֣י
(uvenei)
en de zonen van
יְרוּשָׁלִַ֔ם
(yerushaliam)
Jeruzalem
מְכַרְתֶּ֖ם
(mekhartem)
jullie hebben verkocht
לִבְנֵ֣י
(livnei)
aan de zonen van
הַיְּוָנִ֑ים
(hayevanim)
de Javanieten
לְמַ֥עַן
(lemaan)
opdat
הַרְחִיקָ֖ם
(harchiqam)
zij hen ver weg brengen
מֵעַ֥ל
(meal)
van
גְּבוּלָֽם
(gevulam)
hun gebied
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

Uitleg

הַיְוָנִים (hayevanim), ‘de Javanieten’: Javan is een zoon van Jafeth (Gen. 10:2).

De naam staat voor het volk van de Griekse kusten en eilanden.

Wij laten de naam staan.

7Zie, Ik wek hen op uit de plaats waarheen jullie hen verkocht hebben. Ik breng jullie vergelding terug op jullie hoofd.
הִנְנִ֣י
(hinni)
zie Mij
מְעִירָ֔ם
(meiram)
Ik wek hen op
מִן
(min)
uit
הַ֨מָּק֔וֹם
(hamaqom)
de plaats
אֲשֶׁר
(asher)
waarheen
מְכַרְתֶּ֥ם
(mekhartem)
jullie hebben verkocht
אֹתָ֖ם
(otam)
hen
שָׁ֑מָּה
(shama)
daarheen
וַהֲשִׁבֹתִ֥י
(vahashivoti)
en Ik zal terugbrengen
גְמֻלְכֶ֖ם
(gemulkhem)
jullie vergelding
בְּרֹאשְׁכֶֽם
(beroshkhem)
op jullie hoofd
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מְעִירָם (me’irim), ‘Ik wek hen op’: het werkwoord betekent ‘wakker maken, opwekken’.

8Ik verkoop jullie zonen en jullie dochters in de hand van de zonen van Juda. Zij verkopen hen aan de Sjebaïeten, aan een volk ver weg.” Want Yahweh heeft gesproken.
וּמָכַרְתִּ֞י
(umakharti)
en Ik zal verkopen
אֶת
(et)
(obj.)
בְּנֵיכֶ֣ם
(beneikhem)
jullie zonen
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
בְּנֽוֹתֵיכֶ֗ם
(benoteikhem)
jullie dochters
בְּיַד֙
(beyad)
in de hand van
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
יְהוּדָ֔ה
(yehuda)
Juda
וּמְכָר֥וּם
(umekharum)
en zij zullen hen verkopen
לִשְׁבָאיִ֖ם
(lishvayim)
aan de Sjebaïeten
אֶל
(el)
naar
גּ֣וֹי
(goy)
een volk
רָח֑וֹק
(rachoq)
ver weg
כִּ֥י
(ki)
want
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
דִּבֵּֽר
(diber)
heeft gesproken
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

שְׁבָאִים (shevaim), ‘Sjebaïeten’: inwoners van Sjeba, in het zuidwesten van Arabië.

Zie 1 Kon. 10:1 en Ps. 72:10.

כִּי יְהוָה דִּבֵּר (ki Yahweh dibber), ‘want Yahweh heeft gesproken’: dit slot is niet rood, omdat Yahweh hier in de derde persoon wordt genoemd.

De oproep tot de strijd

9Roep dit uit onder de volken: Heilig een oorlog! Wek de helden op! Laat ze naderen en optrekken, alle krijgsmannen.
קִרְאוּ
(qiru)
roept uit
זֹאת֙
(zot)
dit
בַּגּוֹיִ֔ם
(bagoyim)
onder de volken
קַדְּשׁ֖וּ
(qadeshu)
heiligt
מִלְחָמָ֑ה
(milchama)
oorlog
הָעִ֨ירוּ֙
(hairu)
wekt op
הַגִּבּוֹרִ֔ים
(hagiborim)
de helden
יִגְּשׁ֣וּ
(yigeshu)
laten naderen
יַֽעֲל֔וּ
(yaalu)
laten optrekken
כֹּ֖ל
(kol)
alle
אַנְשֵׁ֥י
(anshei)
mannen van
הַמִּלְחָמָֽה
(hamilchama)
de oorlog
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De spreker is in vers 9–11 niet aangegeven.

Wij laten deze verzen zwart (de profeet), omdat Yahweh hier niet in de eerste persoon spreekt; vanaf vers 12 spreekt Hij zelf (‘Ik zal zitten’).

קַדְּשׁוּ מִלְחָמָה (qaddeshu milchamah), ‘heilig een oorlog’: wijd de oorlog, behandel hem als een heilige zaak. De tekst zegt niet hoe.

10Smeed jullie ploegscharen om tot zwaarden en jullie snoeimessen tot speren. Laat de zwakke zeggen: „Ik ben een held.”
כֹּ֤תּוּ
(kotu)
smeedt
אִתֵּיכֶם֙
(iteikhem)
jullie ploegscharen
לַֽחֲרָב֔וֹת
(lacharavot)
tot zwaarden
וּמַזְמְרֹֽתֵיכֶ֖ם
(umazmeroteikhem)
en jullie snoeimessen
לִרְמָחִ֑ים
(lirmachim)
tot speren
הַֽחַלָּ֔שׁ
(hachalash)
de zwakke
יֹאמַ֖ר
(yomar)
laat zeggen
גִּבּ֥וֹר
(gibor)
held
אָֽנִי
(ani)
ik
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אִתִּים (ittim), ‘ploegscharen’, en מַזְמֵרוֹת (mazmerot), ‘snoeimessen’.

Dit is het omgekeerde van Jes. 2:4 en Micha 4:3, waar zwaarden tot ploegscharen worden omgesmeed.

11Haast jullie en kom, alle volken rondom, en verzamel jullie daar. Breng daarheen, Yahweh, Uw helden naar beneden.
ע֣וּשׁוּ
(ushu)
haast jullie
וָבֹ֧אוּ
(vavou)
en komt
כָֽל
(kal)
alle
הַגּוֹיִ֛ם
(hagoyim)
de volken
מִסָּבִ֖יב
(misaviv)
rondom
וְנִקְבָּ֑צוּ
(veniqbatsu)
en verzamelt jullie
שָׁ֕מָּה
(shama)
daarheen
הַֽנְחַ֥ת
(hanchat)
breng naar beneden
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
גִּבּוֹרֶֽיךָ
(giboreikha)
Uw helden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

עוּשׁוּ (ushu), ‘haast jullie’: het woord komt in de Schrift alleen hier voor en de betekenis is onzeker.

Het kan ook ‘help’ betekenen.

הַנְחַת יְהוָה גִּבּוֹרֶיךָ (hanchat Yahweh gibboreicha), ‘breng, Yahweh, Uw helden naar beneden’: de profeet spreekt hier Yahweh aan (daarom ‘Uw’). Wie met ‘Uw helden’ bedoeld wordt, zegt de tekst niet.

12„Laten de volken wakker worden en optrekken naar het dal van Josafat. Want daar zal Ik zitten om alle volken rondom te oordelen.”
יֵע֨וֹרוּ֙
(yeoru)
laten wakker worden
וְיַעֲל֣וּ
(veyaalu)
en optrekken
הַגּוֹיִ֔ם
(hagoyim)
de volken
אֶל
(el)
naar
עֵ֖מֶק
(emeq)
het dal van
יְהֽוֹשָׁפָ֑ט
(yehoshafat)
Josafat
כִּ֣י
(ki)
want
שָׁ֗ם
(sham)
daar
אֵשֵׁ֛ב
(eshev)
Ik zal zitten
לִשְׁפֹּ֥ט
(lishpot)
om te oordelen
אֶת
(et)
(obj.)
כָּל
(kal)
alle
הַגּוֹיִ֖ם
(hagoyim)
de volken
מִסָּבִֽיב
(misaviv)
rondom
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Vanaf dit vers spreekt Yahweh zelf in de eerste persoon (‘Ik zal zitten’); daarom is dit vers rood.

13Zet de sikkel erin, want de oogst is rijp. Kom, trap, want de wijnpers is vol. De perskuipen lopen over, want hun kwaad is groot.
שִׁלְח֣וּ
(shilchu)
stuurt
מַגָּ֔ל
(magal)
sikkel
כִּ֥י
(ki)
want
בָשַׁ֖ל
(bashal)
is rijp
קָצִ֑יר
(qatsir)
oogst
בֹּ֤אֽוּ
(bou)
komt
רְדוּ֙
(redu)
treedt
כִּֽי
(ki)
want
מָ֣לְאָה
(malea)
is vol
גַּ֔ת
(gat)
wijnpers
הֵשִׁ֨יקוּ֙
(heshiqu)
lopen over
הַיְקָבִ֔ים
(hayqavim)
de perskuipen
כִּ֥י
(ki)
want
רַבָּ֖ה
(raba)
is groot
רָעָתָֽם
(raatam)
hun kwaad
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

שִׁלְחוּ מַגָּל (shilchu maggal), letterlijk ‘zend de sikkel’: ‘zet de sikkel erin’.

רְדוּ (redu), ‘trap’: van het werkwoord ‘treden’, passend bij de wijnpers. Het kan ook van ‘afdalen’ komen. Wij volgen ‘treden’.

Vergelijk Openb. 14:15–19.

De dag van Yahweh is nabij

14Menigten, menigten in het dal van de beslissing! Want de dag van Yahweh is nabij in het dal van de beslissing.
הֲמוֹנִ֣ים
(hamonim)
menigten
הֲמוֹנִ֔ים
(hamonim)
menigten
בְּעֵ֖מֶק
(beemeq)
in het dal van
הֶֽחָר֑וּץ
(hecharuts)
de beslissing
כִּ֤י
(ki)
want
קָרוֹב֙
(qarov)
nabij is
י֣וֹם
(yom)
de dag van
יְהוָ֔ה
(Yahweh)
Yahweh
בְּעֵ֖מֶק
(beemeq)
in het dal van
הֶחָרֽוּץ
(hecharuts)
de beslissing
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

הֶחָרוּץ (hecharuts), ‘de beslissing’: het woord betekent ‘besluit, uitspraak’.

Het kan ook ‘scherp’ of ‘dorsslede’ betekenen.

Wij volgen ‘beslissing’, omdat hier de dag van Yahweh komt.

Zie ook Joël 2:1 en 3:4.

15Zon en maan worden donker, en de sterren trekken hun glans in.
שֶׁ֥מֶשׁ
(shemesh)
zon
וְיָרֵ֖חַ
(veyareach)
en maan
קָדָ֑רוּ
(qadaru)
worden donker
וְכוֹכָבִ֖ים
(vekhokhavim)
en sterren
אָסְפ֥וּ
(asefu)
trekken in
נָגְהָֽם
(nageham)
hun glans
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Dezelfde woorden staan in Joël 2:10.

16Yahweh brult vanuit Sion en laat vanuit Jeruzalem Zijn stem klinken. Hemel en aarde beven. Maar Yahweh is een toevlucht voor Zijn volk en een burcht voor de zonen van Israël.
וַיהוָ֞ה
(vaYahweh)
en Yahweh
מִצִּיּ֣וֹן
(mitsiyon)
uit Sion
יִשְׁאָ֗ג
(yishag)
brult
וּמִירוּשָׁלִַ֨ם֙
(umirushaliam)
en uit Jeruzalem
יִתֵּ֣ן
(yiten)
geeft
קוֹל֔וֹ
(qolo)
Zijn stem
וְרָעֲשׁ֖וּ
(veraashu)
en zullen beven
שָׁמַ֣יִם
(shamayim)
hemel
וָאָ֑רֶץ
(vaarets)
en aarde
וַֽיהוָה֙
(vaYahweh)
maar Yahweh
מַֽחֲסֶ֣ה
(machase)
toevlucht
לְעַמּ֔וֹ
(leamo)
voor Zijn volk
וּמָע֖וֹז
(umaoz)
en burcht
לִבְנֵ֥י
(livnei)
voor de zonen van
יִשְׂרָאֵֽל
(yisrael)
Israël
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

Uitleg

יִשְׁאָג (yish’ag), ‘Hij brult’: het geluid van een leeuw.

Dezelfde woorden staan in Amos 1:2.

מַחֲסֶה (machaseh), ‘toevlucht’, en מָעוֹז (maoz), ‘burcht’: zoals in Ps. 27:1.

17„Jullie zullen weten dat Ik Yahweh ben, jullie Elohim, die woont in Sion, Mijn heilige berg. Jeruzalem zal heilig zijn en vreemden trekken er niet meer doorheen.”
וִֽידַעְתֶּ֗ם
(vidatem)
en jullie zullen weten
כִּ֣י
(ki)
dat
אֲנִ֤י
(ani)
Ik
יְהוָה֙
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹ֣הֵיכֶ֔ם
(eloheikhem)
jullie Elohim
שֹׁכֵ֖ן
(shokhen)
wonend
בְּצִיּ֣וֹן
(betsiyon)
in Sion
הַר
(har)
de berg van
קָדְשִׁ֑י
(qadeshi)
Mijn heiligheid
וְהָיְתָ֤ה
(vehayeta)
en zal zijn
יְרוּשָׁלִַ֨ם֙
(yerushaliam)
Jeruzalem
קֹ֔דֶשׁ
(qodesh)
heilig
וְזָרִ֥ים
(vezarim)
en vreemden
לֹא
(lo)
niet
יַֽעַבְרוּ
(yaavru)
zullen doorgaan
בָ֖הּ
(bah)
erdoor
עֽוֹד
(od)
nog
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

Uitleg

Vergelijk Joël 2:27.

זָרִים (zarim), ‘vreemden’: mensen van buiten.

De zegen voor Juda en Jeruzalem

18Het zal gebeuren op die dag: de bergen druipen van zoete wijn en de heuvels stromen van melk. Alle beekbeddingen van Juda stromen vol water. Een bron komt uit het huis van Yahweh en geeft de beek van Sittim water.
וְהָיָה֩
(vehaya)
en het zal zijn
בַיּ֨וֹם
(bayom)
op de dag
הַה֜וּא
(hahu)
die
יִטְּפ֧וּ
(yitefu)
druipen
הֶהָרִ֣ים
(heharim)
de bergen
עָסִ֗יס
(asis)
zoete wijn
וְהַגְּבָעוֹת֙
(vehagevaot)
en de heuvels
תֵּלַ֣כְנָה
(telakhna)
zullen stromen
חָלָ֔ב
(chalav)
melk
וְכָל
(vekhal)
en alle
אֲפִיקֵ֥י
(afiqei)
beekbeddingen van
יְהוּדָ֖ה
(yehuda)
Juda
יֵ֣לְכוּ
(yelekhu)
zullen stromen
מָ֑יִם
(mayim)
water
וּמַעְיָ֗ן
(umayan)
en een bron
מִבֵּ֤ית
(mibeit)
uit het huis van
יְהוָה֙
(Yahweh)
Yahweh
יֵצֵ֔א
(yetse)
zal uitgaan
וְהִשְׁקָ֖ה
(vehishqa)
en zal water geven aan
אֶת
(et)
(obj.)
נַ֥חַל
(nachal)
de beek van
הַשִּׁטִּֽים
(hashitim)
de Sittim
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Beek van Sittim (ligging onzeker): De beek van Sittim is het beekdal bij Sittim (Abel-Sittim), in de vlakte van Moab, ten oosten van de Jordaan, tegenover Jericho.

De ligging van de beek is niet zeker.

Uitleg

עָסִיס (asis), ‘zoete wijn’: vers geperst druivensap en de wijn die daarvan komt.

אֲפִיקֵי (afiqe), ‘beekbeddingen’: zoals in Ps. 126:4.

נַחַל הַשִּׁטִּים (nachal hashittim), ‘de beek van Sittim’: שִׁטִּים betekent ook ‘acaciabomen’. Zie ook Num. 25:1. De ligging van deze beek is onzeker.

19Egypte zal een woestenij zijn en Edom zal een woestijn zijn, een woestenij, vanwege het geweld tegen de zonen van Juda. Zij hebben onschuldig bloed vergoten in hun land.
מִצְרַ֨יִם֙
(mitsrayim)
Egypte
לִשְׁמָמָ֣ה
(lishmama)
tot woestenij
תִֽהְיֶ֔ה
(tihye)
zal zijn
וֶאֱד֕וֹם
(veedom)
en Edom
לְמִדְבַּ֥ר
(lemidbar)
tot woestijn van
שְׁמָמָ֖ה
(shemama)
woestenij
תִּֽהְיֶ֑ה
(tihye)
zal zijn
מֵֽחֲמַס֙
(mechamas)
vanwege het geweld tegen
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
יְהוּדָ֔ה
(yehuda)
Juda
אֲשֶׁר
(asher)
dat
שָׁפְכ֥וּ
(shafekhu)
zij hebben vergoten
דָם
(dam)
bloed
נָקִ֖יא
(naqi)
onschuldig
בְּאַרְצָֽם
(beartsam)
in hun land
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.

Zie Edom (Seïr): Edom (Seïr) is het bergland ten zuiden van de Dode Zee, in het zuiden van het huidige Jordanië.

Uitleg

דָּם נָקִיא (dam naqi), ‘onschuldig bloed’: bloed van mensen zonder schuld.

נָקִיא is een oudere schrijfwijze van נָקִי.

‘In hun land’ is het land van de zonen van Juda.

20Maar Juda zal voor eeuwig bewoond worden en Jeruzalem van generatie op generatie.
וִיהוּדָ֖ה
(vihuda)
en Juda
לְעוֹלָ֣ם
(leolam)
voor eeuwig
תֵּשֵׁ֑ב
(teshev)
zal bewoond worden
וִירוּשָׁלִַ֖ם
(virushaliam)
en Jeruzalem
לְד֥וֹר
(ledor)
van generatie
וָדֽוֹר
(vador)
op generatie
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

21„Ik zal hun bloed vrijspreken, dat Ik niet had vrijgesproken.” En Yahweh woont in Sion.
וְנִקֵּ֖יתִי
(veniqeiti)
en Ik zal vrijspreken
דָּמָ֣ם
(damam)
hun bloed
לֹֽא
(lo)
niet
נִקֵּ֑יתִי
(niqeiti)
Ik had vrijgesproken
וַֽיהוָ֖ה
(vaYahweh)
en Yahweh
שֹׁכֵ֥ן
(shokhen)
woont
בְּצִיּֽוֹן
(betsiyon)
in Sion
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

Uitleg

וְנִקֵּיתִי (venikkeiti), ‘Ik zal vrijspreken’: het werkwoord betekent ‘onschuldig verklaren’ of ‘ongestraft laten’.

De zin is moeilijk en wordt op meer manieren gelezen: Yahweh spreekt hun bloedschuld vrij, of Hij wreekt het vergoten bloed dat Hij nog niet had gewroken.

Wij vertalen letterlijk.

Het slot ‘En Yahweh woont in Sion’ is niet rood, omdat Yahweh hier in de derde persoon wordt genoemd.