Elohim Bijbel

Leviticus 23

123456789101112131415161718192021222324252627

De vastgestelde tijden van Yahweh

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

1Yahweh sprak tot Mozes:
וַיְדַבֵּ֥ר
(vaydaber)
en Hij sprak
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
אֶל
(el)
tot
מֹשֶׁ֥ה
(moshe)
Mozes
לֵּאמֹֽר
(lemor)
zeggende
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

De vastgestelde tijden van Yahweh

2„Spreek tot de zonen van Israël en zeg tot hen: De vastgestelde tijden van Yahweh, die jullie moeten uitroepen als heilige samenkomsten: dit zijn Mijn vastgestelde tijden.
דַּבֵּ֞ר
(daber)
spreek
אֶל
(el)
tot
בְּנֵ֤י
(benei)
de zonen van
יִשְׂרָאֵל֙
(yisrael)
Israël
וְאָמַרְתָּ֣
(veamarta)
en je zult zeggen
אֲלֵהֶ֔ם
(alehem)
tot hen
מוֹעֲדֵ֣י
(moadei)
de vastgestelde tijden van
יְהוָ֔ה
(Yahweh)
Yahweh
אֲשֶׁר
(asher)
die
תִּקְרְא֥וּ
(tiqreu)
jullie zullen uitroepen
אֹתָ֖ם
(otam)
ze
מִקְרָאֵ֣י
(miqraei)
samenkomsten van
קֹ֑דֶשׁ
(qodesh)
heiligheid
אֵ֥לֶּה
(ele)
dit zijn
הֵ֖ם
(hem)
zij
מוֹעֲדָֽי
(moaday)
Mijn vastgestelde tijden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מוֹעֵד (mo’ed), ‘vastgestelde tijd’: een tijd die Yahweh heeft vastgesteld.

Het is hetzelfde woord als in ‘tent van samenkomst’ (אֹהֶל מוֹעֵד, ohel mo’ed), de plaats waar Hij Zich laat ontmoeten.

מִקְרָא קֹדֶשׁ (miqra qodesh), ‘heilige samenkomst’: een dag waarop het volk wordt bijeengeroepen; zie Exod. 12:16.

Overzicht van de tijden in dit hoofdstuk: de sabbat (vers 3); Pesach op de 14e van de eerste maand (vers 5); de ongezuurde broden van de 15e tot de 21e (verzen 6–8); de eerste schoof en het tellen van 50 dagen (verzen 9–21); de eerste van de zevende maand (verzen 24–25); Verzoendag op de 10e van de zevende maand (verzen 27–32); het feest van de hutten van de 15e tot de 21e, met een slotsamenkomst op de 22e (verzen 34–43). De eerste maand valt ongeveer in maart en april, de zevende ongeveer in september en oktober; de maanden volgen de maan.

De sabbat

3Zes dagen mag er werk gedaan worden, maar de zevende dag is een sabbat van volledige rust, een heilige samenkomst. Geen enkel werk mogen jullie doen. Het is een sabbat voor Yahweh, overal waar jullie wonen.
שֵׁ֣שֶׁת
(sheshet)
zes
יָמִים֮
(yamim)
dagen
תֵּעָשֶׂ֣ה
(tease)
zal gedaan worden
מְלָאכָה֒
(melakha)
werk
וּבַיּ֣וֹם
(uvayom)
en op de dag
הַשְּׁבִיעִ֗י
(hashevii)
de zevende
שַׁבַּ֤ת
(shabat)
sabbat van
שַׁבָּתוֹן֙
(shabaton)
volledige rust
מִקְרָא
(miqra)
samenkomst
קֹ֔דֶשׁ
(qodesh)
heiligheid
כָּל
(kal)
alle
מְלָאכָ֖ה
(melakha)
werk
לֹ֣א
(lo)
niet
תַעֲשׂ֑וּ
(taasu)
jullie zullen doen
שַׁבָּ֥ת
(shabat)
sabbat
הִוא֙
(hi)
het is
לַֽיהוָ֔ה
(laYahweh)
voor Yahweh
בְּכֹ֖ל
(bekhol)
in al
מֽוֹשְׁבֹתֵיכֶֽם
(moshevoteikhem)
jullie woonplaatsen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

שַׁבַּת שַׁבָּתוֹן (shabbat shabbaton), ‘sabbat van volledige rust’: zie Exod. 31:15 en 35:2.

מְלָאכָה (melakhah), ‘werk’, staat hier en op Verzoendag (verzen 28, 30 en 31). Bij de andere feestdagen staat מְלֶאכֶת עֲבֹדָה (melekhet avodah), letterlijk ‘werk van arbeid’; wij vertalen ‘gewoon werk’ (vers 7). Wat daaronder precies valt, zegt de tekst niet.

4Dit zijn de vastgestelde tijden van Yahweh, heilige samenkomsten, die jullie op hun vastgestelde tijd moeten uitroepen:
אֵ֚לֶּה
(ele)
dit zijn
מוֹעֲדֵ֣י
(moadei)
de vastgestelde tijden van
יְהוָ֔ה
(Yahweh)
Yahweh
מִקְרָאֵ֖י
(miqraei)
samenkomsten van
קֹ֑דֶשׁ
(qodesh)
heiligheid
אֲשֶׁר
(asher)
die
תִּקְרְא֥וּ
(tiqreu)
jullie zullen uitroepen
אֹתָ֖ם
(otam)
ze
בְּמוֹעֲדָֽם
(bemoadam)
op hun vastgestelde tijd
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Pesach en het feest van de ongezuurde broden

5In de eerste maand, op de veertiende van de maand, tussen de twee avonden, is het Pesach voor Yahweh.
בַּחֹ֣דֶשׁ
(bachodesh)
in de maand
הָרִאשׁ֗וֹן
(harishon)
de eerste
בְּאַרְבָּעָ֥ה
(bearbaa)
op vier
עָשָׂ֛ר
(asar)
en tien
לַחֹ֖דֶשׁ
(lachodesh)
van de maand
בֵּ֣ין
(bein)
tussen
הָעַרְבָּ֑יִם
(haarbayim)
de twee avonden
פֶּ֖סַח
(pesach)
pesach
לַיהוָֽה
(laYahweh)
voor Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

בֵּין הָעַרְבַּיִם (ben ha’arbayim), ‘tussen de twee avonden’: zie Exod. 12:6.

פֶּסַח (pesach) is het Pesach van Exod. 12.

Aanvullend

Jubileeën 49:1 bevestigt de veertiende van de eerste maand.

6Op de vijftiende dag van deze maand is het feest van de ongezuurde broden voor Yahweh. Zeven dagen lang moeten jullie ongezuurde broden eten.
וּבַחֲמִשָּׁ֨ה
(uvachamisha)
en op vijf
עָשָׂ֥ר
(asar)
en tien
יוֹם֙
(yom)
dag
לַחֹ֣דֶשׁ
(lachodesh)
van de maand
הַזֶּ֔ה
(haze)
deze
חַ֥ג
(chag)
feest van
הַמַּצּ֖וֹת
(hamatsot)
de ongezuurde broden
לַיהוָ֑ה
(laYahweh)
voor Yahweh
שִׁבְעַ֥ת
(shivat)
zeven
יָמִ֖ים
(yamim)
dagen
מַצּ֥וֹת
(matsot)
ongezuurde broden
תֹּאכֵֽלוּ
(tokhelu)
jullie zullen eten
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

חַג הַמַּצּוֹת (chag hamatsot), ‘feest van de ongezuurde broden’: zie Exod. 12:15–20, 23:15 en 34:18.

Het eten van ongezuurde broden begint op de avond van de veertiende en duurt tot de avond van de eenentwintigste (Exod. 12:18).

Zo zijn er zeven dagen, van de vijftiende tot de eenentwintigste.

7Op de eerste dag is er voor jullie een heilige samenkomst. Geen enkel gewoon werk mogen jullie doen.
בַּיּוֹם֙
(bayom)
op de dag
הָֽרִאשׁ֔וֹן
(harishon)
de eerste
מִקְרָא
(miqra)
samenkomst
קֹ֖דֶשׁ
(qodesh)
heiligheid
יִהְיֶ֣ה
(yihye)
zal zijn
לָכֶ֑ם
(lakhem)
voor jullie
כָּל
(kal)
elk
מְלֶ֥אכֶת
(melekhet)
werk van
עֲבֹדָ֖ה
(avoda)
arbeid
לֹ֥א
(lo)
niet
תַעֲשֽׂוּ
(taasu)
jullie zullen doen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
8Zeven dagen lang moeten jullie een vuuroffer voor Yahweh brengen. Op de zevende dag is er een heilige samenkomst. Geen enkel gewoon werk mogen jullie doen.”
וְהִקְרַבְתֶּ֥ם
(vehiqravtem)
en jullie zullen brengen
אִשֶּׁ֛ה
(ishe)
een vuuroffer
לַיהוָ֖ה
(laYahweh)
voor Yahweh
שִׁבְעַ֣ת
(shivat)
zeven
יָמִ֑ים
(yamim)
dagen
בַּיּ֤וֹם
(bayom)
op de dag
הַשְּׁבִיעִי֙
(hashevii)
de zevende
מִקְרָא
(miqra)
samenkomst
קֹ֔דֶשׁ
(qodesh)
heiligheid
כָּל
(kal)
elk
מְלֶ֥אכֶת
(melekhet)
werk van
עֲבֹדָ֖ה
(avoda)
arbeid
לֹ֥א
(lo)
niet
תַעֲשֽׂוּ
(taasu)
jullie zullen doen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

De eerste schoof van de oogst

9Yahweh sprak tot Mozes:
וַיְדַבֵּ֥ר
(vaydaber)
en Hij sprak
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
אֶל
(el)
tot
מֹשֶׁ֥ה
(moshe)
Mozes
לֵּאמֹֽר
(lemor)
zeggende
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
10„Spreek tot de zonen van Israël en zeg tot hen: Wanneer jullie in het land komen dat Ik jullie geef en de oogst ervan maaien. Jullie moeten een schoof, het eerste van jullie oogst, naar de priester brengen.
דַּבֵּ֞ר
(daber)
spreek
אֶל
(el)
tot
בְּנֵ֤י
(benei)
de zonen van
יִשְׂרָאֵל֙
(yisrael)
Israël
וְאָמַרְתָּ֣
(veamarta)
en je zult zeggen
אֲלֵהֶ֔ם
(alehem)
tot hen
כִּֽי
(ki)
wanneer
תָבֹ֣אוּ
(tavou)
jullie komen
אֶל
(el)
in
הָאָ֗רֶץ
(haarets)
het land
אֲשֶׁ֤ר
(asher)
dat
אֲנִי֙
(ani)
Ik
נֹתֵ֣ן
(noten)
geef
לָכֶ֔ם
(lakhem)
aan jullie
וּקְצַרְתֶּ֖ם
(uqetsartem)
en jullie zullen maaien
אֶת
(et)
(obj.)
קְצִירָ֑הּ
(qetsirah)
de oogst ervan
וַהֲבֵאתֶ֥ם
(vahavetem)
en jullie zullen brengen
אֶת
(et)
(obj.)
עֹ֛מֶר
(omer)
een schoof van
רֵאשִׁ֥ית
(reshit)
het eerste van
קְצִירְכֶ֖ם
(qetsirekhem)
jullie oogst
אֶל
(el)
tot
הַכֹּהֵֽן
(hakohen)
de priester
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

עֹמֶר (omer), ‘schoof’: een bundel afgesneden aren.

In Exod. 16 betekent hetzelfde woord een maat, de gomer (ongeveer 2,2 liter; Exod. 16:36).

Hier is het een schoof, zoals in Deut. 24:19.

רֵאשִׁית (reshit), ‘het eerste’: zoals in Lev. 2:12.

11Op de dag na de sabbat moet de priester de schoof bewegen. Hij moet hem voor het aangezicht van Yahweh bewegen, zodat jullie aanvaard worden.
וְהֵנִ֧יף
(vehenif)
en hij zal bewegen
אֶת
(et)
(obj.)
הָעֹ֛מֶר
(haomer)
de schoof
לִפְנֵ֥י
(lifnei)
voor het aangezicht van
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
לִֽרְצֹנְכֶ֑ם
(lirtsonekhem)
tot jullie aanvaarding
מִֽמָּחֳרַת֙
(mimachorat)
op de dag na
הַשַּׁבָּ֔ת
(hashabat)
de sabbat
יְנִיפֶ֖נּוּ
(yenifenu)
hij zal hem bewegen
הַכֹּהֵֽן
(hakohen)
de priester
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing

מִמָּחֳרַת הַשַּׁבָּת (mimmochorat hashabbat), ‘de dag na de sabbat’: de uitleg verschilt al heel lang.

Sommigen lezen: de dag na de sabbat van elke week, dus de eerste dag van de week.

Anderen lezen: de dag na de eerste feestdag van de ongezuurde broden (vers 7), dus de zestiende van de eerste maand.

Wij vertalen letterlijk en kiezen niet.

Dit bepaalt ook de dag waarop de vijftig dagen eindigen (vers 15–16).

12Op de dag dat jullie de schoof bewegen, moeten jullie een lam van één jaar zonder gebrek als brandoffer voor Yahweh offeren.
וַעֲשִׂיתֶ֕ם
(vaasitem)
en jullie zullen offeren
בְּי֥וֹם
(beyom)
op de dag van
הֲנִֽיפְכֶ֖ם
(hanifekhem)
jullie bewegen
אֶת
(et)
(obj.)
הָעֹ֑מֶר
(haomer)
de schoof
כֶּ֣בֶשׂ
(keves)
een lam
תָּמִ֧ים
(tamim)
zonder gebrek
בֶּן
(ben)
zoon van
שְׁנָת֛וֹ
(shenato)
zijn jaar
לְעֹלָ֖ה
(leola)
als brandoffer
לַיהוָֽה
(laYahweh)
voor Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

בֶּן שְׁנָתוֹ (ben shenato), ‘zoon van zijn jaar’: een jaar oud.

13Het graanoffer ervan: twee tiende efa fijn meel, met olie gekneed, een vuuroffer voor Yahweh, een aangename geur. Het plengoffer ervan: wijn, een kwart hin.
וּמִנְחָתוֹ֩
(uminchato)
en zijn graanoffer
שְׁנֵ֨י
(shenei)
twee
עֶשְׂרֹנִ֜ים
(esronim)
tienden
סֹ֣לֶת
(solet)
fijn meel
בְּלוּלָ֥ה
(belula)
gekneed
בַשֶּׁ֛מֶן
(bashemen)
met olie
אִשֶּׁ֥ה
(ishe)
een vuuroffer
לַיהוָ֖ה
(laYahweh)
voor Yahweh
רֵ֣יחַ
(reiach)
een geur van
נִיחֹ֑חַ
(nichoach)
aangenaamheid
וְנִסְכֹּ֥ה
(venisko)
en zijn plengoffer
יַ֖יִן
(yayin)
wijn
רְבִיעִ֥ת
(reviit)
een kwart van
הַהִֽין
(hahin)
de hin
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Een efa is ongeveer 22 liter; een tiende efa is dus ongeveer 2,2 liter en twee tiende efa ongeveer 4,4 liter.

Een hin is ongeveer 3,7 liter; een kwart hin is ongeveer 0,9 liter.

Zie ook Exod. 29:40.

14Brood, geroosterd graan en vers graan mogen jullie niet eten tot op deze zelfde dag, tot jullie de offergave van jullie Elohim hebben gebracht. Dit is een eeuwig voorschrift voor al jullie generaties, overal waar jullie wonen.
וְלֶחֶם֩
(velechem)
en brood
וְקָלִ֨י
(veqali)
en geroosterd graan
וְכַרְמֶ֜ל
(vekharmel)
en vers graan
לֹ֣א
(lo)
niet
תֹֽאכְל֗וּ
(tokhlu)
jullie zullen eten
עַד
(ad)
tot
עֶ֨צֶם֙
(etsem)
zelf
הַיּ֣וֹם
(hayom)
de dag
הַזֶּ֔ה
(haze)
deze
עַ֚ד
(ad)
tot
הֲבִ֣יאֲכֶ֔ם
(haviakhem)
jullie brengen
אֶת
(et)
(obj.)
קָרְבַּ֖ן
(qarban)
de offergave van
אֱלֹהֵיכֶ֑ם
(eloheikhem)
jullie Elohim
חֻקַּ֤ת
(chuqat)
een voorschrift van
עוֹלָם֙
(olam)
eeuwigheid
לְדֹרֹ֣תֵיכֶ֔ם
(ledoroteikhem)
voor jullie generaties
בְּכֹ֖ל
(bekhol)
in al
מֹשְׁבֹֽתֵיכֶֽם
(moshevoteikhem)
jullie woonplaatsen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

קָלִי (qali), ‘geroosterd graan’, en כַּרְמֶל (karmel), ‘vers graan’: zie Lev. 2:14.

Pas na de eerste schoof en het offer mag het nieuwe graan worden gegeten.

Het feest van de weken

15Vanaf de dag na de sabbat, vanaf de dag dat jullie de schoof van het beweegoffer brengen, moeten jullie tellen. Zeven sabbatten moeten het zijn, volledig.
וּסְפַרְתֶּ֤ם
(usefartem)
en jullie zullen tellen
לָכֶם֙
(lakhem)
voor jullie
מִמָּחֳרַ֣ת
(mimachorat)
vanaf de dag na
הַשַּׁבָּ֔ת
(hashabat)
de sabbat
מִיּוֹם֙
(miyom)
vanaf de dag
הֲבִ֣יאֲכֶ֔ם
(haviakhem)
jullie brengen
אֶת
(et)
(obj.)
עֹ֖מֶר
(omer)
de schoof van
הַתְּנוּפָ֑ה
(hatenufa)
het beweegoffer
שֶׁ֥בַע
(sheva)
zeven
שַׁבָּת֖וֹת
(shabatot)
sabbatten
תְּמִימֹ֥ת
(temimot)
volledig
תִּהְיֶֽינָה
(tihyeina)
zij zullen zijn
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De telling begint op de dag dat de schoof wordt gebracht en bewogen.

שַׁבָּת (shabbat) betekent hier ‘week’: zeven sabbatten zijn zeven volle weken, dus 49 dagen.

De vijftigste dag is de dag na de zevende sabbat (vers 16).

16Tot de dag na de zevende sabbat moeten jullie vijftig dagen tellen. Dan moeten jullie een nieuw graanoffer voor Yahweh brengen.
עַ֣ד
(ad)
tot
מִֽמָּחֳרַ֤ת
(mimachorat)
de dag na
הַשַּׁבָּת֙
(hashabat)
de sabbat
הַשְּׁבִיעִ֔ת
(hasheviit)
de zevende
תִּסְפְּר֖וּ
(tisperu)
jullie zullen tellen
חֲמִשִּׁ֣ים
(chamishim)
vijftig
י֑וֹם
(yom)
dag
וְהִקְרַבְתֶּ֛ם
(vehiqravtem)
en jullie zullen brengen
מִנְחָ֥ה
(mincha)
een graanoffer
חֲדָשָׁ֖ה
(chadasha)
nieuw
לַיהוָֽה
(laYahweh)
voor Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Dit is het feest dat Exodus ‘het feest van de weken’ (חַג שָׁבֻעוֹת, chag shavu’ot) noemt (Exod. 34:22), ook ‘oogstfeest’ (Exod. 23:16).

Dit hoofdstuk noemt de naam niet.

מִנְחָה חֲדָשָׁה (minchah chadashah), ‘nieuw graanoffer’: de eerste opbrengst van de nieuwe graanoogst.

Aanvullend

Jubileeën 15:1–2 noemt dit het feest van de eerstelingen van de oogst.

17Uit jullie woonplaatsen moeten jullie twee broden als beweegoffer brengen. Ze moeten van twee tiende efa fijn meel zijn en gezuurd gebakken worden. Het zijn eerstelingen voor Yahweh.
מִמּוֹשְׁבֹ֨תֵיכֶ֜ם
(mimoshevoteikhem)
uit jullie woonplaatsen
תָּבִ֣יאּוּ
(taviu)
jullie zullen brengen
לֶ֣חֶם
(lechem)
brood van
תְּנוּפָ֗ה
(tenufa)
beweegoffer
שְׁ֚תַּיִם
(shetayim)
twee
שְׁנֵ֣י
(shenei)
twee
עֶשְׂרֹנִ֔ים
(esronim)
tienden
סֹ֣לֶת
(solet)
fijn meel
תִּהְיֶ֔ינָה
(tihyeina)
zij zullen zijn
חָמֵ֖ץ
(chamets)
gezuurd
תֵּאָפֶ֑ינָה
(teafeina)
zij zullen gebakken worden
בִּכּוּרִ֖ים
(bikurim)
eerstelingen
לַֽיהוָֽה
(laYahweh)
voor Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Dit brood is gezuurd, anders dan de meeste graanoffers (Lev. 2:11–12).

בִּכּוּרִים (bikkurim), ‘eerstelingen’: zie ook Exod. 23:19.

18Bij het brood moeten jullie zeven lammeren van een jaar zonder gebrek brengen, één jonge stier en twee rammen. Zij zijn een brandoffer voor Yahweh, met hun graanoffer en hun plengoffers: een vuuroffer, een aangename geur voor Yahweh.
וְהִקְרַבְתֶּ֣ם
(vehiqravtem)
en jullie zullen brengen
עַל
(al)
bij
הַלֶּ֗חֶם
(halechem)
het brood
שִׁבְעַ֨ת
(shivat)
zeven
כְּבָשִׂ֤ים
(kevasim)
lammeren
תְּמִימִם֙
(temimim)
zonder gebrek
בְּנֵ֣י
(benei)
zonen van
שָׁנָ֔ה
(shana)
een jaar
וּפַ֧ר
(ufar)
en een jonge stier
בֶּן
(ben)
zoon van
בָּקָ֛ר
(baqar)
rund
אֶחָ֖ד
(echad)
één
וְאֵילִ֣ם
(veeilim)
en rammen
שְׁנָ֑יִם
(shenayim)
twee
יִהְי֤וּ
(yihyu)
zij zullen zijn
עֹלָה֙
(ola)
brandoffer
לַֽיהוָ֔ה
(laYahweh)
voor Yahweh
וּמִנְחָתָם֙
(uminchatam)
en hun graanoffer
וְנִסְכֵּיהֶ֔ם
(veniskeihem)
en hun plengoffers
אִשֵּׁ֥ה
(ishe)
een vuuroffer
רֵֽיחַ
(reiach)
een geur van
נִיחֹ֖חַ
(nichoach)
aangenaamheid
לַיהוָֽה
(laYahweh)
voor Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
19Jullie moeten één geitenbok als zondoffer offeren en twee lammeren van een jaar als vredeoffer.
וַעֲשִׂיתֶ֛ם
(vaasitem)
en jullie zullen offeren
שְׂעִיר
(seir)
een geitenbok
עִזִּ֥ים
(izim)
van de geiten
אֶחָ֖ד
(echad)
één
לְחַטָּ֑את
(lechatat)
als zondoffer
וּשְׁנֵ֧י
(ushenei)
en twee
כְבָשִׂ֛ים
(kevasim)
lammeren
בְּנֵ֥י
(benei)
zonen van
שָׁנָ֖ה
(shana)
een jaar
לְזֶ֥בַח
(lezevach)
als slachtoffer van
שְׁלָמִֽים
(shelamim)
vredeoffers
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
20De priester moet ze bewegen, samen met het brood van de eerstelingen, als beweegoffer voor het aangezicht van Yahweh, met de twee lammeren. Ze zijn heilig voor Yahweh, voor de priester.
וְהֵנִ֣יף
(vehenif)
en hij zal bewegen
הַכֹּהֵ֣ן
(hakohen)
de priester
אֹתָ֡ם
(otam)
ze
עַל֩
(al)
met
לֶ֨חֶם
(lechem)
het brood van
הַבִּכּוּרִ֤ים
(habikurim)
de eerstelingen
תְּנוּפָה֙
(tenufa)
beweegoffer
לִפְנֵ֣י
(lifnei)
voor het aangezicht van
יְהוָ֔ה
(Yahweh)
Yahweh
עַל
(al)
met
שְׁנֵ֖י
(shenei)
twee
כְּבָשִׂ֑ים
(kevasim)
lammeren
קֹ֛דֶשׁ
(qodesh)
heiligheid
יִהְי֥וּ
(yihyu)
zij zullen zijn
לַיהוָ֖ה
(laYahweh)
voor Yahweh
לַכֹּהֵֽן
(lakohen)
voor de priester
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
21Op diezelfde dag moeten jullie een heilige samenkomst uitroepen. Zo is er voor jullie een heilige samenkomst. Geen enkel gewoon werk mogen jullie doen. Dit is een eeuwig voorschrift in al jullie woonplaatsen, voor jullie generaties.
וּקְרָאתֶ֞ם
(uqeratem)
en jullie zullen uitroepen
בְּעֶ֣צֶם
(beetsem)
op de zelfde
הַיּ֣וֹם
(hayom)
de dag
הַזֶּ֗ה
(haze)
deze
מִֽקְרָא
(miqra)
samenkomst
קֹ֨דֶשׁ֙
(qodesh)
heiligheid
יִהְיֶ֣ה
(yihye)
zal zijn
לָכֶ֔ם
(lakhem)
voor jullie
כָּל
(kal)
elk
מְלֶ֥אכֶת
(melekhet)
werk van
עֲבֹדָ֖ה
(avoda)
arbeid
לֹ֣א
(lo)
niet
תַעֲשׂ֑וּ
(taasu)
jullie zullen doen
חֻקַּ֥ת
(chuqat)
een voorschrift van
עוֹלָ֛ם
(olam)
eeuwigheid
בְּכָל
(bekhal)
in al
מוֹשְׁבֹ֥תֵיכֶ֖ם
(moshevoteikhem)
jullie woonplaatsen
לְדֹרֹֽתֵיכֶֽם
(ledoroteikhem)
voor jullie generaties
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

De rand van het veld

22Wanneer jullie de oogst van jullie land maaien, mag je de rand van je veld niet tot het einde afmaaien. Wat bij je oogst is blijven liggen, mag je niet oprapen. Laat het voor de arme en de vreemdeling. Ik ben Yahweh, jullie Elohim.”
וּֽבְקֻצְרְכֶ֞ם
(uvequtsrekhem)
en bij jullie maaien
אֶת
(et)
(obj.)
קְצִ֣יר
(qetsir)
de oogst van
אַרְצְכֶ֗ם
(artsekhem)
jullie land
לֹֽא
(lo)
niet
תְכַלֶּ֞ה
(tekhale)
zul je voltooien
פְּאַ֤ת
(peat)
de rand van
שָֽׂדְךָ֙
(sadekha)
je veld
בְּקֻצְרֶ֔ךָ
(bequtsrekha)
bij je maaien
וְלֶ֥קֶט
(veleqet)
en wat blijft liggen van
קְצִירְךָ֖
(qetsirekha)
je oogst
לֹ֣א
(lo)
niet
תְלַקֵּ֑ט
(telaqet)
zul je oprapen
לֶֽעָנִ֤י
(leani)
voor de arme
וְלַגֵּר֙
(velager)
en voor de vreemdeling
תַּעֲזֹ֣ב
(taazov)
zul je laten
אֹתָ֔ם
(otam)
ze
אֲנִ֖י
(ani)
Ik
יְהוָ֥ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֵיכֶֽם
(eloheikhem)
jullie Elohim
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Dezelfde regel staat in Lev. 19:9–10 en Deut. 24:19–22.

Het Hebreeuws wisselt hier van ‘jullie’ naar ‘je’; wij houden dat zo.

23Yahweh sprak tot Mozes:
וַיְדַבֵּ֥ר
(vaydaber)
en Hij sprak
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
אֶל
(el)
tot
מֹשֶׁ֥ה
(moshe)
Mozes
לֵּאמֹֽר
(lemor)
zeggende
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

De eerste dag van de zevende maand

24„Spreek tot de zonen van Israël en zeg: In de zevende maand, op de eerste van de maand, is er voor jullie een dag van volledige rust. Een gedachtenis met luid geschal, een heilige samenkomst.
דַּבֵּ֛ר
(daber)
spreek
אֶל
(el)
tot
בְּנֵ֥י
(benei)
de zonen van
יִשְׂרָאֵ֖ל
(yisrael)
Israël
לֵאמֹ֑ר
(lemor)
zeggende
בַּחֹ֨דֶשׁ
(bachodesh)
in de maand
הַשְּׁבִיעִ֜י
(hashevii)
de zevende
בְּאֶחָ֣ד
(beechad)
op de eerste
לַחֹ֗דֶשׁ
(lachodesh)
van de maand
יִהְיֶ֤ה
(yihye)
zal zijn
לָכֶם֙
(lakhem)
voor jullie
שַׁבָּת֔וֹן
(shabaton)
volledige rust
זִכְר֥וֹן
(zikhron)
een gedachtenis van
תְּרוּעָ֖ה
(terua)
geschal
מִקְרָא
(miqra)
samenkomst
קֹֽדֶשׁ
(qodesh)
heiligheid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

שַׁבָּתוֹן (shabbaton), ‘dag van volledige rust’.

זִכְרוֹן תְּרוּעָה (zikhron teru’ah), ‘een gedachtenis met luid geschal’: תְּרוּעָה (teru’ah) is een luid geschal of signaal, meestal gegeven met een hoorn of trompet (Num. 10:5–10; 29:1). Dit hoofdstuk noemt geen instrument.

25Geen enkel gewoon werk mogen jullie doen. Jullie moeten een vuuroffer voor Yahweh brengen.”
כָּל
(kal)
elk
מְלֶ֥אכֶת
(melekhet)
werk van
עֲבֹדָ֖ה
(avoda)
arbeid
לֹ֣א
(lo)
niet
תַעֲשׂ֑וּ
(taasu)
jullie zullen doen
וְהִקְרַבְתֶּ֥ם
(vehiqravtem)
en jullie zullen brengen
אִשֶּׁ֖ה
(ishe)
een vuuroffer
לַיהוָֽה
(laYahweh)
voor Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Zie ookLev 23:21
26Yahweh sprak tot Mozes:
וַיְדַבֵּ֥ר
(vaydaber)
en Hij sprak
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
אֶל
(el)
tot
מֹשֶׁ֥ה
(moshe)
Mozes
לֵּאמֹֽר
(lemor)
zeggende
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Verzoendag

27„Maar op de tiende van deze zevende maand is het Verzoendag. Er is voor jullie een heilige samenkomst. Jullie moeten jezelf kwellen en een vuuroffer voor Yahweh brengen.
אַ֡ךְ
(akh)
maar
בֶּעָשׂ֣וֹר
(beasor)
op de tiende
לַחֹדֶשׁ֩
(lachodesh)
van de maand
הַשְּׁבִיעִ֨י
(hashevii)
de zevende
הַזֶּ֜ה
(haze)
deze
י֧וֹם
(yom)
dag van
הַכִּפֻּרִ֣ים
(hakipurim)
de verzoeningen
ה֗וּא
(hu)
hij
מִֽקְרָא
(miqra)
samenkomst
קֹ֨דֶשׁ֙
(qodesh)
heiligheid
יִהְיֶ֣ה
(yihye)
zal zijn
לָכֶ֔ם
(lakhem)
voor jullie
וְעִנִּיתֶ֖ם
(veinitem)
en jullie zullen kwellen
אֶת
(et)
(obj.)
נַפְשֹׁתֵיכֶ֑ם
(nafshoteikhem)
jullie zelf
וְהִקְרַבְתֶּ֥ם
(vehiqravtem)
en jullie zullen brengen
אִשֶּׁ֖ה
(ishe)
een vuuroffer
לַיהוָֽה
(laYahweh)
voor Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

יוֹם הַכִּפֻּרִים (yom hakkippurim), ‘Verzoendag’: letterlijk ‘dag van de verzoeningen’ (meervoud).

Voor wat er op die dag gebeurt, zie Lev. 16.

וְעִנִּיתֶם אֶת נַפְשֹׁתֵיכֶם (ve’initem et nafshoteichem), ‘jullie moeten jezelf kwellen’: letterlijk ‘jullie zielen kwellen’. Dit wordt van oudsher opgevat als vasten; zie Ps. 35:13, Jes. 58:3–5 en Lev. 16:29–31.

Aanvullend

Jubileeën 34:18 bevestigt de tiende van de zevende maand als dag van kwellen en verzoening.

28Op diezelfde dag mogen jullie geen enkel werk doen. Want het is Verzoendag, om verzoening voor jullie te doen voor het aangezicht van Yahweh, jullie Elohim.
וְכָל
(vekhal)
en elk
מְלָאכָה֙
(melakha)
werk
לֹ֣א
(lo)
niet
תַעֲשׂ֔וּ
(taasu)
jullie zullen doen
בְּעֶ֖צֶם
(beetsem)
op de zelfde
הַיּ֣וֹם
(hayom)
de dag
הַזֶּ֑ה
(haze)
deze
כִּ֣י
(ki)
want
י֤וֹם
(yom)
dag van
כִּפֻּרִים֙
(kipurim)
verzoeningen
ה֔וּא
(hu)
hij
לְכַפֵּ֣ר
(lekhaper)
om verzoening te doen
עֲלֵיכֶ֔ם
(aleikhem)
voor jullie
לִפְנֵ֖י
(lifnei)
voor het aangezicht van
יְהוָ֥ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֵיכֶֽם
(eloheikhem)
jullie Elohim
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
29Want iedere persoon die zich op diezelfde dag niet kwelt, wordt uit zijn volk afgesneden.
כִּ֤י
(ki)
want
כָל
(kal)
elke
הַנֶּ֨פֶשׁ֙
(hanefesh)
persoon
אֲשֶׁ֣ר
(asher)
die
לֹֽא
(lo)
niet
תְעֻנֶּ֔ה
(teune)
zal gekweld worden
בְּעֶ֖צֶם
(beetsem)
op de zelfde
הַיּ֣וֹם
(hayom)
de dag
הַזֶּ֑ה
(haze)
deze
וְנִכְרְתָ֖ה
(venikhreta)
en zal afgesneden worden
מֵֽעַמֶּֽיהָ
(meameiha)
van haar volken
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

נִכְרְתָה (nikretah), ‘afgesneden worden’: zie Lev. 20:3 en Lev. 17:4.

30Iedere persoon die op diezelfde dag enig werk doet, die persoon zal Ik uit het midden van zijn volk vernietigen.
וְכָל
(vekhal)
en elke
הַנֶּ֗פֶשׁ
(hanefesh)
persoon
אֲשֶׁ֤ר
(asher)
die
תַּעֲשֶׂה֙
(taase)
zal doen
כָּל
(kal)
elk
מְלָאכָ֔ה
(melakha)
werk
בְּעֶ֖צֶם
(beetsem)
op de zelfde
הַיּ֣וֹם
(hayom)
de dag
הַזֶּ֑ה
(haze)
deze
וְהַֽאֲבַדְתִּ֛י
(vehaavadti)
en Ik zal vernietigen
אֶת
(et)
(obj.)
הַנֶּ֥פֶשׁ
(hanefesh)
de persoon
הַהִ֖וא
(hahi)
die
מִקֶּ֥רֶב
(miqerev)
uit het midden van
עַמָּֽהּ
(amah)
haar volk
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

הַאֲבַדְתִּי (ha’avadti), ‘Ik zal vernietigen’: Yahweh doet het Zelf.

Het werkwoord אָבַד (avad) betekent ‘omkomen’; hier laat Yahweh de persoon omkomen.

31Geen enkel werk mogen jullie doen. Dit is een eeuwig voorschrift voor al jullie generaties, overal waar jullie wonen.
כָּל
(kal)
elk
מְלָאכָ֖ה
(melakha)
werk
לֹ֣א
(lo)
niet
תַעֲשׂ֑וּ
(taasu)
jullie zullen doen
חֻקַּ֤ת
(chuqat)
een voorschrift van
עוֹלָם֙
(olam)
eeuwigheid
לְדֹרֹ֣תֵיכֶ֔ם
(ledoroteikhem)
voor jullie generaties
בְּכֹ֖ל
(bekhol)
in al
מֹֽשְׁבֹֽתֵיכֶֽם
(moshevoteikhem)
jullie woonplaatsen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
32Het is voor jullie een sabbat van volledige rust, en jullie moeten jezelf kwellen. Op de negende van de maand, ’s avonds, van avond tot avond, moeten jullie sabbat houden.”
שַׁבַּ֨ת
(shabat)
sabbat van
שַׁבָּת֥וֹן
(shabaton)
volledige rust
הוּא֙
(hu)
het is
לָכֶ֔ם
(lakhem)
voor jullie
וְעִנִּיתֶ֖ם
(veinitem)
en jullie zullen kwellen
אֶת
(et)
(obj.)
נַפְשֹׁתֵיכֶ֑ם
(nafshoteikhem)
jullie zelf
בְּתִשְׁעָ֤ה
(betisha)
op de negende
לַחֹ֨דֶשׁ֙
(lachodesh)
van de maand
בָּעֶ֔רֶב
(baerev)
in de avond
מֵעֶ֣רֶב
(meerev)
van avond
עַד
(ad)
tot
עֶ֔רֶב
(erev)
avond
תִּשְׁבְּת֖וּ
(tishbetu)
jullie zullen vieren
שַׁבַּתְּכֶֽם
(shabatekhem)
jullie sabbat
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מֵעֶרֶב עַד עֶרֶב (me’erev ad erev), ‘van avond tot avond’: de dag loopt van zonsondergang tot zonsondergang (Gen. 1:5).

Verzoendag begint dus op de avond van de negende en duurt tot de avond van de tiende.

33Yahweh sprak tot Mozes:
וַיְדַבֵּ֥ר
(vaydaber)
en Hij sprak
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
אֶל
(el)
tot
מֹשֶׁ֥ה
(moshe)
Mozes
לֵּאמֹֽר
(lemor)
zeggende
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Het feest van de hutten

34„Spreek tot de zonen van Israël en zeg: Op de vijftiende dag van deze zevende maand is het feest van de hutten voor Yahweh, zeven dagen lang.
דַּבֵּ֛ר
(daber)
spreek
אֶל
(el)
tot
בְּנֵ֥י
(benei)
de zonen van
יִשְׂרָאֵ֖ל
(yisrael)
Israël
לֵאמֹ֑ר
(lemor)
zeggende
בַּחֲמִשָּׁ֨ה
(bachamisha)
op vijf
עָשָׂ֜ר
(asar)
en tien
י֗וֹם
(yom)
dag
לַחֹ֤דֶשׁ
(lachodesh)
van de maand
הַשְּׁבִיעִי֙
(hashevii)
de zevende
הַזֶּ֔ה
(haze)
deze
חַ֧ג
(chag)
feest van
הַסֻּכּ֛וֹת
(hasukot)
de hutten
שִׁבְעַ֥ת
(shivat)
zeven
יָמִ֖ים
(yamim)
dagen
לַיהֹוָֽה
(laYahweh)
voor Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

חַג הַסֻּכּוֹת (chag hassukkot), ‘feest van de hutten’: dit is het feest dat Exodus ‘het feest van de inzameling’ noemt (Exod. 23:16 en 34:22).

סֻכָּה (sukkah) is een hut van takken.

Aanvullend

Jubileeën 16:29–31 bevestigt dit.

35Op de eerste dag is er een heilige samenkomst. Geen enkel gewoon werk mogen jullie doen.
בַּיּ֥וֹם
(bayom)
op de dag
הָרִאשׁ֖וֹן
(harishon)
de eerste
מִקְרָא
(miqra)
samenkomst
קֹ֑דֶשׁ
(qodesh)
heiligheid
כָּל
(kal)
elk
מְלֶ֥אכֶת
(melekhet)
werk van
עֲבֹדָ֖ה
(avoda)
arbeid
לֹ֥א
(lo)
niet
תַעֲשֽׂוּ
(taasu)
jullie zullen doen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
36Zeven dagen lang moeten jullie een vuuroffer voor Yahweh brengen. Op de achtste dag is er voor jullie een heilige samenkomst, en jullie moeten een vuuroffer voor Yahweh brengen. Het is een slotsamenkomst. Geen enkel gewoon werk mogen jullie doen.
שִׁבְעַ֣ת
(shivat)
zeven
יָמִ֔ים
(yamim)
dagen
תַּקְרִ֥יבוּ
(taqrivu)
jullie zullen brengen
אִשֶּׁ֖ה
(ishe)
een vuuroffer
לַיהוָ֑ה
(laYahweh)
voor Yahweh
בַּיּ֣וֹם
(bayom)
op de dag
הַשְּׁמִינִ֡י
(hashemini)
de achtste
מִקְרָא
(miqra)
samenkomst
קֹדֶשׁ֩
(qodesh)
heiligheid
יִהְיֶ֨ה
(yihye)
zal zijn
לָכֶ֜ם
(lakhem)
voor jullie
וְהִקְרַבְתֶּ֨ם
(vehiqravtem)
en jullie zullen brengen
אִשֶּׁ֤ה
(ishe)
een vuuroffer
לַֽיהוָה֙
(laYahweh)
voor Yahweh
עֲצֶ֣רֶת
(atseret)
slotsamenkomst
הִ֔וא
(hi)
het is
כָּל
(kal)
elk
מְלֶ֥אכֶת
(melekhet)
werk van
עֲבֹדָ֖ה
(avoda)
arbeid
לֹ֥א
(lo)
niet
תַעֲשֽׂוּ
(taasu)
jullie zullen doen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

עֲצֶרֶת (atseret), ‘slotsamenkomst’: een afsluitende, plechtige bijeenkomst; zie ook Num. 29:35.

Wat bij de feesten hoort

37Dit zijn de vastgestelde tijden van Yahweh, die jullie als heilige samenkomsten moeten uitroepen, om een vuuroffer voor Yahweh te brengen. Een brandoffer, een graanoffer, een slachtoffer en plengoffers, ieder voor zijn eigen dag.
אֵ֚לֶּה
(ele)
dit zijn
מוֹעֲדֵ֣י
(moadei)
de vastgestelde tijden van
יְהוָ֔ה
(Yahweh)
Yahweh
אֲשֶׁר
(asher)
die
תִּקְרְא֥וּ
(tiqreu)
jullie zullen uitroepen
אֹתָ֖ם
(otam)
ze
מִקְרָאֵ֣י
(miqraei)
samenkomsten van
קֹ֑דֶשׁ
(qodesh)
heiligheid
לְהַקְרִ֨יב
(lehaqriv)
om te brengen
אִשֶּׁ֜ה
(ishe)
een vuuroffer
לַיהוָ֗ה
(laYahweh)
voor Yahweh
עֹלָ֧ה
(ola)
brandoffer
וּמִנְחָ֛ה
(umincha)
en graanoffer
זֶ֥בַח
(zevach)
slachtoffer
וּנְסָכִ֖ים
(unesakhim)
en plengoffers
דְּבַר
(devar)
de zaak van
י֥וֹם
(yom)
de dag
בְּיוֹמֽוֹ
(beyomo)
op zijn dag
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Voor de offers die op elke feestdag horen, zie Num. 28 en 29.

38Dat komt naast de sabbatten van Yahweh, naast jullie gaven, naast al jullie geloften en naast al jullie vrijwillige gaven die jullie aan Yahweh geven.
מִלְּבַ֖ד
(milevad)
afgezien van
שַׁבְּתֹ֣ת
(shabetot)
de sabbatten van
יְּהוָ֑ה
(Yahweh)
Yahweh
וּמִלְּבַ֣ד
(umilevad)
en afgezien van
מַתְּנֽוֹתֵיכֶ֗ם
(matenoteikhem)
jullie gaven
וּמִלְּבַ֤ד
(umilevad)
en afgezien van
כָּל
(kal)
al
נִדְרֵיכֶם֙
(nidreikhem)
jullie geloften
וּמִלְּבַד֙
(umilevad)
en afgezien van
כָּל
(kal)
al
נִדְב֣וֹתֵיכֶ֔ם
(nidvoteikhem)
jullie vrijwillige gaven
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
die
תִּתְּנ֖וּ
(titenu)
jullie geven
לַיהוָֽה
(laYahweh)
aan Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
39Maar op de vijftiende dag van de zevende maand, wanneer jullie de opbrengst van het land inzamelen, moeten jullie zeven dagen lang het feest van Yahweh vieren. Op de eerste dag is er een dag van volledige rust, en op de achtste dag ook.
אַ֡ךְ
(akh)
maar
בַּחֲמִשָּׁה֩
(bachamisha)
op vijf
עָשָׂ֨ר
(asar)
en tien
י֜וֹם
(yom)
dag
לַחֹ֣דֶשׁ
(lachodesh)
van de maand
הַשְּׁבִיעִ֗י
(hashevii)
de zevende
בְּאָסְפְּכֶם֙
(beaspekhem)
bij jullie inzamelen
אֶת
(et)
(obj.)
תְּבוּאַ֣ת
(tevuat)
de opbrengst van
הָאָ֔רֶץ
(haarets)
het land
תָּחֹ֥גּוּ
(tachogu)
jullie zullen vieren
אֶת
(et)
(obj.)
חַג
(chag)
het feest van
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
שִׁבְעַ֣ת
(shivat)
zeven
יָמִ֑ים
(yamim)
dagen
בַּיּ֤וֹם
(bayom)
op de dag
הָֽרִאשׁוֹן֙
(harishon)
de eerste
שַׁבָּת֔וֹן
(shabaton)
volledige rust
וּבַיּ֥וֹם
(uvayom)
en op de dag
הַשְּׁמִינִ֖י
(hashemini)
de achtste
שַׁבָּתֽוֹן
(shabaton)
volledige rust
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
40Op de eerste dag moeten jullie nemen: de vrucht van prachtige bomen, palmtakken, een tak van een boom met dicht loof en wilgen van de beek. Dan moeten jullie je zeven dagen lang verheugen voor het aangezicht van Yahweh, jullie Elohim.
וּלְקַחְתֶּ֨ם
(uleqachtem)
en jullie zullen nemen
לָכֶ֜ם
(lakhem)
voor jullie
בַּיּ֣וֹם
(bayom)
op de dag
הָרִאשׁ֗וֹן
(harishon)
de eerste
פְּרִ֨י
(peri)
vrucht van
עֵ֤ץ
(ets)
boom van
הָדָר֙
(hadar)
pracht
כַּפֹּ֣ת
(kapot)
takken van
תְּמָרִ֔ים
(temarim)
palmen
וַעֲנַ֥ף
(vaanaf)
en tak van
עֵץ
(ets)
boom van
עָבֹ֖ת
(avot)
dicht loof
וְעַרְבֵי
(vearvei)
en wilgen van
נָ֑חַל
(nachal)
de beek
וּשְׂמַחְתֶּ֗ם
(usemachtem)
en jullie zullen je verheugen
לִפְנֵ֛י
(lifnei)
voor het aangezicht van
יְהוָ֥ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֵיכֶ֖ם
(eloheikhem)
jullie Elohim
שִׁבְעַ֥ת
(shivat)
zeven
יָמִֽים
(yamim)
dagen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

פְּרִי עֵץ הָדָר (peri etz hadar), ‘vrucht van prachtige bomen’; כַּפֹּת תְּמָרִים (kappot temarim), ‘palmtakken’; עֲנַף עֵץ עָבֹת (anaf etz avot), ‘tak van een boom met dicht loof’; עַרְבֵי נָחַל (arvei nachal), ‘wilgen van de beek’.

Welke bomen precies bedoeld zijn, zegt de tekst niet.

41Jullie moeten het als feest voor Yahweh vieren, zeven dagen per jaar. Het is een eeuwig voorschrift voor jullie generaties: in de zevende maand moeten jullie het vieren.
וְחַגֹּתֶ֤ם
(vechagotem)
en jullie zullen vieren
אֹתוֹ֙
(oto)
het
חַ֣ג
(chag)
feest
לַֽיהוָ֔ה
(laYahweh)
voor Yahweh
שִׁבְעַ֥ת
(shivat)
zeven
יָמִ֖ים
(yamim)
dagen
בַּשָּׁנָ֑ה
(bashana)
in het jaar
חֻקַּ֤ת
(chuqat)
een voorschrift van
עוֹלָם֙
(olam)
eeuwigheid
לְדֹרֹ֣תֵיכֶ֔ם
(ledoroteikhem)
voor jullie generaties
בַּחֹ֥דֶשׁ
(bachodesh)
in de maand
הַשְּׁבִיעִ֖י
(hashevii)
de zevende
תָּחֹ֥גּוּ
(tachogu)
jullie zullen vieren
אֹתֽוֹ
(oto)
het
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
42In hutten moeten jullie zeven dagen wonen. Ieder inheemse in Israël moet in hutten wonen,
בַּסֻּכֹּ֥ת
(basukot)
in de hutten
תֵּשְׁב֖וּ
(teshevu)
jullie zullen wonen
שִׁבְעַ֣ת
(shivat)
zeven
יָמִ֑ים
(yamim)
dagen
כָּל
(kal)
elke
הָֽאֶזְרָח֙
(haezrach)
inheemse
בְּיִשְׂרָאֵ֔ל
(beyisrael)
in Israël
יֵשְׁב֖וּ
(yeshevu)
zullen wonen
בַּסֻּכֹּֽת
(basukot)
in de hutten
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אֶזְרָח (ezrach), ‘inheemse’: iemand die in het land is geboren; zie Exod. 12:19.

43zodat jullie generaties weten dat Ik de zonen van Israël in hutten liet wonen toen Ik hen uit het land Egypte leidde. Ik ben Yahweh, jullie Elohim.”
לְמַעַן֮
(lemaan)
opdat
יֵדְע֣וּ
(yedeu)
zij weten
דֹרֹֽתֵיכֶם֒
(doroteikhem)
jullie generaties
כִּ֣י
(ki)
dat
בַסֻּכּ֗וֹת
(basukot)
in hutten
הוֹשַׁ֨בְתִּי֙
(hoshavti)
Ik liet wonen
אֶת
(et)
(obj.)
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
יִשְׂרָאֵ֔ל
(yisrael)
Israël
בְּהוֹצִיאִ֥י
(behotsii)
bij Mijn uitleiden
אוֹתָ֖ם
(otam)
hen
מֵאֶ֣רֶץ
(meerets)
uit het land van
מִצְרָ֑יִם
(mitsrayim)
Egypte
אֲנִ֖י
(ani)
Ik
יְהוָ֥ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֵיכֶֽם
(eloheikhem)
jullie Elohim
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.

Uitleg

Dat Yahweh Israël in hutten liet wonen, gaat over de tocht door de woestijn na de uittocht uit Egypte.

44Mozes maakte de vastgestelde tijden van Yahweh aan de zonen van Israël bekend.
וַיְדַבֵּ֣ר
(vaydaber)
en sprak
מֹשֶׁ֔ה
(moshe)
Mozes
אֶת
(et)
(obj.)
מֹעֲדֵ֖י
(moadei)
de vastgestelde tijden van
יְהוָ֑ה
(Yahweh)
Yahweh
אֶל
(el)
tot
בְּנֵ֖י
(benei)
de zonen van
יִשְׂרָאֵֽל
(yisrael)
Israël
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)