Zoek wat boven is, leg de oude mens af en kleed je in liefde; regels voor het huisgezin
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Zoek wat boven is
1Als jullie dan met de Messias opgewekt zijn, zoek de dingen die boven zijn, waar de Messias is, zittend aan de rechterhand van Elohim.
Εἰ
(Ei)
Als
οὖν
(oun)
dan
συνηγέρθητε
(synegerthete)
samen opgewekt zijn met
τῷ
(to)
de
Χριστῷ
(Christo)
Messias
τὰ
(ta)
de dingen
ἄνω
(ano)
boven
ζητεῖτε
(zeteite)
zoekt
οὗ
(hou)
waar
ὁ
(ho)
de
Χριστός
(Christos)
Messias
ἐστιν
(estin)
is
ἐν
(en)
aan
δεξιᾷ
(dexia)
rechterhand
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
καθήμενος
(kathemenos)
zittend
Bron: SBLGNT
Uitleg
συνεγείρω (synegeiro), ‘samen opgewekt worden’: opgewekt met de Messias, zoals in 2:12.
‘Boven’ (ἄνω, ano) staat tegenover ‘op de aarde’ in vers 2.
De rechterhand van Elohim is de plaats van gezag; zie Ps. 110:1.
5Doe dan de delen van jullie lichaam die op de aarde zijn afsterven: ontucht, onreinheid, hartstocht, kwade begeerte en de hebzucht, die afgoderij is.
Νεκρώσατε
(Nekrosate)
doet afsterven
οὖν
(oun)
dan
τὰ
(ta)
de
μέλη
(mele)
delen
τὰ
(ta)
die
ἐπὶ
(epi)
op
τῆς
(tes)
de
γῆς
(ges)
aarde
πορνείαν
(porneian)
ontucht
ἀκαθαρσίαν
(akatharsian)
onreinheid
πάθος
(pathos)
hartstocht
ἐπιθυμίαν
(epithymian)
begeerte
κακήν
(kaken)
kwade
καὶ
(kai)
en
τὴν
(ten)
de
πλεονεξίαν
(pleonexian)
hebzucht
ἥτις
(hetis)
die
ἐστὶν
(estin)
is
εἰδωλολατρία
(eidololatria)
afgoderij
Bron: SBLGNT
Uitleg
νεκρόω (nekroo), ‘doden, laten afsterven’.
‘De delen van jullie lichaam’ (μέλη, mele, ‘leden’) wordt gevolgd door een rij van zonden. πορνεία (porneia), ‘ontucht’: seksuele onreinheid. πλεονεξία (pleonexia), ‘hebzucht’: letterlijk ‘meer willen hebben’.
Hebzucht wordt hier ‘afgoderij’ (εἰδωλολατρία, eidololatria) genoemd.
6Om die dingen komt de toorn van Elohim over de zonen van de ongehoorzaamheid.
δι’
(di’)
vanwege
ἃ
(ha)
welke dingen
ἔρχεται
(erchetai)
komt
ἡ
(he)
de
ὀργὴ
(orge)
toorn
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
ἐπὶ
(epi)
over
τοὺς
(tous)
de
υἱοὺς
(huious)
zonen
τῆς
(tes)
van de
ἀπειθείας
(apeitheias)
ongehoorzaamheid
Bron: SBLGNT
Uitleg
ὀργή (orge), ‘toorn’.
‘Zonen van de ongehoorzaamheid’ is een Hebreeuws gekleurde uitdrukking voor mensen die door ongehoorzaamheid getekend zijn.
7Daarin hebben ook jullie eens gewandeld, toen jullie in die dingen leefden.
ἐν
(en)
in
οἷς
(hois)
welke
καὶ
(kai)
ook
ὑμεῖς
(hymeis)
jullie
περιεπατήσατέ
(periepatesate)
hebben gewandeld
ποτε
(pote)
eens
ὅτε
(hote)
toen
ἐζῆτε
(ezete)
leefden
ἐν
(en)
in
τούτοις
(toutois)
deze dingen
Bron: SBLGNT
Uitleg
περιπατέω (peripateo), ‘wandelen’: de manier van leven.
‘Eens’ wijst terug naar de tijd vóór het geloof.
8Maar nu moeten ook jullie dit alles afleggen: toorn, woede, slechtheid, lastering en schunnige taal uit jullie mond.
νυνὶ
(nyni)
nu
δὲ
(de)
maar
ἀπόθεσθε
(apothesthe)
legt af
καὶ
(kai)
ook
ὑμεῖς
(hymeis)
jullie
τὰ
(ta)
het
πάντα
(panta)
alles
ὀργήν
(orgen)
toorn
θυμόν
(thymon)
woede
κακίαν
(kakian)
slechtheid
βλασφημίαν
(blasphemian)
lastering
αἰσχρολογίαν
(aischrologian)
schunnige taal
ἐκ
(ek)
uit
τοῦ
(tou)
de
στόματος
(stomatos)
mond
ὑμῶν
(hymon)
jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg
ὀργή (orge), ‘toorn’, en θυμός (thymos), ‘woede’: de eerste is een blijvende toornige gezindheid, de tweede een uitbarsting. αἰσχρολογία (aischrologia), ‘schunnige taal’: ook ‘vuile praat’. ἀποτίθημι (apotithemi), ‘afleggen’: als een kledingstuk.
9Lieg niet tegen elkaar, nu jullie de oude mens met zijn daden hebben uitgetrokken
μὴ
(me)
niet
ψεύδεσθε
(pseudesthe)
liegt
εἰς
(eis)
tegen
ἀλλήλους
(allelous)
elkaar
ἀπεκδυσάμενοι
(apekdysamenoi)
uitgetrokken hebbend
τὸν
(ton)
de
παλαιὸν
(palaion)
oude
ἄνθρωπον
(anthropon)
mens
σὺν
(syn)
met
ταῖς
(tais)
de
πράξεσιν
(praxesin)
daden
αὐτοῦ
(autou)
zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg
ἀπεκδύομαι (apekdyomai), ‘uittrekken’: hetzelfde werkwoord als in 2:11 en 2:15.
‘De oude mens’ is de mens zoals hij was voordat hij met de Messias verbonden werd.
10en de nieuwe hebben aangetrokken, die vernieuwd wordt tot volle kennis, naar het beeld van Hem die hem geschapen heeft.
καὶ
(kai)
en
ἐνδυσάμενοι
(endysamenoi)
aangetrokken hebbend
τὸν
(ton)
de
νέον
(neon)
nieuwe
τὸν
(ton)
die
ἀνακαινούμενον
(anakainoumenon)
vernieuwd wordt
εἰς
(eis)
tot
ἐπίγνωσιν
(epignosin)
volle kennis
κατ’
(kat’)
naar
εἰκόνα
(eikona)
beeld
τοῦ
(tou)
van de
κτίσαντος
(ktisantos)
die geschapen heeft
αὐτόν
(auton)
hem
Bron: SBLGNT
Uitleg
ἀνακαινόω (anakainoo), ‘vernieuwen’; de tegenwoordige tijd (‘wordt vernieuwd’) wijst op een voortgaand proces. ἐπίγνωσις (epignosis), ‘volle kennis’: zie 1:9.
‘Naar het beeld van Hem die hem geschapen heeft’ klinkt als Gen. 1:27; zie ook Kol. 1:15.
11Daar is geen Griek en Jood, besnijdenis en onbesnedenheid, barbaar, Skyth, knecht, vrije, maar de Messias is alles en in allen.
ὅπου
(hopou)
waar
οὐκ
(ouk)
niet
ἔνι
(eni)
is
Ἕλλην
(Hellen)
Griek
καὶ
(kai)
en
Ἰουδαῖος
(Ioudaios)
Jood
περιτομὴ
(peritome)
besnijdenis
καὶ
(kai)
en
ἀκροβυστία
(akrobystia)
onbesnedenheid
βάρβαρος
(barbaros)
barbaar
Σκύθης
(Skythes)
Skyth
δοῦλος
(doulos)
knecht
ἐλεύθερος
(eleutheros)
vrije
ἀλλὰ
(alla)
maar
τὰ
(ta)
het
πάντα
(panta)
alles
καὶ
(kai)
en
ἐν
(en)
in
πᾶσιν
(pasin)
allen
Χριστός
(Christos)
Messias
Bron: SBLGNT
Uitleg
De rij ‘Griek en Jood, besnijdenis en onbesnedenheid’ doorbreekt de scheidslijnen tussen volken en standen. βάρβαρος (barbaros), ‘barbaar’: wie geen Grieks sprak. Σκύθης (Skythes), ‘Skyth’: de Skythen golden bij de Grieken als de ruwste volken. δοῦλος (doulos), ‘knecht’: zie Gal. 3:28.
12Kleed jullie dan, als uitverkorenen van Elohim, heiligen en geliefden, in diepe genegenheid van erbarmen, vriendelijkheid, nederigheid, zachtmoedigheid en geduld,
Ἐνδύσασθε
(Endysasthe)
kleedt
οὖν
(oun)
dan
ὡς
(hos)
als
ἐκλεκτοὶ
(eklektoi)
uitverkorenen
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
ἅγιοι
(hagioi)
heiligen
καὶ
(kai)
en
ἠγαπημένοι
(egapemenoi)
geliefden
σπλάγχνα
(splanchna)
diepe genegenheid
οἰκτιρμοῦ
(oiktirmou)
van erbarmen
χρηστότητα
(chrestoteta)
vriendelijkheid
ταπεινοφροσύνην
(tapeinophrosynen)
nederigheid
πραΰτητα
(prauteta)
zachtmoedigheid
μακροθυμίαν
(makrothymian)
geduld
Bron: SBLGNT
Uitleg
σπλάγχνα (splanchna), ‘diepe genegenheid’: letterlijk ‘ingewanden’, in het Grieks de zetel van gevoel; zoals in Filip. 1:8 en 2:1. οἰκτιρμός (oiktirmos), ‘erbarmen’. ταπεινοφροσύνη (tapeinofrosyne), ‘nederigheid’. πραΰτης (prauteis), ‘zachtmoedigheid’. μακροθυμία (makrothymia), ‘geduld’.
13terwijl jullie elkaar verdragen en elkaar vergeven, als iemand een grief heeft tegen een ander. Zoals ook de Heer jullie vergeven heeft, zo ook jullie.
14Maar boven dit alles de liefde, die de band van de volmaaktheid is.
ἐπὶ
(epi)
boven
πᾶσιν
(pasin)
alles
δὲ
(de)
maar
τούτοις
(toutois)
deze dingen
τὴν
(ten)
de
ἀγάπην
(agapen)
liefde
ὅ
(ho)
die
ἐστιν
(estin)
is
σύνδεσμος
(syndesmos)
band van
τῆς
(tes)
de
τελειότητος
(teleiotetos)
volmaaktheid
Bron: SBLGNT
Uitleg
Het Grieks heeft geen werkwoord: ‘boven dit alles de liefde’.
Dat wil zeggen: kleed jullie bovenal in de liefde. σύνδεσμος (syndesmos), ‘band’: wat samenbindt. τελειότης (teleiotes), ‘volmaaktheid’: ook ‘volledigheid’.
15En laat de vrede van de Messias de scheidsrechter zijn in jullie harten, waartoe jullie ook geroepen zijn in één lichaam. En wees dankbaar.
καὶ
(kai)
en
ἡ
(he)
de
εἰρήνη
(eirene)
vrede
τοῦ
(tou)
van de
Χριστοῦ
(Christou)
Messias
βραβευέτω
(brabeueto)
laat scheidsrechter zijn
ἐν
(en)
in
ταῖς
(tais)
de
καρδίαις
(kardiais)
harten
ὑμῶν
(hymon)
jullie
εἰς
(eis)
tot
ἣν
(hen)
welke
καὶ
(kai)
ook
ἐκλήθητε
(eklethete)
zijn geroepen
ἐν
(en)
in
ἑνὶ
(heni)
één
σώματι
(somati)
lichaam
καὶ
(kai)
en
εὐχάριστοι
(eucharistoi)
dankbaar
γίνεσθε
(ginesthe)
wees
Bron: SBLGNT
Uitleg
βραβεύω (brabeuo), ‘scheidsrechter zijn, beslissen’: de vrede beslist wat er in het hart de doorslag geeft.
16Laat het woord van de Messias rijkelijk in jullie wonen, terwijl jullie in alle wijsheid elkaar onderwijzen en vermanen, met psalmen, lofzangen en geestelijke liederen. In dankbaarheid zingen jullie in jullie harten voor Elohim.
ὁ
(ho)
het
λόγος
(logos)
woord
τοῦ
(tou)
van de
Χριστοῦ
(Christou)
Messias
ἐνοικείτω
(enoikeito)
laat wonen
ἐν
(en)
in
ὑμῖν
(hymin)
jullie
πλουσίως
(plousios)
rijkelijk
ἐν
(en)
in
πάσῃ
(pase)
alle
σοφίᾳ
(sophia)
wijsheid
διδάσκοντες
(didaskontes)
onderwijzend
καὶ
(kai)
en
νουθετοῦντες
(nouthetountes)
vermanend
ἑαυτοὺς
(heautous)
elkaar
ψαλμοῖς
(psalmois)
psalmen
ὕμνοις
(hymnois)
lofzangen
ᾠδαῖς
(odais)
liederen
πνευματικαῖς
(pneumatikais)
geestelijke
ἐν
(en)
in
χάριτι
(chariti)
dankbaarheid
ᾄδοντες
(adontes)
zingend
ἐν
(en)
in
ταῖς
(tais)
de
καρδίαις
(kardiais)
harten
ὑμῶν
(hymon)
jullie
τῷ
(to)
voor de
θεῷ
(theo)
Elohim
Bron: SBLGNT
Uitleg
ψαλμοί, ὕμνοι, ᾠδαί πνευματικαί (psalmoi, hymnoi, odai pneumatikai): ‘psalmen, lofzangen, geestelijke liederen’. χάρις (charis), ‘genade, dank’: het kan ‘met dankbaarheid’ of ‘door de genade’ betekenen.
Wij kiezen ‘in dankbaarheid’; de Griekse zin zelf geeft beide ruimte. νουθετέω (noutheteo), ‘vermanen’: terechtwijzen met woorden; zoals in 1:28.
23Wat jullie ook doen, werk daaraan van harte, als voor de Heer en niet voor mensen,
ὃ
(ho)
wat
ἐὰν
(ean)
ook
ποιῆτε
(poiete)
jullie doen
ἐκ
(ek)
uit
ψυχῆς
(psyches)
ziel
ἐργάζεσθε
(ergazesthe)
werkt
ὡς
(hos)
als
τῷ
(to)
voor de
κυρίῳ
(kyrio)
Heer
καὶ
(kai)
en
οὐκ
(ouk)
niet
ἀνθρώποις
(anthropois)
voor mensen
Bron: SBLGNT
Uitleg
ἐκ ψυχῆς (ek psyches), letterlijk ‘uit de ziel’: met heel je wezen, van harte.
24want jullie weten dat jullie van de Heer de beloning van de erfenis zullen ontvangen. Dien de Heer, de Messias.
εἰδότες
(eidotes)
wetend
ὅτι
(hoti)
dat
ἀπὸ
(apo)
van
κυρίου
(kyriou)
Heer
ἀπολήμψεσθε
(apolempsesthe)
jullie zullen ontvangen
τὴν
(ten)
de
ἀνταπόδοσιν
(antapodosin)
beloning
τῆς
(tes)
van de
κληρονομίας
(kleronomias)
erfenis
τῷ
(to)
de
κυρίῳ
(kyrio)
Heer
Χριστῷ
(Christo)
Messias
δουλεύετε
(douleuete)
dient
Bron: SBLGNT
Uitleg
κληρονομία (kleronomia), ‘erfenis’; de erfenis is de beloning die de Heer geeft. δουλεύετε (douleuete) kan een gebod (‘dien’) of een vaststelling (‘jullie dienen’) zijn; wij lezen een gebod.
25Want wie onrecht doet, zal ontvangen wat hij onrecht gedaan heeft, en er is geen voortrekken van personen.
ὁ
(ho)
de
γὰρ
(gar)
want
ἀδικῶν
(adikon)
onrecht doende
κομίσεται
(komisetai)
zal ontvangen
ὃ
(ho)
wat
ἠδίκησεν
(edikesen)
hij onrecht deed
καὶ
(kai)
en
οὐκ
(ouk)
niet
ἔστιν
(estin)
is
προσωπολημψία
(prosopolempsia)
voortrekken van personen
Bron: SBLGNT
Uitleg
προσωπολημψία (prosopolempsia), ‘het voortrekken van personen’: letterlijk ‘het gezicht opheffen’.
Bij Elohim is er geen aanzien des persoons; zie ook Deut. 10:17.