Elohim Bijbel

Jozua 23

123456789101112131415161718192021222324

Jozua’s afscheidsrede aan de leiders van Israël

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Jozua roept de leiders van Israël

1Het was na vele dagen, nadat Yahweh Israël rust had gegeven van al hun vijanden rondom. Jozua was oud en op leeftijd gekomen.
וַֽיְהִי֙
(vayhi)
en het was
מִיָּמִ֣ים
(miyamim)
van dagen
רַבִּ֔ים
(rabim)
vele
אַ֠חֲרֵי
(acharei)
na
אֲשֶׁר
(asher)
dat
הֵנִ֨יחַ
(heniach)
rust gaf
יְהוָ֧ה
(Yahweh)
Yahweh
לְיִשְׂרָאֵ֛ל
(leyisrael)
aan Israël
מִכָּל
(mikal)
van al
אֹיְבֵיהֶ֖ם
(oyeveihem)
hun vijanden
מִסָּבִ֑יב
(misaviv)
rondom
וִיהוֹשֻׁ֣עַ
(vihoshua)
en Jozua
זָקֵ֔ן
(zaqen)
oud
בָּ֖א
(ba)
was gekomen
בַּיָּמִֽים
(bayamim)
in dagen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Dezelfde woorden voor Jozua’s leeftijd staan in Joz. 13:1.

Voor de rust: Joz. 21:44.

2Jozua riep heel Israël: zijn oudsten, zijn hoofden, zijn rechters en zijn opzichters. Hij zei tegen hen: „Ik ben oud geworden. Ik ben op leeftijd gekomen.
וַיִּקְרָ֤א
(vayiqra)
en hij riep
יְהוֹשֻׁ֨עַ֙
(yehoshua)
Jozua
לְכָל
(lekhal)
heel
יִשְׂרָאֵ֔ל
(yisrael)
Israël
לִזְקֵנָיו֙
(lizqenav)
zijn oudsten
וּלְרָאשָׁ֔יו
(ulerashav)
en zijn hoofden
וּלְשֹׁפְטָ֖יו
(uleshofetav)
en zijn rechters
וּלְשֹֽׁטְרָ֑יו
(uleshoterav)
en zijn opzichters
וַיֹּ֣אמֶר
(vayomer)
en hij zei
אֲלֵהֶ֔ם
(alehem)
tot hen
אֲנִ֣י
(ani)
ik
זָקַ֔נְתִּי
(zaqanti)
ben oud geworden
בָּ֖אתִי
(bati)
ik ben gekomen
בַּיָּמִֽים
(bayamim)
in dagen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De oudsten, hoofden, rechters en opzichters zijn de leiders die Mozes aanstelde (Deut. 1:15–16).

Dezelfde vier groepen staan in Joz. 24:1.

Aanvullend

Jasher 90:33–35 bevestigt Jozua’s afscheidsrede.

Yahweh heeft voor jullie gestreden

3Jullie hebben zelf gezien wat Yahweh, jullie Elohim, met al deze volken heeft gedaan vanwege jullie. Want Yahweh, jullie Elohim, is Hij die voor jullie strijdt.
וְאַתֶּ֣ם
(veatem)
en jullie
רְאִיתֶ֗ם
(reitem)
hebben gezien
אֵת֩
(et)
(obj.)
כָּל
(kal)
alles
אֲשֶׁ֨ר
(asher)
wat
עָשָׂ֜ה
(asa)
heeft gedaan
יְהוָ֧ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֵיכֶ֛ם
(eloheikhem)
jullie Elohim
לְכָל
(lekhal)
aan al
הַגּוֹיִ֥ם
(hagoyim)
de volken
הָאֵ֖לֶּה
(haele)
deze
מִפְּנֵיכֶ֑ם
(mipeneikhem)
vanwege jullie
כִּ֚י
(ki)
want
יְהוָ֣ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֵיכֶ֔ם
(eloheikhem)
jullie Elohim
ה֖וּא
(hu)
Hij
הַנִּלְחָ֥ם
(hanilcham)
die strijdt
לָכֶֽם
(lakhem)
voor jullie
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
4Zie, ik heb deze overgebleven volken door het lot aan jullie toegewezen als erfdeel voor jullie stammen, vanaf de Jordaan. Dat geldt ook voor alle volken die ik heb uitgeroeid, tot aan de Grote Zee in het westen.
רְאוּ֩
(reu)
zie
הִפַּ֨לְתִּי
(hipalti)
ik heb laten vallen
לָכֶ֜ם
(lakhem)
voor jullie
אֶֽת
(et)
(obj.)
הַ֠גּוֹיִם
(hagoyim)
de volken
הַנִּשְׁאָרִ֥ים
(hanisharim)
die overbleven
הָאֵ֛לֶּה
(haele)
deze
בְּנַחֲלָ֖ה
(benachala)
als erfdeel
לְשִׁבְטֵיכֶ֑ם
(leshivteikhem)
voor jullie stammen
מִן
(min)
vanaf
הַיַּרְדֵּ֗ן
(hayarden)
de Jordaan
וְכָל
(vekhal)
en alle
הַגּוֹיִם֙
(hagoyim)
de volken
אֲשֶׁ֣ר
(asher)
die
הִכְרַ֔תִּי
(hikhrati)
ik heb uitgeroeid
וְהַיָּ֥ם
(vehayam)
en de zee
הַגָּד֖וֹל
(hagadol)
de grote
מְב֥וֹא
(mevo)
richting de ondergang van
הַשָּֽׁמֶשׁ
(hashamesh)
de zon
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

De Grote Zee is de Middellandse Zee.

Ze is de westgrens van het land (Num. 34:6).

Zie Jordaan: De Jordaan stroomt van het Hermongebergte door het meer van Galilea naar de Dode Zee.

Uitleg

הִפַּלְתִּי (hippalti), ‘ik heb laten vallen’: het lot ‘laten vallen’ is het lot werpen.

Jozua verdeelde het land door het lot (Joz. 13:6; 18:10).

Wij vertalen ‘door het lot toegewezen’.

5Yahweh, jullie Elohim, zelf zal hen voor jullie uit wegduwen. Hij zal hen voor jullie verdrijven. Dan nemen jullie hun land in bezit, zoals Yahweh, jullie Elohim, tot jullie heeft gesproken.
וַיהוָ֣ה
(vaYahweh)
en Yahweh
אֱלֹֽהֵיכֶ֗ם
(eloheikhem)
jullie Elohim
ה֚וּא
(hu)
Hij
יֶהְדֳּפֵ֣ם
(yehdofem)
zal hen wegduwen
מִפְּנֵיכֶ֔ם
(mipeneikhem)
voor jullie uit
וְהוֹרִ֥ישׁ
(vehorish)
en zal verdrijven
אֹתָ֖ם
(otam)
hen
מִלִּפְנֵיכֶ֑ם
(milifneikhem)
van voor jullie
וִֽירִשְׁתֶּם֙
(virishtem)
en jullie zullen in bezit nemen
אֶת
(et)
(obj.)
אַרְצָ֔ם
(artsam)
hun land
כַּאֲשֶׁ֥ר
(kaasher)
zoals
דִּבֶּ֛ר
(diber)
heeft gesproken
יְהוָ֥ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֵיכֶ֖ם
(eloheikhem)
jullie Elohim
לָכֶֽם
(lakhem)
tot jullie
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Blijf Yahweh trouw

6Wees dus zeer sterk. Onderhoud en doe alles wat geschreven staat in het boek van de wet van Mozes. Wijk er niet van af, naar rechts noch naar links.
וַחֲזַקְתֶּ֣ם
(vachazaqtem)
en wees sterk
מְאֹ֔ד
(meod)
zeer
לִשְׁמֹ֣ר
(lishmor)
om te onderhouden
וְלַעֲשׂ֔וֹת
(velaasot)
en om te doen
אֵ֚ת
(et)
(obj.)
כָּל
(kal)
alles
הַכָּת֔וּב
(hakatuv)
wat geschreven is
בְּסֵ֖פֶר
(besefer)
in het boek van
תּוֹרַ֣ת
(torat)
de wet van
מֹשֶׁ֑ה
(moshe)
Mozes
לְבִלְתִּ֥י
(levilti)
om niet
סוּר
(sur)
af te wijken
מִמֶּ֖נּוּ
(mimenu)
ervan
יָמִ֥ין
(yamin)
rechts
וּשְׂמֹֽאול
(usemovl)
en links
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Het ‘boek van de wet van Mozes’ is het geschreven onderricht dat Mozes aan Israël gaf (Deut. 31:24–26).

Zie ook Joz. 1:7–8.

7Meng je niet onder deze volken, die bij jullie zijn overgebleven. Noem de naam van hun goden niet. Laat niemand erbij zweren. Dien hen niet en buig je niet voor hen neer.
לְבִלְתִּי
(levilti)
om niet
בוֹא֙
(bo)
binnen te gaan
בַּגּוֹיִ֣ם
(bagoyim)
onder de volken
הָאֵ֔לֶּה
(haele)
deze
הַנִּשְׁאָרִ֥ים
(hanisharim)
die overbleven
הָאֵ֖לֶּה
(haele)
deze
אִתְּכֶ֑ם
(itekhem)
bij jullie
וּבְשֵׁ֨ם
(uveshem)
en bij de naam van
אֱלֹהֵיהֶ֤ם
(eloheihem)
hun goden
לֹא
(lo)
niet
תַזְכִּ֨ירוּ֙
(tazkiru)
zullen jullie noemen
וְלֹ֣א
(velo)
en niet
תַשְׁבִּ֔יעוּ
(tashbiu)
zullen jullie laten zweren
וְלֹ֣א
(velo)
en niet
תַעַבְד֔וּם
(taavdum)
zullen jullie hen dienen
וְלֹ֥א
(velo)
en niet
תִֽשְׁתַּחֲו֖וּ
(tishtachavu)
zullen jullie je neerbuigen
לָהֶֽם
(lahem)
voor hen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Het Hebreeuws zegt letterlijk ‘kom niet binnen onder deze volken’: ga er niet mee om, meng je er niet onder.

Zie ook Deut. 7:3–4; Exod. 23:13.

8Maar houd vast aan Yahweh, jullie Elohim, zoals jullie tot op deze dag hebben gedaan.
כִּ֛י
(ki)
maar
אִם
(im)
als niet
בַּיהוָ֥ה
(baYahweh)
aan Yahweh
אֱלֹהֵיכֶ֖ם
(eloheikhem)
jullie Elohim
תִּדְבָּ֑קוּ
(tidbaqu)
houd vast
כַּאֲשֶׁ֣ר
(kaasher)
zoals
עֲשִׂיתֶ֔ם
(asitem)
jullie hebben gedaan
עַ֖ד
(ad)
tot
הַיּ֥וֹם
(hayom)
de dag
הַזֶּֽה
(haze)
deze
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
9Yahweh heeft grote en machtige volken voor jullie uit verdreven. En wat jullie betreft: tot op deze dag heeft niemand stand gehouden tegen jullie.
וַיּ֤וֹרֶשׁ
(vayoresh)
en verdreef
יְהוָה֙
(Yahweh)
Yahweh
מִפְּנֵיכֶ֔ם
(mipeneikhem)
voor jullie uit
גּוֹיִ֖ם
(goyim)
volken
גְּדֹלִ֣ים
(gedolim)
groot
וַעֲצוּמִ֑ים
(vaatsumim)
en machtig
וְאַתֶּ֗ם
(veatem)
en jullie
לֹא
(lo)
niet
עָ֤מַד
(amad)
heeft gestaan
אִישׁ֙
(ish)
man
בִּפְנֵיכֶ֔ם
(bifneikhem)
voor jullie
עַ֖ד
(ad)
tot
הַיּ֥וֹם
(hayom)
de dag
הַזֶּֽה
(haze)
deze
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
10Eén man van jullie achtervolgt er duizend. Want Yahweh, jullie Elohim, is Hij die voor jullie strijdt, zoals Hij tot jullie heeft gesproken.
אִישׁ
(ish)
man
אֶחָ֥ד
(echad)
één
מִכֶּ֖ם
(mikem)
van jullie
יִרְדָּף
(yirdaf)
achtervolgt
אָ֑לֶף
(alef)
duizend
כִּ֣י
(ki)
want
יְהוָ֣ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֵיכֶ֗ם
(eloheikhem)
jullie Elohim
ה֚וּא
(hu)
Hij
הַנִּלְחָ֣ם
(hanilcham)
die strijdt
לָכֶ֔ם
(lakhem)
voor jullie
כַּאֲשֶׁ֖ר
(kaasher)
zoals
דִּבֶּ֥ר
(diber)
Hij heeft gesproken
לָכֶֽם
(lakhem)
tot jullie
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Zie Lev. 26:8 en Deut. 32:30.

Dat Yahweh voor Israël strijdt, staat ook in Deut. 3:22.

11Pas dus zeer goed op jezelf, zodat jullie Yahweh, jullie Elohim, liefhebben.
וְנִשְׁמַרְתֶּ֥ם
(venishmartem)
en pas op
מְאֹ֖ד
(meod)
zeer
לְנַפְשֹֽׁתֵיכֶ֑ם
(lenafshoteikhem)
voor jullie zielen
לְאַהֲבָ֖ה
(leahava)
om lief te hebben
אֶת
(et)
(obj.)
יְהוָ֥ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֵיכֶֽם
(eloheikhem)
jullie Elohim
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

De waarschuwing: omgang met de volken

12Maar stel dat jullie je werkelijk afkeren en vasthouden aan wat er nog over is van deze volken die bij jullie zijn overgebleven. Stel dat jullie huwelijken met hen sluiten en met hen omgaan en zij met jullie.
כִּ֣י
(ki)
maar
אִם
(im)
als
שׁ֣וֹב
(shov)
terugkeren
תָּשׁ֗וּבוּ
(tashuvu)
jullie keren terug
וּדְבַקְתֶּם֙
(udevaqtem)
en jullie houden vast
בְּיֶ֨תֶר֙
(beyeter)
aan de rest van
הַגּוֹיִ֣ם
(hagoyim)
de volken
הָאֵ֔לֶּה
(haele)
deze
הַנִּשְׁאָרִ֥ים
(hanisharim)
die overbleven
הָאֵ֖לֶּה
(haele)
deze
אִתְּכֶ֑ם
(itekhem)
bij jullie
וְהִֽתְחַתַּנְתֶּ֥ם
(vehitchatantem)
en jullie huwen
בָּהֶ֛ם
(bahem)
met hen
וּבָאתֶ֥ם
(uvatem)
en jullie gaan binnen
בָּהֶ֖ם
(bahem)
bij hen
וְהֵ֥ם
(vehem)
en zij
בָּכֶֽם
(bakhem)
bij jullie
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
13Dan moeten jullie zeker weten dat Yahweh, jullie Elohim, deze volken niet meer voor jullie uit zal verdrijven. Zij zullen voor jullie een valstrik worden, een strik, een zweep in jullie zij en doornen in jullie ogen. Zo gaat het door totdat jullie vergaan zijn van deze goede grond die Yahweh, jullie Elohim, jullie heeft gegeven.
יָד֨וֹעַ֙
(yadoa)
weten
תֵּֽדְע֔וּ
(tedeu)
jullie zullen weten
כִּי֩
(ki)
dat
לֹ֨א
(lo)
niet
יוֹסִ֜יף
(yosif)
zal voortgaan
יְהוָ֣ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֵיכֶ֗ם
(eloheikhem)
jullie Elohim
לְהוֹרִ֛ישׁ
(lehorish)
om te verdrijven
אֶת
(et)
(obj.)
הַגּוֹיִ֥ם
(hagoyim)
de volken
הָאֵ֖לֶּה
(haele)
deze
מִלִּפְנֵיכֶ֑ם
(milifneikhem)
voor jullie uit
וְהָי֨וּ
(vehayu)
en zij zullen zijn
לָכֶ֜ם
(lakhem)
voor jullie
לְפַ֣ח
(lefach)
tot een valstrik
וּלְמוֹקֵ֗שׁ
(ulemoqesh)
en tot een strik
וּלְשֹׁטֵ֤ט
(uleshotet)
en tot een zweep
בְּצִדֵּיכֶם֙
(betsideikhem)
aan jullie zijden
וְלִצְנִנִ֣ים
(velitsninim)
en tot doornen
בְּעֵינֵיכֶ֔ם
(beeineikhem)
in jullie ogen
עַד
(ad)
tot
אֲבָדְכֶ֗ם
(avadekhem)
jullie vergaan
מֵ֠עַל
(meal)
van op
הָאֲדָמָ֤ה
(haadama)
de grond
הַטּוֹבָה֙
(hatova)
goede
הַזֹּ֔את
(hazot)
deze
אֲשֶׁר֙
(asher)
die
נָתַ֣ן
(natan)
heeft gegeven
לָכֶ֔ם
(lakhem)
aan jullie
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֵיכֶֽם
(eloheikhem)
jullie Elohim
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

פַּח (pach) ‘valstrik’ en מוֹקֵשׁ (moqesh) ‘strik’ zijn beelden uit de jacht.

שֹׁטֵט (shotet) ‘zweep’ en צִנִּים (tsinnim) ‘doornen’ zijn beelden van pijn.

Vergelijk Num. 33:55; Deut. 7:16.

De weg van heel de aarde

14Zie, ik ga vandaag de weg van heel de aarde. Jullie weten met heel jullie hart en met heel jullie ziel dat er niet één woord is weggevallen. Het gaat om alle goede woorden die Yahweh, jullie Elohim, over jullie heeft gesproken. Alles is voor jullie uitgekomen. Er is er niet één van weggevallen.
וְהִנֵּ֨ה
(vehine)
en zie
אָנֹכִ֤י
(anokhi)
ik
הוֹלֵךְ֙
(holekh)
ga
הַיּ֔וֹם
(hayom)
vandaag
בְּדֶ֖רֶךְ
(bederekh)
op de weg van
כָּל
(kal)
heel
הָאָ֑רֶץ
(haarets)
de aarde
וִידַעְתֶּ֞ם
(vidatem)
en jullie zullen weten
בְּכָל
(bekhal)
met heel
לְבַבְכֶ֣ם
(levavkhem)
jullie hart
וּבְכָל
(uvekhal)
en met heel
נַפְשְׁכֶ֗ם
(nafshekhem)
jullie ziel
כִּ֣י
(ki)
dat
לֹֽא
(lo)
niet
נָפַל֩
(nafal)
is gevallen
דָּבָ֨ר
(davar)
woord
אֶחָ֜ד
(echad)
één
מִכֹּ֣ל
(mikol)
van alle
הַדְּבָרִ֣ים
(hadevarim)
de woorden
הַטּוֹבִ֗ים
(hatovim)
goede
אֲשֶׁ֨ר
(asher)
die
דִּבֶּ֜ר
(diber)
heeft gesproken
יְהוָ֤ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֵיכֶם֙
(eloheikhem)
jullie Elohim
עֲלֵיכֶ֔ם
(aleikhem)
over jullie
הַכֹּל֙
(hakol)
alles
בָּ֣אוּ
(bau)
is gekomen
לָכֶ֔ם
(lakhem)
voor jullie
לֹֽא
(lo)
niet
נָפַ֥ל
(nafal)
is gevallen
מִמֶּ֖נּוּ
(mimenu)
ervan
דָּבָ֥ר
(davar)
woord
אֶחָֽד
(echad)
één
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

‘De weg van heel de aarde gaan’ betekent sterven.

Zo zegt David het in 1 Kon. 2:2.

Voor het zinsdeel ‘niet één woord is weggevallen’: Joz. 21:45.

15Elk goed woord dat Yahweh, jullie Elohim, tot jullie heeft gesproken, is over jullie gekomen. Zo zal Yahweh ook al het kwade over jullie brengen. Dat duurt totdat Hij jullie verdelgt van deze goede grond die Yahweh, jullie Elohim, jullie heeft gegeven.
וְהָיָ֗ה
(vehaya)
en het zal zijn
כַּאֲשֶׁר
(kaasher)
zoals
בָּ֤א
(ba)
is gekomen
עֲלֵיכֶם֙
(aleikhem)
over jullie
כָּל
(kal)
elk
הַדָּבָ֣ר
(hadavar)
woord
הַטּ֔וֹב
(hatov)
het goede
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
dat
דִּבֶּ֛ר
(diber)
heeft gesproken
יְהוָ֥ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֵיכֶ֖ם
(eloheikhem)
jullie Elohim
אֲלֵיכֶ֑ם
(aleikhem)
tot jullie
כֵּן֩
(ken)
zo
יָבִ֨יא
(yavi)
zal brengen
יְהוָ֜ה
(Yahweh)
Yahweh
עֲלֵיכֶ֗ם
(aleikhem)
over jullie
אֵ֚ת
(et)
(obj.)
כָּל
(kal)
al
הַדָּבָ֣ר
(hadavar)
het woord
הָרָ֔ע
(hara)
het kwade
עַד
(ad)
tot
הַשְׁמִיד֣וֹ
(hashmido)
Hij verdelgt
אוֹתְכֶ֗ם
(otekhem)
jullie
מֵ֠עַל
(meal)
van op
הָאֲדָמָ֤ה
(haadama)
de grond
הַטּוֹבָה֙
(hatova)
goede
הַזֹּ֔את
(hazot)
deze
אֲשֶׁר֙
(asher)
die
נָתַ֣ן
(natan)
heeft gegeven
לָכֶ֔ם
(lakhem)
aan jullie
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֵיכֶֽם
(eloheikhem)
jullie Elohim
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

הַדָּבָר (hadavar), ‘woord, zaak’: het goede ‘woord’ is wat Yahweh heeft beloofd; het kwade ‘woord’ is wat Hij heeft aangekondigd voor het geval dat Israël Hem verlaat.

Zie Deut. 28:63.

16Als jullie het verbond overtreden dat Yahweh, jullie Elohim, jullie heeft geboden. Als jullie andere goden gaan dienen en je voor hen neerbuigen, dan zal de toorn van Yahweh tegen jullie ontbranden. Dan zullen jullie snel omkomen uit het goede land dat Hij jullie heeft gegeven.”
בְּ֠עָבְרְכֶם
(beaverekhem)
bij jullie overtreden
אֶת
(et)
(obj.)
בְּרִ֨ית
(berit)
het verbond van
יְהוָ֥ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֵיכֶם֮
(eloheikhem)
jullie Elohim
אֲשֶׁ֣ר
(asher)
dat
צִוָּ֣ה
(tsiva)
heeft geboden
אֶתְכֶם֒
(etkhem)
jullie
וַהֲלַכְתֶּ֗ם
(vahalakhtem)
en jullie gaan
וַעֲבַדְתֶּם֙
(vaavadtem)
en jullie dienen
אֱלֹהִ֣ים
(Elohim)
goden
אֲחֵרִ֔ים
(acherim)
andere
וְהִשְׁתַּחֲוִיתֶ֖ם
(vehishtachavitem)
en jullie buigen je neer
לָהֶ֑ם
(lahem)
voor hen
וְחָרָ֤ה
(vechara)
en zal ontbranden
אַף
(af)
de toorn van
יְהוָה֙
(Yahweh)
Yahweh
בָּכֶ֔ם
(bakhem)
tegen jullie
וַאֲבַדְתֶּ֣ם
(vaavadtem)
en jullie zullen omkomen
מְהֵרָ֔ה
(mehera)
snel
מֵעַל֙
(meal)
van op
הָאָ֣רֶץ
(haarets)
het land
הַטּוֹבָ֔ה
(hatova)
het goede
אֲשֶׁ֖ר
(asher)
dat
נָתַ֥ן
(natan)
heeft gegeven
לָכֶֽם
(lakhem)
aan jullie
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Zie Deut. 11:16–17.