Struikelblokken, vergeven, geloof, de 10 melaatsen en de dag van de Mensenzoon
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Struikelblokken en vergeven
1Hij zei tegen Zijn leerlingen: „Het is onmogelijk dat de struikelblokken niet komen. Maar wee degene door wie het komt.
Εἶπεν
(Eipen)
Hij zei
δὲ
(de)
maar
πρὸς
(pros)
tegen
τοὺς
(tous)
de
μαθητὰς
(mathetas)
leerlingen
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
Ἀνένδεκτόν
(Anendekton)
onmogelijk
ἐστιν
(estin)
is
τοῦ
(tou)
het
τὰ
(ta)
de
σκάνδαλα
(skandala)
struikelblokken
μὴ
(me)
niet
ἐλθεῖν
(elthein)
komen
πλὴν
(plen)
maar
οὐαὶ
(ouai)
wee
δι’
(di’)
door
οὗ
(hou)
wie
ἔρχεται
(erchetai)
het komt
Bron: SBLGNT
Uitleg
σκάνδαλον (skandalon), ‘struikelblok’: iets waardoor iemand valt of van de weg afraakt.
Wij vertalen σκάνδαλον zo en σκανδαλίζω (skandalizo) met ‘laten struikelen’.
2Het is beter voor hem als een molensteen om zijn nek ligt en hij in de zee geworpen is. Dat is beter dan dat hij één van deze kleinen laat struikelen.
λυσιτελεῖ
(lysitelei)
het is beter
αὐτῷ
(auto)
voor hem
εἰ
(ei)
als
λίθος
(lithos)
steen
μυλικὸς
(mylikos)
van een molen
περίκειται
(perikeitai)
ligt
περὶ
(peri)
om
τὸν
(ton)
de
τράχηλον
(trachelon)
nek
αὐτοῦ
(autou)
zijn
καὶ
(kai)
en
ἔρριπται
(erriptai)
hij is geworpen
εἰς
(eis)
in
τὴν
(ten)
de
θάλασσαν
(thalassan)
zee
ἢ
(e)
dan
ἵνα
(hina)
dat
σκανδαλίσῃ
(skandalise)
hij laat struikelen
τῶν
(ton)
van de
μικρῶν
(mikron)
kleinen
τούτων
(touton)
deze
ἕνα
(hena)
één
Bron: SBLGNT
Uitleg
λίθος μυλικός (lithos mylikos), ‘molensteen’: Matteüs en Markus hebben een ander woord, ‘ezelsmolensteen’ (μύλος ὀνικός).
5De apostelen zeiden tegen de Heer: „Voeg geloof aan ons toe.”
Καὶ
(Kai)
en
εἶπαν
(eipan)
zeiden
οἱ
(hoi)
de
ἀπόστολοι
(apostoloi)
apostelen
τῷ
(to)
tegen de
κυρίῳ
(kyrio)
Heer
Πρόσθες
(Prosthes)
voeg toe
ἡμῖν
(hemin)
aan ons
πίστιν
(pistin)
geloof
Bron: SBLGNT
Uitleg
τῷ κυρίῳ (to kyrio), ‘de Heer’: zie 7:13.
ἀπόστολος (apostolos), ‘apostel’: iemand die gezonden is.
6De Heer zei: „Als jullie geloof hebben als een mosterdzaadje, zouden jullie tegen deze moerbeiboom zeggen: ‘Word ontworteld en word geplant in de zee.’ En hij zou jullie gehoorzamen.
εἶπεν
(eipen)
zei
δὲ
(de)
maar
ὁ
(ho)
de
κύριος
(kyrios)
Heer
Εἰ
(Ei)
als
ἔχετε
(echete)
jullie hebben
πίστιν
(pistin)
geloof
ὡς
(hos)
als
κόκκον
(kokkon)
zaadje
σινάπεως
(sinapeos)
van mosterd
ἐλέγετε
(elegete)
jullie zouden zeggen
ἂν
(an)
(zou)
τῇ
(te)
tegen deze
συκαμίνῳ
(sykamino)
moerbeiboom
ταύτῃ
(taute)
deze
Ἐκριζώθητι
(Ekrizotheti)
word ontworteld
καὶ
(kai)
en
φυτεύθητι
(phyteutheti)
word geplant
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
de
θαλάσσῃ
(thalasse)
zee
καὶ
(kai)
en
ὑπήκουσεν
(hypekousen)
hij zou gehoorzamen
ἂν
(an)
(zou)
ὑμῖν
(hymin)
jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg
συκάμινος (sykaminos), ‘moerbeiboom’: een boom die diep wortelt. κόκκος σινάπεως (kokkos sinapeos), ‘mosterdzaadje’: een heel klein zaadje.
7Wie van jullie zal tegen zijn knecht, die ploegt of de kudde hoedt, zeggen als die van het veld binnenkomt: ‘Kom meteen en ga zitten’?
Τίς
(Tis)
wie
δὲ
(de)
maar
ἐξ
(ex)
van
ὑμῶν
(hymon)
jullie
δοῦλον
(doulon)
knecht
ἔχων
(echon)
hebbend
ἀροτριῶντα
(arotrionta)
ploegend
ἢ
(e)
of
ποιμαίνοντα
(poimainonta)
de kudde hoedend
ὃς
(hos)
die
εἰσελθόντι
(eiselthonti)
binnengekomen
ἐκ
(ek)
van
τοῦ
(tou)
het
ἀγροῦ
(agrou)
veld
ἐρεῖ
(erei)
zal zeggen
αὐτῷ
(auto)
tegen hem
Εὐθέως
(Eutheos)
meteen
παρελθὼν
(parelthon)
komend
ἀνάπεσε
(anapese)
ga zitten
Bron: SBLGNT
Uitleg
δοῦλος (doulos), ‘knecht’: letterlijk ‘slaaf’.
Wij vertalen δοῦλος overal met ‘knecht’, zoals in Matt. 24:45. ποιμαίνω (poimaino), ‘de kudde hoeden’: zoals in Joh. 21:16. ἀναπίπτω (anapipto), ‘gaan zitten’: letterlijk ‘achteroverleunen’, de houding bij het eten (zoals Joh. 6:10).
8Zal hij niet juist tegen hem zeggen: ‘Maak klaar wat ik kan eten. Doe je gordel om en dien mij, totdat ik gegeten en gedronken heb. Daarna zul jij eten en drinken’?
ἀλλ’
(all’)
maar
οὐχὶ
(ouchi)
niet
ἐρεῖ
(erei)
zal zeggen
αὐτῷ
(auto)
tegen hem
Ἑτοίμασον
(Hetoimason)
maak klaar
τί
(ti)
wat
δειπνήσω
(deipneso)
ik kan eten
καὶ
(kai)
en
περιζωσάμενος
(perizosamenos)
omgordend
διακόνει
(diakonei)
dien
μοι
(moi)
mij
ἕως
(heos)
totdat
φάγω
(phago)
ik eet
καὶ
(kai)
en
πίω
(pio)
ik drink
καὶ
(kai)
en
μετὰ
(meta)
na
ταῦτα
(tauta)
dit
φάγεσαι
(phagesai)
zul je eten
καὶ
(kai)
en
πίεσαι
(piesai)
zul je drinken
σύ
(sy)
jij
Bron: SBLGNT
Uitleg
διακονέω (diakoneo), ‘dienen’: hier aan tafel bedienen.
9Is hij de knecht dank verschuldigd omdat die heeft gedaan wat hem was opgedragen?
μὴ
(me)
niet
ἔχει
(echei)
heeft
χάριν
(charin)
dank
τῷ
(to)
aan de
δούλῳ
(doulo)
knecht
ὅτι
(hoti)
omdat
ἐποίησεν
(epoiesen)
hij deed
τὰ
(ta)
wat
διαταχθέντα
(diatachthenta)
opgedragen was
Bron: SBLGNT
Uitleg
χάρις (charis), ‘dank’: zie 6:32.
10Zo ook jullie: wanneer jullie alles hebben gedaan wat jullie is opgedragen, zeg dan: ‘Wij zijn nutteloze knechten. Wat wij verplicht waren te doen, hebben wij gedaan.’”
οὕτως
(houtos)
zo
καὶ
(kai)
ook
ὑμεῖς
(hymeis)
jullie
ὅταν
(hotan)
wanneer
ποιήσητε
(poiesete)
jullie doen
πάντα
(panta)
alles
τὰ
(ta)
wat
διαταχθέντα
(diatachthenta)
opgedragen is
ὑμῖν
(hymin)
aan jullie
λέγετε
(legete)
zeg
ὅτι
(hoti)
dat
Δοῦλοι
(Douloi)
knechten
ἀχρεῖοί
(achreioi)
nutteloze
ἐσμεν
(esmen)
wij zijn
ὃ
(ho)
wat
ὠφείλομεν
(opheilomen)
wij verplicht waren
ποιῆσαι
(poiesai)
te doen
πεποιήκαμεν
(pepoiekamen)
wij hebben gedaan
Bron: SBLGNT
Uitleg
ἀχρεῖος (achreios), ‘nutteloos’: wij vertalen het zo ook in Matt. 25:30.
De knechten hebben alleen gedaan wat van hen gevraagd werd.
13en verhieven hun stem en zeiden: „Yeshua, Meester, ontferm U over ons!”
καὶ
(kai)
en
αὐτοὶ
(autoi)
zij
ἦραν
(eran)
hieven op
φωνὴν
(phonen)
stem
λέγοντες
(legontes)
zeggend
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
ἐπιστάτα
(epistata)
Meester
ἐλέησον
(eleeson)
ontferm U
ἡμᾶς
(hemas)
over ons
Bron: SBLGNT
Uitleg
ἐπιστάτης (epistates), ‘Meester’: een woord dat alleen Lucas gebruikt, voor iemand die leiding geeft. ἐλεέω (eleeo), ‘zich ontfermen’: wij vertalen het zo ook in Matt. 9:27 en Mark. 10:47.
17Yeshua antwoordde en zei: „Zijn er niet 10 gereinigd? Waar zijn de 9?
ἀποκριθεὶς
(apokritheis)
antwoordend
δὲ
(de)
maar
ὁ
(ho)
de
Ἰησοῦς
(Iesous)
Yeshua
εἶπεν
(eipen)
zei
Οὐχὶ
(Ouchi)
niet
οἱ
(hoi)
de
δέκα
(deka)
10
ἐκαθαρίσθησαν
(ekatharisthesan)
zijn gereinigd
οἱ
(hoi)
de
δὲ
(de)
maar
ἐννέα
(ennea)
9
ποῦ
(pou)
waar
Bron: SBLGNT
18Zijn er geen gevonden die zijn teruggekeerd om Elohim eer te geven, behalve deze man van een ander volk?”
οὐχ
(ouch)
niet
εὑρέθησαν
(heurethesan)
zijn gevonden
ὑποστρέψαντες
(hypostrepsantes)
teruggekeerd
δοῦναι
(dounai)
om te geven
δόξαν
(doxan)
eer
τῷ
(to)
aan de
θεῷ
(theo)
Elohim
εἰ
(ei)
indien
μὴ
(me)
niet
ὁ
(ho)
de
ἀλλογενὴς
(allogenes)
van een ander volk
οὗτος
(houtos)
deze
Bron: SBLGNT
Uitleg
ἀλλογενής (allogenes), ‘iemand van een ander volk’: letterlijk ‘van een ander geslacht’; hier is het de Samaritaan. δοῦναι δόξαν (dounai doxan), ‘eer geven’: zoals in Joh. 9:24.
19Hij zei tegen hem: „Sta op en ga. Je geloof heeft je gered.”
καὶ
(kai)
en
εἶπεν
(eipen)
Hij zei
αὐτῷ
(auto)
tegen hem
Ἀναστὰς
(Anastas)
sta op
πορεύου
(poreuou)
ga
ἡ
(he)
het
πίστις
(pistis)
geloof
σου
(sou)
je
σέσωκέν
(sesoken)
heeft gered
σε
(se)
je
Bron: SBLGNT
Uitleg
σέσωκεν (sesoken): van σῴζω (sozo), ‘redden’.
Het woord betekent hier ook ‘genezen’; wij vertalen overal ‘redden’.
De komst van het koninkrijk van Elohim
20Hij werd door de Farizeeën gevraagd wanneer het koninkrijk van Elohim komt. Hij antwoordde hun en zei: „Het koninkrijk van Elohim komt niet op een manier die men kan waarnemen,
Ἐπερωτηθεὶς
(Eperotetheis)
gevraagd
δὲ
(de)
maar
ὑπὸ
(hypo)
door
τῶν
(ton)
de
Φαρισαίων
(Pharisaion)
Farizeeën
πότε
(pote)
wanneer
ἔρχεται
(erchetai)
komt
ἡ
(he)
het
βασιλεία
(basileia)
koninkrijk
τοῦ
(tou)
van
θεοῦ
(theou)
Elohim
ἀπεκρίθη
(apekrithe)
Hij antwoordde
αὐτοῖς
(autois)
hun
καὶ
(kai)
en
εἶπεν
(eipen)
zei
Οὐκ
(Ouk)
niet
ἔρχεται
(erchetai)
komt
ἡ
(he)
het
βασιλεία
(basileia)
koninkrijk
τοῦ
(tou)
van
θεοῦ
(theou)
Elohim
μετὰ
(meta)
met
παρατηρήσεως
(paratereseos)
waarneming
Bron: SBLGNT
Uitleg
παρατήρησις (parateresis), ‘waarneming’: het woord betekent nauwkeurig opletten, zoals men op tekenen let.
Het Grieks kan ook zo gelezen worden: ‘niet door er speurend naar uit te kijken’.
21en zij zullen niet zeggen: ‘Zie, hier!’ of: ‘Daar!’ Want zie, het koninkrijk van Elohim is binnen jullie.”
οὐδὲ
(oude)
noch
ἐροῦσιν
(erousin)
zij zullen zeggen
Ἰδοὺ
(Idou)
zie
ὧδε
(hode)
hier
ἤ
(e)
of
Ἐκεῖ
(Ekei)
daar
ἰδοὺ
(idou)
zie
γὰρ
(gar)
want
ἡ
(he)
het
βασιλεία
(basileia)
koninkrijk
τοῦ
(tou)
van
θεοῦ
(theou)
Elohim
ἐντὸς
(entos)
binnen
ὑμῶν
(hymon)
jullie
ἐστιν
(estin)
is
Bron: SBLGNT
Uitleg
ἐντὸς ὑμῶν (entos hymon), ‘binnen jullie’: het kan betekenen ‘innerlijk, in jullie’ of ‘in jullie midden’, onder jullie.
Wij houden de woorden van het Grieks en kiezen niet tussen beide.
De dag van de Mensenzoon
22Hij zei tegen de leerlingen: „Er zullen dagen komen waarin jullie ernaar zullen verlangen één van de dagen van de Mensenzoon te zien. En jullie zullen het niet zien.
30Op dezelfde wijze zal het zijn op de dag waarop de Mensenzoon geopenbaard wordt.
κατὰ
(kata)
volgens
τὰ
(ta)
de
αὐτὰ
(auta)
dezelfde dingen
ἔσται
(estai)
zal zijn
ᾗ
(he)
op welke
ἡμέρᾳ
(hemera)
dag
ὁ
(ho)
de
υἱὸς
(huios)
Zoon
τοῦ
(tou)
van de
ἀνθρώπου
(anthropou)
Mens
ἀποκαλύπτεται
(apokalyptetai)
wordt geopenbaard
Bron: SBLGNT
31Op die dag mag wie op het dak is en zijn spullen in huis heeft, niet naar beneden komen om ze te halen. En wie op het veld is, mag evenzo niet teruggaan.
ἐν
(en)
in
ἐκείνῃ
(ekeine)
die
τῇ
(te)
de
ἡμέρᾳ
(hemera)
dag
ὃς
(hos)
wie
ἔσται
(estai)
zal zijn
ἐπὶ
(epi)
op
τοῦ
(tou)
het
δώματος
(domatos)
dak
καὶ
(kai)
en
τὰ
(ta)
de
σκεύη
(skeue)
spullen
αὐτοῦ
(autou)
zijn
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
het
οἰκίᾳ
(oikia)
huis
μὴ
(me)
niet
καταβάτω
(katabato)
laat hij afdalen
ἆραι
(arai)
om te halen
αὐτά
(auta)
ze
καὶ
(kai)
en
ὁ
(ho)
wie
ἐν
(en)
op
ἀγρῷ
(agro)
veld
ὁμοίως
(homoios)
evenzo
μὴ
(me)
niet
ἐπιστρεψάτω
(epistrepsato)
laat hij teruggaan
εἰς
(eis)
naar
τὰ
(ta)
wat
ὀπίσω
(opiso)
achter is
Bron: SBLGNT
Uitleg
εἰς τὰ ὀπίσω (eis ta opiso), letterlijk ‘naar wat achter is’: dat wil zeggen ‘terug’, zoals in Mark. 13:16.
33Wie zijn leven probeert te behouden, zal het verliezen. Maar wie het verliest, zal het in leven houden.
ὃς
(hos)
wie
ἐὰν
(ean)
(ooit)
ζητήσῃ
(zetese)
probeert
τὴν
(ten)
het
ψυχὴν
(psychen)
leven
αὐτοῦ
(autou)
zijn
περιποιήσασθαι
(peripoiesasthai)
te behouden
ἀπολέσει
(apolesei)
zal verliezen
αὐτήν
(auten)
het
ὃς
(hos)
wie
δ’
(d’)
maar
ἂν
(an)
(ooit)
ἀπολέσῃ
(apolese)
verliest
ζῳογονήσει
(zoogonesei)
zal in leven houden
αὐτήν
(auten)
het
Bron: SBLGNT
Uitleg
ψυχή (psyche), ‘leven’: zoals in Matt. 16:25. περιποιέομαι (peripoieomai), ‘behouden’, en ζῳογονέω (zoogoneo), ‘in leven houden’: dit zijn andere woorden dan σῴζω (sozo), ‘redden’.
Zie ook Matt. 10:39; Matt. 16:25; Mark. 8:35; Joh. 12:25.
35Twee vrouwen zullen samen aan het malen zijn. De ene wordt meegenomen en de andere wordt achtergelaten.”
ἔσονται
(esontai)
zullen zijn
δύο
(dyo)
twee
ἀλήθουσαι
(alethousai)
malend
ἐπὶ
(epi)
op
τὸ
(to)
het
αὐτό
(auto)
zelfde
ἡ
(he)
de
μία
(mia)
ene
παραλημφθήσεται
(paralemphthesetai)
wordt meegenomen
ἡ
(he)
de
δὲ
(de)
maar
ἑτέρα
(hetera)
andere
ἀφεθήσεται
(aphethesetai)
wordt achtergelaten
Bron: SBLGNT
Uitleg
In latere handschriften (Textus Receptus, Byzantijnse tekst) volgt hier een vers dat in de oudste handschriften ontbreekt; wij vertalen het niet.
37Zij antwoordden en zeiden tegen Hem: „Waar, Heer?” Hij zei tegen hen: „Waar het lichaam is, daar zullen ook de arenden zich verzamelen.”
καὶ
(kai)
en
ἀποκριθέντες
(apokrithentes)
antwoordend
λέγουσιν
(legousin)
zij zeggen
αὐτῷ
(auto)
tegen Hem
Ποῦ
(Pou)
waar
κύριε
(kyrie)
Heer
ὁ
(ho)
de
δὲ
(de)
maar
εἶπεν
(eipen)
Hij zei
αὐτοῖς
(autois)
tegen hen
Ὅπου
(Hopou)
waar
τὸ
(to)
het
σῶμα
(soma)
lichaam
ἐκεῖ
(ekei)
daar
καὶ
(kai)
ook
οἱ
(hoi)
de
ἀετοὶ
(aetoi)
arenden
ἐπισυναχθήσονται
(episynachthesontai)
zullen zich verzamelen
Bron: SBLGNT
Uitleg
σῶμα (soma), ‘lichaam’: Matteüs heeft hier πτῶμα (ptoma), ‘kadaver’. ἀετοί (aetoi), ‘arenden’: het woord kan ook gieren betekenen (zoals in Matt. 24:28).