Elohim Bijbel

Lucas 17

123456789101112131415161718192021222324

Struikelblokken, vergeven, geloof, de 10 melaatsen en de dag van de Mensenzoon

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Struikelblokken en vergeven

1Hij zei tegen Zijn leerlingen: „Het is onmogelijk dat de struikelblokken niet komen. Maar wee degene door wie het komt.
Εἶπεν
(Eipen)
Hij zei
δὲ
(de)
maar
πρὸς
(pros)
tegen
τοὺς
(tous)
de
μαθητὰς
(mathetas)
leerlingen
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
Ἀνένδεκτόν
(Anendekton)
onmogelijk
ἐστιν
(estin)
is
τοῦ
(tou)
het
τὰ
(ta)
de
σκάνδαλα
(skandala)
struikelblokken
μὴ
(me)
niet
ἐλθεῖν
(elthein)
komen
πλὴν
(plen)
maar
οὐαὶ
(ouai)
wee
δι’
(di’)
door
οὗ
(hou)
wie
ἔρχεται
(erchetai)
het komt
Bron: SBLGNT
Uitleg

σκάνδαλον (skandalon), ‘struikelblok’: iets waardoor iemand valt of van de weg afraakt.

Wij vertalen σκάνδαλον zo en σκανδαλίζω (skandalizo) met ‘laten struikelen’.

Zie ook Matt. 18:7.

Zie ookMat 18:7
2Het is beter voor hem als een molensteen om zijn nek ligt en hij in de zee geworpen is. Dat is beter dan dat hij één van deze kleinen laat struikelen.
λυσιτελεῖ
(lysitelei)
het is beter
αὐτῷ
(auto)
voor hem
εἰ
(ei)
als
λίθος
(lithos)
steen
μυλικὸς
(mylikos)
van een molen
περίκειται
(perikeitai)
ligt
περὶ
(peri)
om
τὸν
(ton)
de
τράχηλον
(trachelon)
nek
αὐτοῦ
(autou)
zijn
καὶ
(kai)
en
ἔρριπται
(erriptai)
hij is geworpen
εἰς
(eis)
in
τὴν
(ten)
de
θάλασσαν
(thalassan)
zee
ἢ
(e)
dan
ἵνα
(hina)
dat
σκανδαλίσῃ
(skandalise)
hij laat struikelen
τῶν
(ton)
van de
μικρῶν
(mikron)
kleinen
τούτων
(touton)
deze
ἕνα
(hena)
één
Bron: SBLGNT
Uitleg

λίθος μυλικός (lithos mylikos), ‘molensteen’: Matteüs en Markus hebben een ander woord, ‘ezelsmolensteen’ (μύλος ὀνικός).

Zie ook Matt. 18:6; Mark. 9:42.

3Let op jezelf. Als je broer zondigt, bestraf hem. En als hij zich bekeert, vergeef hem.
προσέχετε
(prosechete)
let op
ἑαυτοῖς
(heautois)
jezelf
ἐὰν
(ean)
als
ἁμάρτῃ
(hamarte)
zondigt
ὁ
(ho)
de
ἀδελφός
(adelphos)
broer
σου
(sou)
je
ἐπιτίμησον
(epitimeson)
bestraf
αὐτῷ
(auto)
hem
καὶ
(kai)
en
ἐὰν
(ean)
als
μετανοήσῃ
(metanoese)
hij zich bekeert
ἄφες
(aphes)
vergeef
αὐτῷ
(auto)
hem
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐπιτιμάω (epitimao), ‘bestraffen’: wij vertalen het overal zo. ἀφίημι (aphiemi), ‘vergeven’: bij zonde, zoals in Matt. 18:21.

Zie ook Matt. 18:15.

4En als hij zevenmaal per dag tegen je zondigt en zevenmaal naar je terugkeert en zegt: ‘Ik bekeer mij’, zul je hem vergeven.”
καὶ
(kai)
en
ἐὰν
(ean)
als
ἑπτάκις
(heptakis)
zevenmaal
τῆς
(tes)
van de
ἡμέρας
(hemeras)
dag
ἁμαρτήσῃ
(hamartese)
hij zondigt
εἰς
(eis)
tegen
σὲ
(se)
jou
καὶ
(kai)
en
ἑπτάκις
(heptakis)
zevenmaal
ἐπιστρέψῃ
(epistrepse)
hij terugkeert
πρὸς
(pros)
naar
σὲ
(se)
jou
λέγων
(legon)
zeggend
Μετανοῶ
(Metanoo)
ik bekeer mij
ἀφήσεις
(apheseis)
je zult vergeven
αὐτῷ
(auto)
hem
Bron: SBLGNT
Uitleg

Zie ook Matt. 18:21–22.

Geloof als een mosterdzaadje

5De apostelen zeiden tegen de Heer: „Voeg geloof aan ons toe.”
Καὶ
(Kai)
en
εἶπαν
(eipan)
zeiden
οἱ
(hoi)
de
ἀπόστολοι
(apostoloi)
apostelen
τῷ
(to)
tegen de
κυρίῳ
(kyrio)
Heer
Πρόσθες
(Prosthes)
voeg toe
ἡμῖν
(hemin)
aan ons
πίστιν
(pistin)
geloof
Bron: SBLGNT
Uitleg

τῷ κυρίῳ (to kyrio), ‘de Heer’: zie 7:13.

ἀπόστολος (apostolos), ‘apostel’: iemand die gezonden is.

6De Heer zei: „Als jullie geloof hebben als een mosterdzaadje, zouden jullie tegen deze moerbeiboom zeggen: ‘Word ontworteld en word geplant in de zee.’ En hij zou jullie gehoorzamen.
εἶπεν
(eipen)
zei
δὲ
(de)
maar
ὁ
(ho)
de
κύριος
(kyrios)
Heer
Εἰ
(Ei)
als
ἔχετε
(echete)
jullie hebben
πίστιν
(pistin)
geloof
ὡς
(hos)
als
κόκκον
(kokkon)
zaadje
σινάπεως
(sinapeos)
van mosterd
ἐλέγετε
(elegete)
jullie zouden zeggen
ἂν
(an)
(zou)
τῇ
(te)
tegen deze
συκαμίνῳ
(sykamino)
moerbeiboom
ταύτῃ
(taute)
deze
Ἐκριζώθητι
(Ekrizotheti)
word ontworteld
καὶ
(kai)
en
φυτεύθητι
(phyteutheti)
word geplant
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
de
θαλάσσῃ
(thalasse)
zee
καὶ
(kai)
en
ὑπήκουσεν
(hypekousen)
hij zou gehoorzamen
ἂν
(an)
(zou)
ὑμῖν
(hymin)
jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg

συκάμινος (sykaminos), ‘moerbeiboom’: een boom die diep wortelt. κόκκος σινάπεως (kokkos sinapeos), ‘mosterdzaadje’: een heel klein zaadje.

Zie ook Matt. 17:20; Matt. 21:21; Mark. 11:23.

Nutteloze knechten

7Wie van jullie zal tegen zijn knecht, die ploegt of de kudde hoedt, zeggen als die van het veld binnenkomt: ‘Kom meteen en ga zitten’?
Τίς
(Tis)
wie
δὲ
(de)
maar
ἐξ
(ex)
van
ὑμῶν
(hymon)
jullie
δοῦλον
(doulon)
knecht
ἔχων
(echon)
hebbend
ἀροτριῶντα
(arotrionta)
ploegend
ἢ
(e)
of
ποιμαίνοντα
(poimainonta)
de kudde hoedend
ὃς
(hos)
die
εἰσελθόντι
(eiselthonti)
binnengekomen
ἐκ
(ek)
van
τοῦ
(tou)
het
ἀγροῦ
(agrou)
veld
ἐρεῖ
(erei)
zal zeggen
αὐτῷ
(auto)
tegen hem
Εὐθέως
(Eutheos)
meteen
παρελθὼν
(parelthon)
komend
ἀνάπεσε
(anapese)
ga zitten
Bron: SBLGNT
Uitleg

δοῦλος (doulos), ‘knecht’: letterlijk ‘slaaf’.

Wij vertalen δοῦλος overal met ‘knecht’, zoals in Matt. 24:45. ποιμαίνω (poimaino), ‘de kudde hoeden’: zoals in Joh. 21:16. ἀναπίπτω (anapipto), ‘gaan zitten’: letterlijk ‘achteroverleunen’, de houding bij het eten (zoals Joh. 6:10).

8Zal hij niet juist tegen hem zeggen: ‘Maak klaar wat ik kan eten. Doe je gordel om en dien mij, totdat ik gegeten en gedronken heb. Daarna zul jij eten en drinken’?
ἀλλ’
(all’)
maar
οὐχὶ
(ouchi)
niet
ἐρεῖ
(erei)
zal zeggen
αὐτῷ
(auto)
tegen hem
Ἑτοίμασον
(Hetoimason)
maak klaar
τί
(ti)
wat
δειπνήσω
(deipneso)
ik kan eten
καὶ
(kai)
en
περιζωσάμενος
(perizosamenos)
omgordend
διακόνει
(diakonei)
dien
μοι
(moi)
mij
ἕως
(heos)
totdat
φάγω
(phago)
ik eet
καὶ
(kai)
en
πίω
(pio)
ik drink
καὶ
(kai)
en
μετὰ
(meta)
na
ταῦτα
(tauta)
dit
φάγεσαι
(phagesai)
zul je eten
καὶ
(kai)
en
πίεσαι
(piesai)
zul je drinken
σύ
(sy)
jij
Bron: SBLGNT
Uitleg

διακονέω (diakoneo), ‘dienen’: hier aan tafel bedienen.

9Is hij de knecht dank verschuldigd omdat die heeft gedaan wat hem was opgedragen?
μὴ
(me)
niet
ἔχει
(echei)
heeft
χάριν
(charin)
dank
τῷ
(to)
aan de
δούλῳ
(doulo)
knecht
ὅτι
(hoti)
omdat
ἐποίησεν
(epoiesen)
hij deed
τὰ
(ta)
wat
διαταχθέντα
(diatachthenta)
opgedragen was
Bron: SBLGNT
Uitleg

χάρις (charis), ‘dank’: zie 6:32.

10Zo ook jullie: wanneer jullie alles hebben gedaan wat jullie is opgedragen, zeg dan: ‘Wij zijn nutteloze knechten. Wat wij verplicht waren te doen, hebben wij gedaan.’”
οὕτως
(houtos)
zo
καὶ
(kai)
ook
ὑμεῖς
(hymeis)
jullie
ὅταν
(hotan)
wanneer
ποιήσητε
(poiesete)
jullie doen
πάντα
(panta)
alles
τὰ
(ta)
wat
διαταχθέντα
(diatachthenta)
opgedragen is
ὑμῖν
(hymin)
aan jullie
λέγετε
(legete)
zeg
ὅτι
(hoti)
dat
Δοῦλοι
(Douloi)
knechten
ἀχρεῖοί
(achreioi)
nutteloze
ἐσμεν
(esmen)
wij zijn
ὃ
(ho)
wat
ὠφείλομεν
(opheilomen)
wij verplicht waren
ποιῆσαι
(poiesai)
te doen
πεποιήκαμεν
(pepoiekamen)
wij hebben gedaan
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀχρεῖος (achreios), ‘nutteloos’: wij vertalen het zo ook in Matt. 25:30.

De knechten hebben alleen gedaan wat van hen gevraagd werd.

Zie ookMat 25:30

Yeshua reinigt 10 melaatsen

11Terwijl Hij op weg was naar Jeruzalem, trok Hij door het midden van Samaria en Galilea.
Καὶ
(Kai)
en
ἐγένετο
(egeneto)
het gebeurde
ἐν
(en)
terwijl
τῷ
(to)
het
πορεύεσθαι
(poreuesthai)
op weg zijn
εἰς
(eis)
naar
Ἰερουσαλὴμ
(Ierousalem)
Jeruzalem
καὶ
(kai)
en
αὐτὸς
(autos)
Hij zelf
διήρχετο
(diercheto)
trok door
διὰ
(dia)
door
μέσον
(meson)
het midden
Σαμαρείας
(Samareias)
van Samaria
καὶ
(kai)
en
Γαλιλαίας
(Galilaias)
Galilea
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

Zie Samaria (streek): Samaria is hier de streek tussen Galilea en Judea, het noorden van de Westelijke Jordaanoever.

Yeshua trok er op weg naar Galilea doorheen.

Zie Galilea: Galilea is het noorden van het land, ten westen van de Jordaan en het meer van Galilea.

Nazaret en Kapernaüm liggen in dit gebied.

Uitleg

διὰ μέσον (dia meson), ‘door het midden van’: het kan ook betekenen ‘tussen … door’, langs de grens van Samaria en Galilea.

Wij houden de woorden van het Grieks.

12Toen Hij een dorp binnenging, kwamen 10 melaatse mannen Hem tegemoet. Zij bleven op een afstand staan,
καὶ
(kai)
en
εἰσερχομένου
(eiserchomenou)
binnengaand
αὐτοῦ
(autou)
Hij
εἴς
(eis)
in
τινα
(tina)
een zeker
κώμην
(komen)
dorp
ἀπήντησαν
(apentesan)
ontmoetten
δέκα
(deka)
10
λεπροὶ
(leproi)
melaatse
ἄνδρες
(andres)
mannen
οἳ
(hoi)
die
ἔστησαν
(estesan)
gingen staan
πόρρωθεν
(porrothen)
op afstand
Bron: SBLGNT
Uitleg

λεπρός (lepros), ‘melaatse’: iemand met een huidziekte die volgens de wet onrein was en op afstand moest blijven (Lev. 13:45–46).

Zie ook Matt. 8:2.

13en verhieven hun stem en zeiden: „Yeshua, Meester, ontferm U over ons!”
καὶ
(kai)
en
αὐτοὶ
(autoi)
zij
ἦραν
(eran)
hieven op
φωνὴν
(phonen)
stem
λέγοντες
(legontes)
zeggend
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
ἐπιστάτα
(epistata)
Meester
ἐλέησον
(eleeson)
ontferm U
ἡμᾶς
(hemas)
over ons
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐπιστάτης (epistates), ‘Meester’: een woord dat alleen Lucas gebruikt, voor iemand die leiding geeft. ἐλεέω (eleeo), ‘zich ontfermen’: wij vertalen het zo ook in Matt. 9:27 en Mark. 10:47.

14Toen Hij hen zag, zei Hij tegen hen: „Ga heen en laat je aan de priesters zien.” Terwijl zij heengingen, werden zij gereinigd.
καὶ
(kai)
en
ἰδὼν
(idon)
ziend
εἶπεν
(eipen)
Hij zei
αὐτοῖς
(autois)
tegen hen
Πορευθέντες
(Poreuthentes)
gaande
ἐπιδείξατε
(epideixate)
laat zien
ἑαυτοὺς
(heautous)
jullie zelf
τοῖς
(tois)
aan de
ἱερεῦσιν
(hiereusin)
priesters
καὶ
(kai)
en
ἐγένετο
(egeneto)
het gebeurde
ἐν
(en)
terwijl
τῷ
(to)
het
ὑπάγειν
(hypagein)
heengaan
αὐτοὺς
(autous)
zij
ἐκαθαρίσθησαν
(ekatharisthesan)
zij werden gereinigd
Bron: SBLGNT
Uitleg

De priester stelt vast of iemand van een huidziekte genezen en rein is (Lev. 14:2–3).

Zie ook Matt. 8:4; Mark. 1:44.

15Eén van hen keerde terug toen hij zag dat hij genezen was, en verheerlijkte Elohim met luide stem,
εἷς
(heis)
één
δὲ
(de)
maar
ἐξ
(ex)
van
αὐτῶν
(auton)
hen
ἰδὼν
(idon)
ziend
ὅτι
(hoti)
dat
ἰάθη
(iathe)
hij genezen was
ὑπέστρεψεν
(hypestrepsen)
keerde terug
μετὰ
(meta)
met
φωνῆς
(phones)
stem
μεγάλης
(megales)
luide
δοξάζων
(doxazon)
verheerlijkend
τὸν
(ton)
de
θεόν
(theon)
Elohim
Bron: SBLGNT
16en hij viel op zijn gezicht neer aan Zijn voeten en dankte Hem. En hij was een Samaritaan.
καὶ
(kai)
en
ἔπεσεν
(epesen)
viel
ἐπὶ
(epi)
op
πρόσωπον
(prosopon)
gezicht
παρὰ
(para)
aan
τοὺς
(tous)
de
πόδας
(podas)
voeten
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
εὐχαριστῶν
(euchariston)
dankend
αὐτῷ
(auto)
Hem
καὶ
(kai)
en
αὐτὸς
(autos)
hij
ἦν
(en)
was
Σαμαρίτης
(Samarites)
Samaritaan
Bron: SBLGNT
Uitleg

Σαμαρίτης (Samarites), ‘Samaritaan’: iemand uit Samaria.

Joden en Samaritanen hadden geen omgang met elkaar (Joh. 4:9).

Zie ookJoh 4:9
17Yeshua antwoordde en zei: „Zijn er niet 10 gereinigd? Waar zijn de 9?
ἀποκριθεὶς
(apokritheis)
antwoordend
δὲ
(de)
maar
ὁ
(ho)
de
Ἰησοῦς
(Iesous)
Yeshua
εἶπεν
(eipen)
zei
Οὐχὶ
(Ouchi)
niet
οἱ
(hoi)
de
δέκα
(deka)
10
ἐκαθαρίσθησαν
(ekatharisthesan)
zijn gereinigd
οἱ
(hoi)
de
δὲ
(de)
maar
ἐννέα
(ennea)
9
ποῦ
(pou)
waar
Bron: SBLGNT
18Zijn er geen gevonden die zijn teruggekeerd om Elohim eer te geven, behalve deze man van een ander volk?”
οὐχ
(ouch)
niet
εὑρέθησαν
(heurethesan)
zijn gevonden
ὑποστρέψαντες
(hypostrepsantes)
teruggekeerd
δοῦναι
(dounai)
om te geven
δόξαν
(doxan)
eer
τῷ
(to)
aan de
θεῷ
(theo)
Elohim
εἰ
(ei)
indien
μὴ
(me)
niet
ὁ
(ho)
de
ἀλλογενὴς
(allogenes)
van een ander volk
οὗτος
(houtos)
deze
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀλλογενής (allogenes), ‘iemand van een ander volk’: letterlijk ‘van een ander geslacht’; hier is het de Samaritaan. δοῦναι δόξαν (dounai doxan), ‘eer geven’: zoals in Joh. 9:24.

Zie ookJoh 9:24
19Hij zei tegen hem: „Sta op en ga. Je geloof heeft je gered.”
καὶ
(kai)
en
εἶπεν
(eipen)
Hij zei
αὐτῷ
(auto)
tegen hem
Ἀναστὰς
(Anastas)
sta op
πορεύου
(poreuou)
ga
ἡ
(he)
het
πίστις
(pistis)
geloof
σου
(sou)
je
σέσωκέν
(sesoken)
heeft gered
σε
(se)
je
Bron: SBLGNT
Uitleg

σέσωκεν (sesoken): van σῴζω (sozo), ‘redden’.

Het woord betekent hier ook ‘genezen’; wij vertalen overal ‘redden’.

De komst van het koninkrijk van Elohim

20Hij werd door de Farizeeën gevraagd wanneer het koninkrijk van Elohim komt. Hij antwoordde hun en zei: „Het koninkrijk van Elohim komt niet op een manier die men kan waarnemen,
Ἐπερωτηθεὶς
(Eperotetheis)
gevraagd
δὲ
(de)
maar
ὑπὸ
(hypo)
door
τῶν
(ton)
de
Φαρισαίων
(Pharisaion)
Farizeeën
πότε
(pote)
wanneer
ἔρχεται
(erchetai)
komt
ἡ
(he)
het
βασιλεία
(basileia)
koninkrijk
τοῦ
(tou)
van
θεοῦ
(theou)
Elohim
ἀπεκρίθη
(apekrithe)
Hij antwoordde
αὐτοῖς
(autois)
hun
καὶ
(kai)
en
εἶπεν
(eipen)
zei
Οὐκ
(Ouk)
niet
ἔρχεται
(erchetai)
komt
ἡ
(he)
het
βασιλεία
(basileia)
koninkrijk
τοῦ
(tou)
van
θεοῦ
(theou)
Elohim
μετὰ
(meta)
met
παρατηρήσεως
(paratereseos)
waarneming
Bron: SBLGNT
Uitleg

παρατήρησις (parateresis), ‘waarneming’: het woord betekent nauwkeurig opletten, zoals men op tekenen let.

Het Grieks kan ook zo gelezen worden: ‘niet door er speurend naar uit te kijken’.

Zie ook Matt. 24:23; Mark. 13:21.

21en zij zullen niet zeggen: ‘Zie, hier!’ of: ‘Daar!’ Want zie, het koninkrijk van Elohim is binnen jullie.”
οὐδὲ
(oude)
noch
ἐροῦσιν
(erousin)
zij zullen zeggen
Ἰδοὺ
(Idou)
zie
ὧδε
(hode)
hier
ἤ
(e)
of
Ἐκεῖ
(Ekei)
daar
ἰδοὺ
(idou)
zie
γὰρ
(gar)
want
ἡ
(he)
het
βασιλεία
(basileia)
koninkrijk
τοῦ
(tou)
van
θεοῦ
(theou)
Elohim
ἐντὸς
(entos)
binnen
ὑμῶν
(hymon)
jullie
ἐστιν
(estin)
is
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐντὸς ὑμῶν (entos hymon), ‘binnen jullie’: het kan betekenen ‘innerlijk, in jullie’ of ‘in jullie midden’, onder jullie.

Wij houden de woorden van het Grieks en kiezen niet tussen beide.

De dag van de Mensenzoon

22Hij zei tegen de leerlingen: „Er zullen dagen komen waarin jullie ernaar zullen verlangen één van de dagen van de Mensenzoon te zien. En jullie zullen het niet zien.
Εἶπεν
(Eipen)
Hij zei
δὲ
(de)
maar
πρὸς
(pros)
tegen
τοὺς
(tous)
de
μαθητάς
(mathetas)
leerlingen
Ἐλεύσονται
(Eleusontai)
zullen komen
ἡμέραι
(hemerai)
dagen
ὅτε
(hote)
wanneer
ἐπιθυμήσετε
(epithymesete)
jullie zullen verlangen
μίαν
(mian)
één
τῶν
(ton)
van de
ἡμερῶν
(hemeron)
dagen
τοῦ
(tou)
van de
υἱοῦ
(huiou)
Zoon
τοῦ
(tou)
van de
ἀνθρώπου
(anthropou)
Mens
ἰδεῖν
(idein)
te zien
καὶ
(kai)
en
οὐκ
(ouk)
niet
ὄψεσθε
(opsesthe)
jullie zullen zien
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὁ υἱὸς τοῦ ἀνθρώπου (ho huios tou anthropou), ‘de Mensenzoon’: zie 5:24.

23Zij zullen tegen jullie zeggen: ‘Zie, daar!’ of: ‘Zie, hier!’ Ga niet weg en ga hen niet achterna.
καὶ
(kai)
en
ἐροῦσιν
(erousin)
zij zullen zeggen
ὑμῖν
(hymin)
tegen jullie
Ἰδοὺ
(Idou)
zie
ἐκεῖ
(ekei)
daar
Ἰδοὺ
(Idou)
zie
ὧδε
(hode)
hier
μὴ
(me)
niet
ἀπέλθητε
(apelthete)
ga weg
μηδὲ
(mede)
en niet
διώξητε
(dioxete)
ga achterna
Bron: SBLGNT
Uitleg

Zie ook Matt. 24:23; Matt. 24:26; Mark. 13:21.

24Want zoals de bliksem flitst, licht hij op van de ene kant onder de hemel tot de andere kant onder de hemel. Zo zal de Mensenzoon zijn op Zijn dag.
ὥσπερ
(hosper)
zoals
γὰρ
(gar)
want
ἡ
(he)
de
ἀστραπὴ
(astrape)
bliksem
ἀστράπτουσα
(astraptousa)
flitsend
ἐκ
(ek)
van
τῆς
(tes)
de ene
ὑπὸ
(hypo)
onder
τὸν
(ton)
de
οὐρανὸν
(ouranon)
hemel
εἰς
(eis)
tot
τὴν
(ten)
de andere
ὑπ’
(hyp’)
onder
οὐρανὸν
(ouranon)
hemel
λάμπει
(lampei)
licht op
οὕτως
(houtos)
zo
ἔσται
(estai)
zal zijn
ὁ
(ho)
de
υἱὸς
(huios)
Zoon
τοῦ
(tou)
van de
ἀνθρώπου
(anthropou)
Mens
ἐν
(en)
op
τῇ
(te)
de
ἡμέρᾳ
(hemera)
dag
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het Grieks heeft ‘van (de) onder de hemel naar (de) onder de hemel’; wij vullen ‘de ene kant’ en ‘de andere kant’ aan.

Zie ook Matt. 24:27.

Zie ookMat 24:27
25Maar eerst moet Hij veel lijden en door deze generatie verworpen worden.
πρῶτον
(proton)
eerst
δὲ
(de)
maar
δεῖ
(dei)
moet
αὐτὸν
(auton)
Hij
πολλὰ
(polla)
veel
παθεῖν
(pathein)
lijden
καὶ
(kai)
en
ἀποδοκιμασθῆναι
(apodokimasthenai)
verworpen worden
ἀπὸ
(apo)
door
τῆς
(tes)
de
γενεᾶς
(geneas)
generatie
ταύτης
(tautes)
deze
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀποδοκιμάζω (apodokimazo), ‘verwerpen’: zoals in Mark. 8:31.

Zie ookMar 8:31
26En zoals het gebeurde in de dagen van Noach, zo zal het ook zijn in de dagen van de Mensenzoon:
καὶ
(kai)
en
καθὼς
(kathos)
zoals
ἐγένετο
(egeneto)
het gebeurde
ἐν
(en)
in
ταῖς
(tais)
de
ἡμέραις
(hemerais)
dagen
Νῶε
(Noe)
van Noach
οὕτως
(houtos)
zo
ἔσται
(estai)
zal zijn
καὶ
(kai)
ook
ἐν
(en)
in
ταῖς
(tais)
de
ἡμέραις
(hemerais)
dagen
τοῦ
(tou)
van de
υἱοῦ
(huiou)
Zoon
τοῦ
(tou)
van de
ἀνθρώπου
(anthropou)
Mens
Bron: SBLGNT
Uitleg

Noach: Gen. 7:7.

Zie ook Matt. 24:37–39.

27zij aten, dronken, trouwden en werden ten huwelijk gegeven, tot de dag waarop Noach de ark binnenging. Toen kwam de vloed en bracht allen om.
ἤσθιον
(esthion)
zij aten
ἔπινον
(epinon)
zij dronken
ἐγάμουν
(egamoun)
zij trouwden
ἐγαμίζοντο
(egamizonto)
zij werden ten huwelijk gegeven
ἄχρι
(achri)
tot
ἧς
(hes)
welke
ἡμέρας
(hemeras)
dag
εἰσῆλθεν
(eiselthen)
ging binnen
Νῶε
(Noe)
Noach
εἰς
(eis)
in
τὴν
(ten)
de
κιβωτόν
(kiboton)
ark
καὶ
(kai)
en
ἦλθεν
(elthen)
kwam
ὁ
(ho)
de
κατακλυσμὸς
(kataklysmos)
vloed
καὶ
(kai)
en
ἀπώλεσεν
(apolesen)
bracht om
πάντας
(pantas)
allen
Bron: SBLGNT
Uitleg

κατακλυσμός (kataklysmos), ‘vloed’: zoals in Matt. 24:39.

Zie ookMat 24:39
28Evenzo zoals het gebeurde in de dagen van Lot: zij aten, dronken, kochten, verkochten, plantten en bouwden.
ὁμοίως
(homoios)
evenzo
καθὼς
(kathos)
zoals
ἐγένετο
(egeneto)
het gebeurde
ἐν
(en)
in
ταῖς
(tais)
de
ἡμέραις
(hemerais)
dagen
Λώτ
(Lot)
van Lot
ἤσθιον
(esthion)
zij aten
ἔπινον
(epinon)
zij dronken
ἠγόραζον
(egorazon)
zij kochten
ἐπώλουν
(epoloun)
zij verkochten
ἐφύτευον
(ephyteuon)
zij plantten
ᾠκοδόμουν
(okodomoun)
zij bouwden
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het Grieks heeft hier geen hoofdzin: ‘evenzo, zoals het gebeurde in de dagen van Lot’.

Vergelijk 17:26; wij laten de zin zoals hij is.

Zie ook Gen. 19:1.

Zie ookGen 19:1
29Maar op de dag waarop Lot uit Sodom wegging, regende het vuur en zwavel uit de hemel en bracht allen om.
ᾗ
(he)
op welke
δὲ
(de)
maar
ἡμέρᾳ
(hemera)
dag
ἐξῆλθεν
(exelthen)
ging uit
Λὼτ
(Lot)
Lot
ἀπὸ
(apo)
uit
Σοδόμων
(Sodomon)
Sodom
ἔβρεξεν
(ebrexen)
het regende
πῦρ
(pyr)
vuur
καὶ
(kai)
en
θεῖον
(theion)
zwavel
ἀπ’
(ap’)
uit
οὐρανοῦ
(ouranou)
hemel
καὶ
(kai)
en
ἀπώλεσεν
(apolesen)
bracht om
πάντας
(pantas)
allen
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Sodom en Gomorra: De ligging van Sodom en Gomorra is niet met zekerheid bekend; ze worden bij de Dode Zee gezocht.

Uitleg

Zie Gen. 19:24: daar laat Yahweh zwavel en vuur regenen over Sodom; Lucas noemt vuur eerst.

Zie ookGen 19:24
30Op dezelfde wijze zal het zijn op de dag waarop de Mensenzoon geopenbaard wordt.
κατὰ
(kata)
volgens
τὰ
(ta)
de
αὐτὰ
(auta)
dezelfde dingen
ἔσται
(estai)
zal zijn
ᾗ
(he)
op welke
ἡμέρᾳ
(hemera)
dag
ὁ
(ho)
de
υἱὸς
(huios)
Zoon
τοῦ
(tou)
van de
ἀνθρώπου
(anthropou)
Mens
ἀποκαλύπτεται
(apokalyptetai)
wordt geopenbaard
Bron: SBLGNT
31Op die dag mag wie op het dak is en zijn spullen in huis heeft, niet naar beneden komen om ze te halen. En wie op het veld is, mag evenzo niet teruggaan.
ἐν
(en)
in
ἐκείνῃ
(ekeine)
die
τῇ
(te)
de
ἡμέρᾳ
(hemera)
dag
ὃς
(hos)
wie
ἔσται
(estai)
zal zijn
ἐπὶ
(epi)
op
τοῦ
(tou)
het
δώματος
(domatos)
dak
καὶ
(kai)
en
τὰ
(ta)
de
σκεύη
(skeue)
spullen
αὐτοῦ
(autou)
zijn
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
het
οἰκίᾳ
(oikia)
huis
μὴ
(me)
niet
καταβάτω
(katabato)
laat hij afdalen
ἆραι
(arai)
om te halen
αὐτά
(auta)
ze
καὶ
(kai)
en
ὁ
(ho)
wie
ἐν
(en)
op
ἀγρῷ
(agro)
veld
ὁμοίως
(homoios)
evenzo
μὴ
(me)
niet
ἐπιστρεψάτω
(epistrepsato)
laat hij teruggaan
εἰς
(eis)
naar
τὰ
(ta)
wat
ὀπίσω
(opiso)
achter is
Bron: SBLGNT
Uitleg

εἰς τὰ ὀπίσω (eis ta opiso), letterlijk ‘naar wat achter is’: dat wil zeggen ‘terug’, zoals in Mark. 13:16.

Zie ook Matt. 24:17–18; Mark. 13:15–16.

32Denk aan de vrouw van Lot.
μνημονεύετε
(mnemoneuete)
denk aan
τῆς
(tes)
de
γυναικὸς
(gynaikos)
vrouw
Λώτ
(Lot)
van Lot
Bron: SBLGNT
Uitleg

Zie Gen. 19:26.

Zie ookGen 19:26
33Wie zijn leven probeert te behouden, zal het verliezen. Maar wie het verliest, zal het in leven houden.
ὃς
(hos)
wie
ἐὰν
(ean)
(ooit)
ζητήσῃ
(zetese)
probeert
τὴν
(ten)
het
ψυχὴν
(psychen)
leven
αὐτοῦ
(autou)
zijn
περιποιήσασθαι
(peripoiesasthai)
te behouden
ἀπολέσει
(apolesei)
zal verliezen
αὐτήν
(auten)
het
ὃς
(hos)
wie
δ’
(d’)
maar
ἂν
(an)
(ooit)
ἀπολέσῃ
(apolese)
verliest
ζῳογονήσει
(zoogonesei)
zal in leven houden
αὐτήν
(auten)
het
Bron: SBLGNT
Uitleg

ψυχή (psyche), ‘leven’: zoals in Matt. 16:25. περιποιέομαι (peripoieomai), ‘behouden’, en ζῳογονέω (zoogoneo), ‘in leven houden’: dit zijn andere woorden dan σῴζω (sozo), ‘redden’.

Zie ook Matt. 10:39; Matt. 16:25; Mark. 8:35; Joh. 12:25.

34Ik zeg jullie: in deze nacht zullen er twee op één bed zijn. De één wordt meegenomen en de ander wordt achtergelaten.
λέγω
(lego)
Ik zeg
ὑμῖν
(hymin)
jullie
ταύτῃ
(taute)
in deze
τῇ
(te)
de
νυκτὶ
(nykti)
nacht
ἔσονται
(esontai)
zullen zijn
δύο
(dyo)
twee
ἐπὶ
(epi)
op
κλίνης
(klines)
bed
μιᾶς
(mias)
één
ὁ
(ho)
de
εἷς
(heis)
één
παραλημφθήσεται
(paralemphthesetai)
wordt meegenomen
καὶ
(kai)
en
ὁ
(ho)
de
ἕτερος
(heteros)
ander
ἀφεθήσεται
(aphethesetai)
wordt achtergelaten
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het Grieks zegt niet waarheen de meegenomene gaat (zoals Matt. 24:40).

Zie ook Matt. 24:40–41.

Zie ookMat 24:40
35Twee vrouwen zullen samen aan het malen zijn. De ene wordt meegenomen en de andere wordt achtergelaten.”
ἔσονται
(esontai)
zullen zijn
δύο
(dyo)
twee
ἀλήθουσαι
(alethousai)
malend
ἐπὶ
(epi)
op
τὸ
(to)
het
αὐτό
(auto)
zelfde
ἡ
(he)
de
μία
(mia)
ene
παραλημφθήσεται
(paralemphthesetai)
wordt meegenomen
ἡ
(he)
de
δὲ
(de)
maar
ἑτέρα
(hetera)
andere
ἀφεθήσεται
(aphethesetai)
wordt achtergelaten
Bron: SBLGNT
Uitleg

In latere handschriften (Textus Receptus, Byzantijnse tekst) volgt hier een vers dat in de oudste handschriften ontbreekt; wij vertalen het niet.

37Zij antwoordden en zeiden tegen Hem: „Waar, Heer?” Hij zei tegen hen: „Waar het lichaam is, daar zullen ook de arenden zich verzamelen.”
καὶ
(kai)
en
ἀποκριθέντες
(apokrithentes)
antwoordend
λέγουσιν
(legousin)
zij zeggen
αὐτῷ
(auto)
tegen Hem
Ποῦ
(Pou)
waar
κύριε
(kyrie)
Heer
ὁ
(ho)
de
δὲ
(de)
maar
εἶπεν
(eipen)
Hij zei
αὐτοῖς
(autois)
tegen hen
Ὅπου
(Hopou)
waar
τὸ
(to)
het
σῶμα
(soma)
lichaam
ἐκεῖ
(ekei)
daar
καὶ
(kai)
ook
οἱ
(hoi)
de
ἀετοὶ
(aetoi)
arenden
ἐπισυναχθήσονται
(episynachthesontai)
zullen zich verzamelen
Bron: SBLGNT
Uitleg

σῶμα (soma), ‘lichaam’: Matteüs heeft hier πτῶμα (ptoma), ‘kadaver’. ἀετοί (aetoi), ‘arenden’: het woord kan ook gieren betekenen (zoals in Matt. 24:28).

Zie ook Matt. 24:28.

Zie ookMat 24:28