De opwekking van Yeshua en de opdracht aan de leerlingen
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
De vrouwen bij het lege graf
1Na de sabbat, bij het aanbreken van de eerste dag van de week, kwamen Maria Magdalena en de andere Maria het graf bekijken.
Ὀψὲ
(Opse)
laat
δὲ
(de)
maar
σαββάτων
(sabbaton)
van sabbat
τῇ
(te)
bij het
ἐπιφωσκούσῃ
(epiphoskouse)
aanbrekende
εἰς
(eis)
naar
μίαν
(mian)
eerste
σαββάτων
(sabbaton)
van sabbat
ἦλθεν
(elthen)
kwam
Μαριὰμ
(Mariam)
Maria
ἡ
(he)
de
Μαγδαληνὴ
(Magdalene)
Magdalena
καὶ
(kai)
en
ἡ
(he)
de
ἄλλη
(alle)
andere
Μαρία
(Maria)
Maria
θεωρῆσαι
(theoresai)
om te bekijken
τὸν
(ton)
het
τάφον
(taphon)
graf
Bron: SBLGNT
Plaats
Zie Graf van Jozef van Arimatea (ligging onzeker): Het graf lag in een rots, buiten Jeruzalem, bij de plek van de kruisiging.
De traditie zoekt het in de Heilig-Grafkerk.
Dit is niet zeker.
Uitleg
ὀψὲ σαββάτων (opse sabbaton), ‘na de sabbat’, en μίαν σαββάτων (mian sabbaton), ‘de eerste dag van de week’: σάββατον (sabbaton) kan ‘sabbat’ en ‘week’ betekenen.
2En zie: er kwam een grote aardbeving. Want een engel van Yahweh kwam uit de hemel neer, kwam naderbij, rolde de steen weg en zat erop.
καὶ
(kai)
en
ἰδοὺ
(idou)
zie
σεισμὸς
(seismos)
aardbeving
ἐγένετο
(egeneto)
kwam
μέγας
(megas)
grote
ἄγγελος
(angelos)
engel
γὰρ
(gar)
want
κυρίου
(kyriou)
van Yahweh
καταβὰς
(katabas)
neergedaald
ἐξ
(ex)
uit
οὐρανοῦ
(ouranou)
hemel
καὶ
(kai)
en
προσελθὼν
(proselthon)
naderend
ἀπεκύλισε
(apekylise)
rolde weg
τὸν
(ton)
de
λίθον
(lithon)
steen
καὶ
(kai)
en
ἐκάθητο
(ekatheto)
zat
ἐπάνω
(epano)
boven
αὐτοῦ
(autou)
hem
Bron: SBLGNT
Uitleg
ἄγγελος κυρίου (angelos kyriou), ‘engel van Yahweh’: zoals in 1:20 en 2:13.
De tekst noemt de engel niet bij naam.
3Het uiterlijk van de engel was als bliksem en zijn kleding wit als sneeuw.
ἦν
(en)
was
δὲ
(de)
maar
ἡ
(he)
het
εἰδέα
(eidea)
uiterlijk
αὐτοῦ
(autou)
zijn
ὡς
(hos)
als
ἀστραπὴ
(astrape)
bliksem
καὶ
(kai)
en
τὸ
(to)
het
ἔνδυμα
(endyma)
kleed
αὐτοῦ
(autou)
zijn
λευκὸν
(leukon)
wit
ὡς
(hos)
als
χιών
(chion)
sneeuw
Bron: SBLGNT
Uitleg
Het Grieks heeft ‘zijn uiterlijk’ (αὐτοῦ, autou).
Wij noemen de engel, om verwarring met Yeshua te voorkomen.
4Uit angst voor hem beefden de bewakers en werden zij als doden.
ἀπὸ
(apo)
van
δὲ
(de)
maar
τοῦ
(tou)
de
φόβου
(phobou)
angst
αὐτοῦ
(autou)
voor hem
ἐσείσθησαν
(eseisthesan)
beefden
οἱ
(hoi)
de
τηροῦντες
(terountes)
bewakers
καὶ
(kai)
en
ἐγενήθησαν
(egenethesan)
werden
ὡς
(hos)
als
νεκροί
(nekroi)
doden
Bron: SBLGNT
Uitleg
ἐσείσθησαν (eseisthesan), ‘beefden’: hetzelfde woord als bij σεισμός (seismos), ‘aardbeving’, in 28:2.
5De engel antwoordde en zei tegen de vrouwen: „Wees niet bang, jullie. Want ik weet dat jullie Yeshua zoeken, de gekruisigde.
ἀποκριθεὶς
(apokritheis)
antwoordend
δὲ
(de)
maar
ὁ
(ho)
de
ἄγγελος
(angelos)
engel
εἶπεν
(eipen)
zei
ταῖς
(tais)
aan de
γυναιξίν
(gynaixin)
vrouwen
Μὴ
(Me)
niet
φοβεῖσθε
(phobeisthe)
wees bang
ὑμεῖς
(hymeis)
jullie
οἶδα
(oida)
ik weet
γὰρ
(gar)
want
ὅτι
(hoti)
dat
Ἰησοῦν
(Iesoun)
Yeshua
τὸν
(ton)
de
ἐσταυρωμένον
(estauromenon)
gekruisigde
ζητεῖτε
(zeteite)
jullie zoeken
Bron: SBLGNT
Uitleg
ὑμεῖς (hymeis), ‘jullie’: nadrukkelijk gezegd, tegenover de bewakers die bang werden (28:4).
6Hij is hier niet, want Hij is opgewekt, zoals Hij gezegd heeft. Kom, zie de plaats waar Hij lag.
οὐκ
(ouk)
niet
ἔστιν
(estin)
is
ὧδε
(hode)
hier
ἠγέρθη
(egerthe)
werd opgewekt
γὰρ
(gar)
want
καθὼς
(kathos)
zoals
εἶπεν
(eipen)
Hij zei
δεῦτε
(deute)
kom
ἴδετε
(idete)
zie
τὸν
(ton)
de
τόπον
(topon)
plaats
ὅπου
(hopou)
waar
ἔκειτο
(ekeito)
Hij lag
Bron: SBLGNT
Uitleg
ἠγέρθη (egerthe), ‘werd opgewekt’: een lijdende vorm; hij kan ook ‘stond op’ betekenen.
Wij houden ‘opgewekt’ zoals in 26:32 en 27:52–53.
‘Zoals Hij gezegd heeft’ verwijst naar 16:21; 17:23 en 20:19.
7Ga snel heen en zeg tegen Zijn leerlingen: ‘Hij is opgewekt uit de doden. En zie: Hij gaat jullie voor naar Galilea. Daar zullen jullie Hem zien.’ Zie, ik heb het jullie gezegd.”
καὶ
(kai)
en
ταχὺ
(tachy)
snel
πορευθεῖσαι
(poreutheisai)
gegaan zijnde
εἴπατε
(eipate)
zeg
τοῖς
(tois)
aan de
μαθηταῖς
(mathetais)
leerlingen
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
ὅτι
(hoti)
dat
Ἠγέρθη
(Egerthe)
Hij is opgewekt
ἀπὸ
(apo)
van
τῶν
(ton)
de
νεκρῶν
(nekron)
doden
καὶ
(kai)
en
ἰδοὺ
(idou)
zie
προάγει
(proagei)
Hij gaat voor
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
εἰς
(eis)
naar
τὴν
(ten)
de
Γαλιλαίαν
(Galilaian)
Galilea
ἐκεῖ
(ekei)
daar
αὐτὸν
(auton)
Hem
ὄψεσθε
(opsesthe)
zullen jullie zien
ἰδοὺ
(idou)
zie
εἶπον
(eipon)
ik heb gezegd
ὑμῖν
(hymin)
jullie
Bron: SBLGNT
Plaats
Zie Galilea: Galilea is het noorden van het land, ten westen van de Jordaan en het meer van Galilea.
Nazaret en Kapernaüm liggen in dit gebied.
Uitleg
Vergelijk 26:32: ‘Maar nadat Ik opgewekt ben, ga Ik jullie voor naar Galilea.’
8Zij gingen snel weg van het graf, met angst en grote vreugde, en renden om het aan Zijn leerlingen te melden.
καὶ
(kai)
en
ἀπελθοῦσαι
(apelthousai)
weggegaan
ταχὺ
(tachy)
snel
ἀπὸ
(apo)
van
τοῦ
(tou)
het
μνημείου
(mnemeiou)
graf
μετὰ
(meta)
met
φόβου
(phobou)
angst
καὶ
(kai)
en
χαρᾶς
(charas)
vreugde
μεγάλης
(megales)
grote
ἔδραμον
(edramon)
renden
ἀπαγγεῖλαι
(apangeilai)
om te melden
τοῖς
(tois)
aan de
μαθηταῖς
(mathetais)
leerlingen
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
Bron: SBLGNT
Yeshua ontmoet de vrouwen
9En zie: Yeshua kwam hun tegemoet en zei: „Gegroet.” Zij gingen naar Hem toe, grepen Zijn voeten vast en bogen zich voor Hem neer.
καὶ
(kai)
en
ἰδοὺ
(idou)
zie
Ἰησοῦς
(Iesous)
Yeshua
ὑπήντησεν
(hypentesen)
ontmoette
αὐταῖς
(autais)
hen
λέγων
(legon)
zeggend
Χαίρετε
(Chairete)
gegroet
αἱ
(hai)
zij
δὲ
(de)
maar
προσελθοῦσαι
(proselthousai)
naderend
ἐκράτησαν
(ekratesan)
grepen vast
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
τοὺς
(tous)
de
πόδας
(podas)
voeten
καὶ
(kai)
en
προσεκύνησαν
(prosekynesan)
bogen zich neer
αὐτῷ
(auto)
voor Hem
Bron: SBLGNT
Uitleg
προσκυνέω (proskyneo), ‘zich neerbuigen’: zoals in 2:2 en 28:17.
19Ga dus heen en maak alle volken tot leerlingen. Doop hen in de naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest.
πορευθέντες
(poreuthentes)
gegaan zijnde
οὖν
(oun)
dus
μαθητεύσατε
(matheteusate)
maak tot leerlingen
πάντα
(panta)
alle
τὰ
(ta)
de
ἔθνη
(ethne)
volken
βαπτίζοντες
(baptizontes)
dopend
αὐτοὺς
(autous)
hen
εἰς
(eis)
in
τὸ
(to)
de
ὄνομα
(onoma)
naam
τοῦ
(tou)
van de
πατρὸς
(patros)
Vader
καὶ
(kai)
en
τοῦ
(tou)
van de
υἱοῦ
(huiou)
Zoon
καὶ
(kai)
en
τοῦ
(tou)
van de
ἁγίου
(hagiou)
heilige
πνεύματος
(pneumatos)
Geest
Bron: SBLGNT
Uitleg
μαθητεύω (matheteuo), ‘tot leerling maken’: van μαθητής (mathetes), ‘leerling’. ἔθνη (ethne), ‘volken’: alle volken, ook de niet-Joden (vergelijk 4:15). βαπτίζω (baptizo), ‘dopen’: onderdompelen in water.
Het Grieks heeft ‘naam’ in het enkelvoud voor de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.