Elohim Bijbel

Jesaja 53

123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566

Het vierde knechtslied: de Knecht draagt onze schuld

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Wie heeft ons bericht geloofd?

1Wie heeft ons bericht geloofd? En aan wie is de arm van Yahweh geopenbaard?
מִ֥י
(mi)
wie
הֶאֱמִ֖ין
(heemin)
heeft geloofd
לִשְׁמֻעָתֵ֑נוּ
(lishmuatenu)
ons bericht
וּזְר֥וֹעַ
(uzeroa)
en de arm van
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
עַל
(al)
aan
מִ֥י
(mi)
wie
נִגְלָֽתָה
(niglata)
is geopenbaard
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Van vers 1 tot en met vers 10 spreekt een ‘wij’.

De tekst zegt niet wie: het kunnen de volken en hun koningen zijn (52:15) of het volk Israël.

Wij zetten dit zwart, zonder aanhalingstekens.

שְׁמֻעָה (shemu’ah), ‘bericht’: wat men heeft gehoord en doorvertelt. Het kan ook ‘wat wij hebben gehoord’ betekenen.

זְרוֹעַ יְהוָה (zero’a Yahweh), ‘de arm van Yahweh’: Yahweh die ingrijpt; zie 52:10. Dit vers wordt aangehaald in Joh. 12:38 en Rom. 10:16.

2Hij groeide voor Zijn aangezicht op als een scheut, als een wortel uit dor land. Hij had geen gestalte en geen luister, zodat wij naar hem zouden kijken. Hij had geen aanblik, zodat wij hem zouden begeren.
וַיַּ֨עַל
(vayaal)
en hij groeide op
כַּיּוֹנֵ֜ק
(kayoneq)
als een scheut
לְפָנָ֗יו
(lefanav)
voor Zijn aangezicht
וְכַשֹּׁ֨רֶשׁ֙
(vekhashoresh)
en als een wortel
מֵאֶ֣רֶץ
(meerets)
uit land van
צִיָּ֔ה
(tsiya)
dorheid
לֹא
(lo)
niet
תֹ֥אַר
(toar)
gestalte
ל֖וֹ
(lo)
voor hem
וְלֹ֣א
(velo)
en niet
הָדָ֑ר
(hadar)
luister
וְנִרְאֵ֥הוּ
(venirehu)
zodat wij hem zouden zien
וְלֹֽא
(velo)
en niet
מַרְאֶ֖ה
(mare)
aanblik
וְנֶחְמְדֵֽהוּ
(venechmedehu)
zodat wij hem zouden begeren
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

לְפָנָיו (lefanav), ‘voor Zijn aangezicht’: dat kan Yahweh zijn, zoals wij lezen, of de Knecht zelf (‘voor zich uit’).

יוֹנֵק (yoneq), ‘scheut’: een jonge, zwakke loot. Het woord betekent letterlijk ‘wie zuigt’, en dus ook ‘zuigeling’.

וְנִרְאֵהוּ (venir’ehu): letterlijk ‘en laat ons hem zien’. Wij lezen het als gevolg: ‘zodat wij naar hem zouden kijken’.

3Hij was veracht en door de mensen gemeden, een man van pijnen, vertrouwd met ziekte. Als iemand voor wie men het gezicht verbergt, zo was hij veracht, en wij hebben hem niet geacht.
נִבְזֶה֙
(nivze)
veracht
וַחֲדַ֣ל
(vachadal)
en gemeden door
אִישִׁ֔ים
(ishim)
mensen
אִ֥ישׁ
(ish)
man van
מַכְאֹב֖וֹת
(makhovot)
pijnen
וִיד֣וּעַ
(vidua)
en bekend met
חֹ֑לִי
(choli)
ziekte
וּכְמַסְתֵּ֤ר
(ukhemaster)
en als een verbergen van
פָּנִים֙
(panim)
gezicht
מִמֶּ֔נּוּ
(mimenu)
voor hem
נִבְזֶ֖ה
(nivze)
veracht
וְלֹ֥א
(velo)
en niet
חֲשַׁבְנֻֽהוּ
(chashavnuhu)
wij hebben hem geacht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

חֲדַל אִישִׁים (chadal ishim), ‘door de mensen gemeden’: van het werkwoord chadal, ‘ophouden’.

Het kan ook ‘de minste van de mensen’ betekenen.

יְדוּעַ חֹלִי (yedua choli), ‘vertrouwd met ziekte’: letterlijk ‘bekend met ziekte’.

Het Hebreeuws van de tweede helft van het vers is moeilijk. Wij vertalen: ‘als iemand voor wie men het gezicht verbergt’.

Onze ziekten heeft hij gedragen

4Waarlijk, onze ziekten heeft hij gedragen, en onze pijnen heeft hij op zich genomen. Wij echter hielden hem voor een getroffene, door Elohim geslagen en vernederd.
אָכֵ֤ן
(akhen)
waarlijk
חֳלָיֵ֨נוּ֙
(cholayenu)
onze ziekten
ה֣וּא
(hu)
hij
נָשָׂ֔א
(nasa)
heeft gedragen
וּמַכְאֹבֵ֖ינוּ
(umakhoveinu)
en onze pijnen
סְבָלָ֑ם
(sevalam)
heeft hij op zich genomen
וַאֲנַ֣חְנוּ
(vaanachnu)
en wij
חֲשַׁבְנֻ֔הוּ
(chashavnuhu)
hielden hem voor
נָג֛וּעַ
(nagua)
getroffene
מֻכֵּ֥ה
(muke)
geslagen door
אֱלֹהִ֖ים
(Elohim)
Elohim
וּמְעֻנֶּֽה
(umeune)
en vernederd
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

נָשָׂא (nasa), ‘dragen’: hetzelfde werkwoord staat in vers 12 bij ‘de zonde van velen dragen’.

סָבַל (saval), ‘op zich nemen’: een last torsen; zie ook vers 11.

נָגוּעַ (nagua), ‘getroffene’: iemand die door een slag of plaag is getroffen. Men zag in zijn lijden een straf van Elohim.

Dit vers wordt aangehaald in Matt. 8:17.

5Maar hij werd doorboord om onze overtredingen en verbrijzeld om onze schuld. De tuchtiging die ons vrede bracht, lag op hem. Door zijn striemen is er genezing voor ons.
וְהוּא֙
(vehu)
en hij
מְחֹלָ֣ל
(mecholal)
doorboord
מִפְּשָׁעֵ֔נוּ
(mipeshaenu)
om onze overtredingen
מְדֻכָּ֖א
(meduka)
verbrijzeld
מֵעֲוֺנֹתֵ֑ינוּ
(meavonoteinu)
om onze schuld
מוּסַ֤ר
(musar)
de tuchtiging van
שְׁלוֹמֵ֨נוּ֙
(shelomenu)
onze vrede
עָלָ֔יו
(alav)
op hem
וּבַחֲבֻרָת֖וֹ
(uvachavurato)
en door zijn striemen
נִרְפָּא
(nirpa)
is er genezing
לָֽנוּ
(lanu)
voor ons
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מְחֹלָל (mecholal), ‘doorboord’: het kan ook ‘gewond’ betekenen.

מְדֻכָּא (meduka), ‘verbrijzeld’: hetzelfde werkwoord staat in vers 10 (‘hem te verbrijzelen’).

מוּסַר שְׁלוֹמֵנוּ (musar shlomenu), ‘de tuchtiging die ons vrede bracht’: letterlijk ‘de tuchtiging van onze vrede’.

חַבֻּרָה (chaburah), ‘striem’: de striem of blauwe plek van een slag.

Ook dit vers wordt aangehaald in 1 Petr. 2:24–25.

6Wij allen dwaalden af als schapen. Wij wendden ons, ieder naar zijn eigen weg. Maar Yahweh liet de schuld van ons allen op hem neerkomen.
כֻּלָּ֨נוּ֙
(kulanu)
wij allen
כַּצֹּ֣אן
(katson)
als schapen
תָּעִ֔ינוּ
(tainu)
dwaalden af
אִ֥ישׁ
(ish)
man
לְדַרְכּ֖וֹ
(ledarko)
naar zijn weg
פָּנִ֑ינוּ
(paninu)
wendden wij ons
וַֽיהוָה֙
(vaYahweh)
maar Yahweh
הִפְגִּ֣יעַ
(hifgia)
liet neerkomen
בּ֔וֹ
(bo)
op hem
אֵ֖ת
(et)
(obj.)
עֲוֺ֥ן
(avon)
de schuld van
כֻּלָּֽנוּ
(kulanu)
ons allen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

הִפְגִּיעַ (hifgia), ‘liet neerkomen’: van het werkwoord paga, ‘treffen’.

In vers 12 staat dezelfde stam in ‘komt hij tussenbeide’.

Als een lam naar de slacht

7Hij werd onderdrukt en hij werd vernederd. Hij deed zijn mond niet open. Als een lam wordt hij naar de slacht geleid, en als een ooi is hij stom voor haar scheerders. Hij deed zijn mond niet open.
נִגַּ֨שׂ
(nigas)
werd onderdrukt
וְה֣וּא
(vehu)
en hij
נַעֲנֶה֮
(naane)
werd vernederd
וְלֹ֣א
(velo)
en niet
יִפְתַּח
(yiftach)
opent hij
פִּיו֒
(piv)
zijn mond
כַּשֶּׂה֙
(kase)
als een lam
לַטֶּ֣בַח
(latevach)
naar de slacht
יוּבָ֔ל
(yuval)
wordt hij geleid
וּכְרָחֵ֕ל
(ukherachel)
en als een ooi
לִפְנֵ֥י
(lifnei)
voor
גֹזְזֶ֖יהָ
(gozezeiha)
haar scheerders
נֶאֱלָ֑מָה
(neelama)
is stom
וְלֹ֥א
(velo)
en niet
יִפְתַּ֖ח
(yiftach)
opent hij
פִּֽיו
(piv)
zijn mond
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

נִגַּשׂ (niggas), ‘werd onderdrukt’: het werkwoord kan ook ‘werd opgeëist’ betekenen, zoals een schuld wordt opgeëist.

וְהוּא נַעֲנֶה (vehu na’aneh), ‘en hij werd vernederd’: ook ‘en hij liet zich vernederen’.

De verzen 7 en 8 worden aangehaald in Hand. 8:32–33.

8Door onderdrukking en rechtspraak is hij weggenomen. En wie denkt na over zijn generatie? Want hij is afgesneden uit het land van de levenden. Om de overtreding van mijn volk trof de slag hem.
מֵעֹ֤צֶר
(meotser)
uit onderdrukking
וּמִמִּשְׁפָּט֙
(umimishpat)
en uit rechtspraak
לֻקָּ֔ח
(luqach)
is weggenomen
וְאֶת
(veet)
en wat betreft
דּוֹר֖וֹ
(doro)
zijn generatie
מִ֣י
(mi)
wie
יְשׂוֹחֵ֑חַ
(yesocheach)
zal nadenken
כִּ֤י
(ki)
want
נִגְזַר֙
(nigzar)
is afgesneden
מֵאֶ֣רֶץ
(meerets)
uit het land van
חַיִּ֔ים
(chayim)
de levenden
מִפֶּ֥שַׁע
(mipesha)
om de overtreding van
עַמִּ֖י
(ami)
mijn volk
נֶ֥גַע
(nega)
de slag
לָֽמוֹ
(lamo)
voor hem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

עֹצֶר (otser), ‘onderdrukking’: letterlijk ‘beknelling’, ook ‘dwang’ of ‘gevangenschap’.

Het voorzetsel kan ‘uit’ of ‘door’ betekenen.

דּוֹר (dor), ‘generatie’: het kan ook ‘tijdgenoten’, ‘nageslacht’ of ‘woonplaats’ betekenen. De zin is moeilijk.

לָמוֹ (lamo), ‘voor hen’: een dichterlijke vorm, die soms ook voor ‘voor hem’ staat. Wij lezen ‘hem’, omdat de slag de Knecht trof.

עַמִּי (ammi), ‘mijn volk’: wie hier ‘mijn’ zegt, is niet duidelijk. Wij houden het zwart, bij de spreker van het ‘wij’.

9Men gaf hem zijn graf bij de goddelozen en bij een rijke in zijn dood. Toch had hij geen geweld gedaan, en er was geen bedrog in zijn mond.
וַיִּתֵּ֤ן
(vayiten)
en men gaf
אֶת
(et)
met
רְשָׁעִים֙
(reshaim)
goddelozen
קִבְר֔וֹ
(qivro)
zijn graf
וְאֶת
(veet)
en met
עָשִׁ֖יר
(ashir)
een rijke
בְּמֹתָ֑יו
(bemotav)
in zijn dood
עַ֚ל
(al)
hoewel
לֹא
(lo)
niet
חָמָ֣ס
(chamas)
geweld
עָשָׂ֔ה
(asa)
had hij gedaan
וְלֹ֥א
(velo)
en niet
מִרְמָ֖ה
(mirma)
bedrog
בְּפִֽיו
(befiv)
in zijn mond
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

וַיִּתֵּן (vayyiten), ‘men gaf’: het onderwerp is niet genoemd.

Het kan ook ‘hij gaf’ betekenen.

בְּמֹתָיו (bemotav), ‘in zijn dood’: het Hebreeuws heeft een meervoud, letterlijk ‘in zijn doden’. De betekenis is onzeker; met andere klinkers kan het ‘zijn grafheuvel’ zijn.

עַל לֹא (al lo), ‘omdat niet’ of ‘hoewel niet’: wij vertalen met ‘toch’.

Dit vers wordt aangehaald in 1 Petr. 2:22.

Yahweh had er behagen in

10Maar Yahweh had er behagen in hem te verbrijzelen. Hij heeft hem ziek gemaakt. Als hij zijn ziel tot schuldoffer stelt, zal hij nageslacht zien en zijn dagen verlengen. En wat Yahweh behaagt, zal door zijn hand slagen.
וַיהוָ֞ה
(vaYahweh)
en Yahweh
חָפֵ֤ץ
(chafets)
had behagen
דַּכְּאוֹ֙
(dakeo)
om hem te verbrijzelen
הֶֽחֱלִ֔י
(hecheli)
heeft Hij ziek gemaakt
אִם
(im)
als
תָּשִׂ֤ים
(tasim)
stelt hij
אָשָׁם֙
(asham)
schuldoffer
נַפְשׁ֔וֹ
(nafsho)
zijn ziel
יִרְאֶ֥ה
(yire)
hij zal zien
זֶ֖רַע
(zera)
nageslacht
יַאֲרִ֣יךְ
(yaarikh)
hij zal verlengen
יָמִ֑ים
(yamim)
dagen
וְחֵ֥פֶץ
(vechefets)
en het behagen van
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
בְּיָד֥וֹ
(beyado)
door zijn hand
יִצְלָֽח
(yitslach)
zal slagen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

הֶחֱלִי (hechli), ‘Hij heeft hem ziek gemaakt’: van het werkwoord chalah, ‘ziek zijn’.

אָשָׁם (asham), ‘schuldoffer’: het offer voor schuld (Lev. 5:15; 7:1). תָּשִׂים (tasim) kan ‘jij stelt’ of ‘zijn ziel stelt’ betekenen. Wij lezen: ‘als hij zijn ziel tot schuldoffer stelt’.

Mijn Knecht maakt velen rechtvaardig

11„Na de moeite van zijn ziel zal hij het zien en verzadigd worden. Door zijn kennis zal de rechtvaardige, Mijn Knecht, de velen rechtvaardig maken. En hun schuld zal hij op zich nemen.
מֵעֲמַ֤ל
(meamal)
na de moeite van
נַפְשׁוֹ֙
(nafsho)
zijn ziel
יִרְאֶ֣ה
(yire)
zal hij zien
יִשְׂבָּ֔ע
(yisba)
zal hij verzadigd worden
בְּדַעְתּ֗וֹ
(bedato)
door zijn kennis
יַצְדִּ֥יק
(yatsdiq)
zal rechtvaardig maken
צַדִּ֛יק
(tsadiq)
de rechtvaardige
עַבְדִּ֖י
(avdi)
Mijn Knecht
לָֽרַבִּ֑ים
(larabim)
de velen
וַעֲוֺנֹתָ֖ם
(vaavonotam)
en hun schuld
ה֥וּא
(hu)
hij
יִסְבֹּֽל
(yisbol)
zal op zich nemen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Vanaf hier spreekt Yahweh weer (vergelijk 52:13–15).

‘Mijn Knecht’ is het teken; wij zetten de verzen 11 en 12 rood.

Of het al in vers 10 begint, is niet te zeggen.

עֲמַל (amal), ‘moeite’: zware inspanning, ook leed.

יִרְאֶה (yireh), ‘hij zal het zien’: het Hebreeuws noemt niet wat hij zal zien.

יַצְדִּיק (yatsdiq), ‘zal rechtvaardig maken’: dezelfde stam als צַדִּיק (tsaddiq), ‘rechtvaardige’. De vorm kan ook ‘rechtvaardig verklaren’ betekenen.

בְּדַעְתּוֹ (bedaato), ‘door zijn kennis’: ook ‘door de kennis van hem’.

Lezing

Sommige oude vertalingen lezen hier anders.

Wij volgen de Masoretische tekst.

12Daarom zal Ik hem een aandeel geven onder de velen. Met de machtigen zal hij de buit verdelen, omdat hij zijn ziel tot in de dood heeft uitgestort en onder de overtreders is geteld. Hij heeft de zonde van velen gedragen, en voor de overtreders komt hij tussenbeide.”
לָכֵ֞ן
(lakhen)
daarom
אֲחַלֶּק
(achaleq)
zal Ik toewijzen
ל֣וֹ
(lo)
aan hem
בָרַבִּ֗ים
(barabim)
onder de velen
וְאֶת
(veet)
en met
עֲצוּמִים֮
(atsumim)
machtigen
יְחַלֵּ֣ק
(yechaleq)
zal hij verdelen
שָׁלָל֒
(shalal)
buit
תַּ֗חַת
(tachat)
omdat
אֲשֶׁ֨ר
(asher)
dat
הֶעֱרָ֤ה
(heera)
heeft uitgestort
לַמָּ֨וֶת֙
(lamavet)
tot de dood
נַפְשׁ֔וֹ
(nafsho)
zijn ziel
וְאֶת
(veet)
en met
פֹּשְׁעִ֖ים
(posheim)
overtreders
נִמְנָ֑ה
(nimna)
is geteld
וְהוּא֙
(vehu)
en hij
חֵטְא
(chete)
de zonde van
רַבִּ֣ים
(rabim)
velen
נָשָׂ֔א
(nasa)
heeft gedragen
וְלַפֹּשְׁעִ֖ים
(velaposheim)
en voor de overtreders
יַפְגִּֽיעַ
(yafgia)
komt hij tussenbeide
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

עֲצוּמִים (atsumim), ‘machtigen’: het woord אֶת (et) kan ‘met’ betekenen of het lijdend voorwerp aanduiden.

Wij lezen ‘met de machtigen zal hij de buit verdelen’; het kan ook ‘de machtigen zal hij als buit verdelen’ zijn.

הֶעֱרָה (he’erah), ‘heeft uitgestort’: hetzelfde werkwoord staat in Ps. 141:8 (‘stort mijn ziel niet uit’).

יַפְגִּיעַ (yafgia), ‘komt hij tussenbeide’: dezelfde stam als ‘liet neerkomen’ in vers 6. Het werkwoord betekent ook ‘treffen’ en ‘een verzoek doen’.

Dit vers wordt aangehaald in Luc. 22:37.