Elohim Bijbel

Jesaja 28

123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566

Wee Efraïm en de spotters in Jeruzalem; de steen in Sion en de landman

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Wee de dronkaards van Efraïm

1Wee de trotse kroon van de dronkaards van Efraïm. Zijn prachtige sieraad is een verwelkende bloem op het hoofd van het vruchtbare dal, van hen die door wijn overmand zijn.
ה֗וֹי
(hoy)
wee
עֲטֶ֤רֶת
(ateret)
kroon van
גֵּאוּת֙
(geut)
trots
שִׁכֹּרֵ֣י
(shikorei)
dronkaards van
אֶפְרַ֔יִם
(efrayim)
Efraïm
וְצִ֥יץ
(vetsits)
en bloem van
נֹבֵ֖ל
(novel)
verwelkend
צְבִ֣י
(tsevi)
sieraad van
תִפְאַרְתּ֑וֹ
(tifarto)
zijn pracht
אֲשֶׁ֛ר
(asher)
die
עַל
(al)
op
רֹ֥אשׁ
(rosh)
hoofd van
גֵּֽיא
(gei)
dal van
שְׁמָנִ֖ים
(shemanim)
vruchtbare streken
הֲל֥וּמֵי
(halumei)
overmand door
יָֽיִן
(yayin)
wijn
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

הוֹי (hoy), ‘wee’: een uitroep van klacht en waarschuwing.

גֵּיא שְׁמָנִים (gei shemanim), ‘dal van vette streken’: een vruchtbaar dal. Met de kroon op het hoofd van dat dal is waarschijnlijk Samaria bedoeld, de hoofdstad van Efraïm. Efraïm is hier het noordelijke rijk; zie ook Hos. 4:17.

2Zie, de Heer heeft er een die sterk en machtig is. Als een stortbui van hagel, een verwoestende storm, als een stortvloed van geweldige, overstromende wateren, werpt hij neer op de aarde, met de hand.
הִנֵּ֨ה
(hine)
zie
חָזָ֤ק
(chazaq)
sterk
וְאַמִּץ֙
(veamits)
en machtig
לַֽאדֹנָ֔י
(ladonay)
voor de Heer
כְּזֶ֥רֶם
(kezerem)
als een stortbui van
בָּרָ֖ד
(barad)
hagel
שַׂ֣עַר
(saar)
storm van
קָ֑טֶב
(qatev)
verwoesting
כְּ֠זֶרֶם
(kezerem)
als een stortbui van
מַ֣יִם
(mayim)
water
כַּבִּירִ֥ים
(kabirim)
geweldig
שֹׁטְפִ֛ים
(shotefim)
overstromend
הִנִּ֥יחַ
(hiniach)
werpt hij neer
לָאָ֖רֶץ
(laarets)
op de aarde
בְּיָֽד
(beyad)
met de hand
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אֲדֹנָי (Adonai), ‘de Heer’.

Het Hebreeuws zegt niet wie de sterke en machtige is die de Heer heeft.

בְּיָד (beyad), ‘met de hand’: met kracht.

3Met voeten wordt de trotse kroon van de dronkaards van Efraïm vertrapt.
בְּרַגְלַ֖יִם
(beraglayim)
met voeten
תֵּֽרָמַ֑סְנָה
(teramasna)
wordt vertrapt
עֲטֶ֥רֶת
(ateret)
kroon van
גֵּא֖וּת
(geut)
trots
שִׁכּוֹרֵ֥י
(shikorei)
dronkaards van
אֶפְרָֽיִם
(efrayim)
Efraïm
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
4De verwelkende bloem van zijn prachtige sieraad, op het hoofd van het vruchtbare dal, zal worden als een eerste vrucht vóór de zomer. Zodra iemand haar ziet, slokt hij haar op, terwijl ze nog in zijn hand is.
וְֽהָ֨יְתָ֜ה
(vehayeta)
en zal worden
צִיצַ֤ת
(tsitsat)
bloem van
נֹבֵל֙
(novel)
verwelkend
צְבִ֣י
(tsevi)
sieraad van
תִפְאַרְתּ֔וֹ
(tifarto)
zijn pracht
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
die
עַל
(al)
op
רֹ֖אשׁ
(rosh)
hoofd van
גֵּ֣יא
(gei)
dal van
שְׁמָנִ֑ים
(shemanim)
vruchtbare streken
כְּבִכּוּרָהּ֙
(kevikurah)
als een eerste vrucht
בְּטֶ֣רֶם
(beterem)
vóór
קַ֔יִץ
(qayits)
zomer
אֲשֶׁ֨ר
(asher)
zodra
יִרְאֶ֤ה
(yire)
ziet
הָֽרֹאֶה֙
(haroe)
wie ziet
אוֹתָ֔הּ
(otah)
haar
בְּעוֹדָ֥הּ
(beodah)
terwijl ze nog is
בְּכַפּ֖וֹ
(bekhapo)
in zijn hand
יִבְלָעֶֽנָּה
(yivlaena)
slokt hij haar op
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

בִּכּוּרָה (bikkurah), ‘eerste vrucht’: een vroeg rijpe vrucht die men meteen opeet.

Hetzelfde woord staat in Hos. 9:10.

Yahweh van de legermachten wordt een kroon

5Op die dag zal Yahweh van de legermachten een sierlijke kroon zijn en een prachtige tooi voor de overgeblevenen van Zijn volk.
בַּיּ֣וֹם
(bayom)
op de dag
הַה֗וּא
(hahu)
die
יִֽהְיֶה֙
(yihye)
zal zijn
יְהוָ֣ה
(Yahweh)
Yahweh
צְבָא֔וֹת
(tsevaot)
van de legermachten
לַעֲטֶ֣רֶת
(laateret)
tot een kroon van
צְבִ֔י
(tsevi)
sieraad
וְלִצְפִירַ֖ת
(velitsfirat)
en tot een tooi van
תִּפְאָרָ֑ה
(tifara)
pracht
לִשְׁאָ֖ר
(lishar)
voor de overgeblevenen van
עַמּֽוֹ
(amo)
Zijn volk
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

שְׁאָר (she'ar), ‘de overgeblevenen’: zij die na het oordeel overblijven.

Yahweh Zelf wordt de kroon van hen die overblijven.

צְפִירָה (tsefirah), ‘tooi’: een zeldzaam woord. De betekenis is niet helemaal zeker; het hoort bij een sierlijke krans.

6Hij zal een geest van recht zijn voor wie recht spreekt, en kracht voor hen die de strijd terugdrijven naar de poort.
וּלְר֖וּחַ
(uleruach)
en tot een geest van
מִשְׁפָּ֑ט
(mishpat)
recht
לַיּוֹשֵׁב֙
(layoshev)
voor wie zit
עַל
(al)
op
הַמִּשְׁפָּ֔ט
(hamishpat)
het recht
וְלִ֨גְבוּרָ֔ה
(veligvura)
en tot kracht
מְשִׁיבֵ֥י
(meshivei)
voor wie terugdrijven
מִלְחָמָ֖ה
(milchama)
strijd
שָֽׁעְרָה
(shaera)
naar de poort
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

עַל־הַמִּשְׁפָּט (al hammishpat), ‘op het recht’: voor wie zit om recht te spreken.

מְשִׁיבֵי מִלְחָמָה שָׁעְרָה (meshivei milchamah shaarah), ‘die de strijd naar de poort terugdrijven’: de aanval wordt tot aan de poort teruggedreven. Het Hebreeuws zegt niet van wie de poort is.

Priester en profeet zwalken

7Ook dezen dwalen door wijn en zwalken door sterke drank. Priester en profeet dwalen door sterke drank. Zij zijn verslonden door de wijn en zwalken door de sterke drank. Zij dwalen in het visioen en wankelen bij het oordeel.
וְגַם
(vegam)
en ook
אֵ֨לֶּה֙
(ele)
dezen
בַּיַּ֣יִן
(bayayin)
door wijn
שָׁג֔וּ
(shagu)
dwalen
וּבַשֵּׁכָ֖ר
(uvashekhar)
en door sterke drank
תָּע֑וּ
(tau)
zwalken
כֹּהֵ֣ן
(kohen)
priester
וְנָבִיא֩
(venavi)
en profeet
שָׁג֨וּ
(shagu)
dwalen
בַשֵּׁכָ֜ר
(bashekhar)
door sterke drank
נִבְלְע֣וּ
(nivleu)
zijn verslonden
מִן
(min)
door
הַיַּ֗יִן
(hayayin)
de wijn
תָּעוּ֙
(tau)
zwalken
מִן
(min)
door
הַשֵּׁכָ֔ר
(hashekhar)
de sterke drank
שָׁגוּ֙
(shagu)
dwalen
בָּֽרֹאֶ֔ה
(baroe)
in het visioen
פָּק֖וּ
(paqu)
wankelen
פְּלִילִיָּֽה
(peliliya)
bij het oordeel
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

שֵׁכָר (shekar), ‘sterke drank’: een gegiste drank, anders dan wijn.

פָּקוּ (paqu), ‘zij wankelen’: een zeldzaam werkwoord; de betekenis is onzeker.

פְּלִילִיָּה (peliliyyah), ‘het oordeel’: de uitspraak van de rechter.

‘Ook dezen’ wijst waarschijnlijk naar de leiders van Juda, na de dronkaards van Efraïm.

8Want alle tafels zijn vol braaksel en vuil. Er is geen plaats.
כִּ֚י
(ki)
want
כָּל
(kal)
alle
שֻׁלְחָנ֔וֹת
(shulchanot)
tafels
מָלְא֖וּ
(maleu)
zijn vol
קִ֣יא
(qi)
braaksel
צֹאָ֑ה
(tsoa)
vuil
בְּלִ֖י
(beli)
zonder
מָקֽוֹם
(maqom)
plaats
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

בְּלִי מָקוֹם (bli maqom), ‘zonder plaats’: er is geen schone plek meer.

9Wie wil hij kennis leren? En wie wil hij het bericht laten begrijpen? Kinderen die van de melk zijn gespeend, van de borsten zijn weggenomen?
אֶת
(et)
(obj.)
מִי֙
(mi)
wie
יוֹרֶ֣ה
(yore)
hij leert
דֵעָ֔ה
(dea)
kennis
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
מִ֖י
(mi)
wie
יָבִ֣ין
(yavin)
hij doet begrijpen
שְׁמוּעָ֑ה
(shemua)
het bericht
גְּמוּלֵי֙
(gemulei)
gespeend van
מֵֽחָלָ֔ב
(mechalav)
melk
עַתִּיקֵ֖י
(atiqei)
weggenomen van
מִשָּׁדָֽיִם
(mishadayim)
borsten
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Het Hebreeuws zegt niet wie hier spreekt.

Het zijn waarschijnlijk de priesters en profeten uit vers 7, die de profeet bespotten.

‘Hij’ is in die lezing de profeet.

Ze noemen hem iemand die kleine kinderen onderwijst.

10Want: gebod op gebod, gebod op gebod; lijn op lijn, lijn op lijn; een beetje daar, een beetje daar.
כִּ֣י
(ki)
want
צַ֤ו
(tsav)
gebod
לָצָו֙
(latsav)
op gebod
צַ֣ו
(tsav)
gebod
לָצָ֔ו
(latsav)
op gebod
קַ֥ו
(qav)
lijn
לָקָ֖ו
(laqav)
op lijn
קַ֣ו
(qav)
lijn
לָקָ֑ו
(laqav)
op lijn
זְעֵ֥יר
(zeeir)
een beetje
שָׁ֖ם
(sham)
daar
זְעֵ֥יר
(zeeir)
een beetje
שָֽׁם
(sham)
daar
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

צַו לָצָו (tsav latsav) en קַו לָקָו (qav laqav): de klanken lijken op kinderspraak.

Waarschijnlijk bootsen de spotters zo het onderwijs van de profeet na.

צַו (tsav) betekent ‘gebod’ of ‘bevel’; קַו (qav) is een ‘meetlijn’ of ‘regel’.

זְעֵיר שָׁם (ze'er sham) betekent ‘een beetje daar’.

Zie ook vers 13.

11Want met stamelende lippen en met een andere tong zal Hij spreken tot dit volk.
כִּ֚י
(ki)
want
בְּלַעֲגֵ֣י
(belaagei)
met stamelen van
שָׂפָ֔ה
(safa)
lip
וּבְלָשׁ֖וֹן
(uvelashon)
en met tong
אַחֶ֑רֶת
(acheret)
andere
יְדַבֵּ֖ר
(yedaber)
zal Hij spreken
אֶל
(el)
tot
הָעָ֥ם
(haam)
het volk
הַזֶּֽה
(haze)
dit
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

בְּלַעֲגֵי שָׂפָה (bilageh safah), ‘met stamelende lippen’: het woord kan ook ‘spottende lippen’ betekenen.

‘Een andere tong’ is een vreemde taal.

Zie ook 1 Kor. 14:21.

12Hij zei tegen hen: „Dit is de rust. Geef de vermoeide rust. En dit is de verkwikking.” Maar zij wilden niet horen.
אֲשֶׁ֣ר
(asher)
die
אָמַ֣ר
(amar)
zei
אֲלֵיהֶ֗ם
(aleihem)
tegen hen
זֹ֤את
(zot)
dit
הַמְּנוּחָה֙
(hamenucha)
de rust
הָנִ֣יחוּ
(hanichu)
geef rust
לֶֽעָיֵ֔ף
(leayef)
aan de vermoeide
וְזֹ֖את
(vezot)
en dit
הַמַּרְגֵּעָ֑ה
(hamargea)
de verkwikking
וְלֹ֥א
(velo)
maar niet
אָב֖וּא
(avu)
wilden zij
שְׁמֽוֹעַ
(shemoa)
horen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De profeet haalt hier woorden van Yahweh Zelf aan.

מַרְגֵּעָה (margea), ‘verkwikking’: een zeldzaam woord, verwant aan ‘rust’.

13Het woord van Yahweh zal voor hen zijn: gebod op gebod, gebod op gebod; lijn op lijn, lijn op lijn; een beetje daar, een beetje daar. Zo zullen zij gaan en achterover struikelen, gebroken worden, verstrikt raken en gevangen worden.
וְהָיָ֨ה
(vehaya)
en zal zijn
לָהֶ֜ם
(lahem)
voor hen
דְּבַר
(devar)
woord van
יְהוָ֗ה
(Yahweh)
Yahweh
צַ֣ו
(tsav)
gebod
לָצָ֞ו
(latsav)
op gebod
צַ֤ו
(tsav)
gebod
לָצָו֙
(latsav)
op gebod
קַ֤ו
(qav)
lijn
לָקָו֙
(laqav)
op lijn
קַ֣ו
(qav)
lijn
לָקָ֔ו
(laqav)
op lijn
זְעֵ֥יר
(zeeir)
een beetje
שָׁ֖ם
(sham)
daar
זְעֵ֣יר
(zeeir)
een beetje
שָׁ֑ם
(sham)
daar
לְמַ֨עַן
(lemaan)
opdat
יֵלְכ֜וּ
(yelekhu)
zij gaan
וְכָשְׁל֤וּ
(vekhashelu)
en struikelen
אָחוֹר֙
(achor)
achterover
וְנִשְׁבָּ֔רוּ
(venishbaru)
en gebroken worden
וְנוֹקְשׁ֖וּ
(venoqeshu)
en verstrikt raken
וְנִלְכָּֽדוּ
(venilkadu)
en gevangen worden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Het woord van Yahweh wordt voor hen wat zij zelf spottend zeiden (vers 10): klanken die zij niet begrijpen.

Zo struikelen zij erover.

Het verbond met de dood

14Daarom, hoor het woord van Yahweh, spotters, heersers over dit volk dat in Jeruzalem is.
לָכֵ֛ן
(lakhen)
daarom
שִׁמְע֥וּ
(shimu)
hoort
דְבַר
(devar)
woord van
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
אַנְשֵׁ֣י
(anshei)
mannen van
לָצ֑וֹן
(latson)
spot
מֹֽשְׁלֵי֙
(moshelei)
heersers over
הָעָ֣ם
(haam)
het volk
הַזֶּ֔ה
(haze)
dit
אֲשֶׁ֖ר
(asher)
dat
בִּירוּשָׁלִָֽם
(birushaliam)
in Jeruzalem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

Uitleg

אַנְשֵׁי לָצוֹן (anshei latson), ‘mannen van spot’.

מֹשְׁלֵי (moshlei), ‘heersers over’: met andere klinkers kan het ook ‘makers van spreuken’ zijn. Wij volgen de klinkers.

15Want jullie hebben gezegd: „Wij hebben een verbond gesloten met de dood en een overeenkomst gemaakt met Sjeol. Als de overspoelende gesel voorbijtrekt, zal hij ons niet bereiken. Want wij hebben de leugen tot onze toevlucht gemaakt en ons in bedrog verborgen.”
כִּ֣י
(ki)
want
אֲמַרְתֶּ֗ם
(amartem)
jullie hebben gezegd
כָּרַ֤תְנֽוּ
(karatnu)
wij hebben gesloten
בְרִית֙
(berit)
verbond
אֶת
(et)
met
מָ֔וֶת
(mavet)
de dood
וְעִם
(veim)
en met
שְׁא֖וֹל
(sheol)
Sjeol
עָשִׂ֣ינוּ
(asinu)
wij hebben gemaakt
חֹזֶ֑ה
(choze)
overeenkomst
שׁ֣וֹט
(shot)
gesel
שׁוֹטֵ֤ף
(shotef)
overspoelend
כִּֽי
(ki)
als
יַֽעֲבֹר֙
(yaavor)
hij voorbijtrekt
לֹ֣א
(lo)
niet
יְבוֹאֵ֔נוּ
(yevoenu)
zal hij ons bereiken
כִּ֣י
(ki)
want
שַׂ֧מְנוּ
(samnu)
wij hebben gemaakt
כָזָ֛ב
(kazav)
leugen
מַחְסֵ֖נוּ
(machsenu)
onze toevlucht
וּבַשֶּׁ֥קֶר
(uvasheqer)
en in bedrog
נִסְתָּֽרְנוּ
(nistarenu)
wij hebben ons verborgen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

חֹזֶה (chozeh), ‘overeenkomst’: letterlijk ‘iets wat men ziet’; het woord staat naast ‘verbond’.

In vers 18 staat het als חָזוּת (chazut).

שׁוֹט שׁוֹטֵף (shot shotef), ‘overspoelende gesel’: een beeld voor een ramp die als een vloed komt.

Lezing

In de geschreven tekst staan hier andere medeklinkers: שיט (shit) en עבר (avar).

De lezing (qere) is שׁוֹט (shot, ‘gesel’) en יַעֲבֹר (ya'avor, ‘hij trekt voorbij’).

Wij volgen de lezing.

De steen in Sion

16Daarom, zo zegt Heer Yahweh: „Zie, Ik ben het die in Sion een steen legt, een beproefde steen, een kostbare hoeksteen, een hecht fundament. Wie gelooft, zal zich niet haasten.
לָכֵ֗ן
(lakhen)
daarom
כֹּ֤ה
(ko)
zo
אָמַר֙
(amar)
zegt
אֲדֹנָ֣י
(adonay)
Heer
יְהוִ֔ה
(Yahweh)
Yahweh
הִנְנִ֛י
(hinni)
zie Ik ben
יִסַּ֥ד
(yisad)
het die legt
בְּצִיּ֖וֹן
(betsiyon)
in Sion
אָ֑בֶן
(aven)
steen
אֶ֣בֶן
(even)
steen
בֹּ֜חַן
(bochan)
beproefde
פִּנַּ֤ת
(pinat)
hoeksteen van
יִקְרַת֙
(yiqrat)
kostbaarheid
מוּסָ֣ד
(musad)
fundament
מוּסָּ֔ד
(musad)
fundament
הַֽמַּאֲמִ֖ין
(hamaamin)
wie gelooft
לֹ֥א
(lo)
niet
יָחִֽישׁ
(yachish)
zal zich haasten
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

Uitleg

אֲדֹנָי יֱהוִה (Adonai Yahweh), ‘Heer Yahweh’: zie Jes. 3:15.

Vanaf hier spreekt Yahweh zelf.

אֶבֶן בֹּחַן (even bochan), ‘beproefde steen’: een steen die gekeurd is en standhoudt. Een hoeksteen draagt het gebouw.

מוּסָּד מוּסָּד (musad musad): het woord staat twee keer, ‘een fundament, een stevig gegrondveste’. Wij vertalen ‘een hecht fundament’.

הַמַּאֲמִין (hamamin), ‘wie gelooft’: van אָמַן (aman), ‘vast zijn’, ‘vertrouwen’.

יָחִישׁ (yachish), ‘zich haasten’: wie op de steen vertrouwt, jaagt niet in angst weg. De betekenis is niet helemaal zeker.

Zie ook Rom. 9:33 en 1 Petr. 2:6.

17Ik zal het recht tot meetlijn maken en de gerechtigheid tot paslood. Hagel zal de toevlucht van de leugen wegvagen, en water zal de schuilplaats overspoelen.
וְשַׂמְתִּ֤י
(vesamti)
en Ik zal maken
מִשְׁפָּט֙
(mishpat)
recht
לְקָ֔ו
(leqav)
tot meetlijn
וּצְדָקָ֖ה
(utsedaqa)
en gerechtigheid
לְמִשְׁקָ֑לֶת
(lemishqalet)
tot paslood
וְיָעָ֤ה
(veyaa)
en zal wegvagen
בָרָד֙
(barad)
hagel
מַחְסֵ֣ה
(machse)
toevlucht van
כָזָ֔ב
(kazav)
leugen
וְסֵ֥תֶר
(veseter)
en schuilplaats
מַ֖יִם
(mayim)
water
יִשְׁטֹֽפוּ
(yishtofu)
zal overspoelen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

קַו (qav), ‘meetlijn’: het touw waarmee men een bouwwerk uitmeet.

מִשְׁקֶלֶת (mishqelet), ‘paslood’: een lood aan een touw om te meten of een muur recht staat.

18Jullie verbond met de dood wordt ontbonden, en jullie overeenkomst met Sjeol houdt geen stand. Als de overspoelende gesel voorbijtrekt, zullen jullie door hem worden vertrapt.
וְכֻפַּ֤ר
(vekhupar)
en zal worden ontbonden
בְּרִֽיתְכֶם֙
(beritekhem)
jullie verbond
אֶת
(et)
met
מָ֔וֶת
(mavet)
de dood
וְחָזוּתְכֶ֥ם
(vechazutekhem)
en jullie overeenkomst
אֶת
(et)
met
שְׁא֖וֹל
(sheol)
Sjeol
לֹ֣א
(lo)
niet
תָק֑וּם
(taqum)
zal standhouden
שׁ֤וֹט
(shot)
gesel
שׁוֹטֵף֙
(shotef)
overspoelend
כִּ֣י
(ki)
als
יַֽעֲבֹ֔ר
(yaavor)
hij voorbijtrekt
וִהְיִ֥יתֶם
(vihyitem)
en jullie zullen zijn
ל֖וֹ
(lo)
voor hem
לְמִרְמָֽס
(lemirmas)
tot vertrapping
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

וְכֻפַּר (vechuppar), ‘wordt ontbonden’: het werkwoord is verwant aan כִּפֶּר (kipper), ‘verzoening doen’, letterlijk ‘bedekken’.

Hier betekent het dat het verbond wordt weggenomen.

De betekenis is niet helemaal zeker.

19Telkens als hij voorbijtrekt, neemt hij jullie mee. Want morgen na morgen trekt hij voorbij, overdag en ’s nachts. Het zal louter verschrikking zijn om het bericht te begrijpen.
מִדֵּ֤י
(midei)
telkens als
עָבְרוֹ֙
(avero)
hij voorbijtrekt
יִקַּ֣ח
(yiqach)
neemt hij mee
אֶתְכֶ֔ם
(etkhem)
jullie
כִּֽי
(ki)
want
בַבֹּ֧קֶר
(baboqer)
morgen
בַּבֹּ֛קֶר
(baboqer)
na morgen
יַעֲבֹ֖ר
(yaavor)
trekt hij voorbij
בַּיּ֣וֹם
(bayom)
overdag
וּבַלָּ֑יְלָה
(uvalayela)
en ’s nachts
וְהָיָ֥ה
(vehaya)
en het zal zijn
רַק
(raq)
louter
זְוָעָ֖ה
(zevaa)
verschrikking
הָבִ֥ין
(havin)
begrijpen
שְׁמוּעָֽה
(shemua)
het bericht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
20Want het bed is te kort om zich uit te strekken, en de deken is te smal om zich in te wikkelen.”
כִּֽי
(ki)
want
קָצַ֥ר
(qatsar)
te kort is
הַמַּצָּ֖ע
(hamatsa)
het bed
מֵֽהִשְׂתָּרֵ֑עַ
(mehistarea)
om zich uit te strekken
וְהַמַּסֵּכָ֥ה
(vehamasekha)
en de deken
צָ֖רָה
(tsara)
te smal
כְּהִתְכַּנֵּֽס
(kehitkanes)
om zich in te wikkelen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Dit is een gezegde: de schuilplaats van de leugen biedt geen rust.

Een bed dat te kort is en een deken die te smal is geven geen bescherming.

Hier eindigen de woorden van Yahweh.

21Want Yahweh zal opstaan zoals op de berg Perazim. Hij zal in beroering komen zoals in het dal bij Gibeon, om Zijn werk te doen, Zijn vreemde werk, en om Zijn arbeid te verrichten, Zijn vreemde arbeid.
כִּ֤י
(ki)
want
כְהַר
(kehar)
zoals op de berg
פְּרָצִים֙
(peratsim)
Perazim
יָק֣וּם
(yaqum)
zal opstaan
יְהוָ֔ה
(Yahweh)
Yahweh
כְּעֵ֖מֶק
(keemeq)
zoals in het dal
בְּגִבְע֣וֹן
(begivon)
bij Gibeon
יִרְגָּ֑ז
(yirgaz)
zal Hij in beroering komen
לַעֲשׂ֤וֹת
(laasot)
om te doen
מַעֲשֵׂ֨הוּ֙
(maasehu)
Zijn werk
זָ֣ר
(zar)
vreemd
מַעֲשֵׂ֔הוּ
(maasehu)
Zijn werk
וְלַֽעֲבֹד֙
(velaavod)
en om te verrichten
עֲבֹ֣דָת֔וֹ
(avodato)
Zijn arbeid
נָכְרִיָּ֖ה
(nakheriya)
vreemd
עֲבֹדָתֽוֹ
(avodato)
Zijn arbeid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Berg Perazim (Baäl-Perazim?; ligging onzeker): De berg Perazim is waarschijnlijk Baäl-Perazim, in de buurt van Jeruzalem, in het dal van de Refaïeten (2 Samuël 5:20).

De precieze plaats is niet zeker.

Zie Gibeon: Gibeon (el-Jib) lag ongeveer 10 km ten noordwesten van Jeruzalem.

Uitleg

De berg Perazim herinnert aan Baäl-Perazim, waar Yahweh Davids vijanden doorbrak (2 Sam. 5:20).

Het dal bij Gibeon herinnert aan een strijd bij Gibeon (Joz. 10:10–12; zie ook 1 Kron. 14:16).

Nu richt Yahweh Zich tegen Zijn eigen volk.

Daarom noemt de profeet het Zijn ‘vreemde werk’.

יִרְגָּז (yirgaz), ‘zal in beroering komen’: letterlijk ‘beven’, ‘onrustig zijn’.

עֲבֹדָה (avodah), ‘arbeid’: werk dat men doet.

22En nu: spot niet, anders worden jullie boeien sterker. Want ik heb van Heer Yahweh van de legermachten gehoord: een volledig einde, vast besloten, over het hele land.
וְעַתָּה֙
(veata)
en nu
אַל
(al)
niet
תִּתְלוֹצָ֔צוּ
(titlotsatsu)
spot
פֶּֽן
(pen)
anders
יֶחְזְק֖וּ
(yechzequ)
worden sterker
מֽוֹסְרֵיכֶ֑ם
(mosereikhem)
jullie boeien
כִּֽי
(ki)
want
כָלָ֨ה
(kala)
volledig einde
וְנֶחֱרָצָ֜ה
(venecheratsa)
en vast besloten
שָׁמַ֗עְתִּי
(shamati)
heb ik gehoord
מֵאֵ֨ת
(meet)
van
אֲדֹנָ֧י
(adonay)
Heer
יְהוִ֛ה
(Yahweh)
Yahweh
צְבָא֖וֹת
(tsevaot)
van de legermachten
עַל
(al)
over
כָּל
(kal)
heel
הָאָֽרֶץ
(haarets)
het land
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מוֹסֵרוֹת (moserot), ‘boeien’: banden of touwen.

הָאָרֶץ (haarets), ‘het land’: het kan ook ‘de aarde’ betekenen. Zie ook vers 2.

Luister naar de gelijkenis van de landman

23Luister en hoor mijn stem. Let op en hoor mijn woorden.
הַאֲזִ֥ינוּ
(haazinu)
luistert
וְשִׁמְע֖וּ
(veshimu)
en hoort
קוֹלִ֑י
(qoli)
mijn stem
הַקְשִׁ֥יבוּ
(haqshivu)
let op
וְשִׁמְע֖וּ
(veshimu)
en hoort
אִמְרָתִֽי
(imrati)
mijn woorden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
24Ploegt de ploeger de hele dag om te zaaien, opent en eggt hij zijn grond?
הֲכֹ֣ל
(hakhol)
is het hele
הַיּ֔וֹם
(hayom)
de dag
יַחֲרֹ֥שׁ
(yacharosh)
ploegt
הַחֹרֵ֖שׁ
(hachoresh)
de ploeger
לִזְרֹ֑עַ
(lizroa)
om te zaaien
יְפַתַּ֥ח
(yefatach)
opent hij
וִֽישַׂדֵּ֖ד
(visaded)
en eggt hij
אַדְמָתֽוֹ
(admato)
zijn grond
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Vanaf hier begint een gelijkenis over de landman.

Hij ploegt en zaait niet zonder ophouden, maar doet elk werk op zijn tijd.

אֲדָמָה (adamah), ‘grond’.

25Is het niet zo? Als hij het oppervlak gelijk heeft gemaakt, strooit hij zwarte komijn uit en zaait hij komijn. Hij legt tarwe in rijen, gerst op de aangewezen plek en spelt aan de rand.
הֲלוֹא֙
(halo)
is niet
אִם
(im)
als
שִׁוָּ֣ה
(shiva)
hij gelijk heeft gemaakt
פָנֶ֔יהָ
(paneiha)
haar oppervlak
וְהֵפִ֥יץ
(vehefits)
strooit hij uit
קֶ֖צַח
(qetsach)
zwarte komijn
וְכַמֹּ֣ן
(vekhamon)
en komijn
יִזְרֹ֑ק
(yizroq)
zaait hij
וְשָׂ֨ם
(vesam)
en legt hij
חִטָּ֤ה
(chita)
tarwe
שׂוֹרָה֙
(sora)
in rijen
וּשְׂעֹרָ֣ה
(useora)
en gerst
נִסְמָ֔ן
(nisman)
op de aangewezen plek
וְכֻסֶּ֖מֶת
(vekhusemet)
en spelt
גְּבֻלָתֽוֹ
(gevulato)
aan zijn rand
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

קֶצַח (qetsach), ‘zwarte komijn’: een klein zaad, gebruikt als kruid.

כַּמֹּן (kammon), ‘komijn’.

כֻּסֶּמֶת (kussemet), ‘spelt’: een graansoort.

שׂוֹרָה (sorah) en נִסְמָן (nisman) komen alleen hier voor. De betekenis is onzeker; wij vertalen ‘in rijen’ en ‘op de aangewezen plek’.

26Hij onderwijst hem tot het recht, zijn Elohim leert hem.
וְיִסְּר֥וֹ
(veyisero)
en Hij onderwijst hem
לַמִּשְׁפָּ֖ט
(lamishpat)
tot het recht
אֱלֹהָ֥יו
(elohav)
zijn Elohim
יוֹרֶֽנּוּ
(yorenu)
leert hem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Het Hebreeuws zegt: ‘zijn Elohim’, de Elohim van de landman.

De landman weet wat hij moet doen, omdat hij het geleerd heeft.

Zo past ook Yahweh Zijn handelen aan; zie vers 29.

27Want zwarte komijn wordt niet met een dorsslede gedorst, en het wiel van een kar wordt niet over komijn gedraaid. Maar zwarte komijn wordt met een staf uitgeklopt, en komijn met een stok.
כִּ֣י
(ki)
want
לֹ֤א
(lo)
niet
בֶֽחָרוּץ֙
(becharuts)
met dorsslede
י֣וּדַשׁ
(yudash)
wordt gedorst
קֶ֔צַח
(qetsach)
zwarte komijn
וְאוֹפַ֣ן
(veofan)
en wiel van
עֲגָלָ֔ה
(agala)
kar
עַל
(al)
over
כַּמֹּ֖ן
(kamon)
komijn
יוּסָּ֑ב
(yusav)
wordt gedraaid
כִּ֧י
(ki)
maar
בַמַּטֶּ֛ה
(bamate)
met staf
יֵחָ֥בֶט
(yechavet)
wordt uitgeklopt
קֶ֖צַח
(qetsach)
zwarte komijn
וְכַמֹּ֥ן
(vekhamon)
en komijn
בַּשָּֽׁבֶט
(bashavet)
met stok
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

חָרוּץ (charuts), ‘dorsslede’: een zware slede met scherpe stenen of ijzer, die over het graan wordt getrokken.

28Wordt broodgraan fijngemalen? Hij dorst het immers niet eindeloos. Hij brengt het wiel van zijn kar erover heen, met zijn paarden, maar hij maalt het niet fijn.
לֶ֣חֶם
(lechem)
broodgraan
יוּדָ֔ק
(yudaq)
wordt fijngemalen
כִּ֛י
(ki)
immers
לֹ֥א
(lo)
niet
לָנֶ֖צַח
(lanetsach)
eindeloos
אָד֣וֹשׁ
(adosh)
dorsend
יְדוּשֶׁ֑נּוּ
(yedushenu)
dorst hij het
וְ֠הָמַם
(vehamam)
en hij brengt in beweging
גִּלְגַּ֧ל
(gilgal)
wiel van
עֶגְלָת֛וֹ
(eglato)
zijn kar
וּפָרָשָׁ֖יו
(ufarashav)
en zijn paarden
לֹֽא
(lo)
niet
יְדֻקֶּֽנּוּ
(yeduqenu)
maalt hij het fijn
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Het Hebreeuws is hier moeilijk.

De zin begint met een korte mededeling, ‘broodgraan wordt fijngemalen’.

Wij lezen die als vraag.

פָּרָשׁ (parash), ‘paard’ of ‘ruiter’: hier ‘paarden’.

Lezing

De eerste zin kan ook een gewone mededeling zijn: ‘Broodgraan wordt fijngemalen, maar men dorst het niet eindeloos.’

Wij kiezen de vraag.

29Ook dit komt van Yahweh van de legermachten. Hij maakt Zijn besluit wonderbaarlijk en Zijn degelijk beleid groot.
גַּם
(gam)
ook
זֹ֕את
(zot)
dit
מֵעִ֛ם
(meim)
van
יְהוָ֥ה
(Yahweh)
Yahweh
צְבָא֖וֹת
(tsevaot)
van de legermachten
יָצָ֑אָה
(yatsaa)
komt voort
הִפְלִ֣יא
(hifli)
Hij maakt wonderbaarlijk
עֵצָ֔ה
(etsa)
besluit
הִגְדִּ֖יל
(higdil)
Hij maakt groot
תּוּשִׁיָּֽה
(tushiya)
degelijk beleid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

עֵצָה (etsah), ‘besluit’: bij Yahweh heet de etsah ‘besluit’, bij mensen ‘raad’ (zie 29:15 en 30:1).

תּוּשִׁיָּה (tushiyyah), ‘degelijk beleid’: hetzelfde woord als in Spr. 2:7.